Nestkast voor vogels ophangen? Dan ben je goed bezig voor de vogels en de natuur! Een goed geplaatste nestkast geeft vogels een veilige plek om te broeden en de jongen te laten opgroeien. Maar waar hang je de kast eigenlijk op? Hoe hoog moet hij en waar moet je verder nog meer op letten? In deze blog geven we je praktische tips om de nestkast op een juiste manier op te hangen.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Als eerste is het belangrijk om na te gaan welke vogels er bij jou in de buurt voorkomen. Het is natuurlijk jammer om een nestkast op te hangen voor een vogelsoort die helemaal niet bij jou in de buurt leeft. Het hangt van je omgeving af welke vogelsoorten daar voorkomen. In stedelijk gebied komen andere soorten voor dan in het buitengebied, bos- of duingebied.
Daarnaast hangt het ook van de vogelsoort af welke nestkast je kunt gebruiken. Voor de ene vogelsoort is een kleine invliegopening goed, maar grotere vogels hebben een grotere of andere invliegopening nodig.
Wanneer er jongen in de nestkast zitten, is het voor de ouders een drukke periode om hun kroost van genoeg voedsel te voorzien
Vaak wordt gedacht aan de meest algemene soorten, zoals de pimpelmees en koolmees, maar er zijn ook nestkasten voor soorten die over het algemeen minder vaak voorkomen in de Nederlandse tuinen, zoals spreeuwen of roofvogels. Vogels in het algemeen hebben steeds minder leefgebied door verstedelijking en de intensieve landbouw. Dat geldt ook voor roofvogels. Zij broeden vaak in oude gebouwen, dode bomen en ruïnes en die zijn er in Nederland steeds minder. Heb je het geluk om in het leefgebied van een roofvogel te wonen? Dan kun je eens onderzoeken of je nestgelegenheid voor hen kunt creëren. Dit is niet voor iedere omgeving en tuin weggelegd.
Spreeuwen zijn mooie vogels, met hun gespikkelde en zwart-paarse verenkleed. Ze komen echter niet in elke tuin voor
Nestkast kopen of zelf maken?
Je kunt ervoor kiezen om een nestkast te kopen, bijvoorbeeld bij Vivara Natuurproducten. Duurzame nestkasten gaan langer mee en zijn gemaakt van materiaal dat veilig is voor vogels.
Heb je zin om zelf aan de slag te gaan? Kijk dan eens bij onze bouwtekeningen of daar een nestkast tussen zit die bij de vogels in jouw buurt past. Kies bij het zelf maken van een nestkast voor FSC-hout, zodat je zeker weet dat het hout een goede afkomst heeft en veilig te gebruiken is.
Hieronder volgen de tips waar je op moet letten wanneer je de nestkast wil ophangen. Het gaat er niet zozeer om hoe de nestkast eruit ziet, maar wel om waar en hoe hij hangt.
Kies voor een rustige plek, waar de vogels ongestoord kunnen in- en uitvliegen.
Hang de nestkast minimaal 2 meter hoog, zodat katten en andere roofdieren er minder makkelijk bij kunnen. Nestkasten voor bijvoorbeeld zwaluwen en uilen moeten veel hoger hangen. Let er ook op dat er onder en rondom geen objecten staan waar roofdieren gebruik van kunnen maken als opstapje, zoals muurtjes, ladders, kastjes enzovoorts.
Je kunt de nestkast het beste in het najaar ophangen, zodat de vogels eraan kunnen wennen en het in het najaar en de winter ook als slaapplek kunnen gebruiken.
Beschutting van groen rondom de nestkast is goed, voor zowel voedsel- en schuilmogelijkheden als voor de uitvliegende jongen om de stap naar de buitenwereld te zetten.
Hang de nestkast niet in de volle zon op. De temperatuur stijgt dan flink en daardoor kunnen de jongen doodgaan.
Ook beschutting van wind en regen is belangrijk. Je kunt de invliegopening het beste op het noordoosten richten, omdat de wind vaak uit het zuidwesten komt. Op die manier hebben de jongen minder last van wind in de nestkast.
Een vrije en veilige aanvliegroute voor de ouders is belangrijk, zodat ze de jongen goed kunnen bereiken. Let erop dat er geen takjes in de weg zitten. Dit is ook belangrijk voor wanneer de jongen uitvliegen.
Uiteraard is het van groot belang dat er geen katten of andere roofdieren als marters bij de nestkast kunnen komen. Je kunt bijvoorbeeld gaas om de boom plaatsen of speciale haken om de stam plaatsen. Er zijn ook speciale invliegplaatjes die de invliegopening beschermen, zodat katten bijvoorbeeld deze niet open kunnen krabben. Ook zijn er invliegbeveiligingen te koop.
Je kunt ook kiezen voor nestkasten gemaakt van houtbeton. Deze zijn speciaal ontwikkeld om te beschermen tegen roofdieren. Ook de invliegopening is zo gemaakt dat deze extra veiligheid biedt.
Het is belangrijk om de nestkast stevig op te hangen, zodat hij tijdens weer en wind niet gaat slingeren of naar beneden valt.
Nestkasten voor koloniebroeders, zoals mussen of zwaluwen, kunnen op ongeveer drie meter van elkaar hangen. Voor mussen zijn ook speciale mussenhotels te koop.
Nestkasten voor andere vogels van dezelfde soort moeten op ongeveer 10 tot 15 meter van elkaar af hangen, omdat ze allemaal hun eigen territorium hebben.
Heb je ook ergens in je tuin een voederhuis voor vogels? Let er dan op dat de nestkasten hier niet te dichtbij hangen, dat zorgt voor te veel onrust en mogelijke gevaren.
Deze koolmeesjongen zijn al bijna zover om uit te kunnen vliegen
Waar je verder nog aan kunt denken
Tijdens het broedseizoen liggen er vele gevaren op de loer voor de vogels. Soms zijn dit factoren waar je zelf iets aan kunt doen, maar soms ook niet. Als je de eigenaar bent van een kat, kun je deze tijdens het broedseizoen (of langer…) binnen houden. Katten verstoren met alleen al hun aanwezigheid de nesten, omdat het de ouders kan afschrikken om naar hun jongen te gaan. En er worden jaarlijks ontzettend veel vogels door katten gegrepen.
Daarnaast zijn (chemische) bestrijdingsmiddelen een groot gevaar. Deze hebben invloed op het voedselaanbod voor vogels. Er zijn steeds minder insecten en daardoor is er dus minder voedsel voor de ouders en jongen te vinden. Ook kan het voedsel van de vogels vergiftigd zijn, waardoor de dieren het gif ook zelf binnenkrijgen. Kies er daarom voor om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en bied, als je voederplekken hebt, biologisch vogelvoer aan. Heb je koolmezen in de tuin? Kijk dan op Meet de Mees of je mee kunt doen met het onderzoek van Hogelschool Leiden naar de link tussen bestrijdingsmiddelen en broedsucces.
Wil je nog een extra stap zetten om de vogels te helpen tijdens het broeden en nestelen? Dan kun je ervoor zorgen dat er voldoende nestmateriaal aanwezig is in je tuin. Laat kleine takjes liggen en hark wat mos een beetje los. Je kunt ook zorgen voor ander biologisch en gifvrij (!) nestmateriaal, zoals hooi en wol. Je kunt dit ook in vetbollenhouders stoppen, zodat de vogels dat eruit kunnen plukken. Bij Vivara kun je nestmateriaal en speciale houders kopen. Zorg daarnaast voor een groene tuin, waar genoeg insecten te vinden zijn. Kies ook daarbij altijd voor biologische planten die vrij zijn van gif en daardoor niet schadelijk voor insecten (en daardoor ook vogels). Zowel Vivara Natuurproducten en Sprinklr hebben een breed assortiment aan biologisch gekweekte planten.
Vogels hebben klein materiaal uit je tuin nodig voor het maken van een nestje, of dat nu in een nestkast of in een struik of boom is
Nestkast schoonmaken
Naast een veilige en stabiele plek voor de nestkast, is het ook belangrijk dat je de nestkast jaarlijks schoonmaakt. Dit doe je als volgt. Aan het einde van het broedseizoen, als je echt zeker weet dat de vogels zijn uitgevlogen en de nestkast verlaten is, haal je het nestje uit de kast. Trek hiervoor handschoenen aan, want de nestjes zitten vaak vol met parasieten, luizen en vlooien. Daarna veeg je de nestkast uit en spoel je de nestkast met kokend water. Gebruik geen zeep of andere schoonmaakmiddelen, dit is niet goed voor de vogels. Soms kun je ook het beste een mondmasker dragen, omdat er nogal wat stof kan vrijkomen uit de nestjes. Hang na het schoonmaken de kast weer terug, zodat deze als slaap- en schuilplek gebruikt kan worden.
Nestkast met kleine of grote invliegopening
Tot slot is het nog van belang dat je let op de verschillende invliegopening. Voor de ene vogelsoort is deze kleiner of groter dan de ander. Hieronder vind je een overzicht hoe groot de invliegopening per vogelsoort bij benadering moet zijn. Kies ervoor om nestkasten met zowel kleine als grotere invliegopeningen te kiezen, bijvoorbeeld voor zowel pimpelmees als koolmees. Zo maakt ook de vogel die een kleinere invliegopening nodig heeft kans om een nest te maken.
Kleine mezen, zoals pimpelmees en zwarte mees: 28 mm
Vogels van verschillende soorten hebben vaak ook verschillende invliegopeningen of modellen van nestkasten nodig. Deze gekraagde roodstaart heeft iets anders nodig dan bijvoorbeeld een pimpelmees
De nestkast van binnen bekijken
Tegenwoordig zijn er allerlei manieren om het broedproces van vogels te volgen. Op die manier kun je meekrijgen wat er allemaal binnen de nestkast gebeurt. Het is wettelijk verboden om nesten te verstoren, dus tijdens het broedseizoen moet je de nestkasten met rust laten.
Wij gebruiken de camera’s van The Green Backyard om in de nestkasten te kunnen kijken. Deze camera’s zijn makkelijk op te zetten, nemen niet veel plek in en zijn in meerdere varianten te krijgen, bijvoorbeeld de lange afstandcamera die tot 200 meter WiFi-bereik heeft. Let erop dat de camera’s de invliegopening niet verstoren en stabiel geplaatst zijn, zodat je de vogels niet verstoort. Heb je geen broedsuccessen in je nestkasten? Dan kun je altijd nog een kijkje nemen bij de nestkasten van Beleef de Lente!
Wil je meer tips voor nestkast ophangen in je tuin. inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Bijen spelen een cruciale rol in onze natuur. Ze bestuiven bloemen, fruitbomen, en talloze andere planten. Helaas hebben veel bijensoorten het tegenwoordig moeilijk door het verdwijnen van bloemrijke landschappen en het gebruik van pesticiden. Meer dan de helft van de bijensoorten in Nederland is zelfs bedreigd.
Gelukkig kun je als tuinier echt een verschil maken. Door inheemse bijenplanten in je tuin te zetten, help je bijen aan voedsel én ondersteun je de biodiversiteit in de omgeving. Inheemse planten zijn namelijk perfect aangepast aan onze lokale insecten en produceren vaak veel nectar en stuifmeel.
In dit artikel ontdek je 25 van de beste inheemse bijenplanten voor een tuin vol leven. Van vroege bloeiers in het voorjaar tot nectarplanten die bijen tot laat in de herfst van voedsel voorzien. Met deze planten creëer je niet alleen een kleurrijke tuin, maar ook een waardevolle plek voor wilde bijen, hommels en andere bestuivers.
Omslagfoto: Slangenkruid met slangenkruidbij (de Natuur van hier)
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.
Direct een overzicht van de belangrijkste bijenplanten:
Inheemse planten spelen een cruciale rol in het voortbestaan van wilde bijen. Deze planten zijn van nature in Nederland aanwezig en hebben zich samen met de lokale insecten ontwikkeld. Daardoor sluiten ze perfect op elkaar aan. Wilde bijen weten precies wanneer inheemse planten bloeien, hoe ze bij de nectar en het stuifmeel kunnen komen en welke soorten geschikt zijn voor hun voortplanting.
Veel uitheemse tuinplanten zien er aantrekkelijk uit, maar bieden vaak weinig tot geen voedsel voor bijen. Soms bevatten ze nauwelijks nectar of is de bloem zo gekweekt dat bijen er niet meer bij kunnen. Door juist te kiezen voor inheemse bijenplanten, zorg je voor een betrouwbare voedselbron en help je mee aan het herstellen van de biodiversiteit in je tuin. Zo maak je van je tuin niet alleen een mooie plek, maar ook een waardevolle leefomgeving voor bijen en andere insecten.
Met hun lange tong weten hommels goed bij de zoete nectar te komen (de Natuur van hier)
Waar moet een goede bijenplant aan voldoen?
Niet elke bloeiende plant is automatisch geschikt voor bijen. Een goede bijenplant voldoet aan een aantal belangrijke eigenschappen. Zo is het belangrijk dat de plant rijk is aan nectar en stuifmeel, zodat bijen er voldoende voedsel uit kunnen halen. Denk bijvoorbeeld ana planten zoals blauwe knoop en slangenkruid, die bekend staan om hun hoge nectarwaarde. Daarnaast moet de bloem goed toegankelijk zijn, zodat bijen daadwerkelijk bij de nectar kunnen komen.
Ook de bloeiperiode speelt een grote rol. Door planten te kiezen die verspreid over het seizoen bloeien, van het vroege voorjaar tot in de nazomer, zorg je ervoor dat bijen het hele jaar door voedsel kunnen vinden. Tot slot is het belangrijk om te kiezen voor inheemse, onbespoten planten. Deze zijn niet alleen beter afgestemd op lokale insecten, maar bevatten ook geen schadelijke stoffen die bijen kunnen verzwakken of doden.
De 25 beste inheemse bijenplanten
Hier geven we de 25 beste inheemse bijenplanten. De bloeiperiode van deze planten verschilt van het vroege voorjaar, tot echte zomerbloeiers en nazomerbloeiers. Door een mix van deze planten in je tuin te gebruiken, creëer je een bloemenboog waarvan bijen bijna het hele jaar kunnen profiteren.
Vroege bloeiers (maart – april)
Vroeg in het voorjaar (of beter gezegd; aan het einde van de winter) worden de eerste bijen en hommels op zonnige dagen langzaam wakker uit de winterslaap. Na een lange winterslaap zijn de insecten hongerig en gaan dan meteen op zoek naar stuifmeel en nectar. Er zijn dan echter nog weinig planten, struiken en bomen die dan in bloei staan, dus voldoende voedsel kan dan nog moeilijk te vinden zijn voor bijen en hommels. Met onderstaande soorten zorg je ervoor dat bijen en hommels in jouw tuin voedsel kunnen vinden.
Boswilg (Salix caprea)
Bloeitijd: maart – april
Standplaats: volle zon – halfschaduw
Hoogte: 6-10 meter
Een van de eerste inheemse bomen die na de winter bloeit is de boswilg. Met de productie van nectar en stuifmeel leveren ze in maart en april het broodnodige voedsel voor bijen en hommels die op warme dagen wakker worden en op zoek gaan naar eten. Ook vlinders vliegen graag op de katjes van de wilg.
De boswilg wordt 6 tot 10 meter hoog en staat het liefst op een open plek. Het liefst is de grond waarin de boswilg groeit vochtig, maar iets droger kunnen ze ook verdragen.
Boswilg biedt in het vroege voorjaar de benodigde nectar en stuifmeel voor bijen en hommels (de Natuur van hier)
Sleedoorn (Prunus spinosa)
Bloeitijd: maart-april
Standplaats: volle zon
Hoogte: 2-6 meter
Een van de eerst bloeiende inheemse struikvormers in Nederland is de sleedoorn. In de natuur vindt je deze struik veel in bosranden en in halfopen landschappen, maar sleedoorn is ook uitstekend te gebruiken in tuinen. Plant hem dan aan als solitaire struik, of gebruik deze in een gemengde haag.
De vroege bloemen (die verschijnen op het nog kale hout) bieden al vroeg in maart nectar aan honingbijen, hommels en wilde bijen. Ook veel vlinders – zoals sleedoornpage, gehakkelde aurelia en dagpauwoog – vliegen graag op de bloemen van sleedoorn. Voor sleedoornpage is het zelfs de waardplant. De bloei van sleedoorn loopt door in april en soms zelfs nog in mei.
Sleedoorn staat het liefst op een zonnige plek, maar een plekje in de halfschaduw wordt ook verdragen. De bodem is het beste droog tot matig vochtig. Naast insecten zijn ook vogels erg blij met sleedoorn. Het is een uitstekende broedplek voor zangvogels en de bessen zijn in trek bij lijsters. Op zoek naar nog meer inheemse struiken voor in de tuin? Kijk dan eens in onze blog waar we er 8 uitlichten.
Sleedoorn bloeit al in maart en is daarmee een ideale vroege bloeier. In deze periode worden bijen wakker en hebben ze nog niet veel andere planten of struiken die nectar als voedsel aanbieden (de Natuur van hier)
Gevlekt longkruid (Pulmonaria officinalis)
Bloeitijd: maart – mei
Standplaats: schaduw – halfschaduw
Hoogte: tot 40 centimeter
Ben je op zoek naar een inheemse vaste plant die vroeg bloeit, dan is gevlekt longkruid een geschikte kandidaat. Gevlekt longkruid staat het liefst op een plek in de schaduw of halfschaduw (bijvoorbeeld in een schaduwborder onder onder struiken of bomen) op een vochthoudende bodem.
De plant bloeit van maar tot en met mei. De roze-paarse bloemen bieden daarmee stuifmeel en nectar als de eerste bijen en hommels wakker worden uit de winterslaap en kan daarom een cruciale ecologische rol in je tuin spelen. Voedsel voor bijen en hommels is op dat moment nog schaars.
Gevlekt longkruid is in Zuid-Limburg inheems en in de rest van het land vooral bekend als stinsenplant (gebruikt bij landgoederen, boerenhoven, e.d.). De vaste plant is half wintergroen (bij strenge winters kan de plant bovengronds afsterven) en wordt vaak genegeerd door slakken vanwege het behaarde blad.
Gevlekt longkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr. Op zoek naar andere planten voor in de schaduw? Kijk dan eens in onze blog over inheemse schaduwplanten.
Gevlekt longkruid is een ideale bijenplant voor in de schaduw vanwege de vroege bloei in het jaar
Gulden sleutelbloem (Primula veris)
Bloeitijd: maart – mei
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 30 centimeter
Een andere inheemse vaste plant die vroeg in het jaar bloeit is gulden sleutelbloem. Van nature komt deze plant voor in graslanden waar deze vaak in groten getale bloeit. Bijen en hommels vinden hier dan vroeg in het jaar ook bijzonder veel nectar als voedselbron/
Gulden sleutelbloem is dan ook ideaal om te gebruiken in de tuin. Je kunt de plant in de border gebruiken, maar misschien wel leuker is het om deze plant in een extensief beheerd bloemrijk gazon te gebruiken. Plant dan meerdere sleutelbloemen bij elkaar voor een natuurlijke effect. Gulden sleutelbloem staat het liefst in een ietwat vochtige, kalkhoudende bodem.
Onder andere de gewone sachembij komt af op de nectar in de bloemen van de gulden sleutelbloem. De bloemen verschijnen vaak al in maart en bloeien door tot en met mei en soms tot in juni. De bloemen zijn geel, met oranje vlekjes. Gulden sleutelbloem is te bestellen bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr en Vivara.
Gulden sleutelbloem voelt zich het meeste thuis in een extensief beheerd bloemrijk gazon
Paardenbloem (Taraxacum officinale)
Bloeitijd: maart – mei
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 40 centimeter
Een van de belangrijkste planten in deze lijst is de paardenbloem, die vaak vanzelf al in de tuin verschijnt. Met zijn vroege en rijkelijke bloei is het een van de belangrijkste voedselbronnen voor bijen, hommels, vlinders en andere insecten in het vroege voorjaar. Deze plant is zo belangrijk voor insecten dat uit onderzoek van de WUR blijkt dat maar liefst 107(!) soorten bijen zijn waargenomen op de paardenbloem. Daarmee trekt de paardenbloem de meeste soorten bijen aan. Deze mag dus absoluut niet ontbreken in een bijvriendelijke tuin.
Maar liefst 107 soorten bijen zijn waargenomen op de paardenbloem. Hier zie je het roodgatje, een solitaire bij uit het geslacht zandbijen (de Natuur van hier)
Hoofdzakelijk bloeit de paardenbloem in de periode maart tot en met mei, met de kenmerkende gele bloemen. Echter bij zachte winters kunnen in januari al bloeiende paardenbloemen worden aangetroffen. Wanneer op zonnige winterdagen de eerste bijen en hommels wakker worden, vinden ze vaak in die enkele bloeiende paardenbloem in de tuin het voedsel wat ze nodig hebben.
Heb je een gazon in de tuin, dan verschijnt de paardenbloem vanzelf. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen, geen kunstmest en maai niet te vaak. Zo ontstaat er een kruidenrijk gazon met bloeiende paardenbloemen en andere bloeiende soorten. Dit is een van de belangrijkste dingen die je kunt doen voor bijen en hommels in je tuin.
In onze natuurtuin maaien we ons gazon maar een aantal keren per jaar en gebruiken we geen bestrijdingsmiddelen en kunstmest. Zo onstaat er een kruidenrijk gazon wat vol zit met bijen, hommels en andere insecten (De Natuur van hier)
Voorjaarsbloeiers (april – mei)
Vanaf april stijgen over het algemeen de temperaturen en barst het voorjaar echt los. In deze periode bloeien veel planten en hebben bijen een grote keuze qua voedselaanbod. Met onderstaande planten zorg je ervoor dat ook in jouw tuin stuifmeel en nectar in overvloed beschikbaar is voor hongerige bijen en hommels.
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
Bloeitijd: april – juni
Standplaats: halfschaduw – schaduw
Hoogte: tot 15 centimeter
Een ideale inheemse bodembedekker om bijen aan te trekken is kruipend zenegroen. Deze laagblijvende plant groeit het liefst op een vochthoudende grond op een plekje in de halfschaduw of schaduw, maar zelfs een plek in de zon verdraagt de plant goed. De plant breidt zich gemakkelijk uit met lange uitlopers waardoor er al gauw een tapijtje ontstaat.
Zenegroen bloeit rijkelijk van april tot en met juni, met opvallende rechtopstaande blauwpaarse bloemen, die in trek zijn bij bijen en hommels. Door de rijkelijke bloei levert de plant veel nectar en is daarom belangrijk voor bijen. Onder andere de blauwe metselbij en slakkenhuisbijen komen op de bloemen van kruipend zenegroen af.
Kruipend zenegroen is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Kruipend zenegroen is een uitstekende inheemse bodembedekker die veel bijen aantrekt (de Natuur van hier)
Witte dovennetel (Lamium album)
Bloeitijd: april – oktober
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: tot 60 centimeter
Een plant die minder gebruikt wordt als tuinplant, maar toch een echte bijenplant is, is witte dovenetel. Witte dovenetel bloeit vaak al in april en gaat door met bloeien tot ver in oktober met de typische roomwitte, lipvormige bloemen. De plant levert veel nectar en is daarom ontzettend belangrijk voor hommels en bijen.
Witte dovenetel staat het liefst op een plek in de halfschaduw, op een vochthoudende bodem. Een plekje aan de voet van een inheemse haag zou bijvoorbeeld perfect zijn. Ze breiden zich gemakkelijk uit via ondergrondse uitlopers, waardoor je er gauw een hele hoek mee in je tuin bedekt hebt. De combinatie van witte dovenetel met een inheemse haag is een garantie voor meer biodiversiteit in je tuin.
De bloemen van witte dovenetel bieden veel nectar, waardoor ze in trek zijn bij hommels en bijen
Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
Bloeitijd: april – juni
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 40 centimeter
Als voorjaarbloeier past pinksterbloem ook perfect in een tuin waar voedsel voor bijen te vinden is. Van nature komt pinksterbloem voor in vochtige graslanden en bloeit daar vaak in grote aantallen. Je kunt deze plant dan ook prima toepassen in een extensief bloemrijk gazon, of vooraan in de border.
Van april tot en met juni bloeit pinksterbloem met lichtpaarse bloemen, die een goede nectarbron vormen voor bijen, hommels, zweefvliegen, kevers en vlinders. Daarnaast is het de waardplant van het oranjetipje.
Pinksterbloem is biologisch gekweekt te verkrijgen bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Naast bijen bezoeken ook zweefvliegen en vlinders de bloemen van pinksterbloem. Verder is het ook de waardplant van het oranjetipje (de Natuur van hier)
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)
Bloeitijd: april – okbtober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte tot 90 centimeter
De dagkoekoeksbloem is een prachtige vaste plant om te gebruiken in een border in de halfzon of volle zon. Het liefst staat de plant op een wat vochtige plek.
De roze bloemen verschijnen vaak al in april aan de plant en blijven aanwezig tot ver in het najaar. Door de lange bloei is het een uitstekende nectarplant voor bijen en hommels, zoals de rosse metselbij en de akkerhommel. Maar ook zweefvliegen en vlinders komen op de bloemen af. Het is daarnaast een waardplant voor een aantal nachtvlinders.
Als dagkoekoeksbloem op de juiste plek staat, breidt deze zich gemakkelijk uit in de tuin door verspreiding van zaden. Dagkoekoeksbloem is bij diverse gespecialiseerde winkels te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Door de lange bloei is dagkoekoeksbloem een uitstekende bijenplant om in de border te gebruiken (de Natuur van hier)
Fluitenkruid (Anthriscus sylvestris)
Bloeitijd: mei – juni
Standplaats: zon – halfozn
Hoogte: tot 150 centimeter
Een lentebloeier die wat hoger wordt is fluitenkruid. Fluitenkruid kan tot 150 centimeter hoog worden en bloeit rijkelijk met witte samengestelde schermen, die enorm in trek zijn bij insecten.
In mei en juni verschijnen de witte schermbloemen aan de plant. De uitbundige bloei biedt een overvloed aan nectar en stuifmeel en zit dan ook vaak vol met wilde bijen, zweefvliegen, kevers en vlinders. Voor de fluitenkruidbij is er zelfs bijna volledig afhankelijke van. Deze bij verzamelt het stuifmeel enkel op schermbloemigen en in Nederland hoofdzakelijk op de bloemen van het fluitenkruid.
Fluitenkruid staat het liefst op een plek in de zon of halfzon en houdt van een ietwat vochtige bodem. In het landschap zie je de vaste plant vaak in wegbermen en langs sloten.
De rijkelijke bloei van fluitenkruid trekt veel insecten aan, waaronder wilde bijen, zweefvliegen en vlindersWil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Zomerbloeiers (mei – juli)
In de zomer zijn bijen en tal van andere insecten enorm actief en wordt er met volle kracht nectar en stuifmeel verzameld. Het is dus belangrijk om ervoor te zorgen dat er ook in deze periode een aantal planten in de tuin in bloei staan.
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Bloeitijd: mei – augustus
Standplaats: zon
Hoogte: tot 60 centimeter
Een echte Nederlandse plant die in trek is bij bijen, is gewone margriet. Deze vaste plant is niet weg te denken uit het Nederlandse landschap en komt voor in hooilanden, bermen en op dijken. Ook in een natuurlijke tuin is gewone margriet goed te gebruiken en trekt daar tal van insecten aan.
Bijen, waaronder groefbijen en maskerbijen, hommels, zweefvliegen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar en stuifmeel.
Gewone margriet wordt 30 tot 60 centimeter hoog en bloeit van mei tot en met augustus met witte lintbloemen en gele buisbloemen. Ze staat het liefst op een open plek in de volle zon, op een droge tot vochtige plek. Gewone margriet is bij verschillende gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te bestellen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Naast bijen zijn zweefvliegen, zoals deze puntbijvlieg, ook graag geziene gasten op de bloemen van gewone margriet
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Bloeitijd: mei – oktober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 25 centimeter
Gewone rolklaver is een uitstekende laagblijvende, inheemse plant die enorm veel bijen aantrekt. Deze bodembedekker bloeit van mei tot en met oktober met kleine gele bloemetjes.
De bloemen bevatten veel nectar en stuifmeel en zijn daardoor enorm in trek bij bijen en hommels zoals de boommetselbij en steenhommel. De kleine en grote harsbij hebben zelfs een duidelijke voorkeur om in de bloemen van gewone rolklaver de nectar te verzamelen.
Ook vlinders zijn dol op gewone rolklaver. Naast dat ze de bloemen graag bezoeken voor nectar en stuifmeel, is het ook de waardplant van de dagvlinders het icarusblauwtje en het groentje en de waardplant van de dagactieve nachtvlinder de sint jansvlinder.
Gewone rolklaver staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon, met een droge tot vochtige bodem. Ze hebben een voorkeur voor een licht kalkhoudende bodem, maar dit is geen vereiste. Rolklaver kan uitsteken toegepast worden in een bloemrijk gazon dat niet bemest en extensief gemaaid wordt. Daarnaast kun je deze ook prima als bodembedekker in een border gebruiken.
Gewone rolklaver bloeit lang en rijkelijk en levert daarmee veel voedsel voor bijen
Grote kattenstaart (Lythrum sallicaria)
Bloeitijd: juni – augustus
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Een andere prachtige zomerbloeier is grote kattenstaart. Deze vaste plant staat het liefst op een vochtige tot natte plek en kan daardoor ideaal als oeverplant bij een vijver worden gebruikt (hier vind je nog veel meer vijverplantentips).
Van juni tot en met augustus bloeit grote kattenstaart rijkelijk met roze bloemaren die in trek zijn bij insecten. Onder andere de kattenstaartdikpoot en steenhommel komen er op af. Daarnaast is het de waardplant van de dagvlinder het boomblauwtje.
Het liefst staat grote kattenstaart dus op een vochtige plek, in de zon of halfzon. Kattenstaart is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Grote kattenstaart bloeit met prachtige roze bloemaren die veel insecten aantrekken in de zomer
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Bloeitijd: juni – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Knoopkruid geldt als een van de belangrijkste inheemse bijenplanten. Het is een typische plant van kruidenrijke graslanden, maar doordat we deze steeds minder hebben in Nederland is knoopkruid ook minder algemeen geworden.
Van juni tot en met september verschijnen er prachtige paars-roze bloemen op dunne stengels aan de plant die een grote hoeveelheid nectar produceren. Door de hoge nectarproductie worden de bloemen van knoopkruid druk bezocht door wilde bijen, hommels en vlinders. Onder andere de pluimvoetbij, tronkenbijen, zandbijen en behangersbijen kunnen op knoopkruid waargenomen worden. Daarnaast is het de waardplant van de in Nederland ernstig bedreigde veldparelmoervlinder.
De hoogte van knoopkruid verschilt van 30 tot 100 centimeter en is afhankelijk van de groeiplek. Het liefst staat de vaste plant op een zonnige tot halfzonnige plek in een droge tot licht vochtige bodem. Gebruik knoopkruid in een border of pas deze toe in een extensief bloemrijk gazon of kruidenrijk grasland.
Knoopkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels te krijgen, biologisch gekweekt, onder andere bij Sprinklr en bij Vivara.
Knoopkruid is een van de belangrijkste inheemse bijenplanten en wordt door veel verschillende soorten wilde bijen bezocht
Slangenkruid (Echium vulgare)
Bloeitijd: juni – september
Standplaats: volle zon
Hoogte: 30 – 90 centimeter
Slangenkruid wordt vaak gezien als één van de beste bijenplanten van Europa. De felblauwe bloemen produceren grote hoeveelheden nectar en worden intensief bezocht door honingbijen, hommels en talloze soorten wilde bijen. Op zonnige dagen kun je deze plant letterlijk horen zoemen van de insecten.
Deze tweejarige plant groeit van nature op droge, zonnige plekken zoals dijken, bermen en zandige graslanden. Langs de oevers van de Grensmaas zien we deze soort ook regelmatig. Tijdens een van onze bezoeken zagen we hier zelfs de bijzondere slangenkruidbij nectar verzamelen uit de bloemen van deze plant.
In de tuin doet slangenkruid het daarom het beste op een arme, goed doorlatende bodem en een plek in de volle zon. De plant zaait zich vaak spontaan uit, waardoor je elk jaar opnieuw van bloemen kunt genieten.
Naast bijen trekt slangenkruid ook vlinders en andere bestuivers aan. Door zijn lange bloeitijd is het een waardevolle nectarbron in de zomer. Slangenkruid is bij diverse gespecialiseerde kwekers, zoals Sprinklr, biologisch gekweekt te bestellen.
Slangenkruid is een uitstekende drachtplant voor bijen, hommels en zweeefvliegen en trekt onder andere honingbijen, metselbijen en de speciale slangenkruidbij aan. Op de foto zie je een exemplaar van Slangenkruid langs de Grensmaas, die bezocht wordt door een slangenkruidbij (de Natuur van hier)
Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 70 centimeter
Een prachtige zomerbloeier om bijen mee naar je tuin te lokken is muskuskaasjeskruid. Muskuskaaasjeskruid bloeit van juli tot september met prachtige lichtroze bloemen die enorm in trek zijn bij bijen en andere insecten.
Doordat de bloemen vrij open staan en schotelvormig zijn, kunnen bijen goed bij de nectar en het stuifmeel. Dit in combinatie met de lange bloei zorgt ervoor dat de bloemen druk bezocht worden, door onder andere de kleine klokjesbij. Het is daarnaast ook de waardplant van de zeer zeldzame malvabij en de vlinders het kaasjeskruiddikkopje en de distelvlinder.
Muskuskaasjeskruid staat het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek in een vochtige bodem. De plant kan ook prima toegepast worden in een bloemenweide. Muskuskaasjeskruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De open bloemen van muskuskaasjeskruid zijn enorm in trek bij bijen en andere insecten (Saxifraga-Hans Grotenhuis)
Hoogzomer (juni – augustus)
In de maanden juni, juli en augustus is het hoogzomer en bevat een dag veel zonuren. Veel tijd voor bijen en andere insecten dus om op zoek te gaan naar voedsel. Onderstaande planten bloeien in deze periode rijkelijk, waardoor ze druk bezocht worden door bijen in deze periode.
Wilde marjolein (Origanum vulgare)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 60 centimeter
In een tuin voor bijen mag wilde marjolein eigenlijk niet ontbreken. Deze prachtige vaste plant wordt tot 60 centimeter hoog en is een ware insectenmagnaat. Ze bloeit met roze tot purpere bloemen in de periode juli – september. Daarnaast verspreiden de bladeren een heerlijke geur als je erover wrijft en kunnen ze gebruikt worden in de keuken. Wij hebben deze alleskunner dan ook dichtbij de achterdeur staan, zodat we er altijd van kunnen genieten.
De vele bloemen van wilde marjolein produceren nectar met een hoog suikergehalte, tot wel 76%. Hierdoor valt het enorm in de smaak bij bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Soorten die je er onder ander op kunt vinden zijn honingbijen, metselbijen, zandbijen en wespbijen. Maar ook hommels zoals de late hommel en koekoekshommel doen zich te goed aan de suikerrijke nectar.
Zet wilde marjolein op een plekje in de zon of halfzon. Ze staat het liefst op een droge tot vochtige plek en heeft een voorkeur voor een kalkhoudende bodem. Wilde marjolein is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
De multifunctionele wilde marjolein mag eigenlijk niet ontbreken in een bij-vriendelijke tuin
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Bloeitijd: juni – oktober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 70 centimeter
Beemdkroon is ook een typische vaste plant om meer biodiversiteit mee in je tuin te krijgen. De plant kon je vroeger veel in het landschap vinden op dijken en in bermen, maar is tegenwoordig sterk achteruitgegaan.
Van juni tot en met oktober bloeit beemdkroon met prachtige lilakleurige bloemen. Deze trekken veel insecten aan: bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders komen allen graag eten van de nectar. Doordat de plant lang bloeit, een hoge nectarproductie heeft en de nectar gemakkelijk bereikbaar is komen er veel insecten op af. Onder andere de breedbandgroefbij en de zeldzame knautiabij kunnen op beemdkroon gevonden worden. Deze laatste bij is er zelfs afhankelijk van.
Na de bloei vormt beemdkroon zaad, dat overigens graag wordt gegeten door vogels zoals distelvinken. Met het zaad dat niet wordt opgegeten zaait de plant zich gemakkelijk uit in de tuin. Het liefst staat beemdkroon op een zonnige tot halfzonnige plek, in een vochtige tot matige droge bodem. Kalk in de bodem houden ze van, maar dit is geen vereiste. Beemdkroon is bij diverse gespecialiseerde winkels te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Beemdkroon bloeit lang en biedt enorm veel nectar, ideaal voor bijen dus
Wilde peen (Daucus carota)
Bloeitijd: juni – november
Standplaats: zon
Hoogte: tot 90 centimeter
Een andere lange bloeier is wilde peen. Deze plant bloeit met opvallende witte schermbloemen in de periode juni tot en met november. De lange bloeitijd zorgt ervoor dat bijen en hommels er veel voedsel kunnen vinden. Onder andere de tuinmaskerbij en zilveren zandbij vliegen op de bloemen van wilde peen. Daarnaast is het de waardplant van de kleurrijke dagvlinder de koninginnepage.
Ook na de bloei heeft de wilde peen nog sierwaarde in de tuin. De schermen buigen samen en vormen een soort bolletje, dat soms ook wel wordt vergeleken met een vogelnestje. De zaden die dan nog volop aanwezig zijn in de uitgebloeide schermbloemen trekken veel vogels aan, met name vinkachtigen.
Wilde peen staat het liefst op een zonnige plek in een droge tot matig vochtige bodem. Peen zaait zich gemakkelijk uit, dus in een mum van tijd geniet je van een zee van witte schermbloemen in je tuin.
De witte schermbloemen van wilde peen zijn een groot deel van het jaar een welkome voedselbron voor bijen en hommels
Wilde cichorei (Cichorium intybus)
Bloeitijd: juli – oktober
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 140 centimeter
Een soort die het vooral op kleigrond goed doet is wilde cichorei. Hoewel de cichorei van oorsprong niet van nature voorkomt in Nederland, wordt deze wel als inheems gezien. Het is een zogenaamde acrheofyt: een plant die voor 1492 is ingevoerd en daarom al eeuwen hier voorkomt in de natuur. De wilde cichorei is namelijk door de Romeinen meegenomen naar ons land.
Wilde cichorei bloeit met prachtige helderblauwe bloemen in de periode juli tot en met oktober. De bloemen zijn ’s ochtends op hun mooist en verwelken gedurende de middag. De dag erna verschijnen weer nieuwe, frisse bloemen. In de ochtend is deze plant dan ook vooral interessant voor insecten zoals bijen en hommels. In deze uren wordt de meeste nectar en stuifmeel geproduceerd. Onder andere de tronkenbij en pluimvoetbij kunnen dan op de bloemen gevonden worden. Naast bijen en hommels zijn ook zweefvliegen en vlinders regelmatig te zien op de bloemen.
Wilde cichorei staat dus het liefst op een (kalkhoudende) klei- of leemgrond. Een plekje in de zon of halfzon wordt geprefereerd, op een droge tot vochtige standplaats. Cichorei is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Van juli tot oktober biedt wilde cichorei een overvloed aan nectar voor bijen en andere bestuivers (de Natuur van hier)
Nazomer (augustus – oktober)
Ook als de zomer is afgelopen is er bij bijen en hommels nog behoefte aan nectar. Voordat de winter begint kunnen ze nog een energieboost gebruiken, die ze vinden in de bloemen van najaarsbloeiers. Zorg er dus altijd voor dat je een aantal van onderstaande najaarsbloeiers in je tuin hebt staan, zodat je ook het volgende jaar weer kunt genieten van bijen en hommels in je tuin.
Blauwe knoop (Succisa pratensis)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon
Hoogte: tot 80 centimeter
Blauwe knoop is een prachtige inheemse plant die vooral voorkomt in schrale graslanden. De lila-blauwe bloemen bloeien van juli tot september en trekken veel insecten aan, waaronder diverse bijen en vlinders. Door de relatief late bloei is blauwe knoop een waardevolle nectarbron in de nazomer, wanneer het voedselaanbod voor insecten afneemt.
De plant groeit het beste op een zonnige plek met een voedselarme, licht vochtige bodem. In een tuin komt blauwe knoop het meest tot zijn recht in een natuurlijke, bloemrijke border. Blauwe knoop is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De prachtige lila-kleurige bloemen van blauwe knoop bloeien in de nazomer (Saxifraga – Hans Dekker)
Echte guldenroede (Solidago virgaurea)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Echte guldenroede bloeit in de nazomer met opvallend gele bloempluimen. Deze plant trekt veel insecten aam en vormt een belangrijke nectarbron voor bijen en vlinders in augustus en september.
Het liefst staat echte guldenroede op een plekje in de zon, in een droge tot matig vochtige bodem. Let er wel op dat je kiest voor de inheemse soort, aangezien sommige uitheemse soorten guldenroedes sterk kunnen woekeren en de biodiversiteit juist verminderen. Echte guldenroede is onder andere bij Vivara biologisch gekweekt te verkrijgen.
Echte guldenroede bloeit prachtig met gele bloempluimen (Saxifrage – Hans Grotenhuis)
Watermunt (Mentha aquatica)
Bloeitijd: juli – september
Standplaats: zon – halfschaduw
Hoogte: tot 80 centimeter
Watermunt is een sterke oeverplant die groeit op vochtige tot natte plekken, zoals langs vijvers en slootkanten. De lichtpaarse bloemen verschijnen in de zomer en trekken veel bijen, hommels en andere insecten aan.
Watermunt verspreidt een frisse muntgeur en kan zich gemakkelijk uitbreiden, waardoor hij geschikt is voor een natuurlijke tuin waar hij wat ruimte krijgt. Door zijn rijke bloei is het een waardevolle nectarplant, vooral in combinatie met andere oever- en moerasplanten.
De bloemen van watermunt trekken veel insecten aan (Saxifraga – Hans Dekker)
Struikhei (Calluna vulgaris)
Bloeitijd: juli – november
Standplaats: zon – halfzon
Hoogte: tot 100 centimeter
Struikhei is een typische plant van heidegebieden en zandgronden en bloeit van juli tot in november. De paarsroze bloemen vormen een belangrijke nectarbron voor bijen en andere insecten in een periode waarin veel planten al zijn uitgebloeid. Daarnaast is het de waardplant voor de dagvlinders het groentje, het boomblauwtje en het heideblauwtje en voor tal van nachtvlinders.
Het beste groeit struikhei op voedselarme, droge en zure grond en is daardoor vooral geschikt voor tuinen op zandgrond. De plant vormt dichte matten en kan goed gecombineerd worden met andere heideplanten of lage grassen. Voor wilde bijen is struikhei van groot belang in de late zomer.
Struikhei vormt een belangrijke voedselbron voor wilde bijen in de nazomer
Klimop (Hedera helix)
Bloeitijd: september – oktober
Standplaats: zon – schaduw
Hoogte: tot 8 meter
Klimop is een van de meest waardevolle planten voor insecten in de herfst. De onopvallende groenige bloemen verschijnen pas in september en oktober, maar zitten dan vaak vol met bijen en zweefvliegen. In deze periode is er nog maar weinig voedsel beschikbaar, waardoor klimop een cruciale rol speelt.
Daarnaast biedt klimop ook beschutting en nestgelegenheid voor allerlei dieren. Als klimplant tegen een schutting of hekwerk biedt klimop een uitstekende schuil- en nestplek voor allerlei zangvogels. Naast als klimplant, kun je klimop ook prima als bodembedekker toevoegen.
Klimop groeit zowel in de schaduw als in de zon. In de zon staat zal deze echter eerder én uitbundiger bloeien. Door klimop in je tuin toe te voegen verleng je het seizoen voor bestuivers aanzienlijk. Het is misschien wel de belangrijkste plant voor bijen in de herfst. Klimop is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De geelgroene bloemen van klimop zijn een enorm belangrijke voedselbron voor bijen in het najaar
Hoe maak je een bijvriendelijke tuin?
Wil je jouw tuin echt aantrekkelijker maken voor bijen, dan is variatie de sleutel. Zorg voor een combinatie van vroege, zomerse en late bloeiers, zodat er van het vroege voorjaar tot in het najaar nectar en stuifmeel beschikbaar is.
Kies daarnaast voor zoveel mogelijk inheemse soorten en vermijd het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Door verschillende plantensoorten te combineren en de tuin iets minder strak te onderhouden, ontstaat vanzelf een leefomgeving waarin bijen zich thuis voelen.
Laat tot slot ook nog een stukje van je tuin met rust, zodat hier een rommelhoekje ontstaat. Hier groeien vaak vanzelf planten waar bijen op af komen. Daarnaast hebben ze hier een rustplek waar ze niet gestoord worden.
Extra tips om bijen te helpen
Met de volgende tips zorg je ervoor dat je tuin écht een paradijs wordt voor bijen en andere insecten. Dus kijk naast inheemse planten ook of je onderstaande punten goed in je tuin verwerkt hebt.
Zorg voor nestplekken
Wilde bijen hebben naast voedsel ook een plek nodig waar ze kunnen nestelen en overwinteren. Maar dit doen ze niet allemaal op dezelfde manier. Zorg er dus voor dat je verschillende plekken aanbiedt waar bijen een nest kunnen maken en waar ze kunnen overwinteren.
Zorg allereerst voor een zandige plek. Sommige bijen graven een gang in de grond om daarin te kruipen. Zorg dus voor een heuvel van zand of maak een stapelmuurtje waarbij je zand gebruikt. Andere bijen overwinteren in holle stengels van uitgebloeide planten. Zijn je planten dus in het najaar uitgebloeid, wacht dan met de stengels afknippen. Laat deze staan tot in het voorjaar, zodat bijen en andere insecten deze tijdens de winter kunnen gebruiken. Tot slot zijn er ook soorten die gebruik maken van insecten- en bijenhotels. Hang dus één of meerdere van deze hotels op, op een beschutte en rustige plek in de tuin.
Uitgebloeide planten (stengels) bieden geschikte overwinteringsplekken voor bijen en andere insecten
Kies voor biologische planten
Veel reguliere tuinplanten uit tuincentra bevatten bestrijdingsmiddelen (vaak meerdere soorten op één plant!) die schadelijk zijn voor insecten. Bijen en andere insecten die op de bloemen afkomen van deze planten krijgen vaak last van het zenuwstelsel en gaan soms zelfs dood ervan. Het is dan ook een van de belangrijkste redenen waarom het zo slecht gaat met bijen: het grootschalige gebruik van bestrijdingsmiddelen.
Wil je dus iets goeds doen voor bijen en andere insecten, koop dan uitsluitend biologisch gekweekte plantend. Deze zijn vrij van pesticiden waardoor ze geen ecologische val vormen voor insecten. Via Sprinklr en Vivara is een breed scala aan biologische (en vaak inheemse) planten te verkrijgen.
Veelgemaakte fouten bij een bijvriendelijke tuin
Een veelgemaakte fout is dat er vooral wordt gekeken naar planten die er mooi uitzien, in plaats van naar de ecologische waarde. Exotische tuinplanten kunnen soms nectar aanbieden, maar zijn vaak ongeschikt als waardplant voor wilde bijen. Daarnaast verliezen sommige gecultiveerde soorten een belangrijk deel van de nectarproductie. Ze zien er dan wel mooi uit, maar hebben insecten vrijwel niets te bieden.
Ook zien we vaak dat tuinen te netjes worden onderhouden. Door alles strak te snoeien en uitgebloeide planten direct te verwijderen, verdwijnen belangrijke voedselbronnen en schuilplekken voor insecten.
Bloeitijd kalender voor bijenplanten
Met onderstaande bloeikalender zorg je ervoor dat er van het vroege voorjaar tot in het najaar altijd bloeiende planten in je tuin aanwezig zijn.
Maand
Inheemse bijenplanten
Februari
Boswilg
Maart
Boswilg, sleedoorn
April
Gevlekt longkruid, pinksterbloem
Mei
Fluitenkruid, gewone rolklaver
Juni
Knoopkruid, slangenkruid, beemdkroon
Juli
Wilde marjolein, grote kattenstaart
Augustus
Blauwe knoop, watermunt
September
Echte guldenroede, klimop
Oktober
Struikhei, klimop
November
Struikhei
Door planten te combineren die op verschillende momenten bloeien, zorg je voor een continue voedselbron voor bijen en andere insecten.
Conclusie: met deze planten help je bijen echt
Door je tuin in te richten voor bijen, kun je wilde bijen écht helpen. Begin met het aanplanten van inheemse en biologische gekweekte bloeiende planten. Ook als je al met 3 tot 5 soorten begint help je bijen al. Ook kleine tuinen kunnen van waarde zijn voor bijen.
Veel van deze inheemse planten die we genoemd hebben in deze blog komen we tegen tijdens onze natuurwandelingen in Nederland en België, waar we zien hoeveel bijen en andere insecten ervan profiteren. Hiermee kun je dus echt een verschil maken.
Gebruik verder geen bestrijdingsmiddelen, richt een aantal rommelhoekjes in en zorg voor nestgelegenheid en overwinteringsplekjes. Zo ontstaat er vanzelf een echte bijentuin.
Veelgestelde vragen over bijenplanten
Onderstaand de meest gestelde vragen over bijenplanten
Welke planten zijn het beste voor bijen?
De beste planten voor bijen zijn inheemse soorten die rijk zijn aan nectar en stuifmeel, zoals knoopkruid, slangenkruid, beemdkroon en boswilg.
Wanneer bloeien bijenplanten?
Bijenplanten bloeien verspreid over het jaar. Vroege bloeiers zoals wilg en sleedoorn zijn belangrijk in het voorjaar, terwijl klimop juist in het najaar een cruciale voedselbron vormt.
Zijn alle bloeiende planten goed voor bijen?
Nee, zeker niet. Veel sierplanten zijn doorgekweekt en bevatten weinig nectar of stuifmeel. Inheemse planten zijn meestal veel waardevoller voor bijen.
Hoe maak ik mijn tuin aantrekkelijk voor bijen?
Door te kiezen voor inheemse planten, te zorgen voor bloei van voorjaar tot najaar en de tuin minder strak te onderhouden. Ook water en schuilplekken zijn belangrijk.
Wat is het verschil tussen nectarplanten en waardplanten?
Nectarplanten leveren voedsel voor volwassen insecten. Waardplanten zijn nodig voor de voortplanting, omdat insecten hier hun eitjes op leggen en larven van eten.
Tot slot
Ben je nog op zoek naar andere planten om je tuin mee in te richten? Kijk dan eens bij onze andere blogs voor: schaduwplanten, bodembedekkers, vijverplanten of planten voor vlinders. Ga vandaag aan de slag met inheemse planten en begin klein, zo groeit je tuin langzaam uit tot een biodiversiteitsparadijs!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Wil je meer tips voor inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Een zonnige plek in de tuin biedt volop mogelijkheden voor een kleurrijke en levendige beplanting. Veel inheemse planten houden van warmte en zon en trekken tijdens de bloei grote aantallen bijen, vlinders, zweefvliegen en andere insecten aan.Met de juiste soorten kan een zonnige border daardoor uitgroeien tot een van de meest biodiverse plekken in de tuin.
Toch is volle zon niet automatisch hetzelfde als droge grond. Een zonnige zandgrond vraagt om heel andere planten dan een voedselrijke kleigrond of een vochtige plek langs de vijver. Kijk daarom niet alleen naar het aantal uren zon, maar ook naar de bodem en de hoeveelheid vocht die deze vasthoudt.
In dit artikel bespreken we 15 sterke inheemse planten voor volle zon. Van soorten die het uitstekend tegen droogte kunnen tot planten die juist graag met hun voeten in een wat vochtigere bodem staan. Zo vind je voor vrijwel iedere zonnige plek een passende inheemse plant.
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.
Om de juiste planten voor je tuin te kiezen, is het belangrijk te weten of de planten in je tuin in de volle zon komen te staan, in de halfschaduw of in de schaduw. Met volle zon bedoelen we een plek die gedurende het groeiseizoen minimaal zo’n zes uur per dag direct zonlicht krijgt. Daarbij maakt het ook uit wanneer die zon valt: zes uur felle middagzon zorgt doorgaans voor warmere en drogere omstandigheden dan dezelfde hoeveelheid zon in de ochtend.
Kijk daarnaast ook naar de omgeving: muren en bestrating houden doorgaans meer warmte vast dan groen. Dus als deze in de tuin veel aanwezig zijn wordt het er waarschijnlijk droger en warmer. Om een volledige indruk te krijgen van de standplaats kijk je ook nog naar het type bodem en de vochtigheid. Start je net met inheemse planten en weet je nog niet goed waar je op moet letten? Lees dan als eerste onze complete inheemse plantengids en maak een goede start.
Waarom kiezen voor inheemse planten op een zonnige plek?
Inheemse planten die houden van een plek in de volle zon, hebben vaak een opvallende bloeiwijze. De opvallende bloemen trekken insecten, die de bloemen bezoeken op zoek naar nectar en stuifmeel. Door aan de slag te gaan met deze inheemse planten doe je dus iets goeds voor de biodiversiteit én creëer je een tuin vol met kleur en structuur.
Veel inheemse planten die het goed doen in de volle zon hebben een prachtige bloeiwijze die vaak belangrijk is voor insecten (de Natuur van hier)
Door te kiezen voor inheemse planten – die het goed doen in de volle zon – kies je voor planten die zijn aangepast aan de warme en droge omstandigheden en gewend zijn aan het klimaat in Nederland. Deze planten doen het in de meeste gevallen veel beter dan planten die hier van nature niet voorkomen. Door verschillende planten te combineren kun je een natuurlijke tuin creëer met planten die goed zijn voor vlinders en planten die in trek zijn bij bijen.
Waar let je op bij planten in de volle zon?
Dat een plant graag in de volle zon staat, betekent niet automatisch dat hij ook goed tegen droogte kan. Een zonnige plek op droge zandgrond biedt heel andere omstandigheden dan een zonnige border op zware kleigrond of de vochtige oever van een vijver. Kijk daarom bij het kiezen van planten niet alleen naar de hoeveelheid zon, maar vooral ook naar bodemtype, vocht en voedselrijkdom.
Op een droge en goed doorlatende bodem passen bijvoorbeeld soorten als wilde tijm en wilde marjolein, terwijl grote kattenstaart juist graag op een vochtige tot natte bodem staat. Ook de voedselrijkdom speelt een rol. Sommige soorten gedijen juist op schrale grond, terwijl andere planten beter groeien wanneer er wat meer voedingsstoffen beschikbaar zijn.
Door planten te kiezen die van nature bij de omstandigheden in jouw tuin passen, hebben ze uiteindelijk minder verzorging nodig en is de kans veel groter dat ze jarenlang goed blijven groeien en bloeien.
De 15 beste inheemse planten voor volle zon
Hier bespreken we 15 inheemse planten die het uitstekend doen in de volle zon. We hebben de 15 soorten verder onderverdeeld in soorten die graag op een droge en zonnige plek staan, planten die van een normale/voedselrijke zonnige plek houden en soorten die houden van een zonnige, maar vochtige plek. Zo is er voor elke situatie wel een soort geschikt.
Droge en zonnige plek
Allereerst zes inheemse planten die houden van een droge en zonnige plek. Het zijn stuk voor stuk bloeiende toppers die zorgen voor meer insecten in je tuin.
Duizendblad (Achillea millefolium)
Standplaats: zon
Bodem: droge tot matig voedselrijke grond
Hoogte: 30 – 70 centimeter
Bloei: wit | juni – oktober
Goed voor: wilde bijen, zweefvliegen en vlinders
Een uitstekende inheemse bloeier voor in de volle zon is duizendblad. Deze plant uit de composietenfamilie doet het uitstekend op warme, zonnige en droge plekken. De vele bloemen die duizendblad produceert zitten vol met nectar en stuifmeel en worden druk bezocht door bijen, zweefvliegen, vlinders, kevers en andere insecten. Het is daarnaast ook de waardplant van een aantal nachtvlindersoorten zoals de duizendbladdwergspanner en oranje dwergspanner.
In onze natuurtuin hebben we een groot stuk dat vol staat met duizendblad. Dit stuk van ongeveer 15m2 ligt de hele dag in de zon en de hele zomer bloeit het prachtig en stikt het er van de zoemende insecten. Door dit stuk gefaseerd te beheren kunnen we ook nog eens de bloeitijd van het duizendblad verlengen, waardoor we ook in het najaar kunnen genieten van de prachtige bloemen.
Duizendblad is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels. Bij Sprinklr en Vivara is duizendblad verkrijgbaar in diverse varianten met verschillende bloeikleuren.
Duizendblad is een uitstekende plant om in de volle zon te gebruiken
Wilde marjolein (Origanum vulgare)
Standplaats: zon – halfzon
Bodem: droog, kalkrijk, goed doorlatend
Hoogte: 30 – 60 centimeter
Bloei: roze | juli – september
Goed voor: bijen, hommels en vlinders
Wilde marjolein is nog zo’n plant die uitstekend gedijt op een plekje in de volle zon. Wij hebben wilde marjolein tegen de zuidgevel staan, waar de plant de hele dag in de zon staat. De plant groeit en bloeit uitbundig en lijkt het hier enorm naar de zin te hebben.
Deze vaste plant mag niet ontbreken in een natuurvriendelijke tuin. De roze bloemtrossen – die vol zitten met suikerrijke nectar – zijn erg geliefd bij insecten. Zweefvliegen, bijen, vlinders en vele andere insectensoorten bezoeken de bloemen gedurende de zomer volop, waardoor de biodiversiteit in je tuin aanzienlijk toeneemt. Daarnaast is wilde marjolein – misschien beter bekend als oregano – uitstekend in de keuken te gebruiken, bij pizza’s, pasta’s en veel meer gerechten.
Wilde marjolein is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr en Vivara.
De alleskunner wilde marjolein is perfect om te gebruiken op droge grond
Wilde cichorei (Cichorium intybus)
Standplaats: zon
Bodem: droge, kalkrijke grond
Hoogte: 50 – 150 centimeter
Bloei: lichtblauw | juli – oktober
Goed voor: wilde bijen en vlinders
Een andere inheemse plant die houdt van een plek in de volle zon is wilde cichorei. Deze vaste plant krijgt in de zomer helderblauwe bloemen die vooral in de ochtend goed te zien zijn. In de felle middagzon sluiten de bloemen, waarna ze de daaropvolgende dag in de ochtend weer prachtig in bloei staan.
Wilde cichorei houdt van een droge, liefst kalkrijke grond. Naast een plek in de zon, kan wilde cichorei dus ook gebruikt worden op droge plekken in de tuin en is het een uitstekende plant voor kleigrond.
In onze natuurtuin heeft wilde cichorei een plek gekregen dichtbij het huis. Hier staat de vaste plant op een plek die is gelegen op het zuiden, waardoor de plant vrijwel de hele dag in de zon staat. Vanuit de keuken hebben we goed zicht op deze fantastische bloeier. Dat blijft ieder jaar weer genieten in de zomer.
Wilde cichorei is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt verkrijgbaar, waaronder Sprinklr en Vivara.
In de zomermaanden is wilde cichorei echt een blikvanger in onze natuurtuin (de Natuur van hier)
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Standplaats: zon
Bodem: matig voedselrijke grond
Hoogte: 40 – 100 centimeter
Bloei: paars | juni – september
Goed voor: bijen, hommels en vlinders
Knoopkruid is een sterke inheemse vaste plant die uitstekend tot zijn recht komt op een zonnige plek. De paarsroze bloemhoofdjes verschijnen gedurende een lange periode en worden druk bezocht door allerlei insecten. Vooral voor vlinders is knoopkruid een waardevolle nectarplant.
Van nature groeit knoopkruid onder andere in graslanden, bermen en langs dijken. De plant staat graag in de zon en doet het goed op een niet al te voedselrijke bodem die droog tot redelijk vochthoudend is. Eenmaal gevestigd is knoopkruid behoorlijk sterk en kan de plant jarenlang terugkomen. Door zijn natuurlijke uitstraling is hij bovendien erg geschikt voor bloemrijke borders en kruidenrijke graslanden.
Bij ons staat knoopkruid op een zonnige plek in het kruidenrijke grasland. Hier bloeit de plant uitbundig en breidt zich ieder jaar een stukje uit.
Knoopkruid is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse speciaalwinkels, waaronder Sprinklr en Vivara.
Knoopkruid is een waardevolle plant voor insecten en doet het goed in de volle zon
Kleine tijm (Thymus serpyllum)
Standplaats: zon
Bodem: droog, stenig, goed doorlatend
Hoogte: 10 – 15 centimeter
Bloei: paars | juni – september
Goed voor: bijen, vlinders en zweefvliegen
Kleine tijm – ook wel wilde tijm of kruiptijm genoemd – is een laagblijvende inheemse plant voor de warmste en droogste plekken in de tuin. De plant vormt lage matten en krijgt in de zomer talloze kleine roze tot paarse bloemen. Ondanks het bescheiden formaat kunnen die bloemen veel insecten aantrekken.
Kleine tijm houdt van een voedselarme en goed doorlatende bodem en is daardoor vooral geschikt voor droge zandgrond, grindrijke plekken, rotstuinen en zonnige randen. Op zware, natte of zeer voedselrijke grond voelt de soort zich veel minder thuis. Geef wilde tijm voldoende ruimte en zon; tussen hogere, snelgroeiende planten kan hij gemakkelijk worden verdrongen.
Deze handige inheemse bodembedekker kan perfect gebruikt worden bij stapelmuurtjes of tussen halfverharding. Zo kun je gemakkelijk voegen en kieren opvullen, die in de zomer ook nog eens volop beginnen te bloeien.
Kleine tijm is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr en Vivara.
Kleine tijm is uitermate geschikt om te gebruiken als bodembedekker in een natuurlijke border of tussen halfbestrating zoals stapstenen (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
Slangenkruid (Echium vulgare)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zanderig
Hoogte: 30 – 100 centimeter
Bloei: blauw | juni – september
Goed voor: bijen
Met zijn opvallende blauw-paarse bloemen is slangenkruid een prachtige soort voor een droge en zonnige tuin. De bloemen staan langs stevige bloemstengels en worden gedurende de lange bloeiperiode veel bezocht door bijen en hommels.
Slangenkruid groeit van nature vooral op open, zonnige en vaak droge plekken, bijvoorbeeld in bermen, duinen en op ruderale terreinen. De plant houdt van een goed doorlatende bodem en kan na vestiging behoorlijk goed tegen droogte. Slangenkruid is meestal tweejarig: in het eerste jaar vormt de plant een bladrozet, waarna hij doorgaans in het tweede jaar bloeit en zaad vormt. Geef zaailingen daarom wat ruimte als je de soort in je tuin wilt behouden.
Wij hebben slangenkruid in onze natuurtuin in de rand van de vijver staan. Hier heeft de plant volop ruimte om te groeien en te bloeien, en vormt deze een mooie aanvulling op de oeverbeplanting van de vijver.
Slangenkruid is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr.
Slangenkruid bloeit prachtig met diepblauwe bloemen en doet het uitstekend in de volle zon (de Natuur van hier)
Normale/voedselrijke zonnige plek
Dan volgen er vijf inheemse planten die houden van een normale zonnige plek in de tuin.
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: vochthoudende, kalkrijke grond
Hoogte: tot 70 centimeter
Bloei: lila | juni – oktober
Goed voor: bijen, zweefvliegen en vlinders
Beemdkroon is wat ons betreft een van de mooiste inheemse planten voor een zonnige border. De lila bloemhoofdjes staan op lange, vrij losse stengels en geven de plant een natuurlijke uitstraling. Tijdens de bloei zijn de bloemen bovendien bijzonder aantrekkelijk voor allerlei insecten. Naast vele dagvlinders, zweefvliegen en bijen wordt de plant onder andere bezocht door de knautiabij. De zeldzame bij – die op de rode lijst staat – is zelfs helemaal afhankelijk van beemdkroon.
De soort komt van nature onder andere voor in bloemrijke graslanden, bermen en langs dijken. Beemdkroon houdt van zon en groeit het beste op een bodem die niet voortdurend uitdroogt. Vooral op kalkhoudende grond kan de plant goed gedijen. Door de lange bloeiperiode is beemdkroon een mooie soort om te combineren met andere zomerbloeiers zoals knoopkruid, wilde marjolein en gewone margriet.
Beemdkroon is biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij onder andere Sprinklr en Vivara. Met deze vaste plant haal je gegarandeerd meer biodiversiteit naar je tuin!
Beemdkroon staat graag op een plek in de zon. De lilakleurige bloemen worden druk bezocht door insecten.
Grote centaurie (Centaurea scabiosa)
Standplaats: zon
Bodem: droge, kalkrijke grond
Hoogte: 100 – 125 centimeter
Bloei: rozepaars | juni – augustus
Goed voor: bijen, vlinders
Grote centaurie is een forse inheemse plant met grote paarse bloemhoofdjes. Hij lijkt enigszins op knoopkruid, maar wordt doorgaans groter en heeft dieper ingesneden bladeren. Daarmee is het een mooie soort voor het midden of de achterkant van een zonnige, natuurlijke border.
De plant houdt van warme, zonnige omstandigheden en heeft een duidelijke voorkeur voor kalkrijke grond. Eenmaal gevestigd kan grote centaurie goed omgaan met drogere perioden. De bloemen bevatten volop nectar en trekken tijdens de zomer allerlei insecten aan, waaronder hommels en vlinders. Geef de plant voldoende ruimte tussen lagere soorten; zo komen zowel de hoogte als de grote bloemen het beste tot hun recht.
Wij hebben grote centaurie dicht bij het keukenraam staan. Zo kunnen we in de zomermaanden ook vanuit binnen genieten van de prachtige bloemen en de insecten die daarop af komen. Zo hebben we onder andere distelvlinders, bruine zandoogjes en dagpauwogen op de bloemen gezien.
Grote centaurie is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Zet grote centaurie in je tuin en je zult veel verschillende soorten vlinders en andere insecten aantreffen (Foto: Saxifraga-Marijke Verhagen)Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Standplaats: zon
Bodem: droog tot vochthoudend, matig voedselrijk
Hoogte: tot 60 centimeter
Bloei: wit | mei – augustus
Goed voor: bijen en vlinders
De gewone margriet is misschien wel een van de bekendste bloemen uit bloemrijke graslanden. De grote witte bloemen met hun gele hart zijn opvallend, maar passen tegelijkertijd heel natuurlijk tussen grassen en andere inheemse kruiden.
Margrieten groeien graag op zonnige, niet te voedselrijke grond. Op erg voedselrijke plekken kunnen krachtige grassen en andere planten ze op termijn verdringen. Dat maakt de soort ook bijzonder geschikt voor een bloemrijk gazon of kruidenrijk grasland dat door maaien en afvoeren wordt verschraald. De open bloemen zijn gemakkelijk toegankelijk voor verschillende groepen insecten. Laat na de bloei een deel staan, zodat de planten zaad kunnen vormen en zich verder kunnen verspreiden.
Gewone margriet staat ook prachtig op een zonnige plek langs de vijver. Door de open groeiwijze hangen de bloemen over het water heen, wat de vijver een speels karakter geeft. Op onderstaande afbeelding zie je hoe wij dit bij onze vijver hebben aangepakt.
Via gespecialiseerde zaken zoals Sprinklr en Vivara is gewone margriet biologisch gekweekt verkrijgbaar.
Gewone margriet is een prachtige inheemse vaste plant die het goed doet in de volle zon. Wij gebruikten hem langs de vijver, op een zonnig plekje (de Natuur van hier)
Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: droog tot vochthoudend, matig voedselrijke grond
Hoogte: tot 70 centimeter
Bloei: roze | juli – september
Goed voor: vlinders
Muskuskaasjeskruid is een prachtige inheemse soort met vrij grote, zachtroze bloemen. Door de losse groeiwijze past hij uitstekend in een natuurlijke zonnige border, waar de bloemen gedurende de zomer voor kleur zorgen.
De plant houdt van warmte en zon en groeit het beste op een goed doorlatende bodem. Hoewel muskuskaasjeskruid redelijk goed met droogte overweg kan, hoeft de bodem zeker niet kurkdroog te zijn. Een normale tuingrond die niet voortdurend nat blijft, is vaak prima. De bloemen worden bezocht door verschillende wilde bijen en andere bestuivers. Na de bloei ontstaan de kenmerkende ronde vruchten die typerend zijn voor kaasjeskruiden.
Het is de waardplant van onder andere de distelvlinder en het kaasjeskruiddikkopje. Het zeldzame kaasjeskruiddikkopje zagen wij voor het eerst een aantal jaren geleden op onze bloeiende muskuskaasjeskruid, die tegen de zuidgevel op stond. Sinds dat jaar zien we deze bijzondere vlinder jaarlijks weer in onze natuurtuin.
Musksuskaasjeskruid is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr en Vivara.
De open bloemen van muskuskaasjeskruid zijn enorm in trek bij bijen en andere insecten (Saxifraga-Hans Grotenhuis)Musksuskaasjeskruid is de waardplant van onder andere de distelvlinder en het zeldzamere kaasjeskruiddikkopje (de Natuur van hier)
Gewone brunel (Prunella vulgaris)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: vochthoudende, matig voedselrijke tot voedselrijke grond
Hoogte: 5 – 40 centimeter
Bloei: blauw – paars | mei – oktober
Goed voor: bijen, hommels en vlinders
Gewone brunel – ook wel bijenkorfje genoemd – is een laagblijvende inheemse plant die je gemakkelijk over het hoofd ziet, totdat hij begint te bloeien. Dan verschijnen compacte paarse bloemhoofdjes die opvallend veel bezoek van insecten kunnen krijgen.
De soort is behoorlijk flexibel en groeit zowel in de zon als in halfschaduw. Op een zonnige plek heeft hij wel graag een bodem die voldoende vocht vasthoudt. Je vindt gewone brunel van nature onder andere in graslanden, bermen en gazons. Doordat de plant laag blijft, is hij ook interessant voor een bloemrijk gazon dat af en toe wordt gemaaid. Hij kan zich geleidelijk uitbreiden en vormt zo mooie lage stukken tussen hogere kruiden en grassen.
Wij hebben gewone brunel gebruikt langs de vijver. Hier heeft deze de ruimte om wat te kruipen en wat over de rand te groeien. Daarnaast is het een leuke ondergroei voor hoger wordende soorten zoals grote kattenstaart en koninginnekruid.
Gewone brunel is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij onder andere Sprinklr en Vivara.
Gewone brunel is een handige bodembedekker om te gebruiken op een wat vochtigere en zonnige grond
Vochtige zonnige plek
Dan volgen er nog een aantal inheemse vaste planten die graag op een zonnige, maar vochtige plek staan. Bij deze planten is het dus belangrijk dat de grond niet uitdroogt op het moment dat de zon er vol op staat.
Dagkoekoeksbloem (Silene dioica)
Standplaats: zon – halfschaduw
Bodem: vochthoudende, voedselrijke grond
Hoogte: 40 – 90 centimeter
Bloei: roze | april – september
Goed voor: wilde bijen, hommels en vlinders
Dagkoekoeksbloem zorgt met zijn felroze bloemen al vroeg in het seizoen voor kleur. Onder gunstige omstandigheden kan de plant bovendien lang doorbloeien. Het is een sterke inheemse soort voor plekken waar voldoende vocht in de bodem aanwezig blijft.
Van nature vind je dagkoekoeksbloem onder andere in bermen, langs bosranden en op vochtige, voedselrijke plaatsen. Hoewel de soort ook halfschaduw verdraagt, kan hij uitstekend op een zonnige plek groeien zolang de bodem niet langdurig uitdroogt. Daarmee is hij een mooie keuze voor zonnige tuinen met een wat zwaardere of vochthoudende bodem. De roze bloemen combineren bovendien prachtig met witte, paarse en blauwe inheemse soorten.
In onze natuurtuin hebben we dagkoekoeksbloem in ons kruidenrijke grasland staan. Op het laagste punt in het grasland – daar waar het het vochtigste is – verschijnen ieder jaar meer bloemen van de dagkoekoeksbloem. Het is ieder jaar weer genieten als de roze bloemen verschijnen.
Dagkoekoeksbloem is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij Sprinklr en Vivara.
Dagkoekoeksbloem doet het uitstekend op een vochtige maar zonnige plek in de tuin (de Natuur van hier)
Grote pimpernel (Sanguisorba officinalis)
Standplaats: zon – halfschaduw
Bodem: vochthoudend tot vochtig, matig voedselrijke grond
Hoogte: 60 – 100 centimeter
Bloei: donkerrood | juni – september
Goed voor: wilde bijen, zweefvliegen en vlinders
Grote pimpernel is een bijzondere inheemse vaste plant met donkerrode, eivormige bloemhoofdjes op lange stengels. De bloemen zijn misschien minder uitbundig dan die van bijvoorbeeld een margriet of kattenstaart, maar juist daardoor geeft de plant een natuurlijke en verfijnde uitstraling aan een border.
De soort hoort thuis op vochtige, zonnige tot licht beschaduwde plekken en komt van nature onder andere voor in vochtige graslanden. Geef grote pimpernel daarom een bodem die ook in de zomer redelijk wat vocht vasthoudt. Door zijn hoogte kun je hem mooi tussen lagere planten laten uitsteken. De bloemen worden bezocht door verschillende insecten en zorgen gedurende de zomer voor een heel ander beeld dan de klassieke felgekleurde tuinbloemen.
De bloemen van grote pimpernel zorgen voor een natuurlijk beeld in je tuin (Saxifraga -Hans Dekker)
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Standplaats: zon
Bodem: vochtige tot natte grond
Hoogte: 80 – 125 centimeter
Bloei: paarsroze | juni – september
Goed voor: bijen, hommels en zweefvliegen
Heb je een zonnige plek waar de bodem juist behoorlijk vochtig blijft? Dan is grote kattenstaart een fantastische soort. De hoge aren met paarsroze bloemen zijn in de zomer moeilijk te missen en kunnen ontzettend veel insecten aantrekken.
Grote kattenstaart groeit van nature op natte en vochtige plaatsen, bijvoorbeeld langs oevers, sloten en in moerassige graslanden. Daardoor is hij bijzonder geschikt voor de vochtige rand van een natuurlijke vijver, maar ook voor een zonnige border op vochthoudende grond. Op een geschikte standplaats kan de plant flink uitgroeien en jarenlang terugkomen. Combineer hem bijvoorbeeld met andere soorten die van vocht houden om een gevarieerde, bloemrijke overgang rond een vijver te creëren.
Grote kattenstaart is biologisch gekweekt verkrijgbaar via diverse speciaalzaken, zoals Sprinklr en Vivara.
Het inheemse grote kattenstaart bloeit met prachtige roze bloemaren die in trek zijn bij insecten
Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)
Standplaats: zon
Bodem: vochtige, voedselrijke grond
Hoogte: 90 – 150 centimeter
Bloei: roze | juli – september
Goed voor: vlinders, bijen, hommels en zweefvliegen
Koninginnekruid is een forse inheemse plant die vooral in de tweede helft van de zomer zijn waarde laat zien. De grote schermachtige groepen roze bloemen bevatten veel kleine bloempjes en kunnen bij mooi weer vol zitten met insecten. Vooral vlinders zoals atalanta, distelvlinder en koninginnenpage weten koninginnekruid uitstekend te vinden.
De plant groeit van nature op voedselrijke, vochtige plekken, bijvoorbeeld langs oevers, sloten en bosranden. Op een zonnige plek kan hij behoorlijk groot worden en is hij daarom vooral geschikt voor de achterkant van een border of een plek waar wat wildere vegetatie gewenst is. Geef hem voldoende ruimte en voorkom dat de bodem langdurig volledig uitdroogt.
In een natuurlijke tuin kan koninginnenkruid uitgroeien tot een echte insectenmagneet. Zo gebruikten wij deze zomerbloeier om een hoge vijveroever te maken. Samen met soorten zoals grote kattenstaart en gele lis creëer je dan een border vol biodiversiteit.
Biologisch gekweekte koninginnenkruid bestel je eenvoudig bij Sprinklr of Vivara.
Koninginnekruid is een uitstekende plant om te gebruiken op een vochtige plek in de volle zon
Welke planten voor volle zon passen bij jouw tuin?
Welke inheemse planten het beste bij jouw zonnige plek passen, hangt dus vooral af van de bodem. Heb je een droge, zonnige plek? Dan zijn soorten als wilde tijm, wilde marjolein en slangenkruid goede keuzes. Op een normale, wat meer vochthoudende bodem kun je bijvoorbeeld kiezen voor beemdkroon, knoopkruid en gewone margriet.
Ook op een vochtige plek in de volle zon zijn volop mogelijkheden. Grote pimpernel, grote kattenstaart en koninginnekruid houden juist van een bodem die voldoende vocht vasthoudt.
Probeer daarnaast verschillende bloeiperioden, hoogtes en bloemvormen te combineren. Zo ontstaat niet alleen een natuurlijker geheel, maar is er gedurende een langere periode voedsel beschikbaar voor insecten.
Weet je niet goed welke inheemse planten bij jouw tuin passen? Met onze gratis Plantenkeuzehulp bepaal je aan de hand van onder andere zonlicht en bodemvocht welke soorten geschikt zijn voor jouw tuin.
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.
Veelgemaakte fouten
Een zonnige border aanleggen lijkt eenvoudig, maar de hoeveelheid zon is slechts één onderdeel van een goede standplaats. Door rekening te houden met onderstaande punten voorkom je dat planten na een mooie start alsnog verdwijnen.
Volle zon verwarren met droge grond Een van de belangrijkste fouten is ervan uitgaan dat iedere zonminnende plant ook droogtebestendig is. Grote pimpernel en grote kattenstaart kunnen bijvoorbeeld uitstekend in de volle zon staan, maar hebben juist behoefte aan een bodem die voldoende vocht vasthoudt. Voor planten die het goed doen in droge grond kun je in deze blog kijken.
De bodem niet meenemen in je plantenkeuze Zand-, klei- en leemgrond verschillen sterk in onder andere waterhuishouding en voedselrijkdom. Kies daarom niet alleen een plant omdat er ‘volle zon’ op het etiket staat, maar controleer ook welke bodemomstandigheden de soort nodig heeft.
De bodem onnodig bemesten Meer voeding betekent niet automatisch meer bloemen. Verschillende inheemse soorten zijn juist aangepast aan relatief voedselarme omstandigheden. Door deze plekken sterk te bemesten kunnen snelgroeiende planten de overhand krijgen en andere soorten verdringen.
Alleen naar de bloemen kijken Het is verleidelijk om planten vooral op bloemkleur te kiezen. Voor een natuurlijke en biodiverse border is het interessanter om ook te variëren in hoogte, bloemvorm en bloeiperiode. Daarmee creëer je meer structuur én een langer voedselaanbod voor insecten.
Onze ervaring met planten in volle zon
Onze ervaring met het kiezen van planten in de volle zon is dat je goed moet kijken naar de rest van de standplaats. Het is een wezenlijk verschil of je een plant zoekt die tegen de zuidgevel aan moet groeien of een plant in de volle zon op vochtige plek. Voor beide situaties zoek je compleet verschillende planten. Bij ons deden bijvoorbeeld wilde marjolein en muskuskaasjeskruid het heel goed op die hele hete en droge plekken. Op de meer vochtige plekken floreerde vooral grote kattenstaart.
Uitgebloeide planten laten staan
Hebben je planten het hele jaar gebloeid en is er in het najaar niet meer over dan een aantal uitgebloeide stengels? Laat deze dan staan tot in het voorjaar. Al lijken het maar een paar uitgebloeide stengels, deze zijn zeer belangrijk voor de overwintering van dieren. Insecten overwinteren in uitbloeide stengels en kleine dieren vinden schuilplaatsen tussen de planten. Op onderstaande afbeelding zie je zo’n uitgebloeid stukje kruiden. Deze heeft de hele winter als schuilplek gediend voor een haas. Als je goed kijkt zie je de oren van de haas (omcirkeld). Maar ook vogels zoals de roodborst en winterkoning vinden er in de schrale wintermaanden voedsel in. Voortaan de uitgebloeide kruiden laten staan dus!
Uitgebloeide kruiden bieden uitstekende schuilplaatsen en voedselplekken voor kleine zoogdieren en vogels. Als je goed kijkt zie je dat een haas dit stuk gebruikt als rustplek (De Natuur van hier)
Mooie combinaties
Wil je een mooie plantenborder maken, dan is het natuurlijk mooi als je wat planten kunt combineren. Je houdt dan rekening met bloeitijd, bloeikleur en hoogte van de plant. Door zorgvuldig te combineren kun je een lange bloeiboog maken, waardoor er een groot deel van het jaar wat te halen valt voor insecten in je tuin.
Een mooie combinatie voor een zonnige en droge plek is wilde marjolein, met duizendblad en kleine tijm. De kleine tijm fungeert dan als bodembedekker en wilde marjolein en duizendblad steken er bovenuit.
Heb je een zonnige, maar vochtige plek om aan te planten, dan zou je kunnen kiezen voor de combinatie van gewone brunel, dagkoekoeksbloem en grote kattenstaaart. Daarmee heb je van april tot en met oktober bloei en combineer je hoogopgaande en bodembedekkende soorten.
Afsluiting
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt. Of pak het meteen serieus aan en ga met behulp van ons e-book aan de slag met een 4-wekenplan om van je tuin een paradijs voor insecten, vogels en andere dieren te maken.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wil je meer tips over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Een strak groen gazon ziet er misschien netjes uit, maar voor de biodiversiteit valt er meestal weinig te halen. Door een deel van het gras minder vaak te maaien en ruimte te geven aan inheemse bloemen en kruiden, kan er iets veel interessanters ontstaan: een bloemrijk gazon waarin bijen, vlinders, zweefvliegen, kevers en andere dieren voedsel en beschutting vinden.
Het mooie is dat je daarvoor niet altijd je hele gazon hoeft om te spitten. Heb je al een grasveld? Dan kun je dat stap voor stap bloemrijker maken. Wil je sneller resultaat of bestaat je gazon vrijwel volledig uit dicht, voedselrijk gras? Dan kun je er ook voor kiezen om een deel opnieuw in te zaaien.
In dit artikel lees je hoe je een bloemrijk gazon aanlegt, welke planten erin passen en hoe je het daarna beheert. Want juist dat beheer bepaalt uiteindelijk of je over een paar jaar vooral gras ziet, of een steeds gevarieerder stukje natuur.
Omslagfoto: Groot streepzaad (de Natuur van hier)
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.
Een bloemrijk gazon biedt meer kleur, geur en biodiversiteit dan een strak groen gazon (de Natuur van hier)
Wat is een bloemrijk gazon?
Een bloemrijk gazon bestaat niet alleen uit gras, maar ook uit verschillende kruiden en bloemen. Denk bijvoorbeeld aan gewone brunel, madeliefje, duizendblad, gewone margriet, rode klaver en gewone rolklaver.
In tegenstelling tot een traditioneel gazon wordt een bloemrijk gazon niet iedere week kort gemaaid. Planten krijgen daardoor de kans om te groeien en te bloeien. Dat maakt het gazon niet alleen kleurrijker, maar ook veel interessanter voor insecten.
Ziet jouw gazon er zo uit? Dan is het de hoogste tijd om in actie te komen!
Hoe een bloemrijk gazon eruitziet, kan enorm verschillen. Op een droge, voedselarme zandgrond groeien andere soorten dan op vochtige kleigrond. Ook de hoeveelheid zon, het maaibeheer en de voedselrijkdom van de bodem bepalen welke planten uiteindelijk de overhand krijgen.
Juist die variatie maakt een bloemrijk gazon interessant: je probeert niet overal hetzelfde eindbeeld te creëren, maar geeft planten die bij jouw tuin passen de ruimte. Wil je ontdekken welke inheemse planten er allemaal zijn en welke eigenschappen ze hebben? Dan raden we aan om onze gids over inheemse beplanting te lezen.
Bloemrijk gazon of bloemenweide?
De termen bloemrijk gazon en bloemenweide worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er in een tuin wel een praktisch verschil.
Een bloemrijk gazon blijft relatief laag en kan meestal vaker worden gemaaid. Je kunt er eventueel paden doorheen maaien en sommige delen kunnen nog steeds worden gebruikt om te lopen of zitten. Laagblijvende soorten zoals madelief, hondsdraf en paardenbloem krijgen er een belangrijke plek.
Een bloemenweide of bloemrijk grasland mag doorgaans hoger worden. Grassen en kruiden kunnen er volledig uitgroeien en bloeien, waardoor gedurende het seizoen een veel hogere vegetatie ontstaat.
Je hoeft overigens niet per se te kiezen. Zelf vinden wij juist de combinatie mooi: kort gemaaide paden, lagere bloemrijke delen en stukken waar de vegetatie hoger mag worden. Zo ontstaat verschil in structuur en vinden meer dieren een geschikte plek. Met behulp van sinusbeheer kun je dit creëren, maar daarover later meer.
Een bloemenweide of bloemrijk grasland heeft over het algemeen een wat hogere en ruigere vegetatie, met soms een breed scala aan soorten. Hier zie je echte kamille volop in bloei (de Natuur van hier)
Waarom kiezen voor een bloemrijk gazon?
Een traditioneel gazon bestaat vaak uit slechts enkele grassoorten en wordt regelmatig gemaaid. Daardoor komen planten nauwelijks tot bloei. Voor veel insecten is er dan weinig voedsel te vinden.
In een bloemrijk gazon krijgen kruiden wél de kans om te bloeien. Daarmee ontstaat gedurende een groot deel van het jaar een bron van nectar en stuifmeel voor onder andere wilde bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders.
Sommige planten hebben nog meer functies. Vlinders gebruiken bepaalde soorten als waardplant voor hun rupsen, vogels zoeken tussen de vegetatie naar zaden en insecten en allerlei kleine dieren vinden tussen hoger gras beschutting.
Daarnaast heeft een bloemrijk gazon nog een heel praktisch voordeel: je hoeft minder vaak te maaien.
Dat betekent overigens niet dat je helemaal niets meer hoeft te doen. Goed maaibeheer is juist ontzettend belangrijk om het gazon op langere termijn bloemrijk te houden. Daar komen we verderop uitgebreid op terug.
Bloemrijk gazon aanleggen
Hoe je een bloemrijk gazon het beste aanlegt, hangt vooral af van de uitgangssituatie. Heb je al een gazon waarin verschillende kruiden groeien? Dan is het vaak zonde om alles te verwijderen.
Bestaat je gazon uit een zeer dichte grasmat waarin vrijwel niets anders groeit? Dan kan het juist zinvol zijn om delen open te maken of opnieuw in te zaaien.
Kies de juiste plek
De meeste bloemrijke gazons ontwikkelen zich het beste op een zonnige plek. Veel bloeiende kruiden hebben namelijk behoorlijk wat zon nodig.
Dat betekent niet dat iedere zonnige plek hetzelfde is. Een droge zandgrond vraagt om heel andere planten dan een vochtige kleibodem. Kijk daarom altijd naar drie factoren:
Een veelgemaakte fout is om de bodem voor het inzaaien eerst flink te verbeteren met compost of mest. Voor een bloemrijk gazon werkt dat vaak averechts.
Op voedselrijke grond groeien grassen namelijk ontzettend hard. Ze kunnen vervolgens de minder concurrentiekrachtige kruiden verdringen.
Een relatief voedselarme bodem biedt veel bloemen en kruiden juist betere kansen.
Bemest een bloemrijk gazon daarom in principe niet. Is je bestaande gazon jarenlang bemest? Dan kan het tijd kosten om de voedselrijkdom terug te brengen. Door consequent te maaien en het maaisel af te voeren, verwijder je steeds kleine hoeveelheden voedingsstoffen uit het systeem.
Dit noemen we verschralen.
Verwacht daarbij geen wonderen binnen enkele maanden. Op een voedselrijke bodem kan het meerdere jaren duren voordat je duidelijk verschil begint te zien.
Door een intensief gazon te verschralen, verschijnen er ieder jaar nieuwe soorten kruiden in. Heb je een vochtig grasland? Dan zou op termijn zo maar eens dagkoekoeksbloem erin kunnen verschijnen (de Natuur van hier)
Methode 1: een bestaand gazon bloemrijker maken
Heb je al een gazon? Dan hoef je niet automatisch met een frees of schop aan de slag.
Kijk eerst eens wat er gebeurt wanneer je het gras minder vaak maait. Planten die jarenlang nauwelijks de kans kregen om te bloeien, kunnen ineens zichtbaar worden.
Denk aan madeliefjes, paardenbloemen, klavers, brunel, duizendblad en verschillende andere kruiden.
Stop tegelijkertijd met bemesten en voer het maaisel na iedere maaibeurt af.
Maak ruimte voor bloemen
In een zeer dichte grasmat kunnen nieuwe planten moeilijk kiemen. Je kunt daarom plaatselijk kleine stukken gras verwijderen of de bodem openkrabben.
Op die kale plekken kun je vervolgens een geschikt inheems bloemenmengsel zaaien. Ook kun je werken met jonge planten of plugplanten. Daarmee kun je heel gericht soorten toevoegen die bij jouw bodem passen.
Probeer niet meteen het hele gazon te veranderen. Een aantal bloemrijke plekken kan zich in de daaropvolgende jaren verder uitbreiden.
Dat kost meer tijd dan een compleet nieuw ingezaaide bloemenweide, maar het resultaat sluit vaak veel beter aan op de omstandigheden in jouw tuin. Soorten die zich er thuis voelen zullen zich uitbreiden, soorten die zich er minder thuis voelen zullen op termijn verdwijnen.
Methode 2: een bloemrijk gazon opnieuw inzaaien
Wil je een nieuw bloemrijk gazon aanleggen of bestaat de huidige grasmat vrijwel uitsluitend uit snelgroeiende grassen? Dan kun je ervoor kiezen om opnieuw te beginnen.
Stap 1: Verwijder de bestaande vegetatie
Verwijder de bestaande grasmat of maak de bodem op een andere manier voldoende open, zodat het zaad daadwerkelijk in contact komt met kale grond. Bij grotere oppervlakken kan een tuinmachine het werk aanzienlijk makkelijker maken.
Gebruik hiervoor geen bestrijdingsmiddelen, omdat je hiermee de bodem vergiftigt waarop je bloemenmengsel moet komen.
Stap 2: Maak een zaaibed
Maak de bovenste laag van de bodem los en verwijder grote wortels en ongewenste planten.
Je hoeft de bodem vervolgens niet te verrijken met compost of mest. Zoals we hierboven al beschreven, is een voedselrijke bodem voor veel bloemrijke vegetaties juist ongunstig.
Maak de bovenkant redelijk vlak en fijn, zodat de zaden contact kunnen maken met de bodem.
Stap 3: Kies een passend mengsel
Dit is belangrijker dan het misschien lijkt.
Koop niet zomaar een zak met “bijenbloemen” of “wildflower mix”. Zulke mengsels kunnen bestaan uit soorten die van nature helemaal niet in Nederland voorkomen en soms zijn ze vooral samengesteld om in het eerste jaar zo spectaculair mogelijk te bloeien.
Wil je echt iets betekenen voor de lokale biodiversiteit? Kies dan bij voorkeur voor een mengsel met inheemse soorten dat past bij jouw bodem en standplaats.
Kijk dus niet alleen naar het plaatje op de verpakking, maar vooral naar de soorten die erin zitten.
Wij kiezen daarnaast het liefst voor biologisch geteelde planten en zaden die niet behandeld zijn met bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor insecten.
Stap 4: Zaai niet te dicht
Volg bij het zaaien de hoeveelheid die door de leverancier wordt geadviseerd. Meer zaad gebruiken betekent niet automatisch een mooier resultaat.
Bij fijne bloemenzaden kan het helpen om het zaad met droog zand te mengen. Zo kun je beter zien waar je al gezaaid hebt en het mengsel gelijkmatiger verdelen.
Hark de zaden niet diep onder de grond. Veel soorten kiemen het beste wanneer ze oppervlakkig liggen. Druk of rol de grond na het zaaien licht aan, zodat de zaden goed contact maken met de bodem.
Stap 5: Geef het tijd
Dit is misschien wel de belangrijkste stap.
Een natuurlijk bloemrijk gazon is geen kant-en-klaar tuinproduct. Sommige soorten kiemen snel, andere hebben veel langer nodig. Bovendien verandert de samenstelling gedurende de jaren.
Het eerste jaar kan daardoor heel anders zijn dan het derde of vijfde jaar.
Zie het bloemrijke gazon daarom niet als iets wat na één seizoen ‘af’ moet zijn. Juist de ontwikkeling ervan is interessant.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wanneer kun je een bloemrijk gazon zaaien?
Voor veel inheemse mengsels zijn voorjaar en nazomer/najaar geschikte zaaiperioden. Welke periode het beste is, hangt mede af van de soorten in het mengsel en de omstandigheden in je tuin.
Het najaar heeft voor verschillende inheemse planten voordelen. Sommige zaden hebben namelijk een koudeperiode nodig voordat ze goed kunnen kiemen.
Volg daarom altijd de zaai-instructies van het mengsel dat je gebruikt.
Zaai je tijdens een droge periode? Houd er dan rekening mee dat kiemende planten kwetsbaar zijn. De bovenlaag mag tijdens de eerste ontwikkeling niet langdurig volledig uitdrogen.
Met de huidige droge voorjaren die we in Nederland kennen wordt het steeds interessanter om in het najaar te zaaien. De bodem is dan nog voldoende warm en vochtig waardoor zaden goed kiemen en dit kan bovendien de concurrentie van sommige ongewenste kruiden verminderen. Let er wel op dat je dan uitsluitend zaden gebruikt die goed tegen vorst kunnen, anders raak je veel soorten al kwijt voordat het groeiseizoen überhaupt begonnen is.
Welke planten passen in een bloemrijk gazon?
Er bestaat niet één lijst met planten die in ieder bloemrijk gazon thuishoren. De beste soorten zijn de planten die passen bij jouw bodem, vochtigheid en hoeveelheid zon.
Toch zijn er verschillende inheemse soorten die je regelmatig in bloemrijke graslanden en gazons tegenkomt.
Denk bijvoorbeeld aan:
Gewone brunel– laagblijvend en geliefd bij verschillende insecten;
Duizendblad – een sterke soort die op veel zonnige plekken groeit;
Gewone margriet – karakteristieke bloem van bloemrijke graslanden;
Gewone rolklaver – belangrijk voor verschillende insecten en bovendien waardplant voor vlinders;
En wil je vooral veel vlinders aantrekken? Bekijk dan ook onze gids met inheemse planten voor vlinders. Ben je echt nog zoekende en heb je nog niet zo goed in beeld welke inheemse planten bij je passen? Download dan onze gratis plantenkeuzehulp en ontvang 5 inheemse planten die passen bij jouw tuin.
Bloemrijk gazon maaien en onderhouden
Een bloemrijk gazon minder vaak maaien betekent niet dat maaien onbelangrijk wordt. Het tegenovergestelde is eigenlijk waar.
Goed maaibeheer bepaalt voor een belangrijk deel welke planten zich kunnen handhaven.
Hoe vaak je moet maaien, hangt af van de bodem en de vegetatie. Een voedselrijk gazon waarin grassen hard groeien vraagt vaak om ander beheer dan een voedselarm en al soortenrijk grasland.
Voer het maaisel af
Laat gemaaid gras niet structureel liggen.
Wanneer het maaisel verteert, komen de voedingsstoffen namelijk opnieuw in de bodem terecht. Terwijl je bij een bloemrijk gazon juist vaak probeert de bodem langzaam te verschralen.
Laat het maaisel eventueel kort liggen zodat zaden eruit kunnen vallen en kleine dieren de kans krijgen eruit te kruipen. Daarna voer je het af.
Door dit jarenlang consequent te doen, worden voedingsstoffen aan de bodem onttrokken en kunnen kruiden steeds meer kansen krijgen.
Maai gefaseerd
Probeer niet iedere keer het hele bloemrijke gedeelte in één keer kort te maaien.
Laat bijvoorbeeld een deel van de vegetatie staan en maai dat tijdens een volgende maaibeurt. Zo blijven er altijd bloemen, hogere vegetatie en schuilplaatsen beschikbaar.
Dat is belangrijk voor insecten die tussen de planten leven, maar ook voor dieren die stengels gebruiken om te overwinteren. Het beste kun je bij iedere maaibeurt andere delen laten staan. Hierdoor ontstaat er een gevarieerde vegetatie van verschillende leeftijden en hoogtes, waardoor er altijd ruimte is voor insecten en andere dieren.
Laat bij het maaien altijd stukken gras met veel kruiden staan. Hierdoor kunnen kruiden in bloei komen en vinden insecten er ook nog voedsel (de Natuur van hier)
Maai paden door het gras
Wil je dat het geheel er verzorgd uitziet én gemakkelijk toegankelijk blijft? Maai dan paden door het hogere gras.
Dat heeft verrassend veel effect op hoe een bloemrijk grasveld wordt ervaren. Een stuk hoog gras kan voor sommige mensen rommelig ogen; met een strak gemaaid pad erdoorheen ziet precies hetzelfde stuk er ineens heel bewust aangelegd uit.
Bovendien kun je zo tussen de bloemen doorlopen zonder het hele gazon kort te hoeven houden. Je kunt dan van dichtbij het kruidenrijk grasland bekijken en allerlei insecten op de bloemen vinden.
Op de bloemen in een bloemrijk grasland kun je verrassend veel insecten vinden. Van link naar rechts: knoopkruidschildwants, bessenschildwants, zwarttip-smalboktor (de Natuur van hier)
Is Maai Mei Niet altijd een goed idee?
De campagne Maai Mei Niet heeft veel mensen laten zien hoeveel bloemen er kunnen verschijnen wanneer je de grasmaaier een tijdje laat staan. Dat is natuurlijk fantastisch.
Toch betekent het niet dat niet maaien altijd automatisch het beste beheer is.
Heb je een zeer voedselrijk gazon waarin grassen sterk domineren? Dan kan maaien en afvoeren juist nodig zijn om de vegetatie op termijn bloemrijker te krijgen.
Kijk daarom naar je doel en uitgangssituatie in plaats van één vaste maaidatum voor iedere tuin te gebruiken.
En zie je dat een bepaald gedeelte vol bloemen staat en druk bezocht wordt door insecten? Dan kun je dat gedeelte natuurlijk nog even laten staan en ergens anders beginnen.
Laat uitgebloeide planten staan
Een bloemrijk gazon is niet alleen waardevol wanneer alles volop in bloei staat.
Uitgebloeide planten produceren zaden waar verschillende vogels van eten. Holle en afgestorven stengels kunnen daarnaast gebruikt worden door insecten om te schuilen of te overwinteren.
Ook hogere vegetatie zelf vormt een belangrijke schuilplaats.
Uitgebloeide kruiden zijn belangrijke schuilplekken voor dieren zoals insecten en in dit geval een haas (De Natuur van hier)
Dit is een mooi voorbeeld van waarom wij niet alles in de tuin in het najaar opruimen. Wat voor ons misschien een hoop afgestorven planten lijkt, kan voor een dier precies de beschutting zijn die het nodig heeft.
Laat daarom gerust delen van de vegetatie gedurende de winter staan. In het voorjaar kun je deze stukken weer gefaseerd beheren.
Veelgemaakte fouten bij een bloemrijk gazon
Een bloemrijk gazon aanleggen is niet ingewikkeld, maar een aantal fouten kan het resultaat behoorlijk tegenwerken.
1. De bodem bemesten
Een dikke laag compost of gazonmest stimuleert vooral sterke grassen. Voor een bloemrijk gazon wil je meestal juist minder voedingsstoffen.
2. Een willekeurig bloemenmengsel gebruiken
Een kleurrijke verpakking zegt weinig over de ecologische waarde. Controleer welke soorten in het mengsel zitten en kies bij voorkeur inheemse soorten die passen bij jouw bodem.
3. Zaad over een dichte grasmat strooien
Veel zaden bereiken de bodem dan nauwelijks en krijgen te weinig licht om zich goed te ontwikkelen. Maak eerst open plekken.
4. Alles tegelijkertijd maaien
Daarmee verdwijnen in één klap bloemen, zaden en beschutting. Gefaseerd maaien is veel vriendelijker voor dieren.
5. Het maaisel laten liggen
Daarmee breng je voedingsstoffen weer terug in de bodem en werk je verschraling tegen.
6. Na één jaar concluderen dat het niet werkt
Een bloemrijk gazon heeft tijd nodig. De vegetatie kan jarenlang blijven veranderen.
Onze ervaring met een bloemrijk gazon
Toen wij in onze natuurtuin startten met het beheer om een kruidenrijk grasland te ontwikkelen, bestond het grasland hoofdzakelijk uit raaigras. We gingen volop aan de slag met maaien en afvoeren, zo’n 2 à 3 keer per jaar. De eerste twee jaar kostte het veel energie, maar zagen we nauwelijks verschil. Vanaf jaar 3 begonnen we echt verschil in het grasland te merken. Het gras was minder vet, en groepsgewijs kwamen er meer kruiden in. Eerst boterbloem, smalle weegbree en paardenbloem. Later ook pinksterbloemen, kamille en zelfs knoopkruid. Ieder daaropvolgend jaar zagen we op nieuwe plekken kruiden verschijnen. Ook ontdekten we ieder jaar meer insecten en zagen we vogels zoals distelvinken, zwarte roodstaarten en torenvalken gebruik maken van het grasland.
Bloemrijke gazons bieden voedsel voor vogels, zoals distelvinken die zaden komen eten (De Natuur van hier)
Maak je gazon onderdeel van je natuurrijke tuin
Een bloemrijk gazon wordt nog interessanter wanneer het aansluit op andere leefgebieden.
Ook rommelhoekjes zijn waardevol. Een stapel takken, wat bladeren onder een haag of afgestorven planten tussen de vegetatie bieden plekken waar dieren kunnen schuilen en overwinteren.
Je hoeft je tuin dus niet volledig te laten verwilderen. Juist een combinatie van verschillende kleine leefgebieden kan ontzettend veel verschil maken.
Veelgestelde vragen
Hoe maak je van een bestaand gazon een bloemrijk gazon?
Begin met minder vaak maaien, stop met bemesten en voer het maaisel na iedere maaibeurt af. Kijk welke kruiden vanzelf verschijnen. Is de grasmat erg dicht? Maak dan plaatselijk open plekken waarin je passende inheemse soorten kunt zaaien of planten.
Moet je een bloemrijk gazon bemesten?
Meestal niet. Op een voedselrijke bodem groeien grassen vaak harder en kunnen ze bloeiende kruiden verdringen. Bij een bloemrijk gazon proberen we de bodem daarom juist vaak langzaam te verschralen door te maaien en het maaisel af te voeren.
Hoe vaak moet je een bloemrijk gazon maaien?
Daar bestaat geen vast aantal maaibeurten voor. Het juiste beheer hangt af van de voedselrijkdom, groeisnelheid en soorten die aanwezig zijn. Een voedselrijk, sterk vergrast gazon moet vaker worden gemaaid dan een voedselarm bloemrijk grasland. Maai waar mogelijk gefaseerd en voer het maaisel af.
Wanneer kun je een bloemrijk gazon het beste zaaien?
Voor veel inheemse mengsels zijn het voorjaar en de nazomer of het najaar geschikte momenten. Sommige inheemse soorten profiteren van een koudeperiode. Controleer daarom altijd het specifieke zaaiadvies van het mengsel dat je gebruikt.
Hoe lang duurt het voordat een gazon bloemrijk wordt?
Dat hangt sterk af van de uitgangssituatie. Bij opnieuw inzaaien kun je in het eerste groeiseizoen al bloemen zien, maar een natuurlijk bloemrijk gazon ontwikkelt zich gedurende meerdere jaren. Vooral op voedselrijke grond kan verschraling behoorlijk wat tijd kosten.
Van strak gazon naar een stukje natuur
Een bloemrijk gazon hoeft niet perfect te zijn. Sterker nog: juist wanneer je niet probeert ieder stukje volledig onder controle te houden, ontstaat ruimte voor verrassingen.
Misschien verschijnt er ineens een plant die je nooit hebt ingezaaid. Misschien zie je steeds meer hommels tussen de klaver of landt er een vlinder op het knoopkruid. En ondertussen hoef je ook nog eens een stuk minder vaak achter de grasmaaier aan.
Begin daarom gerust klein. Laat een gedeelte van je gazon langer groeien, stop daar met bemesten, voer het maaisel af en kijk wat er gebeurt. Vanuit dat eerste stukje kun je het bloemrijke gedeelte ieder jaar verder uitbreiden.
Zo verandert een stukje gras stap voor stap in een leefgebied vol bloemen, insecten en andere dieren — en wordt je tuin ieder jaar een beetje natuurlijker.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wil je meer tips over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Veel mensen hebben salamanders in de tuin. Deze inheemse dieren weten de tuin razendsnel te vinden wanneer hier een poeltje of vijver aanwezig is. Maar hoe komen deze amfibieën in de tuin? En welke soorten salamanders worden zoal in tuinen gezien? Hoe zorg je ervoor dat je tuin nog meer geschikt is voor salamanders? In deze blog gaan we er dieper op in.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
De salamanders die over het algemeen in tuinen worden aangetroffen zijn in Nederland watersalamanders. Dit betekent dat ze in de paartijd sterk gebonden zijn aan water. De eitjes worden in het water afgezet en de larve worden in het water geboren. Als volwassen exemplaren kunnen salamanders zich ook prima over land verplaatsen. Hierdoor zijn ze in staat om tussen verschillende poelen te migreren.
De afstand die salamanders afleggen om nieuwe poelen te koloniseren varieert en hangt af van een aantal factoren. Verschillende soorten leggen niet dezelfde afstanden af. Daarnaast bepalen de kwaliteit van het leefgebied en de bereikbaarheid van andere poelen hoever salamanders reizen. Bij de kamsalamander is het bekend dat ze een afstand van meer dan 1 kilometer tussen poelen kunnen overbruggen, al doen ze hier wel meerdere jaren over. Poelen die dichterbij liggen kunnen vaak al binnen één jaar bereikt worden.
Voor het leven van salamanders in tuinen is het belangrijk dat tuinen goed bereikbaar zijn. Tuinen moeten dus niet volledig afgesloten worden met betonnen of houten schuttingen, maar liever met groene hagen. Daarnaast moeten er in tuinen en in de openbare leefomgeving voldoende groen aanwezig zijn waarin salamanders zich kunnen verplaatsen.
Salamanders weten soms bijzonder snel nieuwe vijvers te vinden. Deze vijver werd in mei aangelegd en in oktober werd de eerste kleine watersalamander nabij de vijver waargenomen (De Natuur van hier)
Wat moet ik doen met een salamander in mijn tuin?
Het kan zijn, ook als je geen poel of vijver in je tuin hebt, dat je een salamander in je tuin of zelfs in huis vindt. Op het moment dat je een salamander in huis vindt is het belangrijk eerst je handen te wassen of handschoenen aan te doen, voordat je de salamander verplaatst. Salamanders ademen (onder andere) via de huid, dus kunnen schade oplopen door resten die aan je handen kleven van verzorgingsproducten, schoonmaakmiddelen, et cetera. Verplaatst salamanders alleen als het strikt noodzakelijk is (als ze bijvoorbeeld in huis zitten) en doe dit dan zo snel en efficient mogelijk. Salamanders zijn immers beschermd en vangen, vervoeren en verhandelen is verboden.
Zorg ervoor dat de salamander veilig is voor huisdieren zoals honden en katten. Salamanders leven zowel op het land als in het water, dus zorg voor een geschikt landhabitat als waterhabitat. Hoe je dat doet lees je verderop in de blog. Gebruik tot slot geen chemische bestrijdingsmiddelen voor onkruid, slakken of wat dan ook in je tuin. Salamanders zullen er als een van de eerste dieren last van hebben en vermoedelijk aan overlijden.
De salamander die het meest voorkomt in tuinen is met stipt de kleine watersalamander. De kleine watersalamander komt in vrijwel heel Nederland voor en ze hebben geen hele grote poelen nodig als voortplantingsbiotoop. Dit zorgt ervoor dat kleine visvrije en visarme vijvers en poelen in tuinen al snel geschikt zijn voor de kleine watersalamander.
Kleine watersalamander (Saxifraga-Kees Marijnissen)
Naast de kleine watersalamander worden alpenwatersalamander en kamsalamander ook wel eens in tuinen waargenomen, maar beduidend minder dan eerstgenoemde. Beide soorten komen echter niet in het gehele land voor en ze zijn ook wat veeleisender wat betreft voortplantings- en landbiotoop.
Hoe maak ik mijn tuin meer geschikt voor salamanders?
Zoals al eerder benoemd in deze blog leven salamanders zowel in het water als op het land. Wil je dus salamanders in je tuin dan zul je zowel een geschikt water- als landhabitat moeten creëren.
Waterhabitat
Als waterhabitat is het verstandig om een poel of vijver aan te leggen. Hierbij moet je op een aantal dingen letten. Allereerst is het belangrijk de poel visvrij te houden (of ten minste zo min mogelijk vis). Vissen eten namelijk de eitjes en larven van amfibieën, waardoor kikkers, padden en salamanders zich veel minder snel zullen vestigen in een visvijver. Daarnaast is het belangrijk dat de poel of vijver grotendeels in de zon ligt, er voldoende (inheemse) vijverplanten aanwezig zijn en de taluds/oevers niet te steil zijn, zodat salamanders gemakkelijk in en uit de poel of vijver kunnen. Voor meer tips lees onderstaande blog, daarin lees je precies hoe je een poel aanlegt in de tuin.
Ben je iets minder handig, of heb je gewoon niet zoveel zin om alles zelf uit te zoeken? Dan kun je ook nog kiezen voor een Tuiny poel. Dit is een starterspakket waarmee je een inheemse poel van zo’n 2m2 aanlegt. Daarnaast zit er een aanleginstructie bij waarin stap voor stap uitgelegd staat hoe je dit aanpakt.
Vijvers met veel oever- en watervegetatie, gecombineerd met een stenenhoop of stapelmuur is bijzonder geschikt voor salamanders
Landhabitat
Naast een poel of vijver is een geschikt landhabitat cruciaal voor salamanders. Dit kan op verschillende manieren gemaakt worden. Allereerst is het goed om wat inheemse, groenblijvende struikjes in de buurt van de poel te hebben. Verder is een stapeltje hout of een takkenril perfect voor salamanders om onder te schuilen en om onder te overwinteren. Ook het maken van een stapelmuurtje kan daarbij helpen.
Naast het aanleggen van een takkenril of een stapelmuurtje is het belangrijk om de tuin niet al te netjes op te ruimen. Zorg ervoor dat er altijd wat rommelhoekjes of een hoop afgevallen bladeren zijn. Dit zijn ideale schuilplaatsen voor salamanders en andere amfibieën. Tot slot willen we nog adviseren om geen gif te gebruiken, in de vorm van onkruidverdelger, muizen- en/of rattengif of slakken- of mierenpoeder. Salamanders ademen onder andere via de huid en zijn zeer gevoelig voor deze gifmiddelen. Ze zullen dan ook als een van de eerste dieren (vaak nog voor dat het ‘ongedierte’ er last van heeft) last ondervinden van deze middelen.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie.In deel zeven bespreken we het groeiseizoen van 2024.
5 mei 2024 – 1 december 2024
De poel ruim een halfjaar na aanleg (De Natuur van hier)
Niet veel later vond er nog een bijzonder tafereel plaats in onze tuin. In onze poel specifieker gezegd. Hier veranderde namelijk een larve van de grote keizerlibel, een van de grootste libellen in ons land, in een volwassen exemplaar. Dit uitsluipen (het ondergaan van een onvolledige gedaanteverwisseling) hebben we weten vast te leggen. Het hele proces nam ruim één uur in beslag.
De onvolledige gedaanteverwisselling van een grote keizerlibel (De Natuur van hier)
Beheer van de natuurtuin
Gedurende de lente en zomer heeft er weinig beheer plaatsgevonden in de natuurtuin. Enkel om het gras te beheren zijn werkzaamheden uitgevoerd. Het plan is om het grasland drie keer per jaar te maaien: de eerste keer rond half/eind mei, de tweede keer begin juli en de laatste maaibeurt begin november, aan het einde van het groeisezoen.
Het gras wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Dit zorgt ervoor dat de voedselrijkdom van het grasland afneemt. Hierdoor worden grassen minder dominant en komt er meer plaats voor kruidachtige planten. Bloeiende planten trekken op hun beurt weer insecten aan en insecten trekken weer vogels aan. Het totaalplaatje zorgt voor een kleurrijk grasland met een hoge biodiversiteit. Het beheerplan past daarnaast ook binnen de criteria van een onverwachte, maar zeer aangename (én zeldzame) gast in onze tuin.
Toen we in het najaar namelijk de laatste maaironde uit aan het voeren waren, zagen we (gelukkig op tijd) een felgroen kikkertje in het hoge gras zitten. Dit kon natuurlijk niets anders zijn dan een heuse boomkikker! We wisten dat deze zeldzame amfibieën in de nabij gelegen natuurgebieden te vinden waren, maar hadden absoluut niet verwacht er zo snel een in onze eigen natuurtuin tegen te komen. Zeker niet omdat er (nog) geen geschikt voortplantingswater aanwezig is.
De prachtige boomkikker, verscholen in het groene gras (de Natuur van hier)
We hopen in de toekomst de natuurtuin verder geschikt te maken voor de boomkikker. Een struweel, gemengde haag en braamstruiken zijn al aangeplant. We zijn nog van plan een grote poel aan te leggen, die voldoet aan de specifieke eisen die boomkikkers daaraan stellen. Wellicht kan deze poel in de toekomst dan een belangrijk voortplantingshabitat vormen voor boomkikkers in de regio.
Zoogdieren
Tijdens een maaibeurt in het voorjaar kwamen we een ander dier tegen dat zich schuil hield in het hoge gras. Het was een jonge haas die we vonden. De haas was nog erg jong, hoogstens een aantal weken oud. Het stuk waar de jonge haas zat hebben we met rust gelaten.
Sinds de herfst zijn intrede heeft gedaan zien we steeds vaker een vrij jonge haas in onze tuin, druk knabbelend aan het hoge gras en de afgevallen bladeren. De witte vlek op zijn hoofd (zie onderstaande foto) verraadt dat het om een jonge haas gaat. We hebben sterke vermoedens dat de jonge haas die we in het voorjaar vonden dezelfde is als de iets grotere (maar nog steeds jonge) haas die we de afgelopen weken zien. Het gefaseerd maaien blijkt hoe dan ook een positieve ontwikkeling te hebben op de hazen in onze natuurtuin.
De witte vlek tussen het oog en de neus verraadt dat het om een jonge haas gaat (de Natuur van hier)
Steenmarter
Sinds enkele weken hebben we ook nog bezoek van een ander zoogdier, de steenmarter. De eerste keer zagen we deze marterachtige met de wildcamera, in de buurt van de kerkuilenkast. Zo’n twee weken later kwam de steenmarter op een koude zondagochtend onder de auto vandaan toen we deze startten. Om schade te voorkomen gaan we maatregelen treffen zodat deze niet meer onder de auto’s kan en ook niet in de nestkast van de kerkuil kan. Daarnaast gaan we ergens achterin de tuin een plek maken waar de marter kan schuilen. Dit kan heel simpel door een rommelhoek te maken met daarop een stuk golfplaat. Hierdoor kan de steenmarter droog en ongestoord rusten en is de kans dat deze onder de auto of zelfs in huis (spouwmuren) gaat rusten een stuk kleiner.
Wildcamera De steenmarter bezoekt regelmatig ’s nachts onze tuin. Ben je zelf ook benieuwd wat er zich ’s nachts in jouw tuin afspeelt? Zet dan zelf ook een wildcamera of nestkastcamera neer om alle soorten in jouw tuin te ontdekken. Via Green Backyard zijn kwalitatief goede wildcamera’s en nestkastcamera’s te krijgen, waarmee je alles in je tuin in beeld kunt brengen.
Vogels
Ook bij de vogels was het alles behalve rustig. De buizerds hebben weer gebroed op hetzelfde nest als vorig jaar, in de bosrand bij het kasteel. Gedurende het seizoen hebben we ze van heel dichtbij kunnen waarnemen. Roepend vanaf het nest, majestueus in de lucht en in een immer durend conflict met de zwarte kraaien.
Daarnaast liet een kleine rover zich ook vaak zien, de torenvalk. Laag hangend boven het grasland op zoek naar veldmuizen en soms druk roepend in de lucht. De steenuil horen we de afgelopen maand ook meerdere keren roepen tijdens de schemering en vlak daarna. Ook de kerkuil is sinds een maand weer vaste gast. Hij (of zij?) gebruikt de nestkast overdag weer als rustplaats, net zoals vorig jaar.
Inmiddels hebben de boerenzwaluwen, kwikstaarten en roodstaarten plaats gemaakt voor de gaaien, kauwen, roeken en staartmezen. De gaaien, kauwen en roeken komen naar onze tuin voor de wal- en hazelnoten. De staartmezen trekken in groepjes door de hoge bomen. Daarnaast zien we de merel, zowel man als vrouw, regelmatig vanuit de nabij gelegen boomgaard en struweelhaag naar onze taxus vliegen, waar ze zich te goed aan de bessen.
Uitzicht vanuit de tuin, op een mistige herfstochtend(De Natuur van hier)
Resultaten
In totaal hebben we nu 469 soorten organismen waargenomen in onze natuurtuin. Ruim 21% hiervan zijn planten, ruim 15% nachtvlinders en micro’s en 12% vogels. Enkele bijzondere waarnemingen deze periode zijn: de grijze wespenboktor (zeldzaam), grauwe spaandermot (zeldzaam), de roestbruine kniptor (zeldzaam) en de boomkikker (zeldzaam).
Natuurtuin overzicht, december 2024 (De Natuur van hier)
Je kent het wel: je koopt een huis en gaat binnen aan de slag met verbouwen en het huis naar je smaak maken. Als dit klaar is blijft de tuin nog over: een groot tegelpaleis welke in de zomer véél te warm is en welke blank staat wanneer het in het najaar begint te regenen. Tijd voor een groene oase! Maar waar begin je? In deze blog laten we je stap voor stap zien hoe je van deze tegeltuin een levendige groene tuin maakt!
omslagfoto:de Natuur van hier
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.
Een groene tuin kent veel voordelen ten opzichte van een tegeltuin. Het extreme weer waar we tegenwoordig mee te kampen hebben zorgt in steden en dorpen steeds vaker voor wateroverlast. Dit komt omdat er veel beton, asfalt en tegels in steden aanwezig zijn, waardoor het water allemaal via de riolering afgevoerd moet worden. Groene tuinen zorgen ervoor dat niet al het water via het afvoerputje hoeft weg te lopen, maar dat het rustig in de grond kan infiltreren.
Daarnaast is een tegeltuin veel warmer dan een groene tuin. Handig zou je in eerste instantie denken, maar wanneer het meer dan 30 graden in de zomer wordt ben je blij dat je wat schaduw hebt in je tuin. Als we ervoor kiezen om steden te vergroenen kan de gevoelstemperatuur in steden met meer dan 10 graden zakken op hete dagen! Plant dus planten, struiken en bomen in je tuin, om hittestress te voorkomen.
Tot slot dragen groene tuinen bij aan de lokale biodiversiteit en is het goed voor de mentale gezondheid.
Reden genoeg dus om je tegeltuin om te turnen naar een groene oase. Maar hoe pak je dit aan? Voordat je enthousiast aan de slag gaat, is het goed om eerst een en ander op papier te zetten. Dit kan met een simpele schets, of door een echt tuinontwerp te maken.
Ontwerp
Belangrijk is om goed na te denken wat je allemaal wil in je tuin. Wil je een terras in je tuin? Denk dan goed na over wanneer je gebruik maakt van dit terras. Heb je een ‘gewone’ 9-5 baan? Kies er dan voor je terras op die plek te leggen waar je in de namiddag zon hebt. Werk je bijvoorbeeld in de horeca en ben je vooral ’s ochtends vrij? Kies er dan voor je terras op een plek te leggen waar je kunt genieten van de ochtendzon.
Heb je veel buren en wil je geen inkijk hebben? Zorg er dan voor dat je genoeg (winter)groene struiken en (lei)bomen aanplant om het zicht te belemmeren. Denk ook na of je een vijver wil (zorg dan dat deze niet de hele dag in de schaduw ligt), een gazon, plantvakken en wellicht een moestuin.
Voordat je aan de slag gaat is het goed om je ideeën op papier te zetten
Vlekkenplan
Als je alle dingen hebt opgeschreven die zeker in je tuin terug moeten komen, is het tijd om een vlekkenplan te maken. Met een vlekkenplan maak je een schets van je tuin waarin je alle elementen die in de tuin terug moeten komen een plekje krijgen. Dit kun je digitaal doen, er zijn veel gratis en betaalde softwareprogramma’s te vinden, maar dit kan ook heel prima met de hand. Ook als je geen grafisch ontwerper of tekenaar bent kun je dit doen. Het gaat erom dat het voor jou duidelijk is waar wat moet komen en dat je er voldoende plek voor gereserveerd hebt.
Je kunt veel tijd in een ontwerp steken door een 3D ontwerp van je tuin te maken (zoals hierboven), maar een simpele schets op papier werkt ook (De Natuur van hier)
Tegels eruit
Dan is het eindelijk zover dat de handen vies gemaakt kunnen worden. Allereerst moeten die tegels eruit! Gooi ze niet gelijk weg, deze kun je prima hergebruiken. Als je de stoeptegels doormidden slaat, kun je ze heel mooi gebruik om stapelmuren en borders mee te maken. Stapel deze dan met de ruwe kant naar buiten en plant er zo nu en dan een muurplantje tussen. Zo krijg je een robuuste stapelmuur, welke bijzonder geschikt is voor allerlei dieren om tussen te kruipen. Meer tips over hoe je een stapelmuur maakt vind je hier!
Oude stoeptegels zijn uitermate geschikt om een stapelmuur van te maken. Begin met wat gele zand en een hele tegel als fundering. Stapel daarna halve tegels (met de ruwe kant naar buiten) licht hellend naar achteren en vul de ruimte erachter met tuinaarde. Zo krijg je een unieke plantenborder. (De Natuur van hier)
Nu de tegels eruit zijn kijk je waarschijnlijk tegen een laag gele zand aan. Volledig ongeschikt om planten in te zetten. Verwijder de gele zand (zet als gratis af te halen op Marktplaats, wellicht heb je geluk en hoef je zelf niet eens te scheppen!) en vul het ontstane gat op met tuinaarde. Of gebruik het gat om een grote vijver te maken! Als alle gele zand eruit is kun je eindelijk gaan nadenken over opnieuw inrichten!
Inrichten
Als het goed is heb je in je ontwerp of vlekkenplan bedacht waar je groen wil, waar je een terras wil, waar een gazon en waar een waterpartij. Zodra je klaar bent met het terras kun je starten met het water en het groen.
De aanleg van een rond terras (De Natuur van hier)Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Water
Afhankelijk van de grote van je tuin kun je een kleine of grote waterpartij maken. Een kleine waterpartij kan een simpel waterornament zijn, of een kleine voorgevormde vijverbak. Als je enkel plaats hebt voor een waterornament, kies hier dan zeker voor. Vogels zoals huismussen, kool- en pimpelmezen komen hier graag uit drinken. Heb je iets meer ruimte ga dan voor een poel of vijver. Naast vogels zullen amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders het water gauw vinden. Wil je het helemaal perfect maken voor amfibieën? Laat vissen dan achterwege. Deze eten namelijk de eitjes van de amfibieën, waardoor deze zich lastig kunnen huisvesten. Een poel zonder vissen is in no-time bevolkt door amfibieën!
Water in de vorm van een poel of vijver zorgt voor meer biodiversiteit in de tuin (De Natuur van hier)
Gazon
Ook een gazon mag niet ontbreken in een groene tuin. Onder andere merels maken dankbaar gebruik van een gazon, om te zoeken naar regenwormen. Kies ervoor een deel van het gazon (of helemaal) minder te maaien. Hierdoor krijgen kruidachtige inheemse planten de kans om te groeien en tot bloei te komen, perfect voor insecten. Paardenbloem, pinksterbloem, witte klaver, rode klaver en biggenkruid zijn voorbeelden van bloemen die met minder maaien zomaar in je gazon kunnen komen. Maai maar één keer per maand (of nog minder) en voer het gemaaid gras altijd af. Om het proces te bevorderen kun je er ook voor kiezen een inheems bloemenmengsel in te zaaien.
Minder maaien is meer kruiden in je gazon (de Natuur van hier)
Groen
Dan is het eindelijk tijd om het groen aan te planten. Hierbij zijn er een paar dingen belangrijk om ervoor te zorgen dat je voldoende insecten naar je tuin lokt. Varieer genoeg, kies voor inheems en bij voorkeur ook voor biologisch. Niet biologische planten worden bespoten met bestrijdingsmiddelen, wat dodelijk is voor insecten. Als je zo’n plantje koop bevat deze vaak nog bestrijdingsmiddelen waardoor insecten die erop af komen niet lang meer zullen leven. Wil je een levende tuin, dan is dit natuurlijk het laatste wat je wil.
Variatie
Er zijn verschillende soorten groen die je in je tuin kunt gebruiken. Op plekken waar je wil dat het groen niet te hoog wordt (vooraan in de plantenborder bijvoorbeeld) kun je gebruik maken van bloembollen (deze kunnen ook in het gazon gestoken worden), mossen, een- en tweejarige planten, vaste planten en varens. Daarachter gebruik je (hogere) vaste planten of struiken. Zo krijg je laagtes in het groen, wat zorgt voor verschillende micro-klimaten. In iedere micro-klimaat houden zich weer andere dieren op. Vergeet daarnaast niet om bomen aan te planten. Bomen zorgen voor schaduw tijdens warme zomer dagen, houden water vast en zijn een ware biodiversiteitsbron. Een tuin zonder bomen is dus niet af!
Tot slot kun je er nog voor kiezen om een heg aan te planten. Vogels vinden een veilige broedplek in heggen. Daarnaast zitten op de stammetjes vaak rupsen, perfect voedsel voor kool- en pimpelmezen. Wanneer de heg voldoende oud wordt komt er misschien zelfs wel een hele mussenfamilie wonen!
Kies voor inheemsén biologisch! Door te kiezen voor inheemse planten heb je inheemse insecten veel meer te bieden. Inheemse planten bloeien op de momenten dat insecten deze ook nodig hebben. Daarnaast doen inheemse planten het veel beter in ons klimaat dan al die exotische soorten. En zeg nou zelf, wat is nou mooier: een inheemse plant die volop groeit en rijkelijk bloeit, of een exotische soort die zielig in een hoekje staat weg te kwijnen? Biologisch gekweekte planten zijn vrij van gif, waardoor de insecten die op de nectar afkomen dus niet dood gaan! Sprinklr heeft een uitgebreid assortiment aan inheemse en biologische planten. Bekijk hier het volledige aanbod!
Het aanleggen van een nieuwe tuin kan veel geld kosten. Zeker wanneer je net klaar bent met het huis van binnen opknappen kan de rekening voor de tuin flink tegenvallen. Hier een aantal tips om op deze kosten te besparen.
Voer het werk zelf uit. Als je een beetje handig bent en je hebt groene vingers dan loont het om zelf aan de slag te gaan. Op deze manier kun je al gauw een paar honderd tot (meer dan) duizend euro besparen.
Hergebruik materialen, zoals het voorbeeld wat we gaven van de stoeptegels. Maar ook dakpannen, andere tegels en oude schuttingen kunnen op een creatieve manier hergebruikt worden.
Heb je een grote voor- en achtertuin? Ga dan gefaseerd te werk. Vind je de achtertuin het belangrijkste? Pak deze dan eerst aan en laat de voortuin nog een jaar liggen.
Doe een oproep op social media. Veel mensen die al een tuin hebben met inheemse soorten hebben na een aantal jaren veel plantmateriaal over, omdat inheemse soorten hard groeien. Soms kun je op deze manier gratis stekjes van vaste planten, vijverplanten, struiken en bomen ophalen.
Kijk eens op Marktplaats of andere 2e hands websites. Hier zijn vaak ook goede kopen te doen met betrekking tot planten, struiken en bomen. Wil je een grote struik of boom overnemen die ergens in de volle grond staat? Bereid je goed voor en vergis je niet in het gewicht. Struiken en bomen kunnen het beste verplaatst worden vanaf november t/m februari, omdat de grond dan voldoende nat is. Hierdoor kan de struik/boom sneller aangroeien op zijn nieuwe plek. Ook sites zoals Meer bomen nu en Voer de bij bij hebben soms (gratis) plantmateriaal beschikbaar.
Wil je graag een vijver, maar past dit niet binnen het budget? Kies dan voor een Wadi in plaats van een folievijer. Hiervoor graaf je enkel een gat op een laagpunt in de tuin. Leidt het water van het dak naar deze Wadi zodat er voldoende water in komt. Hier beginnen vanzelf waterminnende plantensoorten te groeien!
Wil je nestkastjes ophangen in je tuin? Maak deze dan zelf van afvalhout. Deze gaan wellicht iets minder lang mee, maar afvalhout is vaak wel gratis of voor weinig geld te krijgen. Als zo’n kastje na een aantal jaren slecht wordt, maak je gewoon weer een nieuwe. Op onze site vind je tal van voorbeelden van nestkastjes die je zelf kunt maken. Je kunt er ook een nestkastcamera inhangen en het hele broedproces van dichtbij meemaken!
Van tegeltuin naar groene tuin. Een wereld van verschil (De Natuur van hier)
Tot slot
Als je eenmaal klaar bent is het tijd om van je groene tuin te gaan genieten. Als je stoeptegels hebt verwijderd, kun je dit nog doorgeven bij het NK tegelwippen. Hier wordt ieder jaar bijgehouden hoeveel stoeptegels in tuinen vervangen zijn door groen. Heb je in je tuin vooral inheemse en streekeigen soorten gebruikt, dan kun je je tuin ook nog aanmelden bij Streektuinen.
Nu je een groene tuin hebt is het een kwestie van tijd voordat de eerste diersoorten zich gaan melden. Vind je het leuk om bij te houden welke soorten je allemaal ziet en wil je bijdragen aan de wetenschap? Kies er dan voor om mee te doen aan de jaarrond tuintelling. Hier kun je alle waargenomen soorten doorgeven. Dit is zeer belangrijk voor onderzoek naar (algemene) tuinsoorten.
Tot slot zijn wij ook razend benieuwd naar je tuin metamorfose. Dus heb jij jouw tuin flink onderhanden genomen en ben je trots op het eindresultaat? Laat het ons dan zeker weten. Dit kun je doen door onder deze blog een opmerking achter te laten. Of stuur ons een bericht (of tag ons) op Instagram (@denatuurvanhier). Wij kijken uit naar jouw tuinproject!
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie.In deel zes bespreken we de afgelopen winterperiode en het begin van de lente.
4 mei 2024
Uilen
In deel V van de natuurtuin in ontwikkeling serie schreven we dat we sinds enkele tijd bezoek krijgen van maar liefst twee uilensoorten: de steenuil en de kerkuil. Deze bezoeken hebben zich gedurende de winter en het begin van de lente voortgezet.
Steenuilen
Te beginnen met de steenuiltjes. Nadat we deze in het najaar een enkele keer gezien hadden, bleef het stil. In de tussentijd hadden wij niet stil gezeten, via STONE (steenuilenwerkgroep) hadden we een nestkast aangeschaft en opgehangen in een van de notenbomen. Even leek het erop dat het meteen raak was. Enkele avonden (en nachten) in het vroege voorjaar hoorden we de steenuilen luidkeels roepen en elegante vluchten achter elkaar aan maken.
Steenuil bij de ingang van de nestkast (De Natuur van hier)
Helaas lijkt het er niet op dat het tot een succesvol broedpaar heeft geleid in onze nestkast. We hebben echter wel vernomen dat een paar honderd meter verderop een paartje aan het broeden is. Dus wie weet kunnen we volgend jaar wel een paartje in onze nestkast bewonderen. In deze video zijn het vrouwtje en mannetje samen voor de nestkast te zien.
Kerkuil(en)
Dan de kerkuil. Gedurende de winter heeft een kerkuil de nestkast dagelijks gebruikt als rustplek. Begin januari zagen we echter dat er naast een ongeringde kerkuil ook nog zo nu en dan een geringde kerkuil voor de camera verscheen. Er moeten dus minstens twee exemplaren de schuur gebruikt hebben tijdens de winter. Een keer is het gelukt om beide kerkuilen gelijktijdig op de wildcamera vast te leggen.
Sinds het begin van de lente zijn de kerkuilen niet meer dagelijks aanwezig in de nestkast. Ons vermoeden is dat er op een andere plek wordt gebroed. Wel zien we we de kerkuilen nog minstens een aantal keren per week voor de wildcamera verschijnen. In deze video zie je een van de twee kerkuilen de nestkast binnen komen. Ook kun je hier het (angstaanjagende) geluid horen wat kerkuilen maken.
Een selectie van momenten dat we de kerkuilen wisten vast te leggen met de wildcamera (De Natuur van hier)
Lente betekent ook trekvogeltijd. Dit voorjaar zagen (en hoorden) we maar liefst drie keer grote groepen kraanvogels over ons huis trekken. De waarneming van de grootste groep was het bijzonderste. Boven ons bleef een groep van ongeveer 100 kraanvogels een aantal minuten rondcirkelen, waarna er van diverse kanten kleine groepjes kraanvogels aansloten. Uiteindelijk vertrokken er zo’n 200 kraanvogels weer in noordelijke richting.
Kraanvogels verzamelen zich boven ons huis, om na een aantal minuten weer in een grote groep verder te trekken (De Natuur van hier)
Paringsgedrag en nieuwkomers
Er wordt ook weer gebroed in de natuurtuin dit jaar. In een van de nestkasten heeft een koolmezenpaar al jongen en de houtduif zit ook stevig te broeden in de taxus. Van onder andere merels, pimpelmezen, zwarte roodstaarten en tortelduiven hebben we paringsgedrag waargenomen, maar (nog) geen broedplekken in de tuin weten te ontdekken. Wellicht volgen deze later in het seizoen nog, of zitten ze niet ver van hier te broeden.
Daarnaast zien we dit jaar voor het eerst twee wilde eenden (mannetje en vrouwtje) gebruik maken van de poel in de tuin. Ook hebben we tot twee keer toe twee patrijzen waargenomen. De patrijzenpopulatie nam de afgelopen 40 jaar met bijna 90% (!) af in Europa, we zijn dus erg blij dat onze tuin aantrekkelijk genoeg is voor deze soort. Vanaf dit jaar worden aangrenzende akkers ook ingericht met patrijzenbeheer via het ANLb (Agrarisch Natuur- en Landschapsbeheer). Hopelijk kunnen we de patrijs dan ook vaker gaan zien in onze tuin.
Een greep uit de wildcamera-collectie. V.l.n.r.: nijlgans, ekster, holenduif (De Natuur van hier)
Wildcamera’s Benieuwd geworden wat er zoal in jouw tuin te zien is, wanneer jij van huis bent of in bed ligt? Met behulp van een wildcamera kun je bewegingen in je tuin vastleggen via foto’s of videos. Via bol.com zijn wildcamera’s in alle prijsklassen te bestellen, dus toegankelijk voor iedereen. Besluit jij zelf een wildcamera aan te schaffen, dan kun je dat doen via deze link. Wij ontvangen hiervoor dan een kleine vergoeding (het kost jou niets extra’s), waardoor we dit soort content kunnen blijven maken.
Beheer natuurtuin
Wat betreft beheer is het een redelijk rustige periode geweest. We hebben in de voortuin een witte paardenkastanje (Aesculus hippocastanum) aangeplant. Daarnaast hebben we nog twee sterappeltjes (een lokaal ras) aangeplant.
Daarnaast is het grasland door het wisselvallige weer (vooral héél véél regen) weer flink aan het groeien. Om meer kruiden te krijgen zijn we het, in het verleden intensief bemeste, grasland daarom zo’n 3x per jaar aan het maaien (inclusief afvoeren van het maaisel). De eerste maaironde wordt nu gefaseerd uitgevoerd. Tot slot hebben we voorbereidingen getroffen voor een kleine keverbank te maken, achterin de natuurtuin. Hierover in het volgende deel meer!
Resultaat
In totaal hebben we nu 355 soorten organismen in de natuurtuin waargenomen, verdeeld over 18 soortgroepen en 174 families. Enkele bijzondere waarnemingen deze periode waren de dwarsbandkakkerlak (zeldzaam), bruingemarmerde schildwants (zeer zeldzaam), ovale dennenspanner (zeldzaam) en pocota (zeer zeldzaam). Deze laatste is een zweefvlieg welke een hommel imiteert (mimicry).
Een schaduwrijke tuin wordt vaak gezien als een uitdaging. Toch zijn er verrassend veel prachtige inheemse planten die juist uistekend groeien op plekken waar de zon maar beperkt komt. Van kleurrijke voorjaarsbloeiers tot sterke bodembedekkers en indrukwekkende structuurplanten: met de juiste soorten maak je ook van een schaduwborder of bostuin een levendige en biodiverse plek.
In dit artikel ontdek je 15 sterke inheemse schaduwplanten die geschikt zijn voor schaduw en halfschaduw. Daarnaast leggen we uit wat schaduw precies is, welke soorten het beste passen bij jouw tuin en hoe je een natuurlijke, soortenrijke beplanting samenstelt.
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.
Maar wat verstaan we precies onder schaduw? Er zijn plekken die vrijwel de hele dag geen zon zien, maar ook plekken die bijvoorbeeld maar een dagdeel in de schaduw en de rest van de dag in de zon. Beide situaties vragen een andere plantkeuze, dus is het goed om eerst te kijken naar de verschillende soorten schaduw die er zijn.
Volle schaduw
Allereerst is er de volle schaduw. Dit zijn plekken waar (vrijwel) de hele dag geen zon te zien is. Voorbeelden van volle schaduw zijn in de praktijk vaak plekken aan de noordzijde van het huis, of plekken onder grote bomen met een dicht bladerdek. Deze plekken zijn een stuk koeler en hebben een vochtige tot natte bodem.
Halfschaduw
We spreken over halfschaduw als een plek een gedeelte van de dag in de schaduw ligt en een ander gedeelte van de dag in de zon. Schijnt de zon bijvoorbeeld ´s ochtends op een plek in de tuin, maar verdwijnt deze na de middag achter het huis of de schuur, dan kun je deze plek bestempelen als halfschaduw. Een plek in de halfschaduw krijgt in de regel enkele uren per dag zon.
Lichte schaduw
Je zou ook nog lichte schaduw kunnen onderscheiden. Lichte schaduw kan ontstaan bij een open boomkroon (bijvoorbeeld een berk of een es) of bij een bosrand. De boom of de bomen (van een bosrand) zorgen wel voor schaduw, maar er valt toch nog wel licht doorheen.
Waarom kiezen voor inheemse schaduwplanten?
Inheemse schaduwplanten zijn volledig aangepast aan het Nederlandse klimaat en bieden voedsel en beschutting aan talloze insecten en andere dieren. Veel inheemse schaduwplanten dienen als waardplant of nectarplant voor diverse soorten insecten, zoals dagvlinders, nachtvlinders, bijen en zweefvliegen.
Bovendien vragen ze vaak weinig onderhoud wanneer ze op de juiste standplaats groeien. Door gebruik te maken van verschillende soorten schaduwplanten, zoals bodembedekkers en structuurplanten, creëer je een border die weinig onderhoud nodig heeft.
Kies je dus voor inheemse schaduwplanten, dan lever je een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Meerdere inheemse tuinen in een gebied kunnen zelfs een zeer belangrijke bijdrage aan het leefgebied van bijzondere soorten in het gebied.
Inheemse schaduwplanten zijn waardevoller voor de biodiversiteit dan uitheemse planten
De beste inheemse schaduwplanten
Hier volgende 15 beste inheemse planten om te gebruiken in een schaduwrijke tuin of schaduwborder. We bespreken soorten die in het voorjaar volop bloeien, planten die uitstekend geschikt zijn als bodembedekker, bloeiende soorten voor in de halfschaduw en structuurrijke planten.
Voorjaarsbloeiers
In ons land hebben we een aantal typische voorjaarsbloeiers, die onze bossen in het voorjaar kleur geven. Deze inheemse vaste planten zijn ook uitstekend te gebruiken in een schaduwrijke tuin of onder een bomengroep of onder inheemse struiken.
Bosanemoon (Anemone nemorosa)
Standplaats: halfschaduw tot schaduw
Hoogte: 10-20 centimeter
Bloei: wit | maart – mei
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: vroege bijen en andere bestuivers
Bosanemoon is een van de eerste planten die in het voorjaar kleur geeft aan een schaduwrijke tuin. Al vroeg in het seizoen verschijnen witte bloemen, vaak nog voordat de bomen volledig in blad staan. De soort groeit van nature in loofbossen en vormt daar soms prachtige witte tapijten. Bosanemoon is een uitstekende keuze voor een natuurlijke bostuin of schaduwborder.
Bosanemoon bloeit in het voorjaar met prachtige witte bloemen
Daslook (Allium ursinum)
Standplaats: halfschaduw tot schaduw
Hoogte: 20-40 centimeter
Bloei: wit | april – mei
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: bijen en zweefvliegen
Daslook is een bekende inheemse bosplant, die geliefd is vanwege de witte bloemen en het aromatische blad. De soort groeit van nature op vochtige, voedselrijke bosgronden en kan zich op geschikte plekken langzaam uitbreiden. Tijdens de bloei wordt daslook druk bezocht door bestuivende insecten, zoals bijen en zweefvliegen.
Daslook is ook uitstekend te gebruiken in de keuken, als vervanger voor knoflook. Daslook is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt verkrijgbaar, waaronder Sprinklr en Vivara.
Daslook is een uitstekende plant voor in de schaduw en bloeit rijkelijk met prachtige witte bloemen
Slanke sleutelbloem (Primula elatior)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 15-30 centimeter
Bloei: geel | maart – mei
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: bijen en hommels
Slanke sleutelbloem behoort tot de mooiste voorjaarsbloeiers van onze inheemse flora. De zachtgele bloemen verschijnen vroeg in het seizoen en bieden nectar aan verschillende insecten. De plant groeit van nature in vochtige bossen en langs bosranden en voelt zich thuis op een voedselrijke en kalkhoudende bodem.
De nectar in de gele bloemen van slanke sleutelbloem is zeer geliefd bij insecten
Bodembedekkers
De volgende schaduwplanten zijn uitstekend toe te passen als inheemse bodembedekker in de schaduw. Hiermee creëer je dichte borders die weinig onderhoud vergen.
Gele dovenetel (Lamium galeobdolon)
Standplaats: halfschaduw tot schaduw
Hoogte: 20-60 centimeter
Bloei: geel | april – juni
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: bijen en hommels
Gele dovenetel is een sterke bodembedekker voor schaduwrijke plekken. De plant vormt dichte matten en bloeit in het voorjaar met opvallende gele bloemen. Vooral hommels weten de bloemen goed te vinden. Door de snelle groei is gele dovenetel ideaal om kale plekken onder bomen en struiken te bedekken.
Gele dovenetel is – biologisch gekweekt – verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Gele dovenetel is een drachtplant voor onder andere hommels en wilde bijen
Bosaardbei (Fragaria vesca)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 10-20 centimeter
Bloei: wit met geel | april – juni
Bodem: humusrijk, goed doorlatend
Goed voor: bijen en vogels
Bosaardbei is een aantrekkelijke bodembedekker voor in de lichte schaduw. De witte bloemen trekken insecten aan, terwijl de rode vruchten geliefd zijn bij vogels en andere dieren. De soort verspreidt zich via uitlopers en vormt daardoor geleidelijk een natuurlijk tapijt.
Reserveer voor bosaardbei een plekje in je tuin dicht bij de deur. De zoete geur die de plant verspreid zal je steeds verrassen. De kleine, zoete aardbeitjes zijn daarnaast eetbaar, wat het natuurlijk helemaal handig is als ze dicht bij de deur staan.
Voor de aardbeivlinder, een kleine en zeldzame vlinder, is bosaardbei de waardplant. Bosaardbei is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr en Vivara.
Bosaardbei heeft naast de witte bloei ook een kenmerkende, kleine aarbei
Kruipend zenegroen (Ajuga reptans)
Standplaats: halfschaduw tot schaduw
Hoogte: 10-30 centimeter
Bloei: blauw | april – juni
Bodem: vochtig, humusrijk
Goed voor: bijen en hommels
Kruipend zenegroen is een sterke en wintergroene bodembedekker die zich via uitlopers verspreidt. De blauwe boeiaren steken in het voorjaar mooi af tegen het donkergroene blad. De plant groeit goed op plekken waar andere soorten het moeilijk hebben om zicht te vestigen. In onze natuurtuin gebruiken we kruipend zenegroen aan de noordzijde van het huis, waar nauwelijks zon komt. Hier breidt deze vrolijke bodembedekker zich gestaag uit met uitlopers en bloeit zelfs uitbundig!
Via diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara, is kruipende zenegroen biologisch gekweekt verkrijgbaar.
We hebben kruipend zenegroen staan aan de noordzijde van ons huis. Hier komt heel weinig zon, kruipende zenegroen bloeit en groeit er echter volop (de Natuur van hier)
Lievevrouwebedstro (Galium odoratum)
Standplaats: schaduw tot halfschaduw
Hoogte: 15-30 centimeter
Bloei: wit | mei – juni
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: kleine bestuivers
Lievevrouwebedstro is een typische bosplant die een prachtig tapijt vormt onder bomen en struiken. De kleine witte bloemen verschijnen in het voorjaar en geven schaduwrijke plekken een natuurlijke uitstraling. De plant wordt al eeuwenlang toegepast in bostuinen. Bij het kneuzen van de bladeren verspreidt de plant een heerlijke geur.
Lievevrouwebedstro is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij onder andere Sprinklr en Vivara.
Lievevrouwebestrok doet het goed in de (half)schaduw en is uitstekende te gebruiken als bodembedekker
Bloeiende toppers voor halfschaduw
Dan volgen nu een aantal bloeiende vaste planten die zich het prettigst voelen in de halfschaduw. Met deze soorten lok je gegarandeerd insecten naar je tuin.
Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 80-150 centimeter
Bloei: Paars, wit | juni – oktober
Bodem: humusrijk, licht vochtig
Goed voor: hommels en bijen
Vingerhoedskruid behoort tot de meest opvallende inheemse schaduwplanten. De hoge bloeiaren vol klokvormige zijn een echte blikvanger en trekken veel bestuivers aan. De soort voelt zich thuis langs bosranden en in open plekken in het bos.
Het is een uitstekende plant om hommels en bijen te fotograferen. Ze blijven vaak lang in de bloem zitten en komen er dan helemaal onder het stuifmeel weer uit. Pas wel op met te vochtige/natte plekken. Wij hebben regelmatig last van slakken gehad, die de jonge, frisse bladeren eten.
Vingerhoedskruid is bij onder andere Sprinklr en Vivara biologisch gekweekt te verkrijgen.
Vingerhoedskruid is een van de mooiste schaduwplanten
Wilde akelei (Aquilegia vulgaris)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 40-60 centimeter
Bloei: donkerblauw | mei – juli
Bodem: goed doorlatend, humusrijk
Goed voor: hommels
Wilde akelei is een sierlijke plant die goed groeit in lichte schaduw. De opvallende bloemen trekken vooral hommels aan, die dankzij hun lang tong gemakkelijk bij de nectar kunnen komen. Het mooie van wilde akelei is dat deze zich vaak vanzelf uitzaaien. In onze natuurtuin hebben we deze een aantal jaren geleden op één plek geplant, waarna deze zich langzaam door de tuin aan het verspreiden is.
Wilde akelei is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij verschillende speciaalzaken, waaronder Sprinklr en Vivara.
Wilde akelei bloeit met prachtige, knikkende bloemen
Donkere ooievaarsbek (Geranium phaeum)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 30-80 centimeter
Bloei: donkerpaars | mei – september
Bodem: humusrijk, lichtvochtig
Goed voor: bijen en zweefvliegen
Donkere ooievaarsbek bloeit met opvallende donkerpaarse bloemen en brengt kleur in schaduwrijke borders. De plant groeit compact en combineert mooi met varens en andere bosplanten. Dankzij de lange bloei is het een waardevolle nectarbrond.
Wij hebben donkere ooievaarsbek aan de noordzijde van ons huis staan, naast de achterdeur. De plant doet het hier uitzonderlijk goed en de lange bloei zorgt een groot deel van het jaar voor een fleurig gezicht bij binnenkomst.
Donkere ooievaarsbek is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr.
Donkere ooievaarsbek staat bij ons aan de noordzijde van het huis, en doet het daar uitstekend (de Natuur van hier)Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Bosandoorn (Stachys sylvatica)
Standplaats: halfschaduw tot schaduw
Hoogte: 50-100 centimeter
Bloei: roze | juni – september
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: bijen en hommels
Bosandoorn groeit van nature in vochtige bossen en langs bosranden. De roze bloemen verschijnen gedurende een lange periode en worden druk bezocht door insecten. De plant geeft een natuurlijke uitstraling aan schaduwrijke delen van de tuin. Met behulp van wortelstokken kan bosandoorn kale plekken schaduwrijke plekken snel dichtgroeien.
Bosandoorn bloeit met prachtige roze bloemen en doet het goed in de (half)schaduw
Breed klokje (Campanula latifolia)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 60-90 centimeter
Bloei: blauw | juni – augustus
Bodem: humusrijk, vochtig
Goed voor: bijen en hommels
Breed klokje is een statige bosplant met grote klokvormige bloemen. De soort komt van nature voor in bossen en langs bosranden en voelt zich thuis op een voedselrijke bodem. Door de hoogte vormt hij een mooi accent in een schaduwborder. Breed klokje groeit het best in de lichte schaduw of halfschaduw op een vochtige, humusrijke bodem.
Het breed klokje doet het uistekend op een plek in de halfschaduw, op een vochtige, humusrijke bodem (Saxifraga – Ed Stikvoort)
Knopig helmkruid (Scrophularia nodosa)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 60-120 centimeter
Bloei: rood | juni – september
Bodem: vochtig, voedselrijk
Goed voor: wilde bijen en wespen
Knopig helmkruid is misschien niet de meest opvallende plant uit deze lijst, maar ecologisch gezien behoort hij tot de toppers. Vooral wilde bijen en andere insecten bezoeken de bloemen veelvuldig. De soort groeit van nature langs bosranden en op vochtige plekken.
Deze vaste plant komt prachtig tot zijn recht op een vochtige, schaduwrijke plek langs een vijver of natuurlijke oever. De plant combineert mooi met varens en andere bosplanten draagt bij aan een gevarieerde oeverbeplanting. Ben je op zoek naar meer geschikte soorten? Bekijk dan ook onze blog over de beste inheemse vijverplanten.
Knopig helmkruid staat prachtig in een schaduwrijke oever (Saxifraga – Hans Boll)
Structuurplanten voor schaduw
Tot slot geven we nog een aantal suggesties waarmee je meer structuur in je schaduwborder krijgt. Voor een natuurlijke border wissel je bloeiende soorten af met een aantal structuurplanten.
Gewone smeerwortel (Symphytum officinale)
Standplaats: halfschaduw
Hoogte: 60-100 centimeter
Bloei: paars | april – juli
Bodem: vochtig, humusrijk
Goed voor: hommels, bijen en structuur
Gewone smeerwortel is een van onze favorieten planten, die we op veel plekken terugzien in onze natuurtuin. Gewone smeerwortel is een krachtige inheemse vaste plant die uitstekend groeit op vochtige, voedselrijke bodems. Hoewel de paarsroze tot roomwitte klokvormige bloemen rijkelijk bezocht worden door hommels en andere bestuivende insecten, ligt de grootste kracht van deze soort in zijn robuuste groei. Met zijn grote bladeren en forse pollen brengt gewone smeerwortel veel structuur aan in een natuurlijke border of schaduwrijke tuin.
Van nature groeit gewone smeerwortel langs beekjes, slootkanten en bosranden. Daardoor combineert de plant mooi met varens, knopig helmkruid en andere soorten die houden van een vochtige bodem. Gewone smeerwortel is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij onder andere Sprinklr.
Gewone smeerwortel biedt naast een prachtige bloei ook structuur en schuilplekken met zijn grote bladeren en pollige groeiwijze (de Natuur van hier)
Dubbelloof (Blechnum spicant)
Standplaats: schaduw tot halfschaduw
Hoogte: 20-65 centimeter
Bloei: geen bloei (varen)
Bodem: vochtig, humusrijk
Goed voor: structuur en schuilplekken
Dubbelloof is een elegante inheemse varen die goed groeit op vochtige schaduwplekken. De sierlijke bladeren zorgen het hele jaar door voor structuur in de tuin. De plant combineert prachtig met bosanemoon, daslook en andere bosplanten.
Dubbelloofvaren is een perfecte inheemse schaduwplant voor in de tuin (Saxifraga – Ed Stikvoort)
Tongvaren (Asplenium scolopendrium)
Standplaats: schaduw tot halfschaduw
Hoogte: 20-60 centimeter
Bloei: geen bloei (varen)
Bodem: humusrijk, kalkrijk en vochtig
Goed voor: structuur en schuilplekken
Tongvaren onderscheidt zich door zijn glanzende, onverdeelde bladeren. De soort groeit van nature op vochtige, schaduwrijke plekken en blijft vaak het hele jaar groen. Hierdoor zorgt tongvaren ook in de winter voor structuur en groen in de tuin.
Persoonlijk vind ik tongvaren het meest tot zijn recht komen op schaduwrijke plekken rondom een vijver of op een (oude) stapelmuur. In combinatie met water en stenen kun je met tongvaren (en veel andere varens) een prachtige natuurlijke tuin creëren.
Tongvaren heeft een leerachtig blad en het blad is niet ingesneden, waardoor deze anders lijkt dan de meeste varensoorten
Welke schaduwplant past bij jouw tuin?
Niet iedere schaduwplek is hetzelfde. Sommige planten groeien het beste in een vochtige bostuin, terwijl andere soorten juist goed gedijen onder een boom waar de grond in de zomer behoorlijk droog kan worden. Door de juiste plant op de juiste plek te zetten, voorkom je teleurstellingen en geniet je jarenlang van een gezonde onderhoudsarme beplanting.
Voor een droge schaduwplek
Heb je een plek onder bomen of struiken waar weinig regen de grond bereikt? Kies dan voor sterke soorten zoals gele dovenetel, wilde akelei of bosandoorn.
Voor vochtige schaduw
Is de bodem juist humusrijk en blijft deze lang vochtig? Dan voelden daslook, gewone smeerwortel, dubbelloof en bosanemoon zich hier uitstekend thuis.
Voor een kleurrijke schaduwborder
Wil je zoveel mogelijk bloemen en insecten aantrekken? Combineer dan wilde akelei, vingerhoedskruid, donkere ooievaarsbek, bosandoorn en breed klokje. Zo ontstaat er van het voorjaar tot ver in de zomer een border die volop in bloei staat.
Veelgemaakte fouten bij schaduwplanten
Een veelgemaakte fout is denken dat schaduw automatisch betekent dat er weinig mogelijk is. Juist veel inheemse bosplanten voelen zich thuis op plekken waar de zon slechts een paar uur per dag schijnt. Een andere fout is geen onderscheid maken tussen droge en vochtige schaduw. Vooral onder grote bomen kan de grond in de zomer verrassend droog worden, waardoor niet iedere schaduwplant hier goed groeit.
Ook worden schaduwplanten vaak te ruim uit elkaar geplant. Veel soorten zoals gele dovenetel, bosaardbei en lievevrouwbedstro, vormen na verloop van tijd een mooi gesloten tapijt. Door ze voldoende dicht op elkaar te planten ontstaat sneller een natuurlijke beplanting en krijgen onkruiden minder kans.
Onze ervaring met schaduwplanten
In onze natuurtuin hebben we op verschillende plekken schaduw gecreëerd door bomen, struiken of hagen. Vooral soorten als gewone smeerwortel, kruipend zenegroen, donkere ooievaarsbek en vingerhoedskruid doen het goed in onze tuin. We merken bovendien dat schaduwplanten vaak minder onderhoud vragen dan planten op zonnige plekken. Wanneer de juiste soort op de juiste standplaats staat, hoef je nauwelijks water te geven of in te grijpen.
Een schaduwrijke tuin hoeft daarom zeker niet saai te zijn. juist door verschillende bloeitijden, bladstructuren en hoogtes te combineren ontstaat een natuurlijke beplanting die het hele jaar aantrekkelijk blijft.
Mooie combinaties van schaduwplanten
Door verschillende soorten met elkaar te combineren ontstaat een natuurlijke en gevarieerde schaduwtuin.
Ook op een schaduwrijke plek kun je volop bijdragen aan de biodiversiteit. Door te kiezen voor inheemse schaduwplanten creëer je een natuurlijke tuin die weinig onderhoud vraagt en tegelijkertijd voedsel en beschutting biedt aan talloze insecten en andere dieren.
Ben je benieuwd welke inheemse planten geschikt zijn voor andere standplaatsen? Bekijk dan ook onze artikelen over:
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Het aantal ringmussen in Nederland is sinds 1990 gehalveerd. Een beetje hulp in de vorm van een nestkast kan de ringmus dus wel gebruiken.
De ringmus (Passer montanus)
De ringmus is een kleine vogel die behoort tot de familie mussen en erg veel lijkt op de beter bekende huismus. Er zijn echter enkele verschillen op te merken. Ringmussen bereiken een lichaamslengte van 12,5 tot 14 centimeter en een spanwijdte van ongeveer 21 centimeter. Daarmee blijven ze een fractie kleiner dan de huismus.
Het roodbruine kopje en de zwarte wangvlek zijn opvallend bij de ringmus
De mannetjes en vrouwtjes ringmussen lijken sprekend op elkaar. Ze hebben een roodbruine kop, zwarte wangvlek en bef en een witte halsring. Verder zijn ze overwegend bruin gekleurd met een witte vleugelstreep. Vooral op basis van het roodbruine kopje in combinatie met de zwarte wangvlek zijn ze goed te onderscheiden van mannetje huismus.
Verspreiding
Ringmussen zijn in tegenstelling tot huismussen niet overal in de stad te vinden, maar meer aan de stads- en dorpsranden en op boerderijen. Ze zoeken graag het kleinschalig cultuurlandschap op, waar ze gebruik maken van hagen, solitaire bomen en struiken en van aangrenzend bouwland om te foerageren. Dit verklaart ook meteen de afname in de populatie. De laatste decennia is dit type landschap op veel plekken in ons land verdwenen, waar het plaats heeft moeten maken voor monocultuurlandschappen en steriele en weinig groene (boeren)erven. Daarnaast is heeft veel graanteelt (een belangrijke voedselbron voor de ringmus) plaats moeten maken voor grootschalige maïsteelt.
In oktober zijn de meeste ringmussen in ons land te vinden. Bijna alle ringmussen in ons land zijn standvogels, maar in oktober krijgen ‘onze’ ringmussen bezoek van ringmussen uit Noord- en Oost-Europa, die hun broedgebied tijdelijk verlaten om hier (of verderop in West-Europa) te overwinteren.
Het dieet van ringmussen is hoofdzakelijk plantaardig, aangevuld met dierlijk voedsel in de vorm van insecten. Ze eten hoofdzakelijk granen en zaden. Dit doen ze vaak in groepen, ook wel flocks genoemd, gemengd met andere zangvogels zoals huismussen en vinken. Al druk foeragerend over de grond zie je dan grote groepen zangvogels op zoek naar zaden of graanresten op boerenland. Vooral tijdens het broedseizoen wordt dit aangevuld met insecten. De jonge dieren krijgen in de eerste levensfase hoofdzakelijk eiwitrijk, dierlijk voedsel gevoerd.
Het efficiënter worden van de landbouw heeft ervoor gezorgd dat ringmussen steeds vaker niet voldoende voedsel kunnen vinden (Saxifraga – Piet Munsterman)
Ringmussen broeden van nature in boomholtes, hagen en struiken. Daarnaast maken ze ook dankbaar gebruik van nestkasten. Per legsel worden er twee tot zeven eieren gelegd. Het aantal legsels per jaar varieert tussen de twee en vier. Beide ouders dragen zorg voor het uitbroeden van de eieren, wat zo’n twee weken in beslag neemt. Wanneer de juveniele dieren uit het ei zijn gekomen, duurt het nog ruim twee weken voordat ze kunnen vliegen.
Nestkast ringmus
Een nestkast voor een ringmus ophangen kan dus een goed idee zijn, mits in de juiste leefomgeving. Soms gebruiken ringmussen ook koolmees of pimpelmees nestkasten.
Meestal worden nestkasten van hout gemaakt, op onze bouwtekening gaan we daar ook vanuit, omdat dit praktisch is en vaak het goedkoopste. Uit onderzoek blijkt echter dat nestkasten gemaakt van houtbeton vaak succesvoller zijn. Ze worden daarnaast ook sneller en meer gebruikt. Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat ze warmte beter vast houden en dat het in de nestkast net een beetje warmer is.
Heb je dus geen zin om zelf een nestkast te maken en wil je het beste resultaat, bestel dan hier je duurzame houtbeton nestkast. Als je de kast via deze link besteld, dan bestel je hem bij Vivara en lever je met je aankoop ook nog eens een bijdrage aan de Nederlandse natuur!
Wil je wel graag zelf een nestkast voor een ringmus maken, gebruik dan gratis onderstaande bouwtekening. Op deze tekening staan alle gegevens die je nodig hebt om een goede nestkast te maken. Hierop vind je de afmetingen van de kast (en de invliegopening), welke houtsoort je het beste gebruikt en een zaagschema zodat je precies weet hoeveel hout je moet kopen. Bij veel bouwmarkten kun je het hout dat je koopt meteen in de juiste afmetingen laten zagen. Neem je bouwtekening dus mee naar de bouwmarkt, dat bespaart je een hoop werk.
Bouwtekening nestkast ringmus (De natuur van hier)
Als houtsoort kun je het beste beuken-, lariks- of eikenhout gebruiken. Daarnaast kan ook watervast multiplex gebruikt worden. Als dikte raden we 15 millimeter aan. Let bij het kopen van het hout op het FSC-keurmerk. Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Eventueel kun je het dak afwerken met dakleer, zodat het hout minder te verduren krijgt en de nestkast langer mee gaat.
Ophangen nestkast
Bij het ophangen van de nestkast is het belangrijk om met een aantal zaken rekening te houden. Hang de nestkast stevig op zodat deze niet valt. Hang de kast op ongeveer twee á drie meter hoogte, met de opening richting het noorden, noordoosten of oosten. Zo voorkom je dat het constant binnen regent en dat er minder overlast is van wind en zon. Zorg er daarnaast voor dat de kast niet goed bereikbaar is voor katten en andere roofdieren.
In het najaar (rond oktober) is het tijd om de nestkast schoon te maken. Gebruik hiervoor geen schoonmaakmiddelen, maar alleen heet water. Hang de nestkast daarna meteen weer op, want soms worden ze in de winter gebruikt als rustplek.
Ringmussen maken dankbaar gebruik van nestkasten als ze op de juiste plek hangen
Om een ringmus naar je tuin te lokken is het zaak om op de juiste plek te wonen. Ringmussen leven aan de rand van dorpen en steden, in een halfopen landschap. Belangrijk is dat er voldoende schuilplekken in de vorm van hagen, heesters en bomen in de buurt zijn. Daarnaast is het belangrijk dat ze voedsel kunnen vinden, op bijvoorbeeld graanakkers.
Hoe maak ik een nestkast voor een ringmus?
Een nestkast voor een ringmus kun je maken van lariks-, beuken- of eikenhouten planken. Watervast multiplex is ook geschikt. De nestkast moet circa 12x12x27cm groot zijn. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.
Hoe hang ik een nestkast voor een ringmus op?
Hang de nestkast op een beschutte plek, op ongeveer twee á drie meter hoogte stevig op, buiten het bereik van katten en andere roofdieren. Zorg dat de nestkast met de opening naar het noorden, noordoosten of oosten hangt, zodat het niet binnen regent.
Wat kun je nog meer doen voor ringmussen?
Om het ringmussen nog meer naar de zin te maken in je tuin of op je erf, kun je de volgende dingen nog overwegen. Plant bijvoorbeeld een brede gemengde haag aan met inheemse soorten zoals meidoorn, egelantier en veldesdoorn aan.
Daarnaast kun je biologisch voedsel in de vorm van zaden en zonnepitten aanbieden. Laat tot slot op een rustige plek een rommelhoekje staan waar ook wat onkruid mag groeien. Ringmussen zijn gek op onkruidzaden en kunnen dit zo in overvloed in je tuin vinden.
Wil je meer bouwtekeningen voor nestkasten. inspiratie over inheemse planten of andere tuin- of natuurtips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!