Droge grond kan een flinke uitdaging zijn in de tuin. Planten vedrogen snel, groeien slecht of halen simpelweg de zomer niet. Vooral op zandgrond of in een tuin met veel zon kan het lastig zijn om beplanting te vinden die sterk genoeg is.
Gelukkig heeft de natuur daar al lang een oplossing voor: inheemse planten. Deze soorten zijn van nature aangepast aan het Nederlandse klimaat en kunnen vaak verassend goed omgaan met droogte. Ze hebben diepe wortels, zijn gewend aan schrale omstandigheden en trekken bovendien volop bijen, vlinders en andere insecten aan.
In dit artikel ontdek je de beste inheemse planten voor droge grond. Stuk voor stuk sterke, onderhoudsarme soorten die niet alleen overleven, maar juist floreren in een droge tuin.
Slangenkruid houdt van een droge plek en trekt veel insecten aan (de Natuur van hier)
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken!
Van droge grond is sprake wanneer water snel wegzakt en de bodem weinig vocht vasthoudt. Dit komt vaak voor bij zandgrond, maar ook bij verhoogde borders, hellingen of plekken in de volle zon. Vooral in de zomer kan bodem hierdoor snel uitdrogen, waardoor veel tuinplanten het moeilijk krijgen.
Toch betekent droge grond niet dat er niets wil groeien. Met de juiste plantkeuze kun je juist een sterke, natuurlijke tuin creëren die goed bestand is tegen warmte en droogte in je tuin.
Droge grond is funest voor planten, als je niet de juiste plant op de juist plek zet
Waarom kiezen voor inheemse planten?
Inheemse planten zijn van nature aangepast aan het Nederlandse klimaat en de bodem. Daardoor kunnen ze vaak beter omgaan met droge omstandigheden dan veel uitheemse soorten. Ze hebben diepe wortels, zijn sterker en hebben minder verzorging nodig.
Daarnaast leveren inheemse planten een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Ze bieden voedsel en leefruimte aan bijen, vlinders, en andere insecten. Door te kiezen voor inheemse beplanting maak je je tuin dus niet alleen onderhoudsvriendelijker, maar ook waardevoller voor de natuur.
De beste inheemse planten voor droge grond
Door vooraf goed na te denken over welke planten je gaat gebruiken op een droge plek, zorg je dat je het hele jaar kunt genieten van planten die floreren en rijkelijk bloeien. In deze blog tippen we 14 soorten die het goed doen op droge grond. Je vindt in deze lijst kruiden, grassen en (half)heesters. Onderaan de blog vind je nog een aantal praktische combinaties van planten, voor als je een groter stuk moet aanplanten.
Kruiden en lage planten
Met kruiden en lage planten kun je een bodem dichtplanten, zodat deze minder snel uitdroogt. Het voordeel van kruiden is dat ze vaak uitbundig bloeien en veel insecten aantrekken.
Wilde marjolein (Origanum vulgare)
Standplaats: volle zon – halfzon
Bodem: droog, kalkrijk, goed doorlatend
Bloei: juli – september
Goed voor: bijen en vlinders
Wilde marjolein is een van de beste inheemse planten voor droge grond. Deze vaste plant doet het uitstekend op een droge grond en zonnige standplaats. Het liefst heeft wilde marjolein een wat kalkhoudende, goed doorlatende grond.
Marjolein is een echte biodiversiteitsmagneet. De roze tot purperen bloemen verschijnen van juni tot en met september aan de plant en trekkenbijen, hommels, zweefvliegen en vlinders aan. De bladeren verspreiden een heerlijke geur als je erover wrijft en kunnen gebruikt worden in de keuken. Zet deze alleskunner dus dicht bij de achterdeur.
Wij hebben wilde marjolein tegen de muur van het huis staan, die op het zuiden is georiënteerd. Hier wordt het in de zomer erg warm en de grond droogt snel uit, maar de wilde marjolein blijft sterk doorgroeien en rijk bloeien. Een echte plant voor op droge grond dus. Wilde marjolein is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De alleskunner wilde marjolein is perfect om te gebruiken op droge grond
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Standplaats: zon – halfzon
Bodem: droog, matig voedselarm
Bloei: mei – oktober
Goed voor: bijen, vlinders
Gewone rolklaver is een ideale inheemse bodembedekker voor een zonnige en droge border. Daarnaast verschijnt gewone rolklaver op veel plekken vanzelf in een extensief beheert kruidenrijk gazon of grasland.
De gele bloemen van gewone rolklaver verschijnen van mei tot en met oktober aan de plant. De nectar en het stuifmeel zijn in trek bij vlinders en bijen. Daarnaast is een belangrijke waardplant voor het icarusblauwtje, het groentje en de dagactieve nachtvlinder de sint jansvlinder.
Rolklaver staat het liefst op een droge tot licht vochtige plek, maar kan prima tegen droogte. Ze houden daarnaast van een ietwat kalkrijke bodem. Wij zien in onze natuurtuin gewone rolklaver op veel droge en schrale plekken verschijnen in het kruidenrijk grasland en daar rijkelijk bloeien.
Gewone rolklaver is een ideale bodembedekker voor droge grond
Kleine tijm (Thymus serpyllum)
Standplaats: volle zon
Bodem: droog, stenig, goed doorlatend
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen, vlinders en zweefvliegen
Een andere perfect bodembedekker voor droge grond is kleine tijm die 10 tot 15 centimeter groot wordt. . Kleine tijm (ook wel kruiptijm of wilde tijm genoemd) kan op diverse manieren gebruikt worden in de tuin: als bodembedekker, in een stapelmuurtje, tussen rotsen, tussen bestrating. Zolang deze maar in de zon en goed doorlatende grond staat.
Waar kleine tijm ook groeit: de plant zal een prachtig tapijtje vormen van paarse bloemen die een aromatische geur afgeven. Tijm bloeit van juni tot en met september rijkelijk met kleine paarse bloemetjes die erg in trek zijn bij insecten. Bijen, vlinders en zweefvliegen bezoeken de bloemen veelvuldig en eten van de nectar die alom aanwezig is.
Kleine tijm is – biologisch gekweekt – verkrijgbar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr.
Kleine tijm is uitermate geschikt om te gebruiken op droge standplaatsen zoals stapelmuren en tussen bestrating (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
Grasachtigen
Er zijn ook een aantal inheemse grassoorten die het uitstekend doen op droge grond. Door grassen en bloeiende planten in een border te combineren, creëer je een prachtige border die iedere tuin mooier maakt en waar vele soorten dieren van profiteren.
Helmgras (Ammophila arenria)
Standplaats: zon tot half schaduw
Bodem: droog, zanderig
Bloei: juni – juli
Goed voor: waardplant helmgrasuil
Helmgras is een andere goede keuze voor een droge tuin of voor op een droge plek. Van oorsprong groeit helmgras in de duinen, waar het de belangrijke taak heeft om zand vast te houden. Helmgras groeit goed op een droge, zanderige plek in de volle zon of halfschaduw.
Het gras laat zich uitstekend combineren met bloeiende vaste planten, zoals knoopkruid of grote centaurie. Helmgras biedt een goede schuilplek voor allerlei dieren zoals spinnen en insecten. Daarnaast is het de waardplant voor de nachtvlinder de helmgrasuil.
Gras wat van oorsprong in de duinen groeit en daar de belangrijke taak heeft om zand vast te houden. Groeit graag op een droge, zanderige grond en doet het uitstekend in de volle zon of halfschaduw. Goed te combineren met bloeiende, vaste planten. Schuilplek voor allerlei dieren zoals spinnen en insecten en de waardplant voor de helmgrasuil.
Helmgras is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, zoals Sprinklr.
Hlemgras staat graag op en droge plek in de tuin en combineert goed met bloeiende, vaste planten (Saxifraga – Piet Zomerdijk)
Bevertjes (Briza media)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: droog tot matig vochtig
Bloei: mei – augustus
Goed voor: overwinterende insecten
Een andere leuke, inheemse grassoort voor op een relatief droge plek is bevertjes, ook wel trilgras genoemd. Bevertjes groeit het best op matig droog tot licht vochtige grond, maar kan ook goed overweg met drogere omstandigheden in een natuurlijke tuin.
De plant bloeit van mei tot en met augustus met hartvormige bloemen, die trillen in de wind (vandaar ook de naam trilgras). Trilgras wordt tot 40 centimeter hoog en combineert uitstekend met bloeiende vaste planten. Ook in de winter heeft het gras nog een mooie sierwaarde. Daarnaast worden de stengels (en het binnenste van de pol) gebruikt als overwinteringsplek door insecten. Snoei het gras dus pas in het voorjaar terug!
Bevertjes is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr.
Van mei tot en met augustus verschijnen de prachtige bloemen aan het gras
Bloeiende toppers
Naast bodembedekkers en grassen zijn er natuurlijk ook veel bloeiende vaste planten die het goed doen op een droge plek. Onderstaand enkele van onze persoonlijke favorieten om te gebruiken in een droge tuin.
Slangenkruid (Echium vulgare)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zanderig
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen
Een van de mooiste inheemse, bloeiende vaste planten om te gebruiken in een droge tuin of op een droge plek is slangenkruid. Deze plant bloeit met prachtige diepblauwe bloemtrossen van juni tot september en staat graag op een zonnige, warme en droge plek.
Het is daarnaast ook nog eens een uitstekende bijenplant en vlinderplant. Door de lange bloei is het een waardevolle nectarplant. Slangenkruid zaait zichzelf vaak uit, waardoor het je het jaar erop weer kunt genieten van deze prachtige bloeier in je tuin.
Slangenkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
Slangenkruid staat graag op een warme, zonnige en droge plek (de Natuur van hier)
Duizendblad (Achillea millefolium)
Standplaats: zon tot halfzon
Bodem: droog tot matig vochtig
Bloei: juni -oktober
Goed voor: bijen, vlinders
Nog zo’n sterke bloeier voor op droge grond is duizendblad. De plant gedijt uistekend op een warme, zonnige en droge standplaats. Duizendblad kan daarnaast ook in de halfschaduw staan, maar bloeit dan aanzienlijk minder.
De vele schermbloemen van duizendblad worden vanwege de nectar druk bezocht door talloze insecten: bijen, zweefvliegen, vlinders en kevers. Daarnaast is het de waardplant van diverse nachtvlindersoorten.
In onze natuurtuin bloeit duizendblad rijkelijk op een plek die de hele dag in de zon ligt. Het hele stuk (ruim 10m2) staat vol met duizendblad. Door dit stuk gefaseerd te beheren kunnen we ook nog eens de bloeitijd van het duizendblad verlengen, waardoor we de hele zomer en het najaar kunnen genieten van de prachtige bloemen.
Duizendblad is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels. Bij Sprinklr is duizendblad verkrijgbaar in diverse varianten met verschillende bloeikleuren.
Duizendblad is een uitstekende plant voor een droge tuin
Knoopkriud (Centaurea jacea)
Standplaats: zon
Bodem: droogt tot licht vochtig
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen, vlinders
Knoopkruid is een uitstekende keuze voor een droge plek in de tuin. De plant staat graag op een zonnige, droge en matig voedselrijke plek en de bloemen trekken veel insecten aan. De paars-roze bloemen die op dunne steeltjes staan verschijnen van juni tot en met september aan de plant. Bijen en vlinders komen in groten getale af op de nectarrijke bloemen. Het is daarnaast ook de waardplant van de in Nederland ernstig bedreigde veldparelmoervlinder.
Wij hebben knoopkruid in onze natuurtuin op een taludje staan, vol op het zuiden. Hier is het erg droog en zonnig, maar het knoopkruid doet het hier heel goed en bloeit rijkelijk.
Knopkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Knoopkruid is een belangrijke bijenplant en doet het goed op een droge en zonnige plek
Sint-janskruid (Hypericum perforatum)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: droog, goed doorlatend
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen, zweefvliegen
Sint-janskruid is een vaste plant die tot 80 centimeter hoog wordt en uitstekend gebruikt kan worden in een droge tuin. Van juni tot en met september bloeit sint-janskruid met felgele bloemen, die in trek zijn bij insecten.
De lange bloei zorgt ervoor dat bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders gedurende de hele zomer stuifmeel ter beschikking hebben. Het is daarnaast de waardplant van de nachtvlinder de sint-janskruiduil. Sint-janskruid staat het liefst op een plekje in de zon, op een droge plek en in een matig voedselarme bodem. De plant zaait zich gemakkelijk uit.
Sint-janskruid is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Sint-janskruid bloeit met felgele bloemen in de periode juni tot en met september
Wilde peen (Daucus carota)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zandering
Bloei: juni – september
Goed voor: insecten (vooral zweefvliegen en kevers)
Ben je op zoek naar een witte bloeier voor op droge grond, dan is wilde peen een uitstekende keuze. Wilde peen wordt tot 90 centimeter hoog en bloeit met witte schermbloemen van juni tot en met september.
De nectar en het stuifmeel in de vele bloemen zijn een goede voedselbron voor veel insecten, waaronder zweefvliegen en kevers. Daarnaast is het ook de waardplant van de kleurrijke koninginnenpage. Na de bloei zitten de uitgebloeide schermbloemen vol met zaden die veel vogels – zoals vinkachtigen – aantrekken. Niet alle zaden worden opgegeten, waardoor de plant zich gemakkelijk uitzaait.
In onze natuurtuin zit het grasveld dat op het zuiden gericht is vol met wilde peen. Deze bloeit de hele zomer rijkelijk en voelt zich helemaal op zijn plek in het droge grasveld. De hele zomer genieten we dan ook van vogels, vlinders en andere insecten die de bloemen van wilde peen druk bezoeken.
Wilde peen doet het uitstekend op droge grond en bloeit de hele zomer
Grote centaurie (Centaurea scabiosa)
Standplaats: zon
Bodem: droog, kalkrijk
Bloei: juni – augustus
Goed voor: bijen, vlinders
Een andere prachtige bloeier om te gebruiken op droge grond is grote centaurie, De paarsroze bloemen bieden van juni tot en met augustus nectar en stuifmeel aan veel insecten. Met name bijen en hommels en vlinders bezoeken de bloemen veelvuldig. Distelvlinders, bruin zandoogje en dagpauwoog zijn een aantal soorten die je zomaar aan kunt treffen op bloemen van deze vaste plant. Wanneer de plant is uitgebloeid en zaden vormt, komen putters graag de zaden pikken.
Grote centaurie wordt tot 100 centimeter groot en staat het liefst op een droge en kalkrijke plek. Deze bijzonder sterke insectenplant is, biologisch gekweekt, te bestellen bij Sprinklr en Vivara.
Grote centaurie doet het goed op droge grond en bloeit met prachtige paarsroze bloemen (Saxifraga – Marijke Verhagen)
Halfheesters – robuuste soorten
Naast vaste planten kun je natuurlijk ook kiezen voor een (half)heester op een droge plek in je tuin. Inheemse heesters (ook wel struiken genoemd) worden over groter dan vaste planten en bieden ideale schuilplekken voor vogels en andere dieren in de tuin. Een ideale afwisseling met vaste planten dus.
Brem (Cytisus scoparius)
Standplaats: volle zon
Bodem: droog, zandgrond
Bloei: mei – juni
Goed voor: bijen
Brem is goede struik om te gebruiken in een droge tuin. Deze inheemse heester bloeit in mei en juni met gele bloemen die vol zitten met stuifmeel en veel bijen en hommels aantrekken. Het is daarnaast een belangrijke waardplant voor veel nachtvlinders én voor de dagvlinder het groentje.
Brem kan tot 200 centimeter groot worden en staat graag op een zonnige, warme en droge plek, in een voedselarme en zanderige bodem. De struik laat zich goed combineren met vaste planten zoals wilde peen en sint-janskruid.
Brem is een inheemse heester die het uitstekend naar zijn zin heeft op een droge en zonnige plek
Duindoorn (Hippophae rhamnoides)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zandig
Bloei: maart – mei
Goed voor: vogels
Duindoorn groeit van nature op in de kustduinen en doet het dus ontzettend goed op droge en schrale bodems. Deze heester krijgt in het voorjaar groene, onopvallende bloemen. De belangrijkste sierwaarde zijn echter de oranje bessen die in de herfst verschijnen.
Het is een goede heester in je tuin voor vogels. De vitaminerijke bessen worden gegeten door lijsters zoals merels en kramsvogels, maar ook door spreeuwen en goudvinken. Door de doorns is het verder een uitstekende broed- en schuilplek voor allerlei zangvogels. Het is verder de waardplant voor een aantal nachtvlinders zoals de zuidelijke spikkelspanner en de erwtenuil.
Duindoorn wordt tot 6 meter hoog. Dus ben je op zoek naar een sterke heester voor op een droge grond, die vogels een goede schuilplek en voedsel (bessen) geeft? Ga dan voor duindoorn.
Duindoorn doet het uitstekend op droge grond en heeft vogels veel te bieden
Kruipwilg (Salix repens)
Standplaats: zon
Bodem: droog tot vochtig, bij voorkeur zandig en goed doorlatend
Bloei: maart – mei
Goed voor: bijen, hommels, vlinders
Kruipwilg is een lage, kruipende struik die van nature voorkomt in duinen en op zandige gronden. Hoewel hij ook op vochtige plekken kan groeien, doet hij het verassend goed op droge, goed doorlatende grond. Vooral op zonnige standplaatsen met arme zandgrond komt deze soort goed tot zijn recht.
In het vroege voorjaar is kruipwilg van grote waarde voor de natuur. De katjes verschijnen al vroeg in het seizoen en vormen een belangrijke voedselbron voor bijen en hommels die net uit hun winterrust komen. Daarnaast is de plant een waardplant voor verschillende vlindersoorten, waaronder veel nachtvlinders.
Door zijn kruipende groei is kruipwilg zeer geschikt als bodembedekker op droge, open plekken. Hij helpt de bodem te bedekken en vast te houden, wat verdroging kan verminderen. Een sterke en veelzijdige soort die goed past in een natuurlijke tuin met droge omstandigheden.
Kruipwilg blijft laag bij de grond en kan daarom goed gebruikt worden om de grond af te dekken, zodat deze minder snel uitdroogt (Saxifraga – Hans Boll)
Tips voor beplanting op droge grond
Bij een droge tuin draait alles om de juiste aanpak. Kies voor planten die van nature goed tegen droogte kunnen en zet ze op een zonnige, goed doorlatende plek. Geef jonge planten in het begin extra water, zodat ze goed kunnen wortelen.
Daarnaast helpt het om de bodem te verbeteren met organisch materiaal en om de grond af te dekken met mulch. Dit zorgt ervoor dat vocht langer wordt vastgehouden en de bodem minder snel uitdroogt.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is om planten juist te vaak water te geven. Hierdoor ontwikkelen zich geen diepe wortels en worden ze gevoeliger voor droogte. Ook wordt er vaak gekozen voor niet-inheemse soorten die slecht bestand zijn tegen droge omstandigheden.
Daarnaast wordt de bodem soms onderschat. Een compacte of juist te arme bodem kan ervoor zorgen dat planten minder goed aanslaan. Kijk dus altijd goed naar de eigenschappen van je grond voordat je gaat planten.
Onze ervaring met planten op droge grond
In onze natuurtuin merken we dat inheemse planten verassend goed omgaan met droge omstandigheden. Vooral op zonnige plekken waar de grond snel uitdroogt, blijven soorten zoals wilde marjolein en wilde peen sterk doorgroeien en rijk bloeien.
Wat ons vooral opvalt, is dat planten die vanaf het begin op de juiste plek staan, veel minder verzorging nodig hebben. Door de natuur te volgen in plaats van ertegenin te werken, ontstaat er een stabiele en levendige tuin.
Combinaties – voorbeeldborder
Door verschillende soorten te combineren, ontstaat er een natuurlijke en gevarieerde beplanting die elkaar versterkt. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van sint-janskruid, knoopkruid en helmgras voor een zonnige border.
Voor een lagere beplanting kun je kiezen voor kleine tijm, gewone rolklaver en wilde marjolein. Wil je juist een wat hogere beplanting, dan kun je gaan voor een combinatie van grote centaurie, wilde peen en brem.
Door te variëren in hoogte, bloeitijd en structuur creëer je een tuin die het hele seizoen aantrekkelijk blijft voor zowel mens als dier.
Afsluiting
Met de juiste inheemse beplanting kun je van droge grond juist een kracht maken in je tuin. Door te kiezen voor soorten die van nature zijn aangepast aan deze omstandigheden, ontstaat er een onderhoudsarme en biodivers rijke beplanting dier jarenlang meegaat.
Wil je verder aan de slag met inheemse beplanting? Bekijk dan ook onze andere artikelen en ontdek hoe je stap voor stap een natuurlijke tuin kunt creëren.
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Inheemse beplanting wordt steeds populairder én dat is niet zonder reden. Door te kiezen voor planten die van nature in Nederland voorkomen, creëer je een tuin die niet alleen mooi is, maar ook écht iets teruggeeft aan de natuur. Denk aan zoemende bijen, fladderende vlinders en vogels die jouw tuin weten te vinden als voedsel- en schuilplek. En het maakt niet uit of je een grote tuin of alleen een balkon hebt: met inheemse beplanting kun je een verschil maken.
Toch vinden veel mensen het lastig om te beginnen. Welke inheemse planten zijn geschikt voor jouw tuin? Hoe combineer je ze op een mooie manier? En waar moet je op letten bij zon, schaduw of grondsoort?
Op deze pagina nemen we je stap voor stap mee in de wereld van inheemse beplanting. Je leert wat het is, waarom het zo waardevol is en hoe je zelf een natuurlijke, diervriendelijke tuin kunt creëren. Daarnaast vind je handige overzichten en links naar verdiepende artikelen, zodat je direct aan de slag kunt.
Omslagfoto: pinksterbloem (de Natuur van hier)
Witte klaver (de Natuur van hier)
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken!
Om goed te begrijpen wat inheemse beplanting is en wat je ermee kunt, is het belangrijk om eerst naar de betekenis te kijken. Want wat maakt een plant eigenlijk ‘inheems’ – en waarom is dat zo belangrijk voor je tuin en de natuur?
Betekenis van inheemse planten
Inheemse planten zijn planten van nature in Nederland voorkomen, zonder invloed van de mens. Ze hebben zich gevestigd na de laatste ijstijd (ongeveer 11.700 jaar geleden) en zijn volledig aangepast aan het klimaat, de bodem en andere omstandigheden.
Daar tegenover staan exoten. Dit zijn planten die hier oorspronkelijk niet voorkomen, maar door de mens zijn geïntroduceerd. Dit kan bewust zijn gebeurd, bijvoorbeeld door tuinbeplanting, of onbewust, zoals een zaadje dat meereist onder een schoen.
Omdat deze planten hier van nature niet thuishoren, hebben ze vaak weinig tot geen relatie met inheemse dieren en andere planten. In sommige gevallen kunnen exoten zich zelfs zo sterk verspreiden dat ze andere soorten verdringen. Dan spreken we van invasieve exoten. Een bekend voorbeeld hiervan is Japanse duizendknoop.
Ingeburgerde planten (archeofyten)
Naast inheemse planten en exoten bestaat er nog een derde groep: de zogenaamde archeofyten, ook wel ingeburgerde planten genoemd.
Dit zijn planten die ooit door de mens zijn meegenomen, maar inmiddels al zo lang aanwezig zijn dat ze zich hebben aangepast aan de omgeving. Over het algemeen worden planten die vóór het jaar 1500 zijn geïntroduceerd als archeofyt beschouwd.
Sommige van deze soorten zijn zelfs zo ingeburgerd dat je ze tegenwoordig gewoon in de natuur tegenkomt. Denk bijvoorbeeld aan wilde cichorei, grote weegbree en tamme kastanje.
Drie soorten planten: wilde peen, wilde cichorei en Japanse duizenknoop. Wilde peen is een echte inheemse plant, wilde cichorei is door de Romeinen meegenomen en wordt daarom gezien als een archeofyt en Japanse duizendknoop is misschien wel het bekendste voorbeeld van invasieve exoten in onze natuur. (foto wilde cichorei: de Natuur van hier)
Waarom zijn inheemse planten zo belangrijk?
Inheemse planten spelen een cruciale rol in de natuur. Ze vormen de basis van ons ecosysteem en zijn onmisbaar voor talloze insecten, vogels en andere dieren.
Veel insecten zijn gespecialiseerd en leven uitsluitend van bepaalde plantensoorten. Zonder deze planten verdwijnen ook de insecten – en daarmee een belangrijk deel van de voedselketen. Denk bijvoorbeeld aan bijen en vlinders afhankelijk zijn van specifieke bloemen voor nectar een stuifmeel. Een goed voorbeeld hiervan is de knautiabij, die zich heeft gespecialiseerd in het verzamelen van nectar van beemdkroon.
Daarnaast zorgen inheemse planten voor een natuurlijke balans. Ze zijn onderdeel van een complex netwerk waarin planten, dieren en bodemleven met elkaar samenwerken. Wanneer uitheemse of invasieve soorten deze plek innemen, kan dit het evenwicht verstoren.
Door inheemse planten te behouden en te gebruiken, help je dus niet alleen individuele soorten, maar ondersteun je een heel ecosysteem.
Waarom kiezen voor inheemse planten in je tuin?
Gelukkig hoef je geen natuurgebied te bezitten om bij te dragen aan biodiversiteit. Juist in je eigen tuin kun je een groot verschil maken door te kiezen voor inheemse beplanting.
Een van de grootste voordelen is dat je tuin direct meer leven aantrekt. Bijen, vlinders en vogels weten inheemse planten moeiteloos te vinden, omdat ze hier van nature op zijn afgestemd.
Daarnaast zijn inheemse planten vaak sterker en makkelijker in onderhoud. Ze zijn gewend aan het Nederlandse klimaat en groeien goed op de lokale bodem. Hierdoor hebben ze minder water, voeding, en verzorging nodig dan veel exotische tuinplanten.
Door te kiezen voor inheemse planten maak je jouw tuin niet alleen mooier, maar ook duurzamer en waardevoller voor de natuur.
Inheemse planten kiezen: waar moet je op letten?
Het kiezen van de juiste inheemse planten begint bij jouw tuin. Niet elke plant groeit namelijk op elke plek even goed. Door rekening te houden met een aantal belangrijke factoren, vergroot je de kans op een gezonde, sterke en natuurrijke tuin.
We lichten de belangrijkste aandachtspunten waar je op moet letten kort toe. Wil je meer weten? Dan kun je doorklikken naar de uitgebreide artikelen.
Niet elke plant past op iedere plek. Denk vooraf dus goed na welke planten je kiest (de Natuur van hier)
Standplaats (zon, vochtigheid, grondsoort)
De standplaats is misschien wel de belangrijkste factor bij het kiezen van inheemse beplanting. Sommige planten houden van volle zon, terwijl andere juist beter groeien in de schaduw. Ook de bodem speelt een grote rol: is je grond droog of juist vochtig? Bestaat deze uit zand, leem of klei?
Door planten te kiezen die passen bij jouw omstandigheden, voorkom je uitval en zorg je voor een sterke, onderhoudsvriendelijke tuin.
Wil je een tuin die het hele jaar door aantrekkelijk is voor mens en dier? Let dan goed op de bloeitijd van je planten? Door soorten te combineren die op verschillende momenten bloeien, zorg je voor een continue bron van nectar en voedsel voor insecten.
Zo maak je jouw tuin niet alleen mooier maar ook waardevoller voor de natuur.
Inheemse planten voor het voorjaar
Inheemse planten voor de zomer
Inheemse planten voor de herst
Inheemse planten voor de winter
Binnenkort lees je hier meer over inheemse planten per seizoen.
Bloeiboog van inheemse haag. Op deze manier krijg je gauw inzichtelijk in welke maanden van het jaar je geen bloei in je tuin hebt. Zo kun je dus heel gericht een plant kiezen die dit gat opvult. Interesse in een bloeiboog voor jouw tuin? Neem dan contact met ons op! (de Natuur van hier)
Doel van je tuin
Tot slot is het goed om na te denken over wat je met je tuin wilt bereiken. Wil je vooral meer biodiversiteit? Of zoek je juist een onderhoudsvriendelijke tuin die er natuurlijk uitziet? Misschien wil je specifiek vlinders of vogels aantrekken.
Door vooraf je doel te bepalen, kun je gerichter planten kiezen die daarbij passen.
Inheemse planten zijn er in allerlei vormen en soorten. Van bloemen en bodembedekkers tot struiken en bomen. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste categorieën, met links naar uitgebreide artikelen per type beplanting.
Vaste planten
Inheemse vaste planten vormen de basis van veel natuurlijke tuinen. Ze komen elk jaar terug en zorgen voor kleur, structuur en voedsel voor insecten.
Bomen en struiken bieden niet alleen structuur, maar ook voedsel, schuilplekken en broedgelegenheid voor vogels en andere dieren. Onmisbaar dus in een natuurlijke tuin.
Klimplanten zijn ideaal voor schuttingen, muren en pergola’s en bieden extra ruimte voor groen in je tuin. Het zijn ook ideale schuil- en broedplekken voor vogels.
Meer inheemse planten maken van je tuin een waardevolle plek voor allerlei dieren. Verschillende soorten hebben elk hun eigen behoeften. Door hier slim op in te spelen, kun je jouw tuin omtoveren tot een levendige en natuurlijke omgeving.
Voor bijen en insecten
Bijen en andere insecten zijn sterk afhankelijk van specifieke plantensoorten. Veel wilde bijen halen hun voedsel slechts van een beperkt aantal bloemen. Inheemse planten sluiten hier perfect op aan en bieden nectar en stuifmeel op de juiste momenten.
Door te kiezen voor een gevarieerde bloei van inheemse planten, zorg je voor een continue voedselbron en help je insecten overleven.
Bloeiende inheemse planten, bomen en struiken zijn zeer belangrijk voor bijen omdat ze dienen als voedselbron (de Natuur van hier)
Voor vlinders
Vlinders stellen andere eisen dan bijen. Naast nectarplanten hebben ze ook waardplanten nodig, waarop ze hun eitjes leggen en waar rupsen van eten. Deze plantjes zijn vaak specifiek en het gaat hier over het algemeen om inheemse soorten.
Met de juiste combinatie van planten maak je jouw tuin aantrekkelijk voor zowel volwassen dieren als hun rupsen.
Vogels gebruiken inheemse planten op verschillende manieren. Ze eten bessen en zaden, zoeken er insecten en vinden er beschutting om te rusten en om een nest te bouwen.
Struiken en bomen spelen hierbij een belangrijke rol. Door deze toe te voegen, maak je je tuin een stuk aantrekkelijker voor vogels.
Inheemse planten voor vogels
Dichte struiken bieden een perfecte schuil- en nestplek voor vogels, zoals dit zwartkopvrouwtje (de Natuur van hier)
Voor kleine dieren
Ook kleine dieren zoals egels en andere zoogdieren profiteren van een natuurlijke tuin. Dichte beplanting biedt schuilplekken en bescherming, terwijl een gezonde bodem zorgt voor voldoende voedsel zoals insecten.
Door je tuin iets minder strak te houden en ruimte te geven aan natuurlijke groei, creëer je een veilige plek voor deze dieren.
Inheemse planten voor egels en kleine dieren
Hoe begin je met inheemse beplanting?
Beginnen met inheemse beplanting hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Juist door klein te starten en goed te kijken naar je tuin, kun je al snel een groot verschil maken.
Stap 1: Kijk naar je tuin
Voordat je planten kiest, is het belangrijk om goed je tuin te bekijken. Hoeveel zon krijgt de plek? Wat voor grond heb je? En is het er droog of juist vochtig? Voordat wij nieuwe planten aanplanten in onze tuin, bestuderen we eerst het plekje goed. Is het een droge en zonnige plek? Staat er veel wind? Pas dan gaan we kijken welke planten hier het beste zouden passen.
Door hier rekening mee te houden, kies je planten die van nature goed passen en minder onderhoud nodig hebben.
Stap 2: Kies de planten die erbij passen
Kies vervolgens planten die aansluiten bij jouw situatie én bij wat je wil bereiken. Wil je meer vlinders aantrekken? Of juist een onderhoudsvriendelijke tuin?
Door gericht te kiezen, vergroot je de kans op succes.
Stap 3: Begin klein
Je hoeft niet meteen je hele tuin om te gooien. Begin bijvoorbeeld met een border of een klein stukje tuin. Zo kun je rustig ontdekken wat werkt en wat bij je past.
Stap 4: Laat de natuur haar werk doen
Inheemse tuinen hoeven niet perfect strak te zijn. Juist door de natuur wat meer ruimte te geven, ontstaat er een gezonde balans waarin planten en dieren elkaar versterken.
Meer weten?
Wil je stap voor stap aan de slag met een inheemse tuin? In ons e-book nemen we je mee van een kale tuin naar een levendige, natuurlijke omgeving. Inclusief praktische tips, voorbeeldplanten en een duidelijk 4-wekenplan.
👉 Download hier ons e-book over inheemse beplanting
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Veelgemaakte fouten bij inheemse beplanting
Hoewel inheemse planten vaak sterk en onderhoudsvriendelijk zijn, gaat het in de praktijk toch regelmatig mis. Door een paar veelgemaakte fouten te voorkomen, vergroot je de kans op een succesvolle en natuurlijke tuin.
Verkeerde standplaats kiezen
Een van de meest voorkomende fouten is het kiezen van planten die niet passen bij de omstandigheden in je tuin. Een zonminnende plant zal het in de schaduw lastig krijgen – en andersom.
Kijk dus altijd goed naar zon, schaduw en bodem (vochtigheid, grondsoort) voordat je planten kiest.
Te veel in één keer willen
Het is verleidelijk om meteen je hele tuin te veranderen, maar dat werkt vaak averechts. Je verliest overzicht en weet niet goed wat wel en niet werkt. Begin dus klein en breid stap voor stap uit.
De tuin té netjes willen houden
In een natuurlijke tuin hoort een beetje ‘rommel’ erbij. Afgevallen bladeren, uitgebloeide planten en schuilplekjes zijn juist belangrijk voor insecten en andere dieren. Laat de natuur af en toe haar gang gaan. Wij laten in onze natuurtuin alle bladeren liggen en ruimen niets op. Wat er in het voorjaar nog ligt maaien we op met de grasmaaier, zodat het gras weer kan groeien.
Alleen voor uiterlijk kiezen
Sommige planten zien er mooi uit, maar hebben weinig waarde voor insecten en dieren. Inheemse planten bieden juist wél voedsel en schuilplekken. Kies ook altijd voor biologisch gekweekte planten, zodat de nectar in bloemen niet schadelijk is voor insecten. Kijk voor een ruim aanbod bij Sprinklr en Vivara.
Onderhoud van inheemse planten
Een groot voordeel van inheemse beplanting is dat het onderhoud vaak beperkt is. Omdat deze planten zijn aangepast aan het lokale klimaat en de bodem, hebben ze minder verzorging nodig dan veel exotische soorten.
Snoeien en opruimen
Inheemse planten hoef je meestal maar één of twee keer per jaar te snoeien. Daarna kunnen de meeste inheemse soorten zich goed redden, zelfs in drogere periodes. Bij veel inheemse planten kun je de snoei ook prima een jaar overslaan.
Doe snoeien altijd pas na de winter, dan kunnen er allerlei dieren overwinteren in de uitgebloeide stengels. Snoeiafval kun je verzamelen op een takkenril.
Laat uitgebloeide bloemen staan tijdens de winter en knip ze pas in het voorjaar af. Dit zijn belangrijke overwinteringsplekken voor insecten (de Natuur van hier)
Water geven
Na het aanplanten hebben planten wat extra water nodig. Daarna kunnen de meeste inheemse soorten zich goed redden, zelfs in drogere periodes.
Afgevallen bladeren en plantenresten verbeteren de bodem en trekken bodemleven aan. Dit draagt bij aan een gezond ecosysteem in je tuin.
Veelgestelde vragen over inheemse beplanting
Zijn inheemse planten rommelig?
Nee, maar ze ogen vaak natuurlijker dan strakke siertuinen. Door slim te combineren kun je een tuin creëren die zowel mooi als natuurlijk is.
Kun je inheemse planten combineren met niet-inheemse planten?
Ja, dat kan zeker. Een combinatie is mogelijk, maar hoe meer inheemse planten je gebruikt, hoe groter de waarde voor de natuur.
Zijn inheemse planten geschikt voor kleine tuinen?
Ja, ook in kleine tuinen of zelfs op een balkon kun je inheemse planten toepassen. Denk aan compacte soorten of planten in potten.
Hebben inheemse planten veel onderhoud nodig?
Nee, juist minder dan veel andere tuinplanten. Ze zijn aangepast aan de omstandigheden en daardoor sterker en makkelijker in onderhoud.
Afsluiting
Inheemse beplanting is een eenvoudige manier om je tuin mooier, sterker en waardevoller te maken voor de natuur. Of je nu klein begint of direct grote stappen zet: elke keuze voor inheemse planten maakt een verschil.
Door bewust te kiezen voor planten die hier van nature thuishoren, help je bijen, vlinders vogels en andere dieren, gewoon vanuit je eigen tuin.
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website kochten we een huis met ruim 3.500 m² grond. Ons doel: deze 35 are omvormen tot een natuurtuin vol leven — een plek waar vogels, insecten en andere dieren zich thuis voelen. In onze reeks Natuurtuin in ontwikkeling nemen we je mee in dat proces. In deel 9 kijken we terug op de lente en zomer van 2025.
In het vorige deel van Natuurtuin in ontwikkeling bespraken we de winter en het vroege voorjaar. We zagen wat er allemaal voorbij kwam in de tuin op de wildcamera (o.a. steenmarter en kerkuil). Daarnaast bespraken we de vele vlindersoorten die we in het voorjaar al in het kruidenrijk grasland zagen. Ook deze periode hebben we weer bijzondere waarnemingen gedaan, dus lees snel verder.
Een levendige zomer in de natuurtuin
We hebben een droge zomer achter de rug. Waar er in het begin van het voorjaar nog wel wat regen viel, werd het later in de lente droger en hield dit ongeveer de hele zomer aan. Dit merkten we ook duidelijk aan het kruidenrijk grasland. Het gras groeide veel minder hard dan het jaar ervoor (waarin het erg nat was). Gedurende het jaar werd water schaarser en kwamen meer dieren drinken uit onze poel. In het steeds kruidenrijkere grasland wemelde het van de insecten en deden we ook op het gebied van flora nieuwe ontdekkingen.
De gewone oeverlibel liet zich dit jaar voor het eerst in onze vijver zien, natuurlijk in de buurt van de aangelegde poel (de Natuur van hier)
Nieuwe soorten in onze tuin
In deze periode zijn we van 502 soorten naar 629 soorten gegaan. In het kruidenrijk grasland zagen we voor het eerst gewone brunel, slibbladige ooievaarsbek en gewone rolklaver. Door het juiste beheer uit te voeren krijgen we steeds meer kruiden in ons grasland, niet alleen qua soorten, maar ook qua aantal. Langzaam maar zeker worden stukken met dominant raaigras vervangen door stukken met verschillende grassoorten, zoals kropaar en rietzwenkgras, en kruiden zoals paardenbloem,duizendblad en wilde peen. Ook smeerwortel en knoopkruid vinden we op steeds meer plekken.
📥 Download de infographic van alle waargenomen soorten in onze natuurtuin (2022–2025) — inclusief foto’s en verhalen van bijzondere soorten. Ontvang het gratis per e-mail en blijf op de hoogte van nieuwe natuurtuinupdates. BINNENKORT DOWNLOADBAAR
Preview infographic natuurtuin in ontwikkeling deel IV (de Natuur van hier)
De verscheidenheid aan vlindersoorten blijft toe nemen in onze natuurtuin. V.l.n.r.: distelvlinder, kaasjeskruiddikkopje, icarusblauwtje (de Natuur van hier)
De ontwikkeling van ons kruidenrijk grasland heeft ook effect op de soorten insecten die we steeds meer vinden in onze tuin. Vlinders, wantsen, kevers, juffers en libellen komen in allerlei soorten en maten voor in alle hoeken van de natuurtuin.
Vlinders en wantsen
Nieuwe vlinders in de tuin waren onder andere de distelvlinder en het kaasjeskruiddikkopje. Vooral het kaasjeskruiddikkopje is een bijzondere soort in Nederland, in de infographic aan het eind van deze blog lees je waarom. Vooral in de groep van de wantsen hebben we veel nieuwe soorten waargenomen. Zo zagen we onder andere de pyjamawants, knoopkruidschildwants (ook over deze soort lees je meer in de infographic), gemaskerde roofwants en zeer zeldzame beemdkroonschildwants in de natuurtuin.
We vonden meerdere fotogenieke wantsen en kevers in onze natuurtuin. V.l.n.r.: zwarttip-smalboktor, knoopkruidschildwants, bessenschildwants, klein vliegend hert (de Natuur van hier)
Kevers, zweefvliegen en bijen
Ook zagen we een aantal leuke keversoorten voor het eerst in onze tuin. Zo zagen we in mei de roodkopvuurkever en de bleekgele weekschildkever en in juni zagen we voor het eerst het klein vliegend hert! Binnen de groep van de (zweef)vliegen zagen we ook enkele bijzondere soorten: de gewone wolzwever, hommelreus en gewone driehoekszweefvlieg. Binnen de groep van de bijen zagen we deze periode onder andere voor het eerst de klaverdikpoot, die in groepsverband onder het blad van rode kornoelje slaapten. Verder zagen we ook de tronkenbij en de steenhommel.
Ondanks het feit dat we nog niet zoveel water in de natuurtuin hebben (op een kleine poel na) kunnen we toch ieder jaar rekenen op een aantal juffers en libellen in onze tuin. Zo zagen we deze periode voor de eerste keer een weidebeekjuffer in de tuin, maar ook de koraaljuffer en gewone oeverlibel lieten zich voor het eerst zijn. Dat belooft nog wat voor volgend jaar, als we klaar zijn met de natuurlijke zwemvijver (hierover later meer).
Twee leuke waarnemingen in onze natuurtuin deze periode. De prachtige weidebeekjuffer bezocht kort onze tuin en de klaverdikpoten sliepen gezamenlijk onder het blad van de rode kornoelje, totdat de zon ze opwarmde en ze aan de dag konden beginnen (de Natuur van hier)
Beheer van kruidenrijk grasland
Veel van de nieuwe soorten vinden we in ons kruidenrijk grasland. Drie jaar geleden, toen we het huis kochten was het grasland nog erg rijk en stond er nagenoeg alleen maar raaigras in. Na een aantal jaren juist beheer uit te voeren komen er steeds meer kruiden (en andere grassoorten) in ons grasland, wat automatisch nieuwe insectensoorten aantrekt.
Verschralen en sinsusbeheer
De voedingsrijkdom van de bodem was erg (extreem) hoog toen we het kochten, bemesten is dus overbodig. Wat we wel doen is (in de beginfase) 2 á 3 keer per jaar maaien en afvoeren. Dit wordt ook wel verschralingsbeheer genoemd. Hierdoor neemt de voedingsrijkdom van de bodem af, waardoor raaigras minder dominant wordt en andere grassoorten en kruiden meer kansen krijgen.
Tijdens het maaien laten we steeds kruidenrijke stukken staan. Ieder maaibeurt laten we andere stukken staan, zodat er geen houtige gewassen in kunnen groeien. Dit wordt ook wel sinusbeheer genoemd. Laat bij iedere maaibeurt zo’n 15-25% staan. Laat ook gedurende winter stukken staan. Veel insecten gebruiken hoog gras als overwinteringsplek.
Meer weten over kruidenrijk grasland
Wil je meer weten over de verschillende graslandtypen en hoe je zelf van een raaigras naar een kruidenrijk grasland toe werkt? Lees dan het boek Ontwikkelen van kruidenrijk grasland van Wim Schippers. Hier staat echt alles in wat je moet weten over het ontwikkelen van een kruidenrijk grasland. Daarnaast lees je ook hoe je dit in stand houdt. Deze mag niet ontbreken in de kast van een kruidenrijk graslandbeheerder. Je bestelt het boek via onderstaande knop.
Doordat we gefaseerd maaien en steeds stukken laten staan, lijken soorten die in het kruidenrijk grasland leven zich sneller te herstellen. Insecten zoals (micro)vlinders, sprinkhanen, kevers en wantsen werden niet volledig weggemaaid, omdat we steeds 15-25% lieten staan. Vanuit deze hoge stukken gras konden deze insecten zich weer gemakkelijk verplaatsen naar het vers gemaaide gras. Op deze manier kunnen insectensoorten zich beter herstellen en kunnen ze de hele levenscyclus doorlopen.
Waarom niet alles in één keer maaien een heel goed idee is (de Natuur van hier)
Terugblik en vooruitkijken
We hebben een productief jaar achter de rug, waarin we veel nieuwe soorten tegenkwamen in onze natuurtuin. Het langjarige, duurzame beheer van het grasland begint langzaam zijn vruchten af te werpen. Ook de scheerheg en struweelhaag die we 3 jaar geleden hebben aangeplant begint steeds groter te worden en trekt steeds meer biodiversiteit aan.
We zijn erg benieuwd hoe de natuurtuin zich volgend jaar verder gaat ontwikkelen. Alle ingrediënten voor een natuurtuin vol leven zijn aanwezig, dus het kan bijna niet anders dan dat we volgend jaar weer nieuwe soorten in onze tuin mogen verwelkomen.
Het enige wat nog in grote hoeveelheid ontbreekt is water. Daarom zijn we inmiddels gestart met de bouw van een natuurlijke zwemvijver met moerasfilter. Op onderstaande afbeelding zie je al een tipje van de sluier. Wil je weten hoe dit verder gaat? Houd de website dan goed in de gaten, in deel 10 van deze serie zullen we de aanleg van de natuurlijke zwemvijver uitvoerig bespreken.
📥 Download het overzicht van alle waargenomen soorten in onze natuurtuin (2022–2025) — inclusief foto’s en verhalen van bijzondere soorten. Ontvang het gratis per e-mail en blijf op de hoogte van nieuwe natuurtuinupdates. BINNENKORT BESCHIKBAAR
Tot slot
Heb jij ook iets bijzonders gezien in je (natuur)tuin? Of wil je meer weten over het beheer van een natuurtuin? Laat het ons weten door een reactie onder deze blog achter te laten, of stuur ons een foto via social media (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Wil je meer tips over inheemse planten, de aanleg van een natuurtuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Natuurlijke tuinen zijn niet af zonder één of meerder inheemse struiken. Veel dieren, zoals insecten (bijen, hommels, vlinders), zoogdieren (egels) en vogels zijn in meerder opzichten afhankelijk van deze planten. Struiken (ook wel heesters genoemd) bieden daarnaast privacy en zorgen ervoor dat je tuin body krijgt. In alle opzichten mogen deze multifunctionele planten dus niet ontbreken in je tuin of op je erf. In deze blog geven we onze 8 beste tips voor inheemse struiken in een diervriendelijke tuin.
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je van je tuin een paradijs maken voor bijen, vlinders en andere diersoorten? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra stap voor stap zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips, voorbeeldbeplanting en inspiratie voor iedere tuin.
Inheemse struiken/heesters zijn onmisbaar in een natuurlijke tuin. Je moete deze struiken zien als multifunctionele planten die bijna alle dieren in je tuin wat te bieden hebben. Het dichte struikgewas zorgt ervoor dat zangvogels er veilig in kunnen broeden. Een struweelhaag van meerdere inheemse heesters is ideaal voor egels en ander zoogdieren. Sommige heesters bloeien rijkelijk, wat een walhalla is voor insecten zoals bijen, hommels, zweefvliegen en dagvlinders. Daarnaast zijn sommige struiken uitstekende waardplanten voor tal van nachtvlinders. Tot slot krijgen veel heesters na de bloei nog bessen, die vaak erg in trek zijn bij vogels zoals lijsters (merels, zanglijsters, koperwieken, etc.), spreeuwen en in sommige gevallen zelfs de bijzondere pestvogel! Redenen genoeg dus om zelf ook aan de slag te gaan met inheemse struiken/heesters in je tuin!
1. Gele kornoelje (Cornus mas)
De eerste inheemse struik, of heester, die we bespreken is gele kornoelje. Een belangrijke heester voor de natuur, omdat de stuik al vroeg in het jaar bloeit. Tussen februari en april verschijnen de gele bloemen op de nog kale takken (gele kornoelje is niet wintergroen). In deze periode bloeien nog weinig andere planten en struiken, waardoor vroeg vliegende bijen en andere insecten de broodnodige nectar kunnen vinden in de bloemen van gele kornoelje.
Gele kornoelje krijgt al vroeg in het jaar gele bloemen op het nog kale hout
Gele kornoelje wordt tot 6 meter hoog, maar kan prima gesnoeid worden wanneer deze te groot zou worden. Snoeien is echter niet noodzakelijk, heb je de ruimte dan kun je de struik het beste laten groeien. Gele kornoelje stelt weinig eisen aan de standplaats, maar heeft wel een lichte voorkeur voor kalkhoudende grond. De heester staat het liefst op een plekje in de zon of halfschaduw, maar doet het op vrijwel iedere plek goed. Alleen extreem natte of extreem droge standplaatsen verdraagt de struik niet.
Wilde kardinaalsmuts is een andere inheemse struik die absoluut een plekje in de natuurtuin verdient! Deze tot 6 meter hoog wordende heester bloeit van mei tot en met juni met onopvallende, lichtgroene bloemen. De echte sierwaarde van de wilde kardinaalsmuts zijn echter de rozerode bessen, die zeer in trek zijn bij vogels zoals lijsters (merels, zanglijsters) en mezen zoals koolmezen en pimpelmezen. De bessen verschijnen in de vroege herfst aan de struik.
Naast vogels maken ook nachtvlinders veelvuldig gebruik van wilde kardinaalsmuts. Of beter gezegd: de rupsen van nachtvlinders. Diverse soorten spanners en stippelmotten zetten de eitjes af op kardinaalsmuts. De rupsen voeden zich met de planten totdat ze groot genoeg zijn om te verpoppen naar nachtvlinder. Dit kan als resultaat hebben dat in het voorjaar hele struiken kaal gevreten zijn door de rupsen. De struik herstelt hier in principe vrij gemakkelijk weer van gedurende het seizoen.
Wilde kardinaalsmuts krijgt kleine, onopvallende lichtgroene bloemetjes, maar heeft veel andere sierwaarde zoals bessen en een prachtige rode herfstkleur
Wilde kardinaalsmuts stelt weinig eisen aan de standplaats. Staat het liefste op een plek in de halfschaduw, maar een plek in de volle zon wordt ook verdragen als de grond voldoende vochtig is. Ze hebben een voorkeur voor kalkhoudende grond. Een extra sierwaarde van de plant is de prachtige rode herfstkleur. Tevens is wilde kardinaalsmuts ook zeer goed te gebruiken in een wilde, gemengde haag. Een perfecte allround struik die dus niet in je tuin mag ontbreken!
De derde inheemse heester/struik in de lijst is sporkehout, die ook wel vuilboom wordt genoemd. Sporkehout kan tot 5 meter hoog worden en zal het op vrijwel iedere standplaats goed doen (al heeft deze struik graag wat licht, dus een plek in de volle schaduw is niet ideaal). Daarnaast heeft sporkehout een voorkeur voor een wat zuurdere grond.
De bessen van sporkehout zijn in trek bij vogels zoals lijsters
De grootste troef die sprokehout in handen heeft is de lange bloeitijd. Deze inheemse struik bloeit van mei tot en met september. De bloemen zijn klein en stervormig en wit en groen van kleur. De struik bloeit rijkelijk en lang en is daarom zeer in trek bij nectar-etende insecten zoals bijen en zweefvliegen.
Ook vlinders zijn gebaat bij de aanwezigheid van sporkehout. Het is een belangrijke waardplant voor het groentje, de citroenvlinder en het boomblauwtje. Daarnaast zijn er ook diverse nachtvlinders die gebruik maken van sporkehout. De bessen die in het najaar aan de struik komen zijn in trek bij veel vogels waaronder lijsters zoals de kramsvogel en grote lijster.
Hondsroos is de volgende struik/heester die we tippen. Van nature vind je hondsroos in hagen, houtwallen, mantelvegetaties, struweelranden en als solitaire struiken in halfopen (begraasde) landschappen. Hondsroos groeit op een (matig) voedselrijke, niet te zure bodem. De bodem is droog tot vochtig.
Hondsroos krijgt in juni en juli prachtige bloemen die druk bezocht worden door insecten
De sierwaarde van hondsroos zijn de bloemen en de rood-oranje rozenbottels. De bloemen verschijnen in juni en juli aan de struik en zijn witroze van kleur. De bottels zijn oranje-rood van kleur en worden tot 2 centimeter groot. Hondsroos kan tot 5 meter hoog worden, maar laat zich goed snoeien (en is daardoor ook heel goed te gebruiken in een natuurlijke gemengde haag).
Sierwaarde bloemen en rood-oranje rozenbottels. Bloeit in juni en juli met witroze bloemen. Kan tot 5 meter hoog worden, laat zich goed snoeien (daardoor ook ideaal om in een gemengde haag te gebruiken).
Het is een ontzettende biodiversiteitsbom. De nectar in de bloemen is in trek bij insecten zoals bijen en zweefvliegen. De rozenbottels zijn uitstekend voedsel voor vogels zoals kramsvogel en koperwiek. De stekels aan de takken zorgen voor een dicht struikgewas, waarin zangvogels veilig kunnen broeden. Daarnaast is het nog de waardplant voor diverse nachtvlinders. Hondsroos mag in een natuurlijke tuin dus eigenlijk niet ontbreken.
Een van de bekendste en aantrekkelijkste inheemse heesters is de eenstijlige meidoorn. Deze heester bloeit in mei en juni rijkelijk met witte bloemen. Daarna krijgt de struik rode besjes, die erg in trek zijn bij vogels.
Eenstijlige meidoorn bloeit rijkelijk met witte bloemen
Meidoorn werd vroeger veel gebruikt, in de tijd dat er nog geen prikkeldraad was, als natuurlijke veekering. De stevige doorns kunnen tot 2,5 centimeter lang worden, waardoor het een ideale plant wordt om als haag te gebruiken rondom een weiland. Toen prikkeldraad kwam verdwenen de meidoornhagen langzaam uit het landschap en daarmee ook een groot stuk biodiversiteit.
Meidoorn is namelijk een zeer belangrijke plant voor allerlei dieren. Zangvogels kunnen veilig broeden in de doornstruik, vogels maken dankbaar gebruik van de eetbare bessen en insecten doen zich te goed aan de nectar die in overvloed aanwezig is door de vele bloemen. Tot slot is het een belangrijke waardplant. Tientallen nachtvlinders zijn er afhankelijk van, maar ook de dagvlinder groot geaderd witje heeft de meidoorn als waardplant.
Eenstijlige meidoorn wordt doorgaans tot 4,5 meter hoog en staat het liefst op een plek in de halfschaduw of zon. Daarnaast verlangt deze heester een droge tot vochtige standplaats.
Een van de belangrijkste heesters is wat ons betreft sleedoorn. Het is de eerste heester die aan het einde van de winter in bloei komt, waardoor het een zeer belangrijke nectarplant is voor vroeg vliegende insecten zoals vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen.
De eerst bloeiende heester aan het einde van de winter is sleedoorn (de Natuur van hier)
Op het naakte hout krijgt sleedoorn vanaf maart prachtig witte bloemen. De bloei duurt tot ongeveer begin mei. Vanaf de zomer krijgt sleedoorn blauwe besjes, die tot diep in de winter op de struik te vinden zijn.
In het wild kom je sleedoorn tegen in heggen, struwelen, bosranden en als solitaire struik. De struik wordt over het algemeen tot 3 meter hoog. De heester verlangt het liefst een vochtig plekje in de halfschaduw of zon.
Vanwege de doorns is ook sleedoorn een belangrijke broedplek voor zangvogels. Daarnaast is het de waardplant van tientallen nachtvlinders (zoals de boogsnuituil, het donker klaverblaadje en het zwart weeskind). Ook dagvlinders gebruiken sleedoorn graag als waardplant: sleedoornpage, grote vos én groot geaderd witje. Dagpauwoog is een belangrijke bestuiver van sleedoorn.
Een andere leuke inheemse heester is Gelderdse roos, een mooie aanvulling op iedere tuin of erf. Deze tot ongeveer 3 meter hoog wordende heester krijgt opvallende witte, schermvormige bloemen en groeit van nature in beekdalen, hagen, struwelen en bosranden.
De Gelderse roos krijgt opvallende schermvormige, witte bloemen
Gelderse roos staat het liefst op een ietwat vochtige plek, in de halfschaduw of zon. De witte, schermvormige bloemen verschijnen in mei en juni aan de heester. Feitelijk gezien heeft de Gelderse roos twee soorten bloemen: de grote, opvallende, witte randbloemen én de hele kleine groenwitte bloemen in het midden. De grote randbloemen hebben als functie om insecten aan te trekken. De kleine witte, onopvallende bloemen bevatten daadwerkelijk de nectar waarvoor de insecten komen.
Na de bloei verschijnen de rode bessen aan de struik. Deze blijven lang aan de plant hangen, vaak tot diep in de winter. De reden dat de bessen zo lang blijven hangen is omdat ze heel bitter zijn. Pas wanneer er een goede nacht vorst overheen is gekomen verdwijnt de bittere smaak, iets wat vogels ook weten. Vooral lijsters en de bijzondere wintergast de pestvogel komen dan op de bessen af. Met één of meerdere Gelderse rozen heb je dus kans deze fotogenieke wintergast in je tuin of op je erf waar te nemen!
Tot slot bespreken we nog de gewone vlier, welke veelal bekend is om zijn (vlier)bessen, waar diverse producten van gemaakt kunnen worden. Iedereen heeft wel eens vlierbessensap, -jam, likeur of pannenkoeken met vlierbloesem gehad!
Gewone vlier staat bekend om de bijna zwarte bessen waar diverse producten van gemaakt worden
Gewone vlier wordt tot 7 meter hoog en is daarmee een van de hoogst groeiende heesters uit deze lijst. De witte schermachtige bloemen verschijnen in mei, juni en soms in juli aan de struik. De bestuiving van de bloemen vindt plaats via insecten. Een aantal nachtvlinders, zoals de witte tijger, bijvoetdwergspanner en ligusterpijlstaart gebruiken de gewone vlier als waardplant.
Na de bloei verschijnen de bijna zwarte bessen aan de plant. Vooral spreeuwen zijn dol op deze bessen, die ook grotendeels verantwoordelijk zijn voor de verspreiding van het zaad dat in de bessen zit.
Gewone vlier stelt weinig specifieke eisen aan de standplaats en kan zowel in de zon als halfschaduw geplaatst worden. Alleen een plekje vol in de schaduw moet vermeden worden, omdat ze dan niet goed groeien.
Zie je na het lezen van de 8 soorten door de bomen het bos niet meer? In onderstaande tabel vind je de belangrijkste kenmerken per soort nog eens terug.
Naam
Belangrijkste kenmerken
Bloemkleur
Bloeiperiode
Besdragend
Goed voor (dieren)
Gele kornoelje (Cornus mas)
Vroege bloei op kale takken; verdraagt snoei; voorkeur voor kalkrijke grond; zon of halfschaduw
Geel
Februari–april
Ja
Vroeg vliegende bijen, insecten
Wilde kardinaalsmuts (Euonymus europaeus)
Lichtgroene bloemen; opvallende rozerode bessen; rode herfstkleur; goed in gemengde haag
Lichtgroen
Mei–juni
Ja
Vogels (lijsters, mezen), rupsen van nachtvlinders
Sporkehout / Vuilboom (Rhamnus frangula)
Lange bloeitijd; stervormige wit-groene bloemen; voorkeur voor zure grond; zon/half schaduw
Witte bloemen; rode bessen; doornig; belangrijke waardplant; goed in zon/half schaduw
Wit
Mei–juni
Ja
Zangvogels, insecten, dagvlinder groot geaderd witje, nachtvlinders
Sleedoorn (Prunus spinosa)
Vroege bloei; witte bloemen op naakt hout; blauwe bessen tot in winter; doornig
Wit
Maart–begin mei
Ja
Vroege bijen, vlinders (sleedoornpage, grote vos, groot geaderd witje), zangvogels, nachtvlinders
Gelderse roos (Viburnum opulus)
Schermvormige bloemen; twee typen bloemen (rand- en binnenbloemen); rode bessen tot winter
Wit
Mei–juni
Ja
Insecten, vogels (lijsters, pestvogel)
Gewone vlier (Sambucus nigra)
Witte schermbloemen; bijna zwarte bessen; tot 7 m hoog; veelzijdig gebruik bessen en bloesem
Wit
Mei–juli
Ja
Insecten, nachtvlinders, spreeuwen
Wil je van je tuin een paradijs maken voor insecten en andere dieren? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips en inspiratie voor iedere tuin. 👉 Bekijk hier het e-book
Kant-en-klaar pakket
Dat waren onze 8 tips voor inheemse struiken/heesters voor een diervriendelijke tuin. Wil je écht een verschil maken, dan kun je het beste meerdere heesters aanplanten. Heb je hulp nodig bij een aantal leuke soorten samen te stellen? Via Sprinklr zijn een aantal kant-en-klaar pakketten te bestellen met daarin meerdere soorten heesters, ieder met zijn eigen specifieke doel. Eventueel is er een emmertje natuurlijk alternatief voor kunstmest bij te bestellen, om te zorgen voor een flitsende start van de heesters in je tuin of op je erf.
Heestermix Vogelparadijs
Met de heestermix Vogelparadijs lok je gegarandeerd vogels naar je tuin. In dit pakket zitten de heesters: eenstijlige meidoorn, gewone vlier, krentenboompje, wilde kardinaalsmuts en wilde lijsterbes. Allen krijgen ze bessen, onweerstaanbaar voor vogels zoals lijsters en spreeuwen. Ga maar klaar zitten met je verrekijker, want dat wordt genieten!
In het heesterpakket Bijenparadijs zitten vijf soorten heesters, die gegarandeerd gaan zorgen voor gezoem in je tuin. Gele kornoelje, Gelderse roos, sleedoorn, zoete kers en sprokehout zorgen er samen voor dat bijen van maart tot en met september je tuin komen bezoeken op zoek naar nectar. Ook de rijpe bessen van sommige heesters zullen bijen aantrekken. Garantie op een bijenparadijs dus!
Voor wie houdt van bloemen moet voor het pakket Bloeiparadijs gaan. Hiermee verleng je de bloeiboog van je tuin ongetwijfeld. Egelantier, gele kornoelje, krentenboompje, sleedoorn en wilde kardinaalsmuts zorgen ervoor dat er bloemen in je tuin te vinden zijn, van februari tot diep in de zomer. De geurende bloemen van de egelantier en de bessen van krentenboompje, kardinaalsmuts en sleedoorn na de bloei maken het feestje in je tuin compleet!
Heb jij de keuze al gemaakt voor welke inheemse heesters je gaat! Laat het ons weten door een comment achter te laten, of stuur ons een foto via social media van je nieuw aangeplante heesters (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
De zomers in Nederland worden steeds warmer en droger. Planten verdorren, gras wordt geel en tuinen veranderen langzaam in stoffige vlaktes. Reden genoeg dus om bewust aan de slag te gaan met droogte in je tuin. In deze blog geven we je 10 duurzame en eenvoudige oplossingen voor een tuin die groener en klimaatrobuuster is, waardoor deze beter bestand is tegen droogte en warmte!
Steeds drogere zomers dwingen ons anders naar de tuin te kijken – tijd om maatregelen te nemen
1. Maak gebruik van regenwater: vang het op in een regenton
Een van de belangrijkste tips is om een deel van het regenwater op te vangen in periodes dat het veel valt. Zo kun je het gebruiken in periodes dat het langdurig droog en warm is. Voordeel: regenwater is gratis en ideaal om je planten mee water te geven. Er zijn verschillende manieren waarop je regenwater kunt opvangen, de meest bekende is met een regenton. Met een regenton vang je met gemak tientallen tot honderden liters water op, die je eenvoudig op een later moment kunt gebruiken. Tip: koop meerdere regentonnen en zet er één bij iedere regenpijp om nog meer water op te vangen. Heb je nog meer ruimte? Kijk dan ook eens naar ondergrondse opvang van regenwater.
Als je minder overlast wil ervaren van droogte dan is het wijs om meer schaduw te creëren. Meer schaduw zorgt ervoor dat de tuin minder snel uitdroogt én dat het minder snel bloedheet wordt in je tuin. Win-win dus. Bomen en grote struiken zorgen voor meer schaduw in je tuin waardoor de bodem minder snel uitdroogt en de bodem minder snel opwarmt. Daarnaast verdampen bomen en struiken water om af te koelen, wat er automatisch voor zorgt dat de omgevingstemperatuur afneemt. Kies voor inheems en biologisch gekweekte soorten zoals meidoorn, hazelaar, Gelderse roos of vlier. Goed voor schaduw (kijk hier voor schaduwplanten die je kunt gebruiken onder bomen en struiken) én biodiversiteit!
Het belang van biologisch gekweekt Waarom zou je kiezen voor biologische gekweekte planten? Over het algemeen zijn deze duurder en minder goed verkrijgbaar. Toch is het van zeer groot belang als je iets goeds wil doen voor de lokale biodiversiteit. Reguliere tuinplanten bevatten vaak pesticiden, welke giftig zijn voor dieren (zoals insecten) en de leefomgeving. Insecten die dus afkomen op de bloemen van regulier gekweekte planten lopen als het ware in een val. Ze komen af op de nectar om zich daarmee te voeden, maar deze bevatten vaak nog diverse pesticiden. De pesticiden zijn giftig voor ze en tast het zenuwstelsel aan en kan zelfs dodelijk zijn. Er is dus een grote kans dat insecten die nectar eten van reguliere tuinplanten een paar honderd meter verderop het loodje leggen. Het tegenovergestelde van wat je wil bereiken dus!
3. Kies droogtetolerante planten
Aanhoudende droogte dwingt je om anders na te denken over de planten die je kiest voor je tuin. Soorten als hortensia en hosta’s zullen gauw het kopje gaan laten hangen als de bodem uitdroogt. Beter kies je dus inheemse soorten die graag in de zon staan en het niet erg vinden om droge voeten te hebben. Hierdoor hoef je minder water te geven en zien je planten er een stuk florissanter uit. Kies voor soorten zoals wilde marjolein, duizendblad, zeepkruid of wilde cichorei. Naast dat ze het goed doen in droge periodes zijn ze ook nog eens aantrekkelijk voor bijen en vlinders. Wederom een win-win situatie dus!
Wilde cichorei doet het uitstekend op een droge en zonnige standplaats en is ook nog eens in trek bij vlinders en bijen (de Natuur van hier)
Zwarte grond (een kale bodem) in je border droogt snel uit. Daarnaast groeit er snel onkruid. Bedek de grond tussen de planten daarom met boomschors, houtsnippers, bladeren of stro. Dit zorgt ervoor dat de zon niet direct op de aarde schijnt, waardoor deze minder snel uitdroogt. Vocht wordt beter vastgehouden, het bodemleven wordt beschermd en onkruid heeft minder kans. Door met een bodembedekking te werken hoef je dus minder snel water te geven en minder vaak onkruid te trekken. Ook bodembedekkers kunnen helpen tegen minder uitdrogen. Kies bijvoorbeeld voor kleine maagdenpalm of ooievaarsbek. Hier vind je nog meer tips voor inheemse bodembedekkers!
5. Leg een vijver, poel of wadi aan
Water in je tuin hoeft niet meteen weg te lopen – vang het op! Leg een vijver, poel of wadi aan en leidt het regenwater hier naartoe. Maak flauwe en ondiepe oevers en plant deze aan met moerasplanten zoals gele lis, lisdodde, grote kattenstaart en koninginnekruid. Zo zorg je voor een groene oase in je tuin die zorgt voor verkoeling en de biodiversiteit in je tuin een boos geeft!
Een poel in de tuin zorgt voor verkoeling én geeft een boost aan de biodiversiteit (de Natuur van hier)
6. Overweeg een groendak
Platte daken op schuurtjes en aanbouwen zijn ideaal om groendaken op aan te leggen. Relatief eenvoudig kan een sedumdak gerealiseerd worden. Deze groendaken staan er om bekend dat ze regenwater langer vasthouden en geleidelijk vrij geven. Een deel van het water verdampt meteen weer waardoor het helemaal niet afgevoerd hoeft te worden en als resultaat de omgeving verkoelt. Daarnaast zorgt het er ook nog eens voor dat je huis of schuur beter geïsoleerd is (zowel tegen warmte als tegen kou). Tot slot ziet het er ook nog eens prachtig uit!
7. Gebruik compost en verbeter de bodem
Een gezonde bodem met veel organisch materiaal werkt als een spons. Voeg compost toe om de structuur en het waterhoudend vermogen van de bodem te verbeteren. Hierdoor kan de bodem meer water vasthouden en droogt deze beter uit. Bovendien profiteert het bodemleven er van mee en kunnen planten beter wortelen, waardoor deze eerder de grond zullen bedekken met hun bladeren (waardoor deze dus weer minder snel uitdroogt). Dit werkt dus dubbelop!
Hoe meer verharding, hoe warmer het in de tuin is en hoe slechter het water de bodem in kan. Groen (planten, struiken en bomen) verdampen water via de huidmondjes in hun bladeren bij warm weer, waardoor de omgeving afkoelt. Hierdoor is je tuin koeler dan wanneer er alleen maar tegels liggen. Daarbij komt ook nog eens dat water in tegeltuinen geen kant op kan, alleen naar het riool. Het water wordt afgevoerd en ben je kwijt. In groene tuinen wordt het opgevangen in de bodem waardoor deze minder snel uitdroogt. Tegels er dus uit en groen erin!
Van tegeltuin naar groene tuin: het heeft zoveel voordelen (de Natuur van hier)
9. Plant in lagen: van bodembedekker tot boom
Plant je tuin aan net zoals een bosrand. Wie wel eens goed naar een bosrand heeft gekeken ziet dat deze geleidelijk is opgebouwd: bodembedekkende planten – kruidachtige planten – struiken en dan bomen. Deze gelaagdheid zorgt ervoor dat de verschillende lagen elkaar beschermen tegen zon en wind. Zo wordt er ook meer water vastgehouden, waardoor de bodem minder snel uitdroogt. Ga zo dus ook te werk in je tuin, om minder snel last te krijgen van droogte.
10. Geef slim water: weinig, maar gericht
Soms ontkom je er niet aan om toch water te geven, bij extreme droogte. Doe dit dan wel op een slimme manier. Geef water in de vroege ochtend of laat op de avond. Overdag in de volle zon verdampt veel van het water voordat het de grond in kan trekken. Geef daarnaast liever één keer in de week veel water dan iedere dag een beetje (wederom omdat kleine beetjes water veelal verdampen). Daarnaast kun je in je border een druppelslang gebruiken en bij bomen een gietrand, zodat het water niet wegspoelt en wél bereikbaar blijft voor de wortels.
Ook al heb je misschien een kleine tuin – iedere vierkante meter telt. Steden worden steeds warmer door het vele gebruik van tegels en andere verhardingen en (over het algemeen) weinig plek voor groen in de stad. Dit zorgt ervoor dat het leven in een stad minder aangenaam wordt. Door bewust om te gaan met water en te kiezen voor slimme, natuurlijke oplossingen, maak je jouw tuin weerbaar tegen droogte én help je de natuur een handje. Samen zorgen we dat hittestress in de tuin verleden tijd wordt!
Wil je meer tips voor een klimaatbestendige tuin. inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Welke maatregelen heb jij toegepast om droogte tegen te gaan? Laat het ons weten in de comments, of tag ons op een van onze socials (@denatuurvanhier)!
Inheemse bodembedekkers zijn de perfecte planten om te gebruiken in je tuin. Ze hebben vaak leuke bloemen die in trek zijn bij insecten en dekken de grond af, waardoor je ook nog eens minder onderhoud hebt! In deze blog bespreken we de 6 beste inheemse bodembedekkers. Lees dus snel verder!
Bodembedekkers zijn ongelofelijk fijne planten om te gebruiken in je tuin, om diverse redenen. Allereerst zorgen ze ervoor dat je een stuk minder onderhoud hebt. Bodembedekkers hebben als eigenschap dat ze de bodem snel bedekken met hun bladeren, waardoor onkruid veel minder de kans krijgt om te groeien. Je border vol zetten met bodembedekkers zorgt er dus voor dat je minder tijd kwijt bent aan het wieden van onkruid. Ze vragen daarnaast weinig onderhoud. Bodembedekkers groeien nauwelijks in hoogte, waardoor ze bijna nooit gesnoeid hoeven te worden.
Het aanplanten van bodembedekkers zorgt er verder voor dat je andere planten in je border minder snel uitdrogen en je minder water hoeft te geven. Doordat de grond afgedekt is komt de zon niet tot op de grond, waardoor deze minder snel uitdroogt. Ook de andere planten in de border zijn dus blij met de bodembekkers! Tot slot zijn bodembedekkers ook heel goed voor de biodiversiteit in je tuin. De bloemen (die ze vaak in veelvoud hebben) trekken bijen, vlinders en andere insecten. Het dichte bladerpakket zorgt ervoor dat kleine dieren een schuilplek hebben en zich onopgemerkt door de tuin kunnen verplaatsen.
De 6 beste inheemse bodembedekkers
Dan is het nu tijd om de beste inheemse bodembedekkers te bespreken. We delen onze 6 favoriete inheemse bodembedekkers om te gebruiken in de tuin. Er zitten soorten tussen die je kunt gebruiken voor een plekje in de zon en soorten die je beter in de schaduw gebruikt.
Ga voor biologisch! Een van de redenen waarom het zo slecht gaat met bijen en andere insecten is het gebruik van bestrijdingsmiddelen. In de landbouw, maar ook zeker bij het kweken van planten en door gebruik van particulieren. Wil je iets goeds doen voor insecten, koop dan uitsluitend biologisch gekweekte planten. Zo weet je zeker dat er geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt en dat bijen (en andere insecten) niet doodgaan wanneer ze de nectar uit jouw bloemen komen eten. Zo kun je dus écht genieten van de bloemenpracht in je tuin!
De eerste inheemse bodembedekker die we bespreken is kruipend zenegroen. Deze bodembedekker wordt tot 15 centimeter groot en bloeit met prachtige blauw-paarse kegelvormige bloemen in de periode april tot juni. Kruipend zenegroen breidt zich gemakkelijk via ondergrondse uitlopers uit, waardoor deze snel in je border of elders in de tuin toeneemt.
Kruipend zenegroen staat het liefst op een plekje in de halfschaduw of schaduw, op ietwat vochtige grond. Let op dat deze niet te vochtig staat. Bij voortdurend natte wortels zal de plant het niet redden. De nectar in de bloemen is in trek bij dagvlinders en bijen. Kruipend zenegroen vormt een dicht tapijt en is daarom ideaal om onder struiken en bomen te gebruiken.
De volgende inheemse bodembedekker in de lijst is lievevrouwebedstro. Lievevrouwebedstro is een fijn plantje met witte, sterachtige bloemen. Ze staat het liefst op een vochtig plekje in de schaduw of halfschaduw, in humusrijke grond. Lievevrouwbedstro breidt zich gemakkelijk uit doormiddel van wortelstokken, waardoor je binnen een mum van tijd een dicht tapijt van lievevrouwebedstro hebt. Perfect voor de onderhoudsarme border en tuin dus! De bloemen verschijnen in mei en juni aan de plant en verspreiden een lekkere geur.
In het wild komt lievevrouwebedstro in Nederland voornamelijk in Zuid-Limburg voor. Het is familie van het welbekende glad walstro en kleefkruid. De bladeren en bloemen van lievevrouwebedstro zijn eetbaar. Zo wordt het gebruikt in Maitrank (een zoete witte wijn), maar kun je het ook gebruiken voor salade.
Een andere uitstekende inheemse bodembedekker is kleine maagdenpalm. Deze groenblijvende bodembedekker heeft een leerachtig blad en krijg blauwe bloemen die zichtbaar zijn van april tot augustus. Kleine maagdenpalm doet het op zo’n beetje iedere plek goed. Je kunt hem gebruiken in de schaduw, halfschaduw, maar ook een plekje in de zon verdraagt deze bodembedekker.
Kleine maagdenpalm breidt zich vanzelf uit via bovengrondse uitlopers die vanzelf weer wortels gaan vormen. Hierdoor kun je snel een kale plek in de border, in het gras of elders in de tuin laten bedekken met deze prachtige bodembedekker!
Dan zijn we aangekomen bij beemdooievaarsbek. Deze inheemse bodembedekker wordt wat hoger dan de meeste andere in deze lijst: tot 75 centimeter. De prachtige helderblauwe bloemen verschijnen van juni tot en met augustus aan de plant. De bloemen zijn zeer in trek bij allerlei insecten zoals bijen, dag- en nachtvlinders en zweefvliegen. Het is daarnaast de waardplant van het bruin blauwtje, een prachtige blauwe vlinder.
Beemdooievaarsbek verlangt een plekje in de halfschaduw of in de volle zon. De plant is niet wintergroen, maar schiet in het voorjaar weer fris uit en bedekt dan snel weer de hele bodem.
De volgende inheemse bodembedekker in de lijst is gewone brunel, die ook wel bijenkorfje wordt genoemd. Gewone brunel heeft van mei tot en met september paarse bloemetjes die enorm in trek zijn bij wilde bijen en hommels.
Gewone brunel staat het liefst op een plekje in de zon of halfschaduw op een ietwat vochtige plek. De plant is wintergroen en kan naast als bodembedekker ook prima in een bloemrijk gazon worden toegepast.
De bladeren en bloemen van gewone brunel zijn eetbaar. Ze kunnen gebruikt worden in thee, soepen, salades en in stoofpotjes en zijn rijk aan vitamine C, K en B1. Naast dat het een prachtig plantje in de border is, is het ook nog eens een uitstekend plantje voor in de keuken!
Tot slot nog de bosaardbei. Deze inheemse bodembedekker lijkt veel op de gewone aardbei, maar heeft wat kleinere vruchten. De aardbeitjes zijn heerlijk zoet en kunnen gebruikt worden voor jam, siroop en vruchtensalades. De bladeren kunnen daarnaast ook gebruikt worden in salades of thee.
Bosaardbei krijgt witte bloemen die bloeien van juni tot en met september. De bloemen worden druk bezocht door wilde bijen, hommels en zweefvliegen. Het is daarnaast de waardplant voor de aardbeivlinder. Bosaardbei is wintergroen en breidt zich gemakkelijk uit, waardoor dit een ideale bodembedekker voor in de border is. Reserveer een plekje in de halfschaduw of zon voor deze multifunctionele bodembedekker!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!
De huidige technieken maken het mogelijk om vogels en andere dieren voortaan van dichterbij te bekijken dan dat we ooit hadden gedacht. Met behulp van wificamera’s is het mogelijk om paargedrag, eileg, opgroei van juveniele dieren en nog veel meer ander gedrag van vogels, eekhoorns, egels en andere dieren te volgen. De nestkast camera kan ook een belangrijk aandeel hebben in het onderzoek naar en de bescherming van (kwetsbare) diersoorten. In deze blog vertellen welke camera’s er allemaal zijn, geven we je de beste tips en instructies om zelf aan de slag te gaan met de camera’s. Voortaan kun je dus alles in de gaten houden water in de tuin of in de natuur gebeurt!
Het installeren is heel eenvoudig. Je begint met het downloaden van de app. Hiervoor heb je twee keuzes. Je kunt de app Greenback Yard downloaden of de app ICSee. Beide werken hetzelfde qua installatie en het uiterlijk van de app ziet er voor beide ook hetzelfde uit. Na het downloaden van de app maak je een account aan en koppel je de app aan je netwerk. Bewaar je inloggegevens goed.
Daarna kun je aan de slag met het aansluiten van de camera. In feite kun je ook eerst de camera aansluiten en daarna de app downloaden. Op de foto hieronder zie je wat er allemaal in de doos zit. Dit nemen we stap voor stap met je door, zodat je de camera en de ontvanger kunt aansluiten.
Unboxing Longe Range Camera (de Natuur van hier)
Er zitten twee stekkers met kabels in de doos. Een voor de camera, de andere voor de ontvanger (let op: dit geldt voor de Longe Range Camera. Inhoud van de doos kan per type camera verschillen). Bij de camera zie je ook het ophangsysteem liggen, inclusief de schroeven. Rechts van de camera ligt de ontvanger van de camera. Hier draai je straks een antenne op. Daarnaast ligt de ontvanger die je in je modem of router inplugt, samen met de witte internetkabel (boven in beeld). Er is een antenne voor de ontvanger van de camera, dit is de antenne die knikbaar is (rechts). De andere antenne gebruik je voor de ontvanger van de modem/router.
Klaar voor installatie (de Natuur van hier)
Op de foto hierboven zie je hoe we alles aan elkaar hebben gekoppeld. In plaats van de camera met stekker te gebruiken, gebruiken wij een accu. The Greenback Yard heeft een speciale kabel die je aan de ene kant aan de camera aansluit en aan de andere kant twee klemmen heeft om aan de accu aan te sluiten. Een handige oplossing als je geen stopcontact in de buurt hebt. Op de website kun je ook andere mogelijkheden hiervoor vinden, zoals een batterij of een zonnepaneel.
De camera koppel je dus aan de ontvanger. Op de ontvanger draai je de knikbare antenne. Ook koppel je de camera ofwel aan de stekker of aan een andere manier van stroom. Dit zie je allemaal op de linkerkant van de foto. Op de rechterkant zie je het gedeelte wat je nodig hebt voor je modem/router. Die ontvanger koppel je aan de stekker en je plugt de internetkabel in.
Vervolgens verbind je de ontvanger door middel van de internetkabel aan je modem/router. Ook steek je de stekker in het stopcontact. De camera hang je op waar je de vogels wil zien: in een nestkast, bij een voederhuis of welke plek dan maar ook. Ook deze stekker steek je in het stopcontact of je zorgt er op een andere manier voor dat de camera voeding krijgt. Als alles goed is gegaan, zie je een rood en groen lampje branden bij de ontvanger van de modem/router (waar de internetkabel is ingestoken).
In de doos zit een sticker met QR-code (niet afgebeeld op de foto’s hierboven). Je gaat naar de app en klikt op het plusje (+) rechts bovenin beeld. Kies dan voor ‘scan’ en je kunt de QR-code scannen. De app laadt dan de camera in en je hebt gelijk beeld! Je kunt de camera een naam geven en bij instellingen verder personaliseren (bijvoorbeeld het opnemen van video’s, de kwaliteit, de tijd en datum enzovoorts). Nu maar afwachten tot de eerste vogel zich laat zien!
Samengevat:
Download de app ICSee of Greenback Yard en maak een account aan.
Sluit de kabels voor de camera op elkaar aan.
Sluit de ontvanger aan op de router/modem.
Controleer of het groene én rode lampje branden bij de ontvanger.
Scan in de app via de knop rechts bovenin , het plusje, de QR-code die je bij de camera hebt gekregen.
De app laadt de camera in en je hebt beeld!
Welke type camera’s zijn er?
Green Backyard heeft verschillende soorten (nestkast)camera’s, voor iedere situatie is wel een geschikte camera te vinden. Hieronder bespreken we de meest gekozen camera’s.
Wireless Bird Box Camera
Dit is het standaard model nestkastcamera die te gebruiken is voor de meeste vogelhuisjes vlakbij huis. Met een groothoekweergave van 120 graden krijg je de hele binnenkant van het vogelhuisje goed in beeld, waardoor het niet kan voorkomen dat vogels net buiten beeld zitten. Het beeld is overdag in Ultra HD kleurenbeeld te ontvangen. ’s Nachts schakelt de camera over op zwart-wit beeld, maar zijn activiteiten in de kast nog heel goed te volgen. Een zeer gevoelige microfoon zorgt ervoor dat ook alle geluiden die in de kast gemaakt worden goed te horen zijn.
Wireless Bird Box Camera (Green Backyard)Jonge vogels zien opgroeien van het moment dat ze uit het ei komen tot het moment dat ze uitvliegen is een unieke ervaring!
Beelden van de camera zijn via WIFI live te bekijken met de app. via je smartphone, tablet of PC. Wanneer de camera beweging in de nestkast detecteert, krijg je handig een pushmelding waardoor je nooit iets hoeft te missen. De camera dient te worden aangesloten op netstroom, of deze dient meteen oplaadbare accu te worden voorzien van stroom.
Via deze link bestel je de Wireless Bird Box Camera van Green Backyard.
De Longe Range Camera van Green Backyard kent alle gemakken en eigenschappen van de Wireless Bird Box Camera, maar heeft als unieke functie dat deze op een veel grotere afstand te gebruiken is. De Camera heeft een bereik tot maar liefst 180 meter (!) en kan daardoor helemaal achteraan in een grote tuin of in een nabij gelegen bos gemonteerd worden. Vogels die schuwer zijn (of een ander biotoop nodig hebben) kunnen daardoor ook perfect hiermee in beeld gebracht worden. Denk hierbij aan roofvogels zoals torenvalken, maar ook uilen zoals steenuilen, bosuilen en kerkuilen zijn vogels die soms wel in grote tuinen of bosachtige gebieden broeden, iets verder van het huis af. Maar ook kraaiachtigen (zoals de kauw) en spechten houden vaak van wat rust en privacy. Deze camera stelt je in staat om deze bijzondere vogels van dichtbij mee te maken.
Longe Range Wireless Bird Box Camera (Green Backyard)Beelden gemaakt met de Longe Range Camera: torenvalk man en vrouw samen in de nestkast (de Natuur van hier)
Voordelen van de longe range camera
Met behulp van een ontvanger, die in huis wordt geïnstalleerd, ben je in staat om het signaal van de nestkastcamera te ontvangen, die een heel eind verderop staat. De ontvanger is zelfs in staat om van twee camera’s het signaal te ontvangen, waardoor je dus meerdere camera’s in je tuin op afstand kunt plaatsen. Het enige wat nog mist is die bijzondere vogels voor je nestcamera waar je zo op hoopt! Onderstaand een tweetal video’s die we hebben opgenomen met de Longe Range Bird Box Camera. Zoals je ziet super scherp beeld en ook nog eens goed geluid, wat vooral goed te horen is bij de video van de kerkuil (pas op, zet het geluid niet te hard).
Via deze link bestel je de Long Range Bird Box Camera van Green Backyard.
Torenvalk man toont nestkast aan mevrouw torenvalk (de Natuur van hier)
Kerkuil komt de nestkast binnen en laat zich goed horen (de Natuur van hier)
Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder
De derde camera combinatie die we uitlichten is de wifi camera in combinatie met de eekhoornvoederplaats. Dit pakket bevat een Wifi Camera én een eekhoornvoederplaats. Het enige wat je dus hoeft te doen is de voederplaats op te hangen, eenvoudig de camera te installeren en wat voor aan te bieden voor de eekhoorns. En zodra de eekhoorns het voer ontdekt hebben is het genieten van het actieve en speelse gedrag van deze kleine zoogdieren.
Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder (Green Backyard)
De camera is waterdicht en kan zowel dag- als nachtopnames maken. Het eekhoornvoederhuisje is gemaakt van duurzaam cederhout. Het voederhuis kan gemakkelijk voorzien worden van pinda’s en andere noten, het favoriete voedsel van eekhoorns. Doordat de camera op een kleine afstand van het voederhuis wordt geplaatst, heb je een goed beeld van het gedrag van de eekhoorns. De eekhoorns zien eten, spelen en capriolen zien uithalen zonder dat je ze stoort is een fantastische ervaring.
Via deze link bestel je de Outdoor Mini Wifi Camera with Squirrel Feeder van Green Backyard.
Eekhoorns zijn leuke en actieve dieren om met een camera in de gaten te houden. Ze halen vaak de gekste capriolen uit om bij het eten te komen wat voor de camera wordt aangeboden
Waar kun je de nestcamera’s voor gebruiken
We hebben een aantal voorbeelden gegeven van welke camera’s er zijn en hoe je deze kunt gebruiken, maar er zijn nog veel meer mogelijkheden. Je kunt de camera in de nestkast plaatsen, maar wil je echt alles meekrijgen dan kun je er ook nog één aan de buitenkant plaatsen. Zo kun je precies zien wat er zich binnen én buiten de nestkast zich afspeelt. Vooral bij roofvogels en uilen is het leuk om dit te doen, omdat deze ook regelmatig buiten de kast zitten.
Maar buiten nestkasten van vogels zijn er ook nog andere zaken die in beeld gebracht kunnen worden. We gaven al het voorbeeld van het voederhuis voor eekhoorns, maar ook een voedertafel voor vogels is enorm leuk om in beeld te brengen. Als je verschillende soorten voer aanbiedt komen er allerlei soorten vogels op je voedertafel af. Van kleine zangvogels tot grotere zangvogels (kraaien) en spechten. Een gevarieerd aanbod voor je camera dus!
Daarnaast is het ook nog mogelijk om de camera te plaatsen in een vleermuizenkast. Als deze dan gebruikt gaat worden als slaapplek door vleermuizen krijg je wel heel bijzondere beelden! Heb jij nog andere ideeën hoe je met deze camera’s beelden kunt maken van wildlife in je tuin of in de natuur? Laat het ons dan weten in de comments, wij zijn erg benieuwd naar jullie toepassingen!
Benieuwd wat er binnen in de nestkast gebeurd? Bestel dan je eigen nestkastcamera en volg alles op de voet!
Ben jij er al uit welke camera het beste bij jou past? Bestel via deze linkdan de camera, dan kun je binnenkort genieten van alle wilde dieren in jouw tuin!
Veelgestelde vragen
Is het installeren van een nestcamera moeilijk?
Nee, het installeren van een camera voor in de nestkast of een andere toepassing is heel eenvoudig. Het is een plug-and-play principe, waarbij het aansluiten van de camera, het downloaden van de app en het scannen van een QR-code eigenlijk de enige dingen zijn die je moet doen. Binnen no-time heb je dus livebeeld.
Heb je wifi nodig om live te kunnen kijken?
Je hoeft niet met de wifi verbonden te zijn waarmee de camera verbonden is om toegang tot de livebeelden te hebben. De livebeelden kunnen van overal bekeken worden. Zo heb je dus altijd toegang tot het beeld van de camera.
Is de camera waterdicht?
Ja, de meeste nestkastcamera´s van Green Backyard zijn waterdicht. Enkel de Wireless Bird Box Camera en IP Bird Box Camera zijn niet volledig waterdicht en hebben bescherming nodig.
Hebben de camera’s nachtzicht?
Ja, de camera´s van Green Backyard hebben allen nachtzicht. Hier wordt speciaal infraroodlicht voor gebruikt, zodat dieren niet schrikken van het licht wanneer er een video wordt gemaakt.
Werkt de camera ook op een batterij?
De camera’s kunnen worden aangesloten op het netstroom, maar wanneer dit niet in de buurt is kan de stroom ook worden voorzien met behulp van een accu. 12 volt accu’s zijn geschikt om de camera te voorzien van stroom. Handig als je de camera achterin een grote tuin of in nabij gelegen natuur plaatst!
Tot slot
Nu weet je alles over het plaatsen van een nestkastcamera Wil je meer handige tips ontvangen over een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie.In deel acht bepreken we de winter en de start van de lente!
1 december 2024 – 22 april 2025
Hondsdraf bloeit rijkelijk in het kruidenrijke gazon (De Natuur van hier)
Te starten in de winter. Alhoewel de winter meestal een vrij rustige periode is, is er toch altijd wel wat te beleven. Allereerst hebben we nog wat extra aanplant gedaan. We hebben de gemengde haag nog een stukje verder uitgebreid. Soorten die we hiervoor hebben gebruikt zijn rode kornoelje(Cornus sanguinea), wilde peer(Pyrus communis) en diverse rozensoorten. Dit stuk haag willen we vrijuit laten uitgroeien zodat er een robuuste struweelhaag ontstaat met een diversiteit aan bloemen en vruchten.
Daarnaast hebben we in het weiland nog twee fruitbomen (kersen) aangeplant. In totaal staan er nu vier fruitbomen in het weiland en begint er langzaam een hoogstamboomgaard te ontstaan. In combinatie met een kruidenrijk grasland eronder hopen we een plek vol leven en diversiteit te creëren.
De bloemen die gedurende het seizoen op verschillende plekken in de natuurtuin hebben gebloeid, hebben we de hele winter laten staan. Deze uitgebloeide bloemen hadden wat ons betreft nog een leuke sierwaarden en boden daarnaast nog voedsel aan overwinterende zangvogels, zoals distelvinken. Het zaad van onder andere de kaardenbollen was aan het einde van de winter volledig uit de zaadhoofden verdwenen.
De uitgebloeide bloemen van duizendblad (lniks) en kaardenbol (rechts) bleven de hele winter staan (De Natuur van hier)
Als je denkt dat er in de winter niets te beleven is in een natuurtuin, dan heb je het mis. Met behulp van de wildcamera hebben we veel dieren weten vast te leggen die dankbaar gebruikt maakte van onze natuurtuin. Omdat ze hier voedsel kunnen vinden, of simpelweg omdat ze hier een veilige rustplek konden vinden. Op veel landerijen om ons heen was al het gras voor de winter kort gemaaid, waardoor dieren zoals hazen geen schuilplekken hebben. Door stukken gras en kruiden te laten staan, konden deze dieren hier altijd een veilige plek vinden. Onderstaand een greep uit de soorten die zich deze winter voor de wildcamera hebben laten zien.
Een greep uit de collectie dieren die zich voor de wildcamera lieten zien. V.l.n.r.: een bosmuis met een walnoot, een haas in de sneeuw, een jagende steenmarter en de kerkuil in de schuur (De Natuur van hier)
Na een lange winter (voor ons gevoel althans), waren dan uiteindelijk toch de eerste tekenen van de lente zichtbaar. Vroege bloeiers zoals gele kornoelje en sleedoorn kwamen in bloei en het eerste vogelgezang was duidelijk hoorbaar. De droge en relatief warme periode in maart zorgde ervoor dat alles in een stroomversnelling kwam en binnen no-time zaten er weer bladeren aan de bomen en struiken.
Om de ontwikkeling van raaigrasland naar kruidenrijk grasland wat te versnellen hebben we ervoor gekozen een aantal stroken in het grasland in te zaaien. We hebben deze stroken ingezaaid met een streektuinenmengsel van Streektuinen. Hier hebben ze speciale mengsels afgestemd op de verschillende streken in ons land. Zo sluit het perfect aan op het omliggende landschap. In ons geval is dit het Limburgse Maasstreek mengsel geworden. Inmiddels is het zaad aan het kiemen, we zijn heel benieuwd hoe het zich dit jaar gaat ontwikkelen. De bedoeling is dat het zich de komende jaren geleidelijk door de rest van het grasland gaat ontwikkelen.
Het maaien en afvoeren van de laatste jaren begint zijn vruchten af te werpen. Het aandeel kruiden in het grasland is aanzienlijk aan het stijgen (De Natuur van hier)
Van nature zijn er dit jaar ook al een stuk meer kruiden in het grasland te vinden, ten opzichte van vorig jaar. Op sommige stukken is pinksterbloem in grote getale op aan het rukken. Daarnaast verspreiden paardenbloem, kruipende boterbloem en fluitenkruid zich ook steeds meer. Op een enkele plek is zelfs knoopkruid zich spontaan aan het vestigen. Het gaat dus de goede kant op met de kruiden!
Een distelvink doet zich te goed aan een uitgebloeide paardenbloem (De Natuur van hier)
De kruiden in het gras hebben een positief effect op de fauna in onze tuin. Naast vogels (zoals distelvinken die op het zaad afkomen) maken insecten dankbaar gebruik van de nectar in de bloemen. Een van de opvallendste en kleurrijkste groep binnen de insecten zijn de vlinders. Deze zijn dit voorjaar erg actief in onze natuurtuin.
Door de vele kruiden in het grasland wordt de natuurtuin druk bezocht door vlinders (v.l.n.r.: landkaartje, gehakkelde aurelia, klein geaderd witje (De Natuur van hier)
Qua witte vlinders laten regelmatig het klein koolwitje en het klein geaderd witje zich zien. Een enkele keer hebben we ook het groot koolwitje gezien. Van de gele vlinders hebben we zo af en toe de citroenvlinder in de tuin gehad. Daarnaast waren er ook nog een aantal oranje vlinders die we in de tuin zijn tegengekomen. Heel veel dagpauwogen zien we in de tuin, maar ook soms een landkaartje en een enkele keer de gehakkelde aurelia. Tot slot zien we op het moment regelmatig het bont zandoogje en hebben we één keer een blauwtje gezien. Deze was echter maar zeer kort in de tuin en hebben we helaas niet lang genoeg kunnen bekijken om te weten welk blauwtje het was.
Resultaten
In totaal hebben we nu 502 soorten flora (spontaan ontwikkeld, dus niet aangeplant of ingezaaid) en fauna gezien in onze tuin. Enkele bijzondere waarnemingen deze periode zijn de gegroefde haarwaterroofkever (vrij algemeen), de harige springspin (vrij algemeen) en de gevlekte wolzwever (vrij algemeen).
Natuurtuin overzicht, april 2025 (De Natuur van hier)
Nestkast voor vogels ophangen? Dan ben je goed bezig voor de vogels en de natuur! Een goed geplaatste nestkast geeft vogels een veilige plek om te broeden en de jongen te laten opgroeien. Maar waar hang je de kast eigenlijk op? Hoe hoog moet hij en waar moet je verder nog meer op letten? In deze blog geven we je praktische tips om de nestkast op een juiste manier op te hangen.
Wanneer er jongen in de nestkast zitten, is het voor de ouders een drukke periode om hun kroost van genoeg voedsel te voorzien
Als eerste is het belangrijk om na te gaan welke vogels er bij jou in de buurt voorkomen. Het is natuurlijk jammer om een nestkast op te hangen voor een vogelsoort die helemaal niet bij jou in de buurt leeft. Het hangt van je omgeving af welke vogelsoorten daar voorkomen. In stedelijk gebied komen andere soorten voor dan in het buitengebied, bos- of duingebied.
Daarnaast hangt het ook van de vogelsoort af welke nestkast je kunt gebruiken. Voor de ene vogelsoort is een kleine invliegopening goed, maar grotere vogels hebben een grotere of andere invliegopening nodig.
Vaak wordt gedacht aan de meest algemene soorten, zoals de pimpelmees en koolmees, maar er zijn ook nestkasten voor soorten die over het algemeen minder vaak voorkomen in de Nederlandse tuinen, zoals spreeuwen of roofvogels. Vogels in het algemeen hebben steeds minder leefgebied door verstedelijking en de intensieve landbouw. Dat geldt ook voor roofvogels. Zij broeden vaak in oude gebouwen, dode bomen en ruïnes en die zijn er in Nederland steeds minder. Heb je het geluk om in het leefgebied van een roofvogel te wonen? Dan kun je eens onderzoeken of je nestgelegenheid voor hen kunt creëren. Dit is niet voor iedere omgeving en tuin weggelegd.
Spreeuwen zijn mooie vogels, met hun gespikkelde en zwart-paarse verenkleed. Ze komen echter niet in elke tuin voor
Nestkast kopen of zelf maken?
Je kunt ervoor kiezen om een nestkast te kopen, bijvoorbeeld bij Vivara Natuurproducten. Duurzame nestkasten gaan langer mee en zijn gemaakt van materiaal dat veilig is voor vogels.
Heb je zin om zelf aan de slag te gaan? Kijk dan eens bij onze bouwtekeningen of daar een nestkast tussen zit die bij de vogels in jouw buurt past. Kies bij het zelf maken van een nestkast voor FSC-hout, zodat je zeker weet dat het hout een goede afkomst heeft en veilig te gebruiken is.
Hieronder volgen de tips waar je op moet letten wanneer je de nestkast wil ophangen. Het gaat er niet zozeer om hoe de nestkast eruit ziet, maar wel om waar en hoe hij hangt.
Kies voor een rustige plek, waar de vogels ongestoord kunnen in- en uitvliegen.
Hang de nestkast minimaal 2 meter hoog, zodat katten en andere roofdieren er minder makkelijk bij kunnen. Nestkasten voor bijvoorbeeld zwaluwen en uilen moeten veel hoger hangen. Let er ook op dat er onder en rondom geen objecten staan waar roofdieren gebruik van kunnen maken als opstapje, zoals muurtjes, ladders, kastjes enzovoorts.
Je kunt de nestkast het beste in het najaar ophangen, zodat de vogels eraan kunnen wennen en het in het najaar en de winter ook als slaapplek kunnen gebruiken.
Beschutting van groen rondom de nestkast is goed, voor zowel voedsel- en schuilmogelijkheden als voor de uitvliegende jongen om de stap naar de buitenwereld te zetten.
Hang de nestkast niet in de volle zon op. De temperatuur stijgt dan flink en daardoor kunnen de jongen doodgaan.
Ook beschutting van wind en regen is belangrijk. Je kunt de invliegopening het beste op het noordoosten richten, omdat de wind vaak uit het zuidwesten komt. Op die manier hebben de jongen minder last van wind in de nestkast.
Een vrije en veilige aanvliegroute voor de ouders is belangrijk, zodat ze de jongen goed kunnen bereiken. Let erop dat er geen takjes in de weg zitten. Dit is ook belangrijk voor wanneer de jongen uitvliegen.
Uiteraard is het van groot belang dat er geen katten of andere roofdieren als marters bij de nestkast kunnen komen. Je kunt bijvoorbeeld gaas om de boom plaatsen of speciale haken om de stam plaatsen. Er zijn ook speciale invliegplaatjes die de invliegopening beschermen, zodat katten bijvoorbeeld deze niet open kunnen krabben. Ook zijn er invliegbeveiligingen te koop.
Je kunt ook kiezen voor nestkasten gemaakt van houtbeton. Deze zijn speciaal ontwikkeld om te beschermen tegen roofdieren. Ook de invliegopening is zo gemaakt dat deze extra veiligheid biedt.
Het is belangrijk om de nestkast stevig op te hangen, zodat hij tijdens weer en wind niet gaat slingeren of naar beneden valt.
Nestkasten voor koloniebroeders, zoals mussen of zwaluwen, kunnen op ongeveer drie meter van elkaar hangen. Voor mussen zijn ook speciale mussenhotels te koop.
Nestkasten voor andere vogels van dezelfde soort moeten op ongeveer 10 tot 15 meter van elkaar af hangen, omdat ze allemaal hun eigen territorium hebben.
Heb je ook ergens in je tuin een voederhuis voor vogels? Let er dan op dat de nestkasten hier niet te dichtbij hangen, dat zorgt voor te veel onrust en mogelijke gevaren.
Deze koolmeesjongen zijn al bijna zover om uit te kunnen vliegen
Waar je verder nog aan kunt denken
Tijdens het broedseizoen liggen er vele gevaren op de loer voor de vogels. Soms zijn dit factoren waar je zelf iets aan kunt doen, maar soms ook niet. Als je de eigenaar bent van een kat, kun je deze tijdens het broedseizoen (of langer…) binnen houden. Katten verstoren met alleen al hun aanwezigheid de nesten, omdat het de ouders kan afschrikken om naar hun jongen te gaan. En er worden jaarlijks ontzettend veel vogels door katten gegrepen.
Daarnaast zijn (chemische) bestrijdingsmiddelen een groot gevaar. Deze hebben invloed op het voedselaanbod voor vogels. Er zijn steeds minder insecten en daardoor is er dus minder voedsel voor de ouders en jongen te vinden. Ook kan het voedsel van de vogels vergiftigd zijn, waardoor de dieren het gif ook zelf binnenkrijgen. Kies er daarom voor om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en bied, als je voederplekken hebt, biologisch vogelvoer aan. Heb je koolmezen in de tuin? Kijk dan op Meet de Mees of je mee kunt doen met het onderzoek van Hogelschool Leiden naar de link tussen bestrijdingsmiddelen en broedsucces.
Wil je nog een extra stap zetten om de vogels te helpen tijdens het broeden en nestelen? Dan kun je ervoor zorgen dat er voldoende nestmateriaal aanwezig is in je tuin. Laat kleine takjes liggen en hark wat mos een beetje los. Je kunt ook zorgen voor ander biologisch en gifvrij (!) nestmateriaal, zoals hooi en wol. Je kunt dit ook in vetbollenhouders stoppen, zodat de vogels dat eruit kunnen plukken. Bij Vivara kun je nestmateriaal en speciale houders kopen. Zorg daarnaast voor een groene tuin, waar genoeg insecten te vinden zijn. Kies ook daarbij altijd voor biologische planten die vrij zijn van gif en daardoor niet schadelijk voor insecten (en daardoor ook vogels). Zowel Vivara Natuurproducten en Sprinklr hebben een breed assortiment aan biologisch gekweekte planten.
Vogels hebben klein materiaal uit je tuin nodig voor het maken van een nestje, of dat nu in een nestkast of in een struik of boom is
Nestkast schoonmaken
Naast een veilige en stabiele plek voor de nestkast, is het ook belangrijk dat je de nestkast jaarlijks schoonmaakt. Dit doe je als volgt. Aan het einde van het broedseizoen, als je echt zeker weet dat de vogels zijn uitgevlogen en de nestkast verlaten is, haal je het nestje uit de kast. Trek hiervoor handschoenen aan, want de nestjes zitten vaak vol met parasieten, luizen en vlooien. Daarna veeg je de nestkast uit en spoel je de nestkast met kokend water. Gebruik geen zeep of andere schoonmaakmiddelen, dit is niet goed voor de vogels. Soms kun je ook het beste een mondmasker dragen, omdat er nogal wat stof kan vrijkomen uit de nestjes. Hang na het schoonmaken de kast weer terug, zodat deze als slaap- en schuilplek gebruikt kan worden.
Tot slot is het nog van belang dat je let op de verschillende invliegopening. Voor de ene vogelsoort is deze kleiner of groter dan de ander. Hieronder vind je een overzicht hoe groot de invliegopening per vogelsoort bij benadering moet zijn. Kies ervoor om nestkasten met zowel kleine als grotere invliegopeningen te kiezen, bijvoorbeeld voor zowel pimpelmees als koolmees. Zo maakt ook de vogel die een kleinere invliegopening nodig heeft kans om een nest te maken.
Kleine mezen, zoals pimpelmees en zwarte mees: 28 mm
Vogels van verschillende soorten hebben vaak ook verschillende invliegopeningen of modellen van nestkasten nodig. Deze gekraagde roodstaart heeft iets anders nodig dan bijvoorbeeld een pimpelmees
De nestkast van binnen bekijken
Tegenwoordig zijn er allerlei manieren om het broedproces van vogels te volgen. Op die manier kun je meekrijgen wat er allemaal binnen de nestkast gebeurt. Het is wettelijk verboden om nesten te verstoren, dus tijdens het broedseizoen moet je de nestkasten met rust laten.
Wij gebruiken de camera’s van The Green Backyard om in de nestkasten te kunnen kijken. Deze camera’s zijn makkelijk op te zetten, nemen niet veel plek in en zijn in meerdere varianten te krijgen, bijvoorbeeld de lange afstandcamera die tot 200 meter WiFi-bereik heeft. Let erop dat de camera’s de invliegopening niet verstoren en stabiel geplaatst zijn, zodat je de vogels niet verstoort. Heb je geen broedsuccessen in je nestkasten? Dan kun je altijd nog een kijkje nemen bij de nestkasten van Beleef de Lente!
Wil je meer tips voor nestkast ophangen in je tuin. inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Bijen spelen een cruciale rol in onze natuur. Ze bestuiven bloemen, fruitbomen, en talloze andere planten. Helaas hebben veel bijensoorten het tegenwoordig moeilijk door het verdwijnen van bloemrijke landschappen en het gebruik van pesticiden. Meer dan de helft van de bijensoorten in Nederland is zelfs bedreigd.
Gelukkig kun je als tuinier echt een verschil maken. Door inheemse bijenplanten in je tuin te zetten, help je bijen aan voedsel én ondersteun je de biodiversiteit in de omgeving. Inheemse planten zijn namelijk perfect aangepast aan onze lokale insecten en produceren vaak veel nectar en stuifmeel.
In dit artikel ontdek je 25 van de beste inheemse bijenplanten voor een tuin vol leven. Van vroege bloeiers in het voorjaar tot nectarplanten die bijen tot laat in de herfst van voedsel voorzien. Met deze planten creëer je niet alleen een kleurrijke tuin, maar ook een waardevolle plek voor wilde bijen, hommels en andere bestuivers.
Omslagfoto: Slangenkruid met slangenkruidbij (de Natuur van hier)
Direct een overzicht van de belangrijkste bijenplanten:
Knoopkruid
Slangenkruid
Beemdkroon
Wilde marjolein
Boswilg
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je van je tuin een paradijs maken voor bijen, vlinders en andere diersoorten? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra stap voor stap zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips, voorbeeldbeplanting en inspiratie voor iedere tuin.
Inheemse planten spelen een cruciale rol in het voortbestaan van wilde bijen. Deze planten zijn van nature in Nederland aanwezig en hebben zich samen met de lokale insecten ontwikkeld. Daardoor sluiten ze perfect op elkaar aan. Wilde bijen weten precies wanneer inheemse planten bloeien, hoe ze bij de nectar en het stuifmeel kunnen komen en welke soorten geschikt zijn voor hun voortplanting.
Veel uitheemse tuinplanten zien er aantrekkelijk uit, maar bieden vaak weinig tot geen voedsel voor bijen. Soms bevatten ze nauwelijks nectar of is de bloem zo gekweekt dat bijen er niet meer bij kunnen. Door juist te kiezen voor inheemse bijenplanten, zorg je voor een betrouwbare voedselbron en help je mee aan het herstellen van de biodiversiteit in je tuin. Zo maak je van je tuin niet alleen een mooie plek, maar ook een waardevolle leefomgeving voor bijen en andere insecten.
Met hun lange tong weten hommels goed bij de zoete nectar te komen (de Natuur van hier)
Waar moet een goede bijenplant aan voldoen?
Niet elke bloeiende plant is automatisch geschikt voor bijen. Een goede bijenplant voldoet aan een aantal belangrijke eigenschappen. Zo is het belangrijk dat de plant rijk is aan nectar en stuifmeel, zodat bijen er voldoende voedsel uit kunnen halen. Denk bijvoorbeeld ana planten zoals blauwe knoop en slangenkruid, die bekend staan om hun hoge nectarwaarde. Daarnaast moet de bloem goed toegankelijk zijn, zodat bijen daadwerkelijk bij de nectar kunnen komen.
Ook de bloeiperiode speelt een grote rol. Door planten te kiezen die verspreid over het seizoen bloeien, van het vroege voorjaar tot in de nazomer, zorg je ervoor dat bijen het hele jaar door voedsel kunnen vinden. Tot slot is het belangrijk om te kiezen voor inheemse, onbespoten planten. Deze zijn niet alleen beter afgestemd op lokale insecten, maar bevatten ook geen schadelijke stoffen die bijen kunnen verzwakken of doden.
De 25 beste inheemse bijenplanten
Hier geven we de 25 beste inheemse bijenplanten. De bloeiperiode van deze planten verschilt van het vroege voorjaar, tot echte zomerbloeiers en nazomerbloeiers. Door een mix van deze planten in je tuin te gebruiken, creëer je een bloemenboog waarvan bijen bijna het hele jaar kunnen profiteren.
Vroege bloeiers (maart – april)
Vroeg in het voorjaar (of beter gezegd; aan het einde van de winter) worden de eerste bijen en hommels op zonnige dagen langzaam wakker uit de winterslaap. Na een lange winterslaap zijn de insecten hongerig en gaan dan meteen op zoek naar stuifmeel en nectar. Er zijn dan echter nog weinig planten, struiken en bomen die dan in bloei staan, dus voldoende voedsel kan dan nog moeilijk te vinden zijn voor bijen en hommels. Met onderstaande soorten zorg je ervoor dat bijen en hommels in jouw tuin voedsel kunnen vinden.
Boswilg (Salix caprea)
Bloeitijd: maart – april
Standplaats: volle zon – halfschaduw
Hoogte: 6-10 meter
Een van de eerste inheemse bomen die na de winter bloeit is de boswilg. Met de productie van nectar en stuifmeel leveren ze in maart en april het broodnodige voedsel voor bijen en hommels die op warme dagen wakker worden en op zoek gaan naar eten. Ook vlinders vliegen graag op de katjes van de wilg.
De boswilg wordt 6 tot 10 meter hoog en staat het liefst op een open plek. Het liefst is de grond waarin de boswilg groeit vochtig, maar iets droger kunnen ze ook verdragen.
Boswilg biedt in het vroege voorjaar de benodigde nectar en stuifmeel voor bijen en hommels (de Natuur van hier)
Sleedoorn (Prunus spinosa)
Bloeitijd: maart-april
Standplaats: volle zon
Hoogte: 2-6 meter
Een van de eerst bloeiende inheemse struikvormers in Nederland is de sleedoorn. In de natuur vindt je deze struik veel in bosranden en in halfopen landschappen, maar sleedoorn is ook uitstekend te gebruiken in tuinen. Plant hem dan aan als solitaire struik, of gebruik deze in een gemengde haag.
De vroege bloemen (die verschijnen op het nog kale hout) bieden al vroeg in maart nectar aan honingbijen, hommels en wilde bijen. Ook veel vlinders – zoals sleedoornpage, gehakkelde aurelia en dagpauwoog – vliegen graag op de bloemen van sleedoorn. Voor sleedoornpage is het zelfs de waardplant. De bloei van sleedoorn loopt door in april en soms zelfs nog in mei.
Sleedoorn staat het liefst op een zonnige plek, maar een plekje in de halfschaduw wordt ook verdragen. De bodem is het beste droog tot matig vochtig. Naast insecten zijn ook vogels erg blij met sleedoorn. Het is een uitstekende broedplek voor zangvogels en de bessen zijn in trek bij lijsters. Op zoek naar nog meer inheemse struiken voor in de tuin? Kijk dan eens in onze blog waar we er 8 uitlichten.
Sleedoorn bloeit al in maart en is daarmee een ideale vroege bloeier. In deze periode worden bijen wakker en hebben ze nog niet veel andere planten of struiken die nectar als voedsel aanbieden (de Natuur van hier)
Gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis)
Bloeitijd: maart – mei
Standplaats: schaduw – halfschaduw
Hoogte: tot 40 centimeter
Ben je op zoek naar een inheemse vaste plant die vroeg bloeit, dan is gevlekt longkruid een geschikte kandidaat. Gevlekt longkruid staat het liefst op een plek in de schaduw of halfschaduw (bijvoorbeeld in een schaduwborder onder onder struiken of bomen) op een vochthoudende bodem.
De plant bloeit van maar tot en met mei. De roze-paarse bloemen bieden daarmee stuifmeel en nectar als de eerste bijen en hommels wakker worden uit de winterslaap en kan daarom een cruciale ecologische rol in je tuin spelen. Voedsel voor bijen en hommels is op dat moment nog schaars.
Gevlekt longkruid is in Zuid-Limburg inheems en in de rest van het land vooral bekend als stinsenplant (gebruikt bij landgoederen, boerenhoven, e.d.). De vaste plant is half wintergroen (bij strenge winters kan de plant bovengronds afsterven) en wordt vaak genegeerd door slakken vanwege het behaarde blad.
Gevlekt longkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr. Op zoek naar andere planten voor in de schaduw? Kijk dan eens in onze blog over inheemse schaduwplanten.
Gevlekt longkruid is een ideale bijenplant voor in de schaduw vanwege de vroege bloei in het jaar
Gulden sleutelbloem (Primula veris)
Bloeitijd: maart – mei
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 30 centimeter
Een andere inheemse vaste plant die vroeg in het jaar bloeit is gulden sleutelbloem. Van nature komt deze plant voor in graslanden waar deze vaak in groten getale bloeit. Bijen en hommels vinden hier dan vroeg in het jaar ook bijzonder veel nectar als voedselbron/
Gulden sleutelbloem is dan ook ideaal om te gebruiken in de tuin. Je kunt de plant in de border gebruiken, maar misschien wel leuker is het om deze plant in een extensief beheerd bloemrijk gazon te gebruiken. Plant dan meerdere sleutelbloemen bij elkaar voor een natuurlijke effect. Gulden sleutelbloem staat het liefst in een ietwat vochtige, kalkhoudende bodem.
Onder andere de gewone sachembij komt af op de nectar in de bloemen van de gulden sleutelbloem. De bloemen verschijnen vaak al in maart en bloeien door tot en met mei en soms tot in juni. De bloemen zijn geel, met oranje vlekjes. Gulden sleutelbloem is te bestellen bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr en Vivara.
Gulden sleutelbloem voelt zich het meeste thuis in een extensief beheerd bloemrijk gazon
Paardenbloem (Taraxacum officinale)
Bloeitijd: maart – mei
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 40 centimeter
Een van de belangrijkste planten in deze lijst is de paardenbloem, die vaak vanzelf al in de tuin verschijnt. Met zijn vroege en rijkelijke bloei is het een van de belangrijkste voedselbronnen voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten in het vroege voorjaar. Deze plant is zo belangrijk voor insecten dat uit onderzoek van de WUR blijkt dat maar liefst 107(!) soorten bijen zijn waargenomen op de paardenbloem. Daarmee trekt de paardenbloem de meeste soorten bijen aan. Deze mag dus absoluut niet ontbreken in een bijvriendelijke tuin.
Maar liefst 107 soorten bijen zijn waargenomen op de paardenbloem. Hier zie je het roodgatje, een solitaire bij uit het geslacht zandbijen (de Natuur van hier)
Hoofdzakelijk bloeit de paardenbloem in de periode maart tot en met mei, met de kenmerkende gele bloemen. Echter bij zachte winters kunnen in januari al bloeiende paardenbloemen worden aangetroffen. Wanneer op zonnige winterdagen de eerste bijen en hommels wakker worden, vinden ze vaak in die enkele bloeiende paardenbloem in de tuin het voedsel wat ze nodig hebben.
Heb je een gazon in de tuin, dan verschijnt de paardenbloem vanzelf. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen, geen kunstmest en maai niet te vaak. Zo ontstaat er een kruidenrijk gazon met bloeiende paardenbloemen en andere bloeiende soorten. Dit is een van de belangrijkste dingen die je kunt doen voor bijen en hommels in je tuin.
In onze natuurtuin maaien we ons gazon maar een aantal keren per jaar en gebruiken we geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Zo onstaat er een kruidenrijk gazon wat vol zit met bijen, hommels en andere insecten (De Natuur van hier)
Voorjaarsbloeiers (april – mei)
Vanaf april stijgen over het algemeen de temperaturen en barst het voorjaar echt los. In deze periode bloeien veel planten en hebben bijen een grote keuze qua voedselaanbod. Met onderstaande planten zorg je ervoor dat ook in jouw tuin stuifmeel en nectar in overvloed beschikbaar is voor hongerige bijen en hommels.
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
Bloeitijd: april – juni
Standplaats: halfschaduw – schaduw
Hoogte: tot 15 centimeter
Een ideale inheemse bodembedekker om bijen aan te trekken is kruipend zenegroen. Deze laagblijvende plant groeit het liefst op een vochthoudende grond op een plekje in de halfschaduw of schaduw, maar zelfs een plek in de zon verdraagt de plant goed. De plant breidt zich gemakkelijk uit met lange uitlopers waardoor er al gauw een tapijtje ontstaat.
Zenegroen bloeit rijkelijk van april tot en met juni, met opvallende rechtopstaande blauwpaarse bloemen, die in trek zijn bij bijen en hommels. Door de rijkelijke bloei levert de plant veel nectar en is daarom belangrijk voor bijen. Onder andere de blauwe metselbij en slakkenhuisbijen komen op de bloemen van kruipend zenegroen af.
Kruipend zenegroen is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Kruipend zenegroen is een uitstekende inheemse bodembedekker die veel bijen aantrekt
Witte dovennetel (Lamium album)
Bloeitijd: april – oktober
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: tot 60 centimeter
Een plant die minder gebruikt wordt als tuinplant, maar toch een echte bijenplant is, is witte dovenetel. Witte dovenetel bloeit vaak al in april en gaat door met bloeien tot ver in oktober met de typische roomwitte, lipvormige bloemen. De plant levert veel nectar en is daarom ontzettend belangrijk voor hommels en bijen.
Witte dovenetel staat het liefst op een plek in de halfschaduw, op een vochthoudende bodem. Een plekje aan de voet van een inheemse haag zou bijvoorbeeld perfect zijn. Ze breiden zich gemakkelijk uit via ondergrondse uitlopers, waardoor je er gauw een hele hoek mee in je tuin bedekt hebt. De combinatie van witte dovenetel met een inheemse haag is een garantie voor meer biodiversiteit in je tuin.
De bloemen van witte dovenetel bieden veel nectar, waardoor ze in trek zijn bij hommels en bijen
Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
Bloeitijd: april – juni
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 40 centimeter
Als voorjaarbloeier past pinksterbloem ook perfect in een tuin waar voedsel voor bijen te vinden is. Van nature komt pinksterbloem voor in vochtige graslanden en bloeit daar vaak in grote aantallen. Je kunt deze plant dan ook prima toepassen in een extensief bloemrijk gazon, of vooraan in de border.
Van april tot en met juni bloeit pinksterbloem met lichtpaarse bloemen, die een goede nectarbron vormen voor bijen, hommels, zweefvliegen, kevers en vlinders. Daarnaast is het de waardplant van het oranjetipje.
Pinksterbloem is biologisch gekweekt te verkrijgen bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Naast bijen bezoeken ook zweefvliegen en vlinders de bloemen van pinksterbloem. Verder is het ook de waardplant van het oranjetipje (de Natuur van hier)
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)
Bloeitijd: april – okbtober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte tot 90 centimeter
De dagkoekoeksbloem is een prachtige vaste plant om te gebruiken in een border in de halfzon of volle zon. Het liefst staat de plant op een wat vochtige plek.
De roze bloemen verschijnen vaak al in april aan de plant en blijven aanwezig tot ver in het najaar. Door de lange bloei is het een uitstekende nectarplant voor bijen en hommels, zoals de rosse metselbij en de akkerhommel. Maar ook zweefvliegen en vlinders komen op de bloemen af. Het is daarnaast een waardplant voor een aantal nachtvlinders.
Als dagkoekoeksbloem op de juiste plek staat, breidt deze zich gemakkelijk uit in de tuin door verspreiding van zaden. Dagkoekoeksbloem is bij diverse gespecialiseerde winkels te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Door de lange bloei is dagkoekoeksbloem een uitstekende bijenplant om in de border te gebruiken
Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris)
Bloeitijd: mei – juni
Standplaats: zon – halfozn
Hoogte: tot 150 centimeter
Een lentebloeier die wat hoger wordt is fluitenkruid. Fluitenkruid kan tot 150 centimeter hoog worden en bloeit rijkelijk met witte samengestelde schermen, die enorm in trek zijn bij insecten.
In mei en juni verschijnen de witte schermbloemen aan de plant. De uitbundige bloei biedt een overvloed aan nectar en stuifmeel en zit dan ook vaak vol met wilde bijen, zweefvliegen, kevers en vlinders. Voor de fluitenkruidbij is er zelfs bijna volledig afhankelijke van. Deze bij verzamelt het stuifmeel enkel op schermbloemigen en in Nederland hoofdzakelijk op de bloemen van het fluitenkruid.
Fluitenkruid staat het liefst op een plek in de zon of halfzon en houdt van een ietwat vochtige bodem. In het landschap zie je de vaste plant vaak in wegbermen en langs sloten.
De rijkelijke bloei van fluitenkruid trekt veel insecten aan, waaronder wilde bijen, zweefvliegen en vlinders
Zomerbloeiers (mei – juli)
In de zomer zijn bijen en tal van andere insecten enorm actief en wordt er met volle kracht nectar en stuifmeel verzameld. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat er ook in deze periode een aantal planten in de tuin in bloei staan.
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Bloeitijd: mei – augustus
Standplaats: zon
Hoogte: tot 60 centimeter
Een echte Nederlandse plant die in trek is bij bijen, is gewone margriet. Deze vaste plant is niet weg te denken uit het Nederlandse landschap en komt voor in hooilanden, bermen en op dijken. Ook in een natuurlijke tuin is gewone margriet goed te gebruiken en trekt daar tal van insecten aan.
Bijen, waaronder groefbijen en maskerbijen, hommels, zweefvliegen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar en stuifmeel.
Gewone margriet wordt 30 tot 60 centimeter hoog en bloeit van mei tot en met augustus met witte lintbloemen en gele buisbloemen. Ze staat het liefst op een open plek in de volle zon, op een droge tot vochtige plek. Gewone margriet is bij verschillende gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te bestellen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Naast bijen zijn zweefvliegen, zoals deze puntbijvlieg, ook graag geziene gasten op de bloemen van gewone margriet
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Bloeitijd: mei – oktober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 25 centimeter
Gewone rolklaver is een uitstekende laagblijvende, inheemse plant die enorm veel bijen aantrekt. Deze bodembedekker bloeit van mei tot en met oktober met kleine gele bloemetjes.
De bloemen bevatten veel nectar en stuifmeel en zijn daardoor enorm in trek bij bijen en hommels zoals de boommetselbij en steenhommel. De kleine en grote harsbij hebben zelfs een duidelijke voorkeur om in de bloemen van gewone rolklaver de nectar te verzamelen.
Ook vlinders zijn dol op gewone rolklaver. Naast dat ze de bloemen graag bezoeken voor nectar en stuifmeel, is het ook de waardplant van de dagvlinders het icarusblauwtje en het groentje en de waardplant van de dagactieve nachtvlinder de sint jansvlinder.
Gewone rolklaver staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon, met een droge tot vochtige bodem. Ze hebben een voorkeur voor een licht kalkhoudende bodem, maar dit is geen vereiste. Rolklaver kan uitsteken toegepast worden in een bloemrijk gazon dat niet bemest en extensief gemaaid wordt. Daarnaast kun je deze ook prima als bodembedekker in een border gebruiken.
Gewone rolklaver bloeit lang en rijkelijk en levert daarmee veel voedsel voor bijen
Grote kattenstaart (Lythrum sallicaria)
Bloeitijd: juni – augustus
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Een andere prachtige zomerbloeier is grote kattenstaart. Deze vaste plant staat het liefst op een vochtige tot natte plek en kan daardoor ideaal als oeverplant bij een vijver worden gebruikt (hier vind je nog veel meer vijverplantentips).
Van juni tot en met augustus bloeit grote kattenstaart rijkelijk met roze bloemaren die in trek zijn bij insecten. Onder andere de kattenstaartdikpoot en steenhommel komen er op af. Daarnaast is het de waardplant van de dagvlinder het boomblauwtje.
Het liefst staat grote kattenstaart dus op een vochtige plek, in de zon of halfzon. Kattenstaart is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Grote kattenstaart bloeit met prachtige roze bloemaren die veel insecten aantrekken in de zomer
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Bloeitijd: juni – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Knoopkruid geldt als een van de belangrijkste inheemse bijenplanten. Het is een typische plant van kruidenrijke graslanden, maar doordat we deze steeds minder hebben in Nederland is knoopkruid ook minder algemeen geworden.
Van juni tot en met september verschijnen er prachtige paars-roze bloemen op dunne stengels aan de plant die een grote hoeveelheid nectar produceren. Door de hoge nectarproductie worden de bloemen van knoopkruid druk bezocht door wilde bijen, hommels en vlinders. Onder andere de pluimvoetbij, tronkenbijen, zandbijen en behangersbijen kunnen op knoopkruid waargenomen worden. Daarnaast is het de waardplant van de in Nederland ernstig bedreigde veldparelmoervlinder.
De hoogte van knoopkruid verschilt van 30 tot 100 centimeter en is afhankelijk van de groeiplek. Het liefst staat de vaste plant op een zonnige tot halfzonnige plek in een droge tot licht vochtige bodem. Gebruik knoopkruid in een border of pas deze toe in een extensief bloemrijk gazon of kruidenrijk grasland.
Knoopkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels te krijgen, biologisch gekweekt, onder andere bij Sprinklr en bij Vivara.
Knoopkruid is een van de belangrijkste inheemse bijenplanten en wordt door veel verschillende soorten wilde bijen bezocht
Slangenkruid (Echium vulgare)
Bloeitijd: juni – september
Standplaats: volle zon
Hoogte: 30 – 90 centimeter
Slangenkruid wordt vaak gezien als één van de beste bijenplanten van Europa. De felblauwe bloemen produceren grote hoeveelheden nectar en worden intensief bezocht door honingbijen, hommels en talloze soorten wilde bijen. Op zonnige dagen kun je deze plant letterlijk horen zoemen van de insecten.
Deze tweejarige plant groeit van nature op droge, zonnige plekken zoals dijken, bermen en zandige graslanden. Langs de oevers van de Grensmaas zien we deze soort ook regelmatig. Tijdens een van onze bezoeken zagen we hier zelfs de bijzondere slangenkruidbij nectar verzamelen uit de bloemen van deze plant.
In de tuin doet slangenkruid het daarom het beste op een arme, goed doorlatende bodem en een plek in de volle zon. De plant zaait zich vaak spontaan uit, waardoor je elk jaar opnieuw van bloemen kunt genieten.
Naast bijen trekt slangenkruid ook vlinders en andere bestuivers aan. Door zijn lange bloeitijd is het een waardevolle nectarbron in de zomer. Slangenkruid is bij diverse gespecialiseerde kwekers, zoals Sprinklr, biologisch gekweekt te bestellen.
Slangenkruid is een uitstekende drachtplant voor bijen, hommels en zweeefvliegen en trekt onder andere honingbijen, metselbijen en de speciale slangenkruidbij aan. Op de foto zie je een exemplaar van Slangenkruid langs de Grensmaas, die bezocht wordt door een slangenkruidbij (de Natuur van hier)
Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 70 centimeter
Een prachtige zomerbloeier om bijen mee naar je tuin te lokken is muskuskaasjeskruid. Muskuskaaasjeskruid bloeit van juli tot september met prachtige lichtroze bloemen die enorm in trek zijn bij bijen en andere insecten.
Doordat de bloemen vrij open staan en schotelvormig zijn, kunnen bijen goed bij de nectar en het stuifmeel. Dit in combinatie met de lange bloei zorgt ervoor dat de bloemen druk bezocht worden, door onder andere de kleine klokjesbij. Het is daarnaast ook de waardplant van de zeer zeldzame malvabij en de vlinders het kaasjeskruiddikkopje en de distelvlinder.
Muskuskaasjeskruid staat het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek in een vochtige bodem. De plant kan ook prima toegepast worden in een bloemenweide. Muskuskaasjeskruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De open bloemen van muskuskaasjeskruid zijn enorm in trek bij bijen en andere insecten (Saxifraga-Hans Grotenhuis)
Hoogzomer (juni – augustus)
In de maanden juni, juli en augustus is het hoogzomer en bevat een dag veel zonuren. Veel tijd voor bijen en andere insecten dus om op zoek te gaan naar voedsel. Onderstaande planten bloeien in deze periode rijkelijk, waardoor ze druk bezocht worden door bijen in deze periode.
Wilde marjolein (Origanum vulgare)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 60 centimeter
In een tuin voor bijen mag wilde marjolein eigenlijk niet ontbreken. Deze prachtige vaste plant wordt tot 60 centimeter hoog en is een ware insectenmagnaat. Ze bloeit met roze tot purpere bloemen in de periode juli – september. Daarnaast verspreiden de bladeren een heerlijke geur als je erover wrijft en kunnen ze gebruikt worden in de keuken. Wij hebben deze alleskunner dan ook dichtbij de achterdeur staan, zodat we er altijd van kunnen genieten.
De vele bloemen van wilde marjolein produceren nectar met een hoog suikergehalte, tot wel 76%. Hierdoor valt het enorm in de smaak bij bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Soorten die je er onder ander op kunt vinden zijn honingbijen, metselbijen, zandbijen en wespbijen. Maar ook hommels zoals de late hommel en koekoekshommel doen zich te goed aan de suikerrijke nectar.
Zet wilde marjolein op een plekje in de zon of halfzon. Ze staat het liefst op een droge tot vochtige plek en heeft een voorkeur voor een kalkhoudende bodem. Wilde marjolein is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
De multifunctionele wilde marjolein mag eigenlijk niet ontbreken in een bij-vriendelijke tuin
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Bloeitijd: juni – oktober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 70 centimeter
Beemdkroon is ook een typische vaste plant om meer biodiversiteit mee in je tuin te krijgen. De plant kon je vroeger veel in het landschap vinden op dijken en in bermen, maar is tegenwoordig sterk achteruitgegaan.
Van juni tot en met oktober bloeit beemdkroon met prachtige lilakleurige bloemen. Deze trekken veel insecten aan: bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders komen allen graag eten van de nectar. Doordat de plant lang bloeit, een hoge nectarproductie heeft en de nectar gemakkelijk bereikbaar is komen er veel insecten op af. Onder andere de breedbandgroefbij en de zeldzame knautiabij kunnen op beemdkroon gevonden worden. Deze laatste bij is er zelfs afhankelijk van.
Na de bloei vormt beemdkroon zaad, dat overigens graag wordt gegeten door vogels zoals distelvinken. Met het zaad dat niet wordt opgegeten zaait de plant zich gemakkelijk uit in de tuin. Het liefst staat beemdkroon op een zonnige tot halfzonnige plek, in een vochtige tot matige droge bodem. Kalk in de bodem houden ze van, maar dit is geen vereiste. Beemdkroon is bij diverse gespecialiseerde winkels te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Beemdkroon bloeit lang en biedt enorm veel nectar, ideaal voor bijen dus
Wilde peen (Daucus carota)
Bloeitijd: juni – november
Standplaats: zon
Hoogte: tot 90 centimeter
Een andere lange bloeier is wilde peen. Deze plant bloeit met opvallende witte schermbloemen in de periode juni tot en met november. De lange bloeitijd zorgt ervoor dat bijen en hommels er veel voedsel kunnen vinden. Onder andere de tuinmaskerbij en zilveren zandbij vliegen op de bloemen van wilde peen. Daarnaast is het de waardplant van de kleurrijke dagvlinder de koninginnepage.
Ook na de bloei heeft de wilde peen nog sierwaarde in de tuin. De schermen buigen samen en vormen een soort bolletje, dat soms ook wel wordt vergeleken met een vogelnestje. De zaden die dan nog volop aanwezig zijn in de uitgebloeide schermbloemen trekken veel vogels aan, met name vinkachtigen.
Wilde peen staat het liefst op een zonnige plek in een droge tot matig vochtige bodem. Peen zaait zich gemakkelijk uit, dus in een mum van tijd geniet je van een zee van witte schermbloemen in je tuin.
De witte schermbloemen van wilde peen zijn een groot deel van het jaar een welkome voedselbron voor bijen en hommels
Wilde cichorei (Cichorium intybus)
Bloeitijd: juli – oktober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 140 centimeter
Een soort die het vooral op kleigrond goed doet is wilde cichorei. Hoewel de cichorei van oorsprong niet van nature voorkomt in Nederland, wordt deze wel als inheems gezien. Het is een zogenaamde acrheofyt: een plant die voor 1492 is ingevoerd en daarom al eeuwen hier voorkomt in de natuur. De wilde cichorei is namelijk door de Romeinen meegenomen naar ons land.
Wilde cichorei bloeit met prachtige helderblauwe bloemen in de periode juli tot en met oktober. De bloemen zijn ’s ochtends op hun mooist en verwelken gedurende de middag. De dag erna verschijnen weer nieuwe, frisse bloemen. In de ochtend is deze plant dan ook vooral interessant voor insecten zoals bijen en hommels. In deze uren wordt de meeste nectar en stuifmeel geproduceerd. Onder andere de tronkenbij en pluimvoetbij kunnen dan op de bloemen gevonden worden. Naast bijen en hommels zijn ook zweefvliegen en vlinders regelmatig te zien op de bloemen.
Wilde cichorei staat dus het liefst op een (kalkhoudende) klei- of leemgrond. Een plekje in de zon of halfzon wordt geprefereerd, op een droge tot vochtige standplaats. Cichorei is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Van juli tot oktober biedt wilde cichorei een overvloed aan nectar voor bijen en andere bestuivers (de Natuur van hier)
Nazomer (augustus – oktober)
Ook als de zomer is afgelopen is er bij bijen en hommels nog behoefte aan nectar. Voordat de winter begint kunnen ze nog een energieboost gebruiken, die ze vinden in de bloemen van najaarsbloeiers. Zorg er dus altijd voor dat je een aantal van onderstaande najaarsbloeiers in je tuin hebt staan, zodat je ook het volgende jaar weer kunt genieten van bijen en hommels in je tuin.
Blauwe knoop (Succisa pratensis)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon
Hoogte: tot 80 centimeter
Blauwe knoop is een prachtige inheemse plant die vooral voorkomt in schrale graslanden. De lila-blauwe bloemen bloeien van juli tot september en trekken veel insecten aan, waaronder diverse bijen en vlinders. Door de relatief late bloei is blauwe knoop een waardevolle nectarbron in de nazomer, wanneer het voedselaanbod voor insecten afneemt.
De plant groeit het beste op een zonnige plek met een voedselarme, licht vochtige bodem. In een tuin komt blauwe knoop het meest tot zijn recht in een natuurlijke, bloemrijke border. Blauwe knoop is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De prachtige lila-kleurige bloemen van blauwe knoop bloeien in de nazomer (Saxifraga – Hans Dekker)
Echte guldenroede (Solidago virgaurea)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Echte guldenroede bloeit in de nazomer met opvallend gele bloempluimen. Deze plant trekt veel insecten aam en vormt een belangrijke nectarbron voor bijen en vlinders in augustus en september.
Het liefst staat echte guldenroede op een plekje in de zon, in een droge tot matig vochtige bodem. Let er wel op dat je kiest voor de inheemse soort, aangezien sommige uitheemse soorten guldenroedes sterk kunnen woekeren en de biodiversiteit juist verminderen. Echte guldenroede is onder andere bij Vivara biologisch gekweekt te verkrijgen.
Echte guldenroede bloeit prachtig met gele bloempluimen (Saxifrage – Hans Grotenhuis)
Watermunt (Mentha aquatica)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfschaduw
Hoogte: tot 80 centimeter
Watermunt is een sterke oeverplant die groeit op vochtige tot natte plekken, zoals langs vijvers en slootkanten. De lichtpaarse bloemen verschijnen in de zomer en trekken veel bijen, hommels en andere insecten aan.
Watermunt verspreidt een frisse muntgeur en kan zich gemakkelijk uitbreiden, waardoor hij geschikt is voor een natuurlijke tuin waar hij wat ruimte krijgt. Door zijn rijke bloei is het een waardevolle nectarplant, vooral in combinatie met andere oever- en moerasplanten.
De bloemen van watermunt trekken veel insecten aan (Saxifraga – Hans Dekker)
Struikhei (Calluna vulgaris)
Bloeitijd: juli – november
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Struikhei is een typische plant van heidegebieden en zandgronden en bloeit van juli tot in november. De paarsroze bloemen vormen een belangrijke nectarbron voor bijen en andere insecten in een periode waarin veel planten al zijn uitgebloeid. Daarnaast is het de waardplant voor de dagvlinders het groentje, het boomblauwtje en het heideblauwtje en voor tal van nachtvlinders.
Het beste groeit struikhei op voedselarme, droge en zure grond en is daardoor vooral geschikt voor tuinen op zandgrond. De plant vormt dichte matten en kan goed gecombineerd worden met andere heideplanten of lage grassen. Voor wilde bijen is struikhei van groot belang in de late zomer.
Struikhei vormt een belangrijke voedselbron voor wilde bijen in de nazomer
Klimop (Hedera helix)
Bloeitijd: september – oktober
Standplaats: zon – schaduw
Hoogte: tot 8 meter
Klimop is een van de meest waardevolle planten voor insecten in de herfst. De onopvallende groenige bloemen verschijnen pas in september en oktober, maar zitten dan vaak vol met bijen en zweefvliegen. In deze periode is er nog maar weinig voedsel beschikbaar, waardoor klimop een cruciale rol speelt.
Daarnaast biedt klimop ook beschutting en nestgelegenheid voor allerlei dieren. Als klimplant tegen een schutting of hekwerk biedt klimop een uitstekende schuil- en nestplek voor allerlei zangvogels. Naast als klimplant, kun je klimop ook prima als bodembedekker toevoegen.
Klimop groeit zowel in de schaduw als in de zon. In de zon staat zal deze echter eerder én uitbundiger bloeien. Door klimop in je tuin toe te voegen verleng je het seizoen voor bestuivers aanzienlijk. Het is misschien wel de belangrijkste plant voor bijen in de herfst. Klimop is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De geelgroene bloemen van klimop zijn een enorm belangrijke voedselbron voor bijen in het najaar
Hoe maak je een bijvriendelijke tuin?
Wil je jouw tuin echt aantrekkelijker maken voor bijen, dan is variatie de sleutel. Zorg voor een combinatie van vroege, zomerse en late bloeiers, zodat er van het vroege voorjaar tot in het najaar nectar en stuifmeel beschikbaar is.
Kies daarnaast voor zoveel mogelijk inheemse soorten en vermijd het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Door verschillende plantensoorten te combineren en de tuin iets minder strak te onderhouden, ontstaat vanzelf een leefomgeving waarin bijen zich thuis voelen.
Laat tot slot ook nog een stukje van je tuin met rust, zodat hier een rommelhoekje ontstaat. Hier groeien vaak vanzelf planten waar bijen op af komen. Daarnaast hebben ze hier een rustplek waar ze niet gestoord worden.
Extra tips om bijen te helpen
Met de volgende tips zorg je ervoor dat je tuin écht een paradijs wordt voor bijen en andere insecten. Dus kijk naast inheemse planten ook of je onderstaande punten goed in je tuin verwerkt hebt.
Zorg voor nestplekken
Wilde bijen hebben naast voedsel ook een plek nodig waar ze kunnen nestelen en overwinteren. Maar dit doen ze niet allemaal op dezelfde manier. Zorg er dus voor dat je verschillende plekken aanbiedt waar bijen een nest kunnen maken en waar ze kunnen overwinteren.
Zorg allereerst voor een zandige plek. Sommige bijen graven een gang in de grond om daarin te kruipen. Zorg dus voor een heuvel van zand of maak een stapelmuurtje waarbij je zand gebruikt. Andere bijen overwinteren in holle stengels van uitgebloeide planten. Zijn je planten dus in het najaar uitgebloeid, wacht dan met de stengels afknippen. Laat deze staan tot in het voorjaar, zodat bijen en andere insecten deze tijdens de winter kunnen gebruiken. Tot slot zijn er ook soorten die gebruik maken van insecten- en bijenhotels. Hang dus één of meerdere van deze hotels op, op een beschutte en rustige plek in de tuin.
Uitgebloeide planten (stengels) bieden geschikte overwinteringsplekken voor bijen en andere insecten
Kies voor biologische planten
Veel reguliere tuinplanten uit tuincentra bevatten bestrijdingsmiddelen (vaak meerdere soorten op één plant!) die schadelijk zijn voor insecten. Bijen en andere insecten die op de bloemen afkomen van deze planten krijgen vaak last van het zenuwstelsel en gaan soms zelfs dood ervan. Het is dan ook een van de belangrijkste redenen waarom het zo slecht gaat met bijen: het grootschalige gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Wil je dus iets goeds doen voor bijen en andere insecten, koop dan uitsluitend biologisch gekweekte plantend. Deze zijn vrij van pesticiden waardoor ze geen ecologische val vormen voor insecten. Via Sprinklr en Vivara is een breed scala aan biologische (en vaak inheemse) planten te verkrijgen.
Veelgemaakte fouten bij een bijvriendelijke tuin
Een veelgemaakte fout is dat er vooral wordt gekeken naar planten die er mooi uitzien, in plaats van naar de ecologische waarde. Exotische tuinplanten kunnen soms nectar aanbieden, maar zijn vaak ongeschikt als waardplant voor wilde bijen. Daarnaast verliezen sommige gecultiveerde soorten een belangrijk deel van de nectarproductie. Ze zien er dan wel mooi uit, maar hebben insecten vrijwel niets te bieden.
Ook zien we vaak dat tuinen te netjes worden onderhouden. Door alles strak te snoeien en uitgebloeide planten direct te verwijderen, verdwijnen belangrijke voedselbronnen en schuilplekken voor insecten.
Wil je meer inspiratie en praktische tips om van jouw tuin een natuurlijke, levendige plek te maken?
In het e-book van Sandra ga je met de vijf belangrijkste pijlers in een tuin aan de slag en maak je stap voor stap een tuin die bruist van het leven.
Met onderstaande bloeikalender zorg je ervoor dat er van het vroege voorjaar tot in het najaar altijd bloeiende planten in je tuin aanwezig zijn.
Maand
Inheemse bijenplanten
Februari
Boswilg
Maart
Boswilg, sleedoorn
April
Gevlekt longkruid, pinksterbloem
Mei
Fluitenkruid, gewone rolklaver
Juni
Knoopkruid, slangenkruid, beemdkroon
Juli
Wilde marjolein, grote kattenstaart
Augustus
Blauwe knoop, watermunt
September
Echte guldenroede, klimop
Oktober
Struikhei, klimop
November
Struikhei
Door planten te combineren die op verschillende momenten bloeien, zorg je voor een continue voedselbron voor bijen en andere insecten.
Conclusie: met deze planten help je bijen echt
Door je tuin in te richten voor bijen, kun je wilde bijen écht helpen. Begin met het aanplanten van inheemse en biologische gekweekte bloeiende planten. Ook als je al met 3 tot 5 soorten begint help je bijen al. Ook kleine tuinen kunnen van waarde zijn voor bijen.
Veel van deze inheemse planten die we genoemd hebben in deze blog komen we tegen tijdens onze natuurwandelingen in Nederland en België, waar we zien hoeveel bijen en andere insecten ervan profiteren. Hiermee kun je dus echt een verschil maken.
Gebruik verder geen bestrijdingsmiddelen, richt een aantal rommelhoekjes in en zorg voor nestgelegenheid en overwinteringsplekjes. Zo ontstaat er vanzelf een echte bijentuin.
Veelgestelde vragen over bijenplanten
Onderstaand de meest gestelde vragen over bijenplanten
Welke planten zijn het beste voor bijen?
De beste planten voor bijen zijn inheemse soorten die rijk zijn aan nectar en stuifmeel, zoals knoopkruid, slangenkruid, beemdkroon en boswilg.
Wanneer bloeien bijenplanten?
Bijenplanten bloeien verspreid over het jaar. Vroege bloeiers zoals wilg en sleedoorn zijn belangrijk in het voorjaar, terwijl klimop juist in het najaar een cruciale voedselbron vormt.
Zijn alle bloeiende planten goed voor bijen?
Nee, zeker niet. Veel sierplanten zijn doorgekweekt en bevatten weinig nectar of stuifmeel. Inheemse planten zijn meestal veel waardevoller voor bijen.
Hoe maak ik mijn tuin aantrekkelijk voor bijen?
Door te kiezen voor inheemse planten, te zorgen voor bloei van voorjaar tot najaar en de tuin minder strak te onderhouden. Ook water en schuilplekken zijn belangrijk.
Wat is het verschil tussen nectarplanten en waardplanten?
Nectarplanten leveren voedsel voor volwassen insecten. Waardplanten zijn nodig voor de voortplanting, omdat insecten hier hun eitjes op leggen en larven van eten.
Tot slot
Ben je nog op zoek naar andere planten om je tuin mee in te richten? Kijk dan eens bij onze andere blogs voor: schaduwplanten, bodembedekkers, vijverplanten of planten voor vlinders. Ga vandaag aan de slag met inheemse planten en begin klein, zo groeit je tuin langzaam uit tot een biodiversiteitsparadijs!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Wil je meer tips voor inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Zelf aan de slag met een natuurlijke tuin?
In het e-book Meer natuur in je tuin deelt Sandra praktische tips en inspiratie om van je tuin een levendige plek te maken voor bijen, vlinders en vogels.