Of je nou een grote of een kleine tuin hebt, je kunt er hoe dan ook een natuurparadijs van maken. Natuurtuinen verschillen van gebruikelijke tuinen, doordat er minder beheer wordt toegepast en er meer ruimte is voor wilde, lokale flora en fauna. In deze blog geven we je de beste tips om van jouw tuin een natuurtuin vol leven te creëren.
Een natuurtuin kenmerkt zich door het gebruik van veelal inheemse soorten en een op den duur extensief beheer. Het is een tuin waar oog is voor biodiversiteit, rommelige hoekjes, plek voor mens en dier en waar een hart is voor flora en fauna.
Een natuurtuin levert prachtige, magische beelden op
Het woord zegt het eigenlijk al: een natuurtuin is een tuin met ruimte voor de natuur en haar natuurlijke processen. Met het liefst zo weinig mogelijk ingrijpen. Een natuurtuin kan verschillende formaten hebben en kenmerkt zich door veel groen, verschillende soorten inheemse planten en met ruimte voor mens en dier. In deze blog vertellen we je meer over het beheer en de aanleg van een natuurtuin.
Beheer van een natuurtuin
Over het beheer van een natuurtuin kunnen we eigenlijk vrij kort zijn: in het begin is hard werken, daarna wordt je tuin steeds onderhoudsvrijer en tegelijkertijd vergroot je de biodiversiteit. Hieronder lichten we het beheer toe van verschillende onderdelen van een natuurtuin en de keuzes die je daarin kunt maken.
Veel mensen streven een keurig gazon na. Dat wil zeggen dat er met regelmaat wordt gemaaid, waardoor het er strak en ‘netjes’ bij ligt. Met een natuurtuin moedigen we je juist aan om de grasmaaier lekker te laten staan. Of in ieder geval minder vaak te pakken. Wanneer je andere soorten de kans geeft om zich te ontwikkelen, zul je zien dat je allerlei kruiden en bloemen in je tuin krijgt. De eerste tijd zal vooral gras domineren, maar door het verschralen van de bodem (op gezette momenten maaien en het maaisel afvoeren) komen de kruiden en bloemen meer op. Maai gefaseerd, zodat niet ineens het leefgebied voor kleine dieren verdwijnt. En maai van binnen naar buiten, zodat dieren kunnen vluchten en niet klem worden gereden.
Madeliefje is een van de soorten die je vaak als een van de eerste ziet opkomen wanneer je je gras een tijdje niet maait
Om de natuur een handje te helpen, kun je ervoor kiezen om (een deel van) je tuin in te zaaien met een inheems bloemenmengsel. Er zijn veel verschillende soorten. Wat van belang is om op te letten:
Kies voor inheemse soorten. Exoten kunnen onze eigen soorten overwoekeren, waar planten, insecten en vogels veel last van kunnen hebben.
Let erop dat het zadenmengsel biologisch geproduceerd is. Dan weet je zeker dat er geen gif, pesticiden of andere rommel in zit. Gif in zaden en gewassen heeft invloed op een groot deel van de voedselketen. Vogels eten zo bijvoorbeeld vergiftigde insecten, die op hun beurt gif binnen krijgen door het eten van de planten uit het mengsel.
Biologisch gekweekt bloemenmengsel
Via Vivara Natuurproducten zijn er twee mengsels te bestellen van biologische inheemse bloemenzaden. Deze mengsels zijn door Natuurmonumenten samengesteld en zijn speciaal bedoelt voor insecten en voor vlinders. Met deze mengsels weet je dus zeker dat je iets goeds doet voor de biodiversiteit!
Mos is ook iets wat veel mensen liever niet in hun tuin zien. Wij pleiten er voor om dit juist lekker te laten staan. Mossen horen uiteraard ook in een ecosysteem. Mos houdt vocht beter vast dan gras, ze zijn een goede basis voor het ontkiemen van vruchten en zaden en er leven talloze insecten in.
Tegelparadijs of groen?
Groen, natuurlijk! De laatste jaren zie je bij veel tuincentra en gemeentes het initiatief ’tegel eruit, plant erin’. Het idee is simpel: vervang een tegel (het liefst meer) door een plant. Het helpt niet alleen insecten en vogels, maar door meer groen in je buurt heb je ook minder last van hitte in de zomer en wateroverlast tijdens hoosbuien. In datzelfde kader is het ook een goed idee om je platte dak om te toveren naar een sedumdak. Ga van tevoren na of je dakconstructie dit aan kan.
Tegels die je eruit haalt, kun je op een eenvoudige manier hergebruiken. Door de tegels bijvoorbeeld door midden te slaan en te stapelen, kun je een stapelmuur maken voor bijvoorbeeld een border. Duurzaam en ook weer goed voor de biodiversiteit, want er gaan allerlei kleine planten tussen de stenen groeien. Daarnaast zullen insecten, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën hier bijvoorbeeld schuilplekken vinden.
In onze vorige tuin hebben we de stoeptegels uit de voortuin (50 m2) hergebruikt. Door ze door midden te slaan en te stapelen, hebben we twee verhoogde borders gecreëerd. Tussen de kieren kun je zelf planten zetten of afwachten wat er uit zichzelf komt(De natuur van hier)
Gebruik geen gif
Wanneer je toch tegels moet of wil laten liggen in je tuin, kun je ervoor kiezen om het (kleine) onkruid en mos wat er tussen groeit, te laten staan. Dit scheelt jezelf waarschijnlijk veel tijd -en een zere rug- en de natuur is je dankbaar. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen om het onkruid weg te halen. Ook schoonmaakazijn kun je beter laten staan. Dat is namelijk ontzettend slecht voor de bodem en het bodemleven. Op de grond kun je bodembedekkers planten, zodat het dichtgroeit en een geheel wordt. Verder kun je ook je definitie van onkruid heroverwegen. Hoe meer planten je als onkruid ziet die verwijderd moeten worden, hoe meer werk je hebt.
Laat het ‘onkruid’ lekker staan. Het scheelt je tijd en het is beter voor de natuur
Maak het jezelf makkelijk
… en doe vooral niet teveel. Naast het minder maaien en onkruid laten staan, roepen we je ook op om je tuin niet zo netjes te maken. Laat hoekjes of bepaalde stukken rommelig worden. Je hoeft daar geen bladeren te vegen, oude potten op te ruimen enzovoorts. Kleine zoogdieren en insecten zijn dol op rommelhoekjes. Het biedt ze beschutting en voedsel. Daarnaast ontstaan rommelhoekjes vaak in hoeken waar je zelf niet vaak komt of bezig bent, waardoor dieren er rust hebben. Verwelkte en dode planten geven kleine dieren schuilmogelijkheden voor de winter, dus die kun je laten staan. In het voorjaar knippen en snoeien is vroeg genoeg.
Egels zijn een goed voorbeeld van een soort die veel belang hebben bij rommelhoekjes. Zo kunnen ze in een hoop bladeren hun winterslaap houden
Aanleg van een natuurtuin
Als je bovenstaande informatie over het beheer van een natuurtuin hebt gelezen en het spreekt je aan, kun je gaan nadenken over hoe je je natuurtuin wil aanleggen. In dit hoofdstuk nemen we je mee in de wereld van flora en fauna.
Flora
Wanneer je kiest voor inheemse plantensoorten in je natuurtuin, weet je zeker dat je de biodiversiteit daarmee helpt. Inheemse soorten komen van nature voor in ons land. Exoten kunnen inheemse soorten verdringen, waardoor onder andere het voedselaanbod voor dieren vermindert.
Heb je een grotere tuin? Dan kun je kiezen tussen verschillende typen begroeiing. Wissel af met hoge en lage soorten, zodat er structuur ontstaat. Kies ook voor voldoende verschillende soorten. Het mooist is om in ieder seizoen van het jaar bloeiende planten te hebben. De insecten hebben op die manier jaarrond voedselaanbod.
Braam is een veelzijdige soort. Ze bieden beschutting en voedsel. Bramen worden vaak onterecht als ongewild beschouwd, maar met goed beheer is het een mooie toevoeging in je natuurtuin
En heb je nou echt een serieus formaat tuin, dan is een voedselbos(je) nog een goed idee. Je kiest dan voor vruchtdragende bomen en planten, zoals een notenboom, fruitboom, bessenstruiken enzovoorts. Vogels, insecten en kleine zoogdieren hebben hier ook belang bij. Mocht je tuin wat kleiner zijn, kun je wellicht wat kleine boompjes of struiken in potten kwijt. In een kleinere tuin kun je ook verticaal tuinieren. Door te kiezen voor inheemse klimplanten als wilde kamperfoelie, klimop en hop zorg je voor een geurende, bloeiende verticale tuin.
Biologisch gekweekte planten
Het belang van het gebruiken van biologisch gekweekte planten in je tuin is enorm. Planten uit gangbare tuincentra zitten vaak vol met verschillende soorten pesticiden die enorm schadelijk kunnen zijn voor insecten en andere dieren. Insecten die op de nectar van de bloemen af komen krijgen de pesticiden in hun lijf, wat ernstige gevolgen kan hebben voor ze. Zo zijn er pesticiden die het zenuwstelsel aantasten en van sommige pesticiden leidt het zelfs tot de dood. Dit gift werkt door in het milieu en komt vanzelf bij andere en grotere soorten terecht (insectenetende vogels bijvoorbeeld). Kies daarom dus altijd voor biologisch gekweekt. Sprinklr en Vivara Natuurproducten hebben een groot assortiment aan biologisch gekweekte planten. Deze planten zijn daarnaast ook nog eens van zeer goede kwaliteit en groeien goed vanaf de start. Zo staat je border dus binnen een mum van tijd vol met prachtige, gifvrije planten en bloemen!
Er zijn veel planten waar bijen en hommels gek op zijn. Ook insecten kunnen helaas wel wat hulp van ons gebruiken. In onze blog over bijen en vlinders vertellen we er meer over en geven we suggesties voor plantensoorten die goed zijn voor insecten.
Je kunt bijvoorbeeld boerenwormkruid aanplanten of laten staan. Hier maak je allerlei soorten insecten blij mee, waaronder de wormkruidbij
Vaak wordt gedacht dat een tuin met veel planten veel onderhoud betekent. Het omgekeerde is waar: hoe meer planten, hoe minder onderhoud. En hoe meer tegels of gazon, hoe meer onderhoud. Wanneer je planten groter worden en meer ruimte innemen, krijgen ongewenste soorten minder licht en daarmee minder kans om te groeien. Heb geduld, geef het tijd en wacht tot het moment komt waarop jouw natuurtuin zichzelf onderhoudt.
Landschapselement: een (gemengde) haag
Door het planten van een (liefst gemengde) haag, bied je vogels en insecten nest- en schuilmogelijkheden. In een gemengde haag kun je ook klimplanten (zoals hop en kamperfoelie) verwerken. Hagen snoei je in een A-vorm, zodat de onderkant van de heg ook licht krijgt om te groeien. Wanneer je niet te vaak snoeit, komen soorten als meidoorn en sleedoorn tot bloei. Zij bloeien al vroeg in het jaar en voorzien insecten daarmee van de eerste broodnodige nectar in het nog koude seizoen. Onder de heg kun je bloembollen planten, die ook al vroeg bloeien. Alles over de aanleg van een gemengde haag lees je hier.
Het snoeien van planten, struiken, hagen en bomen doe je uitsluitend buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is van ongeveer 15 maart tot 15 juli. Echter broeden vogels ook voor en na die tijd. Vooraf controleer je of er geen broedsels of jonge dieren aanwezig zijn. Snoei waar het kan gefaseerd, zodat niet ineens het gehele leefgebied van kleine dieren verdwijnt.
Landschapselement: een poel
Niet alleen kleine zoogdieren en insecten zijn blij met een waterplek, maar ook amfibieën zullen erop af komen
Naast een gemengde haag kun je er ook voor kiezen om een poel aan te leggen. Met het aanbod van water help je de biodiversiteit enorm. Er kunnen kleine zoogdieren, vogels, insecten zoals juffers en libellen en amfibieën op af komen. Sommige soorten enkel om te drinken, andere soorten hebben water nodig om zich voort te planten. Hoe dan ook is het een prachtig gezicht om het leven rondom de poel te kunnen observeren. Je zult verbaasd zijn hoe snel een poel ontdekt wordt. Jeuken je handen al om te beginnen? Lees hier alles over het aanleggen van een poel. En let ook hier op het gebruik van inheemse vijverplanten.
Wij hebben zelf ook een poel aangelegd en ook gekozen voor een gemengde haag en struweel. Je kunt hier de vorderingen van onze natuurtuin volgen.
Fauna
Zoals je in deze blog hebt kunnen lezen, help je veel verschillende diersoorten met een natuurlijkere tuin. In het begin is de tuin nog kaal en heeft het tijd nodig om te groeien. Wil je dieren extra helpen? Hieronder hebben we enkele tips voor je op een rijtje gezet:
Hang nestkasten op. Deze kun je online kopen, maar je kunt ze ook zelf maken. We hebben een aantal bouwtekeningen voor je om mee aan de slag te gaan. Let op duurzaam hout.
Creëer schuilmogelijkheden voor dieren. Dit kunnen nestkasten, egelhuisjes, insectenhotels of simpelweg wat hopen bladeren of een takkenril zijn.
Zorg voor waterplekken. Je kunt ergens waterschalen ophangen of neerzetten, maar een vijver of poel zijn ook mogelijkheden. Haal waterschalen in de winter tijdelijk weg, zodat de veren van vogels niet bevriezen wanneer het vriest.
Wil je nog meer vogels in je tuin krijgen? Lees dan onze blog met tips daarover. De merel is een van de vogels die ook wel jouw helpende hand kan gebruiken.
Elke soort vogel verlangt een ander type nestkast. Nestkasten bieden schuil- en broedmogelijkheden. Klik hier voor onze bouwtekening voor een nestkast voor de spreeuw
Tot slot
Wat heb jij allemaal voor een maatregelen genomen om van jouw tuin een natuurtuin te maken? Laat het ons weten in de comments hieronder, of tag ons op je favoriete social media kanaal (@denatuurvanhier)!
Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!
Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een erg leuke soort om naar je tuin te lokken met een (of het liefst meerdere) nestkast(en) is de spreeuw. Het is een van de meest voorkomende broedvogels in Nederland en een fantastische vogel om naar te kijken. Zeker als ze zich in het najaar in groepen verzamelen en hun prachtige show in de lucht opvoeren. Reden genoeg dus om een nestkast voor de spreeuw op te hangen.
De spreeuw is een vogel uit de familie van de spreeuwen en de orde van de zangvogels. Deze 19 tot 22 centimeter grote vogel is overwegend zwart gekleurd met een paarsgroene glans in het verenkleed. Ze hebben daarnaast een gespikkeld lichaam. Ze hebben een spitse snavel die in het broedseizoen geel is, maar verder in het jaar donker van kleur. Jonge vogels zijn bruinachtig, met een lichtgekleurde keelstreek.
Spreeuwen leven in groepen. Ze komen voor in grasvelden en tuinen, maar ook in parken in steden. Ze zijn dus breed georiënteerd, en wellicht daarom een van de meest algemene broedvogels in Nederland. Ondanks dat ze het jaarrond in Nederland te zien zijn, zijn het echte trekvogels. In de wintermaanden zijn in Nederland de individuen te zien die het broedseizoen noordelijker hebben.
Spreeuwen hebben in het broedseizoen een gele snavel. De rest van het jaar is deze donker gekleurd. Hormonen zorgen ervoor dat de snavel in het voorjaar van kleur verandert
Een opvallende vogel
Spreeuwen staan natuurlijk het meest bekend om hun ongeëvenaarde luchtshows. In het najaar verzamelen grote zwermen spreeuwen zich, nabij de slaapplaatsen. Ongeveer een uur voor zonsopgang vliegt de grote zwerm spreeuwen op en voeren een kunstzinnige dans op in de lucht. Een prachtig natuurfenomeen om waar te nemen.
Daarnaast zijn spreeuwen erg goede imitators. Deze eigenschap is bij spreeuwen niet aangeboren, maar wordt wanneer ze jong zijn aangeleerd door de ouders. Onder andere buizerds, spechten en zelfs kikkers en zoogdieren worden tot in perfectie geïmiteerd.
Voedsel en voortplanting
De belangrijkste voedselbron voor spreeuwen zijn insectenlarven. Het zijn echter eigenlijk alleseters. Naast insectenlarven eten ze ook spinnen, sprinkhanen, mieren, kevers en andere soorten insecten. Ze zijn echter het meest dol op emelten en engerlingen die in de graszoden van grasvelden zitten. Met hun spitse snavel pikken ze deze insectenlarven moeiteloos uit het gras. In de wintermaanden, wanneer er minder insecten te vinden zijn, voeden ze zichzelf ook met fruit.
Doordat spreeuwen zo graag emelten en engerlingen uit het gras plukken, worden ze gezien als natuurlijke bestrijders van deze insectenlarven op sportvelden zoals golfterreinen en voetbalvelden. Emelten en engerlingen kunnen grote schade aanbrengen aan sportvelden omdat ze de grassprieten eten en zo hele sportvelden kaal kunnen vreten. Spreeuwen bieden hiervoor dus een uitkomst. In 2016 deed de KNVB (de nationale voetbalbond) zelfs een oproep, om rondom voetbalvelden meer spreeuwen nestkasten te hangen. Bij een aantal golfterreinen was namelijk bewezen dat dit het aantal emelten en engerlingen in het gras serieus liet dalen. Daarnaast zijn spreeuwen vaak eerder aanwezig dan de kauw en zwarte kraai. Dit is gunstig voor sportveldbeheerders, omdat kraaiachtigen met hun grote snavels schade kunnen aanrichten aan het gras.
Spreeuwen zijn natuurlijke bestrijders van emelten en engerlingen op veel sportvelden
Voortplanting
Spreeuwen broeden in de periode tussen april en juni. Soms volgt er later in het jaar nog een tweede legsel. Per legsel worden er vier tot zes eieren gelegd. Ze broeden ongeveer twaalf dagen, waarna de jongen uit het ei komen. Na circa 20 dagen vliegen de jongen uit, maar ze worden daarna nog een tijdje bijgevoerd door de ouders. Het mannetje is overigens grotendeels verantwoordelijk voor de bouw van het nest.
Nestkast spreeuw
Het broeden doen spreeuwen graag met meerdere broedparen bij elkaar, ondanks dat het geen echte koloniebroeders zijn. Bomen, kieren en spleten in gebouwen en speciaal gemaakte nestkasten kunnen uitstekende broedplaatsen zijn. Ze broeden graag op hoogte. Broedplaatsen boven de zeven meter hoogte zijn niet uitzonderlijk.
Ondanks dat de spreeuw een van de meest algemene broedvogels in Nederland is, gaan de aantallen de laatste jaren hard achteruit. De intensivering van de landbouw, wat het bodemleven ernstig aantast (en daarmee het voedsel van de spreeuw), is daarvoor de belangrijkste reden. Daarnaast kunnen spreeuwen lastiger geschikte nestlocaties vinden in verstedelijkt gebied. Het plaatsen van nestkasten is daardoor een effectieve maatregel in de bescherming van de spreeuw.
Het gaat niet zo goed met de spreeuwen in Nederland. Sinds de jaren ’70 nemen de aantallen al af (De Natuur van hier)
Bouwtekening nestkast spreeuw
De nestkast, en de plaatsing daarvan, moet wel aan een aantal eisen voldoen voordat deze geschikt is. Op onderstaande afbeelding is een bouwtekening zichtbaar voor het maken van een nestkast voor spreeuwen. Hierop staan alle afmetingen, invliegopening en een zaagschema om de nestkast te kunnen maken. Wanneer je de nestkast klaar hebt, kun je deze het beste zo hoog mogelijk, maar minstens 2,5 meter hoog ophangen. Plaats de nestkast op een stevige plek, tegen een grote oude boom of een gevel. Hang wanneer mogelijk twee of drie nestkasten bij elkaar. Zorg dat de invliegopening naar het noorden of oosten gericht is en dat deze vrij toegankelijk is.
Bouwtekening nestkast spreeuw(De natuur van hier)
Wij raden aan om als houtsoort beuken-, lariks- of eikenhout, van 15mm dik te gebruiken. Dit is hardhout wat erg duurzaam is en wat lokaal geproduceerd wordt. Let bij het kopen ook op het FSC-keurmerk. Watervast multiplex kan ook gebruikt worden. Onderaan de tekening staat een zaagschema. Als je hout haalt bij de bouwmarkt kan het zijn dat ze een zaagafdeling hebben. Hier kun je soms kosteloos je hout al in de juiste maten laten zagen. Neem je tekening dus mee als je naar de bouwmarkt, het scheelt je wellicht wat zaagwerk!
Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Bij de bouwmarkt kun je hout en schroeven halen voor je nestkast. Als je nog hout overhoudt, gooi dit dan niet weg! Dit kun je in de toekomst gebruiken om een andere nestkast te maken.
Heb je geen zin om zelf te klussen, maar koop je liever een kant-en-klare kast? Dat kan via deze link (Vivara Natuurproducten). Deze nest is gemaakt van houtbeton en daardoor erg duurzaam. Het heeft daarnaast een isolerende werking, dus zorgt voor een ideaal klimaat in de nestkast.
Nestcamera
Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan. Ze hebben verschillende types camera’s, wij gebruiken de Longe Range Camera, deze heeft een bereik tot 180 meter! Op onderstaande video zie je een groepje spreeuwen die een torenvalk nestkast onderzoeken (gefilmd met de Longe Range Camera).
Spreeuwen onderzoeken een torenvalk nestkast (De Natuur van hier)
Zorg ervoor dat je nest stevig en hoog in een boom of aan een gevel hangt, het liefst twee of drie bij elkaar. De invliegopening moet vrij zijn en in de omgeving moet een grasveld aanwezig zijn waar ze insectenlarven kunnen vinden.
Hoe maak ik een nestkast voor een spreeuw?
Een nestkast voor een spreeuw maak je het beste van beuken- of eikenhout. De nestkast moet 25x22x30 centimeter groot zijn, met een invliegopening van 4,5 centimeter (diameter). Maak gebruik van bovenstaande bouwtekening, inclusief zaagschema.
Inheemse vijverplanten zijn onmisbaar voor een gezonde, natuurlijke vijver. Veel vijvers worden tegenwoordig aangeplant met exotische planten, wat vaak leidt tot invasief gedrag, onvoldoende nectar voor insecten en slecht groeiende planten. Inheemse waterplanten zorgen juist voor een ecologische balans, waardoor je vijver bruist van leven. Door te kiezen voor soorten van eigen bodem ondersteun je niet alleen je eigen tuin, maar ook de natuur in de directe omgeving. In deze blog leggen we uit waarom inheemse vijverplanten zo belangrijk zijn voor biodiversiteit, welke soorten geschikt zijn en geven we de beste tips per vijverzone. Met deze tips creëer je een natuurlijke vijver met optimale waterkwaliteit én volop biodiversiteit.
Wil je een natuurlijke vijver vol leven? Dan zijn inheemse vijverplanten onmisbaar. Inheemse vijverplanten hebben als voordeel ten opzichte van uitheemse vijverplanten dat ze beter zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Daarnaast zijn de inheemse insecten en andere dieren veel beter aangepast aan het inheemse planten, waardoor ze er meer van profiteren. Hoe profiteren ze dan? Inheemse insecten weten wanneer inheemse vijverplanten in bloei staan, hoelang ze bloeien en hoe ze bij de nectar in de bloem kunnen komen. Hiermee ondersteunen inheemse vijverplanten de lokale voedselketen en zorgen ze ervoor dat insecten kunnen floreren in je tuin. Watermunt is bijvoorbeeld zo’n inheemse waterplant die veel nectar produceert, wat zeer geliefd is bij bijen, hommels en vlinders. Inheemse insecten zijn vaak gespecialiseerd op specifieke plantensoorten. Wanneer deze planten ontbreken, verdwijnen ook de insecten die ervan afhankelijk zijn.
Verder heb je bij inheemse planten niet zo snel last van soorten die explosief en invasief groeien. Sommige uitheemse planten kunnen explosief groeien en kunnen daarmee de hele vijver overnemen en andere planten (en dieren) verdringen. Ook als deze invasieve exoten per ongeluk in de natuur terecht komen, dan kunnen ze serieuze schade aanbrengen aan de inheemse flora en fauna. Tot slot zijn inheemse waterplanten beter winterhard. Dit betekent dat ze veel beter de winters overleven, waardoor je dus niet ieder jaar nieuwe waterplanten hoeft te kopen.
Veel dieren, bijvoorbeeld libellen en juffers, profiteren van inheemse waterplanten (de Natuur van hier)
De 6 zones in een natuurlijke vijver
Een natuurlijke vijver bestaat uit verschillende zones, met ieder zijn eigen kenmerken. Vanzelfsprekend kan niet iedere waterplant in elke zone geplaatst worden. Daarom is het goed om eerst de zes verschillende zones te bekijken en dan te bepalen welke waterplanten je kiest per zone. Zo krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand in je vijver en zorg je er voor dat er in iedere diepte geschikte inheemse waterplanten komen te staan. Op onderstaande afbeelding zijn de verschillende zones schematisch weergegeven.
Diagram van vijverzones voor inheemse vijverplanten (bron afbeelding)
Hoe richt je een natuurlijke vijver ecologisch in?
In een natuurlijke situatie zijn in een poel water meerdere dieptes te vinden. In iedere diepte (of zone) heeft het water een andere temperatuur, groeien andere planten en zitten andere diertjes zoals macrofauna, insectenlarven en amfibieën. Hierdoor ontstaat een grote diversiteit in een poel. Door je natuurlijke vijver ook met verschillende zones in te richten, creëer je een situatie die heel dicht bij de werkelijkheid komt. Zo ontstaat er een vijver die bruist van leven.
Zone 1: oeverzone
De eerste zone is de oeverzone. Hierin komen waterplanten te staan die in principe op het droge staan, maar prima tijdelijk onder water kunnen staan. Als de vijver door regen dan overstroomt, dan staan deze planten tijdelijk met de voeten in het water. Veel van de planten die in de oeverzone staan houden daarom dus ook van een vochtige tot natte ondergrond.
Belangrijk kenmerk van planten die in deze zone staan is dat ze vaak rijkelijk bloeien. Dit zijn dus de echte blikvangers en insectenmagneten rondom een natuurlijke vijver. Daarnaast bieden ze uitstekende schuilplaatsen voor dieren en overwinteringsplekken voor insecten als ze niet voor de winter gesnoeid worden. Tot slot helpen ze met het tegengaan van erosie als er met natuurlijke oevers gewerkt wordt.
In deze laag kun je dus goed bloeiende planten met elkaar combineren. Als hier goed over nagedacht wordt kun je een vijverrand creëren waarin het hele seizoen planten in bloei staan. Ook kun je in deze zone een gelaagdheid aanbrengen door gebruik te maken van planten met verschillende hoogtes. Zo creëer je een natuurlijke en rustige overgang naar de vijver.
Grote kattenstaart is een echte eye-catcher in de oeverzone
Zone 2: moerasplanten
In de tweede zone staan de moerasplanten. Dit zijn de eerste planten die permanent in het water staan. De diepte van deze zone wordt meestal aangegeven van 0 tot 15 centimeter onder het waterniveau. Moerasplanten zijn onmisbaar in een natuurlijke vijver, vanwege meerdere redenen.
Moerasplanten helpen de waterkwaliteit verbeteren doordat ze overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat opnemen. Hierdoor krijgen algen minder kans om te groeien. Sommige soorten, zoals gele lis, staan bekend om hun vermogen om bepaalde stoffen uit het water op te nemen (een proces dat fytoremidiatie wordt genoemd). Daarnaast stimuleren de wortels van moerasplanten nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken. Ook zorgen ze ervoor dat slibdeeltjes bezinken en geven ze schaduw, waardoor het water minder snel opwarmt. Zo dragen moerasplanten bij aan een natuurlijke en stabiele vijverbalans.
Sommige moerasplanten, zoals lisdodde en watermunt, hebben de neiging om te woekeren. Toch zijn dit waardevolle soorten vanwege hun filterende werking en hun rijkelijke bloei, die veel insecten aantrekt.
Wil je deze planten gebruiken zonder dat ze andere soorten overwoekeren? Plaats ze dan in vijvermanden. Zo beperk je de groei, houd je het onderhoud eenvoudig en voorkom je dat ze te dominant worden – terwijl je wél profiteert van hun ecologische voordelen. Vooral in kleine vijvers is het gebruik van vijvermanden een eenvoudige manier om de balans te bewaren.
Zone 3: waterplanten
In zone 3 komen de echte waterplanten die het liefst op een diepte van 20 tot 40 centimeter staan. De wortels van de waterplanten staan permanent onder water, zo ook een deel van de bladeren en in sommige gevallen bevinden zich de bladeren volledig boven water. Deze planten zorgen voor zuurstof in de waterkolom, nemen overtollige voedingsstoffen op en bieden beschutting aan kikkers, padden, salamanders en insectenlarven. Soorten zoals waterviolier en waterranonkel combineren ecologische waarde met een natuurlijke uitstraling.
Zone 4: waterlelies
De waterlelies staan vaak op de bodem van de vijver (tot ongeveer 1 meter diep) in een vijvermand om ze gemakkelijk te kunnen verplaatsen en onderhoud eraan te doen. Waterlelies zorgen vooral voor schaduw en temperatuurstabiliteit in de vijver. Door het wateroppervlak gedeeltelijk te bedekken, beperken ze overmatige opwarming en algengroei. Daarnaast bieden hun bladeren rust- en schuilplaatsen voor amfibieën.
Zone 5: zuurstofplanten
De zuurstofplanten staan volledig onder water en hebben als belangrijkste taak dat ze zuurstof produceren in de waterkolom. Zuurstofplanten zijn onmisbaar om te voorkomen dat de vijver dichtgroeit met algen. Ze nemen overtollige voedingstoffen uit het water op, wat de explosieve groei van algen tegengaat. Daarnaast bieden ze een prima schuilplaats voor allerlei macrofauna, insectenlarven en amfibieën. In tegenstelling tot veel waterplanten uit zone 3 zijn zuurstofplanten meestal volledig ondergedoken en nauwelijks zichtbaar boven het wateroppervlak.
Zone 6: drijfplanten
Tot slot zijn er nog de drijfplanten. Zoals de naam al zegt drijven deze op het wateroppervlak. Ze nemen voedingstoffen op uit het water, zorgen voor schaduw en helpen algengroei te beperken. Omdat ze CO2 rechtstreeks uit de lucht kunnen opnemen, groeien ze vaak snel. Zorg er wel voor dat ze niet meer dan de helft van het wateroppervlak bedekken. Te veel drijfplanten kan er namelijk voor zorgen dat het water in het voorjaar niet snel genoeg opwarmt, waardoor amfibieënlarven zich niet snel genoeg kunnen ontwikkelen.
In een gezonde vijver is er een combinatie te vinden van verschillende soorten inheemse vijverplanten
De beste inheemse vijverplanten voor in je natuurlijke vijver
Nu we de verschillende zones in een natuurlijke vijver gezien hebben, is het tijd om te kijken naar de verschillende soorten inheemse vijverplanten. Door hier goed over na te denken en een aantal soorten per zone te kiezen voor je vijver, krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand dat in evenwicht is en zorgt voor een natuurlijke balans in je vijver. Dit zal er voor zorgen dat de biodiversiteit in en rondom het water enorm toeneemt.
De beste inheemse oeverplanten
Als eerste kijken we naar de planten voor in de zone aan de rand van de vijver. We geven hier vijf tips voor inheemse oeverplanten waarmee je langs de rand van je vijver kunt zorgen voor een intense bloei, waarvan insecten enorm gaan profiteren.
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Grote kattenstaart is een onmisbare oeverplant in een natuurlijke vijver. Met zijn opvallende roze bloemaren bloeit deze soort rijkelijk van juni tot augustus. De plant wordt ongeveer 100 centimeter en staat het liefst op een zonnige of halfschaduwrijke plek met een vochtige tot natte bodem. Zelfs tijdelijke overstromingen vormen geen probleem. Voor een volle, natuurlijke uitstraling kun je ongeveer 5 tot 8 planten per vierkante meter aanhouden.
Grote kattenstaart is percfect om te gebruiken als oeverplant bij een natuurlijke vijver
Dankzij de uitbundige bloei is grote kattenstaart een belangrijke nectarplant voor bijen, hommels en zweefvliegen. Zo bezoeken onder andere de kattenstaartdikpoot en de steenhommel regelmatig de bloemen. Daarnaast is de plant een waardplant voor het boomblauwtje. Grote kattenstaart laat zich goed combineren met andere inheemse vaste planten, zoals koninginnekruid, beemdkroon en gewone margriet. De soort zaait zich gemakkelijk uit, waardoor hij zich op korte termijn ook op andere plekken rondom de vijver kan vestigen.
Grote kattenstaart is verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde kwekers, waaronder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Kale jonker (Cirsium palustre)
Een andere uitstekende keuze in de oeverzone is de kale jonker. Deze slanke distel wordt ongeveer 150 centimeter groot en is een perfecte plant om insecten naar je tuin te lokken. De kale jonker staat het liefst op een zonnige en vochtige tot natte plek.
In juni krijgt de plant roodpaarse bloemen, die tot in september aanwezig blijven. Het is een belangrijke nectarplant voor vlinders, bijen en hommels. Onder andere de grote vuurvlinder vliegt veelvuldig op de bloemen van de kale jonker. Ook de heidehommel is vaak op de plant te zien. De zaden die in de bloemhoofden achter blijven trekken vogels zoals distelvinken aan.
Kale jonker is goed te combineren me andere vochtminnende soorten zoals grote kattenstaart, knoopkruid en echte koekoeksbloem.
De kale jonker is een hele goede nectarplant voor in de oeverzone
Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)
Nog zo’n plant die niet mag ontbreken in de oever van een natuurlijke vijver is koninginnekruid. Deze vaste plant kan een hoogte bereiken tot 150 centimeter en staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond.
Van juli tot en met september bloeit koninginnekruid met prachtige roze, schermachtige bloemen, die een aromatische geur verspreiden. De bloemen zijn in trek bij allerlei insecten, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Vooral vlinders zijn veelvuldig op de bloemen te vinden. Op de plant aan onze natuurlijke vijver zien we regelmatig atalanta, dagpauwoog, distelvlinder en soms zelfs koninginnenpage op de bloemen! Een absolute must-have voor vlinderliefhebbers dus.
De plant is uitstekend te combineren met andere vaste planten zoals beemdkroon, grote pimpernel en echte valeriaan. Koninginnekruid is verkrijgbaar bij verschillende gespecialiseerde kwekers, waar onder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Koninginnekruid is een snelle groeier met prachtige bloemen die in trek zijn bij vlinders
Moerasspirea (Filipendula ulmaria)
De laatste oeverplant die we in deze blog tippen is moerasspirea. Deze prachtige bloeier staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond en wordt tot 120 centimeter groot.
Van juni tot en met augustus bloeit moerasspirea met prachtige kleine, roomwitte bloemen. De bloemen zijn erg in trek bij bijen, zweefvliegen en kevers. Leuke keversoorten zoals het groene bladsnuitkever en het prachtige penseelkevertje zijn soms op de bloemen te vinden. Moerasspirea is in de oeverzone goed te combineren met grote kattenstaart en lange ereprijs. De witte bloemen van moerasspirea contrasteren mooi met de kleurrijke bloemen van de kattenstaart en/of lange ereprijs.
De kleine roomwitte bloemen van moerasspirea zijn in trek bij verschillende soorten kevers
De beste inheemse moerasplanten
Nadat je goed hebt nagedacht over de inheemse planten die je naast de vijver (in de oeverzone) wil gebruiken, is het nu tijd om te kijken naar de planten die permanent in het water staan. Als eerste geven we tips voor inheemse waterplanten in de moeraszone.
Grote egelskop (Sparganium erectum)
Een van de belangrijkste moerasplanten die je in je natuurlijke vijver kunt gebruiken is de grote egelskop. Deze uitstekend waterzuiverende plant staat het liefst in de moeraszone (0-15 centimeter), maar kan ook nog iets dieper geplaatst worden.
Grote egelskop wordt zo’n 100 centimeter groot en de bladeren groei dicht op elkaar, waardoor deze een volle uitstraling krijgt. De plant breidt zicht gemakkelijk uit via wortelstokken, om te zorgen dat je niet te veel onderhoud ervan krijgt zet je deze dus het beste in een grote vijvermand.
Van juni tot augustus heeft egelskop een bijzondere bloei: bolvormige stekels, die blijven drijven zodra ze van de plant afvallen (zo verspreid de plant zich ook). Aan deze bloei dankt de waterplant zijn naam. Egelskop is de waardplant voor de nachtvlinders; egelskopboorder, het goudvenstertje en de moerasspinner.
Grote egelskop is prima te combineren met andere inheemse waterplanten zoals gele lis, watermunt en beekpunge.
Grote egelskop is een sterke inheemse moerasplant die helpt het water te zuiveren (Saxifraga – Hans Grotenhuis)
Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides)
Een andere uitstekende moerasplant om in je natuurlijke vijver te gebruiken is moerasvergeet-mij-nietje. Deze leuke bodembedekker staat het liefst in de zon of halfzon, op een natte plek. Daarom plaats je de plant het beste in de oeverzone (0-15 centimeter) of in de oever. Als je hem echter in de oever plaatst dan moet je er wel voor zorgen dat deze echt op een natte plek staat.
Moerasvergeet-mij-nietje wordt maximaal 50 centimeter hoog. Het is een uitstekende bodembedekker omdat deze zich als een tapijt verspreid. De plant is dus ook ideaal om vijverfolie mee weg te werken. Van mei tot en met augustus heeft de plant kleine gele bloemen met lichtblauwe kroonbladeren.
Salamanders gebruiken de bladeren van het vergeet-mij-nietje om de eitjes op af te zetten. De eitjes worden één voor één afgezet op een blad, waarna het blad zorgvuldig wordt omgevouwen. Combineer moerasvergeet-mij-nietje met gele lis en watermunt voor een kleurrijke, bloeiende vijverrand.
Moeras vergeet-me-nietje is een kleurrijke verschijning aan de rand van de vijver (Saxifraga – Bart Vastenhouw)
Gele lis (Iris pseudacorus)
Een inheemse waterplant die niet in een natuurlijke vijver mag ontbreken is gele lis. Deze moerasplant krijgt zwaardvormige bladeren en gele bloemen en wordt ongeveer 120 centimeter groot. Gele lis staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon en kan tot een diepte van ongeveer 30 centimeter in het water worden geplaatst.
De gele bloemen verschijnen in mei aan de plant en blijven aanwezig tot en met juli. Het is de waardplant van de gele-lisboorder – een nachtvlinder – en de bloemen worden bezocht door bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Maar misschien wel de grootste waarde van gele lis zit hem in het filterend vermogen van de waterplant.
Gele lis draagt bij aan een natuurlijke waterbalans in de vijver. Via haar krachtige wortelstelsel neemt de plant overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op uit het water. Daarmee vermindert ze de hoeveelheid nutriënten die beschikbaar zijn voor algen. Daarnaast stimuleert de wortelzone nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken, wat helpt om slibvorming te beperken.
Gele lis mag met zijn uitstekend filterend vermogen niet ontbreken in de vijver (Saxifraga – Marijke Verhagen)
Ga je zelf aan de slag met de aanplant van je vijver, kies dan bij voorkeur voor biologisch gekweekte vijverplanten. Biologisch gekweekte planten worden zonder chemische bestrijdingsmiddelen opgekweekt en passen beter in een ecologisch ingerichte vijver. Biologisch gekweekte exemplaren zijn onder andere verkrijgbaar bij Van de Velde. Voor onze vijverprojecten hebben we hier meerdere keren planten besteld. De levering verloopt zorgvuldig en de planten zijn zichtbaar sterk en gezond bij aankomst.
Watermunt (Mentha aquatica)
Een uitstekende multifunctionele bodembedekker om in de moeraszone te gebruiken is watermunt. Watermunt wordt 30 tot 90 centimeter hoog en staat het liefst op een plek in de volle zon of halfschaduw. Hoe zonniger watermunt staat, hoe roder de bladeren kleuren!
De bladeren verspreiden daarnaast ook nog eens een heerlijke muntgeur in je tuin en kunnen gebruikt worden in de keuken, onder andere om verse muntthee van te zetten. En als dat nog niet genoeg is bloeit watermunt ook nog eens rijkelijk van juli tot en met oktober met prachtige paarse-lilachtige bloemen. Deze zijn enorm in trek bij vlinders, bijen en hommels. Het is tevens ook de waardplant van het muntvlindertje (een micro-nachtvlinder).
Combineer watermunt met grote kattenstaart en gele lis om een bloedende vijverrand vol biodiversiteit te creëren.
Watermunt is een uitstekende multifunctionele bodembedekker in de natuurlijke vijver (Saxifraga – Hans Dekker)
De beste inheemse waterplanten
De volgende planten zijn geschikt om te gebruiken in zone 3. Deze staan het liefst wat dieper in het water, op een diepte van 20 tot 40 centimeter. Ze staan met de wortels volledig onder water en ook een deel van de bladeren (en in sommige gevallen volledig) staan onder water.
Zwanenbloem (Butomus umbellatus)
Een prachtige waterplant voor in een natuurlijke vijver is zwanenbloem. Zwanenbloem wordt ongeveer 150 centimeter hoog en staat het liefst op een zonnige plek. Van juni tot september bloeit de plant met prachtige roze schermbloemen die erg in trek zijn bij tal van insecten.
Bijen, hommels, zweefvliegen, graafwespen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar. Hiermee is het een van de waardevolste drachtplanten (planten die nectar leveren) die in een natuurlijke vijver aangeplant kan worden. Het is daarnaast ook de waardplant van de zwanenbloemkever.
Combineer zwanenbloem met grote egelskop en grote waterweegbree voor een natuurlijke, groene vijverborder.
Zwanenbloem is een van de belangrijkste drachtplanten in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Mark Zekhuis)
Waterviolier (Hottonia palustris)
Waterviolier is een sierlijke inheemse waterplant met fijn geveerd blad en lila bloeiaren in het voorjaar, van april tot en met juni. Ze groeit in ondiep, stilstaand water en wortelt in de bodem terwijl het blad een luchtige structuur in het water vormt. Waterviolier kan het beste geplant worden op een diepte van 20 tot 50 centimeter en kan zowel in de zon, als in de (half)schaduw geplant worden. Het beste wordt de waterplant in een vijvermand geplaatst.
De fijne bladstructuur biedt schuilplaatsen aan waterinsecten en jonge amfibieën. Waterviolier neemt voedingstoffen op en draagt zo bij aan een stabielere waterbalans, maar functioneert vooral goed in helder, matig voedselrijk water. In ecologisch ingerichte vijvers is ze een waardevolle voorjaarsbloeier met hoge natuurwaarde.
Waterviolier is een minder bekende, maar zeer nuttige vijverplant (Saxifraga – Jan van der Straaten)
Waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
Waterranonkel is een waterplant die in de vijver op een diepte van 10 tot 80 centimeter geplaatst kan worden. De plant vormt bladeren net boven en onder het wateroppervlak. Waterranonkel bloeit van mei tot en met augustus met gele bloemen en witte kroonbladeren.
De groeiwijze van waterranonkel zorgt voor een ideale schuilplek voor amfibieën en macrofauna zoals libellenlarven. Ook is het een uitstekende plek voor kikkers om het kikkerdril in het voorjaar af te zetten.
Waterranonkel doet het goed op een zonnige plek en is uitstekende te combineren met andere zuurstofplanten en drijfplanten zoals aarvederkruid, glanzend fonteinkruid en krabbescheer.
Waterranonkel is een ideale waterplant voor kikkers om hun kikkerdril in af te zetten
Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)
Een andere soort die goed past in een natuurlijke vijver is drijvend fonteinkruid. Deze inheemse waterplant groeit op een diepte van 30 tot 100 centimeter en vormt zowel onderwaterbladeren als drijvende bladeren aan het wateroppervlak. De ovale drijfbladeren lijken een beetje op kleine waterlelieblaadjes en zorgen voor lichte beschaduwing van het water.
Drijvend fonteinkruid speelt een belangrijke rol in het vijvercosysteem. De onderwaterdelen bieden schuilplaatsen voor waterinsecten en amfibieënlarven. Tegelijkertijd nemen de wortels voedingsstoffen op uit de bodem, wat helpt om de waterkwaliteit stabiel te houden en algengroei te beperken. De kleine onopvallende bloeiaren verschijnen in de zomer (van juni tot en met augustus) boven het wateroppervlak.
Deze soort groeit het beste in stilstaand of langzaam stromend water en houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. In natuurlijke vijvers vormt drijvend fonteinkruid een mooie overgang tussen onderwaterplanten en drijfplanten, terwijl het tegelijk extra structuur en schuilmogelijkheden creëert voor allerlei waterdieren. Het is tot slot een van de waardplanten van de waterleliemot.
Drijvend fonteinkruid is een uitstekende waterplant om toe te voegen aan je natuurlijke vijver (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
De beste inheemse waterlelies
Vervolgens bespreken we de twee inheemse waterlelies die ons land rijk is. Waterlelies zorgen voor schaduw in het water en creëren schuilplaatsen voor amfibieën en andere waterdieren in een natuurlijke vijver.
Gele plomp (Nuphar lutea)
In middelgrote en grote vijvers kan de inheemse gele plomp een echte eyecatcher zijn. Deze waterlelie kan geplaatst worden op een zonnige of halzonnige plek in de vijver en verlangt een diepte tussen de 40 en 120 centimeter.
In het vroege voorjaar komen de grote bladeren van gele plomp aan het wateroppervlak. In juni verschijnen de gele bloemen, die tot in augustus te zien zijn. De bladeren bieden beschutting aan amfibieën zoals kikkers en rustplekken voor vliegende insecten zoals juffers en libellen. De grote roodoogjuffer gebruikt de gele plomp zelfs om de eieren op af te zetten. Dit gebeurt onder water, in de stengels van de waterplant.
Gele plomp is uitstekend te combineren met andere waterplanten. Voor kleine vijvers is de waterlelie echter minder geschikt omdat deze dan al gauw te groot wordt. Laat het geel van de bloemen terugkomen aan de rand van de vijver door soorten als gele lis, dotterbloem en penningkruid aan te planten.
Gele plomp is een prachtige inheemse waterlelie voor middelgrote en grote natuurlijke vijvers
Witte waterlelie (Nymphaea alba)
De andere inheemse waterlelie in Nederland is de witte waterlelie. De witte waterlelie staat het liefst op een zonnige plek (belangrijk voor een goede bloei) op een diepte tussen de 50 en 100 centimeter. Net zoals bij de gele plomp komen de bladeren van de witte waterlelie in het vroege voorjaar aan het wateroppervlak. De bladeren zijn echter wat ronder dan die van de gele plomp.
Tussen mei en augustus verschijnen de bloemen tussen de ronde bladeren. Deze hebben grote, witte kroonbladeren met gele, bijna goudkleurige, meeldraden in het hart. De bloemen gaan ’s ochtends open en sluiten zich ’s avonds weer, als de zon is ondergegaan.
De bladeren van de witte waterlelie bieden belangrijke rust- en schuilplaatsen voor kikkers, padden en libellen. Onder de drijvende bladeren vinden insectenlarven en andere waterdieren bescherming tegen roofdieren. Daarnaast trekken de bloemen verschillende bestuivers aan, waaronder bijen en zweefvliegen, die afkomen op de nectar en het stuifmeel. Op warme zomerdagen zie je regelmatig kikkers op de bladeren zonnen.
De grote witte kroonbladeren maken de witte waterlelie onmiskenbaar
De beste inheemse zuurstofplanten
Een van de belangrijkste planten in een natuurlijke vijver zijn de zuurstofplanten. Ze zorgen ervoor dat er voldoende zuurstof in het water aanwezig is en door de opname van voedingsstoffen zorgen ze ervoor dat algen minder hard kunnen groeien. Er volgen nu 4 top keuzes voor inheemse zuurstofplanten die perfect passen in een natuurlijke vijver.
Aarvederkruid (Myriophyllum spicatium)
Een hele sterke zuurstofplant is aarvederkruid. Aarvederkruid kan het beste op een plek in de zon of halfzon gezet worden, op een diepte tussen de 40 en 120 centimeter. De plant kan in een vijvermand, vijverkrat of in rechtstreeks op de bodem in het substraat gezet worden.
Het is een snelle groeier, wat ervoor zorgt dat de plant in grote hoeveelheden voedingsstoffen uit het water opneemt, waardoor er minder algengroei is. Daarnaast geeft het, door de snelle groei, veel zuurstof af aan het water. Van juni tot september bloeit aarvederkruid met kleine, rode bloemen die net boven het wateroppervlak uitkomen.
In het voorjaar bieden de stengels met gevederde bladeren een uitstekende schuilplek voor kikkervisjes en nuttige waterinsecten zoals kokerjufferlarven, haften en libellenlarven. De bloei trekt daarnaast ook nog bestuivers aan zoals bijen en vlinders.
Verwar het aarvederkruid niet met exotische soorten zoals het parelvederkruid. Deze is namelijk invasief en kan een ernstige bedreiging vormen voor inheemse soorten in je vijver én in de natuur wanneer deze daarin terecht komen.
Aarvederkruid draagt een belangrijke bijdrage aan het bereiken van een biologisch evenwicht in de vijver (Saxifraga – Ed Stikvoort)
Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)
Een andere zuurstofplant die eigenlijk niet in de natuurlijke vijver mag ontbreken is glanzend fonteinkruid. Glanzend fonteinkruid verlangt een plekje in de halfschaduw. Op een te zonnige plek zullen de bladeren bluin verkleuren. De plant kan het beste op een diepte van 50 tot 100 centimeter in een vijvermand of in het substraat geplant worden.
Glanzend fonteinkruid krijgt grote, lange lintvormige bladeren die volledig onder water groeien. In het najaar sterft de plant bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. Van juni tot september bloeit de plant met groene bloemen, die net boven het wateroppervlak uitsteken.
De grote bladeren die onderwater groeien bieden een prachtige onderwaterstructuur voor alles wat onder water leeft. Kikkers, padden, salamanders, waterinsecten en andere waterdieren vinden in het glanzend fonteinkruid een uitstekend leefgebied en schuilmogelijkheden. Het glanzend fonteinkruid wordt vaak tot de zuurstofplanten gerekend, omdat het volledig onder water groeit en bijdraagt aan de zuurstofproductie in de vijver. Het is hoe dan ook een absolute aanrader voor iedere natuurlijke vijver.
Glanzend fonteinkruid groeit met grote lintvormige bladeren volledig onder water (Saxifraga – Peter Meininger)
Lidsteng (Hippuris vulgaris)
Nog een uitstekende zuurstofplant is lidsteng. Lidsteng staat het liefst op een plek in de volle zon of halfzon en een diepte van 10 tot 100 centimeter. De zuurstofplant groeit met rechtopgaande stengels onderwater, die als een soort kleine dennetjes boven het water uitkomen. De totale hoogte bedraagt 15 tot 90 centimeter.
Van mei tot en met augustus verschijnen er kleine, onopvallende, groen bloemetjes in de oksels van de bladeren. Via de wortelstokken breidt lidsteng zich gemakkelijk uit. Wil je het onderhoud beperken, plaats de plant dan in een vijvermand. De delen van de stengels die onder water groeien leveren belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in de vijver.
Lidsteng biedt een uitstekend leefgebied voor waterinsecten en macrofauna in het water. Combineer lidsteng met glanzend fonteinkruid en waterweegbree voor een gevarieerde plantenmix in je natuurlijke vijver.
Lidsteng groeit zowel onder als boven water en levert een belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Peter Meininger)
Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum)
Een minder bekende maar zeer waardevolle inheemse waterplant is kransvederkruid. Deze fijne onderwaterplant groeit meestal op een diepte van ongeveer 20 tot 80 centimeter en vormt lange stengels met kransen van veervormige bladeren. Daardoor ontstaat er een dichte onderwaterstructuur die een belangrijke schuilplaats biedt voor allerlei waterdieren.
Kransvederkruid speelt een belangrijke rol in de ecologie van een natuurlijke vijver. De plant produceert zuurstof in het water en neemt overtollige voedingsstoffen op, wat helpt om algengroei te beperken en de waterkwaliteit stabiel te houden. Tussen de fijne bladeren vinden insectenlarven, kleine waterdieren en jonge amfibieën bescherming tegen roofdieren.
Kransvederkruid groeit het beste in zonnig tot halfschaduwrijk water met een rustige stroming. In natuurlijke vijvers vormt deze soort een waardevolle aanvulling op andere zuurstofplanten, doordat hij extra structuur en biodiversiteit onder water creëert.
Kransvederkruid is een hele sterke inheemse zuurstofplant voor een natuurlijke vijver (Saxifraga – Jasenka Topic)
De beste inheemse drijfplanten
Tot slot de drijfplanten. Drijfplanten zorgen voor schaduwplekken in het water, waardoor algen minder hard groeien. Daarnaast bieden ze een geschikt leefgebied voor allerlei soorten dieren. Zorg er wel voor dat maximaal 50% van het wateroppervlak bedekt is met drijfplanten, zodat het water in het voorjaar voldoende opwarmt voor de ontwikkeling van amfibieënlarven.
Krabbenscheer (Stratiotes aloides)
Een van de bijzonderste inheemse drijfplanten is krabbenscheer. Deze waterplant bezit over een aantal bijzondere eigenschappen. Krabbenscheer heeft zwaardvormige bladeren die grotendeels boven het water uitsteken. De plant wordt ongeveer 15 tot 40 centimeter groot en drijft het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek.
Van mei tot juni bloeit de plant met witte bloemen. Vrouwelijke planten hebben één bloem, mannelijke planten 3 tot 6, die om de beurt bloeien. Krabbenscheer vermeerdert zichzelf gemakkelijk als de omstandigheden juist zijn.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën zoals kikkers en salamanders. Maar meer diersoorten profiteren van deze bijzondere drijfplant. In de natuur is het de belangrijkste broedplek voor zwarte sternen. Daarnaast is de groene glazenmaker -een zeldzame libellensoort- er volledig afhankelijk van. Het vrouwtje zet de eitjes uitsluitend af op krabbenscheer.
In de winter zakt de waterplant naar de bodem van de vijver. In het voorjaar, zodra de fotosynthese weer op gang komt, vullen de cellen zich weer met gas en komt krabbenscheer weer bovendrijven.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën (Saxifraga – Hans Dekker)
Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
Tot slot nog kikkerbeet. Dit drijvende inheemse waterplantje biedt een leuke afwisseling in een natuurlijke vijver. Kikkerbeet krijgt hartvormige bladeren van 2 tot 7 centimeter groot, die op het water drijven. De bladeren zitten vast aan de stengels die onder water zitten en de voedingsstoffen rechtstreeks uit het water opnemen. In het najaar sterven de bladeren en stengels af en overwinter de waterplant als knop op de bodem van de vijver. In het voorjaar ontwikkelen ze weer een volledig nieuw stelsel van bladeren en stengels.
Van juni tot augustus ontwikkelen de witte bloemetjes zich tussen de drijvende bladeren. Deze worden bezocht door bijen, zweefvliegen en kevers. Met de drijvende bladeren zorgt kikkerbeet voor schaduw in het water en voor een rustplek voor kikkers en juffers en libellen. Onder water dragen de stengels bij aan een gevarieerde structuur voor waterdieren. Al met al draagt kikkerbeet dus op verschillende manieren bij aan de biodiversiteit op en in de vijver. Het is een goed alternatief voor waterlelies in een kleine vijver, maar misstaat ook zeker niet in grote en middelgrote vijvers.
Kikkerbeet is een multifunctionele drijfplant die het ontzettend goed doet in natuurlijke vijvers
Aanplant en onderhoud
Een goede aanplant is essentieel voor een gezonde en stabiele vijver. Kies voor een combinatie van planten uit de verschillende vijverzones; moerasplanten, oeverplanten, waterplanten, zuurstofplanten, waterlelies en drijfplanten. Zo ontstaat een natuurlijk evenwicht waarbij planten samen zorgen voor bloei voor insecten, schaduw, zuurstofproductie en het opnemen van overtollige voedingsstoffen.
Veel vijverplanten groeien het beste wanneer ze in vijvermanden worden geplaatst. Hierdoor blijven de wortels compact en voorkom je dat sterk groeiende soorten de hele vijver overnemen. Vul de manden met speciale vijveraarde en dek deze af met een laagje grind zodat de aarde niet wegspoelt.
Plant vijverplanten bij voorkeur in het voorjaar of begin van de zomer. In deze periode hebben de planten voldoende tijd om te wortelen en zich goed te ontwikkelen. Verwijder in het najaar afgestorven plantendelen om te voorkomen dat er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen.
Veelgemaakte fouten
Bij het aanleggen van een vijver worden vaak een aantal veelgemaakte fouten gemaakt. Een van de grootste fouten is het plaatsen van te weinig planten. Waterplanten zijn juist essentieel voor het natuurlijke evenwicht in de vijver. Zonder voldoende planten krijgen algen vaak vrij spel.
Een andere veelvoorkomende fout is het kiezen van te veel exotische soorten. Deze planten zijn vaak minder waardevol voor insecten en andere dieren en kunnen soms zelfs invasief gedrag vertonen.
Ook het volledig laten dichtgroeien van het wateroppervlak is een fout die regelmatig voorkomt. Vooral drijfplanten kunnen snel uitbreiden. Wanneer meer dan de helft van het wateroppervlak bedekt raakt, krijgen onderwaterplanten te weinig licht.
Tot slot worden sommige planten in de verkeerde zone geplaatst. Let daarom altijd goed op de juiste plantdiepte, zodat iedere soort optimaal kan groeien.
Mogelijke problemen met vijverplanten
Zelfs in een goed aangelegde vijver kunnen soms problemen ontstaan. Zo kan het gebeuren dat bepaalde planten te sterk gaan woekeren, waardoor andere soorten verdrongen worden. Soorten zoals lisdodde en watermunt kun je daarom beter in een vijvermand plaatsen.
Een ander probleem kan overmatige algengroei zijn. Dit ontstaat vaak wanneer er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen, bijvoorbeeld door afgevallen bladeren of meststoffen uit de tuin. Voldoende zuurstofplanten en moerasplanten helpen om deze voedingsstoffen op te nemen.
Ook kunnen vissen, zoals goudvissen en koi’s, planten beschadigen door in de bodem te woelen. In een natuurlijke vijver zonder veel vis krijgen waterplanten meestal meer kans om zich te ontwikkelen. Geen of weinig vis is ook beter voor amfibieën, omdat vissen de eitjes en amfibieënlarven eten.
Door regelmatig onderhoud en een goede balans tussen verschillende soorten vijverplanten blijft je vijver helder, gezond en vol leven.
Slot
Met de juiste combinatie van inheemse vijverplanten creëer je een stabiele en biodiverse vijver. Door soorten te kiezen voor verschillende vijverzones ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin planten, insecten, amfibieën en andere waterdieren samen kunnen floreren. Met de soorten uit de gids leg je een sterke basis voor een levende en onderhoudsarme natuurvijver.
Naast vijverplanten is het raadzaam in de rest van de tuin ook met inheemse vijverplanten aan de slag te gaan. Zoek je daarvoor nog inspiratie, kijk dan eens bij onderstaande blogs:
Heb jij de keuze al gemaakt voor welke inheemse vijverplanten jij gaat? Laat het ons weten door een comment achter te laten, of tag ons een in je post op social media (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500 m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deze blog lees je wat er te beleven valt in de tuin in de winter, wat we de afgelopen drie maanden hebben gedaan en wat we verwachten voor het aanstaande voorjaar.
05 maart, 2023
In de vorige blog, die we drie maanden geleden schreven, heb je kunnen lezen dat we flink wat hebben aangeplant. Een gemengde haag, een struweel en veel losse heesters en bomen moeten dit jaar voor veel groen in de tuin gaan zorgen. Nu, aan het einde van de winter, gaan we kijken wat de tuin in ruste nog heeft gedaan en wat ons te wachten staat voor het groeiseizoen dat voor de deur staat.
Winter, maar toch leven te ontdekken
Ondanks dat het winter is en de meeste planten geen blad hebben, zie je dat het struweel en de overige beplanting, die we pas recentelijk aangeplant hebben, al volop gebruikt worden door kleine zangvogels. Ze vliegen van stammetje naar stammetje, druk zoekend naar voedsel. Twee pimpelmezen zijn duidelijk al bezig met het voorjaar. Er is constant een interactie tussen de twee vogels zichtbaar, en ze lijken elkaar gevonden te hebben. Wellicht dat ze eind maart een van onze nestkastjes opzoeken.
Pimpelmezen zijn sinds dag één een vaste bezoeker in onze tuin
De natuurtuin wordt volop bezocht door leuke soorten. Op een vroege ochtend kwam ik buiten en zag ik dat onze notenboom dienst deed als slaapplek voor een mannetjesfazant. Fazanten zoeken in de avond een boom op voor de roest (slaap), waar ze veilig zitten voor vossen die ’s nachts op pad zijn.
Maar goed dat de fazant voor zijn slaap een boom op zoekt, want in februari hebben we een vos achter in de tuin waargenomen met onze wildcamera. Net voor middernacht doorkruist de vos onze tuin. Het is tot nog toe bij deze waarneming gebleven.
Een vos vastgelegd met de wildcamera (De natuur van hier)
Bijzondere bezoekers
In januari hoorden we plotseling een knal tegen het raam aan in de woonkamer. Toen we uit het raam keken, zagen we een sperwer bedeesd om zich heen kijken, en maakte haast om in de dichtstbijzijnde boom beschutting te zoeken. Even zat hij met prooi in de boom, waarna hij naar het struweel in het aangrenzende weiland vloog.
In februari zagen we op een zonnige dag, tegen de schemering aan, tot onze verbazing op zo’n 80 meter afstand een hertachtige staan. We dachten een paar weken eerder een zestal reeën gezien te hebben, op een wat grotere afstand, dus we gingen er vanuit dat dit ook een ree was. Toen we hem wat langer bekeken zagen we dat het geen ree betrof, maar een damhert. Damherten zijn door de Romeinen in ons land geherintroduceerd en zijn wat groter dan een ree, maar kleiner dan een edelhert. Opmerkelijk, omdat de omgeving niet per definitie erg bosrijk is.
Het damhert naderde onze tuin tot op zo’n 80 meter (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Maatregelen
Na de grote aanplant die we in oktober/november hebben gedaan, hebben we deze maanden in de tuin vrij weinig gedaan. We hadden binnenshuis onze prioriteiten liggen, waardoor we geen tijd hadden om in de tuin nog grote dingen aan te pakken. We hebben echter wel een paar kleine aanpassingen gedaan.
Allereerst hebben we een vleermuizenkast gekocht, en deze zo hoog mogelijk tegen de gevel geplaatst. Omdat we eerder in het jaar een paar keer een egel hebben waargenomen, hebben we ook een egelmand geplaatst. Het nieuw aangeplante struweel leek ons hiervoor een goede plek. Deze bevindt zich achter in de tuin, waardoor de egel zo min mogelijk wordt gestoord en de heesters zullen daarnaast ervoor zorgen dat de egel ook om het huis heen bescherming vindt.
Om de mand waterdicht te maken, hebben we hier eerst een laag plastic overheen gemaakt. Deze plastic hebben we afgedekt met bladeren en ten slotte takken om alles op zijn plek te houden en het een natuurlijke uitstraling te geven. Dit geheel zorgt ervoor dat het egelhuis wind- en waterdicht is.
In het struweel hebben we een egelmand geplaatst. De mand hebben we afgedekt met plastic, bladeren en takken om deze wind- en waterdicht te maken (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Ten slotte hebben we nog een nestkast voor kauwen gemaakt en geplaatst. Dit is een erg grote kast, met een invliegopening van maar liefst 12 centimeter in doorsnee. De nestkast hebben we op circa drie meter hoogte, stevig opgehangen in één van de twee notenbomen. Hopelijk zal deze kast in de toekomst bezocht worden door een paartje kauwen, zodat we deze bijzondere vogels van dichtbij kunnen volgen!
Een nestkast voor een kauw moet groot en stevig zijn, met een grote invliegopening (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Resultaten en planning
Ondanks dat het winter is, bijna alles in rust is en we weinig maatregelen hebben getroffen, hebben we toch weer een aantal nieuwe soorten weten waar te nemen. In totaal staat de teller nu op 127 soorten, waarvan er 116 in de tuin en 11 rondom de tuin. Dit zijn er 20 meer dan in de vorige blog. Veruit de meeste soorten die we hebben waargenomen zijn planten en vogels. Onderaan deze blog staat het gebruikelijke soortenoverzicht.
Het winterkoninkje heeft zich deze winter veelvuldig laten zien (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Helaas hebben we door tijdsgebrek afgelopen kwartaal niet meer kunnen doen. We zijn voornemens het komende kwartaal wel wat tijd vrij te maken om nog enkele aanpassingen te doen in onze natuurtuin. Een van de dingen die we als eerste willen creëren is een kleine poel. Het aanleggen van een poel is een must voor iedere tuin en zorgt voor een snelle toename van biodiversiteit in je tuin. Deze poel willen we verder aankleden met wat kruidachtige planten en dood hout.
Daarnaast willen we een takkenwal in de tuin aanbrengen. Wanneer er tijd is zullen we hier ook al een begin mee maken. Over ongeveer drie maanden zullen we weer met een update komen over hoe de natuurtuin er dan bij ligt.
Disclaimer: in deze terugkerende blog spreken we over een natuurtuin. Echter is dit niet een standaard tuin waar de meest mensen aan denken bij het woord tuin. Het grootste deel van het perceel wordt aangeplant met uitsluitend inheemse soorten, die terugkeren in het omliggende landschap. Hier laten we de natuur vervolgens zoveel mogelijk haar gang gaan.
Soortenoverzicht natuurtuin 5-3-2023 (De natuur van hier)
De mens gebruikt al duizenden jaren kruiden, voor allerlei verschillende doeleinden. Er zijn tekeningen van kruiden teruggevonden in grotschilderingen, de Romeinen gebruikten kruiden om hun eten langer eetbaar te houden en tijdens de Middeleeuwen legden monniken kruidentuinen aan, waarmee ze de planten bekender maakten en hielpen verspreiden. Nog later, tijdens lange overzeese tochten, haalden we in grote getale de meest exotische kruiden naar Nederland. Tegenwoordig vind je kruiden van over de hele wereld in het kruidenschap bij de plaatselijke supermarkt op de hoek. Welke kruiden zijn nu echt onmisbaar om in eigen tuin te hebben?
Kruiden worden gebruikt om het eten meer smaak te geven, maar ook voor zuiverende en geneeskrachtige gebruiken. We hebben hier een aantal uitgelicht, maar er zijn nog zoveel meer. De kruiden die we hier benoemen, hebben allemaal hun eigen kenmerken. Je kunt ze goed in je eigen tuin of in potten of bakken op je balkon zetten. Vaak spreken we over kruiden en planten, maar eigenlijk komt het erop neer dat kruidachtige planten of kruiden plantensoorten zijn die niet of nauwelijks verhouten.
Je kunt kruiden kopen bij je (lokale) tuincentrum, maar ook online bij Sprinklr en Vivara zijn ze te verkrijgen. Kies bij aankoop altijd voor biologische kruiden, zodat er geen giftige bestrijdingsmiddelen in de omgeving vrijkomen. Helaas wordt er nog altijd veel gif gebruikt, wat een zeer schadelijk effect heeft op onder andere insecten. Ga dus voor biologisch gekweekt!
Roomse kamille (Chamaemelum nobile)
Kamille is vrij makkelijk te herkennen en lijkt enigszins op een madeliefje
Kamille is een éénjarige plant. Op het eerste oog lijkt het op een madeliefje, maar de groei van de plant is heel anders. Kamille is ook gekend om haar geur. De geur is sterk en herken je snel na de eerste keer. Van kamille kun je lekkere thee (eigenlijk maak je een aftreksel van het kruid) zetten, die op meerdere gebieden goed voor je is. Kamille werkt namelijk pijnstillend en kun je gebruiken als je last hebt van bijvoorbeeld buikpijn, een opgeblazen gevoel en tandpijn. Ook is het een rustgevende drank om te drinken voor dat je gaat slapen.
Kamille bloeit van juni tot de herfst. Je kunt kamille het beste plukken in de maanden tussen juni en oktober. Kamille is een inheemse plant, dus wanneer je deze plant, doe je ook gelijk iets goed voor de lokale biodiversiteit!
Echte salie is een ware bijentrekker, maar ook goed om voor jezelf te gebruiken
Deze vaste, vrij winterharde, plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa, maar kun je inmiddels overal ter wereld tegenkomen. Een exoot dus (maar niet invasief). Salie groeit uit tot een struik van zo’n 80 centimeter. Het bloeit vanaf juni met lange stengels met paarse bloemen, maar je kunt salie ook in andere kleuren kopen. Witte salie is hier een voorbeeld van. Bijen komen in grote getale op de bloei af, waardoor deze plant zeer geschikt is wanneer je je tuin bijvriendelijker wil maken. Dankzij de lange bloei kun je vele maanden van salie genieten.
De bladeren van salie zijn langwerpig en spits. Ze voelen zacht aan en lijken bijna van fluweel gemaakt te zijn. De bladeren geuren sterk en kun je gebruiken voor je thee
Salie staat ook bekend als een heilig kruid. Je kunt het gebruiken om te desinfecteren en het werkt zuiverend voor de luchtwegen. Wanneer je je mond ermee spoelt, helpt het tegen ontstekingen aan je tandvlees en in je keel. Je kunt de bladeren van salie het beste plukken in de maand mei, voor de eerste bloei. De geplukte salie laat je eerst drogen, voordat je het gebruikt. Salie kun je als kruid in de keuken gebruiken, maar je kunt er ook thee van maken.
Duizendblad bloeit wit tot lichtroze, waar je de hele zomer en nazomer van kunt genieten
Laten we eerst de Latijnse naam eens ontleden, want die bestaat uit twee verschillende delen. Achillea komt van Achilles, een Romeinse krijgsheer (die ken je vast ook wel van ‘achilleshiel’). Hij nam tijdens de krijgstochten duizendblad mee om de wonden te verzorgen. Millefolium duidt aan dat de bladeren van dit kruid dubbel veerdelig zijn. Het lijkt daarom net alsof de plant allemaal kleine blaadjes heeft.
Als we dan toch met namen bezig zijn, is het ook nog interessant om de Engelse naam uit te leggen. In het Engels heet duizendblad ook wel nosebleed. Dit komt van de bloedingstimulerende werking van duizendblad. Je kunt er dus ‘spontaan’ een bloedneus van krijgen. Vanwege dit effect van duizendblad moet je er niet te veel van gebruiken.
De bladeren van duizendblad hebben de vorm van een veer, waardoor het allemaal kleine blaadjes lijken. De bladeren zijn vaak al vroeg in het jaar te zien, als rozetten nog plat op de grond. Later groeit de plant uit tot zo’n 50 centimeter
Duizendblad is een hele makkelijke plant, die vrijwel overal goed gedijt. Je kunt hem dus op veel verschillende plekken tegenkomen. Het is een vaste en inheemse plant. Dus ook hier geldt: goed voor de lokale natuur.
Ook deze plant kent, net als vele andere kruidachtige planten, een lange geschiedenis. Zo werd duizendblad een tijd gebruikt met het bierbrouwen, voordat de mens een andere plant, hop, ontdekte en ging gebruiken. Overigens wordt hop tegenwoordig nog altijd gebruikt. Maar duizendblad stond ook op het menu met het eten. Je kunt de bladeren van duizendblad op dezelfde manier klaarmaken als spinazie. Ook kun je het gebruiken in soep.
Je kunt ook thee maken van duizendblad. Deze thee is goed voor vocht afdrijven en helpt kalmerend tegen buikpijn en darmkrampen. Ook heeft duizendblad een ontstekingsremmende werking. In duizendblad zitten veel vitaminen, mineralen en flavonoïden. Flavonoïden zijn stoffen die in planten (en in groente en fruit, maar ook bepaalde noten en chocola) zitten. Deze stoffen zorgen voor de kleur van de plant, maar ook voor antioxidanten. Daarom is het goed voor je immuunsysteem.
Duizendblad kun je herkennen aan de bloeiende schermbloemen, die weer bestaan uit allerlei kleine bloemetjes
Duizendblad kun je herkennen aan de witte bloei, met schermbloemen. De kleur kan ook richting roze variëren. In tuincentra kun je nog meer kleuren kopen. De plant bloeit van juni tot en met september, maar met de steeds zachtere herfst en winters wordt de bloeitijd langer. Zo stond duizendblad tot in december in onze tuin in bloei. Oogsten doe je in de bloeitijd. Laat de geoogste delen van het kruid op een donkere, koele plek drogen. De geur van duizendblad is heel eigen en moeilijk te vergelijken met een andere geur. Ruik er maar eens aan, als je het tegenkomt of in je tuin hebt staan.
Brandnetel heeft vele werkzaamheden en zou je op een bepaalde plek in je tuin een plek kunnen geven
Een plant die je misschien niet gelijk zou verwachten, omdat deze plant door veel mensen als vervelend onkruid wordt beschouwd. Maar de brandnetel heeft, net als alle levende organismen in een ecosysteem, vele functies. Voor jou, maar ook voor de natuur om hem heen. Deze inheemse plant, heeft als bekendste kenmerk de brandharen, die zorgen voor het prikkende gevoel als je de stengel of de bovenkant en randen van het blad aanraakt. Gevolg: je krijgt jeuk.
De bloemen hangen als een soort hangende trosjes naar beneden. Na het bloeien zaait deze plant zich makkelijk uit, een van de redenen waarom je hem in grote getale kunt aantreffen. De plant bloeit van mei tot in november en tijdens deze periode kun je de brandnetel ook oogsten. De toppen en wortel kun je gebruiken om er thee van te maken. De jonge bladeren kun je drogen of gebruiken in de keuken. Grote brandnetel is een meerjarige plant. De plant heeft een felle, groene kleur.
Grote brandnetel bloeit met bloemen die naar beneden hangen. Ze zaaien zichzelf makkelijk uit (Saxifraga – Ed Strikvoort)
Brandnetel kun je verwerken in soep en thee voor inwendig gebruik, maar je kunt brandnetel ook gebruiken voor uitwendig gebruik, bij bijvoorbeeld een vette huid, eczeem, acne en zweren. Doordat je de bladeren van de plant kookt of droogt, prikken de brandharen niet meer. Wanneer je soep of een aftreksel van brandnetel eet of drinkt, kan dit je helpen met de spijsvertering, het oplossen van slijm in je luchtwegen en is goed voor je bloed. Brandnetel werkt ontstekingsremmend, omdat het vol zit met vitamines en mineralen. Een ander gebruik van brandnetel is het verwerken tot vezels. Deze kun je gebruiken om er kleding van te maken, een duurzaam alternatief voor bijvoorbeeld katoen.
Verder is brandnetel ook belangrijk voor andere soorten. Het is bijvoorbeeld een waardplant van vele vlindersoorten, zoals de atalanta en kleine vos. Deze interactie noemen we een symbiose (de vlinders vinden voedsel en verspreiden daarnaast stuifmeel voor de brandnetel). Dieren hebben onder andere door hun vacht geen last van de brandharen. Door het hoge stikstofgehalte eten herbivoren graag brandnetels. Dit is namelijk goed voor hun fysieke ontwikkeling en overleving.
Brandnetel is een plant die erg kan gaan woekeren wanneer je grond voedselrijk is (hij neemt stikstof op uit de grond) en door zijn wortelstokken. Het is misschien ongebruikelijk, maar je kunt brandnetel ook goed in een pot zetten. Brandnetel is een sterke plant, die rustig terugkomt na snoeien en/of uittrekken. Als je de goede kanten van deze plant kunt waarderen, zul je hem vast als minder vervelend ervaren in je tuin.
Citroenmelisse smaakt en ruikt naar citroen en kun je goed gebruiken om thee van te maken
Dit is een vaste plant die, de naam verraadt het al, naar citroen ruikt en smaakt. Citroenmelisse is geen inheemse plant, maar groeit vooral in het zuiden van Europa. Hij kan wel goed overwinteren in Nederland, dus je kunt hem prima in de tuin hebben. Citroenmelisse is dus ook een exoot. Let er wel op dat deze plant vrij makkelijk kan woekeren, omdat zijn wortelstokken lange uitlopers onder de grond blijven maken. Citroenmelisse is makkelijk bij te houden. Na de bloei kun je hem vrij kort knippen, waarna hij opnieuw zal gaan groeien.
Deze plant bloeit onopvallend, in de periode juni tot in september. Tijdens de bloei verschijnen er kleine, witte bloemetjes aan de basis van het blad. Deze bloemetjes worden dankbaar bezocht door onder andere bijen, want er zit veel nectar in. Muggen en katten houden er daarentegen helemaal niet van. Kort voordat citroenmelisse gaat bloeien, kun je delen afsnijden en de bladeren drogen. De bladeren zijn dan frisser dan na de bloei. Die kun je vervolgens gebruiken om er thee van te maken. De bladeren van citroenmelisse zijn ook lekker in onder andere soepen, sauzen en salades.
Ook citroenmelisse heeft geneeskrachtige werkingen. Het is goed tegen slapeloosheid, migraine, spanningen en nervositeit. Ideaal om in je tuin te hebben dus.
Kortom, deze vijf kruidachtige planten zijn een leuke aanvulling aan je tuin of balkon. De meeste kennen een rijkelijke bloei en zijn vaak goed voor bijen en andere insecten (lees hier voor meer tips voor bijen in je tuin). Ten slotte hebben ze ook allemaal nog meerdere toepassingen. Om thee van te zetten, als kruid in de keuken te gebruiken, of als medicijn te gebruiken. Genoeg redenen dus om een plekje in je tuin of op je balkon te geven!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Als je het geluk hebt één, of meerdere, volwassen bomen in je tuin te hebben, dan kan het interessant zijn om een nestkast voor een boomkruiper op te hangen. Deze nieuwsgierige, kleine vogels zijn een genot om naar te kijken, wanneer ze druk speurend langs de stam van een boom af hoppen, op zoek naar insecten.
De gewone boomkruiper (Certhia brachydactyla)
De boomkruiper is goed te herkennen aan zijn omlaag gebogen snavel, overwegend bruine kleur met witte buik
De gewone boomkruiper, of kortweg boomkruiper, is een kleine zangvogel van maximaal twaalf centimeter groot, die behoort tot de familie echte boomkruipers. De boomkruiper komt algemeen voor in Nederland. Naast de gewone boomkruiper komen er nog twee andere boomkruipers voor in Nederland, de kortsnavelboomkruiper en taigaboomkruiper. Deze zijn echter veel zeldzamer en komen meer geconcentreerd voor in Nederland.
De gewone boomkruiper is een klein blijvende soort met een overwegend bruinachtige kleur, een witte buik en een lichte wenkbrauwstreep. Ze hebben een kenmerkende, omlaag gebogen snavel waarmee ze insecten onder de bast van een boomstam vandaan krijgen. Ze hebben een relatief lange staart die ze gebruiken om evenwicht te houden wanneer ze over de boom hoppen en welke helpt bij het afzetten bij het vliegen.
Boomkruipers zijn echte standvogels, wat betekent dat ze het hele jaar door in ons land verblijven. Ze broeden met grote aantallen in ons land, maar ook in de meeste andere delen van Europa.
Voedsel en voortplanting
Boomkruipers danken hun naam aan de manier waarop ze naar voedsel zoeken. Wanneer ze opzoek gaan naar voedsel, landen ze onderaan de stam van een boom. Deze ‘kruipen’ ze spiraalsgewijs omhoog en zoeken dan driftig naar spinnen, insecten en insectenlarven die zich schuilhouden onder de bast van de boomstam.
In tegenstelling tot de boomklever, die ook voornamelijk op de stam van bomen leeft, kruipt de boomkruiper de stam enkel omhoog en niet omlaag. Wanneer de boomkruiper de bovenkant van de boomstam nadert, vliegt hij naar een andere boom in de buurt en land daar onderaan de stam, om vervolgens weer langzaam omhoog te kruipen, zoekend naar insecten onder de bast.
Boomkruipers zoeken op de stammen van oude bomen naar insecten
Voortplanting
In april, mei of juni worden de eieren gelegd door de boomkruipers. Soms vindt er later in het jaar nog een tweede legsel plaats. Er worden gemiddeld vijf tot zeven eieren per legsel gelegd. De eieren zijn wit van kleur met roze stippen, voornamelijk op het uiteinde van het ei. De eieren worden gelegd in een nest dat de vogels gemaakt hebben in boomholten, tussen stukken bast van de stam, of in speciaal gemaakte nestkasten. Als deze nestkasten op een juiste manier gemaakt en opgehangen worden, wordt hier door de kleine boomkruipers dankbaar gebruik van gemaakt. Verderop in deze blog vertellen we hoe je een perfecte nestkast maakt voor de boomkruipers in jouw tuin.
Nadat de eieren gelegd zijn, wordt er zo’n achttien dagen gebroed door het vrouwtje, voordat de eieren uitkomen. Drie weken lang worden de juveniele boomkruipers gevoed door de ouders. Hierna zijn ze klaar om het nest uit te vliegen. Na het uitvliegen keren de juvenielen nog een aantal keren ’s nachts naar het nest terug, om de nacht hier samen met de ouders door te brengen.
Nestkast boomkruiper
Boomkruipers stellen niet veel eisen aan de plek waar ze broeden. Zoals gezegd doen (nauwe) boomstamholtes en stukken los zittende bast dienst als nestlocaties. Daarnaast maken ze ook dankbaar gebruik van nestkasten. Maar als ze niet veel eisen stellen aan de nestplaats, waarom zouden we dan moeite doen om speciaal gemaakte nestkasten op te hangen, zou je denken? Een nestkast zorgt voor een duurzame plek om meerdere jaren te broeden en kan daarnaast meer bescherming bieden tegen predatoren (bijvoorbeeld marterachtigen en de grote bonte specht) dan een stukje los zittende bast. Het plaatsen van nestkasten kan dus bijdragen aan een hogere slagingskans van het groot brengen van de juveniele boomkruipers.
Predatoren zoals de grote bonte specht vormen een bedreiging voor de pasgeboren boomkruipers. Een nestkast kan bescherming bieden
Plaatsen nestkast
Als je hieronder de bouwtekening van de nestkast voor een boomkruiper ziet, zul je opmerken dat deze nestkast er anders uit ziet dan de meeste nestkasten. Dit heeft te maken met de levenswijze van deze kleine vogels. Omdat ze veel tijd op boomstammen doorbrengen, moeten we de nestkast, en de plaatsing daarvan, hier ook op aanpassen. Het is dus overbodig om te zeggen dat je de nestkast van een boomkruiper tegen een boomstam plaatst.
Kies een wat oudere, stevige en dikke boom uit. Ideaal is het als je op de boom al een keer een boomkruiper hebt zien kruipen, maar dit hoeft natuurlijk niet. Gezien de algemene verspreiding van de boomkruiper in Nederland heb je een goede kans dat er vanzelf een boomkruiper jouw nestkast vindt. Hang de kast stevig op en minstens twee meter boven de grond. Dit zorgt ervoor dat deze minder toegankelijk is voor bepaalde roofdieren, zoals katten. Zorg er tenslotte voor dat de opening (die bevindt zich aan de zijkant van de kast) makkelijk toegankelijk is vanaf de boomstam.
Hieronder vind je de gratis bouwtekening voor een nestkast voor de boomkruiper. Wij raden aan om als houtsoort beuken-, lariks- of eikenhout, van 15mm dik te gebruiken. Dit is hardhout wat erg duurzaam is en wat lokaal geproduceerd wordt. Watervast multiplex kan ook gebruikt worden. Let hierbij op het FSC-keurmerk, zodat je weet dat je hout koopt uit goed beheerde bossen. Onderaan de tekening staat een zaagschema. Als je hout haalt bij de bouwmarkt kan het zijn dat ze een zaagafdeling hebben. Hier kun je soms kosteloos je hout al in de juiste maten laten zagen. Neem je tekening dus mee als je naar de bouwmarkt gaat!
Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus geschikter om buiten te gebruiken. Bij de bouwmarkt kun je hout en schroeven halen voor je nestkast. Als je nog hout overhoudt, gooi dit dan niet weg! Dit kun je in de toekomst gebruiken om er een andere nestkast mee te maken. Heb je geen zin om zelf te gaan klussen maar wil je wel graag een nestkastje ophangen? Besteldan een kant-en-klare nestkast voor je tuin.
Bouwtekening nestkast boomkruiper
Veel gestelde vragen
Hoe krijg ik een boomkruiper in mijn tuin?
Boomkruipers zijn afhankelijk van bomen. Zorg er dus voor dat je meerder (half)volwassen bomen in je tuin hebt, die redelijk in de buurt van elkaar staan. Dit zorgt ervoor dat de boomkruiper voedsel kan vinden in je tuin, waardoor je tuin aantrekkelijk wordt als leefgebied.
Hoe maak ik een nestkast voor een boomkruiper?
Een nestkast voor een boomkruiper kun je maken van beuken-, lariks-. of eikenhout. Watervast multiplex is ook geschikt. Let op het FSC-keurmerk. De nestkast is ongeveer 36x14cm groot, met de invliegopening aan de zijkant. Zie de bouwtekening in dit artikel.
Hoe plaats ik een nestkast voor een boomkruiper?
Hang de nestkast op een rustige plek, tegen een oude stevige boom. Zorg dat de invliegopening vrij is, en de kast minimaal twee meter boven de grond hangt. Zorg dat er geen spechtenholen of -nestkasten in de buurt zijn.
De torenvalk is een van de meest herkenbare roofvogels van Nederland. Met zijn biddende vlucht boven weilanden en langs wegen is hij voor veel mensen een geliefde verschijning. Door veranderingen in het landschap en het verdwijnen van geschikte broedplekken, kan een nestkast voor de torenvalk een belangrij verschil maken.
In deze blog vind je de complete bouwtekening voor een nestkast voor torenvalk, inclusief de juiste afmetingen, materiaalkeuze en tips voor ophangen. Zo vergroot je de kans dat een torenvalkpaar jouw nestkast daadwerkelijk gaat gebruiken. Of je nu een grote tuin hebt, op het platteland woont of een ander perceel beschikbaar hebt: met de juiste nestkast help je deze prachtige vogel op een eenvoudige en efficiënte manier.
De torenvalk was lange tijd de meest voorkomende roofvogel in ons land, maar moet deze titel tegenwoordig laten aan de buizerd. Gelukkig is de soort op veel plekken in ons land wel nog aanwezig, maar cijfers van SOVON laten zien dat er een significante afname zichtbaar is vanaf 1990.
De torenvalk is een van de kleinere roofvogelsoorten in ons land
Kenmerken torenvalk
Het is een van de kleinere roofvogels van ons land, met een lichaamslengte van 30 tot 38 centimeter en een spanwijdte van 65 tot 80 centimeter. Het gewicht van volwassen dieren zit tussen de 200 gram (mannetjes) en 230 gram (vrouwtjes). Torenvalken zijn goed te herkennen aan de roodbruine rug die zowel mannetjes als vrouwtjes hebben en de lange staart. Het mannetje heeft een grijze kop en grijze staart. Vrouwtjes hebben een volledig roodbruine bovenkant en een sterk gebandeerde staart.
Het mannetje van de torenvalk heeft een opvallend blauwgrijze kop
Een van de opvallendste kenmerken van de torenvalk is het bidden, dat je ze vaak ziet doen langs de weg of boven een weiland of akker. Ze blijven dan stil op een plek in de lucht hangen en bewegen snel met de vleugels op en neer om te blijven hangen. Dit doen ze totdat ze de prooi (vaak een veldmuis) goed in beeld hebben, waarna ze zich neer storten op hun prooi.
Over het algemeen zijn torenvalken niet zo’n luidruchtige vogels, maar tijdens de balts/broedperiode en in de buurt is het kenmerkende geluid vaak te horen. In onderstaand geluidsfragment is de roep van de torenvalk te horen.
Roep torenvalk (Xeno canto -Stanislas Wroza)
Habitat en voedsel
Torenvalken leven in open en halfopen gebieden. Dit kan gaan om natuurgebieden of agrarisch gebied, of een afwisseling hiervan. Het belangrijkste is dat er voldoende woelmuizen in het gebied aanwezig zijn en ze mogelijkheden hebben om te broeden (in een solitaire boom of in een nestkast).
Het overgrote deel van het menu van torenvalken bestaat uit woelmuizen, zoals veldmuizen, rosse woelmuizen en Noordse woelmuizen. In slechte muizenjaren vangen ze soms ook andere prooien zoals grote insecten (kevers, e.d.) en zangvogels. Torenvalken vangen hun prooien altijd op de grond en niet in vlucht zoals hun boomvalken dat bijvoorbeeld wel doen.
Al biddend in de lucht jaagt de torenvalk op zijn favoriete prooi: woelmuizen (de Natuur van hier)
Broedgedrag
Torenvalken staan er niet om bekend zelf nesten te maken. Ze gebruiken oude kraaiennesten, broeden in nissen in gebouwen of maken gebruik van nestkasten. In het buitenland worden ook broedende torenvalken waargenomen op richels van rotsen.
Na één jaar zijn torenvalken al geslachtsrijp. Ze hebben vrijwel altijd één legsel per jaar, meestal in april of juni. Het legsel bestaat uit 4 tot 6 crèmekleurige eieren met rode spikkels. Na een maand broeden komen de eieren uit. De jongen torenvalkjes vliegen na ongeveer een maand uit en blijven dan nog een hele tijd in de buurt van de ouders.
Waarom een nestkast voor de torenvalk?
Er zijn een aantal redenen te bedenken waarom je een nestkast voor een torenvalk zou maken en ophangen. Allereerst is er de afname van natuurlijke broedplekken. Torenvalken maken gebruik van oude nesten van kraaiachtigen zoals de ekster. Deze soort neemt sinds 1990 ook significant af, waardoor er minder nesten worden gemaakt en dus ook minder nesten beschikbaar zijn voor torenvalken. Daarnaast worden oude gebouwen zoals kerken en dergelijke beter onderhouden, waardoor er minder kieren en nissen zijn om in te broeden.
Naast minder nestgelegenheid, kan de torenvalk in veel plekken in ons land ook steeds minder goed aan voedsel komen. Door intensief landgebruik zijn er steeds minder woelmuizen te vinden, waardoor het voor torenvalken lastiger is om jongen groot te krijgen. Vind de torenvalk dus een geschikte plek om te broeden, dan is het nog maar de vraag of ze voldoende voedsel kunnen vinden om de jongen groot te krijgen.
Het ophangen van nestkasten zorgt er in ieder geval voor dat ze weer geschikte broedplekken vinden. Daarbij is het wel belangrijk om te kijken naar de omgeving: is dit een geschikt leefgebied voor de torenvalk en kunnen ze er genoeg voedsel vinden? Als dit het geval is, dan help je de torenvalk enorm met het ophangen van een nestkast!
Bouwtekening nestkast torenvalk
Daarom bieden we gratis een bouwtekening aan voor het maken van een nestkast voor de torenvalk. Op deze bouwtekening vind je alles wat je nodig hebt: de afmetingen van de kast, het materiaal dat je het beste kunt gebruiken en een handig zaagschema!
Deze bouwtekening is ideaal voor als je handig bent en zelf graag aan de slag gaat. Heb je zelf geen goede zaag om het hout in de juiste afmetingen te zagen? Neem de tekening dan mee naar de bouwmarkt, vaak kunnen ze hier de planken al op maat zagen. Zo hoef je de kast thuis alleen nog maar in elkaar te zetten!
Bouwtekening nestkast torenvalk (de Natuur van hier)
Afmetingen nestkast torenvalk
Met deze bouwtekening maak je een nestkast voor een torenvalk met de buitenmaten: 500x350x365mm (LxBxH). Dit is de perfecte afmeting voor torenvalken om een legsel in te doen. De binnenmaten zijn 470x320x335mm (LxBxH). Deze maten zijn perfect voor een torenvalkpaartje met jongen: ze hebben zo voldoende ruimte, ook als de jongen wat groter worden. Maak je de kast kleiner, dan bestaat de kans dat er te weinig bodemruimte is als de jongen groter zijn (net voor het uitvliegen). Dit zou bij de jongen dieren tot overbodige stress kunnen leiden en in extreme gevallen zelfs tot sterfte.
De afmetingen zorgen ervoor dat de torenvalken de kast als veilig en comfortabel ervaren. Het zorgt daarnaast voor een geschikt microklimaat. Maak je de kast kleiner dan bestaat de kans dat het er te warm in wordt of dat het juist te veel tocht. Al met al zorgt de juiste afmeting van de nestkast ervoor dat het broedsucces van torenvalken hoger zal zijn en voorkomt het dat er onnodig jonge dieren uitvallen.
Het valt op dat de torenvalkkast een halfopen voorkant heeft, in plaats van een invliegopening zoals je vaak bij andere kasten ziet. Wat is hier de reden van? Torenvalken broeden van nature in open nissen en scheuren en openingen in oud gebouwen. Een halfopen nestkast bootst de natuurlijke situatie het meeste na. Vanuit een halfopen nestkast hebben torenvalken daarnaast goed zicht op de omgeving. Hierdoor kunnen ze eventuele gevaren goed overzien. Ook maakt de halfopen nestkast het voor de (relatief) grote vogels makkelijker om erin te vliegen. Tot slot zorgt het ervoor dat de kast minder snel wordt ingenomen door holenbroeders zoals kauwen.
Jonge torenvalkjes verkennen de omgeving vanuit de nestkast (de Natuur van hier)
Welk hout gebruik je?
Niet alle soorten hout zijn geschikt om een nestkast van te maken. Denk erom dat de nestkast dag in, dag uit buiten hangt. Het hout moet hier dus tegen bestand zijn. Daarnaast moet de kast stevig zijn en tegen een stootje kunnen, het hout moet dus voldoende dik zijn.
Gebruik dus een onbehandelde houtsoort die geschikt is om buiten te gebruiken. Voorbeelden zijn: lariks, douglas, eiken, beuken of watervast multiplex. Als minimale dikte raden we aan om minimaal 15 millimeter dik hout te gebruiken. Geïmpregneerd hout is ongeschikt, omdat het chemische stoffen kan bevatten die schadelijk zijn voor vogels, zeker in een afgesloten ruimte.
Kies bij voorkeur voor FSC-gecertificeerd hout. Zo weet je zeker dat het hout afkomstig is uit duurzaam beheerde bossen en draag je bij aan het behoud van natuur en biodiversiteit.
Om het dak extra te beschermen tegen regen kun je het afwerken met dakleer. Hoewel dakleer zwart is en warmte kan opnemen, levert dit bij correct gebruik geen problemen op. Zorg voor voldoende houtdikte, een klein dakoverstek en hang de nestkast niet pal op het zuiden. Zo blijft het microklimaat in de kast geschikt voor eieren en jongen. Werk de zijkanten niet af met dakleer, omdat het dan al gauw te warm wordt in de kast.
Gebruik tot slot RVS schroeven. Deze zijn geschikt voor buiten en roesten niet, wat zorgt voor een langere levensduur van je nestkast! Als bedding in de nestkast kun je houtsnippers of houtkrullen (vaak gratis verkrijgbaar bij een houtzagerij) gebruiken.
Een kant-en-klare nestkast
Heb je geen zin om zelf te klussen, maar wil je wel graag een nestkast voor de torenvalk ophangen? Bestel dan een kant-en-klare nestkast. Via deze link (Vivara) is een nestkast voor torenvalken te bestellen. Deze is gemaakt van FSC-hout en is goedgekeurd door de Vogelbescherming. Met je aankoop draag je ook nog eens bij aan verschillende groene projecten verspreid door heel Europa!
Nestkastcamera
Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan. Ze hebben verschillende types camera’s, wij gebruiken de Longe Range Camera, deze heeft een bereik tot 180 meter! Op onderstaande video zie je hoe een mannetje torenvalk (herkenbaar aan de grijze kop) de nestkast toont aan vrouwtje torenvalk (gefilmd met de Longe Range Camera).
Mannetje torenvalk toont de nestkast aan vrouw torenvalk (de Natuur van hier)
Het correct ophangen van een nestkast is minstens zo belangrijk als het bouwen ervan. Zelfs een perfect gemaakte nestkast wordt niet gebruikt als de locatie of plaatsing niet geschikt is voor de torenvalk.
Hoogte Hang de nestkast bij voorkeur op een hoogte van minimaal 4 meter. Op deze hoogte voelt de torenvalk zich veilig en heeft hij voldoende overzicht over zijn jachtgebied.
Richting Richt de open voorkant van de nestkast niet pal op het zuiden of westen. Zo voorkom je dat de kast te warm wordt door directe zoninstraling of dat regen en wind vrij naar binnen slaan. Een richting tussen noordoost en zuidoost is meestal het meest geschikt.
Vrije aanvliegroute Zorg voor een vrije aanvliegroute naar de nestkast. Torenvalken vliegen met snelheid de kast in en uit en hebben ruimte nodig om veilig te landen. Vermijd daarom takken, muren of andere obstakels direct voor de opening.
Geschikte plekken Torenvalken broeden graag op rustige plekken met uitzicht over open terrein. Geschikte locaties zijn onder andere: schuren en loodsen, hogen bomen in een open landschap of een paal in een open gebied met weilanden.
Wat kun je beter niet doen?
Hang de nestkast niet te laag
Plaats de kast niet midden in drukke tuinen of dicht bij menselijke activiteit
Vermijd locaties zonder vrij uitzicht
Hang de nestkast niet boven water
Controleer of de kast stevig en stabiel hangt, zodat hij niet kan schommelen
Wanneer de nestkast op de juiste plek hangt, is de kans groot dat een torenvalkpaar de kast binnen één of enkele seizoenen in gebruik neemt. Hang de nestkast bij voorkeur in het najaar of de winter op, zodat torenvalken de kast rustig kunnen verkennen vóór het broedseizoen.
Torenvalken bezoeken soms ook grote tuinen, mits de omstandigheden juist zijn (de Natuur van hier)
Onderhoud en controle van de nestkast
Een nestkast voor de torenvalk vraagt weinig onderhoud, maar het is verstandig om de kast één keer per jaar te controleren. Doe dit bij voorkeur in het najaar, wanneer het broedseizoen voorbij is.
Controleer of de nestkast nog stevig hangt, of het hout en dak in goede staat zijn en of er geen scherpe randen of losse schroeven aanwezig zijn. Eventuele prooiresten of overtollig materiaal kun je voorzichtig verwijderen, maar de kast hoeft niet volledig schoon te zijn. Torenvalken maken zelf geen nest.
Open of controleer de nestkast nooit tijdens het broedseizoen. Verstoring kan ertoe leiden dat de oudervogels het nest verlaten. Observeer daarom altijd op afstand.
Veelgestelde vragen over nestkasten voor torenvalken
Wanneer hang je een nestkast voor de torenvalk op?
Een nestkast kan het hele jaar door worden opgehangen, maar de beste periode is het najaar of de winter. Torenvalken kunnen de kast dan rustig verkennen vóór het broedseizoen dat in het voorjaar begint.
Hoe snel wordt een nestkast voor de torenvalk gebruikt?
Dat verschilt per locatie. Soms wordt een nestkast al in het eerste broedseizoen in gebruik genomen, maar het kan ook één of meerdere jaren duren. Een rustige plek met vrij uitzicht vergroot de kans aanzienlijk.
Kan een nestkast voor de torenvalk in een woonwijk hangen?
Dat kan, mits er voldoende open terrein in de omgeving is, zoals weilanden, akkers of ruigte. Torenvalken jagen vooral boven open landschap en vermijden drukke, bebouwde gebieden.
Mag ik in de nestkast kijken?
Kijk nooit in de nestkast tijdens het broedseizoen. Verstoring kan ertoe leiden dat de oudervogels het nest verlaten. Controleer de kast alleen buiten het broedseizoen en observeer torenvalken bij voorkeur op afstand. Wil je toch zien wat er in de nestkast gebeurt tijdens het broedseizoen? Plaats dan een nestkastcamera in de kast!
Wat als andere vogels de nestkast gebruiken?
Het komt voor dat bijvoorbeeld kauwen of duiven een kast gebruiken. Buiten het broedseizoen kun je beoordelen of de kast geschikt blijft voor torenvalken en eventueel maatregelen nemen.
Tot slot
Heb je zelf een nestkast gemaakt en hebben de torenvalken deze inmiddels ontdekt? Laat het ons weten door een comment achter te laten, of laat het ons weten via Instagram (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Wil je meer weten over vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en vlinders in Nederland? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische natuurtuin tips en winacties!
Een goed idee voor meer groen en een hogere biodiversiteit in je tuin, is het aanplanten van een haag. Een nog beter idee is het aanplanten van een gemengde haag (ook wel struweelhaag genoemd). Een gemengde haag bestaat uit meerdere soorten haagplanten, wat ervoor zorgt dat er meer dieren op af komen. Daarnaast bloeien de haagplanten op andere momenten, waardoor je dus langer een bloeiende tuin hebt. In deze blog lees je alles wat je moet weten om zelf een gemengde haag vol leven aan te planten.
Omslagfoto: vrouwtje zwartkop in een gemengde haag (de Natuur van hier)
Een gemengde haag is een schat aan biodiversiteit (Saxifraga – Hans Boll)
Doordat je in een gemengde haag verschillende soorten planten gebruikt, krijg je een veel uitgebreider element, wat veel meer soorten iets te bieden heeft. De verschillende soorten haagplanten hebben op verschillende momenten bloemen, zodat je haag langer interessant blijft voor bestuivers zoals bijen en zweefvliegen. Daarnaast zijn er soorten die bessen krijgen, welke vaak in trek zijn in vogels. Verschillende haagplanten, zoals hondsroos en meidoorn bijvoorbeeld, zijn een belangrijke waardplant voor veel nachtvlinders en sommige dagvlinders.
Tot slot heeft iedere haagplant zijn eigen groeistructuur. Sommige zijn heel dicht, andere wat meer open en weer andere hebben doorns. Voor veel vogelsoorten zoals huismus, geelgors, merel, zwartkop en winterkoning zijn heggen belangrijk om in te broeden. Door een aantal soorten planten met verschillende groeiwijzen te kiezen geef je meer vogelsoorten de kans een geschikte plek te vinden.
De beste tijd om een gemengde haag aan te planten is in het najaar, zo rond november. Meestal vanaf oktober zijn er planten als wortelgoed(planten die in de volle grond zijn gekweekt) verkrijgbaar. Deze planten zijn veel goedkoper dan de zogenaamde containerplanten(planten die in pot zijn gekweekt), maar worden alleen verkocht als de bodem vochtig genoeg is.
Omdat bij het oogsten van de planten in volle grond de wortels een stukje zijn afgesneden, kunnen deze alleen aangeplant worden in de natte maanden (grofweg van oktober t/m maart). Hierbij heeft aan de start van het seizoen (oktober/november) de voorkeur omdat de plant dan voldoende tijd heeft om zich ondergronds te vestigen/herstellen. In het voorjaar kan de plant dan de volle aandacht geven aan bovengrondse groei, waardoor ze een voorsprong hebben op planten die pas in het voorjaar worden aangeplant.
Bij droge voorjaren en/of zomers hebben planten die in het voorjaar worden aangeplant vaker en meer water nodig dan soorten die al in oktober of november zijn aangeplant. Dit scheelt dus geld én tijd.
Welke planten gebruik je in een gemengde haag?
Er zijn veel inheemse soorten die je in een gemengde haag kunt gebruiken. In eerste instantie denk je natuurlijk aan haagplanten, maar je kunt nog meer biodiversiteit creëren door ook andere planten zoals klimplanten, bodembedekkers en bloembollen.
Als de wilde roos niet jaarlijks gesnoeid wordt bloeit deze in de zomer met prachtige bloemen (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
Haagplanten
Inheemse haagplanten zijn soorten die hier van nature vrijuit groeien, meestal in de vorm van een struik (heester). Met weelderige uitlopers waarop bloemen of bessen komen die in trek zijn bij insecten en vogels. Door de haagplanten een keer per jaar te snoeien krijg je een dichte haag van verschillende soorten planten.
Rozensoorten zoals egelantier, hondsroos en viltroos zijn soorten die hier van nature voorkomen en zich prima lenen voor een gemengde haag. Ze krijgen prachtige bloemen en daarnaast ook nog eens rozenbottels. Ze zijn daarnaast ook nog eens waardplant van een tiental nachtvlinders.
Andere inheemse haagplanten die uitstekend zijn om te gebruiken zijn eenstijlige meidoorn, veldesdoorn, kardinaalsmuts, beuk en liguster. Andere soorten die nog gebruikt kunnen worden zijn hazelaar (hazelnootjes), gele kornoelje (prachtige gele bloemen in het vroege voorjaar), sleedoorn (eerste inheemse struik met bloemen), rode kornoelje (krijgt rode takken in de winter), wilde liguster (bessen, vooral geliefd bij lijsters), Gelderse roos (zowel bloemen als bessen) of geoorde wilg (vroeg in het jaar belangrijke nectar voor o.a. bijen)
Zoals je ziet heeft iedere soort zijn eigen eigenschappen, dus denk goed na over welke soorten je wil en wat ze bieden. Probeer een zo lang mogelijke bloemen- en bessenboog te creëren. Op onderstaande afbeelding zie je hoe je dit gemakkelijk in beeld kunt brengen.
Een overzicht van het aanbod van bloemen en bessen voor vogels en insecten (De natuur van hier)
Klimplanten
Naast haagplanten kun je ook een aantal klimplanten in je haag gebruiken. Let er daarbij wel op dat klimplanten gaan slingeren en in andere haagplanten gaan groeien. Je krijgt hierdoor een stuk weelderige haag, dus je haag heeft wat meer ruimte nodig (of je dient die stukken wat vaker te snoeien). De toevoeging van inheemse klimplanten in een haag zijn echter wel fantastisch. Wilde kamperfoelie en clematis krijgen namelijk in veelvoud prachtige bloemen. De bloemen van de kamperfoelie geuren daarnaast ook nog een ’s avonds en trekken van heinde en verre nachtvlinders aan. Een andere inheemse klimplant die je kunt gebruiken is hop, met z’n prachtige hopbellen.
Daarnaast kun je aan de voet van de haag ook nog wat meer biodiversiteit creëren. Door hier een aantal bodembedekkers en/of bloembollen te planten creëer je ook vlak bij de grond nog aanbod van nectar voor bijen, vlinders, zweefvliegen en andere insecten.
Voorbeelden van goede bodembedekkers om te gebruiken aan de haagvoet zijn driekleurig viooltje, kruipend zenegroen en bosanemoon. Naast bodembedekkers zijn bloembollen ook uitstekend te gebruiken bij de voet van de haag. Vooral in het vroege voorjaar kunnen verwilderingsbollen zoals krokussen, sneeuwklokjes en blauwe druifjes een zeer belangrijke nectarbron zijn voor vroeg vliegende bijen en hommels.
Wil je een meer natuurlijke rand langs de haag, dan kun je deze als kruidenrijke graslandrand gaan beheren, of inzaaien met een inheems mengsel als er nog geen gras langs de haag groeit. Cruydt Hoeck heeft een uitgebreid assortiment van mengsels, voor allerlei verschillende bodemtypes en omstandigheden.
Als je de rand op natuurlijke wijze wil creëren, dan moet je deze ongeveer twee keer per jaar maaien en het maaisel afvoeren. Maai vlak voordat er veel gras in bloei komt in het voorjaar. Na verloop van tijd zullen van nature voorkomende soorten kruiden zoals duizendblad, paardenbloem, boterbloem en andere soorten (afhankelijk van bodemtype) zich vestigen. De perfecte situatie om biodiversiteit te creëren.
Een kruidenrijke graslandrand naast een gemengde haag zorgt voor maximale biodiversiteit. Deze nectarrijke plek in de luwte van de haag is ideaal voor vlinders, bijen, zweefvliegen en vele andere insecten (de Natuur van hier)
Stappenplan voor aanplant
Om te zorgen voor een goede start van je gemengde haag is het belangrijk om aan een aantal dingen te denken bij de aanplant. Door de volgende zaken in acht te nemen krijg je op termijn een sterke, goed vertakte en brede haag, die een perfect onderkomen biedt aan veel diersoorten.
Maak tijdens de aanplant voldoende grote plantgaten, of graaf een plantsleuf. Als je een extra brede haag wil, zet de planten dan in zigzagverband. Plant ongeveer 4 haagplanten per strekkende meter. Mocht je op een zeer arme en/of niet goed doorlatende grond werken, dan moet je wellicht kiezen om de grond te verbeteren. Zo zorg je ervoor dat de haag voldoende voeding heeft en een goede wortelbare grond heeft.
Water en bescherming
Zorg voor voldoende water tijdens en na de aanplant. Tijdens de aanplant kun je de wortels van de planten een tijdje onderdompelen in een emmer water. Houdt de haag goed in de gaten in de eerste maanden (en in extreem droge perioden langer) en zorg dat de planten voldoende water krijgen, zodat ze niet uitdrogen en dood gaan. Knip bij de aanplant de hoogste tak op ongeveer 1/3e af. Hierdoor vertakt de haag op de plek waar je de tak afknipt en krijg je op termijn een dichtere haag
Als je een gemengde haag aanplant in de openbare ruimte (bijvoorbeeld grenzend aan een akker, grasland of berm), dan is het wijs om herkenningspalen bij de haag te planten. Vooral bij bermen en graslanden wordt vaak gemaaid met grote machines, die gemakkelijk de jonge haagplanten over het hoofd zien. Door er paaltjes bij te zetten die opvallen, voorkom je dat de nieuw aangeplante haagplanten per ongeluk klein worden gemaaid.
Extra elementen
Door een aantal extra maatregelen te treffen, zal er in en rondom de haag nog meer biodiversiteit te vinden zijn. Zo kun je in de haag of aan de haag vast een takkenril maken. Een takkenril biedt dieren zoals muizen (voedsel voor o.a. torenvalk en steenuil) een uitstekend leefgebied. Verder ook voor overwinterende amfibieën zoals kikkers en salamanders en broedende vogels zoals de winterkoning.
Ook egels gebruiken een haag veelvuldig. Aan de voet kun je een egelhuis plaatsen, zodat ze een plek hebben om te schuilen en overwinteren. Naast egels zijn er nog meer zoogdieren die graag gebruiken maken van lijnvormige elementen zoals gemengde hagen in het landschap. Afhankelijk van in welk gebied je haag staat kan het zomaar zijn dat er eens een vos, das of zelfs een wilde kat langs de haag passeert. Plaats een wildcamera langs de haag, of een nestkastcamera in het egelhuis om alles te kunnen volgen.
Egels leven graag in en langs een rommellige gemengde haag
Onderhoud en snoei van een gemengde haag
Een gemengde haag heeft vroeg of laat een keer onderhoud nodig. Hoe vaak je snoeit is een persoonlijke keuze, maar snoei in ieder gevel nooit in het broedseizoen: 15 maart tot 15 juli. Maar let ook na het broedseizoen op aanwezige nesten in de haag. Veel vogels broeden weliswaar in het broedseizoen, maar ook buiten het broedseizoen zijn er nog talloze soorten die broeden.
In principe is 1x per jaar de haag snoeien voldoende. Je kunt er dan bij kiezen om een deel (bijvoorbeeld 10-20%) een jaar niet te snoeien, zodat deze struiken in bloei kunnen komen. Wissel ieder jaar dit deel af, zodat iedere keer andere struiken uit kunnen groeien.
Veel gestelde vragen
Waar is een gemengde haag goed voor?
Een gemengde haag zorgt voor een grote biodiversiteit. Doordat er verschillende soorten struiken in de haag worden gebruikt, zijn er diverse soorten bloemen en bessen te vinden voor insecten en vogels. De dichte structuur zorgt ervoor dat vogels erin kunnen broeden, kleine zoogdieren erin kunnen schuilen en amfibieën erin kunnen overwinteren.
Wanneer kan ik het beste een gemengde haag planten?
De beste tijd om een haag te planten is in het najaar, vanaf eind oktober (een beetje afhankelijk van het weer). De grond is dan vochtig genoeg en de struiken hebben dan nog voldoende tijd om het wortelstel te herstellen voordat het voorjaar begint.
Hoe kan ik het beste een gemengde haag planten?
Voor een gemengde haag kun je het beste 4 planten per strekkende meter gebruiken. Als je een bredere haag wil kun je de planten in zigzagverband planten. Zorg voor voldoende grote plantgaten of graaf een sleuf. Zorg voor een goed doorlaatbare en structuurrijke grond.
Welke planten kan ik gebruiken voor een gemengde haag?
Hoe meer soorten struiken er in een gemengde haag staan, hoe beter. Gebruik meidoorn, veldesdoorn, karinaaldsmuts, egelantier, hondsroos, hazelaar, liguster, sleedoorn en nog andere soorten. Lees alle soorten boven in deze blog.
Welke dieren maken gebruik van een gemengde haag?
Veel diersoorten maken gebruik van een wilde haag. Ze komen af op de nectar in de bloemen, op de bessen of noten, of zoek er dekking, broeden er of maak er een nestjes. Vlinders, bijen, zweefvliegen en andere insecten, vogels, zoogdieren, reptielen en amfibieën maken allemaal gebruik van gemengde hagen.
Dit waren al onze tips en informatie die je moet weten over het aanplanten van een gemengde haag? Heb jij zelf ook een gemengde haag aangeplant? Laat het ons weten in de comments of tag ons op social media: @denatuurvanhier.
Wil je meer tips voor een natuurrijke tuin. inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deze tweede blog over onze natuurtuin vertellen we je hoe we flink wat planten hebben gezet, welke bijzondere bezoekers we hebben gehad en wat de resultaten zijn tot nu toe.
01 december , 2022
De opstartfase
In de eerste blog hebben we de startsituatie van de tuin besproken. We hebben in die eerste paar weken maar een paar kleine wijzigingen aangebracht, zoals vogelvoer en nestgelegenheden aangeboden. Na drie weken stond de teller op zo’n 22 soorten die we in en rondom de tuin hadden waargenomen. Nu, drie maanden later, zijn we al vele ontwikkelingen verder en soorten rijker.
Dauw in de vroege ochtend (De natuur van hier – Sandra Krol)
Eerste soorten in het najaar
Eind september waren de walnoten van onze twee walnootbomen rijp en vielen massaal van de bomen af. Na zelf een groot deel geraapt te hebben, bleven er nog voldoende liggen in het gras. Het duurde niet lang totdat de kraaiachtigen de resterende noten ontdekt hadden. Onze tuin werd druk bezocht door kauwen, zwarte kraaien, eksters en roeken die een noot wisten te bemachtigen en deze elders open gingen kraken. Hiervoor zochten ze een harde ondergrond, deze vonden ze in de doorgaande weg waar ons huis aan staat. Met allerlei trucs en capriolen lieten ze de noot zo hard mogelijk op de weg vallen totdat deze open spleet.
In het najaar werd het naastgelegen weiland opnieuw ingezaaid en dit zorgde voor de komst van een nieuwe buurman. Sinds die tijd is er een buizerd, met een overwegend wit verenkleed, dagelijks te gast op het weiland om tussen het gekiemde gras te jagen op wormen en kevers. Dit doet hij door op een komisch uitziende wijze kleine stukjes door het weiland te sprinten, op jacht naar zijn prooi.
November was de maand dat de bessen aan de taxus hingen. En hoewel deze voor mens en (de meeste) dieren giftig zijn, komen sommige vogels er juist op af. Dit komt omdat vogels de bessen eten en de zaden weer onverteerd uitpoepen. Hierdoor blijft het gif binnen de zaadhuls zitten en kan de vogel dus ongestoord van de sappige bes genieten. Vooral lijstersoorten als de merel en de zanglijster zijn gek op deze besjes. We hebben een zanglijster in en uit de taxus zien vliegen, maar helaas zijn er nog geen merels op af gekomen.
De zanglijster is een terugkerende gast in onze natuurtuin
Stappen op weg naar een natuurtuin
Ondanks deze soorten is er toch nog voldoende ruimte voor verbetering. Eén van de belangrijkste zaken was om meer groen in de tuin aan te brengen. Dat hebben we de afgelopen maanden dus ook gedaan.
Meer groen!
Na een aantal weken zijn we gestart met het afrasteren van het perceel en deze gedeeltelijk te beplanten met een gemengde haag. We hebben in de afrastering enkele openingen gemaakt zodat (kleine) zoogdieren gemakkelijk in en uit de tuin kunnen. Na een tweetal weken lijkt hier al een wissel te ontstaan, die door allerlei dieren gebruikt kan worden.
Gemengde haag
De gemengde haag bestaat uit vijf inheemse haagplanten, drie klimplanten en vier bolsoorten. Vaak worden hagen aangeplant met uitsluitend haagplanten, maar door het gebruik van ook andere soorten flora kun je de biodiversiteit in je tuin een enorme boost geven.
Als haagplanten hebben we beuk, wilde roos, veldesdoorn, wilde kardinaalsmuts en meidoorn gebruikt. De drie klimplanten die we toegepast hebben zijn wilde kamperfoelie, hop en bosrank. Als ondergroei kozen we voor verwilderende bloembollen; blauwe druifjes, blauwe anemonen, krokussen en echte trommelstokken (sieruien).In deze blog vertellen we wat meer over deze soorten en geven we handige tips bij de aanplant van een gemengde haag.
Daarnaast hebben we er voor gekozen om in de verste hoek van de tuin een struweel aan te planten van zo’n 70m2. In dit struweel hebben we hoofdzakelijk inheemse heesters aangeplant die daar de ruimte krijgen om te groeien en waar we geen snoeiwerkzaamheden zullen uitvoeren. Het idee is dat dit struweel het hele jaar door een rustige plek is voor dieren, waar ze voedsel en schuilmogelijkheden kunnen vinden. Doordat we een grote verscheidenheid aan soorten aanplanten en geen snoei toe passen, zorgen we ervoor dat in het struweel een groot deel van het jaar heesters in bloei staan. Dit maakt het gedurende bijna het hele jaar interessant voor bijen en andere insecten. In onderstaande tabel zie je welke soorten we gebruikt hebben voor onze struweel.
Aanplant van het struweel met hoofdzakelijk inheemse soorten (Natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Tevens hebben we verspreid in de tuin kleine groepjes met heesters en een paar jonge bomen aangeplant. De bomen; een winterlinde en een zomereik zijn onze toekomstbomen. Op ons perceel staan nu enkele volwassen bomen, maar het kan zijn dat deze ooit ziek worden of dood gaan. De jonge bomen moeten tegen de tijd de functie van de huidige volwassen bomen overnemen. De kleine groepen heesters moeten ervoor zorgen dat het voor dieren gemakkelijker wordt om zich veilig door de tuin te verplaatsen. Ze doen dus dienst als een soort stapstenen.
Aangeplante soorten (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Knotwilgen en verschralen
Naast het aanplanten van een gemengde haag, een struweel en enkele groepjes heesters, was er nog één ding die niet in het landschap mocht ontbreken. Achter in de tuin hebben we drie jonge knotwilgen aangeplant. Knotwilgen zijn inheems en zorgen ervoor dat de natuurtuin perfect aansluit aan het omliggende landschap.
Volwassen knotwilgen zijn enorm goed voor de biodiversiteit en prachtig om te zien. Het snoeiafval wat vrij komt bij het knotten gaan we gebruiken om een takkenwal van te maken. Deze zijn ontzettend waardevol voor allerlei insecten, vogels en zoogdieren. Zodra we hier aan toekomen, zullen we dit uiteraard in deze serie vermelden.
De steenuil nestelt graag in oude knotwilgen. Lukt het ons deze bijzondere soort naar onze tuin te lokken?
Dan hebben we nog het grasland waar we iets mee moeten. We hebben het dit seizoen laten groeien, waardoor het gras nu vrij hoog staat. We hebben besloten het gras jaarlijks twee keer te gaan maaien en het maaisel af te voeren om zo een verschralingsbeheer toe te passen. Jaarlijks gaan we monitoren welke nieuwe soorten er bij komen en zo hopen we op termijn een goed ontwikkeld kruidenrijk grasland te ontwikkelen.
We zijn nu precies vier maanden onderweg en hebben al vele soorten in onze tuin waargenomen. Dit is terug te zien in het soortenoverzicht. In totaal zitten we nu op 107 soorten, waarvan er 97 in de tuin zijn geweest en 10 soorten alleen nog maar rondom de tuin. Enkele leuke soorten die we voor het eerst waargenomen hebben in en rondom de tuin zijn; fazant, zwarte roodstaart en groene specht.
We verwachten dat deze soorten de komende kwartalen blijven toenemen, onder andere door de getroffen maatregelen. We zullen over circa drie maanden weer met een update komen.
Disclaimer: in deze terugkerende blog spreken we over een natuurtuin. Echter is dit niet een standaard tuin waar de meest mensen aan denken bij het woord tuin. Het grootste deel van het perceel wordt aangeplant met uitsluitend inheemse soorten, die terugkeren in het omliggende landschap. Hier laten we de natuur vervolgens zoveel mogelijk haar gang gaan.
Soortenoverzicht natuurtuin 1-12-2022 (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deze eerste blog lees je het startpunt, de eerste stappen naar meer biodiversiteit en wat er de komende tijd op de planning staat om de tuin steeds meer om te toveren naar de natuurtuin die we voor ogen hebben.
21 augustus, 2022
Startsituatie
Zoals gezegd betreft het een perceel van ongeveer 3500m2 groot. Het bestaat voornamelijk uit gras (gedeeltelijk hoger gras) en een paar (half)volwassen bomen. Twee notenbomen, één ruwe berk, één taxus, één Californische cypres en één kersenboom. De volwassen bomen zijn natuurlijk een must in een natuurtuin, maar verder valt er nog genoeg te verbeteren.
Startpunt van de tuin. Eén van de twee notenbomen is zichtbaar en verder voornamelijk grasland. Aansluitend diverse weilanden (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Rondom de natuurtuin
Rondom het perceel liggen enkele interessante landschapselementen. Deze kunnen het aantrekken van nieuwe soorten versnellen en de potentie van het aantal soorten vergroten. Allereerst ligt het perceel dicht bij de maas, één van de grote rivieren van Nederland. Dit zou wellicht interessant kunnen zijn voor watervogels en trekvogels in de omliggende graslanden.
Daarnaast ligt binnen een straal van 200 meter een kasteel. Op het perceel van het kasteel staan ook veel volwassen bomen en is er een grote vijver terug te vinden. Dit biedt kansen voor amfibieën en libellen, daar zij niet zo’n grote actieradius hebben en de vijver dus binnen 200 meter van ons perceel ligt. De overbuurman heeft een lange struweel met inheemse soorten langs het perceel. Hier hebben we vrijwel meteen een familie mussen in gespot. Verder biedt dit ook een uitstekende route voor kleine zoogdieren. Langs de weg waar het perceel aan ligt, staat een lange populieren rij, wat navigatie biedt aan vleermuizen.
Als laatste grenst het perceel aan een aantal weilanden, waar in sommige weilanden koeien lopen en sommige alleen gebruikt worden om gras te oogsten. Deze weilanden lijken enigszins geschikt te zijn voor trekvogels als rustplaats.
Waargenomen soorten in eerste twee weken
In de eerste twee weken dat we de sleutel hadden hebben we geen verbeteringen aangebracht in het kader van het verhogen van de biodiversiteit. Hier hadden we het enerzijds veel te druk voor, maar gaf het ons anderzijds de mogelijkheid te zien wat er op het moment aanwezig is op het perceel. Ondanks dat we wisten dat er weinig groen te vinden was, viel het alsnog een beetje tegen.
Een van de soorten die er in de zomer steevast lijken te zitten zijn de boerenzwaluwen. In een grote groep vliegen ze constant over en weer over de omliggende weilanden en over ons stuk grasland, op jacht naar insecten. Tegen de avond zien we ze vaak op de weide paaltjes zitten. Twee eksters bezoeken ons perceel regelmatig. Druk pratend met elkaar vliegen ze van boom naar boom, om vervolgens weer naar een verderop gelegen perceel te verhuizen. Zoals gezegd is de tot nu toe aangetroffen soortenlijst nog erg karig. Geen mezen, mussen of merels zijn nog in de tuin te ontdekken. Hier ligt voor ons dus nog een leuke uitdaging.
De tuin wordt ook regelmatig bezocht door een aantal houtduiven, maar deze verblijven over het algemeen in de omliggende weilanden. De meest bijzondere waarneming tot noch toe was toch wel het boomkruipertje, dat zich op kenmerkende wijze verticaal over de stam van een boom bewoog. Helaas is het tot nu toe bij die ene waarneming gebleven. Wellicht dat we in de toekomst een nestkast maken en deze ophangen in de kersenboom.
Een boomkruiper die op kenmerkende wijze tegen de stam kruipt
En verder
Naast vogels hebben we ook een enkele keer een zoogdier gezien. Op een ochtend lag er een haas in het grasland en ’s avonds zien we de vleermuizen (soort nog nader te bepalen) langs de gevels vliegen. Met onze wildcamera hebben we één keer keer een egel vastgelegd. Daarnaast hebben we nog een dode mol gevonden en een afgebeten hoofd van waarschijnlijk een rat. Als laatste kunnen we nog vermelden dat we op diverse plekken uitwerpselen hebben gevonden, vermoedelijk van een marterachtige. Met behulp van de wildcamera hopen we hier in de toekomst meer duidelijkheid over te kunnen verschaffen.
Dan zijn er nog enkele soorten die zich rondom de tuin ophouden, maar die we nog niet daadwerkelijk in onze tuin hebben gezien.
Een waterschaal en vogelvoer opgehangen dichtbij het huis (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Zo foerageren er dagelijks aan het einde van de middag twee zwarte kraaien door het aangrenzende weiland. Daarnaast hebben we al meerdere keren een buizerd gehoord, die zich kennelijk ergens in de omgeving ophoudt.
Zoals eerder genoemd woont er bij de overbuurman in het perceel een familie mussen, die op rustige tijden nog wel eens de weg over willen steken en zich dan bijna op ons perceel bevinden.
Als laatste hebben we nog de ganzen die tegen de avond over komen vliegen, in de klassieke v-vorm formatie, en landen in een aangrenzend weiland. Hier hebben we grauwe, brand-, riet- en nijlganzen tussen kunnen ontdekken.
De eerste maatregelen getroffen
Na ruim twee weken niets gedaan te hebben aan het perceel hebben we een goede indruk gekregen van wat er zich nu op het perceel bevindt. Hoogste tijd om wat veranderingen aan te brengen. We hebben op diverse plekken vogelvoer aangeboden (verschillende varianten; strooivoer, pindakaaspotjes), een waterschaal en op diverse plekken nestkasten opgehangen.
Verder hebben we nog op enkele zonnige plaatsen een aantal insectenhotels opgehangen.
Vervolgstappen op weg naar een natuurtuin
De komende tijd willen we op diverse plekken wat groen gaan planten, aangezien er nog weinig van het vogelvoer gegeten wordt. We vermoeden dat kleine tuinvogels zoals mezen en kwikstaarten nog wat te weinig beschutting vinden om hier veilig het voer te kunnen eten. Hiervoor gaan we wat heesters en een meerstammige boom aanplanten en kleden we dit verder aan met bloeiende vaste planten om ook meer insecten te lokken.
Een van de eerste nestkastjes in de tuin (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Verder is het de bedoeling om in het najaar afrastering te plaatsen en daar tegenaan een gemengde haag te planten. Deze zal bestaan uit uitsluitend inheemse haag-, struweel- en klimplanten zoals; meidoorn, veldesdoorn, vlier, kamperfoelie en hop.
Ook willen we een kleine amfibieënpoel aanleggen (lees hier hoe je zelf een poel aan kunt leggen), wat tevens dienst kan doen als drinkplaats voor vogels en kleine zoogdieren. Daar zullen waarschijnlijk ook juffers en libellen op af komen en zal de soortenrijkdom onder de insecten ook toenemen.
Disclaimer: in deze terugkerende blog spreken we over een natuurtuin. Echter is dit niet een standaard tuin waar de meest mensen aan denken bij het woord tuin. Het grootste deel van het perceel wordt aangeplant met uitsluitend inheemse soorten, die terugkeren in het omliggende landschap. Hier laten we de natuur vervolgens zoveel mogelijk haar gang gaan.