Herken oranje vlinders – met foto’s en tips – deel II

Kleine vuurvlinder (de Natuur van hier)

Er zijn vlinders in allerlei soorten, maten en kleuren. Opvallende vlinders zijn vaak niet moeilijk te herkennen, maar vlinders die er grotendeels hetzelfde uitzien, zijn moeilijker om uit elkaar te houden. Zo ook oranje vlinders. Hoe leer je oranje vlinders herkennen? In deze blog geven we je daar tips voor: waar kun je op letten en wat onderscheidt de ene vlinder van de andere? Aan het eind van deze blog geven we nog tips hoe je vlinders zelf kunt helpen.

Omslagfoto: kleine vuurvlinder (de Natuur van hier)

E-book meer natuur in je tuin - kleine vos

Oranje zandoogje (Pyronia tithonus)

In één oogopslag: bruine randen van boven- en ondervleugels, daarbinnen zijn de vleugels oranje. Op beide vleugels zijn zwarte vlekken met witte stippen erin te zien, die doen denken aan ogen.

Het oranje zandoogje is een gevoelige tot plaatselijk algemene standvlinder. De vleugels zijn oranjebruin en hebben een zwarte oogvlek met witte stippen op de voorvleugel. De spanwijdte van deze oranje vlinder is 3,5 centimeter tot 4,5 centimeter. Je kunt deze vlinder vooral in het noordoosten en het zuiden van het land tegenkomen, met name bij ruige graslanden, bosranden, struwelen, houtwallen en bloemrijke bermen.

De eitjes worden op waardplanten als kropaar, rood zwenkgras, grote vossenstaart en andere grassoorten afgezet. De rupsen leven van deze grassen. De jonge rupsen zijn okerwit met een groene zweem en hebben een donkere middenstreep. Ze overwinteren als rups in het gras.

Oranje zandoogjes vliegen van begin juli tot eind augustus. Vaak zonnen de vlinders op bladeren of fladderen laag over de grond. De oogvlekken zijn om vijanden af te schrikken. De mannetjes hebben een duidelijke geurstreep op de voorvleugel. Met warm weer kunnen er veel individuen tegelijk actief zijn.

Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)

In één oogopslag: de bovenvleugels zijn oranje met zwarte vlekken en een zwarte rand. De ondervleugels hebben het andersom: een oranje rand en verder zwart. In de oranje band zitten ook zwarte vlekken.

De bovenvleugels van de kleine vuurvlinder zijn oranje met een zwarte band en zwarte vlekken. De ondervleugels zijn precies andersom: zwarte vleugels met een oranje band met zwarte stippen. Er kunnen in één jaar drie generaties kleine vuurvlinder vliegen. Spanwijdte van deze soort is ongeveer drie centimeter.

Waardplanten voor deze oranje vlinders zijn onder andere zuring en klimop. Het vrouwtje zet de eitjes een voor een af op de onderkant van bladeren. Het overwinteren gebeurt als rups en in de buurt van de waardplant. In het voorjaar wordt het eten hervat en verpopt de rups. Hoewel de rups niet groot is, zo’n anderhalve centimeter, valt hij toch op. De vorm van de rups is plomp en daarnaast is hij groen met roze.

De kleine vuurvlinder kun je tegenkomen in open terreinen, zoals schrale graslanden, bermen, de duinen en op de hei. In de periode maart tot en met oktober vliegt deze soort rond.

Argusvlinder (Lasiommata megera)

In één oogopslag: oranje vleugels met zwarte lijnen. In de vleugelpunten van de bovenvleugels een zwarte vlek met een witte stip. Op de ondervleugels zijn kleine zwarte vlekken met witte stippen te zien.

Deze oranje vlinder heeft een feloranje kleur. In de boven- en ondervleugels zijn zwarte lijnen te zien, die kronkelend lopen. In de vleugelpunten is een zwarte oogvlek. Dezelfde vlekken met witte stip komen ook in de ondervleugels voor, maar zijn kleiner. De spanwijdte van deze soort is tussen de vier en vijf centimeter.

De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op planten die op een warme en beschutte plek staan. De eitjes zet het vrouwtje afzonderlijk af op de planten. De rupsen worden iets groter dan twee centimeter. Ze zijn groen en hebben een lichtere lengtestreep.

De argusvlinder kwam vroeger algemeen voor, maar wordt steeds zeldzamer. Vanaf de jaren 1990 gaat de soort hard achteruit. Je ziet de argusvlinder nu alleen nog regionaal verspreid door Nederland voor. De vliegtijd van deze oranje vlinder is tussen mei en oktober.

Zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola)

In één oogopslag: effen oranje vleugels met een donkere rand. Fors lijf en zwarte voelsprietknoppen.

Oranje vlinders herkennen - zwartsprietdikkopje

Deze oranje vlinder is met recht een oranje vlinder te noemen. Zijn vleugels zijn dieporanje met een donkere rand. Deze vlinder heeft een spanwijdte tussen de 2,5 en 2,8 centimeter. Je kunt deze vlinder vooral tegenkomen in het oosten en zuiden van het land, maar komt overal in Nederland algemeen voor. Ze houden van bloemrijke graslanden, dijken en ruige wegbermen.

De eitjes worden in groepjes afgezet op waardplanten als kropaar, kweek en beemdgras. De rupsen leven in een kokertje in opgerolde grassen. Ze zijn groen met witgroene lijnen en hebben bruine en witte strepen op de kop.

De vliegtijd van het zwartsprietdikkopje is van half juni tot half augustus en is daarmee wat later dan het geelsprietdikkopje. De kleur van de voelsprieten maakt het onderscheid tussen beide soorten. Deze soort is gevoelig voor maaibeheer en stikstof.

Gratis Plantenkeuzehulp voor passende inheemse planten
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.

Groot dikkopje

In één oogopslag: een fors lijf en oranje vleugels die van lichtoranje tot donkeroranje kleuren. De vleugels hebben een zwarte rand. Als de vleugels dicht zijn, zijn de vlekjes bovenin de vleugels zichtbaar.

Oranje vlinders herkennen - groot dikkopje

Het groot dikkopje oogt fors en is oranjebruin met donkere en lichte vlekken en een dikke kop. De spanwijdte is tussen de 2,5 centimeter en 3,5 centimeter. Deze vlinder vliegt vaak op ooghoogte en rust graag op grasstengels. Je kunt deze vlinder vinden in graslanden, ruige bermen en op open plekken in het bos of langs de bosrand. Het is een algemene standvlinder die je vooral op zand- en veengronden en in de duinen ziet.

De eitjes worden afgezet op grashalmen, bijvoorbeeld op kweekgras en rood zwenkgras. Daar spint de rups na het uitkomen een kokertje. Vanuit daar eet hij van het gras, na het eten keert hij terug in zijn kokertje. De rups overwintert als halfvolgroeide rups in zijn kokertje in het gras. Na het overwinteren eet de rups weer verder, waarna de verpopping begint.

De vliegtijd van deze oranje vlinder is van begin juni tot begin augustus. Hoewel de soort algemeen is in Nederland, neemt de populatie af. Bij mannetjes zie je de typische houding van dikkopjes, in de vorm van een A: de voorvleugels zijn gespreid en de achtervleugels plat. Mannetjes hebben ook een duidelijke geurstreep, zichtbaar op de voorvleugel in de vorm van een langgerekte S.

Buiten in het veld s het soms lastig om vlinders op naam te brengen. Je hebt geen internet, waardoor opzoeken en apps zoals ObsIdentify niet beschikbaar zijn. Met een zakgids kun je dan snel een vlinder opzoeken. De Zakgids Vlinders van de Benelux is hiervoor perfect. In deze gids vind je meer dan 100 soorten dagvlinders die in de Benelux voorkomen. De gids is rijkelijk geïllustreerd en van alle vlinders zijn de belangrijkste kenmerken terug te vinden. De gids is in zakformaat te verkrijgen, waardoor je hem dus gemakkelijk mee het veld in neemt. De zakgids is via deze link te bestellen bij bol.com.

Zakgids vlinders van de Benelux (bol.com)

Grote vos (Nymphalis polychloros)

In één oogopslag: oranje vleugels met zwarte vlekken. Langs de vleugels loopt een zwarte rand, die bij de ondervleugels blauwe vlekken heeft.

Oranje vlinders herkennen - grote vos
Bron: Shutterstock

De grote vos werd met uitsterven bedreigd, maar wordt gelukkig de laatste tijd weer vaker gezien. Sinds 2019 is ook voortplanting vastgesteld. Tot 1980 kwam hij in kleine aantallen in het zuiden van Limburg voor, maar daarna ging het slechter. Het is een grote vlinder, met een spanwijdte van 5 tot 6 centimeter. Hij lijkt op de kleine vos, maar hij is groter, lichter oranje en de zwarte vlekken zijn minder uitgesproken. De witte vlek die kleine vos heeft, heeft grote vos niet. De grote vos is zeldzaam in Nederland, maar wordt weer vaker gemeld in Zuid-Limburg, Noord-Brabant en de Veluwe.

De rups leeft op verschillende loofbomen, zoals wilg, iep, fruitbomen en es. Het vrouwtje zet de eitjes in het voorjaar af op de onderkant van jong blad. De rups is zwart met fijne witte spikkels en fijne stekels. De rupsen leven in het beginstadium in sociaal verband, in een samen gesponnen nest. De soort overwintert als vlinder in koele, donkere plekken met oud hout.

Omdat de soort overwintert als vlinder, kunnen zij bij zacht weer in februari of maart al actief worden. Het zijn zwervende vlinders. De vliegtijd loopt grofweg van maart tot en met april, met soms nog een tweede generatie in juli of augustus.

Keizersmantel (Argynnis paphia)

In één oogopslag: een helderoranje vlinder met zwarte stippen. Mannetjes hebben zwarte strepen op de voorvleugel, de geurstrepen. De onderkant van de vleugels is groenachtig met witte stippen.

Oranje vlinders herkennen - keizersmantel

De keizersmantel was sinds 1980 in Nederland verdwenen, er werden enkel nog zwervende individuen waargenomen. Echter zijn er sinds 2004 weer voortplantingen gemeld, voornamelijk in de Achterhoek en in Zuid-Limburg, maar hij kan overal in het land opduiken. Het is een imposante oranje vlinder, met zwarte stippen en een spanwijdte van 5,5 tot 6,5 centimeter. Mannetjes hebben duidelijke zwarte geurstrepen op de voorvleugels.

De rupsen leven van viooltjes, met name bosviooltjes, hondsviooltjes en soms ook maarts viooltje. De eitjes worden hoog in bomen afgezet die bij viooltjes staan, zoals op eikenbast, waar ook wordt overwinterd. In het voorjaar kruipen de rupsen naar beneden en zoeken hun waardplant op. De rups is zwart met stekels en leeft solitair.

De vliegtijd is vrij lang, van eind juni tot eind augustus. De vlinder bezoekt graag distels en koninginnekruid en andere nectarplanten die in de bosrand groeien. Het is een warmteminnende soort, die bosranden met bloei en kruidenrijkdom nodig heeft.

Een andere vlinder gezien?

Zat de vlinder die je hebt gezien hier niet tussen? Kijk eens bij onze andere blogs over vlinders, misschien staat hij daar wel in het lijstje. Heb je al gekeken bij het eerste deel van oranje vlinders? En er zijn nog een aantal witte vlindersoorten en gele vlindersoorten.

Wat kun je zelf doen om vlinders te helpen?

Vlinders hebben het zwaar, net als veel andere dier- en plantensoorten. Veel van hun leefgebied is onder invloed van de intensieve landbouw en meer menselijke omgeving (meer stenen, meer uitstoot) ingrijpend veranderd. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om vlinders en andere diersoorten te helpen.

Brandnetels, brandnetels, brandnetels

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de brandnetel een waardplant voor veel verschillende soorten vlinders. Brandnetels worden echter vaak als ongewenst gezien en worden daarom weggehaald. Dit heeft invloed op de hele levenscyclus van de vlindersoorten. Er is dan geen plek om de eitjes af te zetten, geen voedsel voor rupsen en geen plek om te verpoppen. Laat die brandnetels dus lekker staan (in ieder geval ergens een hoekje). En laat ze ook vooral in de winter tot en met de lente onberoerd.

Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)
Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)

Maak je tuin niet ‘winterklaar’

Rupsen verpoppen vaak op of rondom hun waardplant of in de lage vegetatie. Uitgebloeide planten en stengels worden gebruikt om de pop aan vast te maken. Een goede reden om je tuin niet zogenaamd winterklaar te hoeven maken. Niet alleen vlindersoorten, maar veel andere diersoorten gebruiken uitgebloeide planten om te overwinteren. Je kunt dit allemaal rustig laten staan. Wanneer er in het voorjaar weer warmere temperaturen aanbreken, beginnen veel diersoorten ook weer actief te worden en kun je de uitgebloeide stengels verwijderen.

Zorgen voor nectar

Bovenstaande maatregelen vragen er vooral om om met rust gelaten te worden. Maar je kunt ook actief je handen uit de mouwen steken en de vlinders voorzien van een lekker maaltje nectar. We raden aan om altijd te kiezen voor biologisch gekweekte planten en een groot aandeel inheemse soorten in je tuin. Uit meerdere onderzoeken, bijvoorbeeld door PAN-NL, blijkt dat er op veel planten uit tuincentra pesticiden zitten die insecten doden, ook nog na aankoop, wanneer ze in je tuin staan.

Zorg voor inheemse, biologische planten

Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Inspiratie om een levend paradijs van je tuin te maken

Zoek je inspiratie om je tuin om te toveren tot een paradijs vol leven, geur en kleur? Waar plek is voor bijen, hommels, (kleine) zoogdieren, vogels en gele, witte en oranje vlinders? Hieronder vind je een aantal blogs die je op weg kunnen helpen:

Van tegeltuin naar groene tuin

De beste inheemse vaste planten

De beste inheemse planten voor in de zon

Een bloemrijk gazon aanleggen, onderhouden en de voordelen ervan

De beste inheemse bijenplanten

De beste inheemse schaduwplanten

Tips voor het aanleggen van een natuurtuin

De beste inheemse klimplanten

De beste inheemse bodembedekkers

Tot slot

Nu kun je oranje vlinders herkennen en weet je wat je moet doen om meer vlinders naar je tuin te trekken. Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs én op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Natuurtuin in ontwikkeling – deel VIII

Kersenboom (De Natuur van hier)

Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deel acht bepreken we de winter en de start van de lente!

1 december 2024 – 22 april 2025

Hondsdraf (De Natuur van hier)
Hondsdraf bloeit rijkelijk in het kruidenrijke gazon (De Natuur van hier)

In deel VII van Natuurtuin in ontwikkeling bespraken we het groeiseizoen van 2024. Vele hoogtepunten kwamen daarin voorbij: het bezoek van podcastmaskers Tjif en Tjaf, de (waarschijnlijke) geboorte van een haas en de vondst van een prachtige boomkikker! Ook in deze periode zijn er weer een aantal hoogtepunten te benoemen.

Winter

Te starten in de winter. Alhoewel de winter meestal een vrij rustige periode is, is er toch altijd wel wat te beleven. Allereerst hebben we nog wat extra aanplant gedaan. We hebben de gemengde haag nog een stukje verder uitgebreid. Soorten die we hiervoor hebben gebruikt zijn rode kornoelje (Cornus sanguinea), wilde peer (Pyrus communis) en diverse rozensoorten. Dit stuk haag willen we vrijuit laten uitgroeien zodat er een robuuste struweelhaag ontstaat met een diversiteit aan bloemen en vruchten.

Daarnaast hebben we in het weiland nog twee fruitbomen (kersen) aangeplant. In totaal staan er nu vier fruitbomen in het weiland en begint er langzaam een hoogstamboomgaard te ontstaan. In combinatie met een kruidenrijk grasland eronder hopen we een plek vol leven en diversiteit te creëren.

De bloemen die gedurende het seizoen op verschillende plekken in de natuurtuin hebben gebloeid, hebben we de hele winter laten staan. Deze uitgebloeide bloemen hadden wat ons betreft nog een leuke sierwaarden en boden daarnaast nog voedsel aan overwinterende zangvogels, zoals distelvinken. Het zaad van onder andere de kaardenbollen was aan het einde van de winter volledig uit de zaadhoofden verdwenen.

Als je denkt dat er in de winter niets te beleven is in een natuurtuin, dan heb je het mis. Met behulp van de wildcamera hebben we veel dieren weten vast te leggen die dankbaar gebruikt maakte van onze natuurtuin. Omdat ze hier voedsel kunnen vinden, of simpelweg omdat ze hier een veilige rustplek konden vinden. Op veel landerijen om ons heen was al het gras voor de winter kort gemaaid, waardoor dieren zoals hazen geen schuilplekken hebben. Door stukken gras en kruiden te laten staan, konden deze dieren hier altijd een veilige plek vinden. Onderstaand een greep uit de soorten die zich deze winter voor de wildcamera hebben laten zien.


Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


Lente

Na een lange winter (voor ons gevoel althans), waren dan uiteindelijk toch de eerste tekenen van de lente zichtbaar. Vroege bloeiers zoals gele kornoelje en sleedoorn kwamen in bloei en het eerste vogelgezang was duidelijk hoorbaar. De droge en relatief warme periode in maart zorgde ervoor dat alles in een stroomversnelling kwam en binnen no-time zaten er weer bladeren aan de bomen en struiken.

Om de ontwikkeling van raaigrasland naar kruidenrijk grasland wat te versnellen hebben we ervoor gekozen een aantal stroken in het grasland in te zaaien. We hebben deze stroken ingezaaid met een streektuinenmengsel van Streektuinen. Hier hebben ze speciale mengsels afgestemd op de verschillende streken in ons land. Zo sluit het perfect aan op het omliggende landschap. In ons geval is dit het Limburgse Maasstreek mengsel geworden. Inmiddels is het zaad aan het kiemen, we zijn heel benieuwd hoe het zich dit jaar gaat ontwikkelen. De bedoeling is dat het zich de komende jaren geleidelijk door de rest van het grasland gaat ontwikkelen.

Van nature zijn er dit jaar ook al een stuk meer kruiden in het grasland te vinden, ten opzichte van vorig jaar. Op sommige stukken is pinksterbloem in grote getale op aan het rukken. Daarnaast verspreiden paardenbloem, kruipende boterbloem en fluitenkruid zich ook steeds meer. Op een enkele plek is zelfs knoopkruid zich spontaan aan het vestigen. Het gaat dus de goede kant op met de kruiden!

Distelvink (De Natuur van hier)
Een distelvink doet zich te goed aan een uitgebloeide paardenbloem (De Natuur van hier)

Lees ook: vinken in Nederland – deel I


Vlinders

De kruiden in het gras hebben een positief effect op de fauna in onze tuin. Naast vogels (zoals distelvinken die op het zaad afkomen) maken insecten dankbaar gebruik van de nectar in de bloemen. Een van de opvallendste en kleurrijkste groep binnen de insecten zijn de vlinders. Deze zijn dit voorjaar erg actief in onze natuurtuin.

Qua witte vlinders laten regelmatig het klein koolwitje en het klein geaderd witje zich zien. Een enkele keer hebben we ook het groot koolwitje gezien. Van de gele vlinders hebben we zo af en toe de citroenvlinder in de tuin gehad. Daarnaast waren er ook nog een aantal oranje vlinders die we in de tuin zijn tegengekomen. Heel veel dagpauwogen zien we in de tuin, maar ook soms een landkaartje en een enkele keer de gehakkelde aurelia. Tot slot zien we op het moment regelmatig het bont zandoogje en hebben we één keer een blauwtje gezien. Deze was echter maar zeer kort in de tuin en hebben we helaas niet lang genoeg kunnen bekijken om te weten welk blauwtje het was.

Resultaten

In totaal hebben we nu 502 soorten flora (spontaan ontwikkeld, dus niet aangeplant of ingezaaid) en fauna gezien in onze tuin. Enkele bijzondere waarnemingen deze periode zijn de gegroefde haarwaterroofkever (vrij algemeen), de harige springspin (vrij algemeen) en de gevlekte wolzwever (vrij algemeen).

2025-04 soortenoverzicht natuurtuin (De Natuur van hier)
Natuurtuin overzicht, april 2025 (De Natuur van hier)

Lees ook: reptielen in Nederland


Nestkast ophangen voor vogels – tips

Tips ophangen nestkast

Nestkast voor vogels ophangen? Dan ben je goed bezig voor de vogels en de natuur! Een goed geplaatste nestkast geeft vogels een veilige plek om te broeden en de jongen te laten opgroeien. Maar waar hang je de kast eigenlijk op? Hoe hoog moet hij en waar moet je verder nog meer op letten? In deze blog geven we je praktische tips om de nestkast op een juiste manier op te hangen.

Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Welke vogels komen er bij jou in de buurt voor?

Als eerste is het belangrijk om na te gaan welke vogels er bij jou in de buurt voorkomen. Het is natuurlijk jammer om een nestkast op te hangen voor een vogelsoort die helemaal niet bij jou in de buurt leeft. Het hangt van je omgeving af welke vogelsoorten daar voorkomen. In stedelijk gebied komen andere soorten voor dan in het buitengebied, bos- of duingebied.

Daarnaast hangt het ook van de vogelsoort af welke nestkast je kunt gebruiken. Voor de ene vogelsoort is een kleine invliegopening goed, maar grotere vogels hebben een grotere of andere invliegopening nodig.

Nestkast ophangen - Wanneer er jongen in de nestkast zitten, is het voor de ouders een drukke periode om hun kroost van genoeg voedsel te voorzien
Wanneer er jongen in de nestkast zitten, is het voor de ouders een drukke periode om hun kroost van genoeg voedsel te voorzien

Vaak wordt gedacht aan de meest algemene soorten, zoals de pimpelmees en koolmees, maar er zijn ook nestkasten voor soorten die over het algemeen minder vaak voorkomen in de Nederlandse tuinen, zoals spreeuwen of roofvogels. Vogels in het algemeen hebben steeds minder leefgebied door verstedelijking en de intensieve landbouw. Dat geldt ook voor roofvogels. Zij broeden vaak in oude gebouwen, dode bomen en ruïnes en die zijn er in Nederland steeds minder. Heb je het geluk om in het leefgebied van een roofvogel te wonen? Dan kun je eens onderzoeken of je nestgelegenheid voor hen kunt creëren. Dit is niet voor iedere omgeving en tuin weggelegd.

Nestkast ophangen - Spreeuwen zijn mooie vogels, met hun gespikkelde en zwart-paarse verenkleed. Ze komen echter niet in elke tuin voor
Spreeuwen zijn mooie vogels, met hun gespikkelde en zwart-paarse verenkleed. Ze komen echter niet in elke tuin voor

Nestkast kopen of zelf maken?

Je kunt ervoor kiezen om een nestkast te kopen, bijvoorbeeld bij Vivara Natuurproducten. Duurzame nestkasten gaan langer mee en zijn gemaakt van materiaal dat veilig is voor vogels.

Heb je zin om zelf aan de slag te gaan? Kijk dan eens bij onze bouwtekeningen of daar een nestkast tussen zit die bij de vogels in jouw buurt past. Kies bij het zelf maken van een nestkast voor FSC-hout, zodat je zeker weet dat het hout een goede afkomst heeft en veilig te gebruiken is.


Lees ook: bloemrijk gazon aanleggen, onderhouden en de voordelen


Nestkast ophangen – tips

Hieronder volgen de tips waar je op moet letten wanneer je de nestkast wil ophangen. Het gaat er niet zozeer om hoe de nestkast eruit ziet, maar wel om waar en hoe hij hangt.

  • Kies voor een rustige plek, waar de vogels ongestoord kunnen in- en uitvliegen.
  • Hang de nestkast minimaal 2 meter hoog, zodat katten en andere roofdieren er minder makkelijk bij kunnen. Nestkasten voor bijvoorbeeld zwaluwen en uilen moeten veel hoger hangen. Let er ook op dat er onder en rondom geen objecten staan waar roofdieren gebruik van kunnen maken als opstapje, zoals muurtjes, ladders, kastjes enzovoorts.
  • Je kunt de nestkast het beste in het najaar ophangen, zodat de vogels eraan kunnen wennen en het in het najaar en de winter ook als slaapplek kunnen gebruiken.
  • Beschutting van groen rondom de nestkast is goed, voor zowel voedsel- en schuilmogelijkheden als voor de uitvliegende jongen om de stap naar de buitenwereld te zetten.
  • Hang de nestkast niet in de volle zon op. De temperatuur stijgt dan flink en daardoor kunnen de jongen doodgaan.
  • Ook beschutting van wind en regen is belangrijk. Je kunt de invliegopening het beste op het noordoosten richten, omdat de wind vaak uit het zuidwesten komt. Op die manier hebben de jongen minder last van wind in de nestkast.
  • Een vrije en veilige aanvliegroute voor de ouders is belangrijk, zodat ze de jongen goed kunnen bereiken. Let erop dat er geen takjes in de weg zitten. Dit is ook belangrijk voor wanneer de jongen uitvliegen.
  • Uiteraard is het van groot belang dat er geen katten of andere roofdieren als marters bij de nestkast kunnen komen. Je kunt bijvoorbeeld gaas om de boom plaatsen of speciale haken om de stam plaatsen. Er zijn ook speciale invliegplaatjes die de invliegopening beschermen, zodat katten bijvoorbeeld deze niet open kunnen krabben. Ook zijn er invliegbeveiligingen te koop.
  • Je kunt ook kiezen voor nestkasten gemaakt van houtbeton. Deze zijn speciaal ontwikkeld om te beschermen tegen roofdieren. Ook de invliegopening is zo gemaakt dat deze extra veiligheid biedt.
  • Het is belangrijk om de nestkast stevig op te hangen, zodat hij tijdens weer en wind niet gaat slingeren of naar beneden valt.
  • Nestkasten voor koloniebroeders, zoals mussen of zwaluwen, kunnen op ongeveer drie meter van elkaar hangen. Voor mussen zijn ook speciale mussenhotels te koop.
  • Nestkasten voor andere vogels van dezelfde soort moeten op ongeveer 10 tot 15 meter van elkaar af hangen, omdat ze allemaal hun eigen territorium hebben.
  • Heb je ook ergens in je tuin een voederhuis voor vogels? Let er dan op dat de nestkasten hier niet te dichtbij hangen, dat zorgt voor te veel onrust en mogelijke gevaren.
Nestkast ophangen - Deze koolmeesjongen zijn al bijna zover om uit te kunnen vliegen
Deze koolmeesjongen zijn al bijna zover om uit te kunnen vliegen

Waar je verder nog aan kunt denken

Tijdens het broedseizoen liggen er vele gevaren op de loer voor de vogels. Soms zijn dit factoren waar je zelf iets aan kunt doen, maar soms ook niet. Als je de eigenaar bent van een kat, kun je deze tijdens het broedseizoen (of langer…) binnen houden. Katten verstoren met alleen al hun aanwezigheid de nesten, omdat het de ouders kan afschrikken om naar hun jongen te gaan. En er worden jaarlijks ontzettend veel vogels door katten gegrepen.

Daarnaast zijn (chemische) bestrijdingsmiddelen een groot gevaar. Deze hebben invloed op het voedselaanbod voor vogels. Er zijn steeds minder insecten en daardoor is er dus minder voedsel voor de ouders en jongen te vinden. Ook kan het voedsel van de vogels vergiftigd zijn, waardoor de dieren het gif ook zelf binnenkrijgen. Kies er daarom voor om geen bestrijdingsmiddelen te gebruiken en bied, als je voederplekken hebt, biologisch vogelvoer aan. Heb je koolmezen in de tuin? Kijk dan op Meet de Mees of je mee kunt doen met het onderzoek van Hogelschool Leiden naar de link tussen bestrijdingsmiddelen en broedsucces.

Wil je nog een extra stap zetten om de vogels te helpen tijdens het broeden en nestelen? Dan kun je ervoor zorgen dat er voldoende nestmateriaal aanwezig is in je tuin. Laat kleine takjes liggen en hark wat mos een beetje los. Je kunt ook zorgen voor ander biologisch en gifvrij (!) nestmateriaal, zoals hooi en wol. Je kunt dit ook in vetbollenhouders stoppen, zodat de vogels dat eruit kunnen plukken. Bij Vivara kun je nestmateriaal en speciale houders kopen. Zorg daarnaast voor een groene tuin, waar genoeg insecten te vinden zijn. Kies ook daarbij altijd voor biologische planten die vrij zijn van gif en daardoor niet schadelijk voor insecten (en daardoor ook vogels). Zowel Vivara Natuurproducten en Sprinklr hebben een breed assortiment aan biologisch gekweekte planten.

Nestkast ophangen - Vogels hebben klein materiaal uit je tuin nodig voor het maken van een nestje, of dat nu in een nestkast of in een struik of boom is
Vogels hebben klein materiaal uit je tuin nodig voor het maken van een nestje, of dat nu in een nestkast of in een struik of boom is

Nestkast schoonmaken

Naast een veilige en stabiele plek voor de nestkast, is het ook belangrijk dat je de nestkast jaarlijks schoonmaakt. Dit doe je als volgt. Aan het einde van het broedseizoen, als je echt zeker weet dat de vogels zijn uitgevlogen en de nestkast verlaten is, haal je het nestje uit de kast. Trek hiervoor handschoenen aan, want de nestjes zitten vaak vol met parasieten, luizen en vlooien. Daarna veeg je de nestkast uit en spoel je de nestkast met kokend water. Gebruik geen zeep of andere schoonmaakmiddelen, dit is niet goed voor de vogels. Soms kun je ook het beste een mondmasker dragen, omdat er nogal wat stof kan vrijkomen uit de nestjes. Hang na het schoonmaken de kast weer terug, zodat deze als slaap- en schuilplek gebruikt kan worden.

Nestkast met kleine of grote invliegopening

Tot slot is het nog van belang dat je let op de verschillende invliegopening. Voor de ene vogelsoort is deze kleiner of groter dan de ander. Hieronder vind je een overzicht hoe groot de invliegopening per vogelsoort bij benadering moet zijn. Kies ervoor om nestkasten met zowel kleine als grotere invliegopeningen te kiezen, bijvoorbeeld voor zowel pimpelmees als koolmees. Zo maakt ook de vogel die een kleinere invliegopening nodig heeft kans om een nest te maken.

Nestkast ophangen - Vogels van verschillende soorten hebben vaak ook verschillende invliegopeningen of modellen van nestkasten nodig. Deze gekraagde roodstaart heeft iets anders nodig dan bijvoorbeeld een pimpelmees
Vogels van verschillende soorten hebben vaak ook verschillende invliegopeningen of modellen van nestkasten nodig. Deze gekraagde roodstaart heeft iets anders nodig dan bijvoorbeeld een pimpelmees

De nestkast van binnen bekijken

Tegenwoordig zijn er allerlei manieren om het broedproces van vogels te volgen. Op die manier kun je meekrijgen wat er allemaal binnen de nestkast gebeurt. Het is wettelijk verboden om nesten te verstoren, dus tijdens het broedseizoen moet je de nestkasten met rust laten.

Wij gebruiken de camera’s van The Green Backyard om in de nestkasten te kunnen kijken. Deze camera’s zijn makkelijk op te zetten, nemen niet veel plek in en zijn in meerdere varianten te krijgen, bijvoorbeeld de lange afstandcamera die tot 200 meter WiFi-bereik heeft. Let erop dat de camera’s de invliegopening niet verstoren en stabiel geplaatst zijn, zodat je de vogels niet verstoort. Heb je geen broedsuccessen in je nestkasten? Dan kun je altijd nog een kijkje nemen bij de nestkasten van Beleef de Lente!

Wil je meer tips voor nestkast ophangen in je tuin. inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Herken oranje vlinders – met foto’s en tips

Oranje vlinders herkennen

Er zijn vlinders in allerlei soorten, maten en kleuren. Opvallende vlinders zijn vaak niet moeilijk te herkennen, maar vlinders die er grotendeels hetzelfde uitzien, zijn moeilijker om uit elkaar te houden. Zo ook oranje vlinders. Hoe leer je oranje vlinders herkennen? In deze blog geven we je daar tips voor: waar kun je op letten en wat onderscheidt de ene vlinder van de andere? Aan het eind van deze blog geven we nog tips hoe je vlinders zelf kunt helpen.

E-book meer natuur in je tuin - kleine vos

Atalanta (Vanessa atalanta)

In één oogopslag: voornamelijk zwarte vleugels met witte vlekken op de bovenvleugels, horizontale en verticale oranje banden.

Oranje vlinders herkennen - De atalanta is een voornamelijk zwarte vlinder, met witte stippen en oranje banden
De atalanta is een voornamelijk zwarte vlinder, met witte stippen en oranje banden

De atalanta is een voornamelijk zwarte vlinder. De vleugels zijn zwart, met witte vlekken op de voorvleugels. De voorvleugels hebben een oranje band die van boven naar beneden loopt. De ondervleugels hebben aan de onderkant een oranje band, waar acht stippen in staan. De spanwijdte bedraagt 5-6 centimeter. Deze vlinder is een van de meest voorkomende vlinders in Nederland. Je kunt ze overal tegenkomen, maar aan de noordelijke kust is de dichtheid het laagst.

Waardplant van deze vlinders is de brandnetel. Op de met name jonge planten worden de eitjes door het vrouwtje afgezet op de bladeren. Vanaf mei kun je de rupsen tegenkomen op brandnetels. Ze kunnen erg verschillen in uiterlijk, van gelig grijs tot zwart. De rupsen worden ongeveer vier centimeter groot.

Atalanta’s zijn trekvlinders. Ze overwinteren in Zuid-Europa. In het voorjaar komen ze weer naar het noorden. Je kunt deze vlinders soms zelfs nog in de winter, op zonnige dagen, tegenkomen. Vliegtijd van de atalanta is mei tot oktober.

Kleine vos (Aglais urticae)

In één oogopslag: voornamelijk oranje, met zwarte en lichtoranje vlekken, zwarte rand met paarse stippen, één witte vlek.

De kleine vos is een voornamelijk oranje vlinder, met gekleurde stippen en zwarte, gestippelde rand (de Natuur van hier)
De kleine vos is een voornamelijk oranje vlinder, met gekleurde stippen en zwarte, gestippelde rand (de Natuur van hier)

Deze oranje vlinder heeft zowel oranje voor- als ondervleugels. Op de voorvleugel zitten zwarte en lichtoranje vlekken een één witte vlek richting de vleugelpunt. Op de ondervleugel is een grote zwarte en lichtoranje vlek. Over beide vleugels loopt langs de rand een zwarte band met paarse stippen.

De kleine vos heeft een spanwijdte tussen de vier en vijf centimeter. Waardplant voor deze vlinder is de brandnetel. Voor de nectar kun je de kleine vos bij onder andere sleedoorn vinden. De eitjes worden op jonge brandnetels afgezet. De eitjes worden in groepen van tientallen tot wel honderden afgezet. De rups worden ongeveer drie centimeter groot.

Je kunt de kleine vos op veel verschillende plekken zien, van bosranden tot parken en van bermen tot dijken, zo lang er maar genoeg nectar te vinden is. De kleine vos kun je van maart tot in oktober zien vliegen.

Oranjetipje (Anthocharis cardamines)

In één oogopslag: witte vlinder met oranje vleugelpunt (mannetje), onderkant groen gemarmerd (vrouwtje) en zwarte stip (beide).

Oranje vlinders herkennen - hier zie je gelijk dat het om een mannelijk oranjetipje gaat, vanwege de oranje vleugelpunt
Hier zie je gelijk dat het om een mannelijk oranjetipje gaat, vanwege de oranje vleugelpunt

De vleugelpunten van deze vlinder hebben een oranje puntje (tipje) met een zwarte stip erin. Tenminste, dat geldt voor de mannelijke oranjetipjes. Verder zijn de vleugels nagenoeg wit. Vrouwtjes hebben geen oranje vleugelpunten, maar wel de witte vleugels en zwarte stip die de mannetjes ook hebben. De onderkant van de vleugels is groenachtig gemarmerd, zodat ze niet opvallen tussen de planten.

Oranjetips behoren tot de familie van de witjes. Deze vlinders worden ongeveer twee centimeter groot en heeft een spanwijdte van 3,5 tot 4,5 centimeter. Waardplanten zijn onder andere pinksterbloem, look-zonder-look en andere kruisbloemigen. De eitjes komen na anderhalve week uit en er is slechts een eitje per plant. De rupsen worden ongeveer drie centimeter groot. De winter wordt doorgekomen als pop.

Oranjetipjes kun je tegenkomen bij vochtige graslanden bij bosranden. De vlinder is een standvlinder in Nederland en komt vrijwel overal voor, hoewel het meeste in het oosten van het land. Vliegtijd van deze vlinders is maart tot en met juni.

Meer vlinders in je tuin
Wil je jouw tuin ook aantrekkelijker maken voor vlinders, dan kun je met biologisch gekweekte planten zorgen voor nectar, het voedsel van vlinders. Belangrijk is dan wel dat planten biologisch gekweekt zijn omdat deze geen pesticiden bevatten. Hierdoor kunnen vlinders onbezorgd van de nectar in de bloemen in jouw tuin genieten.
Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Dagpauwoog (Aglais io)

In één oogopslag: opvallende vlinder, vrij groot en bont gekleurd. Vier oogvlekken met opvallende zwarte, lichte en paarse kleuren.

Oranje vlinders herkennen - De 'ogen' van de dagpauwoog vallen goed op (De Natuur van hier)
De ‘ogen’ van de dagpauwoog vallen goed op (De Natuur van hier)

Op alle vleugels zijn oogvlekken aanwezig. De vleugels zijn oranjerood. Langs de rand loopt een bruine band. Tussen de oogvlekken op de vleugelpunten en het lijf bevinden zich zwarte en lichtere vlekken. De onderkant van de vleugels is bruin, wat een goede camouflage als verdord blad geeft. De spandwijdte van de dagpauwoog is tussen de vijf en zes centimeter.

Waardplanten voor de rupsen zijn brandnetels. De eitjes worden in groepen van ongeveer 50 afgezet, op de onderkant van het blad. De rupsen zijn diepzwart met veel kleine witte stippen. De brandnetels worden helemaal kaalgevreten. De rupsen vervellen enkele keren en worden uiteindelijk vier centimeter groot. De pop is groenbruin van kleur en heeft onderaan kleine stekeltjes. Meestal zie je de poppen op onderkant van een blad, maar ook wel op takken en aan muren. Na een week komt de vlinder uit.

Zodra het zonnig is, ontwaakt de dagpauwoog en begint te vliegen. Dit kan al in maart zijn, soms nog eerder. Tot laat in het jaar kun je ze nog tegenkomen. De soort overwintert als vlinder. Overwinteren gebeurt ook in huizen, schuurtjes en garages.

De dagpauwoog komt algemeen voor, maar is wel afhankelijk van brandnetels. Deze oranje vlinders kun je in bloemrijke graslanden tot in de tuin tegenkomen, als er maar nectar aanwezig is. Nectar halen ze uit vele verschillende soorten planten, bijvoorbeeld paardenbloem, pinksterbloem, duizendblad, boswilg en jakobskruiskruid. De vliegtijd is van maart tot en met september.

Landkaartje (Araschnia levana)

In één oogopslag: twee verschijningsvormen. Voorjaarstekening: oranje met zwart. Zomertekening: zwart met wit. Onderkant van beide tekeningen bestaan uit allemaal lijnen.

Deze oranje vlinder is niet altijd oranje. Het landkaartje kent namelijk twee tekeningen. In het voorjaar is de tekening oranje met zwarte vlekken en in de zomer is de vlinder zwart met witte vlekken en banden en oranjerode streepjes op de bovenvelugel. Dit verschil heeft te maken met de daglengte. Als de rups met korte daglengtes verpopt, krijgt de vlinder een voorjaarstekening. Met lange daglengten verpoppen geeft een zomertekening. De onderkant van de vleugels is in beide tekeningen gelijk: een spinnenweb van lijnen.

De waardplant is grote brandnetel. De eitjes worden in rijtjes van tien afgezet op de onderkant van het blad. De rupsen kun je zien in de perioden mei-juli en augustus-september. Ze worden ongeveer twee centimeter groot. De rupsen zijn zwart met witte spikkels en hebben geelbruine lengtestrepen. Op hun kop hebben ze twee opvallende uitsteeksels. Het verpoppen gebeurt aan of in de buurt van brandnetels. De vlinders in het voorjaar zijn iets kleiner dan de vlinders in de zomer.

Landkaartjes komen algemeen voor. Je komt ze vooral tegen in bossen en bosranden, soms ook in tuinen. Vliegtijd van landkaartjes is in de periode april-oktober.

Gratis Plantenkeuzehulp voor passende inheemse planten
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.

Distelvlinder (Vanessa cardui)

In één oogopslag: zwarte vleugelpunten met witte vlekken, rest van boven- en ondervleugels zijn oranje met zwarte stippen en vlekken. De randen van de bovenvleugels zijn zwart.

Distelvlinder (de Natuur van hier)
Distelvlinders zijn trekvlinders en komen in het voorjaar weer aan in Nederland vanuit Zuid-Europa (de Natuur van hier)

Distelvlinders zijn overwegend oranje vlinders. In de oranje vleugels zitten zwarte vlekken, variërend in grootte en patroon. De vleugelpunten zijn zwart met witte stippen. Distelvlinders zijn trekvlinders. Ieder voorjaar trekken ze vanuit Zuid-Europa naar het noorden. Distelvlinders planten zich hier voort en trekken in het najaar terug. Ze kunnen hier niet overwinteren.

Wanneer distelvlinders weer in het noorden aan zijn gekomen, paren ze en zet het vrouwtje de eitjes af. Als de rups uit het eitje is gekomen, spint hij een weefsel aan de onderkant van het blad. Vanuit daar eet hij het blad op. Als het blad op is, maakt hij in een naburig blad een nieuw spinsel en begint weer met eten. De rupsen worden ongeveer drie centimeter groot en zijn zwart, met een lengtestreep en kleine witte spikkels.

Deze oranje vlinders zie je vooral in open landschappen, zoals dijken, graslanden en bloemrijke akkers. Het zijn trekvlinders die je vanaf ongeveer april in Nederland kunt zien. Vanaf oktober trekken ze weer terug naar Zuid-Europa.

Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album)

In één oogopslag: voornamelijk oranje vlinder, met zwarte en lichtgele stippen en gekartelde vleugelranden.

Gehakkelde aurelia's hebben scherp gekartelde vleugelranden (gehakkeld)
Gehakkelde aurelia’s hebben scherp gekartelde vleugelranden (gehakkeld)

Gehakkelde aurelia’s zijn opvallende vlinders. Ze zijn voornamelijk oranje. Hun vleugelranden zijn sterk gekarteld (gehakkeld). Beide vleugels zijn getekend met zwarte en lichtgele stippen. Vanaf de ondervleugel loopt tot in de vleugelpunt een gestipte rand. Deze vlinders hebben een zomervorm en wintervorm, waarbij ze in de wintervorm donkerder van kleur zijn. De spanwijdte van deze oranje vlinder is tussen de vier en vijf centimeter.

De eitjes worden alleen of samen afgezet op bladeren in bossen en struwelen, waar het vochtig en niet te zonnig is. De rupsen worden ongeveer vier centimeter groot. Ze zijn zwart, maar hebben een witte vlek op de achterkant van het lijf, waardoor het op een vogelpoepje lijkt. Zo zal het minder gauw opgegeten worden. Nectarplanten zijn bijvoorbeeld wilg en braam, maar ze houden ook erg van rottend fruit.

Je kunt deze oranje vlinders tegenkomen bij bosranden en open plekken in het bos. Ook in meer bebouwde omgeving kun je ze zien. Gehakkelde aurelia’s komen in Nederland algemeen voor. Hun vliegtijd is van maart tot oktober.

Een andere vlinder gezien?

Zat de vlinder die je hebt gezien hier niet tussen? Kijk eens bij onze andere blogs over vlinders, misschien staat hij daar wel in het lijstje. Zo zijn er nog een aantal witte vlindersoorten en gele vlindersoorten.

Wat kun je zelf doen om vlinders te helpen?

Vlinders hebben het zwaar, net als veel andere dier- en plantensoorten. Veel van hun leefgebied is onder invloed van de intensieve landbouw en meer menselijke omgeving (meer stenen, meer uitstoot) ingrijpend veranderd. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om vlinders en andere diersoorten te helpen.

Brandnetels, brandnetels, brandnetels

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de brandnetel een waardplant voor veel verschillende soorten vlinders. Brandnetels worden echter vaak als ongewenst gezien en worden daarom weggehaald. Dit heeft invloed op de hele levenscyclus van de vlindersoorten. Er is dan geen plek om de eitjes af te zetten, geen voedsel voor rupsen en geen plek om te verpoppen. Laat die brandnetels dus lekker staan (in ieder geval ergens een hoekje). En laat ze ook vooral in de winter tot en met de lente onberoerd.

Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)
Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)

Maak je tuin niet ‘winterklaar’

Rupsen verpoppen vaak op of rondom hun waardplant of in de lage vegetatie. Uitgebloeide planten en stengels worden gebruikt om de pop aan vast te maken. Een goede reden om je tuin niet zogenaamd winterklaar te hoeven maken. Niet alleen vlindersoorten, maar veel andere diersoorten gebruiken uitgebloeide planten om te overwinteren. Je kunt dit allemaal rustig laten staan. Wanneer er in het voorjaar weer warmere temperaturen aanbreken, beginnen veel diersoorten ook weer actief te worden en kun je de uitgebloeide stengels verwijderen.

Zorgen voor nectar

Bovenstaande maatregelen vragen er vooral om om met rust gelaten te worden. Maar je kunt ook actief je handen uit de mouwen steken en de vlinders voorzien van een lekker maaltje nectar. We raden aan om altijd te kiezen voor biologisch gekweekte planten en een groot aandeel inheemse soorten in je tuin. Uit meerdere onderzoeken, bijvoorbeeld door PAN-NL, blijkt dat er op veel planten uit tuincentra pesticiden zitten die insecten doden, ook nog na aankoop, wanneer ze in je tuin staan.

Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Inspiratie om een levend paradijs van je tuin te maken

Zoek je inspiratie om je tuin om te toveren tot een paradijs vol leven, geur en kleur? Waar plek is voor bijen, hommels, (kleine) zoogdieren, vogels en gele, witte en oranje vlinders? Hieronder vind je een aantal blogs die je op weg kunnen helpen:

Van tegeltuin naar groene tuin

De beste inheemse vaste planten

De beste inheemse planten voor in de zon

Een bloemrijk gazon aanleggen, onderhouden en de voordelen ervan

De beste inheemse bijenplanten

De beste inheemse schaduwplanten

Tips voor het aanleggen van een natuurtuin

De beste inheemse klimplanten

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Bloemrijk gazon aanleggen: stappenplan + geschikte planten

Groot streepzaad in bloei (de Natuur van hier)

Een strak groen gazon ziet er misschien netjes uit, maar voor de biodiversiteit valt er meestal weinig te halen. Door een deel van het gras minder vaak te maaien en ruimte te geven aan inheemse bloemen en kruiden, kan er iets veel interessanters ontstaan: een bloemrijk gazon waarin bijen, vlinders, zweefvliegen, kevers en andere dieren voedsel en beschutting vinden.

Het mooie is dat je daarvoor niet altijd je hele gazon hoeft om te spitten. Heb je al een grasveld? Dan kun je dat stap voor stap bloemrijker maken. Wil je sneller resultaat of bestaat je gazon vrijwel volledig uit dicht, voedselrijk gras? Dan kun je er ook voor kiezen om een deel opnieuw in te zaaien.

In dit artikel lees je hoe je een bloemrijk gazon aanlegt, welke planten erin passen en hoe je het daarna beheert. Want juist dat beheer bepaalt uiteindelijk of je over een paar jaar vooral gras ziet, of een steeds gevarieerder stukje natuur.

Omslagfoto: Groot streepzaad (de Natuur van hier)

Gratis Plantenkeuzehulp voor passende inheemse planten
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.

Wat is een bloemrijk gazon?

Een bloemrijk gazon bestaat niet alleen uit gras, maar ook uit verschillende kruiden en bloemen. Denk bijvoorbeeld aan gewone brunel, madeliefje, duizendblad, gewone margriet, rode klaver en gewone rolklaver.

In tegenstelling tot een traditioneel gazon wordt een bloemrijk gazon niet iedere week kort gemaaid. Planten krijgen daardoor de kans om te groeien en te bloeien. Dat maakt het gazon niet alleen kleurrijker, maar ook veel interessanter voor insecten.

Ziet jouw gazon er zo uit? Dan is het de hoogste tijd om in actie te komen!
Ziet jouw gazon er zo uit? Dan is het de hoogste tijd om in actie te komen!

Hoe een bloemrijk gazon eruitziet, kan enorm verschillen. Op een droge, voedselarme zandgrond groeien andere soorten dan op vochtige kleigrond. Ook de hoeveelheid zon, het maaibeheer en de voedselrijkdom van de bodem bepalen welke planten uiteindelijk de overhand krijgen.

Juist die variatie maakt een bloemrijk gazon interessant: je probeert niet overal hetzelfde eindbeeld te creëren, maar geeft planten die bij jouw tuin passen de ruimte. Wil je ontdekken welke inheemse planten er allemaal zijn en welke eigenschappen ze hebben? Dan raden we aan om onze gids over inheemse beplanting te lezen.

Bloemrijk gazon of bloemenweide?

De termen bloemrijk gazon en bloemenweide worden vaak door elkaar gebruikt. Toch is er in een tuin wel een praktisch verschil.

Een bloemrijk gazon blijft relatief laag en kan meestal vaker worden gemaaid. Je kunt er eventueel paden doorheen maaien en sommige delen kunnen nog steeds worden gebruikt om te lopen of zitten. Laagblijvende soorten zoals madelief, hondsdraf en paardenbloem krijgen er een belangrijke plek.

Bloeiende hondsdraf in een bloemrijk gazon (de Natuur van hier)

Een bloemenweide of bloemrijk grasland mag doorgaans hoger worden. Grassen en kruiden kunnen er volledig uitgroeien en bloeien, waardoor gedurende het seizoen een veel hogere vegetatie ontstaat.

Je hoeft overigens niet per se te kiezen. Zelf vinden wij juist de combinatie mooi: kort gemaaide paden, lagere bloemrijke delen en stukken waar de vegetatie hoger mag worden. Zo ontstaat verschil in structuur en vinden meer dieren een geschikte plek. Met behulp van sinusbeheer kun je dit creëren, maar daarover later meer.

Bloeiende echte kamille (de Natuur van hier)
Een bloemenweide of bloemrijk grasland heeft over het algemeen een wat hogere en ruigere vegetatie, met soms een breed scala aan soorten. Hier zie je echte kamille volop in bloei (de Natuur van hier)

Waarom kiezen voor een bloemrijk gazon?

Een traditioneel gazon bestaat vaak uit slechts enkele grassoorten en wordt regelmatig gemaaid. Daardoor komen planten nauwelijks tot bloei. Voor veel insecten is er dan weinig voedsel te vinden.

In een bloemrijk gazon krijgen kruiden wél de kans om te bloeien. Daarmee ontstaat gedurende een groot deel van het jaar een bron van nectar en stuifmeel voor onder andere wilde bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders.

Sommige planten hebben nog meer functies. Vlinders gebruiken bepaalde soorten als waardplant voor hun rupsen, vogels zoeken tussen de vegetatie naar zaden en insecten en allerlei kleine dieren vinden tussen hoger gras beschutting.

Daarnaast heeft een bloemrijk gazon nog een heel praktisch voordeel: je hoeft minder vaak te maaien.

Dat betekent overigens niet dat je helemaal niets meer hoeft te doen. Goed maaibeheer is juist ontzettend belangrijk om het gazon op langere termijn bloemrijk te houden. Daar komen we verderop uitgebreid op terug.

Bloemrijk gazon aanleggen

Hoe je een bloemrijk gazon het beste aanlegt, hangt vooral af van de uitgangssituatie. Heb je al een gazon waarin verschillende kruiden groeien? Dan is het vaak zonde om alles te verwijderen.

Bestaat je gazon uit een zeer dichte grasmat waarin vrijwel niets anders groeit? Dan kan het juist zinvol zijn om delen open te maken of opnieuw in te zaaien.

Kies de juiste plek

De meeste bloemrijke gazons ontwikkelen zich het beste op een zonnige plek. Veel bloeiende kruiden hebben namelijk behoorlijk wat zon nodig.

Dat betekent niet dat iedere zonnige plek hetzelfde is. Een droge zandgrond vraagt om heel andere planten dan een vochtige kleibodem. Kijk daarom altijd naar drie factoren:

  • hoeveel zon de plek krijgt;
  • hoe droog of vochtig de bodem is;
  • hoe voedselrijk de grond is.

Heb je een erg droge tuin? Bekijk dan ook onze inheemse planten voor droge grond. Voor zware grond hebben we een aparte gids met inheemse planten voor kleigrond en voor plekken die lang vochtig blijven vind je inspiratie bij onze inheemse planten voor natte grond. Heb je een tuin met veel zonuren op een dag? Kijk dan eens in onze gids met inheemse planten voor volle zon.

Een voedselarme bodem is vaak juist gunstig

Een veelgemaakte fout is om de bodem voor het inzaaien eerst flink te verbeteren met compost of mest. Voor een bloemrijk gazon werkt dat vaak averechts.

Op voedselrijke grond groeien grassen namelijk ontzettend hard. Ze kunnen vervolgens de minder concurrentiekrachtige kruiden verdringen.

Een relatief voedselarme bodem biedt veel bloemen en kruiden juist betere kansen.

Bemest een bloemrijk gazon daarom in principe niet. Is je bestaande gazon jarenlang bemest? Dan kan het tijd kosten om de voedselrijkdom terug te brengen. Door consequent te maaien en het maaisel af te voeren, verwijder je steeds kleine hoeveelheden voedingsstoffen uit het systeem.

Dit noemen we verschralen.

Verwacht daarbij geen wonderen binnen enkele maanden. Op een voedselrijke bodem kan het meerdere jaren duren voordat je duidelijk verschil begint te zien.

Een bloeiende dagkoekoeksbloem in een vochtig, kruidenrijk grasland (de Natuur van hier)
Door een intensief gazon te verschralen, verschijnen er ieder jaar nieuwe soorten kruiden in. Heb je een vochtig grasland? Dan zou op termijn zo maar eens dagkoekoeksbloem erin kunnen verschijnen (de Natuur van hier)

Methode 1: een bestaand gazon bloemrijker maken

Heb je al een gazon? Dan hoef je niet automatisch met een frees of schop aan de slag.

Kijk eerst eens wat er gebeurt wanneer je het gras minder vaak maait. Planten die jarenlang nauwelijks de kans kregen om te bloeien, kunnen ineens zichtbaar worden.

Denk aan madeliefjes, paardenbloemen, klavers, brunel, duizendblad en verschillende andere kruiden.

Stop tegelijkertijd met bemesten en voer het maaisel na iedere maaibeurt af.

Maak ruimte voor bloemen

In een zeer dichte grasmat kunnen nieuwe planten moeilijk kiemen. Je kunt daarom plaatselijk kleine stukken gras verwijderen of de bodem openkrabben.

Op die kale plekken kun je vervolgens een geschikt inheems bloemenmengsel zaaien. Ook kun je werken met jonge planten of plugplanten. Daarmee kun je heel gericht soorten toevoegen die bij jouw bodem passen.

Probeer niet meteen het hele gazon te veranderen. Een aantal bloemrijke plekken kan zich in de daaropvolgende jaren verder uitbreiden.

Dat kost meer tijd dan een compleet nieuw ingezaaide bloemenweide, maar het resultaat sluit vaak veel beter aan op de omstandigheden in jouw tuin. Soorten die zich er thuis voelen zullen zich uitbreiden, soorten die zich er minder thuis voelen zullen op termijn verdwijnen.

Methode 2: een bloemrijk gazon opnieuw inzaaien

Wil je een nieuw bloemrijk gazon aanleggen of bestaat de huidige grasmat vrijwel uitsluitend uit snelgroeiende grassen? Dan kun je ervoor kiezen om opnieuw te beginnen.

Stap 1: Verwijder de bestaande vegetatie

Verwijder de bestaande grasmat of maak de bodem op een andere manier voldoende open, zodat het zaad daadwerkelijk in contact komt met kale grond. Bij grotere oppervlakken kan een tuinmachine het werk aanzienlijk makkelijker maken.

Gebruik hiervoor geen bestrijdingsmiddelen, omdat je hiermee de bodem vergiftigt waarop je bloemenmengsel moet komen.

Stap 2: Maak een zaaibed

Maak de bovenste laag van de bodem los en verwijder grote wortels en ongewenste planten.

Je hoeft de bodem vervolgens niet te verrijken met compost of mest. Zoals we hierboven al beschreven, is een voedselrijke bodem voor veel bloemrijke vegetaties juist ongunstig.

Maak de bovenkant redelijk vlak en fijn, zodat de zaden contact kunnen maken met de bodem.

Stap 3: Kies een passend mengsel

Dit is belangrijker dan het misschien lijkt.

Koop niet zomaar een zak met “bijenbloemen” of “wildflower mix”. Zulke mengsels kunnen bestaan uit soorten die van nature helemaal niet in Nederland voorkomen en soms zijn ze vooral samengesteld om in het eerste jaar zo spectaculair mogelijk te bloeien.

Wil je echt iets betekenen voor de lokale biodiversiteit? Kies dan bij voorkeur voor een mengsel met inheemse soorten dat past bij jouw bodem en standplaats.

Kijk dus niet alleen naar het plaatje op de verpakking, maar vooral naar de soorten die erin zitten.

Wij kiezen daarnaast het liefst voor biologisch geteelde planten en zaden die niet behandeld zijn met bestrijdingsmiddelen die schadelijk zijn voor insecten.

Stap 4: Zaai niet te dicht

Volg bij het zaaien de hoeveelheid die door de leverancier wordt geadviseerd. Meer zaad gebruiken betekent niet automatisch een mooier resultaat.

Bij fijne bloemenzaden kan het helpen om het zaad met droog zand te mengen. Zo kun je beter zien waar je al gezaaid hebt en het mengsel gelijkmatiger verdelen.

Hark de zaden niet diep onder de grond. Veel soorten kiemen het beste wanneer ze oppervlakkig liggen. Druk of rol de grond na het zaaien licht aan, zodat de zaden goed contact maken met de bodem.

Stap 5: Geef het tijd

Dit is misschien wel de belangrijkste stap.

Een natuurlijk bloemrijk gazon is geen kant-en-klaar tuinproduct. Sommige soorten kiemen snel, andere hebben veel langer nodig. Bovendien verandert de samenstelling gedurende de jaren.

Het eerste jaar kan daardoor heel anders zijn dan het derde of vijfde jaar.

Zie het bloemrijke gazon daarom niet als iets wat na één seizoen ‘af’ moet zijn. Juist de ontwikkeling ervan is interessant.

Banner e-book meer natuur in je tuin - kruipend zenegroen (de Natuur van hier)
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Wanneer kun je een bloemrijk gazon zaaien?

Voor veel inheemse mengsels zijn voorjaar en nazomer/najaar geschikte zaaiperioden. Welke periode het beste is, hangt mede af van de soorten in het mengsel en de omstandigheden in je tuin.

Het najaar heeft voor verschillende inheemse planten voordelen. Sommige zaden hebben namelijk een koudeperiode nodig voordat ze goed kunnen kiemen.

Volg daarom altijd de zaai-instructies van het mengsel dat je gebruikt.

Zaai je tijdens een droge periode? Houd er dan rekening mee dat kiemende planten kwetsbaar zijn. De bovenlaag mag tijdens de eerste ontwikkeling niet langdurig volledig uitdrogen.

Met de huidige droge voorjaren die we in Nederland kennen wordt het steeds interessanter om in het najaar te zaaien. De bodem is dan nog voldoende warm en vochtig waardoor zaden goed kiemen en dit kan bovendien de concurrentie van sommige ongewenste kruiden verminderen. Let er wel op dat je dan uitsluitend zaden gebruikt die goed tegen vorst kunnen, anders raak je veel soorten al kwijt voordat het groeiseizoen überhaupt begonnen is.

Welke planten passen in een bloemrijk gazon?

Er bestaat niet één lijst met planten die in ieder bloemrijk gazon thuishoren. De beste soorten zijn de planten die passen bij jouw bodem, vochtigheid en hoeveelheid zon.

Toch zijn er verschillende inheemse soorten die je regelmatig in bloemrijke graslanden en gazons tegenkomt.

Denk bijvoorbeeld aan:

  • Gewone brunel – laagblijvend en geliefd bij verschillende insecten;
  • Duizendblad – een sterke soort die op veel zonnige plekken groeit;
  • Gewone margriet – karakteristieke bloem van bloemrijke graslanden;
  • Gewone rolklaver – belangrijk voor verschillende insecten en bovendien waardplant voor vlinders;
  • Knoopkruid – een fantastische nectarplant;
  • Rode klaver – vooral interessant voor hommels en andere insecten met een langere tong;
  • Madeliefje – uitstekend geschikt voor de lagere, vaker gemaaide delen;
  • Smalle weegbree – misschien minder spectaculair, maar ecologisch zeker interessant;
  • Paardenbloem – een waardevolle vroege voedselbron voor insecten.

Welke soorten uiteindelijk goed aanslaan, vertelt je tegelijkertijd iets over de omstandigheden in je tuin.

Heb je bijvoorbeeld een zonnige, droge plek? Dan vind je veel meer geschikte soorten in onze gids met inheemse planten voor droge grond. Voor een vochtige plek kun je juist kijken naar onze selectie inheemse planten voor natte grond.

En wil je vooral veel vlinders aantrekken? Bekijk dan ook onze gids met inheemse planten voor vlinders. Ben je echt nog zoekende en heb je nog niet zo goed in beeld welke inheemse planten bij je passen? Download dan onze gratis plantenkeuzehulp en ontvang 5 inheemse planten die passen bij jouw tuin.

Bloemrijk gazon maaien en onderhouden

Een bloemrijk gazon minder vaak maaien betekent niet dat maaien onbelangrijk wordt. Het tegenovergestelde is eigenlijk waar.

Goed maaibeheer bepaalt voor een belangrijk deel welke planten zich kunnen handhaven.

Hoe vaak je moet maaien, hangt af van de bodem en de vegetatie. Een voedselrijk gazon waarin grassen hard groeien vraagt vaak om ander beheer dan een voedselarm en al soortenrijk grasland.

Voer het maaisel af

Laat gemaaid gras niet structureel liggen.

Wanneer het maaisel verteert, komen de voedingsstoffen namelijk opnieuw in de bodem terecht. Terwijl je bij een bloemrijk gazon juist vaak probeert de bodem langzaam te verschralen.

Laat het maaisel eventueel kort liggen zodat zaden eruit kunnen vallen en kleine dieren de kans krijgen eruit te kruipen. Daarna voer je het af.

Door dit jarenlang consequent te doen, worden voedingsstoffen aan de bodem onttrokken en kunnen kruiden steeds meer kansen krijgen.

Maai gefaseerd

Probeer niet iedere keer het hele bloemrijke gedeelte in één keer kort te maaien.

Laat bijvoorbeeld een deel van de vegetatie staan en maai dat tijdens een volgende maaibeurt. Zo blijven er altijd bloemen, hogere vegetatie en schuilplaatsen beschikbaar.

Dat is belangrijk voor insecten die tussen de planten leven, maar ook voor dieren die stengels gebruiken om te overwinteren. Het beste kun je bij iedere maaibeurt andere delen laten staan. Hierdoor ontstaat er een gevarieerde vegetatie van verschillende leeftijden en hoogtes, waardoor er altijd ruimte is voor insecten en andere dieren.

Laat bij het maaien altijd stukken gras met veel kruiden staan. Hierdoor kunnen kruiden in bloei komen en vinden insecten er ook nog voedsel (de Natuur van hier)

Maai paden door het gras

Wil je dat het geheel er verzorgd uitziet én gemakkelijk toegankelijk blijft? Maai dan paden door het hogere gras.

Dat heeft verrassend veel effect op hoe een bloemrijk grasveld wordt ervaren. Een stuk hoog gras kan voor sommige mensen rommelig ogen; met een strak gemaaid pad erdoorheen ziet precies hetzelfde stuk er ineens heel bewust aangelegd uit.

Bovendien kun je zo tussen de bloemen doorlopen zonder het hele gazon kort te hoeven houden. Je kunt dan van dichtbij het kruidenrijk grasland bekijken en allerlei insecten op de bloemen vinden.

Is Maai Mei Niet altijd een goed idee?

De campagne Maai Mei Niet heeft veel mensen laten zien hoeveel bloemen er kunnen verschijnen wanneer je de grasmaaier een tijdje laat staan. Dat is natuurlijk fantastisch.

Toch betekent het niet dat niet maaien altijd automatisch het beste beheer is.

Heb je een zeer voedselrijk gazon waarin grassen sterk domineren? Dan kan maaien en afvoeren juist nodig zijn om de vegetatie op termijn bloemrijker te krijgen.

Kijk daarom naar je doel en uitgangssituatie in plaats van één vaste maaidatum voor iedere tuin te gebruiken.

En zie je dat een bepaald gedeelte vol bloemen staat en druk bezocht wordt door insecten? Dan kun je dat gedeelte natuurlijk nog even laten staan en ergens anders beginnen.

Laat uitgebloeide planten staan

Een bloemrijk gazon is niet alleen waardevol wanneer alles volop in bloei staat.

Uitgebloeide planten produceren zaden waar verschillende vogels van eten. Holle en afgestorven stengels kunnen daarnaast gebruikt worden door insecten om te schuilen of te overwinteren.

Ook hogere vegetatie zelf vormt een belangrijke schuilplaats.

Uitgebloeide kruiden schuilplaats haas (De Natuur van hier)
Uitgebloeide kruiden zijn belangrijke schuilplekken voor dieren zoals insecten en in dit geval een haas (De Natuur van hier)

Dit is een mooi voorbeeld van waarom wij niet alles in de tuin in het najaar opruimen. Wat voor ons misschien een hoop afgestorven planten lijkt, kan voor een dier precies de beschutting zijn die het nodig heeft.

Laat daarom gerust delen van de vegetatie gedurende de winter staan. In het voorjaar kun je deze stukken weer gefaseerd beheren.

Veelgemaakte fouten bij een bloemrijk gazon

Een bloemrijk gazon aanleggen is niet ingewikkeld, maar een aantal fouten kan het resultaat behoorlijk tegenwerken.

1. De bodem bemesten

Een dikke laag compost of gazonmest stimuleert vooral sterke grassen. Voor een bloemrijk gazon wil je meestal juist minder voedingsstoffen.

2. Een willekeurig bloemenmengsel gebruiken

Een kleurrijke verpakking zegt weinig over de ecologische waarde. Controleer welke soorten in het mengsel zitten en kies bij voorkeur inheemse soorten die passen bij jouw bodem.

3. Zaad over een dichte grasmat strooien

Veel zaden bereiken de bodem dan nauwelijks en krijgen te weinig licht om zich goed te ontwikkelen. Maak eerst open plekken.

4. Alles tegelijkertijd maaien

Daarmee verdwijnen in één klap bloemen, zaden en beschutting. Gefaseerd maaien is veel vriendelijker voor dieren.

5. Het maaisel laten liggen

Daarmee breng je voedingsstoffen weer terug in de bodem en werk je verschraling tegen.

6. Na één jaar concluderen dat het niet werkt

Een bloemrijk gazon heeft tijd nodig. De vegetatie kan jarenlang blijven veranderen.

Onze ervaring met een bloemrijk gazon

Toen wij in onze natuurtuin startten met het beheer om een kruidenrijk grasland te ontwikkelen, bestond het grasland hoofdzakelijk uit raaigras. We gingen volop aan de slag met maaien en afvoeren, zo’n 2 à 3 keer per jaar. De eerste twee jaar kostte het veel energie, maar zagen we nauwelijks verschil. Vanaf jaar 3 begonnen we echt verschil in het grasland te merken. Het gras was minder vet, en groepsgewijs kwamen er meer kruiden in. Eerst boterbloem, smalle weegbree en paardenbloem. Later ook pinksterbloemen, kamille en zelfs knoopkruid. Ieder daaropvolgend jaar zagen we op nieuwe plekken kruiden verschijnen. Ook ontdekten we ieder jaar meer insecten en zagen we vogels zoals distelvinken, zwarte roodstaarten en torenvalken gebruik maken van het grasland.

Bloemrijke gazons bieden voedsel voor vogels, zoals distelvinken die zaden komen eten (De Natuur van hier) natuurtuin
Bloemrijke gazons bieden voedsel voor vogels, zoals distelvinken die zaden komen eten (De Natuur van hier)

Maak je gazon onderdeel van je natuurrijke tuin

Een bloemrijk gazon wordt nog interessanter wanneer het aansluit op andere leefgebieden.

Een gemengde inheemse haag biedt vogels nestgelegenheid, voedsel en beschutting. Inheemse struiken zorgen voor bloemen, bessen en extra structuur. Een natuurlijke vijver trekt weer een heel andere groep dieren aan, zoals libellen, kikkers, padden en salamanders.

Ook rommelhoekjes zijn waardevol. Een stapel takken, wat bladeren onder een haag of afgestorven planten tussen de vegetatie bieden plekken waar dieren kunnen schuilen en overwinteren.

Je hoeft je tuin dus niet volledig te laten verwilderen. Juist een combinatie van verschillende kleine leefgebieden kan ontzettend veel verschil maken.

Veelgestelde vragen

Hoe maak je van een bestaand gazon een bloemrijk gazon?

Begin met minder vaak maaien, stop met bemesten en voer het maaisel na iedere maaibeurt af. Kijk welke kruiden vanzelf verschijnen. Is de grasmat erg dicht? Maak dan plaatselijk open plekken waarin je passende inheemse soorten kunt zaaien of planten.

Moet je een bloemrijk gazon bemesten?

Meestal niet. Op een voedselrijke bodem groeien grassen vaak harder en kunnen ze bloeiende kruiden verdringen. Bij een bloemrijk gazon proberen we de bodem daarom juist vaak langzaam te verschralen door te maaien en het maaisel af te voeren.

Hoe vaak moet je een bloemrijk gazon maaien?

Daar bestaat geen vast aantal maaibeurten voor. Het juiste beheer hangt af van de voedselrijkdom, groeisnelheid en soorten die aanwezig zijn. Een voedselrijk, sterk vergrast gazon moet vaker worden gemaaid dan een voedselarm bloemrijk grasland. Maai waar mogelijk gefaseerd en voer het maaisel af.

Wanneer kun je een bloemrijk gazon het beste zaaien?

Voor veel inheemse mengsels zijn het voorjaar en de nazomer of het najaar geschikte momenten. Sommige inheemse soorten profiteren van een koudeperiode. Controleer daarom altijd het specifieke zaaiadvies van het mengsel dat je gebruikt.

Hoe lang duurt het voordat een gazon bloemrijk wordt?

Dat hangt sterk af van de uitgangssituatie. Bij opnieuw inzaaien kun je in het eerste groeiseizoen al bloemen zien, maar een natuurlijk bloemrijk gazon ontwikkelt zich gedurende meerdere jaren. Vooral op voedselrijke grond kan verschraling behoorlijk wat tijd kosten.

Van strak gazon naar een stukje natuur

Een bloemrijk gazon hoeft niet perfect te zijn. Sterker nog: juist wanneer je niet probeert ieder stukje volledig onder controle te houden, ontstaat ruimte voor verrassingen.

Misschien verschijnt er ineens een plant die je nooit hebt ingezaaid. Misschien zie je steeds meer hommels tussen de klaver of landt er een vlinder op het knoopkruid. En ondertussen hoef je ook nog eens een stuk minder vaak achter de grasmaaier aan.

Begin daarom gerust klein. Laat een gedeelte van je gazon langer groeien, stop daar met bemesten, voer het maaisel af en kijk wat er gebeurt. Vanuit dat eerste stukje kun je het bloemrijke gedeelte ieder jaar verder uitbreiden.

Zo verandert een stukje gras stap voor stap in een leefgebied vol bloemen, insecten en andere dieren — en wordt je tuin ieder jaar een beetje natuurlijker.

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Wil je meer tips over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Natuurtuin in ontwikkeling – Deel VII

Knotwilgen (De Natuur van hier)

Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deel zeven bespreken we het groeiseizoen van 2024.

5 mei 2024 – 1 december 2024

Poel (De Natuur van hier)
De poel ruim een halfjaar na aanleg (De Natuur van hier)

Lente en zomer

Meteen na het publiceren van Natuurtuin in ontwikkeling – Deel VI, kregen we enkele menselijke bezoekers in onze tuin. Podcastmakers Tjif & Tjaf kampeerden in onze tuin. Twee dagen namen we samen enkele podcastaflevering op in de omgeving, op zoek naar de bijzondere zomertortel en bijeneter én verkenden we het Kempen~Broek.

Niet veel later vond er nog een bijzonder tafereel plaats in onze tuin. In onze poel specifieker gezegd. Hier veranderde namelijk een larve van de grote keizerlibel, een van de grootste libellen in ons land, in een volwassen exemplaar. Dit uitsluipen (het ondergaan van een onvolledige gedaanteverwisseling) hebben we weten vast te leggen. Het hele proces nam ruim één uur in beslag.

Beheer van de natuurtuin

Gedurende de lente en zomer heeft er weinig beheer plaatsgevonden in de natuurtuin. Enkel om het gras te beheren zijn werkzaamheden uitgevoerd. Het plan is om het grasland drie keer per jaar te maaien: de eerste keer rond half/eind mei, de tweede keer begin juli en de laatste maaibeurt begin november, aan het einde van het groeisezoen.

Het gras wordt gemaaid en het maaisel wordt afgevoerd. Dit zorgt ervoor dat de voedselrijkdom van het grasland afneemt. Hierdoor worden grassen minder dominant en komt er meer plaats voor kruidachtige planten. Bloeiende planten trekken op hun beurt weer insecten aan en insecten trekken weer vogels aan. Het totaalplaatje zorgt voor een kleurrijk grasland met een hoge biodiversiteit. Het beheerplan past daarnaast ook binnen de criteria van een onverwachte, maar zeer aangename (én zeldzame) gast in onze tuin.


Lees ook: wat is het verschil tussen juffers en libellen?


Herfst

Toen we in het najaar namelijk de laatste maaironde uit aan het voeren waren, zagen we (gelukkig op tijd) een felgroen kikkertje in het hoge gras zitten. Dit kon natuurlijk niets anders zijn dan een heuse boomkikker! We wisten dat deze zeldzame amfibieën in de nabij gelegen natuurgebieden te vinden waren, maar hadden absoluut niet verwacht er zo snel een in onze eigen natuurtuin tegen te komen. Zeker niet omdat er (nog) geen geschikt voortplantingswater aanwezig is.

Boomkikker (de Natuur van hier)
De prachtige boomkikker, verscholen in het groene gras (de Natuur van hier)

We hopen in de toekomst de natuurtuin verder geschikt te maken voor de boomkikker. Een struweel, gemengde haag en braamstruiken zijn al aangeplant. We zijn nog van plan een grote poel aan te leggen, die voldoet aan de specifieke eisen die boomkikkers daaraan stellen. Wellicht kan deze poel in de toekomst dan een belangrijk voortplantingshabitat vormen voor boomkikkers in de regio.

Zoogdieren

Tijdens een maaibeurt in het voorjaar kwamen we een ander dier tegen dat zich schuil hield in het hoge gras. Het was een jonge haas die we vonden. De haas was nog erg jong, hoogstens een aantal weken oud. Het stuk waar de jonge haas zat hebben we met rust gelaten.


Lees ook: wat is het verschil tussen een haas en een konijn?


Sinds de herfst zijn intrede heeft gedaan zien we steeds vaker een vrij jonge haas in onze tuin, druk knabbelend aan het hoge gras en de afgevallen bladeren. De witte vlek op zijn hoofd (zie onderstaande foto) verraadt dat het om een jonge haas gaat. We hebben sterke vermoedens dat de jonge haas die we in het voorjaar vonden dezelfde is als de iets grotere (maar nog steeds jonge) haas die we de afgelopen weken zien. Het gefaseerd maaien blijkt hoe dan ook een positieve ontwikkeling te hebben op de hazen in onze natuurtuin.

Haas (de Natuur van hier)
De witte vlek tussen het oog en de neus verraadt dat het om een jonge haas gaat (de Natuur van hier)

Steenmarter

Sinds enkele weken hebben we ook nog bezoek van een ander zoogdier, de steenmarter. De eerste keer zagen we deze marterachtige met de wildcamera, in de buurt van de kerkuilenkast. Zo’n twee weken later kwam de steenmarter op een koude zondagochtend onder de auto vandaan toen we deze startten. Om schade te voorkomen gaan we maatregelen treffen zodat deze niet meer onder de auto’s kan en ook niet in de nestkast van de kerkuil kan. Daarnaast gaan we ergens achterin de tuin een plek maken waar de marter kan schuilen. Dit kan heel simpel door een rommelhoek te maken met daarop een stuk golfplaat. Hierdoor kan de steenmarter droog en ongestoord rusten en is de kans dat deze onder de auto of zelfs in huis (spouwmuren) gaat rusten een stuk kleiner.

Steenmarter (De Natuur van hier)

Wildcamera
De steenmarter bezoekt regelmatig ’s nachts onze tuin. Ben je zelf ook benieuwd wat er zich ’s nachts in jouw tuin afspeelt? Zet dan zelf ook een wildcamera of nestkastcamera neer om alle soorten in jouw tuin te ontdekken. Via Green Backyard zijn kwalitatief goede wildcamera’s en nestkastcamera’s te krijgen, waarmee je alles in je tuin in beeld kunt brengen.

Vogels

Ook bij de vogels was het alles behalve rustig. De buizerds hebben weer gebroed op hetzelfde nest als vorig jaar, in de bosrand bij het kasteel. Gedurende het seizoen hebben we ze van heel dichtbij kunnen waarnemen. Roepend vanaf het nest, majestueus in de lucht en in een immer durend conflict met de zwarte kraaien.

Daarnaast liet een kleine rover zich ook vaak zien, de torenvalk. Laag hangend boven het grasland op zoek naar veldmuizen en soms druk roepend in de lucht. De steenuil horen we de afgelopen maand ook meerdere keren roepen tijdens de schemering en vlak daarna. Ook de kerkuil is sinds een maand weer vaste gast. Hij (of zij?) gebruikt de nestkast overdag weer als rustplaats, net zoals vorig jaar.

Inmiddels hebben de boerenzwaluwen, kwikstaarten en roodstaarten plaats gemaakt voor de gaaien, kauwen, roeken en staartmezen. De gaaien, kauwen en roeken komen naar onze tuin voor de wal- en hazelnoten. De staartmezen trekken in groepjes door de hoge bomen. Daarnaast zien we de merel, zowel man als vrouw, regelmatig vanuit de nabij gelegen boomgaard en struweelhaag naar onze taxus vliegen, waar ze zich te goed aan de bessen.

Uitzicht (De Natuur van hier)
Uitzicht vanuit de tuin, op een mistige herfstochtend(De Natuur van hier)

Resultaten

In totaal hebben we nu 469 soorten organismen waargenomen in onze natuurtuin. Ruim 21% hiervan zijn planten, ruim 15% nachtvlinders en micro’s en 12% vogels. Enkele bijzondere waarnemingen deze periode zijn: de grijze wespenboktor (zeldzaam), grauwe spaandermot (zeldzaam), de roestbruine kniptor (zeldzaam) en de boomkikker (zeldzaam).

Natuurtuin december 2024 (De Natuur van hier)
Natuurtuin overzicht, december 2024 (De Natuur van hier)

Lees verder in natuurtuin in ontwikkeling deel VIII


Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Van tegeltuin naar groene tuin!

Groene tuinen zijn een geschikt leefgebied voor vinken (de natuur van hier)

Je kent het wel: je koopt een huis en gaat binnen aan de slag met verbouwen en het huis naar je smaak maken. Als dit klaar is blijft de tuin nog over: een groot tegelpaleis welke in de zomer véél te warm is en welke blank staat wanneer het in het najaar begint te regenen. Tijd voor een groene oase! Maar waar begin je? In deze blog laten we je stap voor stap zien hoe je van deze tegeltuin een levendige groene tuin maakt!

omslagfoto: de Natuur van hier

Gratis Plantenkeuzehulp voor passende inheemse planten
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.

Waarom is een groene tuin belangrijk?

Een groene tuin kent veel voordelen ten opzichte van een tegeltuin. Het extreme weer waar we tegenwoordig mee te kampen hebben zorgt in steden en dorpen steeds vaker voor wateroverlast. Dit komt omdat er veel beton, asfalt en tegels in steden aanwezig zijn, waardoor het water allemaal via de riolering afgevoerd moet worden. Groene tuinen zorgen ervoor dat niet al het water via het afvoerputje hoeft weg te lopen, maar dat het rustig in de grond kan infiltreren.

Daarnaast is een tegeltuin veel warmer dan een groene tuin. Handig zou je in eerste instantie denken, maar wanneer het meer dan 30 graden in de zomer wordt ben je blij dat je wat schaduw hebt in je tuin. Als we ervoor kiezen om steden te vergroenen kan de gevoelstemperatuur in steden met meer dan 10 graden zakken op hete dagen! Plant dus planten, struiken en bomen in je tuin, om hittestress te voorkomen.

Tot slot dragen groene tuinen bij aan de lokale biodiversiteit en is het goed voor de mentale gezondheid.


Lees ook: 10 tips voor meer vogels in je tuin


Van tegeltuin naar groene tuin

Reden genoeg dus om je tegeltuin om te turnen naar een groene oase. Maar hoe pak je dit aan? Voordat je enthousiast aan de slag gaat, is het goed om eerst een en ander op papier te zetten. Dit kan met een simpele schets, of door een echt tuinontwerp te maken.

Ontwerp

Belangrijk is om goed na te denken wat je allemaal wil in je tuin. Wil je een terras in je tuin? Denk dan goed na over wanneer je gebruik maakt van dit terras. Heb je een ‘gewone’ 9-5 baan? Kies er dan voor je terras op die plek te leggen waar je in de namiddag zon hebt. Werk je bijvoorbeeld in de horeca en ben je vooral ’s ochtends vrij? Kies er dan voor je terras op een plek te leggen waar je kunt genieten van de ochtendzon.

Heb je veel buren en wil je geen inkijk hebben? Zorg er dan voor dat je genoeg (winter)groene struiken en (lei)bomen aanplant om het zicht te belemmeren. Denk ook na of je een vijver wil (zorg dan dat deze niet de hele dag in de schaduw ligt), een gazon, plantvakken en wellicht een moestuin.

Ontwerp
Voordat je aan de slag gaat is het goed om je ideeën op papier te zetten

Vlekkenplan

Als je alle dingen hebt opgeschreven die zeker in je tuin terug moeten komen, is het tijd om een vlekkenplan te maken. Met een vlekkenplan maak je een schets van je tuin waarin je alle elementen die in de tuin terug moeten komen een plekje krijgen. Dit kun je digitaal doen, er zijn veel gratis en betaalde softwareprogramma’s te vinden, maar dit kan ook heel prima met de hand. Ook als je geen grafisch ontwerper of tekenaar bent kun je dit doen. Het gaat erom dat het voor jou duidelijk is waar wat moet komen en dat je er voldoende plek voor gereserveerd hebt.

Tegels eruit

Dan is het eindelijk zover dat de handen vies gemaakt kunnen worden. Allereerst moeten die tegels eruit! Gooi ze niet gelijk weg, deze kun je prima hergebruiken. Als je de stoeptegels doormidden slaat, kun je ze heel mooi gebruik om stapelmuren en borders mee te maken. Stapel deze dan met de ruwe kant naar buiten en plant er zo nu en dan een muurplantje tussen. Zo krijg je een robuuste stapelmuur, welke bijzonder geschikt is voor allerlei dieren om tussen te kruipen. Meer tips over hoe je een stapelmuur maakt vind je hier!


Lees ook: tips voor meer bijen en vlinders in je tuin


Een goede bodem

Nu de tegels eruit zijn kijk je waarschijnlijk tegen een laag gele zand aan. Volledig ongeschikt om planten in te zetten. Verwijder de gele zand (zet als gratis af te halen op Marktplaats, wellicht heb je geluk en hoef je zelf niet eens te scheppen!) en vul het ontstane gat op met tuinaarde. Of gebruik het gat om een grote vijver te maken! Als alle gele zand eruit is kun je eindelijk gaan nadenken over opnieuw inrichten!

Inrichten

Als het goed is heb je in je ontwerp of vlekkenplan bedacht waar je groen wil, waar je een terras wil, waar een gazon en waar een waterpartij. Zodra je klaar bent met het terras kun je starten met het water en het groen.

Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Water

Afhankelijk van de grote van je tuin kun je een kleine of grote waterpartij maken. Een kleine waterpartij kan een simpel waterornament zijn, of een kleine voorgevormde vijverbak. Als je enkel plaats hebt voor een waterornament, kies hier dan zeker voor. Vogels zoals huismussen, kool- en pimpelmezen komen hier graag uit drinken. Heb je iets meer ruimte ga dan voor een poel of vijver. Naast vogels zullen amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders het water gauw vinden. Wil je het helemaal perfect maken voor amfibieën? Laat vissen dan achterwege. Deze eten namelijk de eitjes van de amfibieën, waardoor deze zich lastig kunnen huisvesten. Een poel zonder vissen is in no-time bevolkt door amfibieën!

Een groene tuin is een bron van leven
Water in de vorm van een poel of vijver zorgt voor meer biodiversiteit in de tuin (De Natuur van hier)

Gazon

Ook een gazon mag niet ontbreken in een groene tuin. Onder andere merels maken dankbaar gebruik van een gazon, om te zoeken naar regenwormen. Kies ervoor een deel van het gazon (of helemaal) minder te maaien. Hierdoor krijgen kruidachtige inheemse planten de kans om te groeien en tot bloei te komen, perfect voor insecten. Paardenbloem, pinksterbloem, witte klaver, rode klaver en biggenkruid zijn voorbeelden van bloemen die met minder maaien zomaar in je gazon kunnen komen. Maai maar één keer per maand (of nog minder) en voer het gemaaid gras altijd af. Om het proces te bevorderen kun je er ook voor kiezen een inheems bloemenmengsel in te zaaien.

Minder maaien is meer kruiden in je gazon (de Natuur van hier)
Minder maaien is meer kruiden in je gazon (de Natuur van hier)

Groen

Dan is het eindelijk tijd om het groen aan te planten. Hierbij zijn er een paar dingen belangrijk om ervoor te zorgen dat je voldoende insecten naar je tuin lokt. Varieer genoeg, kies voor inheems en bij voorkeur ook voor biologisch. Niet biologische planten worden bespoten met bestrijdingsmiddelen, wat dodelijk is voor insecten. Als je zo’n plantje koop bevat deze vaak nog bestrijdingsmiddelen waardoor insecten die erop af komen niet lang meer zullen leven. Wil je een levende tuin, dan is dit natuurlijk het laatste wat je wil.

Variatie

Er zijn verschillende soorten groen die je in je tuin kunt gebruiken. Op plekken waar je wil dat het groen niet te hoog wordt (vooraan in de plantenborder bijvoorbeeld) kun je gebruik maken van bloembollen (deze kunnen ook in het gazon gestoken worden), mossen, een- en tweejarige planten, vaste planten en varens. Daarachter gebruik je (hogere) vaste planten of struiken. Zo krijg je laagtes in het groen, wat zorgt voor verschillende micro-klimaten. In iedere micro-klimaat houden zich weer andere dieren op. Vergeet daarnaast niet om bomen aan te planten. Bomen zorgen voor schaduw tijdens warme zomer dagen, houden water vast en zijn een ware biodiversiteitsbron. Een tuin zonder bomen is dus niet af!

Tot slot kun je er nog voor kiezen om een heg aan te planten. Vogels vinden een veilige broedplek in heggen. Daarnaast zitten op de stammetjes vaak rupsen, perfect voedsel voor kool- en pimpelmezen. Wanneer de heg voldoende oud wordt komt er misschien zelfs wel een hele mussenfamilie wonen!

Kies voor inheems én biologisch!
Door te kiezen voor inheemse planten heb je inheemse insecten veel meer te bieden. Inheemse planten bloeien op de momenten dat insecten deze ook nodig hebben. Daarnaast doen inheemse planten het veel beter in ons klimaat dan al die exotische soorten. En zeg nou zelf, wat is nou mooier: een inheemse plant die volop groeit en rijkelijk bloeit, of een exotische soort die zielig in een hoekje staat weg te kwijnen? Biologisch gekweekte planten zijn vrij van gif, waardoor de insecten die op de nectar afkomen dus niet dood gaan! Sprinklr heeft een uitgebreid assortiment aan inheemse en biologische planten. Bekijk hier het volledige aanbod!

Of eerst nog wat meer inspiratie nodig?
Inheemse beplanting: de complete gids
De beste inheemse vaste planten
De beste inheemse schaduwplanten
De beste inheemse klimplanten
Vijf onmisbare kruiden voor in de tuin of pot
De beste inheemse vijverplanten
De beste waardplanten voor vlinders
De beste inheemse bijenplanten
De beste inheemse planten voor in de volle zon

Aan de slag met een klein budget

Het aanleggen van een nieuwe tuin kan veel geld kosten. Zeker wanneer je net klaar bent met het huis van binnen opknappen kan de rekening voor de tuin flink tegenvallen. Hier een aantal tips om op deze kosten te besparen.

  • Voer het werk zelf uit. Als je een beetje handig bent en je hebt groene vingers dan loont het om zelf aan de slag te gaan. Op deze manier kun je al gauw een paar honderd tot (meer dan) duizend euro besparen.
  • Hergebruik materialen, zoals het voorbeeld wat we gaven van de stoeptegels. Maar ook dakpannen, andere tegels en oude schuttingen kunnen op een creatieve manier hergebruikt worden.
  • Heb je een grote voor- en achtertuin? Ga dan gefaseerd te werk. Vind je de achtertuin het belangrijkste? Pak deze dan eerst aan en laat de voortuin nog een jaar liggen.
  • Doe een oproep op social media. Veel mensen die al een tuin hebben met inheemse soorten hebben na een aantal jaren veel plantmateriaal over, omdat inheemse soorten hard groeien. Soms kun je op deze manier gratis stekjes van vaste planten, vijverplanten, struiken en bomen ophalen.
  • Kijk eens op Marktplaats of andere 2e hands websites. Hier zijn vaak ook goede kopen te doen met betrekking tot planten, struiken en bomen. Wil je een grote struik of boom overnemen die ergens in de volle grond staat? Bereid je goed voor en vergis je niet in het gewicht. Struiken en bomen kunnen het beste verplaatst worden vanaf november t/m februari, omdat de grond dan voldoende nat is. Hierdoor kan de struik/boom sneller aangroeien op zijn nieuwe plek. Ook sites zoals Meer bomen nu en Voer de bij bij hebben soms (gratis) plantmateriaal beschikbaar.
  • Wil je graag een vijver, maar past dit niet binnen het budget? Kies dan voor een Wadi in plaats van een folievijer. Hiervoor graaf je enkel een gat op een laagpunt in de tuin. Leidt het water van het dak naar deze Wadi zodat er voldoende water in komt. Hier beginnen vanzelf waterminnende plantensoorten te groeien!
  • Wil je nestkastjes ophangen in je tuin? Maak deze dan zelf van afvalhout. Deze gaan wellicht iets minder lang mee, maar afvalhout is vaak wel gratis of voor weinig geld te krijgen. Als zo’n kastje na een aantal jaren slecht wordt, maak je gewoon weer een nieuwe. Op onze site vind je tal van voorbeelden van nestkastjes die je zelf kunt maken. Je kunt er ook een nestkastcamera inhangen en het hele broedproces van dichtbij meemaken!

Tot slot

Als je eenmaal klaar bent is het tijd om van je groene tuin te gaan genieten. Als je stoeptegels hebt verwijderd, kun je dit nog doorgeven bij het NK tegelwippen. Hier wordt ieder jaar bijgehouden hoeveel stoeptegels in tuinen vervangen zijn door groen. Heb je in je tuin vooral inheemse en streekeigen soorten gebruikt, dan kun je je tuin ook nog aanmelden bij Streektuinen.

Nu je een groene tuin hebt is het een kwestie van tijd voordat de eerste diersoorten zich gaan melden. Vind je het leuk om bij te houden welke soorten je allemaal ziet en wil je bijdragen aan de wetenschap? Kies er dan voor om mee te doen aan de jaarrond tuintelling. Hier kun je alle waargenomen soorten doorgeven. Dit is zeer belangrijk voor onderzoek naar (algemene) tuinsoorten.

Tot slot zijn wij ook razend benieuwd naar je tuin metamorfose. Dus heb jij jouw tuin flink onderhanden genomen en ben je trots op het eindresultaat? Laat het ons dan zeker weten. Dit kun je doen door onder deze blog een opmerking achter te laten. Of stuur ons een bericht (of tag ons) op Instagram (@denatuurvanhier). Wij kijken uit naar jouw tuinproject!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

De teloorgang van de zomertortel en de opkomst van de bijeneter

Bijeneter vs. zomertortel

Een samenwerking tussen de Natuur van hier en de podcast Tjif en Tjaf

In een tweedelige blogserie gaat de Natuur van hier op pad met de crew van de podcast Tjif en Tjaf in het gevarieerde Limburgse landschap. In het tweede deel van de blogserie gaan we op zoek naar de zomertortel en bijeneter.

Deze soorten vertellen ons meer over hoe de natuur in Nederland de laatste decennia is veranderd. Waar het met de ene soort bijzonder slecht gaat door een veranderend landschap, wint de ander juist terrein in Nederland vanwege klimaatverandering. Of we ze gevonden hebben en welke soorten we nog meer hebben gezien en gehoord, hoor je in aflevering 5 van seizoen 5 van de podcast Tjif en Tjaf.

Bronnen omslagfoto: zomertortel (Saxifraga – Mark Zekhuis), bijeneter (Saxifraga – Joerg Mager)

Zomertortel (Streptopelia turtur)

Bron foto: Tijmen Photography

Uiterlijke kenmerken

De zomertortel is de kleinste duivensoort van Nederland. Qua maat zit hij net onder de Turkse tortel. Zomertortels hebben een blauwgrijze kop, die bij vrouwtjes wat bruiner is. De borst is zachtroze. Om de oranje ogen zit een rode rand van huid. Ook de poten zijn rood. In de nek vallen de zwart-witte streepjes op. Juveniele dieren hebben deze strepen nog niet en zijn daardoor goed te onderscheiden van de volwassen vogels. De vleugels hebben overlappende dekveren en deze zijn prachtig roestbruin getekend met zwarte vlekken, wat een schubachtig patroon geeft. De staart is ruitvormig en vooral bij het (op)vliegen zie je de witte rand aan het einde van de staart.

Je moet wat geluk hebben om een zomertortel te zien. Niet alleen omdat ze in aantallen schrikbarend hard achteruit gaan, maar ook omdat het rustige, schuwe vogels zijn. Waarschijnlijk zul je een zomertortel eerder horen dan zien. Ze hebben een erg kenmerkend geluid, wat je het beste kunt omschrijven als een dromerig, diep koerend, bijna spinnend, geluid turrrr turrrr turrrr.

Geluid zomertortel (bron: Xeno-canto – SonoNatura)
Streptopelia turtur 5, Zomertortel, Saxifraga-Peter Meininger
De zomertortel heeft een kenmerkend verenkleed en is daardoor gemakkelijk te onderscheiden van de andere in Nederland voorkomende duivensoorten (foto: Saxifraga-Peter Meininger)

Leefwijze

Zomertortels zijn schuwe vogels. Ze laten zich niet gauw zien. Hieronder lees je alles over het leefgebied van de zomertortel, wat ze eten en hoe hun broedgedrag eruit ziet.


Lees ook: waar leven dassen?


Leefgebied van de zomertortel

Deze mooie duivensoort is de enige duivensoort in ons land die in het najaar wegtrekt om elders te overwinteren. Ze trekken vanaf de westkust van Europa naar tropisch Afrika. Deze reis is ontzettend gevaarlijk. De winter wordt in tropische temperaturen doorgebracht, waarna de vogels vanaf midden april weer terugkeren naar onder andere Nederland.

Zomertortels geven de voorkeur aan kleinschalig, extensief beheerd landbouwgebied, wat vooral niet te efficiënt in elkaar moet zitten. Op die manier kunnen ze rondscharrelen op akkers en in kruidenrijke weilanden, op zoek naar granen en zaden. Ze zitten graag op bijvoorbeeld stroomdraden in de buurt van akkers. Open bossen en bosranden, dichte struwelen en houtwallen worden gebruikt om in te broeden.

Streptopelia turtur 6, Zomertortel, Saxifraga-Mark Zekhuis (1)
Zomertortels zijn vaak te vinden in de buurt van graanakkers (bron: Saxifraga-Mark Zekhuis)

Voedsel

Het menu van zomertortels is niet heel ingewikkeld: hoofdzakelijk granen en (onkruid)zaden. Tijdens het scharrelen wordt er ook wel eens een insect, slak of blad van kruidachtige planten meegepikt. Jongen die net uit het ei zijn, krijgen de eerste dagen een soort melk uit de krop van de ouders. De krop is een holte in de keel van volwassen zomertortels (en andere duiven), waar voedsel wordt opgeslagen. De soort melk die de jongen eerst krijgen, wordt afgescheiden door een slijmvlies in de krop. Om bij deze voeding te kunnen komen, steekt het jong zijn kopje in de snavel van de ouder.

Broeden

Er wordt gebroed in bossen, bosranden, bosschages, houtwallen en struwelen. De zomertortel legt meestal twee eieren per legsel. Ze kunnen meerdere, tot wel drie, legsels per jaar hebben. Echter zijn het in de praktijk vaak maar één of twee legsels, vanwege het gebrek aan voedsel.

Zomertortels zijn monogame vogels. Tijdens de baltsperiode klimt het mannetje hoog in de lucht, waarna hij met een zweefvlucht weer naar beneden komt. In deze periode hoor je de roep het meest. Het nest maken ze met met dunne twijgjes en wordt bekleed met stukjes plant. De eieren zijn wit en worden door beide ouders uitgebroed. Toen de zomertortel nog talrijk was, verzamelden zich na de broedperiode groepjes van soms wel tientallen vogels op voedselrijke plekken, klaar voor de trek.

Zomertortel3
Zomertortels zijn monogaam, paartjes blijven het hele leven bij elkaar

Populatie zomertortel in Nederland

Het gaat heel erg slecht met de zomertortel. Niet alleen in Nederland, maar in heel Europa. Dit heeft meerdere oorzaken. Het aantal broedparen in Nederland wordt geschat op 600 tot 900. Voor 1980 lagen de schattingen tussen 35.000-50.000 broedparen. In het westen van Europa is sinds 1970 meer dan 85% (!) van de populatie afgenomen.

In Nederland verdwijnt er steeds meer leefgebied door intensivering en pesticidengebruik van de landbouw. Er wordt steeds efficiënter en op grotere schaal gewerkt, met meer machines en andere opslagmanieren, waardoor er minder gemorst graan is om van te eten. Ook wordt er veel ‘onkruid’ bestreden door spuiten met gif (zoals glyfosaat). Resultaat: kale, vergiftigde vlaktes zonder foerageermogelijkheden. Niet alleen zomertortels hebben hier last van.

Broedvogeltrend Zomertortel (SOVON)
Broedvogeltrend zomertortel in Nederland (bron: SOVON)

Zomertortel in Europa

Zoals gezegd, heeft de afname meerdere oorzaken. Op Europees niveau is er de jacht op de trekroute. Op Malta en Cyprus wordt bijvoorbeeld ontzettend veel gejaagd op de zomertortel. Er wordt geschat dat er jaarlijks meer dan 1,4 tot 2,2 miljoen zomertortels worden geschoten bij de illegale jacht (bron: Vogelbescherming).

Maar ook op de overwinteringsplekken in Afrika heeft deze mooie duif het zwaar. Vanwege droogte verandert het landschap. Er zijn soms helemaal geen drinkplaatsen meer beschikbaar. Ook wordt er veel bosgebied, waar de zomertortel leeft, gekapt voor houtproductie.

Help de zomertortel

We kunnen – en moeten – de zomertortel in Nederland en Europa helpen. Zo is er een andere inrichting van het landbouwgebied nodig. Meer struweel en hagen en een kleinschaliger gebruik van landbouwgrond, zodat er meer stroken en gebieden ontstaan voor voedsel. Ook zou het pesticidengebruik teruggebracht moeten worden. Er is ook een internationale aanpak nodig, die de jacht overal verbiedt en erop toeziet dat deze regels nageleefd worden.

Woon je zelf in een omgeving waar zomertortels voorkomen? Dan kun je zelf de handen uit de mouwen steken om de zomertortel te helpen! Er zijn in binnen- en buitenland verschillende projecten opgezet waar voedselvelden worden aangelegd. Dit zijn kleine, kale akkers waar de zomertortels kunnen foerageren, op zoek naar zaden. Bijvoeren met granen en speciaal tortelduivenvoer lijkt ook te helpen (bron: Vogelbescherming).

Zomertortel 01-01-2020 - 01-01-2024

De zomertortel komt voor op plekken waar bosgebieden zich afwisselen met akkers. Hier vinden ze zowel broed- als foerageergebied.

Sinds de jaren ’70 van de vorige eeuw zijn de aantallen drastisch afgenomen, door onder andere veranderend landschap. Hierdoor is de kans op een waarneming flink afgenomen.

Afbeelding: heatmap verspreiding zomertortel in Nederland 01-01-2020 – 01-01-2024 (bron: waarneming.nl)

Kijktip

Een zomertortel zul je niet gauw zien. Er zijn niet veel zomertortels meer en ze zijn erg schuw. Je zult er eerder eentje horen dan zien. Als je wel het geluk hebt, let dan op de bruine vleugels en de zwarte-witte streepjes in de nek. Vaak zitten ze op de topjes van onder andere berkenbomen.

Zomertortel

Bijeneter (Merops apiaster)

Paspoort

Naam: Bijeneter

Wetenschappelijke naam: Merops apiaster

Lichaamslengte: 25-29 centimeter

Spanwijdte: 36-40 centimeter

Uiterlijk: fel gekleurd. Mix van blauw, geel, oranje en bruin.

Voedsel: vliegende insecten zoals bijen, hommels, wespen en libellen.

Bijeneter

Uiterlijke kenmerken

De bijeneter heeft een felgekleurd verenkleed. De buik- en staartveren zijn blauw, evenals een deel van de vleugels. Bovenin zijn de vleugels oranje. De bijeneter heeft een gele rug en keel. De kop is kastanjebruin, wat doorloopt tot in de nek. Opvallend is ook de brede, zwarte oogstreep. De zwarte snavel is puntig en licht omlaag gebogen. Man en vrouw lijken sterk op elkaar.

Bijeneter
Het verenkleed van de bijeneter is een kleurrijke mix van geel, blauw en bruin (bron foto: Tijmen Photography)

Vanwege de verlengde middelste staartveren en korte poten, lijken ze qua bouw op zwaluwen. Net als zwaluwen zijn bijeneters behendige vliegers, die prooien al vliegend in de lucht kunnen grijpen. Bijeneters maken, zowel in vlucht als zittend, een gevarieerd rollend en fluitend geluid.

Geluid bijeneter (bron: Xeno-canto.org – Frederic Lionel)
Bijeneter
In vlucht zijn de vergelende middelste staartveren goed te zien (bron foto: TIjmen Photography)

Leefwijze van de bijeneter

Sinds halverwege de 20e eeuw broeden er bijeneters in Nederland. In welk soort leefgebied leven ze hier, wat eten ze en hoe ziet het broedgedrag eruit? Dit bespreken we hieronder.


Lees ook: uilen in Nederland deel III


Leefgebied

De bijeneter komt van nature vooral in zuidelijk Europa voor, vanwege de hogere temperaturen. Echter breidt de bijeneter zijn leefgebied sinds enkele decennia uit. Dit heeft te maken met klimaatverandering. Noordelijkere landen, zoals Nederland, worden steeds warmer en daarmee uitnodigender voor bijeneters. Daarnaast verdwijnt het leefgebied waar ze van oorsprong voorkomen steeds meer. Er is bijvoorbeeld vanwege droogte in het zuiden van Europa minder voedselaanbod.

Bijeneters hebben steilwanden bij water (rivieren, beken, plassen) nodig. Ze graven een nesttunnel in deze wanden van meer dan een meter lang. Afgravingen of zandhopen zijn ook geliefde broedplekken. De nabijheid van water is een vereiste. Het landschap rondom de steilwanden kan verschillen, van weilanden en kruidenrijke akkerranden tot bosranden.

Steilwanden zijn voor de bijeneter essentieel, daar worden de nestgangen ingegraven en de jongen grootgebracht
Steilwanden zijn voor de bijeneter essentieel, daar worden de nestgangen in gegraven en de jongen grootgebracht

Hoewel oeverzwaluwen ook steilwanden nodig hebben om te kunnen broeden en zij ook nestgangen graven, zie je bijeneters en oeverzwaluwen vaak niet op dezelfde plek. Oeverzwaluwen hebben een grovere bodemstructuur nodig, waar bijeneters een fijnere structuur prefereren. In Nederland gaat dit niet altijd op en zul je soms wel beide soorten in dezelfde steilwand kunnen zien.

In ons land is de bijeneter geen standvogel. Tijdens de vogeltrek verdwijnt hij weer, om het jaar erop vanaf mei weer terug te keren. Bijeneters trekken overdag en in grote groepen. Ze vliegen hoog in de lucht. Er wordt niet door alle bijeneters naar dezelfde plekken getrokken. Populaties uit het zuiden en westen van Europa trekken naar West-Afrika, populaties uit het oosten van Europa trekken naar zuidelijk Afrika.

Voedsel

De naam verklapt natuurlijk al een groot deel van het menu van deze exotische vogel. Toch vormen bijen niet overal de hoofdmoot van het voedsel. In Nederland worden er vooral wespen en hommels gegeten en in mindere mate bijen (Werkgroep Bijeneters). Verder staan er ook andere insecten op het menu, zoals libellen, vlinders en kevers. Bijeneters zijn gedeeltelijk immuun voor de steken van bijen. De angels van deze insecten verwijderen ze door langs takken te schuren of door de insecten op een harde ondergrond te drukken. Voedsel wordt gevangen tijdens de vlucht. Daar zie je goed hoe behendige vliegers deze vogels zijn. Bijeneters kunnen tot wel twaalf kilometer vanaf de kolonie vliegen voor voedsel.

Insecten als bijen, hommels en wespen vormen het hoofdvoedsel van bijeneters
Insecten als bijen, hommels en wespen vormen het hoofdvoedsel van bijeneters

Broeden

Tijdens de paarperiode probeert een mannetje een vrouwtje te versieren. Hij doet dit onder andere door haar insecten te brengen (bruidscadeau). Vanaf eind mei/begin juni worden er eieren gelegd. Er kunnen tussen de vier tot tien eieren gelegd worden, meestal zijn het er tussen de vijf tot acht. Bijeneters brengen één legsel per jaar groot. Er wordt in kolonieverband gebroed. Vanwege de diepe nestgang (meer dan een meter diep), zijn de nesten (meestal) veilig voor roofdieren. Zowel man als vrouw verzorgen de eieren en de jongen.

Er wordt vervolgens ongeveer drie weken gebroed. Na het uitkomen van de eieren gaan beide ouders aan de bak om de jongen van voedsel te voorzien. Omdat bijeneters afhankelijk van insecten zijn voor hun voedsel, hangt het broedsucces nauw samen met het weer. Wanneer er veel regen is, zijn er minder insecten te vangen. Natte zomers zijn daarmee funest voor het broedsucces.

Zowel man als vrouw bijeneter verzorgen de jongen na het uitkomen van de eieren
Zowel man als vrouw bijeneter verzorgen de jongen na het uitkomen van de eieren

De jongen blijven zo’n maand in het nest. Daarna vliegen ze uit. Ze hoeven dan niet gelijk te vertrekken, maar worden nog enkele weken door de ouders bijgevoerd. In die tijd leren ze net zulke behendige vliegers te worden als hun ouders. Wanneer de najaarstrek begint, vliegt de kolonie naar hun overwinteringsgebied.


Lees ook: de beste inheemse schaduwplanten


Populatie bijeneters in Nederland

In 1964 werd het eerste broedpaar van bijeneters ontdekt in ons land. Vanaf toen was het broedsucces van de bijeneter wisselend, tot de jaren 2000. Vanaf toen werd het broeden structureler, met vanaf 2010 jaarlijks bevestigde broedparen. In 2015 werden de meeste broedparen (12) geregistreerd. Afgelopen jaar (2023) zijn er 8 broedparen geregistreerd.

Broedvogeltrend Bijeneter (SOVON)
Broedvogeltrend Bijeneter in Nederland (bron: SOVON)
Bijeneter 01-01-2020 - 01-01-2024

Zoals gezegd breidt het broedgebied van de bijeneter zich verder noordelijk uit. In Nederland is deze trend ook zichtbaar. Waarnemingen van bijeneters komen vooral voor in het zuiden van ons land. Daarnaast worden ook veel individuen langs de kust waargenomen. Het is de komende jaren afwachten hoever de broedtrend zich doortrekt over de rest van Nederland.

Afbeelding: heatmap verspreiding bijeneter in Nederland 01-01-2020 – 01-01-2024 (bron: waarneming.nl)

Kijktip

Wanneer je graag een bijeneter wil zien, heb je zonnige dagen nodig met een zuidenwind. Je kunt ze soms ook zien jagen vanaf telefoondraden of (weide)paaltjes.

Bijeneter 3

Luister de podcast!

Zoals je hebt kunnen lezen, is er een groot contrast tussen de opkomst van de bijeneter en de teloorgang van de zomertortel in Nederland. Het is een prachtige ervaring om deze vogels te zien. Of dat ons is gelukt, kun je beluisteren in aflevering vijf van seizoen vijf van Tjif en Tjaf. In deze podcast nemen de podcastmakers je mee op hun vogelexpedities door het hele land. We zijn erg benieuwd wat je van de blog en podcast vindt. Laat het ons vooral weten in een reactie!

Daarnaast kun je zowel de podcast Tjif en Tjaf als de Natuur van hier volgen op Instagram. Enkele foto’s gebruikt in deze blogserie zijn gemaakt door Tijmen Photography.

Waar leven dassen?

Dassen leven een vrij verborgen leven. Het zijn nachtdieren, dus je zult ze niet snel tegenkomen tijdens een wandeling in het bos of door velden. Toch kun je wel allerlei soorten bewijs tegenkomen dat er ergens een dassenfamilie leeft: graafsporen, mestputjes en ingangen van burchten. In deze blog lees je alles over waar dassen leven, hoe dassen leven en hoe hun leefgebied eruit ziet.

Dassen hebben een kenmerkende zwart-witte tekening, een lange snuit en kleine oren
Dassen hebben een kenmerkende zwart-witte tekening, een lange snuit en kleine oren

Waar leeft de das?

Dassen hebben specifieke leefgebieden nodig, waar ze aan hun voedsel kunnen komen en een geschikte burcht kunnen graven. Bosranden, houtwallen en brede heggen vormen een goede basis, maar hoogliggend terrein en hellingen zijn ook noodzakelijk. Die zijn nodig om in te kunnen graven, want dassen zijn echte gravers. Daarnaast zijn er graslanden en akkers in de buurt nodig om voedsel te zoeken. Maar ook in de meer open heideterreinen komen dassen voor. Verder moet het een rustig gebied zijn met voldoende dekking, want de das is gevoelig voor verstoring.

Voedsel van de das bestaat voornamelijk uit regenwormen, maar ook uit fruit, noten, eikels, slakken, knaagdieren, maïs, paddenstoelen en kevers. Dassen zijn echte alleseters. Uit hun mest kun je vaak goed zien wat er eerder op het menu heeft gestaan.

Natuurlijk is water ook een vereiste voor dit zoogdier, maar dit kan ook een probleem vormen bij de burcht. Wanneer het grondwater te hoog staat, wordt de burcht te vochtig. De grondwaterstand moet daarom minimaal anderhalve meter onder het maaiveld (niveau van het grondoppervlak) liggen, zodat de familie droge pootjes houdt.

In het voedselgebied van de das wordt hun kostje 's avonds en 's nachts bij elkaar gescharreld (bron: Saxifraga - Mark Zekhuis)
In het voedselgebied van de das wordt hun kostje ’s avonds en ’s nachts bij elkaar gescharreld (bron: Saxifraga – Mark Zekhuis)

Lees ook: de vijf mooiste bossen van Nederland


Hoe leeft de das?

Deze zwart-witte landroofdieren leven in familieverband. Dassen behoren tot de familie van marterachtigen. Deze landroofdieren zijn territoriale dieren en elke familie heeft zijn eigen gebied. Het territorium wordt verdedigd tegenover andere dassen en ook afgebakend, bijvoorbeeld door mestputjes. Dit zijn gegraven putjes waar de das zijn behoefte achterlaat. Deze kun je tijdens wandelingen in het leefgebied van de das tegenkomen als wandelaar.

Bron: Saxifraga – Mark Zekhuis

Het hangt van de grootte van de dassenfamilie af hoe groot hun territorium is. Ook onder andere het voedselaanbod in de omgeving speelt hierin mee. Het territorium bestaat uit een woongedeelte (de burcht) en voedselgebieden waar de dassen per dag enkele uren rondscharrelen om aan hun voedselbehoefte te kunnen voldoen. Een territorium kan 30 tot 150 hectare groot zijn.

Waar woont de das?

In de burchten wonen de dassenfamilies. Burchten zijn ondergronds en hebben meerdere ingangen. Meestal zijn dit er tussen de 3-10, maar soms ook wel 50 of 80. De ingang is een hol, waarna een gangenstelsel volgt. De gangenstelsels zijn met elkaar verbonden en kunnen wel honderden meters beslaan. Hoe langer een dassenfamilie in een burcht kan blijven wonen, hoe groter de burcht en het gangenstelsel mettertijd kan worden.

Met zorg wordt het woongedeelte en het kraamgedeelte voor de jongen bekleed met onder andere droog gras, mos, bladeren en ander organisch materiaal. Dit wordt in omgeving verzamelend en achteruit de burcht ingesleept. Burchten hebben ook luchtpijpen, welke in de winter soms van binnenuit dichtgemaakt worden met hetzelfde materiaal.

Dassenburchten vallen op in het landschap met duidelijke ingangen en graafsporen (Saxifraga - Rudmer Zwerver)
Dassenburchten vallen op in het landschap met duidelijke ingangen en graafsporen (Saxifraga – Rudmer Zwerver)

De dassen leven voornamelijk in hun hoofdburcht. Maar soms is het nodig dat er bijburcht gegraven wordt, bijvoorbeeld bij verstoring. De dieren hebben dan een extra uitwijkmogelijkheid. In gebieden waar veel voedsel te vinden is, wordt soms ook een extra burcht gemaakt. Dit wordt dan een foerageerburcht genoemd.

Burchten hebben niet alleen luchtpijpen, maar ook vluchtpijpen. Deze vluchtpijpen bevinden zich in de voedselgebieden van de das. Dit lijkt een simpele ingang, zoals de ingangen in holen en greppels. In deze vluchtpijpen kan de das zich verbergen wanneer er sprake is van gevaar. Ze worden ’s nachts ook wel gebruikt om even uit te rusten.

Vossen maken soms ook gebruik van dassenburchten, mits er voldoende ruimte in de burcht voor is. Ze gebruiken de gangenstelsels ook om hun eigen holen te graven. Dit gebeurt vooral in de winterperiode, als vossen op zoek zijn naar een veilige plek. In de voortplantingsperiode zullen de dassen geen indringers dulden.


Lees ook: de raaf – kraaiachtigen van Nederland


Waar slapen dassen?

Dassen worden in de schemering actief en slapen of rusten overdag. Dit doen ze in hun burcht. Rond zonsondergang verlaten ze de burcht en is het tijd om voedsel te gaan zoeken. Dassen houden geen winterslaap, maar houden wel een winterrust. Dit betekent dat ze in de winterperiode veel minder actief zijn en soms dagenlang slapen. In de herfst leggen dassen daarom een wintervoorraad aan.

Dassen zijn overdag in hun burcht, waar ze in familieverband leven. Rond zonsondergang verlaten ze de burcht, op zoek naar voedsel (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Dassen zijn overdag in hun burcht, waar ze in familieverband leven. Rond zonsondergang verlaten ze de burcht, op zoek naar voedsel (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Waar leven dassen in Nederland?

De das komt in Nederland voor op de hogere gronden in het midden, oosten en zuiden van Nederland. De andere delen van het land liggen te laag en zijn daarmee geen geschikt leefgebied voor dassen. Er is wel te zien dat de das zich uitbreidt richting het noorden. De meeste dassen zitten op de Veluwe, in het oosten van Brabant en in Zuid-Limburg.

Hoeveel dassen zijn er in Nederland?

Net als veel andere diersoorten heeft ook de das het zwaar gehad in Nederland. Er waren in 1900 12.000 dassen. In 1960 waren daar nog maar 1200 van over. Lange tijd werd de das vervolgd en kelderde de populatie enorm. Vanaf de jaren ’40 zijn dassen beschermd en mag er niet meer op ze gejaagd worden. Tegenwoordig groeit de populatie weer. Er zijn nu naar schatting tussen de 5000-6000 dassen in Nederland. Huidige vijanden van de das zijn vooral het verkeer en beschoeide kanalen, waar ze in verdrinken.

Dassen hebben graslanden nodig om voedsel te zoeken
Op het dieptepunt waren er nog maar zo’n 1200 dassen in Nederland. Door bescherming is dit aantal weer gegroeid naar zo 5000 tot 6000 exemplaren

Waarom leven dassen bij het spoor?

De laatste jaren hoor je het vaker in het nieuws: ontregelde treinritten omdat er een dassenburcht in de buurt van het spoor is ontdekt. De gangenstelsels die dassen graven, kunnen een gevaar voor het spoor vormen. Wanneer er gangen instorten, kan het spoor wegzakken.

Omdat de omgeving rondom de sporen vaak rustige omgevingen zijn, op het treinverkeer na, zijn dassen daar graag. Daarbij komt dat sporen vaak op hellingen zijn aangelegd, waar dassen graag graven. En er is steeds meer versnipperde natuur, dus minder leefgebied voor dassen. Reden te meer voor de das om daarom rondom het spoor te gaan graven en wonen.

De das is een beschermde diersoort. Ze mogen daarom niet zomaar verplaatst worden. Er moet een ecologisch, specialistisch plan worden opgesteld, voor zowel de veiligheid van de das als het spoor. Helaas leidt het er vaak toe dat dassen verplaatst moeten worden, omdat ze blijven graven. Dit kan door middel van een kunstburcht plaatsen, die de das hopelijk gaat gebruiken. Of ze worden gevangen en ergens anders uitgezet.

De laatste jaren zijn er steeds vaker dassenburchten bij het spoor. Een zorgvuldige aanpak gericht op veiligheid en ecologie is dan gewenst

Raaf – Kraaiachtigen van Nederland – deel VI

Iedereen kent ze wel: een kauw, zwarte en/of bonte kraai, ekster, gaai, wellicht zelfs een roek, de notenkraker of raaf. Het zijn de kraaiachtigen van Nederland. De familie kraaiachtigen (Corvidae) gaat echter verder dan onze Nederlandse bekenden, want in totaal bestaat de familie uit 128 soorten. Ze komen bijna overal op de wereld voor. Ze behoren tot de zangvogels, hoewel niet iedereen hun geroep als gezang zou kwalificeren.

Kraaien zijn intelligente wezens en daar is de raaf geen uitzondering op. Ze kunnen problemen (leren) oplossen, sommige soorten slagen voor de spiegelproef en ze communiceren met elkaar. In dit deel lichten we de raaf uit.

Bron omslagfoto: Saxifraga – Hans Dekker

Raven zijn zeer intelligente en sociale vogels (Saxifraga - Luc Hoogenstein)
Raven zijn zeer intelligente en sociale vogels (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

Wil je de hele serie ‘kraaiachtigen van Nederland’ lezen? Klik dan hier om te beginnen met deel I.

De raaf (Corvus corax)

De raaf is een vogel welke al sinds mensenheugenis voorkomt op de aarde. Er is door de eeuwen heen verschillend naar de raaf gekeken. Er werden hem eigenschappen toegedicht als moed en wijsheid, maar ook die te maken hadden met onheil en de dood. De raaf werd lange tijd door de mens gezien als dankbare hulp, maar vanaf de Middeleeuwen is dat veranderd. Deze imposante vogel is zeer intelligent en heeft sterke sociale banden met zijn soortgenoten.

Uiterlijk

Raven zijn grote vogels en de grootste zangvogels van Nederland. Ze hebben ongeveer het formaat van een buizerd. Raven worden tussen de 55-75 centimeter groot, met een spanwijdte van 120-130 centimeter. Het mannetje is wat zwaarder dan het vrouwtje. Ze wegen tussen een kilo en anderhalve kilo. De raaf is de grootste vogel van de familie kraaiachtigen. Er zijn elf ondersoorten. In Nederland kennen we de Europese raaf.

Opvallend aan de raaf is zijn grote, zware snavel. De snavel is deels bedekt met veren. Ook het glanzend zwarte verenkleed van de raaf valt op. In het zonlicht kleurt het zwart naar tinten groen, blauw en paars. De wigvormige staart zie je het best tijdens de vlucht.

Het verenkleed van raven lijkt zwart, maar heeft een paarsblauwe met groene gloed (Saxifraga - Luc Hoogenstein)
Het verenkleed van raven lijkt zwart, maar heeft een paarsblauwe met groene gloed (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

Raaf versus zwarte kraai

De raaf en zwarte kraai lijken behoorlijk op elkaar, vooral als je ze niet bij elkaar in de buurt ziet. Raven zijn echter een stuk groter dan zwarte kraaien. Raven kunnen 55-75 centimeter met 120-130 spanwijdte meten, zwarte kraaien worden zo’n 45-55 centimeter groot en hebben een spanwijdte van 100 centimeter. Ook qua gewicht zie je dit terug: zwarte kraaien wegen tussen de 400-600 gram, raven rond de 1500 gram.

Ook de snavel is verschillend. De snavel van de zwarte kraai lijkt in vergelijking met die van de raaf puntiger. Daarnaast is de snavel van de zwarte kraai ook kleiner. Bij de raaf meet de snavel ongeveer dezelfde lengte als het hoofd. Snavels van zwarte kraaien zijn kleiner. Verder zijn de veren op de snavel nog kenmerkend voor de raaf. Op de keel van de raaf zitten verlengde veren, waardoor de hals van de raaf dikker lijkt dan die van de zwarte kraai.

Tot slot kun je raven en zwarte kraaien in vlucht goed onderscheiden. Bij zwarte kraaien zie je in vlucht een ronde staart. Raven hebben een wigvormige staart die breed uitwaaiert. Raven gebruiken net als roofvogels de thermiek in de lucht om te zweven. Zwarte kraaien doen dit niet.

Raven hebben verlengde keelveren, waardoor de hals dikker lijkt (Saxifraga - Luc Hoogenstein)
Raven hebben verlengde keelveren, waardoor de hals dikker lijkt (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

Gedrag

De raaf is een sociale vogel. Raven zijn paartjes voor het leven en ook trouw aan hun broedplek. In de periode van december-juni zul je ze vooral samen zien. Dit is de periode waarin raven hun relatie versterken en aan de broedperiode beginnen. De baltsperiode kenmerkt zich door samen glij- en zweefvluchten uit te voeren en samen te foerageren. De andere maanden van het jaar zie je de raaf ook wel samen met andere soortgenoten.

Raven leven voornamelijk als koppel, maar buiten het broedseizoen om ook wel in groepen (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Raven leven voornamelijk als koppel, maar buiten het broedseizoen om ook wel in groepen (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Lees ook: arenden in Nederland


Intelligentie

De raaf is, net als vele kraaiachtigen, een zeer intelligente vogel. Hij kan problemen oplossen om bijvoorbeeld aan voedsel te komen. De raaf weet dan gereedschap te gebruiken, zoals stokjes of steentjes. Zo zijn er bijvoorbeeld onderzoeken gedaan waarbij raven en andere kraaiachtigen het waterpeil moeten laten stijgen om bij voedsel te komen. Ze doen dat door steentjes in de buis water te gooien, waardoor het waterpeil stijgt en het voedsel opgegeten kan worden. Stenen worden ook gebruikt om voedsel te kraken. Stokjes worden gebruikt om ergens iets leeg te schrapen. Daarnaast verstopt de raaf voedsel en kan van meerdere voedselplekken de locatie onthouden en terugvinden.

De intelligentie van een raaf kun je vergelijken met het verstand van een vierjarig kind. Raven zijn net zo intelligent als mensapen. Ze kunnen gezichten van mensen onthouden en hebben sociale relaties onderling. In verhouding tot hun lichaam, heeft de raaf het grootste vogelbrein. De raaf kan ook geluiden imiteren. Daarnaast zijn ze ook sociaal intelligent.

Raven herkennen soortgenoten, maar ook mensen (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Raven herkennen soortgenoten, maar ook mensen (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Wat staat er op het menu?

De raaf is net als zijn familieleden een echte alleseter. Zijn menu ziet er divers uit. De raaf eet insecten, zaden en vruchten, maar ook kleine zoogdieren, vogeleieren en jonge vogels worden verorberd. Daarnaast is de raaf een echte opruimer: kadavers zijn een belangrijke voedselbron. Dit kunnen kadavers zijn van dieren die in het wild zijn gestorven of van dieren die bijvoorbeeld zijn aangereden door de mens en in de natuur zijn gelegd voor roofdieren. Raven produceren braakballen (net zoals uilen), waar onverteerde prooiresten in zitten, zoals botjes en vacht.

Een project wat de natuur voorziet van kadavers is bijvoorbeeld Dood doet Leven van ARK. Niet alleen de raaf heeft hier baat bij, maar ook bijvoorbeeld de rode en zwarte wouw, gieren en de zeearend. Tot de Middeleeuwen ruimden raven rottende kadavers op, maar mensen werden bang voor besmettelijke ziektes, waardoor de kadavers steeds efficiënter werden opgeruimd. Echter zijn kadavers in de natuur van groot belang voor aaseters, zoals verschillende soorten roofvogels, maar ook voor zoogdieren (dassen bijvoorbeeld), insecten, andere vogelsoorten en de bodem. ARK Rewilding maakt zich sterk voor kadavers in de vrije natuur.

Dood doet Leven (Jeroen Helmer - ARK natuurontwikkeling)
Dood doet Leven (Jeroen Helmer – ARK natuurontwikkeling)

Ook in het zoeken naar voedsel (kadavers) zie je de intelligentie van de raaf terug. In Yellowstone National Park is een interessante samenwerking onderzocht tussen de raaf en de wolf. Wanneer een raaf een kadaver vindt wat nog niet is aangetast, kan hij er moeilijk van eten. Daarvoor heeft hij de hulp nodig van de wolf. De wolf kan het kadaver openscheuren, waarna de raaf er ook van kan eten. Het blijkt dat wanneer de raaf een kadaver vindt, hij op zoek gaat naar een roedel wolven en deze naar het kadaver leidt. In Nederland is dit onderzoek ook gedaan op de Veluwe, waar raven en wolven voorkomen. Hier blijkt deze samenwerking (nog) niet. Wel is geconstateerd dat raven onderling communiceren over voedsel- en slaapplekken.

Broeden en opvoeden

Zoals al eerder benoemd, zijn raven monogame vogels. Ze vormen een paartje voor het leven en zijn ook trouw aan hun broedplek. Tijdens de baltsperiode in januari-februari versterken ze hun relatie. Dit doen ze door bijvoorbeeld samen glij- en zweefvluchten uit te voeren. Raven zijn erg goede vliegers en kunnen zich tijdens deze vluchten bijna helemaal draaien in de lucht.

Zowel man als vrouw bouwen aan het nest. Man zorgt voor de aanvoer van nestmateriaal, vrouw bouwt het nest. Nesten van raven bevinden zich op grote hoogtes, tot wel dertig meter hoog. Ze hebben een voorkeur voor hoge nestplaatsen in met name naaldbomen. Ook hoogspanningsmasten worden gebruikt om een nest te bouwen. Raven gebruiken ook wel oude haviknesten. Van nature zijn raven klif- en rotsbroeders. Dit zie je terug aan hun puntige nesten, gemaakt om niet van een steil klif te rollen.

Van nature broeden raven op steile klifwanden en zijn dus heel wat hoogte gewend (Saxifraga - Harry van Oosterhout)
Van nature broeden raven op steile klifwanden en zijn dus heel wat hoogte gewend (Saxifraga – Harry van Oosterhout)

Vanaf eind februari worden de eieren gelegd. Meestal worden er vier tot zes eieren gelegd, waarna er ongeveer drie weken wordt gebroed. Na het uitkomen van de eieren hebben de ouders het druk met het grootbrengen van hun kroost. Je hoort ze dan ook een stuk minder. De jongen blijven tussen de vier en zeven weken op het nest. Rovers als marters, kraaien en roofvogels worden fel van het nest geweerd. Na het uitvliegen blijven de jongen nog een tijdje in de buurt hangen. Na de zomer is het dan tijd om echt uit te vliegen.

Jonge raven leven met elkaar in groepen als zwervers. Deze pubers delen slaap- en voedselplekken met elkaar. In deze fase zijn de jonge dieren nog niet territoriaal en broeden ze ook nog niet. Ze ontmoeten hun partner in deze groepen. Na het vinden van een partner gaan de raven op zoek naar een eigen territorium. Dit rondzwerven voordat raven zich ergens samen vestigen, duurt zo’n drie jaar.

Raven hebben een hoge plek nodig om hun nest te kunnen maken, bijvoorbeeld in een hoge naaldboom (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Raven hebben een hoge plek nodig om hun nest te kunnen maken, bijvoorbeeld in een hoge naaldboom (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Lees ook: vinken in Nederland


Voorkomen in Nederland

De raaf kun je in verschillende typen landschap tegenkomen in Nederland, die wel aaneen gelegen moeten zijn. Meestal vind je ze in de buurt van bos, heide en extensieve landbouwgronden. Raven vliegen ver voor voedsel, tot wel dertig kilometer. Ze houden zich ook op in menselijke omgeving, want waar mensen leven, is voedsel (afval) te vinden. De vogel staat op de Rode Lijst en is een standvogel in Nederland.

De raaf heeft het zwaar te lijden gehad onder de mens. Gelukkig krabbelt hij weer wat op (Saxifraga - Luc Hoogenstein)
De raaf heeft het zwaar te lijden gehad onder de mens. Gelukkig krabbelt hij weer wat op (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

De raaf en de mens

Tot aan de Middeleeuwen was de raaf een algemene vogel. Als opruimer van kadavers werd hij gewaardeerd. Met de tijd werden de steden echter steeds schoner en veranderde de kijk op raven. Ook op het platteland gebeurde dit. Hij zou een plaag zijn voor vee en wild en zou ziektes verspreiden. De vervolging begon, wat ertoe leidde dat deze imposante vogel nog maar zeldzaam voorkwam in Nederland. In 1928 was er nog een broedgeval in Nijkerk en in 1944 broedde het laatste paartje van Nederland, in de Vijlenerbossen in Limburg.

Al snel werden er pogingen gedaan om de raaf te helpen in Nederland. In 1936 werden er voor het eerst raven uitgezet op de Veluwe. Die vogels zijn echter verdwenen. Pas later, tussen de jaren 1969-1981, werden er weer pogingen gedaan. Dit keer succesvol. Vanaf 1976 broedt de raaf weer in Nederland. Er komen de laatste jaren steeds meer broedvogels bij.

Raven hebben ongeveer de grootte van een buizerd en zijn daarmee beduidend groter dan de zwarte kraai (Saxifraga - Piet Munsterman)
Raven hebben ongeveer de grootte van een buizerd en zijn daarmee beduidend groter dan de zwarte kraai (Saxifraga – Piet Munsterman)

Veelgestelde vragen

Waar komt de raaf voor in Nederland?

Op steeds meer plekken in Nederland kun je raven zien. De meeste kans maak je in de omgevingen van de Veluwe, de Oostvaardersplassen en de Utrechtse Heuvelrug. Let op hoge (naald)bomen en raven in vlucht.

Wat is het verschil tussen de raaf en de zwarte kraai?

Raven en kraaien lijken behoorlijk op elkaar, vooral als je ze niet naast elkaar kunt zien. Raven zijn echter groter, ze lijken een dikkere hals te hebben, ze hebben een grotere snavel die deels bedekt is met veren en tijdens de vlucht hebben ze een wigvormige staart, waar zwarte kraaien een meer ronde staart hebben. Ook het geluid is anders. Raven roepen hun kenmerkende kroa-kroa.

Hoe klinkt een raaf?

Raven hebben een groot repertoire aan geluiden. Het meest kenmerkende geluid is het kroa-kroa. Ze kunnen wel honderd verschillende geluiden maken en ook geluiden imiteren.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zoeken

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!