De teloorgang van de zomertortel en de opkomst van de bijeneter

Een samenwerking tussen de Natuur van hier en de podcast Tjif en Tjaf

In een tweedelige blogserie gaat de Natuur van hier op pad met de crew van de podcast Tjif en Tjaf in het gevarieerde Limburgse landschap. In het tweede deel van de blogserie gaan we op zoek naar de zomertortel en bijeneter.

Deze soorten vertellen ons meer over hoe de natuur in Nederland de laatste decennia is veranderd. Waar het met de ene soort bijzonder slecht gaat door een veranderend landschap, wint de ander juist terrein in Nederland vanwege klimaatverandering. Of we ze gevonden hebben en welke soorten we nog meer hebben gezien en gehoord, hoor je in aflevering 5 van seizoen 5 van de podcast Tjif en Tjaf.

Bronnen omslagfoto: zomertortel (Saxifraga – Mark Zekhuis), bijeneter (Saxifraga – Joerg Mager)

Inhoudsopgave

Zomertortel (Streptopelia turtur)

Bron foto: Tijmen Photography

Uiterlijke kenmerken

De zomertortel is de kleinste duivensoort van Nederland. Qua maat zit hij net onder de Turkse tortel. Zomertortels hebben een blauwgrijze kop, die bij vrouwtjes wat bruiner is. De borst is zachtroze. Om de oranje ogen zit een rode rand van huid. Ook de poten zijn rood. In de nek vallen de zwart-witte streepjes op. Juveniele dieren hebben deze strepen nog niet en zijn daardoor goed te onderscheiden van de volwassen vogels. De vleugels hebben overlappende dekveren en deze zijn prachtig roestbruin getekend met zwarte vlekken, wat een schubachtig patroon geeft. De staart is ruitvormig en vooral bij het (op)vliegen zie je de witte rand aan het einde van de staart.

Je moet wat geluk hebben om een zomertortel te zien. Niet alleen omdat ze in aantallen schrikbarend hard achteruit gaan, maar ook omdat het rustige, schuwe vogels zijn. Waarschijnlijk zul je een zomertortel eerder horen dan zien. Ze hebben een erg kenmerkend geluid, wat je het beste kunt omschrijven als een dromerig, diep koerend, bijna spinnend, geluid turrrr turrrr turrrr.

Geluid zomertortel (bron: Xeno-canto – SonoNatura)
Streptopelia turtur 5, Zomertortel, Saxifraga-Peter Meininger
De zomertortel heeft een kenmerkend verenkleed en is daardoor gemakkelijk te onderscheiden van de andere in Nederland voorkomende duivensoorten (foto: Saxifraga-Peter Meininger)

Leefwijze

Zomertortels zijn schuwe vogels. Ze laten zich niet gauw zien. Hieronder lees je alles over het leefgebied van de zomertortel, wat ze eten en hoe hun broedgedrag eruit ziet.


Lees ook: waar leven dassen?


Leefgebied van de zomertortel

Deze mooie duivensoort is de enige duivensoort in ons land die in het najaar wegtrekt om elders te overwinteren. Ze trekken vanaf de westkust van Europa naar tropisch Afrika. Deze reis is ontzettend gevaarlijk. De winter wordt in tropische temperaturen doorgebracht, waarna de vogels vanaf midden april weer terugkeren naar onder andere Nederland.

Zomertortels geven de voorkeur aan kleinschalig, extensief beheerd landbouwgebied, wat vooral niet te efficiënt in elkaar moet zitten. Op die manier kunnen ze rondscharrelen op akkers en in kruidenrijke weilanden, op zoek naar granen en zaden. Ze zitten graag op bijvoorbeeld stroomdraden in de buurt van akkers. Open bossen en bosranden, dichte struwelen en houtwallen worden gebruikt om in te broeden.

Streptopelia turtur 6, Zomertortel, Saxifraga-Mark Zekhuis (1)
Zomertortels zijn vaak te vinden in de buurt van graanakkers (bron: Saxifraga-Mark Zekhuis)

Voedsel

Het menu van zomertortels is niet heel ingewikkeld: hoofdzakelijk granen en (onkruid)zaden. Tijdens het scharrelen wordt er ook wel eens een insect, slak of blad van kruidachtige planten meegepikt. Jongen die net uit het ei zijn, krijgen de eerste dagen een soort melk uit de krop van de ouders. De krop is een holte in de keel van volwassen zomertortels (en andere duiven), waar voedsel wordt opgeslagen. De soort melk die de jongen eerst krijgen, wordt afgescheiden door een slijmvlies in de krop. Om bij deze voeding te kunnen komen, steekt het jong zijn kopje in de snavel van de ouder.

Broeden

Er wordt gebroed in bossen, bosranden, bosschages, houtwallen en struwelen. De zomertortel legt meestal twee eieren per legsel. Ze kunnen meerdere, tot wel drie, legsels per jaar hebben. Echter zijn het in de praktijk vaak maar één of twee legsels, vanwege het gebrek aan voedsel.

Zomertortels zijn monogame vogels. Tijdens de baltsperiode klimt het mannetje hoog in de lucht, waarna hij met een zweefvlucht weer naar beneden komt. In deze periode hoor je de roep het meest. Het nest maken ze met met dunne twijgjes en wordt bekleed met stukjes plant. De eieren zijn wit en worden door beide ouders uitgebroed. Toen de zomertortel nog talrijk was, verzamelden zich na de broedperiode groepjes van soms wel tientallen vogels op voedselrijke plekken, klaar voor de trek.

Zomertortel3
Zomertortels zijn monogaam, paartjes blijven het hele leven bij elkaar

Populatie zomertortel in Nederland

Het gaat heel erg slecht met de zomertortel. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Dit heeft meerdere oorzaken. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 600 tot 900. Voor 1980 lagen de schattingen tussen 35.000-50.000 broedparen. In het westen van Europa is sinds 1970 meer dan 85% (!) van de populatie afgenomen.

In Nederland verdwijnt er steeds meer leefgebied door intensivering en pesticidengebruik van de landbouw. Er wordt steeds efficiënter en op grotere schaal gewerkt, met meer machines en andere opslagmanieren, waardoor er minder gemorst graan is om van te eten. Ook wordt er veel ‘onkruid’ bestreden door spuiten met gif (zoals glyfosaat). Resultaat: kale, vergiftigde vlaktes zonder foerageermogelijkheden. Niet alleen zomertortels hebben hier last van.

Broedvogeltrend Zomertortel (SOVON)
Broedvogeltrend zomertortel in Nederland (bron: SOVON)

Zomertortel in Europa

Zoals gezegd, heeft de afname meerdere oorzaken. Op Europees niveau is er de jacht op de trekroute. Op Malta en Cyprus wordt bijvoorbeeld ontzettend veel gejaagd op de zomertortel. Er wordt geschat dat er jaarlijks meer dan 1,4 tot 2,2 miljoen zomertortels worden geschoten bij de illegale jacht (bron: Vogelbescherming).

Maar ook op de overwinteringsplekken in Afrika heeft deze mooie duif het zwaar. Vanwege droogte verandert het landschap. Er zijn soms helemaal geen drinkplaatsen meer beschikbaar. Ook wordt er veel bosgebied, waar de zomertortel leeft, gekapt voor houtproductie.

Help de zomertortel

We kunnen – en moeten – de zomertortel in Nederland en Europa helpen. Zo is er een andere inrichting van het landbouwgebied nodig. Meer struweel en hagen en een kleinschaliger gebruik van landbouwgrond, zodat er meer stroken en gebieden ontstaan voor voedsel. Ook zou het pesticidengebruik teruggebracht moeten worden. Er is ook een internationale aanpak nodig, die de jacht overal verbiedt en erop toeziet dat deze regels nageleefd worden.

Woon je zelf in een omgeving waar zomertortels voorkomen? Dan kun je zelf de handen uit de mouwen steken om de zomertortel te helpen! Er zijn in binnen- en buitenland verschillende projecten opgezet waar voedselvelden worden aangelegd. Dit zijn kleine, kale akkers waar de zomertortels kunnen foerageren, op zoek naar zaden. Bijvoeren met granen en speciaal tortelduivenvoer lijkt ook te helpen (bron: Vogelbescherming).

Zomertortel 01-01-2020 - 01-01-2024

De zomertortel komt voor op plekken waar bosgebieden zich afwisselen met akkers. Hier vinden ze zowel broed- als foerageergebied.

Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn de aantallen drastisch afgenomen, door onder andere veranderend landschap. Hierdoor is de kans op een waarneming flink afgenomen.

Afbeelding: heatmap verspreiding zomertortel in Nederland 01-01-2020 – 01-01-2024 (bron: waarneming.nl)

Kijktip

Een zomertortel zul je niet gauw zien. Er zijn niet veel zomertortels meer en ze zijn erg schuw. Je zult er eerder eentje horen dan zien. Als je wel het geluk hebt, let dan op de bruine vleugels en de zwarte-witte streepjes in de nek. Vaak zitten ze op de topjes van onder andere berkenbomen.

Zomertortel

Bijeneter (Merops apiaster)

Paspoort

Naam: Bijeneter

Wetenschappelijke naam: Merops apiaster

Lichaamslengte: 25-29 centimeter

Spanwijdte: 36-40 centimeter

Uiterlijk: fel gekleurd. Mix van blauw, geel, oranje en bruin.

Voedsel: vliegende insecten zoals bijen, hommels, wespen en libellen.

Bijeneter

Uiterlijke kenmerken

De bijeneter heeft een felgekleurd verenkleed. De buik- en staartveren zijn blauw, evenals een deel van de vleugels. Bovenin zijn de vleugels oranje. De bijeneter heeft een gele rug en keel. De kop is kastanjebruin, wat doorloopt tot in de nek. Opvallend is ook de brede, zwarte oogstreep. De zwarte snavel is puntig en licht omlaag gebogen. Man en vrouw lijken sterk op elkaar.

Bijeneter
Het verenkleed van de bijeneter is een kleurrijke mix van geel, blauw en bruin (bron foto: Tijmen Photography)

Vanwege de verlengde middelste staartveren en korte poten, lijken ze qua bouw op zwaluwen. Net als zwaluwen zijn bijeneters behendige vliegers, die prooien al vliegend in de lucht kunnen grijpen. Bijeneters maken, zowel in vlucht als zittend, een gevarieerd rollend en fluitend geluid.

Geluid bijeneter (bron: Xeno-canto.org – Frederic Lionel)
Bijeneter
In vlucht zijn de vergelende middelste staartveren goed te zien (bron foto: TIjmen Photography)

Leefwijze van de bijeneter

Sinds halverwege de 20e eeuw broeden er bijeneters in Nederland. In welk soort leefgebied leven ze hier, wat eten ze en hoe ziet het broedgedrag eruit? Dit bespreken we hieronder.


Lees ook: uilen in Nederland deel III


Leefgebied

De bijeneter komt van nature vooral in zuidelijk Europa voor, vanwege de hogere temperaturen. Echter breidt de bijeneter zijn leefgebied sinds enkele decennia uit. Dit heeft te maken met klimaatverandering. Noordelijkere landen, zoals Nederland, worden steeds warmer en daarmee uitnodigender voor bijeneters. Daarnaast verdwijnt het leefgebied waar ze van oorsprong voorkomen steeds meer. Er is bijvoorbeeld vanwege droogte in het zuiden van Europa minder voedselaanbod.

Bijeneters hebben steilwanden bij water (rivieren, beken, plassen) nodig. Ze graven een nesttunnel in deze wanden van meer dan een meter lang. Afgravingen of zandhopen zijn ook geliefde broedplekken. De nabijheid van water is een vereiste. Het landschap rondom de steilwanden kan verschillen, van weilanden en kruidenrijke akkerranden tot bosranden.

Steilwanden zijn voor de bijeneter essentieel, daar worden de nestgangen ingegraven en de jongen grootgebracht
Steilwanden zijn voor de bijeneter essentieel, daar worden de nestgangen in gegraven en de jongen grootgebracht

Hoewel oeverzwaluwen ook steilwanden nodig hebben om te kunnen broeden en zij ook nestgangen graven, zie je bijeneters en oeverzwaluwen vaak niet op dezelfde plek. Oeverzwaluwen hebben een grovere bodemstructuur nodig, waar bijeneters een fijnere structuur prefereren. In Nederland gaat dit niet altijd op en zul je soms wel beide soorten in dezelfde steilwand kunnen zien.

In ons land is de bijeneter geen standvogel. Tijdens de vogeltrek verdwijnt hij weer, om het jaar erop vanaf mei weer terug te keren. Bijeneters trekken overdag en in grote groepen. Ze vliegen hoog in de lucht. Er wordt niet door alle bijeneters naar dezelfde plekken getrokken. Populaties uit het zuiden en westen van Europa trekken naar West-Afrika, populaties uit het oosten van Europa trekken naar zuidelijk Afrika.

Voedsel

De naam verklapt natuurlijk al een groot deel van het menu van deze exotische vogel. Toch vormen bijen niet overal de hoofdmoot van het voedsel. In Nederland worden er vooral wespen en hommels gegeten en in mindere mate bijen (Werkgroep Bijeneters). Verder staan er ook andere insecten op het menu, zoals libellen, vlinders en kevers. Bijeneters zijn gedeeltelijk immuun voor de steken van bijen. De angels van deze insecten verwijderen ze door langs takken te schuren of door de insecten op een harde ondergrond te drukken. Voedsel wordt gevangen tijdens de vlucht. Daar zie je goed hoe behendige vliegers deze vogels zijn. Bijeneters kunnen tot wel twaalf kilometer vanaf de kolonie vliegen voor voedsel.

Insecten als bijen, hommels en wespen vormen het hoofdvoedsel van bijeneters
Insecten als bijen, hommels en wespen vormen het hoofdvoedsel van bijeneters

Broeden

Tijdens de paarperiode probeert een mannetje een vrouwtje te versieren. Hij doet dit onder andere door haar insecten te brengen (bruidscadeau). Vanaf eind mei/begin juni worden er eieren gelegd. Er kunnen tussen de vier tot tien eieren gelegd worden, meestal zijn het er tussen de vijf tot acht. Bijeneters brengen één legsel per jaar groot. Er wordt in kolonieverband gebroed. Vanwege de diepe nestgang (meer dan een meter diep), zijn de nesten (meestal) veilig voor roofdieren. Zowel man als vrouw verzorgen de eieren en de jongen.

Er wordt vervolgens ongeveer drie weken gebroed. Na het uitkomen van de eieren gaan beide ouders aan de bak om de jongen van voedsel te voorzien. Omdat bijeneters afhankelijk van insecten zijn voor hun voedsel, hangt het broedsucces nauw samen met het weer. Wanneer er veel regen is, zijn er minder insecten te vangen. Natte zomers zijn daarmee funest voor het broedsucces.

Zowel man als vrouw bijeneter verzorgen de jongen na het uitkomen van de eieren
Zowel man als vrouw bijeneter verzorgen de jongen na het uitkomen van de eieren

De jongen blijven zo’n maand in het nest. Daarna vliegen ze uit. Ze hoeven dan niet gelijk te vertrekken, maar worden nog enkele weken door de ouders bijgevoerd. In die tijd leren ze net zulke behendige vliegers te worden als hun ouders. Wanneer de najaarstrek begint, vliegt de kolonie naar hun overwinteringsgebied.


Lees ook: de beste inheemse schaduwplanten


Populatie bijeneters in Nederland

In 1964 werd het eerste broedpaar van bijeneters ontdekt in ons land. Vanaf toen was het broedsucces van de bijeneter wisselend, tot de jaren 2000. Vanaf toen werd het broeden structureler, met vanaf 2010 jaarlijks bevestigde broedparen. In 2015 werden de meeste broedparen (12) geregistreerd. Afgelopen jaar (2023) zijn er 8 broedparen geregistreerd.

Broedvogeltrend Bijeneter (SOVON)
Broedvogeltrend Bijeneter in Nederland (bron: SOVON)
Bijeneter 01-01-2020 - 01-01-2024

Zoals gezegd breidt het broedgebied van de bijeneter zich verder noordelijk uit. In Nederland is deze trend ook zichtbaar. Waarnemingen van bijeneters komen vooral voor in het zuiden van ons land. Daarnaast worden ook veel individuen langs de kust waargenomen. Het is de komende jaren afwachten hoever de broedtrend zich doortrekt over de rest van Nederland.

Afbeelding: heatmap verspreiding bijeneter in Nederland 01-01-2020 – 01-01-2024 (bron: waarneming.nl)

Kijktip

Wanneer je graag een bijeneter wil zien, heb je zonnige dagen nodig met een zuidenwind. Je kunt ze soms ook zien jagen vanaf telefoondraden of (weide)paaltjes.

Bijeneter 3

Luister de podcast!

Zoals je hebt kunnen lezen, is er een groot contrast tussen de opkomst van de bijeneter en de teloorgang van de zomertortel in Nederland. Het is een prachtige ervaring om deze vogels te zien. Of dat ons is gelukt, kun je beluisteren in aflevering vijf van seizoen vijf van Tjif en Tjaf. In deze podcast nemen de podcastmakers je mee op hun vogelexpedities door het hele land. We zijn erg benieuwd wat je van de blog en podcast vindt. Laat het ons vooral weten in een reactie!

Daarnaast kun je zowel de podcast Tjif en Tjaf als de Natuur van hier volgen op Instagram. Enkele foto’s gebruikt in deze blogserie zijn gemaakt door Tijmen Photography.

Geef een reactie

Het e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!