Bouwtekening nestkast ringmus

Ringmus

Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Het aantal ringmussen in Nederland is sinds 1990 gehalveerd. Een beetje hulp in de vorm van een nestkast kan de ringmus dus wel gebruiken.

De ringmus (Passer montanus)

De ringmus is een kleine vogel die behoort tot de familie mussen en erg veel lijkt op de beter bekende huismus. Er zijn echter enkele verschillen op te merken. Ringmussen bereiken een lichaamslengte van 12,5 tot 14 centimeter en een spanwijdte van ongeveer 21 centimeter. Daarmee blijven ze een fractie kleiner dan de huismus.

Ringmus 2
Het roodbruine kopje en de zwarte wangvlek zijn opvallend bij de ringmus

De mannetjes en vrouwtjes ringmussen lijken sprekend op elkaar. Ze hebben een roodbruine kop, zwarte wangvlek en bef en een witte halsring. Verder zijn ze overwegend bruin gekleurd met een witte vleugelstreep. Vooral op basis van het roodbruine kopje in combinatie met de zwarte wangvlek zijn ze goed te onderscheiden van mannetje huismus.

Verspreiding

Ringmussen zijn in tegenstelling tot huismussen niet overal in de stad te vinden, maar meer aan de stads- en dorpsranden en op boerderijen. Ze zoeken graag het kleinschalig cultuurlandschap op, waar ze gebruik maken van hagen, solitaire bomen en struiken en van aangrenzend bouwland om te foerageren. Dit verklaart ook meteen de afname in de populatie. De laatste decennia is dit type landschap op veel plekken in ons land verdwenen, waar het plaats heeft moeten maken voor monocultuurlandschappen en steriele en weinig groene (boeren)erven. Daarnaast is heeft veel graanteelt (een belangrijke voedselbron voor de ringmus) plaats moeten maken voor grootschalige maïsteelt.

In oktober zijn de meeste ringmussen in ons land te vinden. Bijna alle ringmussen in ons land zijn standvogels, maar in oktober krijgen ‘onze’ ringmussen bezoek van ringmussen uit Noord- en Oost-Europa, die hun broedgebied tijdelijk verlaten om hier (of verderop in West-Europa) te overwinteren.


Lees ook: bouwtekening nestkast merel


Voedsel en voortplanting

Het dieet van ringmussen is hoofdzakelijk plantaardig, aangevuld met dierlijk voedsel in de vorm van insecten. Ze eten hoofdzakelijk granen en zaden. Dit doen ze vaak in groepen, ook wel flocks genoemd, gemengd met andere zangvogels zoals huismussen en vinken. Al druk foeragerend over de grond zie je dan grote groepen zangvogels op zoek naar zaden of graanresten op boerenland. Vooral tijdens het broedseizoen wordt dit aangevuld met insecten. De jonge dieren krijgen in de eerste levensfase hoofdzakelijk eiwitrijk, dierlijk voedsel gevoerd.

Ringmus (Saxifraga - Piet Munsterman)
Het efficiënter worden van de landbouw heeft ervoor gezorgd dat ringmussen steeds vaker niet voldoende voedsel kunnen vinden (Saxifraga – Piet Munsterman)

Ringmussen broeden van nature in boomholtes, hagen en struiken. Daarnaast maken ze ook dankbaar gebruik van nestkasten. Per legsel worden er twee tot zeven eieren gelegd. Het aantal legsels per jaar varieert tussen de twee en vier. Beide ouders dragen zorg voor het uitbroeden van de eieren, wat zo’n twee weken in beslag neemt. Wanneer de juveniele dieren uit het ei zijn gekomen, duurt het nog ruim twee weken voordat ze kunnen vliegen.

Nestkast ringmus

Een nestkast voor een ringmus ophangen kan dus een goed idee zijn, mits in de juiste leefomgeving. Soms gebruiken ringmussen ook koolmees of pimpelmees nestkasten.

Meestal worden nestkasten van hout gemaakt, op onze bouwtekening gaan we daar ook vanuit, omdat dit praktisch is en vaak het goedkoopste. Uit onderzoek blijkt echter dat nestkasten gemaakt van houtbeton vaak succesvoller zijn. Ze worden daarnaast ook sneller en meer gebruikt. Dit heeft er waarschijnlijk mee te maken dat ze warmte beter vast houden en dat het in de nestkast net een beetje warmer is.

Heb je dus geen zin om zelf een nestkast te maken en wil je het beste resultaat, bestel dan hier je duurzame houtbeton nestkast. Als je de kast via deze link besteld, dan bestel je hem bij Vivara en lever je met je aankoop ook nog eens een bijdrage aan de Nederlandse natuur!


Lees ook: bouwtekening nestkast bosuil


Bouwtekening nestkast ringmus

Wil je wel graag zelf een nestkast voor een ringmus maken, gebruik dan gratis onderstaande bouwtekening. Op deze tekening staan alle gegevens die je nodig hebt om een goede nestkast te maken. Hierop vind je de afmetingen van de kast (en de invliegopening), welke houtsoort je het beste gebruikt en een zaagschema zodat je precies weet hoeveel hout je moet kopen. Bij veel bouwmarkten kun je het hout dat je koopt meteen in de juiste afmetingen laten zagen. Neem je bouwtekening dus mee naar de bouwmarkt, dat bespaart je een hoop werk.

Bouwtekening nestkast ringmus
Bouwtekening nestkast ringmus (De natuur van hier)

Als houtsoort kun je het beste beuken-, lariks- of eikenhout gebruiken. Daarnaast kan ook watervast multiplex gebruikt worden. Als dikte raden we 15 millimeter aan. Let bij het kopen van het hout op het FSC-keurmerk. Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Eventueel kun je het dak afwerken met dakleer, zodat het hout minder te verduren krijgt en de nestkast langer mee gaat.

Ophangen nestkast

Bij het ophangen van de nestkast is het belangrijk om met een aantal zaken rekening te houden. Hang de nestkast stevig op zodat deze niet valt. Hang de kast op ongeveer twee á drie meter hoogte, met de opening richting het noorden, noordoosten of oosten. Zo voorkom je dat het constant binnen regent en dat er minder overlast is van wind en zon. Zorg er daarnaast voor dat de kast niet goed bereikbaar is voor katten en andere roofdieren.

In het najaar (rond oktober) is het tijd om de nestkast schoon te maken. Gebruik hiervoor geen schoonmaakmiddelen, maar alleen heet water. Hang de nestkast daarna meteen weer op, want soms worden ze in de winter gebruikt als rustplek.

Ringmus
Ringmussen maken dankbaar gebruik van nestkasten als ze op de juiste plek hangen

Lees ook: bouwtekening nestkast boomkruiper


Veel gestelde vragen

Hoe lok ik een ringmus naar mijn tuin?

Om een ringmus naar je tuin te lokken is het zaak om op de juiste plek te wonen. Ringmussen leven aan de rand van dorpen en steden, in een halfopen landschap. Belangrijk is dat er voldoende schuilplekken in de vorm van hagen, heesters en bomen in de buurt zijn. Daarnaast is het belangrijk dat ze voedsel kunnen vinden, op bijvoorbeeld graanakkers.

Hoe maak ik een nestkast voor een ringmus?

Een nestkast voor een ringmus kun je maken van lariks-, beuken- of eikenhouten planken. Watervast multiplex is ook geschikt. De nestkast moet circa 12x12x27cm groot zijn. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.

Hoe hang ik een nestkast voor een ringmus op?

Hang de nestkast op een beschutte plek, op ongeveer twee á drie meter hoogte stevig op, buiten het bereik van katten en andere roofdieren. Zorg dat de nestkast met de opening naar het noorden, noordoosten of oosten hangt, zodat het niet binnen regent.


Wat kun je nog meer doen voor ringmussen?

Om het ringmussen nog meer naar de zin te maken in je tuin of op je erf, kun je de volgende dingen nog overwegen. Plant bijvoorbeeld een brede gemengde haag aan met inheemse soorten zoals meidoorn, egelantier en veldesdoorn aan.

Daarnaast kun je biologisch voedsel in de vorm van zaden en zonnepitten aanbieden. Laat tot slot op een rustige plek een rommelhoekje staan waar ook wat onkruid mag groeien. Ringmussen zijn gek op onkruidzaden en kunnen dit zo in overvloed in je tuin vinden.


Wil je meer bouwtekeningen voor nestkasten. inspiratie over inheemse planten of andere tuin- of natuurtips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

De beste waardplanten voor vlinders

rups koninginnepage

Naast planten met nectarrijke bloemen, die als voedsel dienen, is er nog een groep planten die onmisbaar is in het leven van vlinders: de waardplanten. Waardplanten zijn de planten waarop vlinders hun eieren leggen. Iedere vlinder heeft andere waardplanten, dus zorg dat je van onderstaande lijst zeker een aantal planten in je tuin hebt staan.

Brandnetel waardplant (De natuur van hier)
Brandnetel is voor veel vlindersoorten, zoals deze gehakkelde aurelia, een belangrijke waardplant (De natuur van hier)

Inhoudsopgave

Wat zijn waardplanten?

Een waardplant is een plant waarop een organisme, in dit geval de rups van een vlinder, de voeding vindt om te groeien. Deze planten zijn onmisbaar in de ontwikkeling van rups naar vlinder. Meestal wordt door de rups de bladeren van de plant gegeten, maar dit is niet altijd het geval. Soms worden ook stengels, wortels, bloemen en zelfs zaden gegeten. Veel rupsen eten het blad (of het andere plantdeel) maar van één soort (monofaag). Soms worden er ook meerdere plantensoorten gegeten, van dezelfde plantenfamilie (oliofaag). Tot slot zijn er ook nog soorten die niet zo specifiek zijn en eten van allerlei planten (polyfaag).

In de meeste gevallen legt de vlinder haar eitjes ergens op de waardplant. Er zijn echter ook soorten die de eitjes in de buurt van de planten leggen, waarna de rups de plant op zoekt na uit het eitje gekomen te zijn.

Landkaartje rupsen (Saxifraga - Pieter van Breugel)
De vlinder legt de eitjes op, of in de buurt van de waarplant. De rupsen kunnen zo meteen beginnen met eten (Saxifraga – Pieter van Breugel)

Waarom zijn waardplanten belangrijk?

Zonder waardplant kan een vlinder haar levenscyclus dus niet voltooien. Als alle waardplanten zouden verdwijnen, zouden vlinders dus ook uitsterven. Het is dan ook van groot belang dat er voldoende inheemse planten te vinden zijn. Vaak wordt er enkel gekeken naar de bloemen van een plant bij het aanschaffen van een tuinplant, waardoor er ook veel exotische tuinplanten worden aangeschaft. Deze bieden, in sommige gevallen, wel een voedselaanbod (in de vorm van nectar) aan de vlinders, maar vaak geen plek om eitjes af te zetten. Als deze dus niet worden gecombineerd met inheemse waardplanten, zullen vlinders zich dus niet in de tuin kunnen voortplanten.

Pas op met vlinderstruik

Een goed voorbeeld hiervan is vlinderstruik. Deze wordt massaal aangeboden (en gekocht) in tuincentra, met de boodschap dat het een uitstekende vlinderplant is. Dit is ook deels waar, maar het is voor bijna geen enkele vlinder een waardplant in Nederland.

Tel daarbij op dat de vlinderstruik steeds vaker in natuurgebieden verschijnt en inheemse planten daar verdringt, waardoor deze dus eigenlijk een negatief effect heeft op bijzondere inheemse vlinders. Ook blijkt op veel planten uit tuincentra gif te zitten.

Vlinderstruik

Lees ook: wat zijn invasieve exoten?


Waardplanten

Het is dus van belang dat er naast nectarrijke bloemplanten ook waardplanten worden aangeplant in de tuin. Hieronder volgt een lijst van enkele van de meest waardevolle waardplanten. Voor de meeste van onderstaande waardplanten geldt dat ze als waardplant dienen voor meerdere vlindersoorten, waardoor je dus met het aanplanten van een paar planten een grote verscheidenheid aan vlinders in je tuin kunt verwachten.

Grote brandnetel (Urtica dioica)

De meeste mensen verafschuwen ze en bestrijden ze zelfs met gif, maar de brandnetel is een ontzettend belangrijke plant voor onze inheemse vlindersoorten. De grote brandnetel is voor veel inheemse vlinders de waardplant. De meeste rupsen eten geen andere planten. De atalanta, dagpauwoog, kleine vos en gehakkelde aurelia zijn afhankelijk van dit ‘onkruid’.

Laat dus in je tuin een hoekje staan met brandnetels. Dit doe je het best op een half beschaduwde, op een rustige, beschutte plek. In ruil daarvoor heb je kans op vier prachtige vlinders bij je nectarrijke bloemen verderop in de tuin.

Wegedoorn (Rhamnus cathartica)

De volgende waardplant die we aanraden is de wegedoorn, een wat onbekende inheemse heester/kleine boom. Wegedoorn is familie van sporkehout en behoort tot het geslacht, Rhamnus, wellicht beter bekend onder de naam vuilboom.

Gezien de uiteindelijke grootte van de boom/struik is deze eigenlijk alleen geschikt voor de grotere tuinen. Als solitaire boom/struik wordt de wegedoorn ongeveer zes meter hoog. De wegedoorn kan ook uitstekend gebruikt worden in houtsingels, struwelen en brede, ruige (gemengde) hagen.

Wegedoorn is bladverliezend en krijgt zwarte steenvruchten, welke gegeten worden door vogels. Naast dat het een waardplant is voor maar liefst drie in Nederland voorkomende dagvlindersoorten (komen we zo op terug), is het ook een waardplant voor diverse nachtvlindersoorten en zelfs voor een wantsensoort. Een ware biodiversiteit impuls voor je tuin dus!

Er zijn dus drie vlindersoorten die de eitjes op (of in de buurt van) de wegedoorn afzetten, zodat de rupsen zich te goed kunnen doen aan het blad van de struik. De bekende citroenvlinder legt naast het sporkehout enkel zijn eitjes op de wegedoorn. Het boomblauwtje legt daarnaast ook zijn eitjes onder andere op de wegedoorn. De laatste, het groentje, is bij de meeste mensen wat minder bekend. Het groentje komt hoofdzakelijk in het oosten van ons land voor en legt daar haar eitjes op een aantal struiken, waaronder de wegedoorn.

Pinksterbloem (Cardamine pratensis)

De pinksterbloem kennen de meeste mensen wel. Ze bloeien prachtig paars in het voorjaar in weilanden. De pinksterbloem wordt maximaal 50 centimeter groot en staat graag op vochtige tot natte gronden. Meestal dus in weilanden, maar soms ook op andere plekken, zoals in het bos, in moerasgebied en in het gazon in tuinen. De kruidachtige plant bloeit van april tot juni.

Hoewel nog steeds algemeen, is de pinksterbloem in de laatste decennia flink achteruit gegaan. Dit heeft hoofdzakelijk te maken met de intensivering van de landbouw, waardoor veel kruiden in weilanden plaats hebben moeten maken voor raaigras. Gezien het belang van waardplanten heeft dit dus ook een nadelig effect op de vlinders die er hun eitjes op afzetten.

Ook in gazons zie je de pinksterbloem steeds minder. Dit komt doordat mensen het gazon maaien voordat de pinksterbloem de kans krijgt om te bloeien. Heb je dit prachtige plantje dus in je gazon, maai je gazon dan helemaal niet of laat het stuk met pinksterbloemen staan. De rijkelijke bloei zal je gazon kleur geven in het voorjaar en de rupsen van vlinders krijgen de kans uit te groeien tot volwaardige vlinders.

Er zijn twee inheemse vlindersoorten die hun eitjes afzetten op de pinksterbloem: het oranjetipje en het klein geaderd witje (in deze blog lees je het verschil tussen deze en andere witte vlinders). Kies je er dus voor om een gazon met pinksterbloem niet te maaien, dan kan het zomaar zijn dat deze twee vlinders later in het jaar talrijk aanwezig zullen zijn.

Pinksterbloem is hier, biologisch gekweekt, te bestellen bij Sprinklr!

Het belang van biologische planten
De meeste mensen planten (bloem)planten in hun tuin omdat ze het mooi vinden én omdat ze daarmee iets goeds doen voor de (lokale) biodiversiteit. Helaas worden er op reguliere tuinplanten in tuincentra veel verschillende soorten pesticiden gevonden. Insecten krijgen deze pesticiden binnen wanneer ze de nectar van de bloemen eten. Dit kan ernstige gevolgen hebben (bijvoorbeeld het zenuwstelsel aantasten) en dodelijk voor ze zijn. De planten zijn dus helaas helemaal niet zo goed voor de biodiversiteit. Biologische planten zijn gekweekt zonder pesticiden, dus niet giftig voor insecten. Daarmee weet je zeker dat je iets goeds doet voor de biodiversiteit!

Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum)

De wilde kamperfoelie is de enige klimplant in deze lijst. Van nature groeit wilde kamperfoelie in bossen, hoofdzakelijk als ondergroei op lichte plekken in het bos. Van juni tot oktober bloeit de kamperfoelie met geelwitte bloemen. In de avond beginnen de bloemen heerlijk te geuren en trekken daarmee veel nachtvlinders aan, die zich te goed doen aan de nectar in de bloem.

Maar naast nectar voor nachtvlinders biedt de kamperfoelie ook voedsel voor rupsen. Het is namelijk de waardplant voor de kleine ijsvogelvlinder. De kleine ijsvogelvlinder is een minder algemene vlinder in Nederland, die zware jaren achter de rug heeft. Tegenwoordig nemen de aantallen weer wat toe. Naast de kleine ijsvogelvlinder is de wilde kamperfoelie ook een waardplant voor de dagactieve nachtvlinder de Spaanse vlag en voor de inmiddels in Nederland verdwenen (komt wel nog in België voor) prachtige moerasparelmoervlinder.

Wilde kamperfoelie kan tegen een klimrek aangroeien, maar deze kan ook prima worden toegepast in een gemengde haag, struweel, houtsingel of bosje. Kamperfoelie gebruikt wel andere planten om tegenaan te groeien, maar is geen parasiet en dus niet schadelijk voor de andere plant.

Wilde kamperfoelie is hier, biologisch gekweekt, te bestellen bij Sprinklr!

Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


Moestuin

Wil je vlinders voorzien van waardplanten dan is het misschien nog het beste om een moestuin te beginnen. Naast dat je zelf lekker, vers en onbespoten groente en fruit kunt oogsten, is het vaak een plek vol biodiversiteit. Zeker als je ervoor kiest de moestuin volgens de filosofie van permacultuur te realiseren.

In een moestuin zijn vaak planten te vinden die belangrijke voedselbronnen zijn voor rupsen. Klein koolwitje en groot koolwitje leggen bijvoorbeeld hun eitjes op of bij allerlei koolsoorten. Het scheefbloemwitje heeft als waardplant rucola (of raketsla). Plant je ook nog hop in je moestuin dan heb je ook meteen een waardplant voor dagpauwoog en gehakkelde aurelia te pakken. De gehakkelde aurelia legt daarnaast ook nog zijn eitjes op hazelaar en alle ribes soorten zoals aalbes, kruisbes en zwarte bes. Struiken die je prima in of in de buurt van je moestuin kunt plaatsen.

Maar veruit de mooiste vlindersoort die opzoek is naar waardplanten in je moestuin is de koninginnepage. Koninginnepage legt de eitjes voornamelijk op wilde peen en cultivators daarvan. Maar daarnaast ook op andere schermbloemigen zoals pastinaak, venkel en dille.

Naast dagvlinders zullen ook veel nachtvlinders de moestuin bezoeken. Kortom, een moestuin is een ware biodiversiteitsmagneet en levert ook nog eens vers voedsel op. Win-win dus.

Via Sprinklr kun je een starterspakket voor de moestuin bestellen. Hierin zitten biologisch gekweekte zaden van onder andere courgettes, cherrytomaatjes, radijsjes en wortelen! Met dit pakket haal je 9 verschillende groentes in huis, allemaal gekweekt zonder gebruik van pesticiden. Dan weet je dus zeker dat het gezond is én goed voor de biodiversiteit!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Grondeleenden in Nederland – deel II

Pijlstaart

Na deel I van de serie over eendachtigen in Nederland, waarin de algemene kenmerken en de taxonomische indeling van deze familie besproken werd, is het nu tijd om dieper in de soorten te duiken. We starten met de grondeleenden, deze worden in twee delen besproken. In totaal zijn er negen broedende grondeleenden en een scala aan dwaalgasten te vinden in ons land. In dit deel worden de eerste vijf broedende grondeleenden besproken.

Grondeleenden
Wilde eenden

Inhoudsopgave

Grondeleenden

Grondeleenden zijn een geslachtsgroep binnen de eendenfamilie, waarbij de soorten onderling een bepaald arsenaal aan gelijke kenmerken heeft. De naam is afgeleid van de manier waarop voedsel gezocht en gevonden wordt. In tegenstelling tot duikeenden duiken grondeleenden niet voor hun voedsel, maar doen ze dit op een grondelenede wijze. Dit betekent dat ze met hun hoofd onder water en hun kont naar boven gestoken in ondiep naar voedsel zoeken.

Er wordt dan voornamelijk plantaardig voedsel, zoals plantendelen, wortels en zaden gegeten. Ook wordt dierlijk voedsel gegeten, de ene soort meer dan de ander, maar in de regel eten ze hoofdzakelijk plantaardig voedsel.

Het lichaam van grondeleenden is hier ook op aangepast. Ze zijn minder gestroomlijnd dan duikeenden en hebben de poten meer onder het lichaam. Hiermee kunnen ze ook gemakkelijker op land lopen. Sommige soorten grazen zelfs gras op land. Ze liggen daarnaast minder diep in het water dan duikeenden doen. Ze kunnen moeiteloos vanuit het water opvliegen.

Broedende grondeleenden

In Nederland zijn er een negental broedende grondeleenden te vinden. Daarnaast zijn er nog tal van dwaalgasten te vinden. Deze komen maar af en toe voor in ons land en sommige dwaalgasten zijn afkomstig uit privé collecties. De negen broedende grondeleenden in Nederland:

Wilde eend (Anas platyrhynchos)Slobeend (Spatula clypeata)
Pijlstaart (Anas acuta)Zomertaling (Spatula querquedula)
Wintertaling (Anas crecca)Mandarijneend (Aix galericulata)
Krakeend (Mareca strepera)Muskuseend (Cairina moschata)
Smient (Mareca penelope)
Broedende grondeleenden in Nederland

Over de laatste twee soorten in deze lijst, de mandarijneend (het hele Aix geslacht overigens) en de muskuseend, bestaat nog discussie. Deze zouden wellicht onder de halfganzen ingedeeld moeten worden.


Lees ook: de beekprik, rivierprik en zeekprik


Wilde eend (Anas platyrhynchos)

De bekendste grondeleend in ons land is toch wel de wilde eend. Wilde eenden bereiken een lichaamslengte van 50-62 centimeter en een spanwijdte van 90-98 centimeter. Het mannetje (de woerd) heeft een groene kop met een witte halsband en een bruine borst. Opvallend zijn de zwarte gekrulde staartveren. Het is de enige eendensoort waarbij de staartveren gekruld zijn. Verder valt de blauwe vleugelspiegel op (welke vrouwtjes ook hebben). Vrouwtjes zijn soberder gekleurd, met verschillende tinten bruin. Ze lijken daarmee veel op de vrouwtjes van de krakeenden. Belangrijk verschil is de kenmerkende blauwe (met wit omrande) vleugelspiegel.

Het mannetje lijkt in de nazomer/winter veel op het vrouwtje qua verenkleed, deze dragen dan hun eclipskleed. Mannetjes en vrouwtjes zijn dan nog van elkaar te onderscheiden aan de hand van de snavelkleur. Deze is bij mannetjes geelachtig en bij vrouwtjes zeemkleurig.

Wilde eend, man (de Natuur  van hier)
Het mannetje wilde eend heeft een bont verenkleed (de Natuur van hier)

Leefwijze en voedsel

Wilde eenden komen talrijk voor in hun verspreidingsgebied. In Europa is het zelfs de meest algemene eendensoort. Ze zijn veel te vinden op van allerlei wateren. Meren, plassen, vijvers en rivieren zijn allen geschikt. Bij voorkeur kiezen ze voedselrijke wateren die niet te diep zijn, zodat ze al grondelend hun voedsel kunnen zoeken. Meestal zoet water, maar dit is geen harde eis. Ze hebben weinig last van menselijke aanwezigheid en verstoring, ze zijn vaak ook te vinden op vijvers in stadsparken of in tuinen.

Het is hoofdzakelijk een planteneter, maar af en toe dierlijk voedsel wordt zeker niet overgeslagen. Vooral in de winter neemt het gedeelte dierlijk voedsel toe. Qua dierlijk voedsel wordt er zowel kleine vis als ongewervelden gegeten. Plantaardig voedsel wordt genuttigd in de vorm van zaden, plantenwortels en andere plantendelen. Daearnaast komt het ook voor dat ze op land op gras grazen.

Voortplanting en trekgedrag

Wilde eenden beginnen kennen een lang broedseizoen en beginnen vaak al in februari met broeden. Een legsel bestaat uit 1 tot 13 eieren, welke na ongeveer een maand zijn uitgebroed. De juveniele dieren blijven lang bij het nest, ze kunnen na 50 tot 70 dagen vliegen.

De wilde eenden in Nederland (en in andere gebieden met een gematigd klimaat) zijn hoofdzakelijk standvogels, wat betekent dat ze hier in de winter ook verblijven. In de winter krijgen ze echter wel gezelschap van meer noordelijk broedende individuen. Deze trekken over korte afstand om de winter meer zuidelijk door te brengen. Aan het einde van de winter verlaten deze individuen ons land weer om hun broedgebied op te zoeken.

Pijlstaart (Anas acuta)

Verwant aan de wilde eend is de pijlstaart, deze behoort tot hetzelfde geslacht (Anas). De pijlstaart bereikt een lichaamslengte van 51-66 centimeter en een spanwijdte van 80-95 centimeter. Mannetjes zijn opvallend gekleurd, met een bruine kop en een witte borst, welke in een punt doorloopt tot op het achterhoofd. De buik is ook wit, en ze hebben een zwart witte staart met uitzonderlijk lange staartveren, waaraan ze de naam te danken hebben. De rest van het verenkleed is overwegend grijs gekleurd. Verder valt de lange nek op bij pijlstaarten.

Vrouwtjes zijn een stuk minder opvallend gekleurd en hebben een verenkleed dat bestaat uit verschillende tinten bruin. Ook vrouwtjes hebben langere staartveren, maar niet zo lang als mannetjes. De langere staartveren kan gemakkelijk zijn om ze te onderscheiden van bijvoorbeeld vrouwtjes wilde eenden. Ze hebben daarnaast een zwarte snavel en een donkere kop.

Pijlstaart
Mannetjes pijlstaarten zijn bontgekleurde eenden met opvallend lange staartveren

Leefwijze en voedsel

Pijlstaarten komen voor op open wateren, die het liefst niet te diep zijn. In Nederland zijn pijlstaarten vaak te vinden in het Waddengebied of in de Delta. In winter komen ze soms ook voor op meren in het binnenland. Nederland ligt op de zuidgrens van het verspreidingsgebied van de pijlstaart.

Het zijn hoofdzakelijk planteneters. Voornamelijk plantenzaden worden gegeten. Met hun lange nek kunnen ze diep grondelen, dieper dan de meeste andere grondeleenden. In het broedseizoen wordt er naast plantaardig, ook dierlijk voedsel gegeten. Kleine visjes en waterinsecten staan dan op het menu.

Voortplanting en trekgedrag

Pijlstaarten leggen ongeveer 6 tot 12 eieren in een legsel. Ze doen er ongeveer 23 dagen over om deze eieren uit te broeden. Na 40-45 dagen kunnen de jongen vliegen.

De pijlstaart is het hele jaar in Nederland te zien, echter is het een uiterst schaarse broedvogel. Jaarlijks worden er enkele gevallen geregistreerd, meestal bevinden deze zich in het Waddengebied of in de Delta.

Het is een uitgesproken trekvogel welke vaak naar Zuid-Europa of Afrika trekt. Ze trekken in grote groepen, voornamelijk ’s nachts. Ze vliegen dan in de bekende v-formatie.

Wintertaling (Anas crecca)

De derde, en laatste, grondeleend van het geslacht Anas dat in Nederland voorkomt is de wintertaling. De wintertaling is de kleinste algemeen voorkomende eend in Nederland en tevens ook in Europa. Ze bereiken een lichaamslengte van 34-38 centimeter en een spanwijdte van 58-64 centimeter.

Mannetjes hebben een kastanjebruine kop met een groen vlek rondom het oog, die doorloopt tot op het achterhoofd. Ze hebben daarnaast een opvallend gespikkelde borst. Verder zijn ze overwegend grijs gekleurd, met een horizontale witte streep op de flanken. Het achterwerk is een combinatie van geel en zwart.

Vrouwtjes zijn onopvallend bruin gekleurd, met een groene spiegel (de achterkant van de vleugel). Op basis van de spiegel zijn vrouwtjes wintertalingen te onderscheiden van vrouwtjes zomertalingen, die er verder veel op lijken.

Wintertaling - grondeleenden
Wintertaling

Leefwijze en voedsel

Wintertalingen bevinden zich het liefst op ondiepe wateren met oeverbegroeiing. In de winter verzamelen wintertalingen zich vaak in grote groepen. Het zijn hoofdzakelijk planteneters. Ze eten veel plantenzaden, maar ook andere delen van planten en gras worden gegeten. Het voedsel vinden ze al grondelend of door water met hun mond te filteren. In het broedseizoen ligt het percentage dierlijk voedsel een stuk hoger. Dan worden (aquatische) insecten en ongewervelden gegeten.

Voortplanting en trekgedrag

Over het algemeen wordt er één legsel per broedseizoen gelegd, met daarin 5 tot 16 eieren. Deze worden in circa 23 dagen uitgebroed. De jongen verlaten het nest al snel, na zo’n 25-30 dagen zijn ze vliegvlug. Helaas is er een dalende trend waarneembaar in het aantal broedparen in Nederland.

Afhankelijk van het leefgebied zijn wintertalingen trek- of standvogels. De noordelijke populaties trekken in het najaar naar het zuiden. Ze vliegen dan tot in het Middelands-zeegebied of tot in Afrika. Het aantal wintertalingen in de winter in Nederland is afhankelijk van het weer in de winter en varieert sterk.


Lees ook: de vos in Nederland


Krakeend (Mareca strepera)

De krakeend is een middelgrote eend die een lichaamslengte bereikt van 46-57 centimeter, met een spanwijdte van 84-95 centimeter. Het verenkleed van mannetjes bestaat hoofdzakelijk uit een patroon van fijne, grijze streepjes. Daarnaast hebben ze een bruine kop met zwarte snavel en een overwegend zwarte stuit. De spiegel is wit, zowel bij de woerd als bij de vrouw. Vrouwtjes zijn verder bruin getekend en lijken veel op de vrouwen van de wilde eend. Belangrijkste kenmerken zijn de witte buik en spiegel en de gele snavel.

Krakeend
Mannetjes krakeenden zijn overwegend grijs gekleurd en hebben een opvallende witte spiegel

Leefwijze en voedsel

Krakeenden zijn bewoners van voedselrijke wateren met een rijke oevervegetatie. Het feit dat er steeds meer voedselrijke wateren zijn bijgekomen heeft ervoor gezorgd dat de krakeend veel algemener is geworden. Niet alleen in Nederland, maar door heel Europa.

Het zijn voornamelijk planteneters. Dit vinden ze door te grondelen, maar ze kunnen ook duiken om bij de lekkerste planten te komen. Alle delen van planten worden gegeten. Voornamelijk in de winter wordt ook dierlijk voedsel, in de vorm van insecten en ongewervelden, gegeten.

Voortplanting en trekgedrag

Krakeenden broeden vaak pas laat in het jaar en beperken zich over het algemeen tot één legsel per jaar. Er worden dan 8 tot 12 eieren gelegd, welke in circa 25 dagen worden uitgebroed. De jongen kunnen na 45-50 dagen vliegen.

Noordelijke populaties zijn echte trekvogels en trekken tot in Noord-Afrika. Meer zuidelijk broeden populaties zijn overwegend standvogels.

Smient (Mareca penelope)

Tot slot bespreken we de smient. Smienten worden 45 tot 51 groot en bereiken een spanwijdte van 75 tot 86 centimeter. De woerd heeft een roodbruine kop, met een gele streep op het voorhoofd. Verder hebben ze een overwegend grijs verenkleed en een roze borst. Vrouwtjes zijn onopvallender bruingrijs gekleurd en hebben een witte buik en grijzige snavel.

Vooral ’s nachts is de kenmerkende fluitende roep van mannetjes goed te horen. Ze worden vanwege deze roep ook wel eens fluiteend genoemd.

Smient
Smienten broeden nauwelijks in Nederland, maar overwinteren hier massaal

Leefwijze en voedsel

Smienten komen voor op schone wateren met een rijke oeverbegroeiing. Daarnaast is het belangrijk dat er omliggend grasland te vinden is. ’s Nachts grazen ze op graslanden, overdag dobberen ze rustig op het water.

Ze zijn bijna volledig herbivoor. Naast gras eten ze alle delen van waterplanten en algen. In het broedseizoen eten vrouwtjes ook dierlijk voedsel.

Voortplanting en trekgedrag

Het legsel van smienten bestaat uit 7 tot 10 eieren, welke in ongeveer 23 dagen worden uitgebroed. Na 40 tot 45 dagen kunnen de jongen vliegen en verlaten ze het nest. In Nederland is het een uiterst schaarse broedvogel, met hoogstens enkele tientallen paartjes.

In de winter wordt ons land overvallen met smienten. Honderdduizenden smienten komen dan vanuit Scandinavië en Rusland om hier te overwinteren. Nederland is daardoor een van de belangrijkste plekken voor smienten in Europa.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Verder lezen

Deel 1 – familie eendachtigen in Nederland

Deel 2 – grondeleenden

Deel 3 – grondeleenden vervolg

Deel 4 – duikeenden

Deel 5 – stekelstaart, brilduiker en zaagbekken

Deel 6 – eenden – eider, ijseend en zee-eenden

Deel 7 – halfganzen

Deel 8 – zwarte ganzen

Deel 9 – grijze ganzen

Deel 10 – grijze ganzen vervolg

Deel 11 – zwanen

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Duikeenden in Nederland – deel IV

Kuifeenden

Na in deel II en III de grondeleenden besproken te hebben, is het in deel IV van de serie eenden, ganzen en zwanen in Nederland tijd om de duikeenden te bespreken. We bespreken vijf soorten duikeenden die met regelmaat in Nederland voorkomen. Daarnaast worden enkele dwaalgasten besproken.

Krooneend - duikeenden
Krooneend

Inhoudsopgave

Duikeenden

Duikeenden zijn een geslachtsgroep binnen de eendachtigen familie, die een aantal gezamenlijke uiterlijke kenmerken vertonen. Ze hebben hun naam te danken aan het feit dat ze onder water duiken om voedsel te vinden. Hier is het lichaam ook op aangepast. Ze hebben een smaller lichaam dan grondeleenden, wat het duiken vergemakkelijkt. De poten staan daarnaast meer naar achteren onder het lichaam. Dit zorgt er ook voor dat ze beter kunnen duiken, maar hierdoor lopen ze op het land meer rechtop dan bijvoorbeeld grondeleenden. Ze hebben daarnaast ook vaak een wat kortere hals.

Duikeenden zijn omnivoren. De een eet wat meer plantaardig voedsel, de ander wat meer dierlijk, maar vrijwel alle soorten eten zowel beide. Als plantaardig voedsel eten ze planten, plantenwortels en zaden en als dierlijk voedsel vis en ongewervelden, zoals slakken en (water)insecten.

Broedende duikeenden

Er zijn in Nederland vier soorten duikeenden te vinden die hier broeden (sommige in veelvoud, andere maar een enkele keer). Daarnaast zijn er nog eens drie soorten die hier wel voor komen (sommige maar een enkele keer), maar niet broeden.

Broedende duikeenden in Nederland:

Kuifeend (Aythya fuligula)Tafeleend (Aythya ferina)
Witoogeend (Aythya nyroca)Krooneend (Netta rufina)
Broedende duikeenden in Nederland

Lees ook: spechten in Nederland


Kuifeend (Aythya fuligula)

De eerste die we bespreken is de kuifeend. Dit zijn vrij forse eenden, welke een lichaamslengte van 40 tot 47 centimeter en een spanwijdte van 65 tot 72 centimeter bereiken. De mannetjes zijn opvallend wit-zwart gekleurd, waarbij de buik wit is. De vrouwtjes zijn onopvallender bruin gekleurd. In vlucht valt de witte baan over de slagpennen goed op. Daarnaast hebben ze een opvallend geel oog. Maar het meest kenmerkende is de kuif, die zowel de mannetjes als de vrouwtjes hebben. Echter is deze bij mannetjes wel een stuk groter.

Kuifeend (de Natuur van hier)
Kuifeend (de Natuur van hier)

Leefwijze en voedsel

Kuifeenden hebben een breed leefgebied. Ze zijn te vinden op meren, vijvers en plassen van alle maten. Ze komen daarnaast ook voor op rustig stromende rivieren. Het zijn sterke zwemmers, waardoor ze makkelijk tegen de stroming in kunnen zwemmen. Kuifeenden houden van begroeide oevers en eilanden waarin ze veilig kunnen broeden.

Ze besteden veel tijd op het water, op zoek naar voedsel. Hiervoor duiken ze onder water, op zoek naar van allerlei ongewervelde dieren, zoals slakken en zoetwatermossels. Daarnaast eten ze ook planten, zaden en algen.

Voortplanting en trekgedrag

Broeden gebeurt op een beschutte plek in de vegetatie aan de oever. Een legsel bestaat uit zes tot twaalf eieren. De broedduur is ongeveer 25 dagen. Na zo’n 45 dagen zijn de jongen vliegvlug. De kuifeend is een talrijke broedvogel in Nederland.

Nederlandse kuifeenden trekken in het najaar voornamelijk naar Zuid-Frankrijk. Ons land wordt dan echter massaal bezocht door kuifeenden uit Noord- en Centraal-Europa. Het is gedurende de wintermaanden één van de talrijkste duikeenden in ons land.

Kuifeend
Kuifeenden overwinteren in zeer grote aantallen in ons land

Tafeleend (Aythya ferina)

Tafeleenden zijn nog net wat groter dan kuifeenden, met een lichaamslengte van 42 tot 49 centimeter en een spanwijdte van 72 tot 82 centimeter. De mannetjes hebben een roodbruin hoofd met een rood oog. Daarnaast hebben ze een zwarte borst en stuit en is de rest van het verenkleed grijs gekleurd. Vrouwtjes zijn minder opvallend van kleur. Ze hebben een lichtbruin hoofd en stuit, de rest van het verenkleed is grijsbruin.

Tafeleend
Mannetjes tafeleenden hebben een prachtig roodbruin hoofd met een rood oog

Leefwijze en voedsel

De leefwijze van tafeleenden is vergelijkbaar met die van kuifeenden. Ze komen ook voor op meren, vijvers en plassen, maar daarnaast ook op rustig stromende rivieren. Ook qua gedrag en voedsel zijn ze vergelijkbaar, al is het menu iets plantaardiger van aard. Planten, wortelstokken van planten en zaden wordt gegeten. Als dierlijk voedsel ook voornamelijk ongewervelden in de vorm van slakken, mosselen en schaaldieren.

Voortplanting en trekgedrag

De tafeleend is een schaarse broedvogel. Een legsel bestaat uit zes tot twaalf eieren, welke in ongeveer 25 dagen worden uitgebroed. De jonge dieren zijn in het begin heel donker van kleur en kunnen na circa 50 dagen vliegen.

De tafeleenden die in Nederland broeden blijven ook gedurende de winter in ons land. Het aantal tafeleenden neemt in de winter fors toe, doordat individuen uit Noord- en Centraal-Europa hier komen overwinteren. Opvallend is dat de mannetjes vaak al beginnen met trekken als de vrouwtjes nog aan het broeden zijn. De vrouwtjes volgen dan later met de jongen.


Lees ook: waarom vliegen vogels in een v-vorm?


Witoogeend (Aythya nyroca)

De witoogeend is een eend met een lichaamslengte van 38 tot 42 centimeter en een spanwijdte van 63 tot 67 centimeter, waarmee deze net wat kleiner is dan de kuifeend. Ze hebben een kastanjebruine kop en nek en zijn zwart op de rug. De vleugels hebben bovenop een wat groenige schijn. Ze hebben daarnaast een witte buik en stuit en in vlucht valt de witte vleugelstreep goed op. Het opvallendste kenmerk (waarnaar de eend ook vernoemd is) is het witte oog. Vrouwtjes zijn wat valer gekleurd dan mannetjes, maar hebben wel grotendeels dezelfde kleurschakelingen.

Witoogeend - duikeenden
Witoogeend

Leefwijze en voedsel

Witoogeenden zijn vaak te vinden in grote groepen met andere duikeenden. Ze houden zich op, op grotere plassen met een rijke onderwaterbegroeiing en een rijke oevervegetatie. In de oevervegetatie broeden ze, de onderwaterbegroeiing is het grootste deel van hun voedsel. Ze zijn voornamelijk herbivoor en eten dan waterplanten, moerasplanten en zaden. Daarnaast bestaat een klein gedeelte van het menu uit dierlijk voedsel, in de vorm van ongewervelde dieren.

Voortplanting en trekgedrag

Witoogeenden zijn vrij zeldzaam in Nederland. Soms wordt er gebroed in Nederland, maar dat is zeker geen zekerheid. Ook komt het voor dat witoogeenden paren met andere duikeenden, wanneer beschikbare soortgenoten schaars zijn. De meeste broedparen bevinden zich in Oost-Europa.

Een legsel bestaat meestal uit 6 tot 11 eieren, welke in circa 26 dagen worden uitgebroed. Het duurt daarna nog eens 60 dagen voordat de jongen uitvliegen.

Ook als doortrekker en wintergast is de witoogeend maar in kleine aantallen vertegenwoordigd in ons land. Over heel Europa gezien is er ook een afnemende trend zichtbaar in de populatie witoogeenden.

Krooneend (Netta rufina)

De laatste duikeend die in Nederland broedt is de krooneend. Krooneenden zijn grote eenden die een lichaamslengte van 53 tot 57 centimeter en een spanwijdte van 84 tot 88 centimeter bereiken. Het opvallendste kenmerk is de grote, ronde bruinoranje kop en rode snavel van de mannetjes. Verder hebben de mannetjes een zwarte hals en buik, een lichtbruine rug met aangrenzend lichter gekleurde delen. Vrouwtjes zijn in diverse tinten bruin gekleurd. Daarnaast hebben vrouwtjes een donkere snavel met een rode vlek. Zowel bij mannetjes als bij vrouwtjes vallen de witte vleugelstrepen in vlucht goed op.

Tafeleend
De ronde, bruinoranje kop en rode snavel van mannetjes krooneenden vallen goed op

Leefwijze en voedsel

Krooneenden voelen zich thuis op vrij grote plassen, met een rijke onderwater- en oevervegetatie. De oevervegetatie biedt schuilmogelijkheden en een goede broedplek, de onderwatervegetatie biedt voedsel. Krooneenden zijn hoofdzakelijk planteneters. Vooral kranswieren worden gegeten. Daarnaast eten ze soms ook wat dierlijk voedsel, echter is dit beperkt.

Voortplanting en trekgedrag

De krooneend komt oorspronkelijk uit Azië, maar door afname van het leefgebied zijn ze uitgeweken naar Europa. Het eerste broedgeval in Nederland dateert uit 1942. Sinds de jaren ’90 neemt het aantal broedgevallen toe, echter is het nog steeds een vrij schaarse broedvogel.

In een nest op een rustige plek in de oevervegetatie worden 6 tot 12 eieren gelegd. Na zo’n 28 dagen broeden komen de eieren uit. De jongen kunnen na 45 tot 50 dagen vliegen.

Krooneenden zijn in Nederland deels standvogel en deels trekvogel. De wegtrekkende soorten overwinteren in Midden en Zuidwest-Europa.

Duikeenden – wintergasten

Naast broedende soorten is er ook nog een wintergast onder de duikeenden. Deze broedt meer noordelijk en bezoekt ons land in het najaar om hier te overwinteren.

Topper (Aythya marila)

De topper, of toppereend, lijkt veel op de wel in Nederland broedende kuifeend, maar toch zijn er een aantal verschillen op te merken. Met een lichaamslengte van 39 tot 56 centimeter en een spanwijdte van 71 tot 84 centimeter wordt de topper iets groter dan de kuifeend. Daarnaast ontbreekt de kenmerkende kuif bij de topper. Mannetjes toppers hebben een zwarte kop, hals en staart. Verder is de bovenkant grijs (bij de kuifeend wit) en de onderkant wit gekleurd. Ze hebben een blauwgrijze snavel, net zoals de vrouwtjes overigens.

Vrouwtjes zijn wat soberder gekleurd. Ze hebben een bruine kop en buik en een grijze rug. Opvallend is de lichtgekleurde ring om de snavel bij de vrouwtjes, een belangrijk kenmerk om ze te onderscheiden van de vrouwtjes kuifeenden.

Topper (Saxifraga - Jan Nijendijk)
Toppers lijken op kuifeenden, maar toch zijn er wel wat verschillen op te merken (Saxifraga – Jan Nijendijk)

Leefwijze en voedsel

Toppers vinden we meestal terug op wateren bestaande uit zout of brak water. Vaak zijn ze te vinden in de buurt van zee, op ondiepe kustwateren. Ze broeden op de toendra’s in het noorden. Overwinteren gebeurt meer zuidelijk, waarbij Nederland een belangrijke overwinteringsplek is. Vooral het IJsselmeer en de Wadden zijn dan van belang. Hier verzamelen zich dan grote groepen toppers. In februari start de terugtocht naar de broedgebieden. In de zomer ontbreekt de topper in ons land, op enkele losse exemplaren na.

Toppers zijn omnivoren en kunnen diep duiken om hun voedsel te vinden. Ze kunnen tot wel zes meter diep duiken en tot één minuut onder water blijven. Er worden voornamelijk schelpdieren, meestal in de vorm van mossels, gegeten. Daarnaast eten ze ook krabben en andere ongewervelde dieren, maar ook kleine vissen en plantaardig voedsel in de vorm van zeegras wordt gegeten. Er zijn zelfs gevallen bekend die kikkers eten, indien aanwezig.


Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Dwaalgasten

Nu zijn alle duikeenden besproken die hier op regelmatige basis voorkomen. Deze worden echter nog aangevuld met soorten die hier maar sporadisch gezien worden, de zogenaamde dwaalgasten. Deze zullen nog kort benoemd worden.

We starten met de kleine topper (Aythya affinis). Het kleinere broertje van de in Nederland overwinterende topper broedt in de Verenigde Staten en Canada en overwintert normaliter in Midden-Amerika en de Cariben. Zo nu en dan raakt er een uit koers en komt deze in Europa terecht. Vaak duiken ze dan in Engeland op, maar soms worden ze ook gezien in Nederland. Het totaal aantal waarneming ligt nu op iets meer dan 20 stuks.

Tot slot nog de ringsnaveleend (Aythya collaris). De ringsnaveleend is ook een duikeend die zich normaal begeeft in de Verenigde staten en overwintert in Midden-Amerika. Ook hiervan komen soms verdwaalde exemplaren in Europa terecht. In totaal is de ringsnaveleend nu ongeveer 50 keer waargenomen in Nederland.

Ringsnaveleend
De ringsnaveleend is een soort die hier gewoonlijk niet voorkomt, maar soms is er toch een verdwaald exemplaar te zien

Verder lezen

Deel 1 – familie eendachtigen in Nederland

Deel 2 – grondeleenden

Deel 3 – grondeleenden vervolg

Deel 4 – duikeenden

Deel 5 – stekelstaart, brilduiker en zaagbekken

Deel 6 – eider, ijseend en zee-eenden

Deel 7 – halfganzen

Deel 8 – zwarte ganzen

Deel 9 – grijze ganzen

Deel 10 – grijze ganzen vervolg

Deel 11 – zwanen

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Eenden, ganzen en zwanen in Nederland – deel I

Kuifeend

Waar water is te vinden, zijn ook meestal eenden te vinden. Eenden komen in Nederland in allerlei soorten en maten voor. De familie eendachtigen is een grote familie van watervogels, waartoe naast de eenden ook de ganzen en zwanen behoren. In deze blogserie bespreken we alle eendachtigen die in Nederland voorkomen.

Ook ganzen behoren tot de familie eendachtigen (de Natuur van hier)
Ook ganzen behoren tot de familie eendachtigen (de Natuur van hier)

Inhoudsopgave

De familie eendachtigen

De familie eendachtigen (Anatidae) behoort tot de orde eendvogels. Binnen deze orde zijn nog twee andere families te vinden: de hoenderkoeten en de eksterganzen. De eksterganzen is een familie waartoe maar één geslacht, met slechts één soort behoort, de ekstergans. De hoenderkoeten bestaan uit drie soorten, die alleen voorkomen in Zuid-Amerika. De familie eendachtigen (ook wel eenden, ganzen en zwanen genoemd) is veruit de grootste binnen de orde, met 53 geslachten en meer dan 170 soorten.

In Nederland komen, grofweg genomen, 42 soorten voor, verdeeld over 16 geslachten. De frequentie per soort verschilt echter sterk. Iedere soort houdt er zijn eigen strategie op na. Er zijn soorten die hier het hele jaar verblijven en hier broeden, soorten die hier enkel als wintergast aanwezig zijn en soorten die maar zelden gezien worden, de zogenaamde dwaalgasten. Door verschillende factoren (denk aan verandering van migratieroutes en verspreidingsgebied door klimaatverandering) veranderen deze strategieën ook. Nieuwe soorten komen en bestaande soorten verdwijnen op sommige momenten.

Onderstaand een lijst van eenden in Nederland. In deze lijst zijn alle eenden opgenomen die in het recente verleden gebroed hebben in ons land.

Kuifeend (Aythya fuligula)Tafeleend (Aythya ferina)
Witoogeend (Aythya nyroca)Krooneend (Netta rufina)
Krakeend (Mareca strepera)Smient (Mareca penelope)
Mandarijneend (Aix galericulata)Muskuseend (Cairina moschata)
Pijlstaart (Anas acuta)Wilde eend (Anas platyrhynchos)
Wintertaling (Anas crecca)Slobeend (Spatula clypeata)
Zomertaling (Spatula querquedula)Nonnetje (Mergellus albellus)
Middelste zaagbek (Mergus serrator)IJseend (Clangula hyemalis)
Brilduiker (Bucephala clangula)
Rosse stekelstaart (Oxyura jamaicensis)
Eider (Somateria mollissima)
Broedende eenden in Nederland

Dan zijn er nog een aantal eenden die hier wel met regelmaat voorkomen, maar niet broeden.

Topper (Aythya marila)Grote zee-eend (Melanitta fusca)
Grote zaagbek (Mergus merganser)Zwarte zee-eend (Melanitta nigra)
Niet broedende eenden in Nederland

Vervolgens de lijst van broedende ganzen in Nederland. In deze lijst zijn ook de halfganzen bergeend, casarca en nijlgans opgenomen.

Bergeend (Tadorna tadorna)Grauwe gans (Anser anser)
Casarca (Tadorna ferruginae) Sneeuwgans (Anser caerulescens)
Nijlgans (Alopochen aegyptiaca)Indische gans (Anser indicus)
Toendrarietgans (Anser serrirostris)Brandgans (Branta leucopsis)
Kolgans (Anser albifrons)Grote Canadese gans (Branta canadensis)
Broedende ganzen en halfganzen in Nederland

Dan zijn er nog een aantal ganzen die hier niet broeden, maar wel in ons land verblijven als wintergast. In deze lijst zijn enkel de wintergasten opgenomen die hier jaarlijks met meerdere exemplaren aanwezig zijn. De dwaalgasten zijn hier dus niet in terug te vinden.

Dwerggans (Anser erythropus)Kleine rietgans (Anser brachyrhynchus)
Taigarietgans (Anser fabalis)Roodhalsgans (Branta ruficollis)
Rotgans (Branta bernicla)

Tot slot nog de zwanen. Omdat dit er maar een paar zijn hebben we besloten deze in één lijst op te nemen en aanvullend erbij te zetten of ze hier als broedvogel te vinden zijn, of uitsluitend als wintergast.

  • Kleine zwaan (Cygnus bewickii) – broedt niet in Nederland, aanwezig als wintergast.
  • Knobbelzwaan (Cygnus olor) – hele jaar aanwezig, vrij talrijke broedvogel.
  • Wilde zwaan (Cygnus cygnus) – enkele succesvolle broedgevallen bekend in Nederland.
  • Zwarte zwaan (Cygnus atratus) – hele jaar aanwezig, schaarse broedvogel.

Lees ook: waarom trekken vogels naar het zuiden?


Algemene kenmerken

Een van de opvallendste kenmerken van eendachtigen is de vrijwel platte snavel. Daarnaast hebben ze een lange nek, relatief korte en puntige vleugels en zwemvliezen tussen de tenen. Naast de zwemvliezen zijn ze ook middels hun verenkleed uitstekend aangepast op het leven in het water. De veren zijn namelijk voorzien van speciale oliën, waardoor ze waterafstotend zijn. De korte, puntige vleugels zijn voorzien van stevige spieren, waardoor het goede vliegers zijn.

Zaagbekken eenden
Een van de beste kenmerken van eendachtigen is de platte snavel

De meeste soorten zijn als adult hoofdzakelijk herbivoor (al eten sommige soorten ook zo nu en dan vis of ongewervelde dieren). Jonge dieren krijgen vaak eitwikrijk voedsel, in de vorm van ongewervelden, bijgevoerd. De zaagbekken eten voornamelijk vis en hebben dan ook een gekartelde snavel.

Een ander belangrijk kenmerk van eendvogels is dat ze een penis hebben, welke bij veel andere vogelsoorten ontbreekt.

Verschillen met andere eendvogels

Zoals eerder benoemd zijn de eendachtigen een familie binnen de orde eendvogels, samen met de hoenderkoeten en de ekstergans. Eendvogels waren er al in het Krijt, tijdens het laatste tijdperk van de dinosaurussen, en hebben zich in de loop der tijd geëvolueerd in alle soorten die er tegenwoordig zijn.

De hoenderkoeten en ekstergans worden met een reden binnen de eendvogels in een andere familie ingedeeld. In tegenstelling tot de eendachtigen hebben hoenderkoeten geen zwemvliezen tussen de tenen. De ekstergans heeft ook bijna geen zwemvliezen. Een ander belangrijk verschil tussen de ekstergans en de eendachtigen is dat de ekstergans gedeeltelijk ruit, eendachtigen ruien in één keer. Dit heeft als nadeel dat ze in die periode niet kunnen vliegen en zich schuil moeten houden in de begroeiing.

Ekstergans
De ekstergans behoort tot een monotypisch geslacht, wat betekent dat het de enige soort is binnen dit geslacht

Taxonomische indeling

Met 53 geslachten en ruim 170 soorten kunnen we spreken van een omvangrijke familie. De verdere onderverdeling is een beetje lastig te maken, omdat hier door wetenschappers nog geen eenduidig antwoord op is gegeven. Vaak worden de eendachtigen nog onderverdeeld in vijf onderfamilies, maar dit is dus nog niet algemeen geaccepteerd. Deze onderverdeling ziet er als volgt uit: de eenden, ganzen, Merginae (zaagbekken, brilduikers, ijseenden, eiders en zee-eenden), stekelstaarten en halfganzen. Voor het gemak zijn wij uitgegaan van de verdeling die vaak in de volksmond wordt gemaakt: de eenden, ganzen en zwanen.


Lees ook: vinken in Nederland – deel I


Het is daarnaast lastig aan te geven hoeveel soorten er exact in Nederland voorkomen. Er zijn soorten die hier broeden, als wintergast verblijven of enkel als dwaalgast. Maar ook in deze verdeling vinden regelmatig verschuivingen plaats door meerdere redenen. Mocht er volgens jou een soort ontbreken, die toch regelmatig voorkomt in Nederland, laat het ons dan weten in de comments. Zo proberen we een zo actueel mogelijk overzicht te geven van eendachtigen in Nederland.

Broedende eenden, ganzen en zwanen in Nederland

Om een visueel overzicht te creëren, hebben we per groep een taxonomische indeling gemaakt. In dit overzicht is duidelijk te zien welke soorten tot hetzelfde geslacht behoren en het meest aan elkaar verwant zijn. Om er voor te zorgen dat het leesbaar blijft, hebben we besloten enkel broedende soorten in dit overzicht mee te nemen. De winter- en dwaalgasten zijn hierin dus niet terug te vinden, maar worden wel in de blogserie besproken.

Taxonomie eenden in Nederland
Taxonomie eenden in Nederland (De Natuur van hier)

In de blogserie wordt verder gesproken over broedaantallen en in welke mate een soort als wintergast aanwezig is. Deze aantallen zijn gebaseerd op de laatst bekende informatie van de Vogelbescherming.

Taxonomie ganzen in Nederland (De natuur van hier)
Taxonomie ganzen in Nederland (De Natuur van hier)

De eenden en ganzen zijn in de blogserie nog verder onderverdeeld in bepaalde geslachtsgroepen. Zo spreken we van duikeenden, grondeleenden, zaagbekken en zee-eenden. Van de geslachtsgroepen stekelstaarten, brilduikers, ijseenden en eiders komen elk maar één soort voor. De ganzen worden verder onderverdeeld in halfganzen, zwarte ganzen en grijze ganzen.

Taxonomie zwanen in Nederland (De natuur van hier)
Taxonomie zwanen in Nederland (De Natuur van hier)

De serie eenden, ganzen en zwanen in Nederland

In totaal zijn er elf blogs nodig om de talrijke familie eendachtigen te bespreken. Onderstaand een overzicht van de blogserie.

Deel 1 – familie eendachtigen in Nederland

Deel 2 – grondeleenden

Deel 3 – grondeleenden vervolg

Deel 4 – duikeenden

Deel 5 – stekelstaart, brilduiker en zaagbekken

Deel 6 – eider, ijseend en zee-eenden

Deel 7 – halfganzen

Deel 8 – zwarte ganzen

Deel 9 – grijze ganzen

Deel 10 – grijze ganzen vervolg

Deel 11 – zwanen

Knobbelzwaan (de Natuur van hier)
Knobbelzwaan (de Natuur van hier)

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Hoe maakt een bij honing?

Honingbijen

Naast dat bijen belangrijke bestuivers zijn, hebben ze nog een bijzondere eigenschap. Bijen produceren namelijk honing. Het bestuiven van bloemen is namelijk een neveneffect van het maken honing. De goudkleurige, zoete en stroperige honing die bijen maken is geliefd bij andere dieren zoals honingdassen en honingberen, maar ook wij als mens gebruiken het veel. Maar hoe maken bijen honing? In deze blog lees je er alles over.

Honing pot
Het natuurproduct honing wordt op een bijzondere wijze geproduceerd

Bijen maken honing met behulp van nectar. De nectar wordt vermengd met enzymen uit het speeksel die de nectar omzetten van complexe suikerketens naar enkelvoudige suikerketens zoals glucose en fructose. Het mengsel wordt in een cel in de honingraat gestopt. Vervolgens wapperen de bijen met hun vleugels het mengsel droog, waarna het de structuur van honing krijgt. De honing wordt afgewerkt met een waslaag, bijenwas, zodat het langer houdbaar is.

Het maken van honing en het bestuiven van bloemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het belangrijkste bestandsdeel van honing is nectar, die de bij gaat halen in de kern van bloemen. Wanneer de honingbij druk bezig is met het verzamelen van nectar, drukt het met zijn lichaam tegen de meeldraden aan, die het stuifmeel vast houden. Het stuifmeel komt op het lichaam van de honingbij te zitten, die vervolgens doorvliegt naar de volgende bloem om nog meer nectar te verzamelen. Hier wordt het stuifmeel afgegeven waarmee de nieuwe bloem bevrucht wordt.

Honingbijen bestuiven 80% van alle soorten bloemen en daarmee meer dan 130 soorten groenten en fruit die wij eten. Ondanks de essentiële rol in het ecosysteem, gaat het helaas erg slecht met de honingbij. Belangrijkste redenen hiervoor zijn het gebruik van pesticiden, droogte en habitatverlies.


Lees ook: tips voor meer bijen en vlinders in je tuin


Welke bijen maken honing?

Het is voornamelijk het geslacht honingbijen (Apis) dat honing produceert. Binnen dit geslacht zijn er zeven soorten te honingbijen te onderscheiden, waarbij de gewone honingbij of Europese honingbij (Apis mellifera) voor ons het bekendste is en welke de meeste honing produceert.

Bijen
Honingbijen zijn het meest bekend om het produceren van honing

Het geslacht honingbij bestaat echter maar uit zeven soorten, terwijl er wereldwijd zo’n 20.000 soorten bijen beschreven zijn. Maken al die andere bijen dan geen honing? Sommige wel, maar in een veel kleinere hoeveelheid dan de echte honingbijen. Van hommels is bekend dat ze ook honing maken. Maar ook bijen uit het geslacht Melipona (komen voor in Midden- en Zuid-Amerika) en de Indian stingless bee (Tetragonula iridipennis) (voorkomend in India) produceren honing.

Waarom maakt een bij honing?

Naast nectar en stuifmeel eten bijen ook de honing die ze gemaakt hebben. Het produceren van honing is bedoeld als voedselvoorraad voor wanneer de andere voedselbronnen lastig te vinden zijn. Bijen werken in de lente en zomer, wanneer veel nectar en stuifmeel te vinden is, dus hard aan de honing om hier in de winter dankbaar gebruik van te maken. Ze produceren zelfs meer honing dan ze zelf nodig hebben, omdat ze weten dat de zoete honing vaak gestolen wordt door andere dieren.

Bloem
In de winter zijn geen bloemen met nectar te vinden en zijn honingbijen dus afhankelijk van de honingvoorraad

Hoeveel honing maakt een bij?

Bijen werken als een volk samen om honing te produceren. De vraag ‘hoeveel honing produceert een bijenvolk per jaar’, is dan ook wat interessanter. Naar schatting produceert een bijenvolk honingbijen in een goed seizoen tot wel 50 kilogram honing. De hoeveelheden verschillen echter per seizoen en per soort.


Lees ook: waar is biodiversiteit goed voor?


Hoe maakt een bij honing?

Het maken van honing is een bijzonder proces, waarbij er door honderden bijen wordt samengewerkt. Het start met het halen van het belangrijkste ingrediënt, de nectar. De werkbijen vliegen naar de bloemen die nectar bevatten. Bijen vinden deze bloemen doordat ze ultraviolet licht kunnen zien. Bloemen hebben een zogenoemd honingmerk, dat zichtbaar is door ultraviolet licht.

Op zoek naar nectar

Als werkbijen bloemen met nectar gevonden hebben dan laten ze dit ook weten aan hun collega-werkbijen. Dit doen ze door een specifiek dansje te doen, waaraan de andere bijen kunnen herleiden welke kant, ten opzichte van de zon, ze op moeten vliegen om bij de nectarbloemen te komen. Hoe langer het dansje, hoe verder weg de bloemen zich bevinden.

Bijen bezoeken meerdere bloemen om voldoende nectar mee terug te nemen. Tijdens deze bezoeken vindt ook de bestuiving van bloemen plaats. De nectar haalt de bij met zijn lange, dunne tong uit de kern van de bloem en slaat deze op in de honingmaag. In het speeksel van de bij bevinden zich enzymen, welke worden gemengd met de honing in de honingmaag. Deze enzymen zijn zeer belangrijk voor het proces. De enzymen zorgen ervoor dat de complexe suikerketens van nectar worden omgezet in enkelvoudige suikers, glucose en fructose.

Hommel
Met het zoeken naar nectar, bestuiven bijen en hommels ook bloemen

Enzymen

Wanneer de honingmaag vol is, keren de werkbijen terug naar de bijenkorf. Hier wordt de nectar overgegeven aan de bijen die in de korf blijven, de jongere bijen. Het overgeven van de nectar gebeurt van mond op mond, waarbij er steeds meer enzymen worden toegevoegd aan het mengsel.

Binnen in de korf gaat het mengsel over van bij naar bij, van mond naar mond. Het mengsel is gereed om in een cel in de honingraat te verwerken, echter is het dan nog erg vochtig. De bijen wapperen met hun vleugels het mengsel in de honingraat droog, totdat het juiste vochtigheidsgehalte bereikt is. De honing is op dat moment gereed, maar het proces is nog steeds niet klaar.

Bijenwas

Bijen bewaren de honing voor de momenten dat voedsel in de vorm van nectar schaars is. Om te zorgen dat het niet bederft, maken bijen nog een waslaagje over de honing heen. De zogenaamd bijenwas. Hiermee zorgen bijen ervoor dat de honing nog jaren goed blijft en ze altijd voldoende voedsel hebben.

Honingraad
Een bijna gevulde honingraat

Bijen helpen

Het maken van honing is dus een complex proces, waarbij een bijenvolk goed met elkaar samenwerkt. Tijdens het maken van honing vervullen bijen een uiterst belangrijke rol, die ook voor ons als mens cruciaal is: het bestuiven van bloemen. Dit zorgt ervoor dat bloemen zich kunnen vermeerderen en zo ook een belangrijke voedselbron zijn voor andere insecten en planteneters. Daarnaast produceren bloemplanten belangrijke gewassen in de vorm van groenten, fruit en noten.

Het gaat niet goed met de bijen in Nederland en ze kunnen dus wel een helpende hand gebruiken. Wil je zelf iets doen, maak dan je tuin bijvriendelijker, gebruik geen pesticiden en geef waarnemingen van wilde bijen door via waarneming.nl.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Hike La Roche-en-Ardenne (Ardennen) 15,9km

La Roche-en-Ardenne

Een van de mooiste plekken om te hiken, op acceptabele afstand van Nederland, is wat ons betreft de Ardennen. De eindeloze bossen, machtige rivieren en pittige heuveltjes zorgen ervoor dat je hier als hiker volledig aan je trekken komt. Prima te doen als dagtocht, maar nog beter om een paar dagen te vertoeven! In deze blog beschrijven we een prachtige tocht die door het centrum van La Roche-en-Ardenne loopt en door de nog mooiere natuur er omheen.

Dit kun je verwachten:

  • Een prachtige hike van 15,9 kilometer door een uitdagend landschap (link naar de route GPX);
  • Het Ardennenlandschap: bossen, heuvels en rivieren;
  • De route door loopt door de prachtige stad La Roche-en-Ardennen, in het hart van de Ardennen.

Inhoudsopgave

*Zoals op onderstaande afbeeldingen te zien is, deden wij de hike in de winter. Op de omslagfoto is een beeld van La Roche-en-Ardenne (en het omliggende landschap) in de zomer te zien.

De route

Vallei
Het kenmerkende landschap in de Ardennen (De natuur van hier)

De 15,9 kilometer lange route leidt je dwars door het kenmerkende landschap van de Ardennen, op en af. Onderweg worden meer dan 400 hoogtemeters bedwongen. De route start in het kleine dorpje Beausaint. Hier daal je af het bos in en loop je vervolgens een klein stukje langs een rivier af. Dan volgt de eerste serieuze klim. Door het dichte naaldbos klim je omhoog, waarna je getrakteerd wordt op een prachtig uitzicht over het gehucht Hives.

La Roche-en-Ardenne

De route vervolgt met een pittige afdaling, gedeeltelijk door het bos. De tweede helft van de afdaling heb je goed zicht op La Roche-en-Ardenne. Eenmaal afgedaald loop je La Roche-en-Ardenne binnen en kom je door een kunstpark waar veel over de historie van het stadje te lezen is. Als je onderweg graag ergens wat wilt eten of drinken dan is dit het moment. In La Roche-en-Ardenne zijn verschillende eet- en drinkgelegenheden.

Ourthe La Roche-en-Ardenne
Onderweg loop je langs de Ourthe, die hier La Roche-en-Ardenne doorkruist (De natuur van hier)

Nadat je de entree van het kasteel van La Roche-en-Ardenne hebt gezien, verlaat je het stadje via een steil pad, om uit te komen bij de schuilhut Belvedère. Vanuit hier heb je een prachtig uitzicht over de stad. Vervolgens daal je weer af om een laatste keer door het stadje te komen en weer terug de bossen in te gaan. Na een laatste stuk langs de Ourthe gelopen te hebben staat alweer de volgende pittige klim op je te wachten.


Lees ook: hike Epen (Zuid-Limburg) 21km


Terug de bossen in

Nadat je deze klim bedwongen hebt, kijk je uit op een prachtige vallei. Verderop is een startplek voor paragliders. Stukken bos en meer open landschappen wisselen zich af terwijl je de route vervolgt. Onderweg passeer je nog een groot kruis, Croix de Jérusalem. De laatste kilometers naar het eindpunt zijn gemakkelijk en gaan voornamelijk bergaf.

Croix de Jerusalem
Onderweg passer je Croix de Jérusalem (De natuur van hier)

Het landschap

Voor degene die kennis wil maken met het landschap van de Ardennen is dit de perfecte hike. Alle factoren die de Ardennen kenmerken zitten erin. De uitgestrekte bossen, voornamelijk naaldbossen, maar steeds vaker ook loof- en gemengde bossen. Maar ook de meer open stukken die volgden op een stuk bos, vaak begraasd door schapen of koeien. Ook de Ardennenrivier de Ourthe komt voorbij en daarnaast een stukje van een zijrivier van de Ourthe. En tot slot een typisch Ardennenstadje in de vorm van La-Roche-en-Ardenne.

Flora en fauna

Staartmees
Echte bewoners van de Ardense bossen zijn staartmezen

Liefhebbers van natuur kunnen hun hart ophalen in de Ardennen, want in dit landschap is allerlei bijzondere flora en fauna te vinden. Om te beginnen bij de flora, kijk eens naar de muurbeplanting wanneer je langs oude muren of rotsen loopt. Hierop zijn vaak zeldzame soorten te vinden die je op andere plekken niet of nauwelijks vindt. Varens als mannetjesvaren en de gewone eikvaren zijn nog vrij algemeen, maar tongvaren en steenbreekvaren zijn al een stuk zeldzamer. Maar ook andere muurplanten zoals muurbloem en muurleeuwenbek zijn het bekijken waard, omdat je deze niet zo vaak tegen komt.


Lees ook: de Zevenheuvelenhike (Nijmegen)
7-14-21-28km


Qua fauna is er minstens net zoveel moois te vinden. Wij deden de hike in de winter, zelfs dan is er nog voldoende leven op te merken. Als je langs rivieren loopt is het haast onmogelijk om geen beversporen te zien. Omgeknaagde bomen, loopsporen (de platte staart laat een opmerkelijk spoor na) en beverdammen volgen elkaar in rap tempo op.

Beverdam Ardennen (De Natuur van hier)
Een beverdam in een zijrivier van de Ourthe (De natuur van hier)

Vogels

De Ardennen herbergen een leuke variëteit aan soorten vogels, afhankelijk van de tijd van het jaar dat je er bent. In de bossen vind je allerlei zangvogels, zoals mezen (koolmees, pimpelmees, kuifmees, en in grotere groepen staartmezen en de meer zeldzamere witkopstaartmezen) goudhanen en vinken. Wij waren op een rustig moment in het bos en hadden het geluk een koppeltje goudvinken te zien, die over het algemeen vrij schuw zijn en zich niet snel tonen. Maar ook spechten komen in veelvuldig voor in de bossen. Soms zijn zeldzamere soorten als de waterspreeuw en notenkraker ook waar te nemen.

Rode wouw
In de Ardennen maak je een goede kans om een rode wouw in de lucht te zien

In de open stukken is ook van alles te ontdekken. Roofvogels zoals buizerds, torenvalken, kiekendieven en de zeldzamere rode wouw cirkelen vaak hoog in de lucht. Ook raven zijn soms goed waar te nemen in de Ardennen. In het najaar is het uitkijken naar kraanvogels en zwarte ooievaren. In de weilanden met struwelen omringd vind je soms ook de klapekster en grauwe klauwier.

Eten, drinken en slapen

Als je tijdens de hike onderweg wat wil eten of drinken, dan is de enige geschikte plek in La Roche-en-Ardenne. Hier zijn diverse gezellige eet- en drinkgelegenheden te vinden. Er is daarnaast ook een bakker en een supermarkt te vinden, om wat mee te nemen voor onderweg.


Lees ook: Teutoburgerwoud wandelvakantie


Ook mogelijkheden om te overnachten zijn het meest te vinden in het stadje La Roche-en-Ardennen. Ben je op zoek naar een wat rustigere plek, kijk dan eens bij een van onderstaande Natuurhuisjes waar we zelf zijn geweest en waar we een review over hebben geschreven.

  • Klik hier voor een natuurhuisje in de buurt van La Roche-en-Ardenne, van alle gemakken voorzien.
  • Klik hier voor een avontuurlijker natuurhuisje; overnachten in een dome boomhut in de buurt van Durbuy!
  • Zoek hier direct op Natuurhuisje naar een mooie overnachtingsplek in de Ardennen voor een onvergetelijk avontuur!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Natuurhuisje in La Roche-en-Ardenne

Chateau Feodal de La Roch-en-Ardenne (De natuur van hier)

In het hart van de Ardennen ligt het historische plaatsje La Roche-en-Ardenne. Dit idyllische stadje met ruim 4000 inwoners kent een rijke historie, is omringd door prachtige natuur en biedt een hoop gezelligheid. Een perfecte uitvalbasis voor een vakantie dus. In deze blog tippen we een natuurhuisje in de buurt en laten we je kennis maken met het stadje aan de Ourthe.

Bron omslagfoto: De natuur van hier

La Roche-en-Ardenne
La Roche-en-Ardenne

Natuurhuisje

Wij kozen ervoor om niet in een hotel te verblijven, maar een verblijf te zoeken via Natuurhuisje. Hier zijn werkelijk parels van vakantiehuisjes en optrekjes in de natuur te vinden. Daarnaast gaat van iedere boeking ook nog eens 2% naar bescherming van de lokale natuur, waardoor je ook nog op een positieve manier bijdraagt aan het behoud ervan. Voor ons verblijf in La Roche-en-Ardenne, kozen we natuurhuisje #54285 gelegen in het gehucht Hives, op een kleine 5 kilometer afstand van La Roche.

Het natuurhuisje is een absolute aanrader. Het is voorzien van een grote leefruimte met keuken, voorzien van alle gemakken (vaatwasser, oven, koffiezetapparaat, etc.). Daarnaast is er een ruime badkamer met comfortabele douche (en wasmachine en droger) te vinden, een apart toilet en een ruime slaapkamer. De eigenaren zijn daarnaast erg gastvrij en altijd bereid om advies of tips te geven.

Het Natuurhuisje is via de volgende link te boeken. Als je boekt via deze link, dan kan het zijn dat wij hiervoor een kleine commissie krijgen. Dit zou ons enorm helpen om meer van dergelijke content te creëren.

La Roche-en-Ardenne

Via een steile afdaling door het bos kom je na 4,2 kilometer aan in het stadje La Roche-en-Ardenne. La Roche is gelegen in een dal, aan de Ourthe (een zijrivier van de Maas). Het is een echte Ardennenstad, wat je terug ziet aan de klassieke bouw van de huizen en de naaldbossen op de achtergrond. In La Roche zijn voldoende eet- en drinkgelegenheden te vinden. Naast gezellige bars en restaurants is er ook onder andere een bakker, supermarkt en avondwinkel te vinden.

De stad kent een rijke historie en dit is ook terug te zien als je er rondloopt. In de stad staan nog tanks uit WOII, die doen denken aan de Slag om de Ardennen. In deze periode werd het stadje nagenoeg volledig plat gebombardeerd.


Lees ook: Teutoburgerwoud wandelvakantie


Château Féodal de La Roche-en-Ardenne

De grootste trekpleister stamt echter uit een tijd ver voor WOII. Boven de stad uit reikt namelijk Château Féodal de La Roche-en-Ardenne, een imposant kasteel dat tussen de 11e en 14e eeuw werd gebouwd. Voordat er een kasteel werd gebouwd, was er ook al leven te vinden. Het kasteel is namelijk gebouwd op ruïnes die stammen uit de tijd van de Kelten (rond het begin van de jaartelling).

Sfeerimpressie van Château Féodal de La Roche-en-Ardenne (De natuur van hier)

Het kasteel is door de jaren heen regelmatig gerenoveerd en gebruikt als vestiging tijdens diverse graafschappen, maar raakte de laatste paar honderd jaar in verval. Door brand, verwaarlozing en bombardementen in WOII is het kasteel in de staat waarin het nu verkeert. Absoluut een bezoek waard tijdens een verblijf in La Roche-en-Ardenne. Tip: bezoek het kasteel buiten het seizoen of aan het einde van de dag. Dan zijn de meeste andere toeristen al weg en waan je je even in die tijd dat het kasteel nog bruiste van leven en floreerde.

Natuur

Voor natuurliefhebbers is de Ardennen een klein paradijs op acceptabele afstand van Nederland. La Roche is gelegen in Nationaal Park Des Deux Ourthes. De twee Ourthes stromen hier al kronkelend door de valleien van het heuvelachtig landschap en bepalen de sfeer. De steile, rotsachtige heuvels zijn bedekt met loof- en (voornamelijk) naaldbossen, die onderdak bieden aan een verscheidenheid aan diersoorten.

Veel zoogdieren hebben er hun plek je gevonden. Herten, everzwijnen, vossen, wolven en zelfs wilde katten en lynxen leven in de uitgestrekte bossen in de Ardennen. Maar ook kleinere zoogdieren zoals boom- en steenmarter, dassen, bevers en wasberen zijn veelvuldig aanwezig.

Bever
Bevers zijn veelvuldig aanwezig in de Ardense bossen

Ook vogelliefhebbers zullen een bezoek aan de Ardennen waarderen. In de bossen zijn bijna alle soorten spechten te vinden die in België voorkomen, zoals de middelste bonte specht, grijskopspecht en zwarte specht. Maar ook klapekster, zwarte ooievaar en kraanvogel komen er voor. Daarnaast zijn de majestueuze kraaiachtigen de notenkraker en raaf er te vinden. Maar ook roofvogels als torenvalk, buizerd en rode wouw en blauwe kiekendief kunnen gezien worden in de open stukken.


Lees ook: Madeira natuurvakantie


Buitenactiviteiten

De Ardennen zijn daarnaast een goede bestemming voor een actieve vakantie. Er zijn talloze buitenactiviteiten te bedenken. In de bossen liggen kilometers paden voor hikers, trailrunners en mountainbikers en op de rivieren kan in de zomer gekanood en geraft worden. De steile rotsen bieden daarnaast de mogelijkheid tot tokkelen, abseilen en paragliden.

Hiken

Wie het genieten van de natuur en actief bezig zijn wil combineren kan het beste gaan hiken. Zoals gezegd zijn er in de Ardennen kilometers aan paden te vinden die je naar de mooiste plekken in het bos en langs de rivier brengt en die de steilste klimmetjes voor je in petto hebben. Via onderstaande links zijn een aantal routes in de buurt van La Roche-en-Ardenne te vinden.

Hike Maboge 15,2 km (in te korten tot 13 km)

Hike La Roche-en-Ardenne 15,9 km

Korte hike (6km) in Durbuy en hike (14 km) in Soy

Via deze link boek je het Natuurhuisje waarin wij verbleven. We kunnen dit natuurhuisje van harte aanbevelen.

Veelgestelde vragen

Wat voor activiteiten zijn er te doen in La Roche-en-Ardenne?

In La Roche-en-Ardenne is van alles te doen. Je kunt het Chateau van La Roche-en-Ardennen bezoeken of je kunt een meer actieve buitenactiviteit doen. In de omgeving van La Roche kun je hiken, trailrunnen, mountainbiken, kanoën, raften, tokkelen en abseilen.

Waar kan ik overnachten in La Roche-en-Ardenne?

Je kunt in La Roche-en-Ardennen overnachten in een van de hotels, B&B’s of in een Natuurhuisje in de omgeving. Wij hebben overnacht in een Natuurhuisje in Hives (van alle gemakken voorzien), vlakbij La Roche-en-Ardenne.

Welke rivier stroomt door La Roche-en-Ardenne?

La Roche-en-Ardenne is gelegen aan de oever van de Ourthe, een zijrivier van de Maas. De Ourthe ontstaat doordat vlak voor La Roche-en-Ardenne de Westelijke Ourthe en Oostelijke Ourthe samenkomen.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

De beste inheemse vaste planten

Grote kattenstaart

Met behulp van vaste planten kun je ervoor zorgen dat je tuin het hele jaar door kleur heeft. Vaste planten bloeien over het algemeen rijkelijk en hoeven, in tegenstelling tot één- en tweejarige planten, niet steeds opnieuw aangeplant te worden. Door inheemse vaste planten te gebruiken, zorg je er ook nog eens voor dat insecten zoals bijen, hommels en vlinders je tuin weten te vinden. In deze blog delen we de beste inheemse vaste planten met je, zodat ook jij een kleurrijke tuin vol leven krijgt.

Vingerhoedskruid vaste plant

Inhoudsopgave

Wat is een vaste plant?

Vaste planten zijn overblijvende planten, die geen hout vormen, meer dan een keer in het leven tot bloei komen en langer dan ten minste twee jaar leven. Het voordeel ten opzichte van éénjarige en tweejarige planten is dan ook dat vaste planten ieder seizoen terug komen en herplant daardoor minimaal is. Samen met heesters en bomen vormen ze de basis voor iedere groene tuin.

Het kiezen voor inheemse vaste planten, in plaats van uitheemse vaste planten, levert enkel voordelen op. Allereerst zijn inheemse soorten gewend aan ons klimaat. Veel uitheemse planten zijn gewend aan een warmer en droger klimaat, wat vooral in het najaar en de winter voor problemen kan zorgen. Uiterst natte jaren en koude winters kunnen ervoor zorgen dat uitheemse planten snel na aankoop afsterven. Als ze wel al overleven, kan het zijn dat ze door de slechte omstandigheden niet of nauwelijks bloeien of slecht in blad komen. Rekening ermee houdend dat uitheemse planten bij aanschaf vaak ook al duurder zijn, kan het kiezen voor uitheemse soorten ervoor zorgen dat de tuin veel geld kost. Inheemse planten bieden niet de garantie dat het altijd een succesverhaal wordt, maar de kans erop is wel een stuk aannemelijker.

Inheemse planten
Inheemse vaste planten lokken veel insecten naar de tuin

Tot slot hebben inheemse soorten ook veel meer te bieden voor de natuur. Op inheemse soorten komen veel meer insecten, zoals bijen, hommels en vlinders, af waardoor de biodiversiteit in je tuin stijgt. Doordat er in Nederland vaak maar beperkt ruimte is voor natuur, kan het aanplanten van inheemse soorten in tuinen een oplossing bieden.

Wilde akelei (Aquilegia vulgaris)

De wilde akelei is een prachtige vaste plant om te gebruiken in de border. De plant bloeit van mei tot juli met knikkende, paarse bloemen. Akelei bereikt een hoogte van 45 tot 60 centimeter en kan daarmee het beste vooraan in de border gebruikt worden. Een redelijk vochtig plekje in de halfschaduw of zon is ideaal.

De plant zaait zich gemakkelijk uit, waardoor deze een beetje gaat zwerven in de tuin. Wilde akelei wordt druk bezocht door wilde bijen.

* Bloeit van mei tot juli met knikkende, paarse bloemen.
* Verlangt een plek in de halfschaduw of zon.
* Wilde akelei is hier, biologisch gekweekt, te bestellen bij Sprinklr!

Wilde akelei inheemse planten
Wilde akelei

Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare)

Boerenwormkruid is een vaste plant die pas later in het jaar tot bloei komt (van juli tot september), maar bloeit dan wel rijkelijk met vele gele bloemhoofdjes. Deze gele bloemen zijn in trek bij vele insecten; bijen, vlinders en zweefvliegen bezoeken de plant veelvuldig. Boerenwormkruid is de waardplant voor de boerenwormkruidblindwants.

Het boerenwormkruid staat graag in de zon, maar een plekje in de halfschaduw is goed. Verdraagt een droge tot vochtige grond

* Prachtige nazomerbloeier.
* Trekt vele soorten insecten.
* Wordt tot 120 centimeter hoog.
* Boerenwormkruid bestel je hier biologisch gekweekt bij Sprinklr!

Boerenwormkruid inheemse planten
Boerenwormkruid

Lees ook: de beste inheemse vijverplanten


Echte betonie (Betonica officinalis)

Echte betonie, ook wel bekend als koortskruid, is tegenwoordig zeldzaam in Nederland omdat de aantallen sterk zijn afgenomen de laatste jaren. Het is een prachtige zomerbloeier (juni-augustus), die rijkelijk bloeit met paarse bloemen. De bloemen worden druk bezocht door bijen, hommels en vlinders.

Betonie wordt 30 tot 90 centimeter hoog. Deze staat graag op een zonnige plek en houdt van een kalkrijke bodem. Voeg tijdens het planten dan ook wat kalk toe, zodat de plant sterk groeit en goed tot bloei komt.

* Zomerbloeier (juni-augustus) met paarse bloemen.
* Wordt 30 tot 90 centimeter hoog.
* Je bestelt echte betonie hier bij Sprinklr, biologisch gekweekt!

Echte betonie inheemse planten
Echte betonie

Vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

Een van de mooiste inheemse vaste planten voor een plekje in de schaduw of halfschaduw is toch wel het vingerhoedskruid. Vingerhoedskruid bloeit met prachtige roze of witte bloemen die waren hommelmagneten zijn.

De plant draagt de bloemen in de periode van mei tot soms nog in oktober. De bloem verschijnt pas in het tweede jaar. Soms is het een tweejarige plant, maar doordat deze zich heel makkelijk uitzaait is herplant nauwelijks nodig. De bloemtrossen kunnen soms wel tot twee meter hoog worden.

* Perfecte inheemse plant voor in de schaduw of halfschaduw.
* Trekt veel bijen en hommels aan.
* Je bestelt vingerhoedskruid hier bij Sprinklr, biologisch gekweekt!

Vingerhoedskruid
Vingerhoedskruid

Beemdooievaarsbek (Geranium pratense)

Een andere inheemse vaste plant om vooraan in de border te gebruiken is beemdooievaarsbek, ook wel bekend als geranium. De plant wordt 30 tot 75 centimeter groot en kan fungeren als bodembedekker, wanneer geplant in groepen.

Beemdooievaarsbek bloeit rijkelijk in juni en juli met paarse bloemen en kan in het najaar soms nog een tweede keer gaan bloeien als na de eerste bloei de bloemen weg geknipt worden. De geranium is in trek bij vele insecten. Wilde bijen, hommels, dag- en nachtvlinders bezoeken de plant veel. Voor het bruin blauwtje (dagvlinder) is het de waardplant.

* Bloeit met paarse bloemen in juni en juli.
* Kan gebruikt worden als bodembedekker.
* Beemdooievaarsbek is biologisch gekweekt te bestellen bij Sprinklr!

Beemdooievaarsbek
Beemdooievaarsbek

Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)

Iedereen kent de margriet wel. Deze inheemse vaste plant bloeit met opvallende witte lintbloemen en gele buisvormige bloemen in de kern. Margriet bloeit van mei tot september en wordt in die periode druk bezocht door insecten. Voornamelijk wilde bijen, zweefvliegen en dagvlinders bezoeken de margriet.

Geef de wilde margriet een plekje in de zon of halfschaduw. Ze verdragen droge tot vochtige grond, maar belangrijk is wel om bij droge periodes water te geven zodat ze niet uitdrogen. Wilde margriet wordt 30 tot 60 centimeter hoog.

* Bloeit met gele bloemen en witte lintbloemen van mei tot september.
* Wordt 30 tot 60 centimeter hoog.
* Je bestelt gewone margriet bij Sprinklr, biologisch gekweekt!

Margriet
Margriet

Lees ook: de beste inheemse klimplanten


Wilde cichorei (Cichorium intybus)

De wilde cichorei is een inheemse vaste plant die hier al eeuwen te vinden is, maar oorspronkelijk uit het Middenlandse Zeegebied komt. Deze is waarschijnlijk door de Romeinen geïntroduceerd in Nederland. Reden van introductie is waarschijnlijk omdat de cichorei eetbaar is. De wortels en bladeren van de plant kunnen gegeten worden.

Wilde cichorei bloeit met lichtpaarse bloemen van juli tot augustus en is daarmee een echte zomerbloeier. De plant bereikt een hoogte tot 120 centimeter. Net zoals alle andere vaste planten in deze lijst is wilde cichorei enorm belangrijk voor insecten. Bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders komen de cichorei graag bezoeken.

* Bloeit met lichtpaarse bloemen in juli en augustus.
* Wordt 30 tot 120 centimeter hoog.
* Wilde cichorei is biologisch gekweekt te bestellen bij Sprinklr!

Wilde cichorei (de Natuur van hier)
Wilde cichorei (de Natuur van hier)

Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)

Grote kattenstaart is een uitstekende keuze wanneer je een vochtige plek in de tuin hebt. Een plek langs de vijver of poel bijvoorbeeld is ideaal voor deze kleurrijke inheemse vaste plant.

Grote kattenstaart wordt tussen de 60 en 120 centimeter hoog en bloeit in de periode juni tot september uitbundig met rood-paarse bloemen. Het is een geliefde plant onder insecten en trekt onder andere wilde bijen en dagvlinders aan. Voor het boomblauwtje is het de waardplant. Grote kattenstaart sterft in het najaar af, maar schiet weer snel uit in het voorjaar.

* Bloeit met rood-paarse bloemen van juni tot september.
* Wordt 60 tot 120 centimeter hoog.
* Grote kattenstaart is hier, biologisch gekweekt, te bestellen bij Sprinklr!

Grote kattenstaart
Grote kattenstaart

Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


Muskuskaasjeskruid (Malva moschata)

De laatste inheemse vaste plant uit deze lijst is het muskuskaasjeskruid. Muskuskaasjeskruid is een laagblijvende plant (30 tot 70 centimeter hoog) die bloeit van juni tot september, met grote roze bloemen.

De plant wordt bezocht door wilde bijen, hommels en vlinders en is de waardplant van de distelvlinder. Naast insecten komen vogels ook graag een kijkje nemen bij de plant. De zaden vallen in de smaak bij enkele vinkachtigen, zoals de distelvink en groenling.

Muskuskaasjeskruid verlangt een plekje in de halfschaduw of zon en een droge tot vochtige grond.

* Bloeit van juni tot september met grote, roze bloemen.
* Wordt 30 tot 70 centimeter hoog.
* Via Sprinklr is muskuskaasjeskruid biologisch gekweekt te bestellen!

Muskuskaasjeskruid (Saxifraga - Ed Stikvoort)
Muskuskaasjeskruid (Saxifraga – Ed Stikvoort)

Vermijd vlinderstrtuik (Buddleja davidii)

Wanneer het gaat over vaste planten die goed zijn voor insecten, dan wordt ook vaak vlinderstruik genoemd. Op zich klopt het dat je op een vlinderstruik vaak vlinders ziet zitten, maar dit is een vertekend beeld.

Volwassen vlinders vinden voedsel op vlinderstruiken, maar voor de rupsen is er geen voedsel te vinden. Rupsen zijn afhankelijk van de bladeren van de waardplant, wat de vlinderstruik niet is. Vlinderstruiken bieden dus maar een deel van het voedsel voor vlinders. Voor veel wilde bijensoorten biedt het helemaal geen voedsel.

Daarnaast, en wellicht nog verontrustender, vertoont de vlinderstruik invasieve kenmerken. De plant zaait zich erg snel uit en komt zo ook terecht in natuurgebieden en langs onze belangrijke watergangen. Hier vormt het een bedreiging voor onze inheemse flora.

Tot slot wordt vlinderstruik vaak in de ‘reguliere’ tuinmarkten gekocht en zitten ze vaak boordevol pesticiden. Dit is schadelijk voor insecten en vaak dodelijk.

Wij raden dus altijd aan om de vlinderstruik in het tuincentrum te laten staan en te kiezen voor een inheemse en biologisch gekweekte soort!

Kom je er niet uit? Ga dan voor een borderpakket!

Kom je er niet uit en weet je niet waar je moet beginnen? Ga dan voor een compleet samengesteld borderpakket. In het borderpakket inheems van Sprinklr worden hoge en lage planten gecombineerd. De planten zijn zo samengesteld zodat je van het voorjaar tot het najaar geniet van bloemen. Uiteraard zijn alle planten biologisch gekweekt, dus een waar feest voor insecten, zoals bijen, hommels en zweefvliegen!


Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.

 Bekijk hier de complete gids over inheemse beplanting

Dit waren negen inheemse vaste planten soorten waarmee je je tuin kunt voorzien van kleur en voedsel voor veel insecten en indirect ook vogels. In deze blog lees je nog meer tips om meer bijen en vlinders in je tuin te krijgen. Wil je nog tips voor meer vogels in je tuin, lees dan deze blog.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Inheemse klimplanten: 4 sterke soorten voor een groene en diervriendelijke tuin

Kamperfoelie

Inheemse klimplanten zijn een perfecte manier om je tuin te vergroenen én tegelijkertijd bij te dragen aan biodiversiteit. Of je nou een schutting, muur of pergola wilt laten begroeien: met de juiste soorten creëer je niet alleen een groene sfeer, maar ook een waardevolle plek voor bijen, vlinders en vogels.

Maar welke inheemse klimplanten zijn geschikt voor jouw tuin? Niet elke soort groeit even goed op elke plek. Sommige doen het beter in de zon, terwijl andere juist geschikt zijn voor de schaduw. Ook verschillen ze in groeisnelheid, bloei en ecologische waarde. Maar zelfs in een kleine tuin is er ruimte voor een inheemse klimplant, zonder ruimte te verliezen.

In dit artikel ontdek je 4 sterke inheemse klimplanten die goed groeien in Nederlandse tuinen. We laten je zien welke soort het beste past bij jouw situatie en waar je op moet letten bij het kiezen en aanplanten.

👉 Wil je meer weten over het kiezen van de juiste planten? Bekijk dan onze complete gids over inheemse planten.

🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin?
Wil je van je tuin een paradijs maken voor bijen, vlinders en andere diersoorten? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra stap voor stap zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips, voorbeeldbeplanting en inspiratie voor iedere tuin.

👉 Bekijk hier het e-book

Inhoudsopgave

Snel overzicht: de beste inheemse klimplanten

Waarom kiezen voor inheemse klimplanten?

Klimplanten zijn perfect voor plekken in de tuin die vaak leeg blijven. Qua oppervlakte nemen ze weinig ruimte in, maar kunnen in de hoogte voor veel extra groen zorgen. Heb je nog een stukje muur, schutting of hekwerk wat nog kaal is, dan kun je hier uitstekend een klimplant kwijt. Vaak hoef je maar twee stoeptegels eruit te wippen om voldoende plek te creëren voor het planten van een inheemse klimplant.

Inheemse klimplanten zijn perfect om direct meer biodiversiteit in je tuin te creëren. Klimplanten met een dichte structuur – zoals klimop – zijn ideale schuil- en broedplekken voor zangvogels. Daarnaast krijgen alle soorten inheemse klimplanten bloemen die een belangrijke nectarbron vormen voor insecten. Zo is kamperfoelie een hele sterke vlinderplant en klimop een zeer belangrijke bijenplant voor in het najaar.

Verder zijn inheemse klimplanten beter aangepast aan het klimaat in Nederland, dan uitheemse klimmers. Dit betekent vaak dat ze beter groeien en minder onderhoud nodig hebben. Je hoeft ze over het algemeen minder vaak water te geven en ze hoeven niet ingepakt te worden als het een nachtje vriest. Tot slot zorgen inheemse klimplanten voor een natuurlijke uitstraling van je tuin.

De geurende bloemen van kamperfoelie zijn een ware trekpleister voor insecten. Inheemse klimplanten
De geurende bloemen van kamperfoelie zijn een ware trekpleister voor insecten

Welke klimplant past het beste bij jouw tuin?

Welke inheemse klimplant het beste bij jouw tuin past, hangt af van factoren zoals zonlicht, groeisnelheid en het doel van je beplanting. In onderstaand overzicht zie je in één oogopslag welke soort het beste aansluit bij jouw situatie. Ben je bijvoorbeeld op zoek naar een snelle groeier? Of juist een wintergroene klimplant? In onderstaand overzicht vind je welke soort dan het beste bij jou past.

Soort Standplaats Hoogte Groeisnelheid Bloeikleur Bloeitijd Wintergroen Goed voor Sierwaarde Bijzonderheden
Bosrank (Clematis vitalba) Zon / halfschaduw Tot circa 5 meter Snel Wit Juli-september Nee Bijen, insecten Bloemen Ook in veel cultivars te verkrijgen
Klimop (Hedera helix) Zon / schaduw Tot circa 10 meter Gemiddeld Groengeel September–december Ja Bijen, vogels Bloemen en bessen Bessen in de winter, ideaal voor vogels
Hop (Humulus lupulus) Zon / halfschaduw Tot circa 10 meter Zeer snel Groen Juli–augustus Nee Insecten Hopbellen Sterke groeier, sterft in de winter bovengronds af
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) Zon / halfschaduw Tot circa 4 meter Gemiddeld Wit tot geel Juni–oktober Nee Vlinders, nachtvlinders Bloemen Geurende bloemen, trekt veel (nacht)vlinders aan

Twijfel je nog? Hieronder lichten we de verschillende soorten verder toe, zodat je een goede keuze kunt maken.

4 sterke inheemse klimplanten

Om een nog betere keuze te maken tussen de verschillende soorten inheemse klimplanten vind je hier per soort nog verdiepende informatie. Per soort worden er bijvoorbeeld ook een aantal soorten benoemd die profiteren van de aanwezigheid van de specifieke klimplant.

Bosrank (Clematis vitalba)

Bosrank is een van de mooiste inheemse klimplanten die we hebben in Nederland. Met prachtige roomwitte bloemen bloeit de klimplant uitbundig van juli tot en met september. De bloemen zijn in trek bij wilde bijen, voornamelijk groefbijen. Daarnaast is het de waardplant voor de bosrankvlinder en nog een aantal nachtvlinders. Ook vogels maken graag een nestje in weelderige takken van bosrank. Een echte biodiversiteitsmagneet dus.

Bosrank een prachtige inheemse klimplant met roomwitte bloemen
De roomwitte bloemen van bosrank verschijnen aan de klimplant van juli tot en met september en zijn in trek bij onder andere groefbijen

Wilde bosrank wordt tot 7,5 meter hoog en staat het liefst op een plek in de zon of halfschaduw. Als je de klimplant in de zon plaatst, zorg er dan wel altijd voor dat de wortels in de schaduw staan (zet er bijvoorbeeld een paar inheemse vaste planten voor zodat er geen direct zonlicht opvalt). Wilde bosrank is niet wintergroen.

Gebruik een klimconstructie zoals een klimrekje of spandraad om de weelderige takken van bosrank mee te begeleiden. Wilde bosrank groeit snel, dus grondig terugsnoeien in het voorjaar kan zeker geen kwaad. Pas op met kinderen en huisdieren want bosrank is giftig.

Wilde bosrank is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt verkrijgbaar, waaronder Sprinklr. Daarnaast zijn er van bosrank veel cultivators te verkrijgen met andere kleur bloemen en andere bloeitijden. Kies wel altijd voor biologisch gekweekt, zo weet je zeker dat de bloemen niet giftig zijn voor de insecten die er op af komen.

Bosrankvlinder (Saxifraga - Peter Gergely)
Bosrank is de waardplant voor de gelijknamige Bosrankvlinder (Saxifraga – Peter Gergely)

Klimop (Hedera helix)

Een inheemse klimplant die vaak als ongewenst wordt gezien is de klimop. Het is echt een zeer waardevolle plant voor meer biodiversiteit in je tuin te creëren. Wil je een muurtje of schutting snel groen hebben, dan kun je het beste klimop aanplanten. Bijkomend voordeel is dat klimop ook wintergroen is, waardoor je in de winter ook nog een tegen een groene schutting aankijkt. Het dichte bladerpakket is een ideale schuil- en broedplek voor vogels.

De wintergroene klimop is een ideale inheemse klimplant om een schutting of muurtje snel mee te bedekken
De wintergroene klimop is een ideale inheemse klimplant om een schutting of muurtje snel mee te bedekken

Maar dat is zeker niet de enige reden om een plek in je tuin vrij te maken voor klimop. In september en oktober (en soms zelfs tot in december) bloeit de klimplant namelijk met prachtige witte bloemen. In deze periode zijn veel andere planten al uitgebloeid, waardoor klimop een zeer belangrijke drachtplant is voor bijen en andere bestuivers laat in het seizoen. Klimop bloeit echter wel pas op latere leeftijd. Daarnaast is het de waardplant van onder andere het boomblauwtje.

De geelgroene bloemen van klimop
De geelgroene bloemen van klimop zijn een enorm belangrijke voedselbron voor bijen in het najaar

En na de bloei (vaak diep in de winter) krijgt de klimplant nog blauwzwarte bessen. Omdat in deze periode veel bessen van andere struiken al opgegeten zijn, is dit wederom een welkome voedselbron voor vogels zoals merels, kramsvogels en spreeuwen.

Klimop kan tot 8 meter hoog worden en heeft geen klimconstructie nodig om te groeien – met luchtwortels hecht de plant zich aan de ondergrond. Als je de klimplant zijn gang laat gaan, groeit deze zelfs als bodembedekker nog door.

Klimop is multifunctioneel en groeit op een plekje in de zon, halfschaduw of schaduw. Wij gebruiken klimop standaard in schaduwhoekjes in de tuin waar we zelden komen Dit zijn ideale rustige plekken waar vogels een perfecte schuilplek vinden. Biologisch gekweekte klimop is onder ander te verkrijgen bij Sprinklr.

Voor het boomblauwtje is klimop een van de waardplanten
Voor het boomblauwtje is klimop een van de waardplanten

Wil je meer inspiratie en praktische tips om van jouw tuin een natuurlijke, levendige plek te maken?

In het e-book ‘Meer natuur in je tuin’ ga je met de vijf belangrijkste pijlers in een tuin aan de slag en maak je stap voor stap een tuin die bruist van het leven.

👉 download hier het e-book!

Meer natuur in je tuin e-book

Hop (Humulus lupulus)

Een andere prachtige en waardevolle inheemse klimplant is hop. Van juli tot september verschijnen – aan de vrouwelijke planten – de kenmerkende hopbellen die ook als een van de belangrijkste ingrediënten van bier dient.

Naast dat deze hopbellen een prachtige sierwaarde hebben, zijn ze ook nog eens goed voor meer biodiversiteit in je tuin. De nectar en het stuifmeel in de hopbellen trekken bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen aan. Tevens is hop de waardplant van een aantal vlinders zoals atalanta, gehakkelde aurelia, dagpauwoog en een aantal nachtvlinders.

Hop is een goede inheemse klimplant met karakteristieke hopbellen
Hop is een uitstekende inheemse klimplant voor een natuurlijke en weelderige tuin

Hop wordt tot 5 meter hoog en groeit ongelofelijk snel, dus regelmatige snoei is vereist. De plant is niet wintergroen, maar sterft in het najaar bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. De klimplant kent een windende groei, wat betekent dat deze een klimrek of spandraad nodig heeft om langs af te winden.

Hop is, biologisch gekweekt, bij verschillende gespecialiseerde winkels verkrijgbaar, zoals Sprinklr.

Dagpauwoog gebruikt hop als waardplant
Onder andere de dagpauwoog gebruikt de hop als waardplant (de Natuur van hier)

Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum)

Tot slot nog de wilde kamperfoelie. Deze inheemse klimplant krijgt prachtige bloemen – van juni tot en met oktober- , die ook nog eens (vooral ’s avonds) een heerlijke zoete geur verspreiden. ’s Avonds worden de bloemen druk bezocht door nachtvlinders. Overdag zijn er vaak bijen en hommels bij te zien. Naast dat kamperfoelie belangrijk is als nectarplant, is deze voor een aantal soorten ook belangrijk als waardplant. Zo is het de waardplant voor de (zeldzame) kleine ijsvogelvlinder en diverse nachtvlinders zoals de glasvleugelpijlstaart.

Wilde kamperfoelie inheemse klimplant met prachtige bloemen
Wilde kamperfoelie

Naast insecten zijn ook vogels blij met een wilde kamperfoelie in jouw tuin. De klimplant biedt een uitstekende schuilplek voor kleine zangvogels. De bessen zijn daarnaast geliefd bij lijsters, spreeuwen en in het bijzonder goudvinken.

Wilde kamperfoelie staat het liefst op een plek in de zon of halfschaduw. Zorg er in ieder geval voor dat de wortels in de schaduw staan. Als de plant tegen een muur wordt gezet dan heeft deze iets nodig om tegen aan te klimmen, zoals een klimrek of spandraad. Wilde kamperfoelie wordt tot 6 meter hoog. Kamperfoelie kan ook heel goed in een robuuste gemengde haag toegepast worden. Zelf hebben we in onze natuurtuin ook op een paar plekken wilde kamperfoelie in de gemengde haag staan. Rond deze plek zoemt het altijd van de insecten!

Mocht de klimplant te groot worden dan kan deze prima in het voorjaar terug gesnoeid worden. Wilde kamperfoelie is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr.

Goudvinken zijn dol op de bessen van wilde kamperfoelie
Goudvinken zijn dol op de bessen van wilde kamperfoelie

Tips voor het aanplanten van klimplanten

Veel klimplanten hebben iets nodig om tegen aan te groeien, omdat ze een windende groeiwijze hebben. De stengels hebben een spiraalwijzende groei, waarbij ze zich met hun stengels ergens omheen winden. Ze kunnen dus niet (met uitzondering van klimop) strak tegen een muur omhoog groeien. In veel gevallen kun je dus het beste een constructie voorzien, waar de plant omheen kan winden. Een simpel klimrek biedt vaak de juiste oplossing. Deze worden geleverd met afstandhouders zodat deze niet strak tegen de muur aanzitten. Wil je iets meer vrijheid in het bepalen hoe hoog en hoe breed de klimplant kan groeien, ga dan voor een spandraadsysteem. Hiermee bepaal je zelf de afmetingen van de constructie.

Daarnaast is het belangrijk om de juiste plek voor de klimplant te kiezen. Denk hier vooraf goed over na, want na een aantal jaren de klimplant verplaatsen is lastig. Kijk goed naar de standplaats van de klimplant (zon/halfzon/schaduw) en bekijk of er genoeg ruimte is voor de klimplant om te groeien.

Geef tijdens en vlak na de aanplant voldoende water, zodat de wortels goed kunnen groeien in de beginfase. Zeker tijdens een droge en warme periode is het goed om de klimplanten goed in de gaten te houden. Om te voorkomen dat wortels snel uitdrogen kun je er een inheemse vaste plant of bodembedekker voorzetten zodat de zon er niet direct op schijnt.

Inheemse klimplanten voor biodiversiteit

Door inheemse klimplanten aan te planten vergroot je direct de biodiversiteit in je tuin. Ook kleine tuinen zijn uitermate geschikt voor klimplanten, omdat je met weinig vierkante meters veel extra groen kunt creëren. Het gebruik van veel klimplanten in je tuin wordt ook wel verticaal tuinieren genoemd. Hieronder nog een keer samenvatten met welke inheemse klimplant je welke diergroepen het meeste helpt.

  • Bosrank: vogels gebruiken de klimplant als schuil- en nestplek. De bloemen zijn daarnaast erg in trek bij bijen, met name groefbijen.
  • Klimop: een zeer belangrijke nectarplant voor bijen aan het einde van het seizoen. De dichte groei zorgt daarnaast voor een ideale broedplek voor zangvogels. De bessen in de winter zijn een welkome voedselbron voor vogels zoals lijsters en spreeuwen.
  • Hop: een belangrijke waardplant voor een aantal dag- en nachtvlinders zoals: atalanta, dagpauwoog en gehakkelde aurelia. Daarnaast biedt de bloei nectar aan bijen en zweefvliegen.
  • Wilde kamperfoelie: de bloemen worden overdag drukt bezocht door bijen en ’s avonds en ’s nachts door nachtvlinders. De bessen worden gegeten door vogels zoals lijsters, spreeuwen en in het bijzonder goudvinken.

Kant-en-klaar pakket

Heb je na het lezen van deze blog nog steeds geen keuze kunnen maken, of heb je een grote tuin om aan te planten? Ga dan voor een het kant- en klare pakket Wilde Klimmers van Sprinklr. In dit pakket zitten maar liefst 5 klimplanten: 2x wilde bosrank, 2x wilde kamperfoelie en 1x hop. Hiermee weet je zeker dat je tuin gaat leven en insecten en vogels een paradijs vinden in jouw tuin!

Veelgestelde vragen over inheemse klimplanten

Zijn er wintergroene inheemse klimplanten?

Ja, de bekendste wintergroene inheemse klimplant is klimop (Hedera helix). Deze plant blijft het hele jaar groen en biedt ook in de winter beschutting en voedsel voor vogels en insecten.

Welke inheemse klimplant groeit het snelst?

Hop (Humulus lupulus) is een van de snelst groeiende inheemse klimplanten. In één seizoen kan deze plant meerdere meters groeien, waardoor hij ideaal is om snel een schutting of pergola te bedekken.

Welke inheemse klimplanten zijn geschikt voor schaduw?

Klimop (Hedera helix) groeit goed in de schaduw en is daarom zeer geschikt voor plekken met weinig zonlicht. Andere soorten geven meestal de voorkeur aan zon of halfschaduw.

Welke klimplanten zijn goed voor bijen en vlinders?

Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) trekt veel (nacht)vlinders aan door de geurige bloemen. Klimop is juist belangrijk voor bijen, omdat deze laat in het jaar nog bloeit en nectar biedt. Op wilde bosrank komen vaak groefbijen af.

Zijn inheemse klimplanten geschikt voor kleine tuinen?

Ja, juist in kleine tuinen zijn klimplanten ideaal. Ze groeien de hoogte in en nemen weinig ruimte in beslag, terwijl ze toch zorgen voor veel groen en extra biodiversiteit.

Afsluiting

Met inheemse klimplanten voeg je eenvoudig meer groen toe aan je tuin, zonder veel ruimte te verliezen. Of je nu kiest voor een snelle groeier zoals hop, een wintergroene soort zoals klimop of een geurende bloeier zoals kamperfoelie: elke plant draagt op zijn eigen manier bij aan een levendige en diervriendelijke tuin.

Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.

👉 Bekijk hier de complete gids over inheemse beplanting

Wil je je tuin verder vergroenen? Bekijk dan ook deze artikelen:

🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin?
Wil je van je tuin een paradijs maken voor bijen, vlinders en andere diersoorten? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra stap voor stap zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips, voorbeeldbeplanting en inspiratie voor iedere tuin.

👉 Bekijk hier het e-book

Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief! Zelf inheemse klimplanten in je tuin aangeplant? Laat het ons weten in de comments, of tag ons op een van onze socials (@denatuurvanhier)!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!