Blauwe vlinders herkennen in Nederland – foto’s en tips

Icarusblauwtje blauwe vlinders

Vlinders zijn er in allerlei afmetingen en kleuren. Blauwe vlinders vallen echter goed op, omdat ze qua kleur veel afwijken van andere vlinders. Er zijn echter veel verschillende soorten blauwe vlinders in Nederland, sommige die vrij algemeen voorkomen en sommige die zeldzaam zijn. In deze blog bespreken we alle blauwe vlinders die in Nederland voorkomen.

Boomblauwtje (Shutterstock)
Boomblauwtje (Shutterstock)

Inhoudsopgave

Overzichtstabel

Soort (Nederlands) Wetenschappelijke naam Spanwijdte Bovenzijde (man/vrouw) Onderzijde & kenmerken Vliegtijd Habitat & tips
Icarusblauwtje Polyommatus icarus 28–36 mm Mannetje egaal blauw, vrouwtje bruin met oranje vlekjes Onderzijde met twee wortelvlekken Mei–oktober (2–3 generaties) Kleinschalige graslanden, akkerranden, rups op vlinderbloemigen
Boomblauwtje Celastrina argiolus 26–34 mm Man blauw met dunne zwarte rand, vrouw lichtblauw met brede zwarte rand Zilvergrijze onderzijde met zwarte stippen Maart–oktober (2 generaties) Bomen en struiken, rups op klimop, vuilboom
Bruin blauwtje Aricia agestis 25–31 mm Bovenzijde bruin met oranje vlekjes (man/vrouw) Onderzijde lichtbruin met zwarte stippen, geen wortelvlekken Mei–oktober (2–3 generaties) Graslanden, bermen, Rode Lijst gevoelige soort
Heideblauwtje Plebejus argus 29–31 mm Mannetje helderblauw met zwarte band, vrouwtje bruin met oranje vlekjes Onderzijde: oranje rand met zwarte vlekjes Juni–augustus (1 generatie) Vochtige heide, symbiose met mieren, waardplant dopheide
Staartblauwtje Cupido argiades ± 25 mm Mannetje violetblauw, vrouwtje bruin Zilvergrijze onderzijde met zwarte stippen Sinds 2021 standvlinder Opkomst sinds waarnemingen in Limburg vanaf 2011

Icarusblauwtje (Polyommatus icarus)

In één oogopslag: mannetjes zijn egaalblauw van boven. Vrouwtjes zijn van boven meer bruin gekleurd met oranje vlekjes. Is te onderscheiden van andere blauwtjes door de twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugel.

Het icarusblauwtje is het meest algemene blauwtje van ons land. Ze vliegen van mei tot en met oktober in twee, of soms drie, generaties. Icarusblauwtjes worden 2,8 centimeter tot 3,6 centimeter groot. Mannetjes zijn van boven egaal blauw met een witte franje (buitenste rand). Vrouwtjes zijn meer bruin gekleurd met oranje vlekjes. De vrouwtjes van het icarusblauwtje kunnen sterk op het bruin blauwtje lijken. Icarusblauwtjes zijn echter van andere soorten te onderscheiden door de twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugel.

Waardplanten zijn diverse vlinderbloemigen, zoals gewone rolklaver, moerasrolklaver en kleine klaver. Ook nectar halen ze vaak uit bloemen van vlinderbloemigen, maar ook andere bloemplanten worden bezocht. De rupsen van het icarusblauwtje zijn lichgroen van kleur met een wat donkerdere groene streep op de rug. Overwintering gebeurt als rups, laag op een waardplant of in de strooisellaag.

Icarusblauwtjes komen in het hele land voor en verspreid zich via wegbermen door het land. Ze leven in allerlei kruidenrijke vegetaties zoals graslanden, akkerranden, wegbermen en dijken.

Boomblauwtje (Celastrina argiolus)

In één oogopslag: de mannetjes van het boomblauwtje hebben een geheel blauwe bovenzijde met een dunne zwarte rand. Vrouwtjes zijn lichtblauw van boven en hebben een brede zwarte rand. De onderkant is zilvergrijs met zwarte stippen.

Boomblauwtjes bereiken een spanwijdte van 2,6 tot 3,4 centimeter. Het is een algemene standvlinder en komt verspreid over het land voor. Alleen op kleigronden zijn ze wat minder goed verspreid.

Het boomblauwtje zie je over het algemeen echter wat minder goed. Dit komt omdat ze meestal wat hoger vliegen, in de toppen van bomen en struiken. Waardplanten zijn dan ook onder andere vuilboom, klimop en kardinaalsmuts. Naast nectar voeden boomblauwtjes zich ook met sap van bloedende bomen en honingdauw, een nectarachtige stof die wordt vrijgegeven door onder andere bladluizen.

De rupsen van boomblauwtjes zijn groen gekleurd met een witte lengtestreep. Het boomblauwtje vliegt in twee generaties per jaar en kunnen gezien worden van maart tot en met oktober. Ze komen vooral voor in gebieden met bossen. Akker(randen), tuinen, struwelen, boomgaarden, bosranden en (open plekken in) loofbossen kunnen een geschikt habitat vormen voor het boomblauwtje.


Lees ook: van tegeltuin naar groene tuin


Bruin blauwtje (Aricia agestis)

In één oogopslag: zowel bij mannetjes als vrouwtjes zijn de bovenzijde van de vleugels bruin met langs de achterrand oranje vlekjes. De onderzijde van de vleugels zijn lichtbruin met zwarte vlekjes.

Het bruin blauwtje bereikt een spanwijdte tussen de 2,5 en 3,1 centimeter en blijft daarmee iets kleiner dan het icarusblauwtje en het boomblauwtje. Zowel bij het mannetje als het vrouwtje zijn de bovenzijde van de vleugels bruin, met oranje vlekken langs de achterrand. De onderzijde van de vleugels is lichtbruin met zwarte vlekken. Het vrouwtje van icarusblauwtje kan sterk lijken op het bruin blauwtje. Bruin blauwtjes hebben echter geen wortelvlekken (vlekken aan de basis van de voorvleugel) op de onderzijde. Daarnaast zijn de bovenzijde van de vleugels van het icarusblauwtje (vrouwtje) weliswaar bruin, maar hebben deze vaak een blauwe basis.

De rupsen van het bruin blauwtje zijn groen met een paarsachtige streep over de lengte. Ze overwinteren als halfvolwassen rups in de strooisellaag. De waardplanten zijn reigersbek, ooievaarsbek en zonneroosje.

Het bruin blauwtje is een vrij schaarse standvlinder en komt voornamelijk voor in graslanden, wegbermen en op dijken. Ze staan als gevoelig op de Rode Lijst. Bruin blauwtjes zijn echter steeds beter verspreid door Nederland. Ze winnen vermoedelijk terrein door klimaatverandering, alleen in de meest noordelijke provincies worden ze nog minder waargenomen. Het bruin blauwtje vliegt van mei tot en met oktober in meestal twee, soms drie, generaties.

Heideblauwtje (Plebejus argus)

In één oogopslag: mannetje helderblauw met een zwarte band. Vrouwtje bruin met op de bovenzijde enkele oranje vlekjes. Op de onderzijde van de vleugels hebben ze aan de achterkant van de vleugel een oranje rand met zwarte vlekjes.

Het heideblauwtje bereikt een spanwijdte van 2,9 tot 3,1 centimeter. De bovenzijde van de vleugels zijn blauw met een zwarte rand en witte franje. Vrouwtjes hebben bruine vleugels met enkele oranje vlekjes aan de rand en een bruine franje. Op de onderzijde heeft het heideblauwtje aan de achterkant van de vleugel een oranje rand met zwarte vlekjes.

De rupsen zijn groen met een bruine lengtestreep. Ze leven in symbiose met mieren. De rupsen voorzien de mieren van een zoete voedingsstof (rijk aan suikers), in ruil daarvoor beschermen de mieren de rupsen en poppen tegen predatoren.

Het habitat van het heideblauwtje is vooral vochtige heide. De waardplant is de gewone dopheide. Rupsen eten van de uitlopers van de plant, terwijl de vlinders zich voeden met de nectar van de dopheide.

Het heideblauwtje is een schaarse standvlinder en staat op de Rode Lijst als kwetsbaar. De soort komt voornamelijk nog voor op de hogere zandgronden. In de duinstreek komt het heideblauwtje alleen nog voor op Texel. De afname van het heideblauwtje heeft met name te maken met de grote afname van heide in ons land. Daarnaast spelen verdroging en vergrassing van heide ook een rol. Het heideblauwtje vliegt in één generatie van juni tot en met augustus.


Lees ook: wat is een symbiose?


Buiten in het veld s het soms lastig om vlinders op naam te brengen. Je hebt geen internet, waardoor opzoeken en apps zoals ObsIdentify niet beschikbaar zijn. Met een zakgids kun je dan snel een vlinder opzoeken. De Zakgids Vlinders van de Benelux is hiervoor perfect. In deze gids vind je meer dan 100 soorten dagvlinders die in de Benelux voorkomen. De gids is rijkelijk geïllustreerd en van alle vlinders zijn de belangrijkste kenmerken terug te vinden. De gids is in zakformaat te verkrijgen, waardoor je hem dus gemakkelijk mee het veld in neemt. De zakgids is via deze link te bestellen bij bol.com.

Zakgids vlinders van de Benelux (bol.com)

Zeldzame blauwe vlinders

Daarnaast zijn er nog een aantal zeldzame vlinders, die maar sporadisch/een stuk minder algemeen te zien zijn in Nederland.

Allereerst het staartblauwtje (Cupido argiades). In 2011 werden een aantal exemplaren van deze soort ontdekt in Limburg. De jaren daarna heeft het staartblauwtje zich vanuit hier verder verspreid en wordt deze sinds 2021 beschouwd als standvlinder. Mannetjes hebben een violetblauwe bovenzijde en vrouwtje een bruine bovenzijde. De onderkant is zilvergrijs met zwarte stippen.

Het gentiaanblauwtje (Phengaris alcon) is een zeldzame standvlinder die op een aantal plekken voorkomt. Mannetjes hebben een volledig egale blauwe bovenzijde. Het vrouwtje is grijsbruin gekleurd.

Dan een soort die uit Nederland verdwenen was, maar weer geherintroduceerd: het pimpernelblauwtje (Phengaris teleius). De soort staat als ernstig bedreigd op de Rode Lijst. De bovenzijde van de vleugels is donkerblauw, met ene zwarte rand. Vrouwtjes hebben een bredere zwarte rand en zwarte vlekken. De soort komt voor in de Moerputten in Noord-Brabant.

Tegelijkertijd werd ook het donker pimpernelblauwtje (Phengaris nausithous) geherintroduceerd in de Moerputten. Helaas is deze daar inmiddels weer verdwenen. De soort heeft zich wel spontaan gevestigd in Limburg, maar ook daar is de situatie precair. Ook het donker pimpernelblauwtje staat op de Rode Lijst als ernstig bedreigd. Ze lijken erg op het pimpernelblauwtje maar zijn, zoals de naam al aangeeft, donkerder gekleurd.

Tot slot nog het dwergblauwtje (Cupido minimus). Het dwergblauwtje was verdwenen uit Nederland, maar in 2016 vestigde de soort zich weer in Nederland. De soort wordt bijna uitsluitend alleen maar in Limburg gevonden. De bovenzijde van de vleugels zijn bruin, en bij mannetjes zijn deze vanuit de basis blauw. De onderzijde is grijs met zwarte vlekken. Zoals de naam al zegt zijn ze erg klein: een spanwijdte van 1,6 tot 2,7 centimeter.

Een andere vlinder gezien?

Zat de vlinder die je hebt gezien hier niet tussen? Kijk eens bij onze andere blogs over vlinders, misschien staat hij daar wel in het lijstje.

Wat kun je zelf doen om vlinders te helpen?

Vlinders hebben het zwaar, net als veel andere dier- en plantensoorten. Veel van hun leefgebied is onder invloed van de intensieve landbouw en meer menselijke omgeving (meer stenen, meer uitstoot) ingrijpend veranderd. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om vlinders en andere diersoorten te helpen.

Brandnetels, brandnetels, brandnetels

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de brandnetel een waardplant voor veel verschillende soorten vlinders. Brandnetels worden echter vaak als ongewenst gezien en worden daarom weggehaald. Dit heeft invloed op de hele levenscyclus van de vlindersoorten. Er is dan geen plek om de eitjes af te zetten, geen voedsel voor rupsen en geen plek om te verpoppen. Laat die brandnetels dus lekker staan (in ieder geval ergens een hoekje). En laat ze ook vooral in de winter tot en met de lente onberoerd.

Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)
Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)

Maak je tuin niet ‘winterklaar’

Rupsen verpoppen vaak op of rondom hun waardplant of in de lage vegetatie. Uitgebloeide planten en stengels worden gebruikt om de pop aan vast te maken. Een goede reden om je tuin niet zogenaamd winterklaar te hoeven maken. Niet alleen vlindersoorten, maar veel andere diersoorten gebruiken uitgebloeide planten om te overwinteren. Je kunt dit allemaal rustig laten staan. Wanneer er in het voorjaar weer warmere temperaturen aanbreken, beginnen veel diersoorten ook weer actief te worden en kun je de uitgebloeide stengels verwijderen.

Zorgen voor nectar

Bovenstaande maatregelen vragen er vooral om om met rust gelaten te worden. Maar je kunt ook actief je handen uit de mouwen steken en de vlinders voorzien van een lekker maaltje nectar. We raden aan om altijd te kiezen voor biologisch gekweekte planten en een groot aandeel inheemse planten in je tuin. Uit meerdere onderzoeken, bijvoorbeeld door PAN-NL, blijkt dat er op veel planten uit tuincentra pesticiden zitten die insecten doden, ook nog na aankoop, wanneer ze in je tuin staan.

Zorg voor inheemse, biologische planten

Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Tot slot

Nu kun je blauwe vlinders herkennen en weet je wat je moet doen om meer vlinders naar je tuin te trekken. Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Wouwen in Nederland – Roofvogels deel IV

Zwarte wouw (Shutterstock)

In deel IV van de blogserie Roofvogels in Nederland is het tijd om de wouwen in Nederland te bespreken. Deze elegante roofvogels zijn bezig met een opmars vanuit het zuiden en inmiddels broeden er alweer twee soorten in ons land. En wellicht kunnen we in de nabije toekomst een derde wouwensoort als broedvogel in ons land verwelkomen. Naast de wouwen wordt ook de majestueuze wespendief in deze blog besproken. Lees dus snel verder!

Omslagfoto: zwarte wouwen (Shutterstock)

Wespendief
Wespendief

Inhoudsopgave

Rode wouw (Milvus milvus)

De eerste wouw die we bespreken is de rode wouw. Deze prachtige roofvogel haalt een lichaamslengte van 60 tot 72 centimeter, met een spanwijdte van 143 tot 171 centimeter. Ze hebben een oranjerood verenkleed, met een vrij lichte kop en lichte vlekken op de vleugels. De rode wouw heeft een diep gevorkte staart en heeft de vleugels vaak licht gebogen in vlucht.

Rode wouw
De diepgevorkte staart en het oranjerode verenkleed maakt de rode wouw onmiskenbaar

Leefwijze en voedsel

Rode wouwen komen veel voor in een halfopen landschap, waarin een afwisseling van bossen en extensieve landbouwgebieden te zien is. Vroeger werden ze zelfs in steden waargenomen, waar ze vaak aas aten. Echter, door vervolging zijn ze uit de steden verdwenen.

Ze eten desondanks wel nog steeds veel aas. Naast aas worden ook vogels en kleine en middelgrote zoogdieren (muizen, konijnen en jonge hazen) gegeten. Het zijn echter opportunisten en ze vangen wat er beschikbaar is. Naast vogels en zoogdieren worden ook wel eens reptielen en ongewervelden dieren gevangen.

Voortplanting en trekgedrag

In 1976 werd het eerste broedgeval in Nederland gemeld. Sinds 2010 zijn er jaarlijks broedgevallen bekend. De laatste jaren zijn er steeds enkele tientallen broedparen in ons land waargenomen.

Rode wouwen maken hun nest in hoge bomen. Ze maken niet ieder jaar een nieuw nest, maar knappen soms ook oude nesten op. Meestal worden er twee eieren gelegd. In een maand tijd worden de eieren uitgebroed. De jongen vliegen na zo’n 50 tot 60 dagen uit het nest.

De meeste rode wouwen trekken in het najaar naar Zuid-Europa en Noord-Afrika. Echter komt het steeds vaker voor dat er exemplaren in Nederland, of dichtbij de grens overwinteren.


Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Zwarte wouw (Milvus migrans)

De volgende roofvogel die we in deze blog bespreken is de zwarte wouw. De zwarte wouw blijft iets kleiner dan de rode wouw, met een lichaamslengte van 44 tot 66 centimeter en een spanwijdte van 120 tot 153 centimeter.

De zwarte wouw heeft een donkerbruin verenkleed, met een lichtere kop en ondervleugels. De buitenste slagpennen zijn zwart. De staart van de zwarte wouw is minder diep gevorkt dan deze van de rode wouw. De staart en vleugels zijn daarnaast ook wat korter.

Zwarte wouw
Zwarte wouwen hebben een donkerbruin verenkleed met lichtere en donkere delen

Leefwijze en voedsel

Ook in leefwijze zijn er verschillen op te merken met de rode wouw. Zo zijn zwarte wouwen meer watergebonden en komen ze vooral voor in halfopen en waterrijke gebieden. Rivierlandschappen met ooibossen en moerasachtige stukken zijn ideaal voor de zwarte wouw. In het buitenland worden zwarte wouwen vaak ook in de buurt van steden en vuilnisbelten gezien.

Het menu bestaat uit aas, vis, kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen. Daarnaast worden soms ook insecten en ongewervelden zoals regenwormen gegeten.

Voortplanting en trekgedrag

Sinds 2009 is de zwarte wouw een jaarlijkse broedvogel in ons land. Het gaat echter maar steeds op enkele paartjes. De zwarte wouw maakt het nest in hoge bomen, vaak in de buurt van water. Ze hebben één legsel per jaar, waarin 2 tot 3 eieren worden gelegd. Na ongeveer een maand broeden komen de eieren uit. De jongen zijn na een kleine 50 dagen vliegvlug, maar worden dan nog enkele weken bijgevoerd door de ouders.

De zwarte wouw is een van de meest algemene roofvogels wereldwijd. In Nederland neemt de soort als broedvogel de laatste jaren toe. Eind augustus/september vertrekken de zwarte wouwen naar het overwinteringsgebied in Afrika, ten zuiden van de Sahara.


Lees ook: vogelen in RivierPark Maasvallei – Tips, soorten en podcast


Grijze wouw (Elanus caeruleus)

Dan de laatste wouwen van de drie, de grijze wouw. Al behoort deze wel tot een ander geslacht dan de rode en zwarte wouw. De grijze wouw bereikt een lichaamslengte van 30 tot 37 centimeter en een spanwijdte van 77 tot 92 centimeter. Hiermee is deze beduidend kleiner dan de andere wouwen en qua grootte meer te vergelijken met een torenvalk.

De grijze wouw heeft een witte kop met koraalrode ogen en een zwart masker. Verder hebben ze een blauwgrijs verenkleed, met zwarte schouders en zwarte vleugelpunten.

Grijze wouw (Shutterstock)
Grijze wouwen hebben een blauwgrijs verenkleed (Shutterstock)

Ze behoren niet tot het geslacht Milvus, maar tot het geslacht Elanus, grijze wouwen. Wereldwijd zijn er vier soorten die tot dit geslacht behoren. Mogelijk behoren de grijze wouwen tot een eigen familie (net zoals bijvoorbeeld de visarend) en worden ze in de toekomst buiten de familie havikachtigen geplaatst.

Leefwijze en voedsel

De grijze wouw komt vooral voor in Afrika en Azië, maar breidt zich verder uit naar Europa. Ze broeden inmiddels al in onder andere Frankrijk en Spanje en de verwachting is dat zich dit de komende jaren verder uitbreidt in andere Europese landen.

Het zijn bewoners van graslanden, savannes en landbouwgebieden met enkele bomen. Hier jagen ze op een diversiteit aan prooien. Kleine zoogdieren, reptielen, vogels en insecten staan onder andere op het menu. Ze jagen vanaf een uitkijkpunt of bidden in de lucht, zoals torenvalken doen.

Voorkomen in Nederland

Grijze wouwen broeden dus (nog) niet in Nederland, maar dit zou in de komende jaren zomaar eens kunnen veranderen. Tot 2015 was de grijze wouw een zeldzame dwaalgast in Nederland, maar sinds die tijd zijn het aantal waarnemingen sterk toegenomen. De verdere verspreiding richting het noorden is opmerkelijk en zou zomaar iets te maken kunnen hebben met klimaatverandering. Ze leven een vrij nomadisch bestaan en vogels blijven plakken in gebieden waar voldoende prooien te vinden zijn.


Lees ook: op zoek naar bijzondere soorten in het Kempen~Broek


Wespendief (Pernis apivorus)

Tot slot bespreken we in deel IV van de serie ‘Roofvogels in Nederland’ nog de wespendief. Dit is geen wouw, zoals de voorgaande drie, maar behoort tot het geslacht Pernis (ook wel wespendieven genoemd). In totaal zijn er wereldwijd vier soorten wespendieven, waarvan er maar één in Nederland voorkomt.

De wespendief bereikt een lichaamslengte van 52 tot 60 centimeter en een spanwijdte van 118 tot 150 centimeter. Wespendieven lijken veel op buizerds, en hebben ook een gevarieerd verenkleed, van lichtbruin tot donkerbruin. Duidelijke verschillen tussen wespendief en buizerd zijn echter: de wespendief is slanker en heeft een langere staart. Ze hebben daarnaast op de staart drie donkere dwarsbanden. Ook de kop is anders bij de wespendief. Deze is kleiner en steekt verder uit. Mannetjes hebben een wat grijze kop. Ze hebben tot slot een soepelere en tragere vleugelslag.

Wespendief (Shutterstock)
Wespendieven lijken veel op buizerd, maar er zijn enkele verschillen op te merken (Shutterstock)

Leefwijze en voedsel

Wespendieven leven vooral in loofbossen en gemengde bossen. De bossen dienen afgewisseld te zijn met open plekken, zoals graslanden en heidegebieden.

Qua voedsel zijn het echte specialisten. Het dieet bestaat voor het grootste deel uit de larven, poppen en volwassen exemplaren van wespen, bijen en hommels. Verder eten ze ook de honing en de honingraat. Vooral in de grond levende wespen staan op het menu, waarvan de nesten met de krachtige poten worden uitgegraven. Wespendieven zijn uitstekend aangepast op het speciale voedsel: de poten zijn voorzien van een dikke huid, waardoor ze minder gevoelig zijn voor steken. Ook op de kop hebben ze dikke, stugge veren. Het dieet vullen ze verder aan met andere insecten, reptielen, amfibieën en kleine zoogdieren.

Voortplanting en trekgedrag

De wespendief broedt vooral in het midden, oosten en zuiden van ons land. Ze maken het nest in de kruin van hoge bomen. Ze hebben één legsel per jaar, met meestal twee eieren. Na ruim een maand broeden komen de jongen uit, welke nog zo’n 40 dagen worden gevoerd voordat ze uitvliegen.

Wespendieven arriveren in mei en vertrekken op zijn laatst in september weer naar het overwinteringsgebied. Ze overwinteren in tropisch Afrika.

De serie Roofvogels in Nederland

In totaal zijn er zes delen nodig om de orde Accipitriformes te bespreken. De valken, de orde Falconiformes, worden in een apart deel besproken. De uilen zijn al een keer in een driedelige blog besproken. Via onderstaand overzicht kom je bij de verschillende soorten terecht.

Roofvogels in Nederland – deel I

Buizerd, sperwer en havik – deel II

Kiekendieven – deel III

Wouwen en wespendief – deel IV

Arenden – deel V

Gieren – deel VI

Valken in Nederland

Uilen in Nederland – deel I

Uilen in Nederland – deel II

Uilen in Nederland – deel III

Tot slot

Nu weet je hoe je de verschillende wouwen en de wespendief kunt herkennen. Wil je meer handige tips ontvangen over het herkennen van diersoorten, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

De beste inheemse bodembedekkers

Beste inheemse bodembedekkers

Inheemse bodembedekkers zijn de perfecte planten om te gebruiken in je tuin. Ze hebben vaak leuke bloemen die in trek zijn bij insecten en dekken de grond af, waardoor je ook nog eens minder onderhoud hebt! In deze blog bespreken we de 6 beste inheemse bodembedekkers. Lees dus snel verder!

Inhoudsopgave

Waarom kiezen voor inheemse bodembedekkers?

Bodembedekkers zijn ongelofelijk fijne planten om te gebruiken in je tuin, om diverse redenen. Allereerst zorgen ze ervoor dat je een stuk minder onderhoud hebt. Bodembedekkers hebben als eigenschap dat ze de bodem snel bedekken met hun bladeren, waardoor onkruid veel minder de kans krijgt om te groeien. Je border vol zetten met bodembedekkers zorgt er dus voor dat je minder tijd kwijt bent aan het wieden van onkruid. Ze vragen daarnaast weinig onderhoud. Bodembedekkers groeien nauwelijks in hoogte, waardoor ze bijna nooit gesnoeid hoeven te worden.

Het aanplanten van bodembedekkers zorgt er verder voor dat je andere planten in je border minder snel uitdrogen en je minder water hoeft te geven. Doordat de grond afgedekt is komt de zon niet tot op de grond, waardoor deze minder snel uitdroogt. Ook de andere planten in de border zijn dus blij met de bodembekkers! Tot slot zijn bodembedekkers ook heel goed voor de biodiversiteit in je tuin. De bloemen (die ze vaak in veelvoud hebben) trekken bijen, vlinders en andere insecten. Het dichte bladerpakket zorgt ervoor dat kleine dieren een schuilplek hebben en zich onopgemerkt door de tuin kunnen verplaatsen.

De 6 beste inheemse bodembedekkers

Dan is het nu tijd om de beste inheemse bodembedekkers te bespreken. We delen onze 6 favoriete inheemse bodembedekkers om te gebruiken in de tuin. Er zitten soorten tussen die je kunt gebruiken voor een plekje in de zon en soorten die je beter in de schaduw gebruikt.

Ga voor biologisch!
Een van de redenen waarom het zo slecht gaat met bijen en andere insecten is het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In de landbouw, maar ook zeker bij het kweken van planten en door gebruik van particulieren. Wil je iets goeds doen voor insecten, koop dan uitsluitend biologisch gekweekte planten. Zo weet je zeker dat er geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt en dat bijen (en andere insecten) niet doodgaan wanneer ze de nectar uit jouw bloemen komen eten. Zo kun je dus écht genieten van de bloemenpracht in je tuin!


Lees ook: van tegeltuin naar groene tuin


Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)

Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)

De eerste inheemse bodembedekker die we bespreken is kruipend zenegroen. Deze bodembedekker wordt tot 15 centimeter groot en bloeit met prachtige blauw-paarse kegelvormige bloemen in de periode april tot juni. Kruipend zenegroen breidt zich gemakkelijk via ondergrondse uitlopers uit, waardoor deze snel in je border of elders in de tuin toeneemt.

Kruipend zenegroen staat het liefst op een plekje in de halfschaduw of schaduw, op ietwat vochtige grond. Let op dat deze niet te vochtig staat. Bij voortdurend natte wortels zal de plant het niet redden. De nectar in de bloemen is in trek bij dagvlinders en bijen. Kruipend zenegroen vormt een dicht tapijt en is daarom ideaal om onder struiken en bomen te gebruiken.

Je bestelt kruipend zenegroen hier, biologisch gekweekt, bij Sprinklr!

Lievevrouwbedstro (Galium odoratum)

Lievevrouwebedstro (Galium odoratum) - inheemse bodembedekkers
Lievevrouwebedstro (Galium odoratum)

De volgende inheemse bodembedekker in de lijst is lievevrouwebedstro. Lievevrouwebedstro is een fijn plantje met witte, sterachtige bloemen. Ze staat het liefst op een vochtig plekje in de schaduw of halfschaduw, in humusrijke grond. Lievevrouwbedstro breidt zich gemakkelijk uit doormiddel van wortelstokken, waardoor je binnen een mum van tijd een dicht tapijt van lievevrouwebedstro hebt. Perfect voor de onderhoudsarme border en tuin dus! De bloemen verschijnen in mei en juni aan de plant en verspreiden een lekkere geur.

In het wild komt lievevrouwebedstro in Nederland voornamelijk in Zuid-Limburg voor. Het is familie van het welbekende glad walstro en kleefkruid. De bladeren en bloemen van lievevrouwebedstro zijn eetbaar. Zo wordt het gebruikt in Maitrank (een zoete witte wijn), maar kun je het ook gebruiken voor salade.

Je bestelt lievevrouwbedstro hier, biologisch gekweekt, bij Sprinklr!

Kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Klein maagdenpalm (Vinca minor)
Kleine maagdenpalm (Vinca minor)

Een andere uitstekende inheemse bodembedekker is kleine maagdenpalm. Deze groenblijvende bodembedekker heeft een leerachtig blad en krijg blauwe bloemen die zichtbaar zijn van april tot augustus. Kleine maagdenpalm doet het op zo’n beetje iedere plek goed. Je kunt hem gebruiken in de schaduw, halfschaduw, maar ook een plekje in de zon verdraagt deze bodembedekker.

Kleine maagdenpalm breidt zich vanzelf uit via bovengrondse uitlopers die vanzelf weer wortels gaan vormen. Hierdoor kun je snel een kale plek in de border, in het gras of elders in de tuin laten bedekken met deze prachtige bodembedekker!

Je bestelt kleine maagdenpalm hier bij Sprinklr, biologisch gekweekt!

Beemdooievaarsbek (Geranium pratense)

Beemdooievaarsbek (Geranium Pratense)
Beemdooievaarsbek (Geranium pratense)

Dan zijn we aangekomen bij beemdooievaarsbek. Deze inheemse bodembedekker wordt wat hoger dan de meeste andere in deze lijst: tot 75 centimeter. De prachtige helderblauwe bloemen verschijnen van juni tot en met augustus aan de plant. De bloemen zijn zeer in trek bij allerlei insecten zoals bijen, dag- en nachtvlinders en zweefvliegen. Het is daarnaast de waardplant van het bruin blauwtje, een prachtige blauwe vlinder.

Beemdooievaarsbek verlangt een plekje in de halfschaduw of in de volle zon. De plant is niet wintergroen, maar schiet in het voorjaar weer fris uit en bedekt dan snel weer de hele bodem.

Je bestelt beemdooievaarsbek hier, biologisch gekweekt, bij Sprinklr!


Lees ook: een poel aanleggen in de tuin


Gewone brunel (Prunella vulgaris)

Gewone brunel (Prunella vulgaris) inheemse bodembedekkers
Gewone brunel (Prunella vulgaris)

De volgende inheemse bodembedekker in de lijst is gewone brunel, die ook wel bijenkorfje wordt genoemd. Gewone brunel heeft van mei tot en met september paarse bloemetjes die enorm in trek zijn bij wilde bijen en hommels.

Gewone brunel staat het liefst op een plekje in de zon of halfschaduw op een ietwat vochtige plek. De plant is wintergroen en kan naast als bodembedekker ook prima in een bloemrijk gazon worden toegepast.

De bladeren en bloemen van gewone brunel zijn eetbaar. Ze kunnen gebruikt worden in thee, soepen, salades en in stoofpotjes en zijn rijk aan vitamine C, K en B1. Naast dat het een prachtig plantje in de border is, is het ook nog eens een uitstekend plantje voor in de keuken!

Je bestelt gewone brunel hier, biologisch gekweekt, bij Sprinklr!

Bosaardbei (Fragaria vesca)

Bosaardbei (Fragaria vesca) inheemse bodembedekkers
Bosaardbei (Fragaria vesca)

Tot slot nog de bosaardbei. Deze inheemse bodembedekker lijkt veel op de gewone aardbei, maar heeft wat kleinere vruchten. De aardbeitjes zijn heerlijk zoet en kunnen gebruikt worden voor jam, siroop en vruchtensalades. De bladeren kunnen daarnaast ook gebruikt worden in salades of thee.

Bosaardbei krijgt witte bloemen die bloeien van juni tot en met september. De bloemen worden druk bezocht door wilde bijen, hommels en zweefvliegen. Het is daarnaast de waardplant voor de aardbeivlinder. Bosaardbei is wintergroen en breidt zich gemakkelijk uit, waardoor dit een ideale bodembedekker voor in de border is. Reserveer een plekje in de halfschaduw of zon voor deze multifunctionele bodembedekker!

Bosaardbei is hier te bestellen bij Sprinklr, biologisch gekweekt!

Bodembedekkers combineren met andere inheemse planten

Dit waren onze zes beste tips voor inheemse bodembedekkers in de tuin. Bodembedekkers laten zich goed combineren met andere planten. Combineer ze met inheemse vaste planten, inheemse klimplanten, inheemse schaduwplanten, inheemse planten voor in de volle zon of waardplanten voor vlinders. Op deze manier maak je van je tuin een groene oase vol leven en biodiversiteit!

Tot slot

Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.

 Bekijk hier de complete gids over inheemse beplanting

Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Kiekendieven in Nederland – Roofvogels deel III

Grauwe kiekendief (Shutterstock) kiekendieven

Nadat in deel II van Roofvogels in Nederland de buizerd, sperwer en havik besproken zijn, is het in deel III van deze serie tijd voor de verschillende soorten kiekendieven die in Nederland voorkomen. Maak kennis met deze majestueuze roofvogels die ons land kleur geven.

Omslagfoto: grauwe kiekendief (Shutterstock)

Inhoudsopgave

Het geslacht Circus

Tot het geslacht Circus, oftewel kiekendieven, behoren zestien soorten middelgrote roofvogels. Ze onderscheiden zich ten opzichte van veel andere roofvogels omdat de meeste soorten op de grond broeden. Ze jagen veelal op kleine zoogdieren en op vogels, maar het menu verschilt per soort. Ten opzichte van bijvoorbeeld buizerds zijn kiekendieven wat slankere roofvogels en hebben ze relatief lange en smalle vleugels. Vier van de zestien soorten kiekendieven hebben in een recent verleden gebroed in Nederland, deze soorten worden verder besproken in deze blog.

Bruine kiekendief (Circus aeruginosus)

We starten met de grootste kiekendief van de vier, de bruine kiekendief. Bruine kiekendieven bereiken een lichaamslengte van 43 tot 54 centimeter en een spanwijdte van 115 tot 145 centimeter. Vrouwtjes worden groter dan mannetjes.

Het mannetje heeft daarentegen het opvallendste verenkleed. Ze hebben zwarte vleugelpunten en een verder hoofdzakelijk bruin verenkleed met een grijze staart en grijze delen in de vleugels. Vrouwtjes zijn volledige bruin met okergele delen in en rondom de kop. Het verenkleed zorgt ervoor dat de vrouw minder opvalt wanneer ze in het riet op het nest zitten. Ook juveniele dieren zijn minder opvallend gekleurd en hebben een bruin en zwart verenkleed.

Bruine kiekendief
Het mannetje bruine kiekendief heeft zwarte vleugelpunten en een grijze staart met daarnaast ook grijze delen in de vleugels

Leefwijze en voedsel

De bruine kiekendief leeft voornamelijk in een open moerasgebied met rietkragen. Soms komen ze ook voor in het boerenland op akkers, wanneer er voldoende voedsel te vinden is.

Ze hebben een uitgebreid menu en jagen op kleine zoogdieren zoals muizen, jonge konijnen en hazen en op vogels. Daarnaast vangen ze verder ook nog onder andere kikkers. Bruine kiekendieven hebben een opvallende jachtvlucht. Ze zweven dan laag boven de grond of een rietkraag en hebben hun vleugels in de bekende v-vorm. Ze maken dan lange glijvluchten en bidden op zoek naar hun prooi. Wanneer ze deze gevonden hebben storten ze zich naar beneden en grijpen ze de prooi met de lange, krachtige, gele poten.


Lees ook: spechten in Nederland


Voortplanting en trekgedrag

Het nest maken bruine kiekendieven verscholen in het riet. Mannetjes kunnen in een seizoen meerdere vrouwtjes hebben, die dan kort bij elkaar broeden. Een legsel bestaat meestal uit drie tot zes eieren, welke na iets meer dan een maand worden uitgebroed. Na 35 tot 40 dagen zijn de jongen vliegvlug. Ze worden dan nog enige tijd bijgevoerd door de ouders.

Bruine kiekendieven overwinteren hoofdzakelijk in Zuid-Europa en Noord-Afrika. Kleine aantallen overwinteren ook in Zuidwest Nederland. Het is de meest algemene kiekendief in ons land, maar de aantallen nemen helaas wel al jaren af.

Kiekendieven op trek volgen
Kennisorganisatie Grauwe kiekendief – Kenniscentrum Akkervogels (GKA) doet veel onderzoek naar kiekendieven. Ze doen onder andere monitoring in het leefgebied van kiekendieven in Nederland en ze zenderen kiekendieven om ze te kunnen volgen op trek. Via de website kun je een aantal kiekendieven op trek volgen. Je kunt precies zien waar ze overwinteren, welke route ze nemen en waar en hoe vaak ze onderweg tussenstops maken. Met de gegevens wordt er meer kennis vergaard over kiekendieven en kunnen ze beter beschermd worden.

Grauwe kiekendief (Circus pygargus)

Dan volgt de kleinste en slankste kiekendief van het stel. De grauwe kiekendief kan een lichaamslengte bereiken van 39 tot 49 centimeter, met een spanwijdte van 102 tot 123 centimeter.

Mannetjes van de grauwe kiekendief zijn van boven grijs gekleurd met zwarte vleugelpunten en zwarte strepen op de ondervleugels. Een goed verschil met mannetje blauwe kiekendief zijn de vier zichtbare vleugelpunten in vlucht, in tegenstelling tot de vijf die zichtbaar zijn bij de blauwe kiekendief. Vrouwtjes zijn bruin gekleurd met zwarte banden op de vleugels en staart. Vrouwtjes grauwe kiekendieven zijn slanker dan vrouwtjes blauwe kiekendieven.

Grauwe kiekendief (Shutterstock) kiekendieven
Grauwe kiekendieven zijn het kleinste en de slankste van het stel (Shutterstock)

Leefwijze en voedsel

Vroeger bewoonde de grauwe kiekendieven in Nederland hoogveengebieden, duinen en moerassen. Tegenwoordig zijn ze noodgedwongen vooral in akkergebied te vinden, omdat er te weinig ander leefgebied beschikbaar is. Nesten zijn in agrarisch gebied helaas kwetsbaar voor maaimachines en predatie. Door een intensief beschermingsprogramma van onder andere Vogelbescherming en Kenniscentrum Akkervogels is de grauwe kiekendief als broedvogel in Nederland behouden. De grauwe kiekendief heeft de status ‘ernstig bedreigd’ op de Rode Lijst.

Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit muizen. Daarnaast worden ook vogels gegeten. In het overwinteringsgebied eten ze vooral sprinkhanen.

Voortplanting en trekgedrag

Grauwe kiekendieven maken ieder jaar een nieuw nest, waarin drie tot vijf eieren worden gelegd. Na ongeveer een maand broeden komen de jonge uit het ei. Na 28 tot 42 dagen vliegen de juveniele dieren uit. Ze worden dan nog zo’n twee weken bijgevoerd.

Het zijn lange-afstandstrekkers en ze vertrekken naar het overwinteringsgebied tussen eind juli en september. Ze trekken tot ver in Afrika. Ten zuiden van de Sahara in landen als Mali en Nigeria overwinteren ze, wanneer ze vanaf half april weer terugkeren in het broedgebied.

Blauwe kiekendief (Circus cyaneus)

Dan zijn we aangekomen bij de derde kiekendief die in Nederland voorkomt, de blauwe kiekendief. Blauwe kiekendieven bereiken een lichaamslengte van 42 tot 50 centimeter en een spanwijdte van 100 tot 121 centimeter. Ook hier worden vrouwtjes groter dan mannetjes. Mannetjes zijn effen blauwgrijs, met zwarte vleugelpunten en een witte stuit. Ook het vrouwtje (en de juveniele dieren) is een prachtige verschijning om te zien. Ze hebben een bruin verenkleed met zwarte banden op de vleugels en de staart. Ze hebben een witte stuit, waardoor ze goed te onderscheiden zijn van vrouwtje bruine kiekendief. Blauwe kiekendieven zijn wat forser gebouwd dan grauwe kiekendieven.

Blauwe kiekendief (Shutterstock) kiekendieven
Mannetjes blauwe kiekendieven zijn spectaculaire roofvogels om te zien (Shutterstock)

Leefwijze en voedsel

Blauwe kiekendieven houden van open en vochtige gebieden. Duinen, akkers (graanvelden) en in andere landen (vroeger ook in Nederland) heidegebieden. ’s Winters zie je overwinterende vogels ook wel in weilanden, maar vooral ook op wintervoedselakkers waar nog voldoende voedsel te vinden is.

Het voedsel bestaat hoofdzakelijk uit kleine zoogdieren, zoals muizen en jonge konijnen of hazen. Verder worden er ook vogels gegeten en in sommige gevallen amfibieën, reptielen of insecten.

Voortplanting en trekgedrag

De blauwe kiekendief broedt op de grond, in hoge vegetatie zoals droog riet of graan. Ze hebben één legsel waarin 3 tot 7 eieren in ruim een maand worden uitgebroed. Na 32-42 dagen zijn de jongen vliegvlug. Ze blijven dan nog een tijd in de buurt van de ouders.

In Nederland broeden ze alleen nog op een aantal plekken. In 1998 waren er nog 102 broedparen, in 2024 waren er hier helaas nog maar 3 van over (zie SOVON voor meer cijfers). Om het tij te keren heeft Vogelbescherming in 2024 een beschermingsplan opgesteld. Hierin presenteren ze diverse maatregelen om de blauwe kiekendief als broedvogel te behouden.

Blauwe kiekendieven trekken in het najaar naar West- en Zuid-Europa. In de winter komen Scandinavische exemplaren naar ons land om hier te overwinteren.


Lees ook: akkervogels in Nederland


Steppekiekendief (Circus macrourus)

Tot slot nog de meest mysterieuze van de vier: de steppekiekendief. Deze kiekendief kwam hier tot voor kort alleen maar als dwaalgast voor, maar in 2017 werd er plots een broedpaar vastgesteld in een graanakker in Groningen.

De steppekiekendief wordt 40 tot 48 centimeter groot en bereikt een spanwijdte van 100 tot 121 centimeter. De mannetjes zijn goed te herkennen, maar vrouwtjes zijn zeer lastig te onderscheiden van grauwe en blauwe kiekendief. Het mannetje heeft een bijna volledig lichtgrijs verenkleed met enkel op de vleugelpunten een zwarte witvormige vlek. Het zijn slanke, sierlijke vogels met smalle vleugels en een lange staart.

Steppekiekendief man (Shutterstock)
De wigvormige zwarte vlekken op het verder overwegend lichtgrijze verenkleed vallen goed op bij het mannetje steppekiekendief (Shutterstock)

Leefwijze en voedsel

Van oorsprong komt de steppekiekendief dus niet als broedvogel voor in Nederland. Ze broeden hoofdzakelijk op steppes in landen als Kazachstan, Mongolië en Rusland. Tegenwoordig worden ze echter steeds vaker gezien in agrarisch gebied in Oost- en West-Europa. Naast in Nederland zijn er ook nog broedgevallen bekend in onder andere Frankrijk, Spanje, Tsjechië en Finland.

Het voedsel van de steppekiekendief varieert en verschilt mogelijk ook per leefgebied. Zo eten ze kleine zoogdieren zoals muizen en jonge konijnen. Daarnaast worden vogels zoals veldleeuweriken en graspiepers gegrepen, maar worden er ook insecten en reptielen gegeten.

Voortplanting en trekgedrag

Broeden doen steppekiekendieven dus op de steppes of in agrarisch gebied. Net zoals andere kiekendieven broeden ze op de grond en stelt het nest niet zoveel voor. Vaak is het niet meer dan wat gras, bladeren en stengels. Er worden meestal drie tot vijf eieren gelegd.

Steppekiekendieven trekken in het najaar naar het zuiden. Afhankelijk van waar ze broeden naar een ander gebied. Zo zijn er steppekiekendieven die in tropisch Afrika overwinteren en exemplaren die in India overwinteren. Door afname van steppelandschap en intensivering van de landbouw neemt het aantal steppekiekendieven helaas af.

Steppekiekendief vrouw (Shutterstock) kiekendieven
Bij kiekendieven komen ook mengparen voor. Dit zijn twee verschillende soorten kiekendieven die paren en een nest proberen groot te brengen (Shutterstock)

Mengparen
Wist je dat er bij kiekendieven regelmatig mengbroedparen voorkomen? Dit zijn broedparen van twee verschillende soorten kiekendieven. Vaak mislukt het nest echter, maar soms lukt het de twee vogels wel om succesvolle jongen groot te brengen. Benieuwd welke soorten kiekendieven het wel gelukt is om met elkaar te paren en succesvolle jongen groot te krijgen? Lees dan het boek ‘Dwaalgast in het graan’ van Ben Koks & Elvira Werkman! Daarin wordt dit onderwerp ruimschoots behandeld.

Dwaalgast in het graan

Wil je meer te weten komen over de mysterieuze steppekiekendief?

Dan is het boek ‘Dwaalgast in het graan’ van Ben Koks & Elvira Werkman een must-read. In dit boek gaan Ben en Elvira op zoek naar antwoorden nadat de steppekiekendief in 2017 voor het eerst in Nederland broedde. Hoe komt het dat de steppekiekendief opeens broedt op een plek 2500 kilometer verder dan het dichtstbijzijnde bekende nest? Op deze en veel meer andere vragen geven de schrijvers antwoorden. Het boek is te bestellen via bol.com en bevat 285 bladzijdes.

Veel gestelde vragen

Hoeveel soorten kiekendieven zijn er in Nederland?

In Nederland komen vier soorten kiekendieven voor. De bruine kiekendief, de blauwe kiekendief, de grauwe kiekendief en de steppekiekendief. Allen broeden ze in Nederland, al heeft de steppenkiekendief nog maar twee keer in Nederland gebroed (broedt ‘normaal’ in landen als Kazachstan en Rusland). Van de blauwe kiekendief broeden er helaas nog maar enkele paartjes, waar het er in 1998 nog meer dan 100 waren.

Hoe herken je een kiekendief?

Kiekendieven zijn slank gebouwde, middelgrote roofvogels, met relatief lange vleugels en staart. Ze jagen op een kenmerkende manier: laag zwevend en flappend boven het riet of een akker, waarbij ze regelmatig bidden en draaiend hoger in de lucht te zien zijn. Bij kiekendiefparen zie je ook vaak prooioverdrachten in de lucht.

Wat zijn de verschillen tussen de verschillende soorten kiekendieven?

De bruine kiekendief is de grootste van de vier en overwegend bruin gekleurd. Het mannetje heeft zwarte vleugelpunten en het vrouwtje heeft okergele delen in de kop. De vrouwtjes van de blauwe, grauwe en steppekiekendief lijken veel op elkaar. Ze zijn overwegend bruin gekleurd met zwarte banden. Mannetjes van deze drie soorten zijn meer uitgesproken en hebben een overwegend grijs verenkleed met subtiele verschillen onderling. Alle kenmerken lees je verder in de blog!

De serie Roofvogels in Nederland

In totaal zijn er zes delen nodig om de orde Accipitriformes te bespreken. De valken, de orde Falconiformes, worden in een apart deel besproken. De uilen zijn al een keer in een driedelige blog besproken. Via onderstaand overzicht kom je bij de verschillende soorten terecht.

Roofvogels in Nederland – deel I

Buizerd, sperwer en havik – deel II

Kiekendieven – deel III

Wouwen en wespendief– deel IV

Arenden – deel V

Gieren – deel VI

Valken in Nederland

Uilen in Nederland – deel I

Uilen in Nederland – deel II

Uilen in Nederland – deel III

Tot slot

Nu weet je hoe je de verschillende kiekendieven kunt herkennen. Wil je meer handige tips ontvangen over het herkennen van diersoorten, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs én op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Vogelen in RivierPark Maasvallei – Tips, soorten & podcast

Blauwe reiger (de Natuur van hier)

Vogelen in RivierPark Maasvallei in Limburg. In dit gebied vormt de Maas de grens tussen België en Nederland en is, na jarenlang werken aan waterveiligheid, veel nieuwe natuur ontstaan. Samen met podcastmakers Tjif en Tjaf ontdekten we dit gebied. In deze blog lees je alles over dit dynamische gebied van grindbanken, grindgaten en ooibossen dat gestuurd wordt door het water van de Maas. In de podcast hoor je wat we allemaal tegen zijn gekomen in het grensoverschrijdende natuurgebied.

Omslagfoto: blauwe reiger in RivierPark Maasvallei (de Natuur van hier)

Rivierpark Maasvallei (de Natuur van hier)
De Grensmaas, de levensader door het RivierPark Maasvallei (de Natuur van hier)

Inhoudsopgave

RivierPark Maasvallei

RivierPark Maasvallei is een groot en uitgestrekt waarin zo’n 3500 hectare wilde natuur te vinden is. De Maas loopt als een levensader door het gebied heen en bepaalt grotendeels hoe het gebied eruit ziet. Van Borgharen (nabij Maastricht) tot in Maasbracht strekt het RivierPark zich uit en bevind je je in een dynamische mozaïek van bloemrijke uiterwaarden, ooibossen, grindgaten, nevengeulen, grindbanken en oude Maasarmen. Het nog relatief jonge gebied heeft een grote aantrekkingskracht op watervogels en herbergt bijzondere flora. Verder voelt ook de bever zich er thuis en zijn er ook steeds vaker waarnemingen van otter(sporen). Vogelen in RivierPark Maasvallei laat je kennis maken met meer dan vogels.

Huyskensplas, Stevensweert RivierPark Maasvallei (de Natuur van hier)
In RivierPark Maasvallei vind je een dynamisch en afwisselend landschap (de Natuur van hier)

Grensmaasproject

Het gebied van Borgharen tot aan Roosteren mag wel als het bijzonderste (en mooiste?) deel bestempeld worden. Hier is het unieke plan tot uitvoering gekomen waarbij een combinatie wordt gerealiseerd van waterveiligheid, natuurontwikkeling en grindwinning.

In 2008 ging het zogenaamde Grensmaasproject van start. Van Borgharen tot Roosteren is er de afgelopen 17 jaar hard gewerkt om oevers af te graven en de stroomgeul te verbreden én om grind langs de Maas te winnen (waardoor grindgaten zijn ontstaan). Alles met het oog op grindwinning, waterveiligheid en het creëren van nieuwe natuur. Als het project in 2027 is afgerond, is er zo’n 1250 hectare aan nieuwe natuur bijgekomen in RivierPark Maasvallei. Het project wordt gefinancierd met de grindwinning.

Doordat er geen scheepsvaart plaatsvindt op de Grensmaas en het totale gebied nu vergroot en verbreed is, wordt het een zeer interessante plek voor vogels, zoogdieren en andere dieren om er te leven. De grindgaten die ontstaan zijn na de grindwinning worden door de grindmaatschappijen nog aangepast, zodat deze in de toekomst een ecologische waarde in het gebied kunnen vervullen. Op onderstaande afbeelding heeft Ark Rewilding schematisch weergegeven hoe het gebied aan het veranderen is (Ark Rewilding).

Grensmaas uitvoering (Ark Rewilding)
Uitvoering van het Grensmaasproject (Ark Rewilding)

Lees ook: op zoek naar bijzondere soorten in het Kempen~Broek


Interessante locaties in RivierPark Maasvallei

Door de uitgevoerde werkzaamheden (en werkzaamheden die nu nog worden uitgevoerd) over een lengte van ongeveer 43 kilometer, zijn er langs de Grensmaas veel interessante locaties ontstaan. Hier bespreken we er een aantal. Het gebied kenmerkt zich doordat je op veel plekken mag struinen. Buiten de locaties die we hier noemen zijn er echter nog veel andere plekken te ontdekken, de ene nog mooier dan de andere. Bezoek je het gebied, ga dan zeker niet alleen bij onderstaande locaties kijken, maar ga ook zelf op avontuur. Struin zelf de Maas af, op deze manier leer je het gebied pas écht kennen.

Nederlandse zijde

Iedere locatie in RivierPark Maasvallei is uniek en kan per seizoen totaal verschillend zijn. De voornaamste reden hiervoor is het dynamische karakter van het natuurgebied en het wisselende waterpeil. De Maas is een regengevoerde rivier, waardoor de waterstanden erg kunnen fluctueren. Het gebied wordt begraasd door Galloways en koninkspaarden. Zij zorgen er mede voor hoe het landschap eruit ziet, er ontstaat een bepaalde structuur en paadjes bijvoorbeeld. Het is aan te bevelen om gebieden in wisselende seizoenen en jaren te bezoeken. Ieder bezoek zal tot een andere ervaring leiden.

Je kunt zowel de Nederlandse als de Belgische zijde op dezelfde dag combineren. Er zijn op verschillende plekken langs de Maas pontjes, waarmee je over de Maas kunt. Niet ieder pontje is geschikt om met de auto over te steken, dus kijk hier voor je op pad gaat even naar. Dit kun je handig checken met Google Maps.

Itteren

Bij Itteren is ruim tien jaar gewerkt aan de herinrichting van het Maasdal. Dit heeft een prachtig resultaat gekregen: een ruig, dynamisch landschap waar je vrij kunt struinen. De Maas heeft meer ruimte gekregen. In de Maas en rondom de Maas ontstaan grindbanken, plassen en gevarieerde, levendige oevers.

Je kunt hier onder andere de ijsvogel, cetti’s zanger, oeverlopers, kievit en grote zaagbek (winter) tegenkomen. Het gebied ziet er elk seizoen anders uit en verrast je elke keer weer. In mei van dit jaar heeft er zelfs enige tijd een zeer zeldzame vorkstaartplevier vertoeft.

Koeweide – Grevenbicht

Bij de Koeweide zijn de werkzaamheden op moment van schrijven nog in volle gang. Eind 2027 zouden de werkzaamheden afgerond moeten zijn. Dan kan de natuur eindelijk weer haar gang gaan. De verbrede stroomgeul is een vogelrijk gebied in ontwikkeling. Er is een uitkijkpunt aanwezig. In het uitkijkpunt vind je allerlei informatie over vogelsoorten, de ontwikkeling, geschiedenis en vondsten in het gebied.

Vogels die je hier kunt tegenkomen, zijn bijvoorbeeld visdief, scholekster, kleine plevier, bontbekplevier en boomvalk. Hoewel er nog gewerkt wordt, is het gebied nu al de moeite waard om te bezoeken.

Belgische zijde

Ook aan Belgische zijde is het RivierPark Maasvallei volop in beweging. Hier zie je hoe oude grindwinningsgebieden veranderen in ruige natuur, met nieuwe plassen en geulen. Net als aan de overkant van de Maas mag je in veel gebieden vrij struinen.

De dynamiek van de rivier bepaalt hier het landschap. Dat betekent dat sommige paden tijdelijk onder water kunnen staan of dat je zomaar oog in oog staat met konikpaarden of Gallowayrunderen.

Net als aan Nederlandse zijde is het ook hier de moeite waard om in verschillende seizoenen terug te komen. Door het wisselende waterpeil en de voortdurende ontwikkeling is geen bezoek hetzelfde. En het mooiste? Veel van de Belgische gebieden liggen direct tegenover Nederlandse natuurgebieden — dus je beleeft de Maas echt van twee kanten.

Rotem – Bichterweerd

Dit gebied bestaat uit graslanden, grote grindplassen met eilandjes en struinnatuur. Je kunt hier onder andere diverse eendensoorten zoals krakeend, kuifeend en bergeend zien. Verder maak je ook kans op zwarte stern of witgat en roofvogels als rode wouw en soms zeearend.

Negenoord-Kerkeweerd

Ook hier heeft grindwinning plaatsgevonden en vindt het nog steeds plaats in de buurt. Hier is het gebied nu in ontwikkeling naar ruige, vrije natuur. Er zijn hier veel plassen, opkomende wilgenbossen, struweel, en open oevers. Er zijn wandelpaden aanwezig en een uitkijktoren, gemaakt van klei en ander natuurlijk materiaal uit de omgeving.

Je kunt hier onder andere lepelaar, grauwe klauwier en zomertortel tegenkomen. Ook hier maak je kans op rode wouw en zwarte wouw.

Soorten van RivierPark Maasvallei

Het uitgestrekte en afwisselende landschap heeft een grote aantrekkingskracht op veel planten- en diersoorten. Doordat de verschillende grindwingebieden op andere momenten zijn opgeleverd, zijn er kleine natuurgebieden van verschillende leeftijden ontstaan, die allemaal met elkaar via de Grensmaas zijn verbonden. Zo zijn er kale grindbanken te vinden, bloemrijke graslanden die open worden gehouden door grazers en dichte ooibossen van wilgen en populieren. Het wisselende waterpeil zorgt ervoor dat deze gebieden zo nu en dan onder water komen te staan. Deze wisselende omstandigheden zorgen voor een rijke biodiversiteit in het gebied, ondanks dat de meeste natuur in het gebied nog erg jong is.

Grote grazers

Een belangrijk natuurlijk proces in het natuurgebied wordt gevormd door grote grazers. In RivierPark Maasvallei worden vooral konikpaarden en Galloway runderen ingezet om het (half)open landschap te behouden. De dieren zijn jaarrond in het gebied aanwezig, en met hun natuurlijke gedrag zorgen ze voor een afwisselend landschap waarin veel dieren zich thuis voelen.

Het gedrag van de grazers bepaalt voor een groot deel hoe het landschap in RivierPark Maasvallei eruit ziet. Door het grazen blijft het gebied open. In het open veld zijn er enkele doornachtige struiken zoals meidoorn, sleedoorn en diverse rozensoorten die ontkomen aan het graasgedrag en uitgroeien tot een volwaardige struik, die zeer belangrijk is voor vogels om in te schuilen, te broeden of om vanuit te zingen. Op plekken waar de grazers minder komen, ontstaan ooibossen van wilgen, elzen en populieren.

De poep van de koniks en de Galloways wordt verspreid in het landschap achtergelaten en trekt allerlei insecten aan. In combinatie met de kruidenrijke vegetatie en de (vaak) solitaire doornstruiken zorgt dat insectenetende vogels zich hier helemaal thuis voelen.

Vogelsoorten

De insectenetende vogels die je in dit halfopen landschap kunt tegenkomen zijn onder andere de roodborsttapuit, gele kwikstaart en grasmus. Grotere insecten zoals kevers die worden aangetrokken door de mest van de grote grazers zijn ideale prooien voor de grauwe klauwier. De wat meer open uiterwaarden zijn geschikte plekken voor veldleeuwerik en graspieper en aan de oevers van de Grensmaas vliegen oeverzwaluwen op en af. In de gebieden met wat meer bomen verspreid in het landschap heb je daarnaast kans om het prachtige gekoer van de zomertortel te horen.


Lees ook: de teloorgang van de zomertortel en de opkomst van de bijeneter


Steltloperachtigen

Ook de orde van steltloperachtigen is goed vertegenwoordigd in het waterrijke gebied. Pioniersoorten kleine plevier en (in mindere mate) bontbekplevier speuren op karakteristieke wijze (lopen-stoppen-pikken) naar insecten op grindbanken en aan de oevers van de Grensmaas. Ook andere steltlopers zoals witgat, oeverloper en groenpootruiter zijn op dergelijke wijze regelmatig waar te nemen, terwijl scholeksters en kieviten luid roepend overvliegen.

Meeuwen en sternen zijn verder ook veelvuldig in de gebieden te vinden. Eilanden in de grindplassen zorgen dat kokmeeuwen er veilig kunnen broeden. In deze kolonies worden vaak ook visdieven, zwartkopmeeuwen en zwarte sterns gezien.

Roofvogels

Uiteraard zijn er ook roofvogels in de Maasvallei te vinden. Soorten als buizerd, torenvalk en boomvalk broeden in het gebied. Rode wouw en zwarte wouw broeden in de buurt van Rivierpark Maasvallei en zijn daardoor ook vaak in het gebied te zien. Ook visarend en zeearend worden soms in het gebied waargenomen.

En verder

Eenden, ganzen en zwanen zijn daarnaast ook goed vertegenwoordigd. In de zomer zie je onder andere krakeend, kuifeend en bergeend. In de winter zijn leuke soorten zoals het nonnetje en de grote zaagbek op de Grensmaas te zien. Zo nu en dan wordt er in de Maasvallei ook regelmatig een zeldzaamheid zoals een kleine topper of een bronskopeend ontdekt.

Tot slot zijn ook nog de wat grotere watervogels in RivierPark Maasvallei te vinden. Blauwe reiger en grote zilverreiger zijn bij praktisch iedere plas aan te treffen. Sporadisch worden ook andere reigersoorten zoals kleine zilverreiger, koereiger en kwak gezien. Ook lepelaars zijn steeds vaker bij grindplassen te zien.

Zoogdieren

Tot slot dienen we nog de zoogdieren te benoemen en dan met name de bever. De bever heeft het natuurgebied RivierPark Maasvallei omarmt en vormt het landschap naar zijn zin. De werklust van dit bijzondere dier zorgt ervoor dat er veel dode bomen (staand en liggend) zijn, wat de biodiversiteit in het gebied enorm verhoogt. In 2024 zijn ook weer sporen van de otter in het Grensmaasgebied gevonden. De terugkeer van dit bijzondere roofdier is een teken dat dit weelderige en dynamische ecosysteem zich aan het herstellen is.

Tot slot

In deze blog heb je kennis gemaakt met het bijzondere RivierPark Maasvallei. Wil je meer inspiratie krijgen over bijzondere natuurgebieden, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Buizerd, sperwer en havik – Roofvogels in Nederland – deel II

buizerds en haviken in Nederland

In het eerste deel van de blogserie roofvogels in Nederland hebben we gezien wat roofvogels precies zijn en welke soorten er in Nederland voorkomen. In het tweede deel gaan we dieper in op de eerste soorten: de buizerd, sperwer en havik. We bespreken de kenmerken, voedsel, leefwijze, voortplanting en trekgedrag van iedere soort. Tot slot kom er ook nog een wintergast aan bod. Lees dus snel verder!

Buizerd en zwarte kraai in gevecht (De Natuur van hier)
Buizerd en zwarte kraai in gevecht (De Natuur van hier)

Inhoudsopgave

Buizerd (Buteo buteo)

We starten de lijst met de meest algemene roofvogel van ons land, de buizerd. Buizerds zijn middelgrote tot grote roofvogels en kunnen een lichaamslengte van 40 tot 52 centimeter bereiken en een spanwijdte van 109 tot 136 centimeter. Vrouwtjes worden wat groter dan mannetjes. Buizerds hebben een variërend verenkleed. Van heel licht (bijna volledig wit) tot heel donker(bruin) komt voor. In vlucht zijn ze goed te herkennen: enkele vleugelslagen, waarna ze kort zweven en dan weer een paar vleugelslagen doen. Het is een forse, brede roofvogel, met lange, brede vleugels en een korte, brede staart. In vlucht is een ondiepe V-vorm in de vleugels op te merken.

Buizerd
De buizerd is de meest voorkomende roofvogel in Nederland én in Europa

Leefwijze en voedsel

Waar voorheen buizerds in ons land bijna alleen maar in bosrijke gebieden voorkwamen, hebben ze zich tegenwoordig ook weten te verspreiden naar andere leefgebieden. Ze leven (en broeden) tegenwoordig ook in bosranden, kleine bosjes, cultuurlandschap, heidegebieden duinen met struweel en bomen. Ze worden zelfs steeds vaker in en aan de randen van steden waargenomen.

Buizerds zijn echte opportunisten als het op voedsel aankomt. Hierdoor hebben ze zich ook breed weten te verspreiden in Europa. Ze eten wat in het leefgebied voor handen is. Kleine zoogdieren zoals muizen en jonge konijnen, maar ook vogels en amfibieën staan op het menu. Verder worden er ook regenwormen en insecten gegeten. Ook eten ze soms aas.

Voortplanting en trekgedrag

Buizerds maken een groot nest. Ze gebruiken daarnaast ook oude nesten van andere roofvogels. Ze hebben in hun territorium vaak meerdere nesten en wisselen per jaar nog wel eens van nest. Meestal worden er twee tot vier eieren gelegd, in de periode april-mei. Na meer dan een maand broeden komen de jongen uit het ei. Na een kleine twee maanden vliegen de jongen uit, maar worden dan nog zes á zeven weken bijgevoerd door de ouders.

Als broedvogels is de buizerd de laatste decennia flink toegenomen. Dit komt met name door het verbieden van bepaalde landbouwgiffen in de jaren ’70. Als overwinteraar neemt de buizerd echter licht af.

In Nederland zijn buizerds hoofdzakelijk standvogels, maar Scandinavische exemplaren zijn wel trekvogels. In de winter worden ‘onze’ buizerds dan ook vergezeld door Scandinavische vogels.


Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Sperwer (Accipiter nisus)

Een andere roofvogel die je jaarrond in Nederland kunt aantreffen is de sperwer. Deze kleine roofvogel kan een lichaamslengte bereiken tussen de 28 en 40 centimeter en een spanwijdte van 56 tot 78 centimeter. Vrouwtjes worden een stuk groter dan mannetjes.

Opvallend zijn de gele iris en de gele poten van de sperwer. Verenkleed is aan de onderzijde lichtgekleurd en de bovenzijde donker. Bij mannetjes is de bovenzijde meer grijsachtig, bij vrouwtjes en juveniele dieren is het meer bruin. Sperwers hebben een gebandeerde staart en ook de onderzijde van het lichaam is gebandeerd. Verder zijn de brede vleugels opvallend en de grote, hoekige staart.

Sperwer (shutterstock)
De sperwer is een van de kleinere roofvogels in ons land. Vrouwtjes worden een stuk groter dan mannetjes (Shutterstock)

Leefwijze en voedsel

De sperwer heeft zich in Nederland wijd verspreid en komt bijna overal waar bomen staan voor. Open bossen zijn favoriet, maar ze komen ook voor in het halfopen landschapen soms in tuinen en parken. Vooral in de winter zijn sperwers in tuinen te zien, ze jagen dan rondom de voedertafels.

Ze eten namelijk voornamelijk zangvogels. Mezen, zoals pimpelmees en koolmees, huismussen en vinken worden gegrepen. Het grotere vrouwtje vangt daarnaast ook spreeuwen, lijsters en tortels.

Voortplanting en trekgedrag

Sperwers bouwen ieder jaar een nieuw nest, waarin ze twee tot zes eieren leggen. Het nest wordt meestal gebouwd in een boom, soms in een struik. Na 32 tot 34 dagen broeden komen de eieren uit. De jongen zijn na een kleine maand vliegvlug.

Nederlandse vogels zijn hoofdzakelijk standvogels. In de winter zijn er ook exemplaren uit Scandinavië en Rusland in ons land te vinden. Sinds de jaren ’70 is de sperwer in Nederland toegenomen, voornamelijk door het verbieden van bepaalde landbouwgiffen. De laatste jaren is er echter weer een afname zichtbaar.

Sperwer in vlucht (de Natuur van hier)
Sperwer in vlucht (de Natuur van hier)

Lees ook: Marters in Nederland


Havik (Astur gentilis)

Dan zijn we aangekomen bij de havik. Deze middelgrote tot grote roofvogel lijkt veel op de sperwer, maar is groter en hebben een wat verder uitstekende kop. Het vrouwtje wordt een stuk groter dan het mannetje. Ze kunnen een lichaamslengte van 46 tot 63 centimeter bereiken, met een spanwijdte van 89 tot 122 centimeter.

Wat verder opvalt in tegenstelling tot de sperwer is de afgeronde staart. Volwassen haviken hebben een grijze bovenzijde en een licht gekleurde onderzijde, met dunne, grijze strepen. Opvallend is verder de witte wenkbrauwstreep.

Havik
De havik heeft een opvallende witte wenkbrauwstreep

Leefwijze en voedsel

Haviken hebben een vast en groot territorium. Ze broeden in bosgebied, maar het jaaggebied is gevarieerder. Dit bestaat uit (open) bossen, weilanden en soms zelfs akkers. Op sommige plekken worden ze zelfs in steden gezien.

Het voedsel bestaat voornamelijk uit zoogdieren en middelgrote vogels. Konijnen, eekhoorns, duiven, lijsters en kraaien zoals gaai en soms ekster worden gegeten. Een prooi wordt vaak gevangen door onbeweeglijk op een tak te wachten totdat het prooidier voorbij komt. Door op het juiste moment pijlsnel op zijn prooi af te vliegen weet de havik deze te vangen. Soms jagen haviken ook vanuit een stootduik vanuit de lucht, zoals slechtvalken dit doen.

Voortplanting en trekgedrag

Haviken maken een groot nest, hoog in de boomkruin. Over het algemeen hebben ze één legsel, met één tot vijf eieren. De eieren worden in 32 tot 38 dagen uitgebroed. Na iets meer dan een maand vliegen de jongen uit. Ze worden dan nog geruime tijd bijgevoerd.

De haviken in Nederland zijn echte standvogels. Net zoals bij de andere roofvogels in deze blog is de populatie haviken in Nederland sinds de jaren ’70 weer toegenomen.

Wintergast

In de winter is er nog een kans om een andere buizerd dan de gewone buizerd in ons land te zien: de ruigpootbuizerd (Buteo lagopus). In de voorjaar broeden ze in de Noorse bergen en komen ze voor in een gebied langs de noordpool, maar in de winter trekken ze naar het zuiden en overwinteren verspreid in Europa. Het is echter wel een zeldzaamheid om te zien en vaak worden gewone buizerds aangezien voor ruigpootbuizerden.

De ruigpootbuizerd heeft een witte staart met een of meerdere zwarte banden. Daarnaast hebben ze opvallend zwarte polsvlekken. Ook het vlieggedrag verschilt ten opzichte van de gewone buizerd. De ruigpootbuizerd heeft een trage vleugelslag, die van de gewone buizerd is een stuk sneller. De gewone buizerd heeft een sterk variërend verenkleed en kan daardoor in sommige gevallen veel lijken op de ruigpootbuizerd.

Ruigpootbuizerd (Shutterstock)
De ruigpootbuizerd heeft zwarte polsvlekken en een witte staart met een of meerdere zwarte banden (Shutterstock)

Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen een sperwer en een havik?

Haviken zijn over het algemeen groter en steviger gebouwd dan sperwers. Echter zijn vrouwtjes haviken een stuk groter dan mannetjes haviken, waardoor man havik gemakkelijk met een sperwer verward kan worden. Haviken hebben echter nog meer uitgesproken hoofdtekening met een duidelijke witte wenkbrauwstreep.

Wat is het verschil tussen een sperwer en een buizerd?

Buizerds zijn veel grotere en stevigere vogels dan sperwer. Buizerds vliegen daarnaast vaak hoog in de lucht, zwevend op thermiek, en sperwers vliegen lager bij de grond in de zoektocht naar voedsel. Het verenkleed van buizerd varieert enorm, van heel licht tot heel donkerbruin. Sperwers hebben een lichte onderzijde en een donkere (grijs of bruin) bovenzijde.

Wat is het verschil tussen een buizerd en een ruigpootbuizerd?

De ruigpootbuizerd heeft een witte staart met een of meerder zwarte banden en zwarte polsvlekken. De ruigpootbuizerd is over het algemeen alleen in de winter in Nederland te zien. Het verenkleed van de gewone buizerd kan sterk variëren, van bijna wit tot donkerbruin. Sommige exemplaren lijken daarom soms erg op een ruigpootbuizerd.

De serie Roofvogels in Nederland

In totaal zijn er zes delen nodig om de orde Accipitriformes te bespreken. De valken, de orde Falconiformes, worden in een apart deel besproken. De uilen zijn al een keer in een driedelige blog besproken. Via onderstaand overzicht kom je bij de verschillende soorten terecht.

Roofvogels in Nederland – deel I

Buizerd, sperwer en havik – deel II

Kiekendieven – deel III

Wouwen en wespendief – deel IV

Arenden – deel V

Gieren – deel VI

Valken in Nederland

Uilen in Nederland – deel I

Uilen in Nederland – deel II

Uilen in Nederland – deel III

Tot slot

Nu weet je hoe je de buizerd, sperwer en havik kunt herkennen. Wil je meer handige tips ontvangen over het herkennen van diersoorten, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs én op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Roofvogels in Nederland

Roofvogels in Nederland

Een van de sierlijkste vogels in de lucht zijn de roofvogels. Deze majestueuze dieren zijn de heersers van de lucht en altijd een beleving wanneer je er een spot. In Nederland kennen we veel verschillende soorten roofvogels, ieder met zijn eigen kenmerken. Van de kleine sperwer tot de vliegende deur, de zeearend. In deze blogserie komen ze allemaal voorbij!

Sperwer - roofvogels in Nederland
De sperwer is een van de kleinste roofvogels die je in Nederland kunt tegen komen. Vergis je echter niet door het formaat, het zijn zeer goede jagers.

Inhoudsopgave

Wat zijn roofvogels?

Met roofvogels wordt over het algemeen de ordes Falconiformes en Accipitriformes bedoeld. Echter blijkt uit onderzoek uit 2008 dat de Falconiformes, de valken, een eigen familie in een eigen orde vormen. Door dit onderzoek zijn ze een stapje dichter bij de papegaaiachtigen en zangvogels geplaatst dan de rest van de roofvogels. Ook de uilen vormen een aparte orde, maar dit was al langer bekend. De valken en uilen worden beide in een aparte blog(serie) besproken. In deze blogserie worden dus alleen de Accipitriformes besproken. Hiertoe behoren de families havikachtigen, gieren van de nieuwe wereld (niet in Nederland voorkomend), visarend en secretarisvogel (niet in Nederland voorkomend).


Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Wat nou precies roofvogels zijn is taxonomisch dus lastig uit te leggen. Qua uiterlijk en gedrag vertonen de twee ordes (Falconiformes en Accipitriformes) wel een aantal overeenkomsten. Al zijn er natuurlijk ook nog andere soorten met zulke kenmerken, zoals uilen en sommige zangvogels zoals klauwieren.

Roofvogels jagen op prooien en eten (in sommige gevallen) aas. De verschillende soorten jagen op allerlei prooidieren zoals zoogdieren, vogels, vissen en insecten. Torenvalken jagen vooral op muizen, boomvalken, steenuilen en wespendieven eten ook insecten en zeearenden jagen onder andere op eenden en op ganzen. Prooidieren worden gevangen in de lucht, op de grond en in het water. Ze staan (meestal) bovenaan de voedselketen en behoren tot de toppredatoren van een ecosysteem.

Welke roofvogels zijn er in Nederland?

Zoals gezegd zijn er van de orde Accipitriformes twee families waarvan soorten in Nederland voorkomen: de Accipitridae (havikachtigen) en de Pandionidae (visarend). De familie Pandionidae bestaat enkel uit de visarend, die sinds 2016 weer in Nederland broedt. Van de familie havikachtigen komen veel meer soorten voor in Nederland. Tot deze familie behoren onder andere de kiekendieven, wouwen en de arenden.

Visarend roofvogels in Nederland
De visarend verschilt in verschillende opzichten van de andere roofvogels, waardoor deze in een aparte familie is geplaatst

In totaal zijn er 12 soorten die in Nederland broeden:

Sperwer (Accipiter nisus)Havik (Astur gentilis)
Buizerd (Buteo buteo)Blauwe kiekendief (Circus cyaneus)
Bruine kiekendief (Circus aeruginosus)Grauwe kiekendief (Circus pygargus)
Steppekiekendief (Circus macrourus)Wespendief (Pernis apivorus)
Rode wouw (Milvus milvus)Zwarte wouw (Milvus migrans)
Zeearend (Haliaeetus albicilla)Visarend (Pandion haliaetus)

Dan zijn er nog een aantal soorten die hier niet broeden, maar wel voorkomen, bijvoorbeeld als dwaal-, zomer- of wintergast. Voorbeelden hiervan zijn de ruigpootbuizerd, slangenarend, steenarend, grijze wouw, vale gier, lammergier en monniksgier.


Lees ook: op zoek naar bijzondere soorten in het Kempen~Broek


Taxonomie roofvogels in Nederland (De Natuur van hier)
Taxonomie roofvogels in Nederland. In deze taxonomische indeling zijn de valken buiten beschouwing gelaten. Deze worden in een andere deel besproken (De Natuur van hier)

De serie Roofvogels in Nederland

In totaal zijn er zes delen nodig om de orde Accipitriformes te bespreken. De valken, de orde Falconiformes, worden in een apart deel besproken. De uilen zijn al een keer in een driedelige blog besproken. Via onderstaand overzicht kom je bij de verschillende soorten terecht.

Roofvogels in Nederland – deel I

Buizerd, sperwer en havik – deel II

Kiekendieven – deel III

Wouwen en wespendief- deel IV

Arenden – deel V

Gieren – deel VI

Valken in Nederland

Uilen in Nederland – deel I

Uilen in Nederland – deel II

Uilen in Nederland – deel III

Zwarte wouw, een van wouwen die je in Nederland kunt zien
Zwarte wouw, een van wouwen die je in Nederland kunt zien

Tot slot

Dit was de eerste introductie in de orde Roofvogels. Wil je meer handige tips ontvangen over het herkennen van diersoorten, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons via onze socials!

Camera voor in de nestkast – tips en instructies

Nestcamera´s Green Backyard

De huidige technieken maken het mogelijk om vogels en andere dieren voortaan van dichterbij te bekijken dan dat we ooit hadden gedacht. Met behulp van wificamera’s is het mogelijk om paargedrag, eileg, opgroei van juveniele dieren en nog veel meer ander gedrag van vogels, eekhoorns, egels en andere dieren te volgen. De nestkast camera kan ook een belangrijk aandeel hebben in het onderzoek naar en de bescherming van (kwetsbare) diersoorten. In deze blog vertellen welke camera’s er allemaal zijn, geven we je de beste tips en instructies om zelf aan de slag te gaan met de camera’s. Voortaan kun je dus alles in de gaten houden water in de tuin of in de natuur gebeurt!

Inhoudsopgave

Hoe installeer je een camera?

Het installeren is heel eenvoudig. Je begint met het downloaden van de app. Hiervoor heb je twee keuzes. Je kunt de app Greenback Yard downloaden of de app ICSee. Beide werken hetzelfde qua installatie en het uiterlijk van de app ziet er voor beide ook hetzelfde uit. Na het downloaden van de app maak je een account aan en koppel je de app aan je netwerk. Bewaar je inloggegevens goed.

Daarna kun je aan de slag met het aansluiten van de camera. In feite kun je ook eerst de camera aansluiten en daarna de app downloaden. Op de foto hieronder zie je wat er allemaal in de doos zit. Dit nemen we stap voor stap met je door, zodat je de camera en de ontvanger kunt aansluiten.

Unboxing Longe Range Camera (de Natuur van hier)
Unboxing Longe Range Camera (de Natuur van hier)

Er zitten twee stekkers met kabels in de doos. Een voor de camera, de andere voor de ontvanger (let op: dit geldt voor de Longe Range Camera. Inhoud van de doos kan per type camera verschillen). Bij de camera zie je ook het ophangsysteem liggen, inclusief de schroeven. Rechts van de camera ligt de ontvanger van de camera. Hier draai je straks een antenne op. Daarnaast ligt de ontvanger die je in je modem of router inplugt, samen met de witte internetkabel (boven in beeld). Er is een antenne voor de ontvanger van de camera, dit is de antenne die knikbaar is (rechts). De andere antenne gebruik je voor de ontvanger van de modem/router.

Klaar voor installatie (de Natuur van hier)
Klaar voor installatie (de Natuur van hier)

Op de foto hierboven zie je hoe we alles aan elkaar hebben gekoppeld. In plaats van de camera met stekker te gebruiken, gebruiken wij een accu. The Greenback Yard heeft een speciale kabel die je aan de ene kant aan de camera aansluit en aan de andere kant twee klemmen heeft om aan de accu aan te sluiten. Een handige oplossing als je geen stopcontact in de buurt hebt. Op de website kun je ook andere mogelijkheden hiervoor vinden, zoals een batterij of een zonnepaneel.

De camera koppel je dus aan de ontvanger. Op de ontvanger draai je de knikbare antenne. Ook koppel je de camera ofwel aan de stekker of aan een andere manier van stroom. Dit zie je allemaal op de linkerkant van de foto. Op de rechterkant zie je het gedeelte wat je nodig hebt voor je modem/router. Die ontvanger koppel je aan de stekker en je plugt de internetkabel in.

Vervolgens verbind je de ontvanger door middel van de internetkabel aan je modem/router. Ook steek je de stekker in het stopcontact. De camera hang je op waar je de vogels wil zien: in een nestkast, bij een voederhuis of welke plek dan maar ook. Ook deze stekker steek je in het stopcontact of je zorgt er op een andere manier voor dat de camera voeding krijgt. Als alles goed is gegaan, zie je een rood en groen lampje branden bij de ontvanger van de modem/router (waar de internetkabel is ingestoken).

In de doos zit een sticker met QR-code (niet afgebeeld op de foto’s hierboven). Je gaat naar de app en klikt op het plusje (+) rechts bovenin beeld. Kies dan voor ‘scan’ en je kunt de QR-code scannen. De app laadt dan de camera in en je hebt gelijk beeld! Je kunt de camera een naam geven en bij instellingen verder personaliseren (bijvoorbeeld het opnemen van video’s, de kwaliteit, de tijd en datum enzovoorts). Nu maar afwachten tot de eerste vogel zich laat zien!

Samengevat:

  1. Download de app ICSee of Greenback Yard en maak een account aan.
  2. Sluit de kabels voor de camera op elkaar aan.
  3. Sluit de ontvanger aan op de router/modem.
  4. Controleer of het groene én rode lampje branden bij de ontvanger.
  5. Scan in de app via de knop rechts bovenin , het plusje, de QR-code die je bij de camera hebt gekregen.
  6. De app laadt de camera in en je hebt beeld!

Welke type camera’s zijn er?

Green Backyard heeft verschillende soorten (nestkast)camera’s, voor iedere situatie is wel een geschikte camera te vinden. Hieronder bespreken we de meest gekozen camera’s.

Wireless Bird Box Camera

Dit is het standaard model nestkastcamera die te gebruiken is voor de meeste vogelhuisjes vlakbij huis. Met een groothoekweergave van 120 graden krijg je de hele binnenkant van het vogelhuisje goed in beeld, waardoor het niet kan voorkomen dat vogels net buiten beeld zitten. Het beeld is overdag in Ultra HD kleurenbeeld te ontvangen. ’s Nachts schakelt de camera over op zwart-wit beeld, maar zijn activiteiten in de kast nog heel goed te volgen. Een zeer gevoelige microfoon zorgt ervoor dat ook alle geluiden die in de kast gemaakt worden goed te horen zijn.

Wireless Bird Box Camera (Green Backyard)
Wireless Bird Box Camera (Green Backyard)

Beelden van de camera zijn via WIFI live te bekijken met de app. via je smartphone, tablet of PC. Wanneer de camera beweging in de nestkast detecteert, krijg je handig een pushmelding waardoor je nooit iets hoeft te missen. De camera dient te worden aangesloten op netstroom, of deze dient meteen oplaadbare accu te worden voorzien van stroom.

Via deze link bestel je de Wireless Bird Box Camera van Green Backyard.


Lees ook: bouwtekening nestkast koolmees


Longe Range Wireless Outdoor IP Bird Box Camera

De Longe Range Camera van Green Backyard kent alle gemakken en eigenschappen van de Wireless Bird Box Camera, maar heeft als unieke functie dat deze op een veel grotere afstand te gebruiken is. De Camera heeft een bereik tot maar liefst 180 meter (!) en kan daardoor helemaal achteraan in een grote tuin of in een nabij gelegen bos gemonteerd worden. Vogels die schuwer zijn (of een ander biotoop nodig hebben) kunnen daardoor ook perfect hiermee in beeld gebracht worden. Denk hierbij aan roofvogels zoals torenvalken, maar ook uilen zoals steenuilen, bosuilen en kerkuilen zijn vogels die soms wel in grote tuinen of bosachtige gebieden broeden, iets verder van het huis af. Maar ook kraaiachtigen (zoals de kauw) en spechten houden vaak van wat rust en privacy. Deze camera stelt je in staat om deze bijzondere vogels van dichtbij mee te maken.


Longe Range Wireless Bird Box Camera (Green Backyard)
Longe Range Wireless Bird Box Camera (Green Backyard)
Torenvalk man en vrouw in nestkast (de Natuur van hier)
Beelden gemaakt met de Longe Range Camera: torenvalk man en vrouw samen in de nestkast (de Natuur van hier)
Voordelen van de longe range camera

Met behulp van een ontvanger, die in huis wordt geïnstalleerd, ben je in staat om het signaal van de nestkastcamera te ontvangen, die een heel eind verderop staat. De ontvanger is zelfs in staat om van twee camera’s het signaal te ontvangen, waardoor je dus meerdere camera’s in je tuin op afstand kunt plaatsen. Het enige wat nog mist is die bijzondere vogels voor je nestcamera waar je zo op hoopt! Onderstaand een tweetal video’s die we hebben opgenomen met de Longe Range Bird Box Camera. Zoals je ziet super scherp beeld en ook nog eens goed geluid, wat vooral goed te horen is bij de video van de kerkuil (pas op, zet het geluid niet te hard).

Via deze link bestel je de Long Range Bird Box Camera van Green Backyard.

Torenvalk man toont nestkast aan mevrouw torenvalk (de Natuur van hier)
Kerkuil komt de nestkast binnen en laat zich goed horen (de Natuur van hier)

Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder

De derde camera combinatie die we uitlichten is de wifi camera in combinatie met de eekhoornvoederplaats. Dit pakket bevat een Wifi Camera én een eekhoornvoederplaats. Het enige wat je dus hoeft te doen is de voederplaats op te hangen, eenvoudig de camera te installeren en wat voor aan te bieden voor de eekhoorns. En zodra de eekhoorns het voer ontdekt hebben is het genieten van het actieve en speelse gedrag van deze kleine zoogdieren.

Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder (Green Backyard)
Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder (Green Backyard)

De camera is waterdicht en kan zowel dag- als nachtopnames maken. Het eekhoornvoederhuisje is gemaakt van duurzaam cederhout. Het voederhuis kan gemakkelijk voorzien worden van pinda’s en andere noten, het favoriete voedsel van eekhoorns. Doordat de camera op een kleine afstand van het voederhuis wordt geplaatst, heb je een goed beeld van het gedrag van de eekhoorns. De eekhoorns zien eten, spelen en capriolen zien uithalen zonder dat je ze stoort is een fantastische ervaring.

Via deze link bestel je de Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder van Green Backyard.

Eekhoorns zijn leuke en actieve dieren om met een camera in de gaten te houden. Ze halen vaak de gekste kapriolen uit om bij het eten te komen wat voor de camera wordt aangeboden
Eekhoorns zijn leuke en actieve dieren om met een camera in de gaten te houden. Ze halen vaak de gekste capriolen uit om bij het eten te komen wat voor de camera wordt aangeboden

Waar kun je de nestcamera’s voor gebruiken

We hebben een aantal voorbeelden gegeven van welke camera’s er zijn en hoe je deze kunt gebruiken, maar er zijn nog veel meer mogelijkheden. Je kunt de camera in de nestkast plaatsen, maar wil je echt alles meekrijgen dan kun je er ook nog één aan de buitenkant plaatsen. Zo kun je precies zien wat er zich binnen én buiten de nestkast zich afspeelt. Vooral bij roofvogels en uilen is het leuk om dit te doen, omdat deze ook regelmatig buiten de kast zitten.

Maar buiten nestkasten van vogels zijn er ook nog andere zaken die in beeld gebracht kunnen worden. We gaven al het voorbeeld van het voederhuis voor eekhoorns, maar ook een voedertafel voor vogels is enorm leuk om in beeld te brengen. Als je verschillende soorten voer aanbiedt komen er allerlei soorten vogels op je voedertafel af. Van kleine zangvogels tot grotere zangvogels (kraaien) en spechten. Een gevarieerd aanbod voor je camera dus!

Daarnaast is het ook nog mogelijk om de camera te plaatsen in een vleermuizenkast. Als deze dan gebruikt gaat worden als slaapplek door vleermuizen krijg je wel heel bijzondere beelden! Heb jij nog andere ideeën hoe je met deze camera’s beelden kunt maken van wildlife in je tuin of in de natuur? Laat het ons dan weten in de comments, wij zijn erg benieuwd naar jullie toepassingen!


Lees ook: nestkast ophangen voor vogels – tips


Benieuwd wat er binnen in de nestkast gebeurd? Bestel dan je eigen nestkastcamera en volg alles op de voet!
Benieuwd wat er binnen in de nestkast gebeurd? Bestel dan je eigen nestkastcamera en volg alles op de voet!

Ben jij er al uit welke camera het beste bij jou past? Bestel via deze link dan de camera, dan kun je binnenkort genieten van alle wilde dieren in jouw tuin!

Veelgestelde vragen

Is het installeren van een nestcamera moeilijk?

Nee, het installeren van een camera voor in de nestkast of een andere toepassing is heel eenvoudig. Het is een plug-and-play principe, waarbij het aansluiten van de camera, het downloaden van de app en het scannen van een QR-code eigenlijk de enige dingen zijn die je moet doen. Binnen no-time heb je dus livebeeld.

Heb je wifi nodig om live te kunnen kijken?

Je hoeft niet met de wifi verbonden te zijn waarmee de camera verbonden is om toegang tot de livebeelden te hebben. De livebeelden kunnen van overal bekeken worden. Zo heb je dus altijd toegang tot het beeld van de camera.

Is de camera waterdicht?

Ja, de meeste nestkastcamera´s van Green Backyard zijn waterdicht. Enkel de Wireless Bird Box Camera en IP Bird Box Camera zijn niet volledig waterdicht en hebben bescherming nodig.

Hebben de camera’s nachtzicht?

Ja, de camera´s van Green Backyard hebben allen nachtzicht. Hier wordt speciaal infraroodlicht voor gebruikt, zodat dieren niet schrikken van het licht wanneer er een video wordt gemaakt.

Werkt de camera ook op een batterij?

De camera’s kunnen worden aangesloten op het netstroom, maar wanneer dit niet in de buurt is kan de stroom ook worden voorzien met behulp van een accu. 12 volt accu’s zijn geschikt om de camera te voorzien van stroom. Handig als je de camera achterin een grote tuin of in nabij gelegen natuur plaatst!

Tot slot

Nu weet je alles over het plaatsen van een nestkastcamera Wil je meer handige tips ontvangen over een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Slangen in Nederland

Gladde slang

In het laatste deel van reptielen in Nederland bespreken we de slangen die in Nederland voorkomen. Ondanks dat de meeste bij Nederland niet meteen aan slangen denken, komen er toch drie inheemse soorten voor, waarvan er één zelfs giftig is. In deze blog bespreken we de drie slangensoorten uitvoerig. Zo weet je dus meteen welke soort je straks tegenkomt tijdens je wandeling in de Nederlandse natuur.

Omslagfoto: gladde slang (Shutterstock)

Adder (Shutterstock)
Adder (Shutterstock)

Inhoudsopgave

Het leven van slangen

De laatste groep reptielen die we bespreken, zijn de slangen. Slangen zijn opmerkelijke dieren, vooral omdat ze geen ledematen hebben. Ooit hebben ze wel poten gehad, maar in de loop der tijd (evolutie) zijn ze deze verloren en gaan ze dus zonder door het leven. Maar dat is niet het enige opmerkelijke aan slangen. Zo hebben ze bijvoorbeeld ook bijzondere kaken. Deze zijn zo aangepast dat ze extreem ver open kunnen, waardoor ze prooien kunnen eten die groter zijn (in diameter) dan hun eigen lichaam.

Het belangrijkste zintuig voor slangen is de reuk. Ruiken doen ze niet via de neus, zoals wij dat doen, maar via de tong. Met de tong worden geurdeeltjes opgevangen, die vervolgens bij het orgaan van Jacobson terecht komen, gelegen in het gehemelte. Hier worden de geuren die de slang uit de omgeving opneemt geanalyseerd en zo bepaalt de slang of er een prooi in de buurt is of niet.

Over het algemeen leven slangen solitair. In de winter gaan ze in winterslaap en zoeken dan een vorstvrije plek op waar ze dan gedurende een ruime tijd verblijven. In het voorjaar, wanneer het warm genoeg is, komen ze weer tevoorschijn. Snel daarna volgt de paring en is het seizoen voor slangen officieel van start gegaan.


Lees ook: salamanders in Nederland


Ringslang (Natrix helvetica)

We starten met de grootste slang in Nederland, de ringslang. Deze liefhebber van waterrijke omgevingen is gemakkelijk te herkennen als je weet waar je op moet letten.

Ringslang (Shutterstock) slangen in Nederland
De ringslang is de grootste slang in Nederland (Shutterstock)

Kenmerken en levenswijze

Het beste kenmerk waar je de ringslang aan kunt herkennen is de gele (in sommige gevallen wittige) ring achter de kop. Deze worden aangevuld met twee zwarte vlekken. De rest van het lichaam kan variëren, maar is meestal lichtbruin, lichtgroenig of grijs. Op de flanken zijn vaak zwarte vlekjes te zien. Een ander opvallend kenmerk zijn de ronde pupillen.

In Nederland wordt de ringslang meestal niet groter dan 1,20 meter. De vrouwtjes althans, de mannetjes blijven wat kleiner en worden vaak niet groter dan 1 meter. In sommige gevallen worden ze groter, maar dit is sterk afhankelijk van de locatie waar ze voorkomen en de omstandigheden waarin ze leven. Ook is er verschil in de verschillende ondersoorten.

Ringslangen houden van een waterrijke omgeving en kunnen goed zwemmen. Ook het hoofdvoedsel is te linken aan de waterrijke omgeving. Vooral amfibieën, zoals kikkers, worden gegeten, maar daarnaast ook vis en andere gewervelde dieren.

Vanaf begin april komen de ringslangen uit de winterslaap en dan start ook vrijwel meteen de paartijd. Vervolgens worden er 20-30 eieren afgezet. Over natuurlijke eiafzetplaatsen is weinig bekend, maar het aanleggen van broeihopen voor de eiafzet blijkt erg succesvol te zijn. Broeihopen zijn hopen van compost en/of mest (met name paardenmest). Deze broeihopen zijn zeer geschikt voor ringslangen om hun eieren in te leggen. Doordat de hopen gaan broeien, wordt de temperatuur in de broeihoop warmer waardoor de eieren tot ontwikkeling komen.

Ringslangen houden van waterrijke gebieden
Ringslangen houden van waterrijke gebieden

Voorkomen in Nederland

Zoals gezegd houdt de ringslang van een waterrijke omgeving, dit is dus ook erg bepalend voor waar ze voorkomen in Nederland. Het zwaartepunt van de verspreiding ligt dan ook rondom het IJsselmeer. Verder in het land komen ze op plekken ook voor, maar beduidend minder goed verspreid. De ringslang staat op de Rode Lijst als kwetsbaar. De laatste 12 jaar is een matige afname zichtbaar (cijfers via RAVON).

Naast de gewone ringslang komt er nog een ringslang voor in Nederland, de Oostelijke ringslang (Natrix natrix). De oostelijke ringslang is een invasieve exoot welke erg lijkt op de inheemse ringslang, maar over het algemeen wat kleiner blijft. Pas sinds enkele jaren is dit onderscheid gemaakt in soorten. De oostelijke ringslang is uitgezet in de Nederlandse natuur en is te vinden in Zuid-Holland en Zuid-Limburg. Ze kunnen hybridiseren met de ‘gewone’ ringslang, wat een bedreiging kan vormen voor de inheemse soort.


Lees ook: de beekprik, rivierprik en zeeprik


Gladde slang (Coronella austriaca)

Dan volgt de gladde slang, een ander lid uit de familie toornslangachitgen. De gladde slang is een wat minder bekende soort door zijn verborgen levenswijze, maar daarom niet minder mooi!

Gladde slang (Shutterstock) slangen in Nederland
De gladde slang dankt zijn naam aan de ongekielde schubben, die ze een glad uiterlijk geven (Shutterstock)

Kenmerken en levenswijze

Het belangrijkste kenmerk van de gladde slang zijn de ongekielde, gladde schubben. Dit geeft de slang een glad uiterlijk, waardoor deze er anders uitziet dan de andere twee voorkomende slangen in ons land. Ze kunnen tot 80 centimeter groot worden, maar worden vaak niet groter dan 65 centimeter. In tegenstelling tot de adder (waarmee ze wel eens verward worden) hebben ze geen duidelijk zigzagpatroon op de rug, maar meestal een rij zwarte vlekjes over het lichaam (hier kan per individu wel groot verschil in zitten). Ze hebben ronde pupillen en een enigszins eivormige/spatelvormige kop. De slanke lichaamsbouw valt verder ook op.

Doordat ze een wat teruggetrokken en verborgen levenswijze hebben, is het de minst bekende slang die voorkomt in ons land. Ze overwinteren in holen in de grond. Dit doen ze meestal vanaf oktober tot april. In april komen ze weer tevoorschijn, en na enige tijd begint de paartijd. Gladde slangen zijn (net zoals de levendbarende hagedissen en hazelworm) eierlevendbarend, wat betekent dat ze de eieren in de buik uitbroeden (met behulp van de lichaamswarmte). In totaal hebben ze tussen de 2 en 13 eieren die na zo’n 3 maanden uitkomen.

Het voedsel van de gladde slang is gevarieerd en bestaat uit muizen, hagedissen en andere slangen. Daarnaast worden ook eieren van andere dieren gegeten. Ook soortgenoten worden gegeten. Kannibalisme is bij gladde slangen niet vreemd.


Lees ook: wat is het verschil tussen kikkers en padden


Voorkomen in Nederland

De gladde slang komt in Nederland voor in het oosten en zuiden van het land. Ze komen niet voor op kleigronden. Vooral hoge zandgronden en hoogveengronden. Droge heidegebieden, open bossen en hoogveengebied zijn geschikte leefgebieden. Het meest voorkomend zijn ze op de Hoge Veluwe. Versnippering en vergrassing van heidegebieden zijn de belangrijkste bedreigingen voor het leefgebied van de gladde slang in ons land. Op de Rode Lijst staat de gladde slang als kwetsbaar. De laatste jaren is er een matige afname te zien (zie RAVON voor de meest actuele cijfers).

Adder (Vipera berus)

Tot slot nog de enige giftige slang in ons land, de adder. Het enige familielid uit de familie adders die voorkomt in ons land.

Adder - Vipera berus (Shutterstock) slangen in Nederland
De adder is de enige gifslang in Nederland (Shutterstock)

Kenmerken en levenswijze

Adders worden gemiddeld 50 tot 70 centimeter groot. Het bekende beeld van de adder is met een donker zigzagpatroon op de rug. Dit is een goed kenmerk, maar is niet altijd aanwezig. De basiskleur van de adder kan sterk verschillen, van grijsbruin tot bijna helemaal zwart. Dit is mede afhankelijk van de locatie en het habitat waarin ze voorkomen. Wel hebben ze altijd verticale pupillen en een vrij driehoekige kop. De schubben voor op de neus staan ietwat omhoog.

Vanaf maart komen adders tevoorschijn uit hun winterslaap. Deze hebben ze doorgebracht in holen onder de grond, soms met een aantal exemplaren bij elkaar. Mannetjes komen als eerste tevoorschijn. Deze zonnen dan volop, in deze periode rijpt het sperma. Wanneer ook de vrouwtjes tevoorschijn zijn gekomen, begint het paargedrag. Dit start met de adderdans, waarbij twee mannetjes om elkaar heen kronkelen. De adderdans bepaalt welk mannetje mag paren met de addervrouw. Vaak paart het vrouwtje met meerdere mannetjes. Net zoals de gladde slang is de adder eierlevendbarend. In totaal worden er 4 tot 20 eieren in de buik uitgebroed.

Het voedsel van de adder is gevarieerd en bestaat voornamelijk uit gewervelden dieren zoals muizen, hagedissen, kikkers en vogels. Ook eieren van vogels worden gegeten. Adders zijn zowel dag- als nachtactief.

Adder - slangen in Nederland
Adders hebben vaak een kenmerkend zigzagpatroon op de rug (Saxifraga – Hans Dekker)

Voorkomen in Nederland

In Nederland komt de adder vooral voor op de hoge zandgronden. De voornaamste leefgebieden zijn de Hoge Veluwe en het Drents-Friese Wold. Daarnaast komen ze ook nog voor in Limburg en Overijssel. Op de Rode Lijst staat de adder, net zoals de andere twee inheemse slangen, als kwetsbaar vermeld. De laatste jaren is er een matige afname zichtbaar. De meest actuele cijfers vind je via RAVON.

De beet van een adder
Zoals gezegd zijn adders giftig. Een beet van een adder is pijnlijk en kan misselijkheid veroorzaken en zorgen voor zwellingen rondom de bijtwond. De beet is echter zelden dodelijk. Word je gebeten, neem dan wel altijd contact op met een huisarts. In sommige gevallen is een antiserum nodig. Hier vind je een protocol opgesteld door RAVON voor meer informatie over hoe te handelen bij een bijtwond van de adder.
Voorkomen is altijd beter dan genezen. Blijf op gepaste afstand als je een adder ziet. Zolang de slang zich niet bedreigd voelt, heeft het dier geen reden om een mens te bijten.

Veelgestelde vragen

Welke slangen komen er voor in Nederland?

In Nederland komen drie soorten inheemse slangen voor. De ringslang, de gladde slang en de adder. Hierboven lees je de verschillende kenmerken van de verschillende slangen. Ook komt de hazelworm voor in Nederland. Dit is echter geen slang, maar een pootloze hagedis.

Wat is het verschil tussen een adder en een gladde slang?

De adder en gladde slang worden nog weleens door elkaar gehaald. Er zijn echter een aantal belangrijke verschillen. De gladde slang heeft ronde pupillen, de adder verticale. De adder heeft (meestal) een duidelijk zigzag patroon op de rug, bij de gladde slang is dit meer een rij zwarte vlekken. Gladde slangen zijn daarnaast slanker gebouwd en hebben een langere staart.

Wat is de grootste slang van Nederland?

De grootste slang van Nederland is de ringslang. Deze wordt in Nederland tot ongeveer 1,20 meter groot. Vrouwtjes worden groter dan mannetjes, al is dit ook het geval bij de andere slangen. De gladde slangen worden meestal niet groter dan 65 centimeter. Adders bereiken een lengte tot ongeveer 70 centimeter.

Komen er giftige slangen voor in Nederland?

Ja, de adder is een gifslang. Een beet van een adder is pijnlijk en kan zorgen voor misselijkheid en zwellingen, maar is meestal niet dodelijk. Houd altijd gepaste afstand om een beet te voorkomen en de dieren niet onnodig met stress op te zadelen.

Komen er wurgslangen voor in Nederland?

Ja, ringslangen en gladde slangen verwurgen hun prooi. Nadat ze de prooi gebeten hebben, kronkelen ze zich om het lichaam van de prooi heen en persen deze steeds harder samen. Ze zijn echter niet groot genoeg om een bedreiging te vormen voor mensen.

Waar komen slangen voor in Nederland?

Slangen leven vooral op de hogere zandgronden in Nederland. Vooral in het oosten en het zuiden van het land dus. De Hoge Veluwe is een goed gebied om slangen te zoeken, maar ook in andere zandige natuurgebieden maak je een goede kans.

Zijn slangen in Nederland gevaarlijk?

In principe zijn slangen in Nederland niet gevaarlijk. De adder is echter wel giftig en een beet van deze slang is zeker niet prettig. Blijf dus altijd op gepaste afstand. Mocht je gebeten worden door een adder, neem dan altijd contact op met een huisarts. In sommige gevallen is een antiserum nodig.

Wat moet je doen als je een slang tegenkomt?

Blijf op gepaste afstand en laat het dier niet schrikken. Zolang je niet te dichtbij komt en geen bedreiging vormt voor de slang, zal de slang ook geen bedreiging vormen voor jou. Geniet van deze bijzondere waarneming, niet iedereen heeft het geluk om een slang tegen te komen!

Lees verder:

Deel I: reptielen in Nederland

Deel II: hagedissen in Nederland

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Hagedissen in Nederland

Levendbarende hagedis (Shutterstock)

In het vervolg op Reptielen in Nederland duiken we in deze blog dieper in op de inheemse hagedissen in Nederland. Deze warmteaanbidders hebben het zwaar in ons hedendaagse landschap en kunnen dus wel wat extra aandacht gebruiken. Maak kennis met de vier inheemse hagedissensoorten van Nederland.

Omslagfoto: levendbarende hagedis (Shutterstock)

Hazelworm hagedissen in Nederland
De hazelworm, een pootloze hagedis

Inhoudsopgave

Lees hier deel I: reptielen in Nederland

Het leven van hagedissen

Van de vier inheemse hagedissen behoren er drie tot de familie echte hagedissen en één tot de familie hazelwormen. De familie echte hagedissen is een grote groep die wijdverspreid zijn over de hele wereld. De hazelwormen zijn een groep van (meestal) pootloze hagedissen en komen voor in Azië, Europa, het Caribisch gebied en Noord- en Zuid-Amerika.

Veel hagedissen hebben een bijzonder verdedigingsmechanisme tegen predatoren. Ze kunnen in een noodsituatie hun staart afwerpen. In sommige gevallen blijft deze staart zelfs nog enige tijd nabewegen. Het roofdier wordt dan afgeleid door de (bewegende) staart, waardoor de hagedis tijd heeft om te vluchten. Ook hazelwormen kunnen hun staart afwerpen als ze in gevaar zijn.

Hagedissen gebruiken open plekken en stenige ondergronden om op te warmen (De Natuur van hier)
Hagedissen gebruiken open plekken en stenige ondergronden om op te warmen (De Natuur van hier)

Een van de belangrijkste vereisten in het habitat voor hagedissen is een goede afwisseling tussen schuilplaatsen en open plekken waar de zon schijnt. Hagedissen zijn koudbloedige dieren, waarvoor opwarmplekken essentieel zijn. Als ze opgewarmd zijn door de zon, zijn ze veel sneller waardoor ze een minder makkelijke prooi zijn voor predatoren. Ook kunnen ze wanneer ze opgewarmd zijn zelf makkelijker voedsel vangen, omdat ze simpelweg sneller kunnen bewegen. In de winter zoeken hagedissen een vorstvrije plek voor een winterslaap. Wanneer de temperaturen in het voorjaar weer stijgen, komen ze weer tevoorschijn.


Lees ook: wat is het verschil tussen een amfibie en een reptiel?


Levendbarende hagedis (Zootoca vivipara)

We starten met de kleinste hagedis die in ons land voorkomt, de levendbarende hagedis. Het is ook de meest algemene hagedis in Nederland, al wordt deze wel steeds minder algemeen helaas.

Hagedissen in Nederland
De levendbarende hagedis is de kleinste hagedis van ons land (De Natuur van hier)

Kenmerken en levenswijze

Levendbarende hagedissen kunnen een maximale lichaamslengte van 18 centimeter bereiken, maar dit wordt maar zelden behaald. De lichaamskleur is sterk variërend, maar vaak overwegend bruin of grijsbruin (al hebben sommige individuen ook een wat groenige kleur). Opvallend zijn vaak de lichte strepen op de flanken, welke lopen over de hele lengte van het lichaam. Ze hebben een lange staart en een wat cilindrisch lichaam.

Zoals de naam al aangeeft zijn ze eierlevendbarend. Dit betekent dat de eieren in het lichaam van de moeder bijna volledig tot ontwikkeling komen. Vrijwel meteen na het afzetten van de eieren komen de eieren ook uit. Het voordeel van deze strategie is dat de eieren in de buik een (relatief) warme temperatuur behouden (lichaamswarmte van de moeder), waardoor ze tot ontwikkeling kunnen komen. Hierdoor kan de soort ook goed overleven in koudere leefomgevingen.

Levendbarende hagedissen eten ongewervelden zoals insecten en spinnen. Ze vangen hun prooi en proberen deze dan dood te slaan. De prooi wordt vervolgens in zijn geheel doorgeslikt.

Levendbarende hagedissen in Nederland (Shutterstock)
De levendbarende hagedis was ooit zeer algemeen in ons land, maar ze nemen al jaren in aantal af (Shutterstock)

Voorkomen in Nederland

In Nederland komen levendbarende hagedissen voor in structuurrijke gebieden. Heideterreinen, overgangen van grasland naar bos en hoogveen zijn de beste gebieden voor de levendbarende hagedis. Ten opzichte van de andere hagedissen in Nederland hebben ze een duidelijke voorkeur voor wat vochtigere gebieden. Ze kunnen ook uitstekend zwemmen.

Vooral in het oosten en zuiden van het land zijn levendbarende hagedissen te vinden. In het westen van het land komen ze ook wel voor, maar daar zijn ze veel minder algemeen. Ooit was de levendbarende hagedis zeer algemeen in ons land, maar dat is tegenwoordig helaas niet meer het geval. De laatste jaren is er steeds een afname in aantallen te zien en zijn er gaten aan het ontstaan in het verspreidingsgebied. De levendbarende hagedis staat op de Rode Lijst als gevoelig.

Zandhagedis (Lacerta agilis)

De tweede hagedis in Nederland die we bespreken is de zandhagedis. Deze forsgebouwde hagedis is minder algemeen dan de levendbarende en komt vooral voor op de hogere zandgronden zoals de duinen.

Hagedissen in Nederland
Zandhagedissen zijn forsgebouwde en felgekleurde hagedissen (Shutterstock)

Kenmerken en levenswijze

Zandhagedissen zijn forsgebouwde hagedissen met een opvallend forse kop. Ze worden 18 tot 21 centimeter groot en worden daarmee een stukje groter dan de levendbarende hagedis. Mannetjes zijn in het voorjaar en in de zomer opvallend groen gekleurd. Vrouwtjes en juveniele dieren zijn bruiner van kleur. Meestal hebben zandhagedissen een rij gele met zwart omrande vlekjes die over het hele lichaam lopen. Een goed kenmerk om zandhagedissen te onderscheiden van levendbarende hagedissen is de schubben op de rug. Deze zijn bij de zandhagedis smaller dan de schubben op de flanken, bij levendbarende zijn ze allemaal ongeveer even breed.

In het vroege voorjaar, wanneer de temperaturen stijgen, ontwaken de mannetjes als eerste uit de winterslaap. De vrouwtjes komen zo’n twee weken later naar buiten. Na de paring leggen vrouwtjes ’s nachts zo’n drie tot twaalf eieren. Deze worden onder de grond begraven. De warmte van de zon zorgt ervoor dat de grond en daarmee ook de eieren op warmen. Hierdoor komen ze tot ontwikkeling en komen de juveniele dieren vervolgens uit het ei.

Zandhagedissen zijn over het algemeen alleen actief bij zonnig weer. Ze warmen dan op, op een zonnig plekje. Eens ze warm genoeg zijn, zijn ze snel genoeg om voedsel te vangen. Net zoals de levendbarende hagedis worden ongewervelden gegeten, met name insecten. Alles wat in de mond past wordt gegeten.

Zandhagedis - hagedissen in Nederland
Zandhagedissen zijn voornamelijk actief bij zonnig weer

Voorkomen in Nederland

In Nederland zijn de belangrijkste leefgebieden voor de zandhagedis de hogere zandgronden. De duinen, heide, spoordijken, bosranden en open, zonnige plekken in bossen zijn plekken waar ze te vinden zijn. De belangrijkste eisen die de zandhagedis stelt aan het habitat zijn voldoende zonnige plekken en structuurrijke gebieden met bijvoorbeeld struikheide of helmgras. De hoogste dichtheden van zandhagedissen worden gevonden op de Hoge Veluwe en in het kustduingebied.

Helaas gaat het, net zoals met de meeste andere reptielen, niet zo goed met de zandhagedis in Nederland. De voornaamste redenen zijn verbossing, grootschalig beheer van heidevelden en het verdwijnen van het heidelandschap. Op de Rode Lijst staat de zandhagedis als thans niet bedreigd, echter is er de laatste 12 jaar een sterke afname te zien.


Lees ook: salamanders in Nederland


Muurhagedis (Podarcis muralis)

Dan de derde, en tevens laatste hagedis uit de familie echte hagedissen die in ons land voorkomt. De muurhagedis is wijdverspreid in Europa, maar in Nederland komen ze maar beperkt (van nature) voor, in en rondom Maastricht.

Muurhagedis (de Natuur van hier)
Muurhagedis (de Natuur van hier)

Kenmerken en levenswijze

Muurhagedissen bereiken een lengte tot ongeveer 19 centimeter. Ze hebben een afgeplat lichaam en een platte kop, met een relatief spitse snuit. De zeer lange staart valt daarnaast op. De kleur van muurhagedissen kan sterk verschillen. In veel geval zijn ze bruinig, met een of meerdere rijen lichte vlekken. Een goed kenmerk is dat ze geen gekielde schubben hebben, wat bij de levendbarende en zandhagedis wel het geval is.

Net zoals de zandhagedis leggen muurhagedissen eieren. Deze worden afgezet in zand of worden onder stenen gelegd. Met behulp van de warmte van de zon komen de eieren tot ontwikkeling. Muurhagedissen zijn echte warmteliefhebbers en leven in droge en open gebieden. Ze komen veel voor op rotsen en (oude stads)muren. Daarnaast onder andere ook op oude spoorlijnen.

De muurhagedis eet voornamelijk ongewervelden dieren zoals insecten. Ze houden een winterslaap, dan zoeken ze een vorstvrij plekje in scheuren van muren of andere vorstvrije plekken. De muurhagedissen in Nederland gedijen goed bij warme zomers.

Voorkomen in Nederland

In Nederland komt de muurhagedis van nature alleen maar voor in en rondom Maastricht. Het betreft hier een geïsoleerde populatie. Sinds de jaren ’80 groeit de populatie weer, maar deze is nog steeds relatief klein. Op andere plekken in het land worden soms ook muurhagedissen waargenomen, maar hier gaat het hoofdzakelijk om geïmporteerde dieren die zijn meegekomen met importproducten uit Midden- en Zuid-Europa, of om losgelaten dieren.

Hazelworm (Anguis fragilis)

Tot slot nog de hazelworm. Alhoewel deze in eerste instantie doet denken aan een slang is het toch echt een hagedis, een pootloze hagedis wel te verstaan. Het is een van de meest voorkomende reptielen in Europa.

Hazelworm (Shutterstock)
De hazelworm is een pootloze hagedis en een van de meest voorkomende reptielen in Europa (Shutterstock)

Kenmerken en levenswijze

Hazelwormen worden tot ongeveer 45 centimeter groot. Ze zijn overwegend bruin gekleurd en hebben een glanzend uiterlijk. Meer dan de helft van het lichaam bestaat uit de staart. Ze lijken veel op slangen, maar als je goed kijkt zijn er een aantal verschillen te ontdekken.

Zo hebben ze (bewegende) oogleden, iets wat slangen niet hebben. Ze hebben daarnaast een stijver lichaam dan slangen en de staart beslaat een groot deel van het lichaam. Ook in de schubben is een verschil te ontdekken. Slangen hebben een rij brede schubben op de buik, bij hazelwormen zijn dit veel meer en kleinere schubben. Tot slot kunnen hazelwormen zoals veel andere hagedissen hun staart afwerpen bij gevaar, dit kunnen slangen niet.

Net zoals de levendbarende hagedis zijn ook hazelwormen eierlevenbarend. Dit heeft ervoor gezorgd dat ze zich over een groot deel van Europa hebben weten te verspreiden. Na de winter ontwaken mannetjes als eerste uit hun winterslaap, de vrouwtjes doen dat een stuk later. Het voedsel van hazelwormen bestaat voornamelijk uit naaktslakken, regenwormen en spinnen, maar ook andere ongewervelden dieren worden gegeten.

Voorkomen in Nederland

De hazelworm komt in Nederland het meeste voor op zandgronden. Ze zijn daarnaast goed vertegenwoordigd in Zuid-Limburg. In Zeeland komen ze helemaal niet voor. Ze houden van relatief vochtige landschappen. De aanwezigheid van een strooisellaag is belangrijk, omdat ze zich hier in schuil houden. Ze zijn vooral te vinden in open bossen, bosranden en houtwallen. Verder komen ze ook voor op heidegebieden en op oude spoorlijnen en spoorwegbermen.

Op de Rode Lijst staat de hazelworm als thans niet bedreigd. Het gaat relatief goed met de hazelworm in Nederland. De soort neemt in ieder geval niet af, zoals bij de levendbarende hagedis en zandhagedis wel het geval is.

hazelworm hagedissen in Nederland
Met de hazelworm gaat het goed in Nederland. Althans, er is geen afname zichtbaar zoals bij de veel andere reptielen

Lees ook: de beekprik, rivierprik en zeeprik


Veel gestelde vragen

Welke hagedissen leven er in Nederland?

In Nederland komen vier verschillende soorten hagedissen voor. Drie behorend tot de familie echte hagedissen; de levendbarende hagedis, zandhagedis en muurhagedis. En één behorend tot de familie hazelwormen; de hazelworm.

Kunnen hagedissen hun staart afwerpen?

Ja, veel hagedissen zijn in staat hun staart af te werpen. Dit doen ze als er gevaar dreigt. In sommige gevallen kan de afgeworpen staart zelfs nog enige tijd blijven bewegen. De predator wordt door de staart afgeleid, waardoor de hagedis de tijd heeft om te vluchten. De staart groeit vaak weer aan, maar wordt dan over het algemeen korter, stomper en minder mooi.

Is de hazelworm een hagedis of slang?

De hazelworm is een hagedis, of beter gezegd een pootloze hagedis. Ze verschillen van slangen omdat ze een langere staart hebben (meer dan de helft van het lichaam), die ze ook kunnen afwerpen (kunnen slangen niet). Ze hebben daarnaast een veel stijver lichaam dan slangen en ze kunnen hun ogen sluiten, iets wat slangen ook niet kunnen. Tot slot is er ook nog een verschil in de schubben op te merken.

Waar komen hagedissen voor in Nederland?

Helaas komen hagedissen op steeds minder plekken voor in Nederland. Vooral op de hoge zandgronden en structuurrijke gebieden zoals heidegebieden zijn nog geschikte plekken om hagedissen te vinden. Ook open plekken in bos, houtwallen en in sommige gevallen op oude muren zijn goede plekken voor hagedissen. Een combinatie van open plekken (om op te warmen) en goede schuilplekken is belangrijk voor hagedissen.

Zijn hagedissen in Nederland gevaarlijk?

Nee, de vier hagedissen die in Nederland voorkomen zijn niet gevaarlijk voor de mens. Ze blijven over het algemeen vrij klein, waardoor ze geen grote verwondingen kunnen aanrichten. Daarnaast zijn er geen giftige hagedissen in Nederland te vinden.

Wat eten hagedissen?

Hagedissen in Nederland leven voornamelijk van ongewervelden dieren. Geleedpotigen zoals insecten en spinnen worden veel gegeten. Daarnaast in sommige gevallen ook naaktslakken en regenwormen.

Staat je vraag er niet tussen?

Heb je alles gelezen, maar is je vraag nog steeds niet beantwoord? Kijk dan nog even in de andere blogs over reptielen, of stel je vraag hieronder in de comments. Je kunt natuurlijk ook even kijken op de website van RAVON, hét instituut in Nederland als het aankomt op reptielen (en vissen en amfibieën).

Verder lezen

Deel I: reptielen in Nederland

Deel III: slangen in Nederland

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!