Waarom trekken vogels naar het zuiden?

Canadese ganzen maken zich klaar om te landen

Ieder najaar vindt het weer plaats, een van de grootste natuurfenomenen der aarde. Grote groepen vogels komen samen om gezamenlijk aan hun verre reis naar het zuiden te beginnen. Het klassieke beeld van ganzen dat in een v-vorm zich door de lucht voortbeweegt kennen we allemaal wel. In het voorjaar verzamelen de vogelsoorten zich eveneens en beginnen ze aan de weg terug. Dit fenomeen noemen we de vogeltrek. Maar waarom trekken vogels? Is het niet verstandiger om in het zuiden te blijven? Zijn alle vogels trekvogels? Hoe vinden ze de weg? In deze blog vind je antwoord op al deze vragen. Dus lees snel verder!

Trekvogels, wat zijn dat?

Voordat we het gaan hebben over de vogeltrek is het wijs om wat begrippen door te nemen. Vogels hanteren nogal wat verschillende strategieën waardoor er in de loop der tijd flink wat begrippen zijn ontstaan. Om het verhaal goed te begrijpen is het raadzaam om eerst deze begrippen verder te definiëren. 

We beginnen met de meest voor de hand liggende; de trekvogel. Onder trekvogels verstaan we alle vogelsoorten waarvan alle individuen in een bepaalde periode in het jaar (ver) weg trekken naar een ander gebied en in een later stadium weer terugkeren. Meestal vindt de trek naar het Zuiden in het najaar plaats en vindt de terugkeer plaats in het voorjaar. Het tegenovergestelde van een trekvogel is een standvogel. Standvogels zijn vogels die niet naar een andere plek trekken om te overwinteren, maar het hele jaar door op dezelfde plek verblijven. 

Grauwe gans
Ganzen zijn typische trekvogels

Seizoenen

Soorten die alleen in de zomer in ons land verblijven en hier broeden noemen we zomervogels. Vogels die in de zomer in ons land verblijven, maar niet broeden noemen we een zomergast. Vogels die het hele jaar in Nederland verblijven, maar niet broeden zijn jaargasten. Wintergasten zijn vogels die hier alleen in de winter verblijven, maar niet broeden. Vaak zijn dit vogels die de zomer doorbrengen in Scandinavië of Noord-Rusland en komen overwinteren in onder andere Nederland. Dan zijn er nog de vogels die door ons land heen reizen en alleen enkele dagen aanwezig zijn om uit te rusten/aan te sterken. Deze vogels noemen we doortrekkers. Vervolgens is er nog de groep die niet duidelijk een keuze kan maken, de deeltrekkers/twijfelaars. Hiervan trekken een aantal individuen naar een ander gebied en blijft het andere deel van de soort op de plek het hele jaar door.

Langs de kust heb je kans om tijdens de trek honderdduizenden vogels tegelijk te zien
Langs de kust heb je kans om tijdens de trek honderdduizenden vogels tegelijk te zien

Zichtbaar is dat door klimaatverandering vogels van strategie veranderen en echte trekvogels van vroeger tegenwoordig als deeltrekkers geclassificeerd kunnen worden. Daarnaast kan er gesteld worden dat trekvogels vaak insecteneters zijn. In de gebieden waar ze in de zomer verblijven wordt het in de winter vaak te koud om voldoende voedsel (insecten) te vinden, waardoor ze genoodzaakt zijn naar het zuiden te trekken. 

Rare trekvogels

Dan is er nog een laatste begrip wat de moeite waard is om te benoemen: de dwaalgasten. Dit zijn soorten die hier van nature niet voorkomen maar waarvan soms toch een exemplaar wordt waargenomen. Dit exemplaar verblijft hier in het algemeen maar kort en zal spoedig terugkeren naar zijn echte leefomgeving. Reden dat dwaalgasten op vreemde plekken terecht komen zijn oriëntatieproblemen, voedselgebrek, storm of ziekte. 

Goudplevieren zijn vogels die hier het hele jaar door verblijven, maar niet broeden. Echte jaargasten dus.
Goudplevieren zijn vogels die hier het hele jaar door verblijven, maar niet broeden. Echte jaargasten dus

Het nut van trekken en de kunst ervan

Nu we weten welke soorten trekvogels we allemaal kunnen waarnemen in Nederland, is het tijd om uit te zoeken waarom vogels eigenlijk trekken. En hoe doen ze dat dan? Nemen ze altijd dezelfde route? En hoe weten ze of ze wel de juiste route vliegen? Complexe vragen waar wetenschappers al decennia lang antwoorden op proberen te vinden. 

Het nut van trekken

De grote vraag is natuurlijk: waarom beginnen vogels aan zo’n grote onderneming? Waarom riskeren ze hun leven, putten ze zichzelf helemaal uit en laten ze hun vertrouwde omgeving (tijdelijk) achter zich om ergens anders de winter door te brengen om vervolgens diezelfde gevaarlijke route nogmaals af te leggen en weer terug te keren op de plek waar ze vorig jaar gebroed hebben? Want ga maar na wat voor een gevaren er op de loer liggen. Onderweg trotseren ze windmolens en hoge gebouwen die ze niet zien. Komen ze in stormen terecht, kunnen verdwaald raken en zijn ze uitgeput een makkelijkere prooi voor roofdieren. Deze risico’s nemen ze allemaal voor een betere kans om nageslacht groot te brengen. 

In de winter verandert het weer en wordt het kouder in ons land. Dit is op zichzelf niet voornaamste de reden waarom vogels besluiten naar het warmere zuiden te trekken. Maar met de warmte die in het najaar ons land verlaat, verdwijnen ook de insecten en worden de dagen korter. Dit zorgt ervoor dat er voor de trekvogels te weinig voedsel is om zich in de winter mee te voeden en dat verklaart waarom ze hun heil tijdelijk ergens anders gaan zoeken. 

Waarom komen trekvogels weer terug?

Maar als ze in het zuiden meer voedsel kunnen vinden, is het dan niet logischer om daar in de zomermaanden ook te verblijven? Dat zou je in eerste instantie denken, maar er zijn een paar redenen aan te halen waarom het toch logischer is om weer terug te keren. De eerste is concurrentie. Als alle vogels in het zuiden zouden blijven, zou er veel te veel concurrentie onderling zijn en alsnog te weinig voedsel en broedmogelijkheden.

Daarnaast zorgen de seizoenen in het gematigd klimaat in West- en Noord-Europa voor een explosie van leven (en dus ook insecten) in het voorjaar. Voedsel in overvloed dus.

Terug trekken naar het noorden heeft nog een laatste voordeel ten opzichte van blijven in het zuiden: in het voorjaar en de zomer beginnen de dagen te lengen. Dit biedt vogels langer de tijd om opzoek te gaan naar voedsel en hun jongen groot te brengen. In het zuiden is er in de zomer relatief minder daglicht, waardoor het zoeken naar voedsel beperkt is. Deze drie factoren zorgen ervoor dat vogels in het noorden gemiddeld meer jongen kunnen grootbrengen dan wanneer ze in het zuiden zouden blijven. 

In juli en augustus starten de grutto’s aan hun trektocht langs de kust van Nederland, België, Frankrijk en Spanje om in Afrika te overwinteren.
In juli en augustus starten de grutto’s aan hun trektocht langs de kust van Nederland, België, Frankrijk en Spanje om in Afrika te overwinteren

De kunst van het trekken en de route

Hoe weten vogels nou wanneer het tijd wordt om te vertrekken? Hiervoor bestuderen ze hun omgeving. Wanneer de hoek van de zon (zon staat lager in het najaar) verandert, het kouder wordt en het voedselaanbod minder wordt dan weten vogels dat de trek nadert. Zelfs vogels die leven in gevangenschap merken dit en tonen opmerkelijk gedrag. Wetenschappers hebben bij vogels die leven in gevangenschap de gedragsveranderingen onderzocht die vogels ondergaan op het moment dat het bijna tijd is om te vertrekken. Vogels worden onrustiger en zelfs hun slaappatroon veranderd. Dit gedrag wordt omschreven (door Duitse wetenschappers) als Zugunruhe. 

Wanneer het tijd is om te vertrekken, verzamelen individuen zich vaak om samen de reis te maken. Iedere soort houdt er zijn eigen strategie op na. Sommige vliegen langs de kust, andere vliegen over het binnenland naar het zuiden. Wil je meer lezen over tien vogels met een bijzondere ‘trek-strategie’, lees dan deze blog

Deze strategieën zijn overigens niet in beton gegoten. Door klimaatverandering zijn er duidelijk wijzigingen in strategieën zichtbaar. Waar de ooievaar vroeger steevast een trekvogel was, zien we tegenwoordig steeds meer individuen kiezen om te blijven en is de ooievaar daarom voortaan een deeltrekker te noemen. 

Hulplijntjes

Om ervoor te zorgen dat ze ieder jaar weer op de juiste plek terecht komen hebben vogels een aantal hulpmiddelen. Zoals al eerder gezegd gebruiken een aantal vogelsoorten de kustlijn als navigatiepunt. Een goed voorbeeld hiervan zijn de grutto’s. Deze vliegen helemaal vanaf de kust van Nederland, via België, Frankrijk en  Spanje naar Afrika en gebruiken de kustlijn als navigatiepunt. Andere herkenningspunten in het landschap worden ook gebruikt om te navigeren.  Daarnaast oriënteren vogels zich ook met behulp van de zon en de sterren (afhankelijk van of het dag- of nachttrekkers zijn). Als laatste hulpmiddel hebben vogels het magnetisch veld. Wetenschappers hebben aangetoond dat vogels dit magnetisch veld letterlijk kunnen zien door een speciaal orgaan in hun hoofd. 

Met behulp van deze middelen kunnen vogels dus jaarlijks duizenden kilometers afleggen om op de juiste plek terecht te komen. 

Hoe trekvogels spotten?

De massale trek van vogels in het najaar is een natuurfenomeen wat iedereen een keer ervaren moet hebben. We kennen allemaal wel de beelden van ganzen of kraanvogels in hun klassieke v-vorm formatie


Lees ook: waarom vliegen vogels in een v-vorm?


Maar er zijn nog veel meer trekvogels die je kunt spotten. Hoe pak je dit het beste aan? Zoals gezegd is dit het beste waar te nemen in het najaar. Oktober is de piekmaand en vertrekken er miljoenen vogels zuidwaarts.

Zorg ervoor dat je een goede verrekijker hebt en houd websites als waarneming.nl in de gaten om te zien waar grote aantallen vogels worden gespot. Daarnaast is een vogelboekje essentieel om je waarneming snel te kunnen controleren. Zelf zijn we begonnen met de Vortex Diamontback XD met een vergroting van 8x en een lensdiameter van 32mm. Een betaalbaar instapmodel waar wij veel plezier van hebben beleeft. Bestel hem hier via bol.com. Als vogelgids gebruikten we deze (bol.com) ‘zakgids vogels Nederland en België’. Deze is compact, dus handig mee te nemen, en kleurrijk geïllustreerd.

Een goede plek om te starten is op of nabij de waddeneilanden en dan verder zuidwaarts langs de kustlijn. Ga vroeg op pad, zo zorg je ervoor dat je zoveel mogelijk soorten op een dag mee kunt nemen. 

De trek achterna

Ook in het buitenland zijn uitstekende plekken te bezoeken om trekvogels te spotten. Neem bijvoorbeeld Extremadura in Spanje. Dit is een belangrijke overwinterplek voor veel vogels, of een tijdelijke rustplek voordat ze het laatste stuk naar Afrika afleggen. In het najaar kun je hier duizenden kraanvogels, reigers, zangvogels en grutto’s treffen. 

Ieder jaar is er in oktober ook de internationale vogeltrekteldag. Dan worden er door heel Europa door duizenden vogelaars miljoenen trekvogels geteld. Hiermee wordt belangrijke informatie vervaardigd over de aantallen trekvogels en de belangrijke rustplaatsen en trekroutes van vogels om deze in de toekomst te kunnen beschermen. Zet deze datum dus jaarlijks in je agenda om ook jouw steentje bij te dragen aan het behoud en beschermen van dit natuurfenomeen. 

Verschillende strategieën kennen we bij trekvogels: er zijn dagtrekkers (ooievaars en ganzen bijvoorbeeld) en je hebt nachttrekkers (eendensoorten).
Verschillende strategieën kennen we bij trekvogels: er zijn dagtrekkers (ooievaars en ganzen bijvoorbeeld) en je hebt nachttrekkers (eendensoorten)

Lees ook: kraaiachtigen van Nederland


Veelgestelde vragen

Waar trekken vogels in het najaar naartoe?

De meeste vogels trekken in het najaar richting het zuiden. Afhankelijk van de soort kan dit Zuid-Europa zijn of Noord-Afrika. Vogels uit Scandinavië en Rusland trekken hoofdzakelijk naar de gematigde streken in West-Europa, waaronder Nederland. Er zijn ook enkele soorten die juist van het Zuiden naar het Noorden trekken, zoals de grote pijlstormvogel. 

Waarom trekken vogels naar het zuiden?

Vogels trekken naar het zuiden omdat er in de winter te weinig voedsel aanwezig is in hun huidige leefgebied. In het voorjaar trekken de vogels weer terug naar hun oorspronkelijke leefgebied omdat er dan weer genoeg voedselaanbod is en ze daar kunnen gaan broeden.

Wanneer trekvogels spotten?

De beste tijd om vogels tijdens de trek te spotten is in het najaar, met oktober als piekmaand. Er zijn echter ook al soorten die eerder vertrekken. Vanaf juli t/m november is het mogelijk vogels te spotten die naar het zuiden trekken. Afhankelijk van het weer keren de vogels in het voorjaar weer terug en zijn ze te zien vanaf eind februari tot in juni. 

Ecosysteemdiensten: wat zijn het en wat hebben we er aan?

Ecosysteemdiensten

Of je nou een boswandeling maakt, vers gekweekte groenten van het land eet, een lang weekend weg bent in een huisje aan de kust of zelfs als je alleen al ademhaalt, constant maken je gebruik van een service die je wordt aangeboden door de natuur. In 2005 werd het begrip ‘ecosysteemdienst’ voor het eerst op de agenda gezet door de Verenigde Naties en de  laatste jaren is het begrip steeds belangrijker geworden. Dat is maar goed ook, het zijn de diensten die ervoor zorgen dat jij en ik ons leven kunnen leiden zoals we het leiden. In deze blog lees je wat ecosysteemdiensten zijn, waarom we er baat bij hebben en hoe we ze kunnen beschermen.

Ecosysteemdiensten zijn diensten die worden aangeboden door de natuur waar wij als mens gebruik van maken en in ons voordeel kunnen gebruiken. Ecosysteemdiensten zijn verder onder te verdelen in vier categorieën; producerende-, regulerende-, culturele- en ondersteunende diensten.  

Wat is een ecosysteem en hoe bieden zij diensten aan?

Om goed te kunnen begrijpen wat ecosysteemdiensten zijn, is het eerst belangrijk om te weten wat een ecosysteem is. Volgens De Dikke Van Dale is een ecosysteem een geheel van planten en dieren in een territorium, gezien in hun wisselwerking met hun omgeving. Dit houdt dus in dat een ecosysteem een vrij ruim begrip is waarbij planten en dieren samenleven in een bepaald gebied en profiteren van elkaars aanwezigheid. Dit kan zijn van een klein ecosysteem, zoals een volwassen zomereik wat bezocht wordt door insecten, vogels en eekhoorns tot een hectares groot bos waarbij de onderlinge interacties ontelbaar zijn. Naast de dieren en planten die in een bepaald gebied voorkomen, bepaalt de topografie met wat voor een ecosysteem dat we te maken hebben.

Een bos is een goed voorbeeld van een ecosysteem. Hierin profiteren een grote verscheidenheid aan planten en dieren van elkaar en hun omgeving. 
Een bos is een goed voorbeeld van een ecosysteem. Hierin profiteren een grote verscheidenheid aan planten en dieren van elkaar en hun omgeving

Soorten ecosysteemdiensten

Nu we weten wat een ecosysteem is, kunnen we gaan bepalen welke diensten een ecosysteem ons kan bieden. Zoals in de intro al is beschreven, kunnen we ecosysteemdiensten indelen in vier categorieën;

  • Producerende diensten;
  • Regulerende diensten;
  • Culturele diensten;
  • Ondersteunende diensten. 
Voorbeelden van ecosysteemdiensten

Producerende diensten zijn diensten die ons een product aanbieden. Een bos levert ons hout op, meren zorgen voor vers drinkwater en fruitbomen en -struiken leveren voedsel. Deze diensten noem je ook wel voorzienende diensten. 

Regulerende diensten zijn diensten waar je niet meteen bij stil staat, maar pas opmerkt op het moment dat ze er niet meer zijn. Het is het best vergelijkbaar met processen in je lichaam waarbij je niet hoeft na te denken. Denk aan ademhalen, de bloedsomloop en knipperen met je ogen (vochtig houden van de ogen). Dit zijn processen die vanzelf gaan en je dus niet bij na hoeft te denken, maar essentieel zijn voor het lichaam. Als deze processen niet gebeurde, zou je hier snel last van krijgen. Zo werkt het ook met de regulerende ecosysteemdiensten. Als ze niet plaatsvinden zullen we hier heel snel gevolgen van ondervinden. Voorbeelden van regulerende diensten zijn waterberging door moerassen, verkoeling van steden door groen en CO2 vastlegging door bomen. 

Culturele diensten zijn niet tastbare diensten waarvan de mens profijt heeft. Recreatie in natuurgebieden en parken, waardestijging van huizen door de nabije aanwezigheid van natuur en natuurtoerisme zijn hier voorbeelden van.

Ondersteunende diensten zijn diensten die nodig zijn voor de productie van alle andere ecosysteemdiensten. Voorbeelden hiervan zijn de nutriënten- en waterkringloop en de productie van biomassa. Zonder deze ondersteunende diensten zouden ecosystemen niet kunnen functioneren. 


Lees ook: waar is biodiversiteit goed voor?


Boom als ecosysteemdienst

Een ecosysteem kan meerdere diensten tegelijk aanbieden. Een ecosysteem kan iets heel kleins zijn zoals een boom of een struik, maar ook enorm zoals een regenwoud. Zelfs de kleinste ecosystemen bieden ons meerdere diensten aan. Denk maar eens na over de voordelen die een volwassen boom ons bieden. 

Als je een boom kapt, kun je het hout gebruiken om er meubels van te maken of om er warmte mee te creëren. Maar als je een boom laat staan, zijn de diensten die deze ons bieden bijna eindeloos. 

Een levende boom voorziet ons van zuurstof, zorgt voor verkoeling op warme dagen en slaat CO2 op. Daarnaast beschermt het tegen wind en de wortels houden de bodem vast. Bomen produceren (in sommige gevallen) voedsel en zorgen voor diversiteit. Verder bieden ze overstromingspreventie wanneer geplant nabij een rivier. Denk dus twee keer na voordat je een boom kapt. 


The best time to plant a tree was 20 years ago, the second best time is now.


Negatieve ecosysteemdiensten

Naast de positieve diensten die ecosystemen ons kunnen bieden, zijn er ook voorbeelden te noemen van negatieve ecosysteemdiensten. 

Stilstaand water kan ziektes verspreiden en zo kunnen dieren dit ook (zoönose). Denk hierbij aan ziektes als malaria en de ziekte van Lyme en misschien wel de wreedste; de pest. 

Naast ziekteverspreiding kunnen diersoorten ook overlast veroorzaken. Steenmarters bijten soms remleidingen door van auto’s, er komen jaarlijkse velen herten in botsing met verkeer en komen sommige soorten in zo een veelvoud voor dat ze gezien worden als plaag (sprinkhanen bijvoorbeeld). 

Echter is de lijst van positieve ecosystemen (gelukkig) een stuk langer, waardoor we rustig mogen concluderen dat we met natuur beter af zijn dan zonder.

Het overbrengen van de ziekte van Lyme door een teek op een mens is een goed voorbeeld van hoe een ecosysteem een negatieve dienst kan leveren aan de mens. 
Het overbrengen van de ziekte van Lyme door een teek op een mens is een goed voorbeeld van hoe een ecosysteem een negatieve dienst kan leveren aan de mens 

Hoe ecosysteemdiensten beschermen/waarborgen?

Nu we weten dat we met de natuur beter af zijn dan zonder (en we eigenlijk niet zonder kunnen) rijst misschien de vraag waarom we niet beter ons best doen deze natuur te behouden?

Ieder jaar worden er 13 miljoen hectare aan regenwoud gekapt, is 75% van de visbestanden overbevist en vernietigen natuurbranden jaarlijks miljoenen hectare aan natuur als gevolg van klimaatopwarming.

De belasting van de mens op de natuur is op het moment dusdanig dat de natuur in rap tempo afneemt en zelfs zal verdwijnen als we dit niet weten te stoppen. Met de natuur verdwijnen dan ook de ecosysteemdiensten waar we al duizenden jaren op vertrouwen en afhankelijk van zijn. Willen we als mensheid dus voortbestaan, dan zit er niets anders op dan de natuur te beschermen. 

Uiteraard kunnen we nog gebruik blijven maken van ecosysteemdiensten, alleen zal dit op een duurzamere manier moeten. Daarnaast moet er draagkracht gecreëerd worden voor behoud, herstel en ontwikkeling van natuur en moeten mensen voorgelicht worden over het belang van de natuur.  


Lees ook: wat is een symbiose?


Monetaire waarde natuur

Om mensen bewust te maken van het belang van natuur, is het helaas niet genoeg om hun de pracht en de verscheidenheid te laten zien van de natuur. Een meer effectievere manier is om ze bewust te maken van de monetaire waarde van natuur.  De waarde van ecosysteemdiensten is nooit opgenomen geworden in de economie van landen. Dat is ook de reden waarom het altijd als laatste op de agenda stond en waar als eerste op bezuinigd werd. Gelukkig komt hier langzaam aan verandering in. Met behulp van de TEEB tool kan er een waarde gegeven worden aan ecosysteemdiensten. Daarnaast wordt er steeds meer onderzoek gedaan naar dit vraagstuk. 

In 2020 onderzocht Wageningen University de monetaire waarde van ecosysteemdiensten in Nederland. In dit onderzoek namen ze tien ecosysteemdiensten mee (rekening ermee houdend dat er tientallen ecosysteemdiensten zijn (waarvan sommige nog geen waarde zijn toegekend)); 

  • Productie van akkerbouwgewassen;
  • Productie van veevoer;
  • Productie van hout;
  • Luchtfiltratie;
  • Koolstofvastlegging in biomassa;
  • Waterzuivering;
  • Bestuiving;
  • Recreatie in natuur;
  • Natuurtoerisme;
  • Voorzieningen die natuur biedt aan wonen.

De resultaten waren verbluffend. De productie van de tien gemeten ecosysteemdiensten in een jaar tijd, hadden een waarde van € 13 miljoen euro, wat destijds gelijk stond aan 1,9% van het bruto binnenlands product. 

Dergelijke onderzoeken kunnen bijdragen aan het behoud van natuur en om natuur weer hoger op de politieke agenda te krijgen. 

Veelgestelde vragen

Wat is een ecosysteem?

Een ecosysteem is een geheel van planten en dieren in een territorium, gezien in een wisselwerking in hun omgeving. 

Wat is een ecosysteemdienst?

Ecosysteemdiensten zijn diensten die worden aangeboden door de natuur waar wij als mens gebruik van maken en in ons voordeel kunnen gebruiken. 

Welke ecosysteemdiensten zijn er?

Ecosysteemdiensten worden ingedeeld in vier categorieën; producerende diensten, regulerende diensten, culturele diensten en ondersteunende diensten. 

Aanleggen poel

Een van de beste dingen die je kunt doen om de biodiversiteit in je tuin te verhogen is een poel aanleggen. Poelen zijn een ware aantrekkingskrachten op een groot scala aan dieren, zoals amifbieën, juffers en libellen, zoogdieren en vogels. In deze blog vertellen we alles wat je moet weten bij het aanleggen van een poel.

Inhoudsopgave

Poel (Saxifraga - Jan van der Straaten)
Een poel herbergt een rijkdom aan soorten (Saxifraga – Jan van der Straaten)

Een poel is een rijkdom aan leven

In bijna iedere tuin is er wel ruimte om een poel aan te leggen. Een poel is misschien wel een van de beste manieren om de biodiversiteit omhoog te krikken (lees hier waarom dat belangrijk is). Water trekt nou eenmaal van allerlei soorten planten en dieren aan, zelfs soorten die je tuin eerst links lieten liggen.

Poelen kun je maken in allerlei soorten en maten. Heb je een grote tuin, dan zou je ervoor kunnen kiezen met een graafmachine een flinke poel uit te graven. Denk hierbij aan een poel met een diameter van 20 tot 30 meter.  Heb je wat minder ruimte of budget, dan is het aanleggen van een kleine poel ook al een enorme aanwinst. 

Beide methodes vragen een totaal andere aanpak. In deze blog zullen we dan ook de zaken steeds benoemen voor enerzijds de grote aanpak en anderzijds voor de aanleg van een kleine poel.

Paradijs voor amfibieën

In Nederland leven in totaal zestien soorten amfibieën (kikkers, padden en salamanders), waarvan er zo’n vijf vrij algemeen voorkomen. De overige soorten komen maar in bepaalde delen van het land voor en stellen zeer specifieke eisen aan hun biotoop. Allemaal zijn ze in meer of mindere mate afhankelijk van natuurlijke poelen. Afhankelijk van onder andere de ligging, grootte en nog een aantal zaken kun je een aantal amfibieën soorten naar je tuin lokken met het aanleggen van een poel.

Groene kikkers zullen waarschijnlijk een van de eerste bewoners worden van de poel
Groene kikkers zijn vaak een van de eerste bewoners van de poel

Amfibieën gebruiken poelen als voortplantingsplaatsen. Ze zetten hier de eieren af en de larven groeien hier op. De volwassen amfibieën trekken na de eiafzet naar het tweede gebied, het zomergebied. Hier verblijven ze de gehele zomer om vervolgens door te trekken naar het overwinteringsgebied. Dit is vaak een beschutte plek (eikenbos, houtwal, etc.) waar ze een winterslaap houden. Om je poel ideaal te maken voor amfibieën is het aan te raden een zomer- en winterverblijf nabij te hebben. Ook is het raadzaam om bij het aanleggen van een poel rekening te houden met andere poelen. Ideaal is het als er binnen enkele honderden meters van de aan te leggen poel nog een andere poel te vinden is. Dit zorgt ervoor dat je poel snel bevolkt is.  


Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


Aanleggen van een poel

Zojuist omschreven we al een beetje waar je op moet letten om je poel tot een succesvolle amfibieënpoel te maken. Echter zijn er nog veel meer zaken om rekening mee te houden. Een goede voorbereiding is hierin zeker het halve werk. Je legt een poel immers maar één keer aan en iedere fout die je maakt is later moeilijk op te lossen. Denk dus eerst goed na en zet dingen op papier om tot een gedetailleerd plan te komen. Ook is het raadzaam om advies in te winnen. Dit kan bij collega-hobbyisten zijn, maar ook een stichting als RAVON of de provincie/gemeente kan je wellicht helpen je ideeën concreter te maken. 

Algemene richtlijnen poel aanleggen

Als je nou kiest voor een grote natuurlijke poel of een kleine halfnatuurlijke poel, er zijn een paar richtlijnen die je altijd moet toepassen. Dit begint al bij de bepaling van de plek voor de poel. Wanneer je een poel gaat aanleggen dien je rekening te houden met de bestaande situatie. Kap geen volwassen bomen en verwijder geen zeldzame vegetatie of andere waardevolle natuurwaarden zoals houtwallen, graften, bomenlanen, etc. 

Situeer je poel niet direct onder een bomengroep. Te veel bomen rondom je poel zorgen voor teveel schaduw, met als gevolg dat je poel (vooral) in het voorjaar niet genoeg opwarmt. Hierdoor is het water niet warm genoeg voor de ontwikkeling van de larven. Daarnaast zorgen bomen voor bladinval. Te veel bladinval is niet gewenst omdat dit het water verrijkt. 

Een poel aangrenzend aan andere natuur zal sneller bevolkt worden
Een poel aangrenzend aan andere natuur zal sneller bevolkt worden

De omgeving

Eerder benoemde we al dat amfibieën een voortplantings-, zomer- en overwinteringshabitat hebben. Idealiter gezien wil je deze drie habitats binnen enkele honderden meters van elkaar zien. Verdiep je dus ook, naast het maken van een poel (voortplantingshabitat), in de andere habitats die amfibieën nodig hebben. Deze kunnen per soort sterk verschillen. Doe onderzoek (gebruik hiervoor bijvoorbeeld een website als waarneming.nl) naar welke amfibieën er in jouw regio voorkomen. Bestudeer je erf en aangrenzende percelen om te achterhalen op welke soort(en) jij je het beste kunt focussen. Cruciaal bij het bestuderen van aangrenzende zomer- en overwinteringshabitats is dat deze goed bereikbaar zijn voor amfibieën. De meeste amfibieën hebben een home range van enkele honderden meters, binnen deze range moeten dus alle drie habitats voorkomen. Let ook op barrières in het landschap.  Drukke auto(snel)wegen en brede kanalen kunnen ervoor zorgen dat amfibieën niet de oversteek kunnen maken. 

Situering en andere bewoners

Wanneer je de poel in een rivier rijk gebied aanlegt, zorg er dan voor dat je ver genoeg van een beek of rivier afblijft. Bij hevige regenval en hoogwater kan er water uitwisseling plaatsvinden, wanneer te dicht bij een beek of rivier gesitueerd, waardoor er vissen over kunnen komen of de watersamenstelling significant verandert. 

Belangrijk is dat er geen (grote) vis in de poel aanwezig is. Vissen zijn predatoren van de juvenielen van amfibieën en te veel vis verstoort de populatiegroei aanzienlijk. Ook (te veel) eenden en ganzen zijn niet gewenst in de poel. Zij vormen een bedreiging (predatie) voor volwassen exemplaren. 

Verder moet je voor dat het graafwerk gestart wordt nagaan of er een vergunning vereist is in jouw gemeente. Het kan zijn dat er een aanlegvergunning verplicht wordt gesteld of dat een ontgrondingsvergunning aangevraagd moet worden voor de graafwerkzaamheden. De voorwaarden hieromtrent verschillen per gemeente dus denk hier goed over om achteraf gedoe te voorkomen. 

Een poel zorgt voor beleving in je tuin (de Natuur van hier)
Een poel zorgt voor beleving in je tuin (de Natuur van hier)

Beste periode voor het aanleggen van een poel

In principe kan een poel het hele jaar door aangelegd worden. Houd er in het groeiseizoen wel rekening mee dat bestaande natuur beschadigd/verstoord wordt. Voorkom dit ten alle tijden. In natte periodes (voorjaar/najaar) is het wellicht lastig met grote machines te werken. Voor het werken met machines lijken de zomer en de vorstperiodes het meeste geschikt. Voor het aanleggen van je poel lijkt daarom de winterperiode het meest geschikt, omdat veel soorten dan ook in rust zijn, wat beschadiging/verstoring beperkt. Het kan echter wel lastig zijn graafwerkzaamheden uit  te voeren in een bevroren bodem. 

Wanneer er bestaande vegetatie aanwezig is die behouden dient te worden en dient te worden verplaatst, dan kan dit het beste gedaan worden in het najaar, wanneer er al voldoende regen is gevallen (eind oktober – december). De bodem zou dan al voldoende verzadigd moeten zijn om vegetatie te laten herstellen van deze ingreep. De vegetatie heeft dan de hele periode de tijd om zijn wortelstelsel te herstellen en kan in het vroege voorjaar meteen bovengronds gaan groeien. Op het moment dat vegetatie in het vroege voorjaar (januari-maart) wordt verplaatst, zal het eerst het wortelstelsel gaan herstellen en heeft het een achterstand ten opzichte van de andere vegetatie. Bij verplaatsing van heesters en bomen is het wijs vooraf goed na te denken of dit noodzakelijk is en dient er uiterst zorgvuldig te werk worden gegaan. 

De kleine watersalamander is een algemene salamandersoort die zomaar de pas aangelegde poel kan gaan bevolken (Saxifraga - Kees Marijnissen)
De kleine watersalamander is een algemene salamandersoort die zomaar de pas aangelegde poel kan gaan bevolken (Saxifraga – Kees Marijnissen)

Aanleggen grote natuurlijke poel

Wanneer je je plan op papier hebt gezet, is het tijd om aan de slag te gaan. Als je kiest voor een grote natuurlijke poel dan is het wijs om de poel zo groot mogelijk te maken. Dit biedt voldoende plek voor meerdere soorten amfibieën en daarnaast zorgt een grotere poel voor minder onderhoud. Ja inderdaad, een grotere poel vergt minder onderhoud dan een kleinere poel. Dit heeft er mee te maken dat een kleinere poel sneller last heeft van verlanding. Bij het proces verlanding veranderen ondiepe stukken met moerasplanten langzaam naar vast land, waardoor de poel kleiner wordt. Om dit tegen te gaan dient er regelmatig onderhoud gedaan te worden. Denk voor het aanleggen van de poel dus goed na over de grootte.

Diepte

De diepte van de poel is een ander belangrijk aspect om over na te denken. Droogvallen van de poel in de droogste periode van het jaar (nazomer) mag, maar deze periode moet wel kort zijn en het droogvallen mag niet te vroeg in het jaar gebeuren. Wanneer de poel te vroeg in het jaar droogvalt komt de voortplanting en de ontwikkeling van juvenielen in het geding, wat grote gevolgen kan hebben. Als je poel echter maar een korte periode droogvalt en niet te vroeg in het jaar, dan is het een voordeel te noemen, dit zorgt er namelijk voor dat kolonisatie door vissen praktisch onmogelijk is. Daarnaast zorgt deze natuurlijke dynamiek (constante verandering van waterniveau) dat je poel interessant wordt voor bepaalde soorten. Rugstreeppadden, geelbuikvuurpadden en boomkikkers hebben een voorkeur voor dergelijke poelen. 

Een te diepe poel zal niet droogvallen, maakt het aantrekkelijk voor vissen en zal in het voorjaar niet genoeg opwarmen. Vaak wordt een diepte van minimaal 50 centimeter en maximaal 1 meter aangehouden. Dit verschilt echter per regio/gebied en is vooral afhankelijk van het grondwaterniveau en de glooiing van het terrein.  Zoek vooraf uit hoe hoog de grondwaterstand is. Hiervoor kun je terecht bij het waterschap. Het is ook mogelijk om met behulp van een grondboor zelf de grondwaterstand te meten. 

Maak bij het aanleggen van de poel ook een ondieper stuk. Dit zorgt ervoor dat het water op die plek in het vroege voorjaar snel opwarmt, wat het voortplantingsproces kan bevorderen. In dit gedeelte worden vaak de eitjes afgezet in de periode van maart tot en met mei en groeien de larven hoofdzakelijk op. Zorg daarom ook voor voldoende vegetatie in het ondiepe gedeelte, zodat larven genoeg schuilmogelijkheden hebben. 

Afdichten

Wanneer water niet voldoend blijft staan (wat vaak het geval is in sterk glooiende terreinen), is het wellicht wenselijk de poel bodem af te dichten. Dit kan gedaan worden door deze met een graafmachine af te smeren met leem of klei. Hiermee creeër je een ondoordringbare laag waardoor het water niet weg kan stromen. Dit is echter alleen gewenst als een natuurlijke situatie niet het gewenste resultaat oplevert. 

Oever

Hiermee zijn we aangekomen bij de oeverrand.  Amfibieën hebben baat bij een grillige oeverrand in plaats van een strakke rechte oeverrand. Een grillige onregelmatige oeverrand zorgt voor meer biodiversiteit en creëert een microklimaat. Plant de oever aan met inheemse planten, of laat deze oevervegetatie spontaan groeien. Spontaan laten groeien duurt natuurlijk wel wat langer.

De oeverzone is een belangrijk gedeelte voor amfibieën. Zorg hierin ook voor voldoende variatie
De oeverzone is een belangrijk gedeelte voor amfibieën. Zorg hierin ook voor voldoende variatie

Houd bij het aanleggen van de poel rekening met de hellingshoek. Een hellingshoek van 1:3 wordt vaak aangehouden. Dit wil zeggen dat je 1 meter hoogteverschil overbrugt over 3 meter. Als deze oevers steiler worden gemaakt (door ruimtegebrek of andere redenen) dan zullen warmteminnende soorten je poel links blijven laten liggen. Als je je oevers niet overal aan deze hellingshoek kunt laten voldoen, kies er dan zeker voor de noordelijke oever op deze manier te maken. Dit is namelijk de oeverkant waar de zon op staat en is daardoor het meest waardevol voor warmteminnende soorten. 


Lees ook: waarom kwaken kikkers?


Houd er rekening mee dat na de aanleg en de jaren daarop volgend de soortensamenstelling in je poel kunnen veranderen. Je poel is in het begin, wanneer er nog weinig tot geen begroeiing is, bijvoorbeeld interessant voor de rugstreeppad , maar wanneer deze meer en meer dichtgroeit met vegetatie, zal de rugstreeppad weer vertrekken. In dit stadium zal je poel aantrekkelijker worden voor andere soorten.

De rugstreeppad is een echte pionierssoort en zorgt daarmee regelmatig voor problemen bij nieuwbouwprojecten (de Natuur van hier)
De rugstreeppad is een echte pionierssoort en zorgt daarmee regelmatig voor problemen bij nieuwbouwprojecten (de Natuur van hier)

Aanleggen kleine halfnatuurlijke poel

Heb je geen ruimte of budget voor een grote poel, dan kun je alsnog de natuur een handje helpen door een kleine poel in je tuin aan te leggen. Je zult al gauw merken dat er een verscheidenheid aan dieren dankbaar gebruik zal maken van je kleine waterpartij. Vogels komen er drinken en badderen, juffers en libellen zullen de poel binnen no-time weten te vinden, insecten en kleine zoogdieren drinken uit je poel en algemene amfibieën soorten zullen de poel koloniseren. Daarnaast kan een kleine poel uitstekend fungeren als stapsteen in stedelijk gebied om van het ene natuurgebied naar het andere natuurgebied te komen. Het draagt verder ook bij aan habitat vergroting voor amfibieën, daar waar geschikte habitats in de afgelopen decennia juist sterk zijn afgenomen.

Poel
Een kleine poel in de tuin kan een mooie toevoeging zijn voor de lokale biodiversiteit (De Natuur van hier)

Lees ook: hoe maak ik een stapelmuurtje?


Verschillen met aanleggen grote poel

Het is bij een kleine poel belangrijk om realistisch te zijn. Zeldzame soorten als de knoflookpad en vroedmeesterpad zul je er waarschijnlijk niet in krijgen, maar het kan een perfect plekje vormen voor onder andere groene kikkers, gewone padden en kleine watersalamanders. Zorg ervoor dat je poel goed bereikbaar is, door bijvoorbeeld een stuk uit je erfafscheiding te knippen/breken. 

Om ervoor te zorgen dat je voldoende water in je poel houdt, is het onvermijdelijk om voor een kleine poel een voorgevormde vijverbak of vijverfolie te gebruiken. Vijverbakken hebben vaak een steile rand, wat niet gewenst is, dus in de meeste gevallen kan het beste vijverfolie gekozen worden. Bij vijverfolie heb je de keuze tussen PVC of EPDM folie. PVC is goedkoper, maar ook een stuk dunner. Je kunt er ook voor kiezen om een beschermvlies onder de folie te leggen. Dit zorgt ervoor dat deze minder snel scheurt. Zeker in gebieden waar veel stenen in de grond zitten is dit aan te raden.

Voorgevormde vijverbakken zijn onder andere via bol.com te verkrijgen (klik op deze link), vijverfolie (zowel PVC als EPDM) via deze link. Deze is te verkrijgen in meerdere afmetingen en vaak binnen een paar dagen thuisbezorgd. Hierdoor hoe je dus niet lang te wachten voordat je met jouw project aan de slag kunt.
Maak de poel zo groot mogelijk, zorg voor licht hellende oeverranden en creëer een ondieper gedeelte in de poel. Het diepste punt van de poel moet minimaal 50 centimeter zijn, maar nog iets dieper heeft de voorkeur. 


Lees ook: de beste inheems vijverplanten


Zowel bij een grote als bij een kleine poel is het belangrijk om ook structuurvariatie in je oeverrand aan te brengen. Zorg ervoor dat bepaalde delen van de oever aangeplant zijn (biologisch gekweekte en inheemse beplanting), maar dat er ook open stukken zijn. Zorg ook rondom de poel voor planten wat als beschutting kan dienen. 

Zowel een groet als een kleine poel kan een belangrijke bijdrage leveren aan de omliggende natuur (Saxifraga - Jan van der Straaten)
Zowel een grote als een kleine poel kan een belangrijke bijdrage leveren aan de omliggende natuur (Saxifraga – Jan van der Straaten)

Beheer

Een poel aanleggen is één ding, maar een juist beheer uitvoeren is essentieel om de komende jaren te blijven genieten van de poel. Om ervoor te zorgen dat planten- en diersoorten zo min mogelijk gestoord worden is het goed om hier vooraf over na te denken. Verkeerd uitgevoerd beheer kan er voor zorgen dat soorten verdwijnen. Een goed uitgedacht beheerplan opstellen is dan ook zeker geen overbodige luxe. 

Indien je zelf te weinig kennis bezit om een gedegen beheerplan op te zetten is het raadzaam hiervoor de hulp van een expert in te schakelen. Daarnaast is er ook het nodige terug te vinden in de literatuur. Een goed voorbeeld hiervan is het handboek ‘Praktisch Natuurbeheer: Amfibieën en Reptielen’ geschreven door bioloog (en tevens natuurfotograaf) Edo van Uchelen. Helaas is het boek niet meer nieuw te bestellen, maar zo nu en dan is het 2e hands nog te verkrijgen. Dit boek is een aanrader voor iedereen die zich meer wil verdiepen in de herpetofauna van Nederland. 

Om de poel aantrekkelijk te houden voor amfibieën is het van belang dat het water niet te voedingsrijk wordt en verlanding wordt tegengegaan. Hiervoor moet bladinval verwijderd worden en zal er zo nu en dan gebaggerd moeten worden. Houd er rekening mee dat een beheersmaatregel als baggeren een zeer ingrijpende maatregel is en wanneer in de verkeerde periode in het jaar uitgevoerd wordt meer kwaad doet dan goed. Zo is het bijvoorbeeld geen goed idee om dit in het voorjaar te doen en moet het altijd in fases gedaan worden om dieren genoeg uitwijkmogelijkheden te geven. 

Subsidie aanleggen poel

In sommige gevallen is het mogelijk om subsidie te krijgen voor het aanleggen van een poel. Als je de poel zoveel mogelijk wilt vullen met hemelwater dan zou je ervoor kunnen kiezen om het hemelwater af te koppelen van de riolering. Dit zorgt ervoor dat tijdens piekmomenten de riolering minder belast wordt waar gemeenten en provincies erg blij zijn. De geldende subsidie hiervoor verschilt per gemeente en vaak wordt het bedrag hiervan vastgesteld tijdens een gesprek met de gemeente. 

Naast subsidie voor het afkoppelen van hemelwater is er ook nog een mogelijkheid om een SNL subsidie te krijgen. Deze subsidie is er speciaal voor beheerders van een natuurterrein. Hier gelden wel strikte voorwaarden. Zo is het bijvoorbeeld verplicht om het terrein waar het om gaat open te stellen voor publiek en worden er periodiek controles uitgevoerd of de subsidie wel gerechtvaardigd is. Een stichting zoals de Bosgroepen Nederland kan je helpen met het aanvragen van een dergelijke subsidie.  Meer informatie vinde je op bosgroepen.nl. 

Profijt door andere soorten

Het prachtige aan natuur is dat als je iets doet ten behoeve van een bepaalde soort of bepaalde soortengroep, dan profiteren andere soorten hier altijd van mee. Zo ook bij het aanleggen van een poel voor amfibieën, diverse andere dieren- en plantensoorten zullen hiervan profiteren. 

Platbuik (de Natuur van hier)
Veel juffers en libellen, zoals deze platbuik, profiteren van de aanleg van poelen in tuinen (de Natuur van hier)

Juffers en libellen

Juffers en libellen zijn onlosmakelijk verbonden aan water en snel nadat er een poel is aangelegd zullen de eerste soorten zich laten zien. Dit komt omdat juffers en libellen hun eitjes afzetten in of nabij het water. Soorten als de azuurwaterjuffer, het lantaarntje of glazenmakers kunnen zomaar eens bij de eerste dieren horen die je poel komen verkennen.


Lees ook: verschil tussen juffers en libellen

r

Vogels

Vogels zullen je poel ook snel ontdekken. Deze zullen de poel voornamelijk gebruiken om uit te drinken en op warme dagen zullen ze zich tegoed doen aan een verfrissend bad. Mussen, mezen, duiven, merels, roodborstjes en groenlingen zullen allemaal je poel op zoeken. Woon je wat vrijer en heb je een grote poel? Let dan in de zomer op zwaluwen. Deze zullen in grote groepen om beurten over het water vliegen om muggen te vangen en om te drinken, een prachtig tafereel om waar te nemen! Lees hier andere tips hoe je meer vogels in je tuin krijgt.

Veel tuinvogels zullen gebruik maken van een poel. Bij de wat grotere poelen maak je zelfs kans op een bezoek van eenden (de Natuur van hier)
Veel tuinvogels zullen gebruik maken van een poel. Bij de wat grotere poelen maak je zelfs kans op een bezoek van eenden (de Natuur van hier)

Zoogdieren

Naast vogels zullen ook kleine zoogdieren je poel op zoeken om te drinken. Deze zijn wel wat lastiger waar te nemen, maar ze zijn er zeker. Muizen, ratten, marters, vossen en egels zullen (voornamelijk ‘s nachts) dankbaar gebruik maken van het aanwezige water.

Wil je weten welke zoogdieren er ’s avonds en ’s nachts naar je poel komen? Overweeg dan eens een wildcamera op te hangen. Via Green Backyard zijn twee soorten wildcamera’s te verkrijgen. Daarnaast verkopen ze ook camera’s voor in nestkasten of voor bij voedertafels. Op deze manier kun je allerlei dieren in je tuin in beeld krijgen, van vogels tot vleermuizen en van egels tot eekhoorns.

Daarnaast is er nog een andere soort die wellicht minder voor de hand ligt: vleermuizen. Vleermuizen maken dankbaar gebruik van water om te jagen. Soorten als de dwergvleermuis, kleine dwergvleermuis rosse vleermuis en watervleermuizen jagen hoofdzakelijk op insecten boven en rondom het wateroppervlak. 

Overige

De aanwezigheid van water zorgt als laatste ook nog voor een totale andere plantengroei. Op noordelijke oevers (de warme oevers) ontstaat een specifiek microklimaat waar warmteminnende soorten goed zullen gedijen. De dynamiek van een poel (wisselende waterstand) zorgt ook weer voor een specifieke habitat waar unieke plantensoorten van profiteren. 

Verder kan de ringslang (afhankelijk van de regio) je poel bezoeken en zijn er talloze ongewervelden en micro- en macro-organismen terug te vinden in het water. 

Conclusie

Mocht je nog twijfelen of het wel zo’n goed idee is om een poel aan te leggen, dan hopen we dat je na het lezen van dit artikel overtuigd bent geraakt van de meerwaarde van een poel in je tuin. Water is altijd een belangrijke bron voor veel planten- en diersoorten en zorgt voor meer biodiversiteit in onze toch steeds meer verstedelijkte omgeving. 

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!