In bijna iedere tuin is er ruimte voor één boom of meerdere bomen. Bomen zijn een aanwinst voor de tuin. Ze bieden schaduw op warme dagen, waar we er steeds meer van krijgen, kennen vaak een uitbundige bloei en zorgen voor biodiversiteit in de tuin. Om te zorgen dat een boom vanaf de start goed groeit, is het belangrijk deze op een juiste manier aan te planten. In deze blog vertellen waar je op moet letten bij het aanplanten van een boom.
Waarom zou je een boom aanplanten in de tuin? De meeste bomen verliezen immers bladeren die opgeruimd moeten worden, moeten regelmatig gesnoeid worden en kunnen ziek worden. Allemaal zaken die tijd of geld kosten. Een boom levert echter ook veel op (en je kunt de bladeren overigens ook gewoon laten liggen, dit is voor veel dieren namelijk een goede leef- of schuilplek). Door een boom aan te planten in je tuin zorg je voor een betere (lokale) leefomgeving. Een boom produceert zuurstof, vangt stikstof op uit de lucht en zorgt dat omgevingsgeluiden onderbroken worden, waardoor je er minder overlast van ervaart.
Biodiversiteit en verkoeling
Daarnaast zorgt een boom voor meer biodiversiteit in je tuin. Vooral inheemse soorten zijn hier goed voor. In meerdere onderzoeken is aangetoond dat inheemse bomen een leefgebied zijn voor enkele honderden insectensoorten, terwijl dit bij vergelijkbare uitheemse soorten vaak niet meer dan enkele tientallen soorten zijn. Al deze insecten trekken weer andere soorten aan, zoals vogels. Maar naast vogels bestaat er ook een kans dat eekhoorns je tuin bezoeken.
Een andere belangrijke reden om een boom in je tuin aan te planten, is verkoeling. Onze zomers worden steeds warmer en droger en een beetje schaduw in je tuin is dan geen overbodige luxe. Door een boom aan te planten creëer je schaduw. Let goed op welke boom je kiest, er zijn bomen met een zeer dichte kroon, maar ook bomen met een halfopen kroon, die iets meer zon doorlaten.
Bomen creëren sfeer in een tuin en zorgen voor schaduw
Tot slot kan het aanplanten van een boom ook puur esthetisch zijn. Iedere boom heeft zo zijn eigen esthetische kenmerken. Sommige bomen hebben een prachtige stam, andere een mooie bladkleur (herfstkleur) en veel hebben een prachtige bloei. Reden genoeg om een boom aan te planten dus.
Juiste boom op de juiste plek
Voordat je de boom gaat planten, moet je nadenken over de plek en de soort boom welke je gaat planten. Dit is namelijk allesbepalend voor het succes van de boom. Bomen worden oud én groeien, houd hier bij aanplant rekening mee. Hiermee voorkom je dat de boom gekapt moet worden, omdat deze op een latere leeftijd in de weg zou staan.
Juiste plek
Bepaal eerst waar de boom moet komen te staan en wat de functie is. Bomen creëren met hun kroon schaduw, bepaal dus van te voren of schaduw gewenst is. Houd hierbij ook rekening met de seizoenen. In de winter staat de zon lager dan in de zomer, dus dan is de schaduwwerking van de boom ook anders. Heb je zonnepanelen op je dak? Neem dit dan ook mee in je berekening om rendementsverlies te voorkomen. Komt het heel precies? Laat dan een schaduwberekening maken door een bedrijf.
Naast zon is ook wind en vochtigheid belangrijk om in acht te nemen. Een open plek waar de wind vrij spel heeft, is geen geschikte standplaats voor iedere boom. Sommige bomen (zeker bomen die niet inheems zijn en uit een zachter klimaat komen) hebben een beschutte plek in de tuin nodig. Woon je aan de kust? Ga dan op zoek naar een boom die de zilte lucht goed verdaagd. Ook de mate van vochtigheid van de bodem is bepalend. Er zijn bomen die graag ‘natte voeten’ hebben en bomen die goed gedijen in een droge bodem.
In kleinere tuinen bieden lei- en knotbomen een goede oplossing (al zullen ze in deze tuin geen ruimtegebrek hebben)
Let er ook op dat je de boom voldoende ver van gebouwen en erfafscheidingen zet, als dit problemen op kan gaan leveren. Ga na hoe groot de kroon van een boom wordt en neem dat als uitgangspunt. Weinig ruimte? Kies dan voor een wat kleiner blijvende boom of voor een boom in een bepaalde snoeivorm zoals leibomen, bolvormige bomen of knotbomen.
Juiste boom
Maar niet alleen het type boom en de uiteindelijke grote zijn van belang. Bomen hebben veel kenmerken waarop een keuze gemaakt kan worden. Bloeivorm, bloeikleur, bloeitijd, bladkleur, herfstkleur, bladvorm, bladhoudend (winter), winterhardheid, kroondichtheid, vruchtdragend, aantrekkelijk voor insecten, etc. kunnen allemaal redenen zijn om een boom wel of niet kiezen. Kijk ook naar de rest van de beplanting in je tuin en probeer het hiermee te combineren.
Wilgenkatjes zijn in het vroege voorjaar aantrekkelijk (noodzakelijk zelfs) voor wilde bijen
Maatvoering en kluitkeuze
De maatvoering van bomen ziet er in eerste instantie wellicht gek uit. De maat van een boom wordt aangegeven met de stamomtrek, gemeten op circa één meter hoogte. Een boom kan de maat 12/14 hebben bijvoorbeeld. Dit betekent dat je een boom ontvangt waarvan de stamomtrek (gemeten op één meter hoogte) tussen de 12 en 14 centimeter bedraagt. Daarnaast wordt een boom verkocht in container/pot of uit volle grond. Bomen uit volle grond zijn alleen van november tot en met maart verkrijgbaar, bomen uit pot of container jaarrond. Dit heeft te maken met de haarwortels die worden afgestoken als een boom uit volle grond wordt verkocht. Deze haarwortels zijn verantwoordelijk voor de opname van water, waardoor deze techniek alleen in de natste periode van het jaar toegepast kan worden. Het voordeel van container bomen is dus dat ze jaarrond (m.u.v. periodes met extreme hitte en/of droogte) aangeplant kunnen worden. Het nadeel is dat ze over het algemeen een stuk duurder zijn.
Het aanplanten van een boom
Bij de aanplant van een boom is het ook belangrijk om met enkele dingen rekening te houden. Allereerst de grond. Om ervoor te zorgen dat de boom een goede start is, is het raadzaam wat grondverbetering aan te brengen. Wij hebben de beste ervaring met Vivimus. Dit is een universele grondverbetering die de structuur van de bodem verbetert. Dit zorgt voor een humusrijke en luchtige bodem en zorgt ervoor dat de boom sneller kan wortelen. Via deze link (bol.com) is Vivimus te verkrijgen in zakken van 40 liter.
De benodigdheden om een boom aan te planten (De natuur van hier)
Maak een gat dat ongeveer 1,5 keer zo groot is als de kluit van de boom. Graaf deze diep genoeg, zodat je de bodem bedekt met een laag Vivimus. Meng de grond die uit het gat komt samen met wat Vivimus, om straks het gat weer mee aan te vullen. Zet de boom in het midden van het plantgat en zorg ervoor dat deze recht staat. Als je een boom uit pot plant, maak de wortels dan voorzichtig een beetje los van elkaar, dit zorgt ervoor dat de wortels zich sneller gaan uitbreiden.
Bepaal met behulp van een stok of de boom diep genoeg staat. De wortelhals (overgang van groene kleur naar meer bruine kleur van de stam) dient ongeveer gelijk met het maaiveld te zijn. Een te diep geplante boom krijgt te weinig zuurstof, een te ondiep geplante boom kan uitdrogen. Vul met de gemengde grond het plantgat verder aan en druk de grond stevig aan met je voeten.
Gebruik vivimus zodat de wortels goed kunnen groeienOptioneel kan er gekozen worden voor een beluchtingsbuis
Boompalen en boomband
Plaats vervolgens boompalen naast de boom. Bij kleine bomen volstaat één boom (op de kant waarvan de meeste wind komt, meestal zuidwest), maar wij preferen de boom met twee palen te verankeren. Bij erg grote bomen, of plaatsen met erg veel wind kan er ook gekozen worden om drie boompalen te gebruiken. De boompalen moeten minimaal voor 1/3 in de grond staan. Bevestig met boombandnagels de boomband (vaak autogordel, maar ander materiaal is ook mogelijk) aan de iedere boompaal en span deze om de stam van de boom heen. Zorg ervoor dat beide boombanden strak gespannen staan.
Optioneel kan er gekozen worden een beluchtingsbuis en/of gietrand aan te brengen. Een beluchtingsbuis zorgt ervoor dat er meer lucht bij de wortelkluit komt. Daarnaast kan deze buis gebruikt worden om water te geven, hierdoor verdampt het water minder snel. Ook kan er een gietrand geplaatst worden. Dit is echter alleen noodzakelijk als er maar enkele keer per seizoen water gegeven kan worden. Een goedkoper alternatief is om met grond uit het plantgat een natuurlijk dammetje rondom de boomspiegel te maken. Hierdoor blijft het water bij het water geven of bij regenval langer staan, zodat het meer tijd heeft bij de kluit de grond in te zakken.
Water geven
Als de boom stevig staat en de grond goed is aangedrukt dan is het zaak de boom nog goed water te geven. Vooral in de beginfase is het belangrijk om in de gaten te houden dat de boom voldoende vocht binnen krijgt. Na een groeiseizoen heeft de boom zijn wortelgestel (bij bomen uit volle grond) goed hersteld en zal deze daarna al beter bestand zijn tegen droge periodes. Echter blijft het zeker de eerste drie jaar goed om regelmatig water te geven.
Een goede manier om meer biodiversiteit in je tuin te krijgen is door het bouwen van een stapelmuurtje. Stapelmuurtjes zorgen voor warme plekken, bieden schuilplaatsen voor kleine dieren en zijn een uitstekende groeiplaats voor vaak bijzondere beplanting. Stapelmuurtjes kunnen in van allerlei soorten en maten gemaakt worden en zijn daardoor voor iedere tuin geschikt. In deze blog vertellen we alles wat je moet weten voor het maken van een eigen stapelmuurtje.
Stapelmuren kunnen de biodiversiteit in je tuin verhogen. Maar hoe dan? Doordat het uitstekende plekken zijn voor allerlei soorten dieren en planten. Allereerst zorg je ervoor dat er een micro-klimaat wordt gecreëerd. Een stapelmuur heeft een zonkant en een schaduwkant. Dit zijn twee totaal verschillende klimaten (op micro-niveau), waarop totaal verschillende organismen gedijen. Allerlei soorten bijen, kevers, vlinders, juffers, libellen en andere insecten zullen gebruik maken van dit micro-klimaat.
Door gebruik te maken van meerdere soorten materiaal, en door niet te netjes te werken, creëer je in een stapelmuur allemaal gaten en kieren. Dit zijn ideale schuilplaatsen voor kleine zoogdieren, amfibieën en reptielen. Daarnaast ontstaan er op deze plekken ideale groeiomstandigheden voor planten. Deze kun je bij de aanleg al zelf planten, of gewoon spontaan laten ontwikkelen.
Een inheemse soort die het goed doet op de droge, zonnige kant is het eetbare muurpeper
Een stappenplan voor het maken van een stapelmuurtje
Stapelmuren kun je op veel verschillende manieren maken. Er kan eindeloos gecombineerd worden met materialen en allerlei vormen en formaten zijn mogelijk. Wel is het belangrijk om over enkele zaken vooraf na te denken.
Geschikt materiaal
Qua materiaal zijn er veel opties. Allerlei soorten stenen kunnen gebruikt worden. Bakstenen, leisteen, stoeptegels en grindtegels zijn uitermate geschikt om stevige constructies te maken. Sla eens een stoeptegel door midden en gebruik de gebroken kant als buitenkant. Dit geeft de stapelmuur een robuust uiterlijk. Maar ook andere materialen kunnen gebruikt worden, zoals dakpannen, gresbuizen en puinafval.
Ook als voeg zijn er verschillende mogelijkheden. Je kunt gewoon zand of aarde gebruiken of kiezen voor zandige klei. Bij grotere en hogere muren kan er ook met specie gewerkt worden. Kies dan wel voor specie op basis van kalk. Houd dan wel rekening met de plantkeuze, indien je van plan bent de stapelmuur aan te planten. Zuurminnende soorten zullen hier niet goed op gedijen.
Met gebroken stoeptegels kan op een goedkope en duurzame manier een natuurlijk ogende stapelmuur gemaakt worden (De natuur van hier)
Fundering en bouwkunst
In alle gevallen zouden wij er voor kiezen om een fundering te maken. Vooral op zand- en veengronden is een fundering cruciaal, om ervoor te zorgen dat het stapelmuurtje in natte periodes niet in elkaar zakt. Met een fundering zorg je ervoor dat de stapelmuur stevig staat en dat je hoger kunt stapelen.
Ook hiervoor heb je geen hele dure en ingewikkelde installaties nodig. Een laag van ongeveer vijf centimeter gele zand en een paar stoeptegels, grindtegels of opsluitbanden volstaat. Zorg dat de tegels of opsluitbanden stevig, stabiel en waterpas in de gele zand liggen. Vul daarna de gaten en kieren op met meer gele zand, zodat het een geheel vormt. De bovenkant van de fundering moet gelijk, of net onder het maaiveld liggen, zodat er bij het eindresultaat niets van zichtbaar is. Je heb nu een perfecte basis gecreëerd voor het maken van een stapelmuur.
Fundering stapelmuur gemaakt met behulp van gele zand en stoeptegels (De natuur van hier)
Dan kan er gestart worden met het stapelen van het muurtje. Je kunt meteen starten met verschillende materiaalsoorten door elkaar te gebruiken. Zorg er wel voor dat zeker de eerste paar lagen stevig en stabiel liggen, zodat de stapelmuur later niet instabiel wordt. Gebruik aarde gemengd met gele zand als voegmiddel, maar vul zeker niet alle gaten op. Om wat meer stevigheid te creëren kun je wat langere stenen aan de achterkant uit laten steken. Als hier grond op komt fungeren deze als een soort anker.
Opbouw van een stapelmuurtje en het resultaat één seizoen later (De Natuur van hier)
Bij stapelmuren hoger dan een halve meter is het raadzaam om met specie te werken. Fungeert je stapelmuur als keerwand, doordat je er bijvoorbeeld een border van maakt? Stapel de muur dan laag voor laag een beetje hellend naar achteren. Dit zorgt ervoor dat het de druk van de grond die erachter komt te liggen beter tegen gehouden wordt. Laat vooral je creativiteit de loop en probeer dingen. Als iets niet werkt, kun je het gemakkelijk aanpassen en zo kom je tot de mooiste stapelmuur.
Muurplanten
Een stapelmuurtje is niet af zonder beplanting. Maar niet alle beplanting is geschikt. Stapelmuren kennen hun eigen, vaak bijzondere, beplanting die je niet gauw op andere plekken vindt. Je kunt kiezen voor spontane ontwikkeling. Voordeel hiervan is dat je inheemse (op een aantal invasieve exoten na) beplanting krijgt die goed zullen groeien. Nadeel is dat het best een tijdje kan duren voordat je muur volgroeid is. Je kunt er ook voor kiezen om stukken in te zaaien, of om echte planten aan te planten. Probeer in die laatste gevallen dan zoveel mogelijk te kiezen voor inheemse planten.
Een stapelmuurtje is pas echt af als er een aantal planten op te vinden zijn. Sommige planten beginnen er van nature op te groeien, maar je kunt ook een aantal planten aanplanten tijdens het stapelen. Kies dan wel altijd voor biologische planten. Deze worden gekweekt zonder pesticiden (en kunstmest). Daardoor zijn de bloemen van de planten vrij van gif en kunnen insecten onbezorgd van de nectar genieten. Planten met pesticiden erop kunnen er namelijk voor zorgen dat insecten dood gaan, waardoor deze dus helemaal niet bijdrage aan meer biodiversiteit! Bij Sprinklr worden alle planten biologisch gekweekt en kun je zelfs zien waar (in Nederland) ze gekweekt zijn. Dan weet je dus zeker dat je iets goeds doet voor de biodiversiteit!
Een leuke soort om aan te planten en eentje die echt op een stapelmuur thuis hoort is muurleeuwenbek. Dit typisch muurplantje krijgt kleine lila-achtige bloemen met gele vlekken.
Een andere geschikte plant is tijm, die fanatiek over je muurtje gaat kruipen. Van tijm zijn veel cultivators te verkrijgen, wil je een inheemse soort, dan kun je kiezen voor kruiptijm. Met zijn roodpaarse bloemen zorgt kruiptijm ervoor dat je de hele zomer kleur hebt op je stapelmuur. Een andere opvallende soort voor de stapelmuur is oranje havikskruid. Met zijn oranjerode bloemen trekt de plant veel bijen, vlinders en zweefvliegen aan. Bewaar het meest zonnige plekje van de stapelmuur voor muurpeper. In juni en juli bloeit muurpeper rijkelijk met gele bloemen.
Maar ook soorten die er niet per se bekend om staan om op muren te groeien kun je gebruiken. Reserveer zo nu en dan een plekje voor beplanting zoals duizendblad, margriet of roomse kamille. Als deze op een plek staan waar voldoende aarde is dan weten ze zich vaak te nestelen.
Duizendblad kan het op sommige plekken in een stapelmuur goed doen
De schaduwzijde van een stapelmuurtje is niet compleet zonder varens en mos. Mos laat je gewoon spontaan groeien, varens kun je op de meest schaduwrijke en vochtige plekken groeien. Manvaren en gewone eikvaren, zijn inheems en uitermate geschikt om de schaduwkant van groen te voorzien.
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie.In deel vijf bespreken we wat er gebeurde in de zomer en deed de herfst zijn intrede.
30 oktober 2023
De kikkers uit deel IV
In deel IV van de natuurtuinserie vertelden we van de aangelegde poel en de kikkerdril, waaruit misschien wel honderden bruine kikkers zijn ontstaan. Deze kikkers zijn allemaal één voor één de poel uitgekomen en hebben hun tocht individueel vervolgd. Gedurende de hele zomer en herfst zijn we overal in de tuin bruine kikkers tegen gekomen. De poel heeft dus een succesvol eerste seizoen achter de rug!
Een andere bekende én een gewenste soort
Verder zagen we in de zomer een andere bekende gast terug, die ook succesvol was geweest. De eerste bezoeker van de poel was een witte kwikstaart, deze zagen we later in de zomer terug bij de poel, met nog vier andere individuen. Waarschijnlijk (hopelijk) heeft deze dus een partner gevonden en succesvol drie jongen groot weten te brengen.
Richting het einde van september hoorden we ’s avonds een kenmerkend geluid buiten. Dit trok zo onze aandacht, dat we kort voor middernacht nog naar buiten gingen om het geluid beter te kunnen horen. Het bleek inderdaad te gaan om de soort die we al dachten en waar we sinds deel II al op hoopten! Verbaasd over het feit dat deze soort zo snel hoorbaar zou zijn in de tuin hebben we een wildcamera opgehangen, op een plek waarvan we dachten dat hij nog wel eens kon gaan zitten. We hoefde vervolgens dan ook niet lang te wachten tot we resultaat hadden. Op 1 oktober liet de steenuil zich zien voor de camera (klik hier voor de video)! Helaas hebben we hem daarna niet meer gehoord of gezien, maar voor ons was dit reden genoeg om maatregelen te treffen. Hierover in een volgende blog meer.
Steenuil vastgelegd met wildcamera (De natuur van hier)
Andere leuke waarnemingen
Het bleef echter niet bij die verrassende waarneming. Naast de steenuil zagen we nog een andere uil die gebruik maakte van onze schuur. Op 16 oktober kwam zowaar een kerkuil, vroeg in de ochtend, kort de schuur bezoeken. Het bleef echter niet bij deze waarneming. De drie dagen die daar op volgden, kwam hij vaak ’s ochtends en ’s avonds de schuur bezoeken. Totdat hij opeens weg bleef. Er ging een week overheen voordat we hem weer registreerde op onze wildcamera (klik hier voor een video). Dit is nu drie dagen geleden. We zijn erg benieuwd wat dit de komende maanden gaat brengen…
Kerkuil vastgelegd met wildcamera (De natuur van hier)
Meer vogels
Naast de twee uilen wisten ook andere roofvogels onze natuurtuin te bereiken. De buizerd, die voornamelijk in de bosrand bij het kasteel zit, was al vaak dicht in de buurt van de natuurtuin aan het jagen, maar we hebben hem in deze periode ook af en toe op de palen van de afrastering zien zitten. Zo kwam het voor dat deze op nog geen 50 meter van ons verwijderd was. Sinds anderhalve maand is ook een mannetje torenvalk een regelmatige bezoeker van onze natuurtuin. Soms zit hij op de kast van een rolluik, op andere momenten heeft hij ruzie met kauwen of zwarte kraaien. Het lijkt erop dat het een jong mannetje is, op zoek naar een eigen territorium.
De overvloed aan kikkers leverde nog een andere bezoeker op. Ook deze hadden we al vaker op een afstandje gezien, maar steeds vaker stond hij voorover gebogen bij de poel, of in het gras, als we buiten kwamen. De blauwe reiger heeft meegelift op het succes van de poel en liet zich soms goed bekijken (vanuit de garage door het raam).
En verder in de natuurtuin
Tot slot willen we het nog kort hebben over de damherten die in deel III in een naastgelegen weiland stonden te grazen. Op een zondagmiddag zagen we een langsrijdende auto onverwachts remmen, wat onze interesse wekte. Vervolgens zagen we een damhert de weg oversteken, die zijn weg vervolgde in het naastgelegen weiland. De daar al aanwezige koeien stonden echter niet op het gezelschap te wachten en begonnen het toch al geschrokken damhert op te jagen. We waren net op tijd om het tafereel vast te leggen (maar niet genoeg tijd voor een haarscherpe foto), want het damhert verdween in een mum van tijd weer in de naastgelegen bosjes.
Het damhert was nog niet bekomen van de schrik van de auto en moest alweer zorgen dat hij het weiland verliet voordat de koeien bij hem waren (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
Beheer
De natuurtuin wordt dus druk bezocht door allerlei leuke dieren, waarvan we er veel niet (zo snel) hadden verwacht. Om de natuurtuin in de toekomst nog aantrekkelijker te maken, hebben we uiteraard ook wat beheer uitgevoerd.
Schapen
Allereerst hebben we ervoor gekozen om wat hulp in te schakelen om het gras te beheren. Via familie hebben we tijdelijk vier prachtige Mergellandschapen op bezoek, die druk bezig zijn het gras (dat pas één keer gemaaid was dit jaar) kort te krijgen. We hebben gekozen voor schapenbegrazing vanwege een aantal redenen:
Tijd. Een van de belangrijkste redenen is tijd. We hebben op het moment niet genoeg tijd om alles zelf te maaien én te ruimen. Daarnaast hebben we her en der struiken en bomen aangeplant, waardoor het lastig is om met grote machines te maaien. Schapen boden hierdoor voor ons de perfecte oplossing.
Schapen zorgen voor plaatselijke verrijking. Dit zorgt ervoor dat er structuur ontstaat en variatie in voedselrijkdom in de bodem.
De schapen zorgen er met hun activiteit voor dat er lig- en loopplekken ontstaan in het gras. Hier is het gras grotendeels weg gesleten waardoor er naakte grond zichtbaar wordt. Deze open plekken zijn in het voorjaar ideaal voor amfibieën, reptielen en vliegende insecten omdat ze snel opwarmen. In combinatie met de poel verwachten we hier leuke vlinders, juffers en libellen waar te nemen volgend jaar. Daarnaast is het een goede plek voor solitaire bijen om te nestelen.
Door het grazen van de schapen wordt/blijft het gras kort. Dit zorgt ervoor dat soorten als steenuil en torenvalk goed op muizen kunnen jagen.
De schapen kunnen op een groot stuk van het perceel komen, maar een gedeelte wordt niet begraasd. Hier houden we ruimte voor kruiden en grassen om in bloei te komen.
Herstelwerkzaamheden
Helaas moesten er ook herstelwerkzaamheden plaats vinden. De poel die we in het voorjaar hadden aangelegd was ergens lek gegaan, waardoor het waterniveau voor meer dan de helft zakte. Er zat dus niets anders op dan het folie te vervangen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de poel een stukje groter is geworden en dat er aan de oever een stapelmuurtje is gebouwd. Via voorgaande links vind je stappenplannen voor beide.
Resultaat en planning
Qua resultaat zien we vooral dat er meer vogels in het, door de schapen kort gegraasde, gras foerageren. Naast dat we de torenvalk vaker zien (en de steenuil), zien we ook vaak groepen kauwen met roeken. Maar ook zwarte kraaien komen zoeken naar eten in de grond, evenals de spreeuwen.
Daarnaast lijken we ook meer bijzondere insecten, in de vorm van wantsen en nachtvlinders, waar te nemen in de natuurtuin. Zo hebben we onder andere de Zuidelijke groene schildwants (zeldzaam), vierstreepblindwants (zeer zeldzaam), prachtmot (zeldzaam) en zwaveldominomot (zeldzaam) waargenomen.
In totaal staat de teller op 271 soorten, verdeeld over 144 families en 17 soortgroepen. De meeste soortenwaarnemingen zijn planten, vogels en nachtvlinders.
Een bosuil nestkast is een geweldig project als je bosuilen in of rondom je tuin of bosrijke omgeving wilt helpen. Een bosuilennestkast biedt bosuilen een alternatief voor natuurlijke boomholten, die door kap en minder oud wordende bomen steeds minder voorkomen. In deze blog vind je een duidelijke bouwtekening, materiaaladvies, ophangtips en wat je moet weten om een broedend uilenpaar succesvol te ondersteunen.
De bosuil(Strix aluco), een mysterieuze bosbewoner
De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Nederland, en broedt soms ook in bosachtige tuinen
Kenmerken en uiterlijk
De bosuil is een middelgrote uilensoort die vooral in bosrijke gebieden, parken en soms grote tuinen voorkomt. Ze hebben een ronde kop zonder oorpluimen (die de ransuil en oehoe wel hebben) en verder herken je ze aan hun diepe, donkere ogen en kenmerkende roep. Ze worden ongeveer net zo groot als een zwarte kraai. Volwassen exemplaren bereiken een lichaamslengte van 37 tot 43 centimeter en een spanwijdte van 80 tot 85 centimeter. Ze wegen dan rond de halve kilo (vrouwtjes zijn wat zwaarder dan mannetjes).
Geluid en gedrag
Bosuilen zijn voornamelijk ‘s nachts actief en brengen overdag vaak door op een rustplek in de boom of dichtbij de boomstam (roestplek/roestboom). Door hun camouflage zie je ze vrijwel niet zitten. Ze zijn ’s nachts te herkennen aan hun roep. Iedereen die met donker wel eens in een bos is geweest zal deze kenmerkende “…hoe-hoééé…” herkennen. Hun roep wordt vaak gebruikt in spannende films.
Bosuilen broeden vroeg in het jaar, vaak al vanaf februari of maart, en zijn daardoor één van de eerste vogelsoorten die je in het voorjaar in een nestkast kunt helpen.
Voedsel en voortplanting van de bosuil
Wat eet een bosuil?
De bosuil heeft een gevarieerd menu. Het grootste deel van het menu bestaat uit kleine zoogdieren zoals muizen, ratten en soms zelfs konijnen of jonge hazen. Naast zoogdieren worden ook vogels gegeten en amfibieën zoals kikkers en padden. Incidenteel worden zelfs kevers en regenwormen genuttigd. Dankzij dat gevarieerde menu kan de bosuil zich uitstekend aanpassen aan het voedselaanbod. In slechte muizenjaren schakelt hij dus gemakkelijk over op een ander dieet. Zoals andere uilen produceren bosuilen ook braakballen. Door deze braakballen te ontleden is het gemakkelijk te achterhalen wat de bosuil gegeten heeft.
De zwarte ogen van de bosuil vallen goed op (Saxifraga – Martin Mollet)
Broedgedrag van de bosuil
Als een van de eerste vogels in het jaar beginnen bosuilen te broeden. De eieren worden soms al in februari gelegd, maar meestal in maart. Gemiddeld worden er twee tot vier eieren gelegd, echter kan dit aantal oplopen tot maar liefst zeven stuks! Na een maand broeden komen de eieren uit, waarna de juvenielen nog ongeveer een maand op het nest blijven. Wanneer ze uit het nest geklauterd zijn, blijven ze nog ongeveer drie maanden in de buurt van de ouders. Via Beleef de lente is vrijwel ieder jaar een paartje bosuilen te volgen!
Bosuilenpaartjes zijn monogaam en blijven hun hele leven in hetzelfde territorium. Ze blijven dus ook in de winter om dit territorium te verdedigen. Het zijn dus echte standvogels. Hoewel bosuilen zich in verschillende landschappen kunnen nestelen, komen ze het meest voor in loof- en naaldbossen. Daarnaast worden ze soms ook gezien in een wat meer open landschap en zelfs in woonwijken. Ze worden echter niet snel opgemerkt omdat ze nachtactief zijn.
Jonge bosuilen blijven ongeveer een maand op het nest, maar verkennen dan vaak wel al de aangrenzende takken in de boom. Ze worden dan takkelingen genoemd (Saxifraga – Martin Mollet)
Jonge bosuilen
Jonge bosuilen verlaten het nest na zo’n 30 dagen, voordat ze echt kunnen vliegen. Ze worden dan takkelingen genoemd. Met hun sterke klauwen klauteren ze via de stam weer omhoog of door struiken en oefenen ze met hun vleugels. Ze lijken soms onhandig naar beneden te vallen, maar ze klimmen dus zelf weer omhoog. Op de takken of op de grond worden ze nog wekenlang door de ouders gevoerd en beschermd. Pak takkelingen dus niet op, de ouders zijn vaak in de buurt.
Bosuilen komen dus wijdverspreid voor in Nederland, maar ontbreken op plekken waar weinig of geen bomen zijn. Het aantal broedparen in Nederland blijft stabiel over het laatste decennium. Boomholten zijn de belangrijkste broedplekken voor bosuilen. Naast boomholten broeden ze ook af en toe in openingen in gebouwen en gebruiken ze soms verlaten nesten van eksters. Daarnaast maken ze dankbaar gebruik van nestkasten. De afmetingen zijn gebaseerd op richtlijnen van vogelwerkgroepen en uilenbeschermingsorganisaties.
Hieronder vind je de belangrijkste gegevens voor een nestkast op maat van bosuilen:
Afmetingen en materiaal voor een bosuil nestkast
Binnenmaat nestkast: ongeveer 45 × 45 × 55 cm.
Invliegopening: ca. 130 mm (voldoende groot voor bosuilen maar niet te groot voor hun veiligheid).
Hout: gebruik duurzaam, onbehandeld hout zoals beuken, lariks of eiken, watervast multiplex kan ook.
Dikte hout: ± 15 mm zorgt voor stevigheid en isolatie.
Schroeven:RVS schroeven zodat ze niet roesten.
Dak: afwerken met waterdichte dakleer of dakbedekking om vocht buiten te houden en de levensduur van de nestkast te verlengen.
Tip: je kunt de bouwtekening meenemen naar een bouwmarkt, daar kunnen ze het hout vaak meteen op maat zagen.
Tip: geen zin of tijd om zelf een nestkast voor bosuilen te maken? Bestel dan een kant-en-klare nestkast.
Bouwtekening nestkast bosuil (De Natuur van hier)
Stappenplan: bosuil nestkast maken
Zaag de planken voor de zijkanten, voorkant, achterkant, bodem en dak volgens de tekening.
Boor de invliegopening (±130 mm) in de voorkant op de aangegeven plek.
Monteer de basis met RVS schroeven. Zorg dat alles strak en waterpas staat.
Werk het dak af met dakleer of bitumen zodat water niet binnendringt.
Voeg ventilatie en afwateringsgaten toe om condensvorming te voorkomen.
Door deze stappen zorgvuldig te volgen, maak je een nestkast die zowel veilig als duurzaam is voor bosuilen.
Waar en hoe hang je de bosuil nestkast op
Een goed geplaatste bosuil nestkast vergroot de kans dat een paartje de kast daadwerkelijk accepteert. Hier zijn praktische richtlijnen:
Locatie
Hoogte: minimaal 4–6 meter boven de grond om veiligheid te bieden tegen roofdieren (hoger dan bijvoorbeeld nestkasten voor mezen).
Plaats: aan een stevige, volwassen boom, liefst omringd door andere bomen en niet boven water.
Vrij zicht: zorg dat de invliegopening niet geblokkeerd is door takken of bladeren.
Richting: bij voorkeur met de opening naar het zuidoosten gericht om regen en wind tegen te gaan.
Ophangmateriaal
Gebruik een achterlat of stevige beugels om de kast stabiel en trillingvrij te hangen. Controleer regelmatig of de bevestiging nog stevig is.
Wat bosuilen nodig hebben
Bosuilen verzamelen zelf meestal geen nestmateriaal voor in de kast. Het is daarom slim om een lichte basis van houtsnippers of kleine takjes aan te brengen. Dit geeft de uilen een comfortabel begin en stimuleert acceptatie.
Controleer de nestkast in het voorjaar (vanaf april) op tekenen van gebruik, maar doe dit met respect voor de vogels en verstoor ze niet onnodig. Vroeg in het najaar (september) kun je het best de nestkast ondervinden aan een inspectie. Verwijder eventueel (gedeeltelijk) het nestmateriaal, vul het verder aan met houtsnippers en let er op dat alles nog veilig vast zit en niet tocht. Naast bosuilen maken ook kauwen en holenduiven gebruik van de nestkasten.
Bosuilen worden regelmatig gezien in woonwijken en grotere tuinen met meerder volwassen bomen
Nestcamera
Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan. Ze hebben verschillende types camera’s, wij gebruiken de Longe Range Camera, deze heeft een bereik tot 180 meter! Op onderstaande video zie je een kerkuil die de nestkast inkomt, gefilmd met de Longe Range Camera.
Een kerkuil die de nestkast binnenkomt, gefilmd met de Longe Range Wifi Camera van Green Backyard (De Natuur van hier)
Veelgestelde vragen
Hoe lok ik een bosuil naar mijn tuin?
Zorg ervoor dat je de nestkast stevig ophangt, aan een volwassen boom op circa vier tot zes meter hoogte. Zorg er daarnaast voor dat er meerdere andere volwassen bomen rondom de ‘nestboom’ staan en dat de opening van de nestkast vrij is en gericht is op het zuidoosten.
Hoe maak ik een nestkast voor een bosuil?
Een nestkast voor een bosuil kun je maken van beuken-, lariks- of eikenhouten planken. De kast moet circa 45x45x55 centimeter groot zijn met een invliegopening van 130 millimeter. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.
Hoe hoog moet een bosuil nestkast hangen?
Een bosuil nestkast hang je bij voorkeur op een hoogte van 4 tot 6 meter boven de grond. Bosuilen voelen zich veilig wanneer ze hoog in een boom kunnen broeden, buiten bereik van roofdieren zoals marters of katten. Zorg ervoor dat de invliegopening vrij is van takken en dat de kast stevig en stabiel hangt.
Wanneer broeden bosuilen?
Bosuilen broeden vroeg in het jaar. De eerste eieren worden soms al in februari gelegd, maar meestal begint het broedseizoen in maart. Na ongeveer een maand komen de jongen uit het ei. Daarom is het belangrijk om een bosuil nestkast uiterlijk in de winter op te hangen.
Wat is de juiste invliegopening voor een bosuil nestkast?
De invliegopening van een bosuil nestkast heeft een diameter van ongeveer 130 millimeter. Deze opening is groot genoeg voor volwassen bosuilen, maar biedt nog voldoende bescherming tegen grotere roofdieren. Een te kleine opening kan ervoor zorgen dat de kast niet gebruikt wordt.
Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een erg leuke soort om naar je tuin te lokken met een nestkast is de pimpelmees. Deze kleine, kleurrijke meesjes maken dankbaar gebruik van een nestkast en stellen niet veel eisen aan de tuin. Ideaal om mee te starten dus!
De pimpelmees (Parus caeruleus)
De pimpelmees is een kleurrijke verschijning en een mooie aanvulling in iedere tuin (De Natuur van hier)
In bijna iedere tuin zie je ze wel, de pimpelmeesjes. Deze kleine meesachtige worden zo’n tien tot twaalf centimeter groot en vallen goed op door hun kleurrijke verenkleed. Vooral het kopje is opvallend, met een wit voorhoofd, witte wangen, een blauwe halsband, blauw petje en een zwarte oogstreep. Verder hebben pimpelmezen een gele buik en een mosgroene rug met blauwachtige vleugels.
Van oorsprong zijn het bewoners van het bos, net zoals de koolmees, waar ze in holtes van bomen broeden. Ze hebben zich echter uitstekend aan weten te passen aan het cultuurlandschap dat door mens is ontstaan. Pimpelmezen voelen zich thuis in veel tuinen en parken waar groen te vinden is. Zeker als er wordt bijgevoerd kan het haast niet anders dan dat er pimpelmezen aanwezig zijn. Het ophangen van een nestkast heeft dan ook vaak een goede slagingskans.
Pimpelmezen zijn echte standvogels, wat wil zeggen dat ze het hele jaar door in Nederland verblijven. In de winter komen er echter vaak wel nog wat bij, die meer noordelijk broeden. Over het algemeen gaat het goed met de pimpelmees in Nederland. Doordat onze (loof)bossen ouder worden nemen ook de aantallen pimpelmezen toe. De pimpelmees is zeer goed verspreid over Nederland. Alleen in het noorden en westen op plekken waar bossen en tuinen en parken ontbreken zijn minder individuen te vinden. De hoogste dichtheden worden waargenomen in loofbossen.
Voedsel en voortplanting
Net zoals alle andere mezensoorten zijn pimpelmezen echte insecteneters. Naast insecten worden ook spinnen en andere ongewervelden gegeten. In de winter zijn er minder insecten te vinden, dus dan hebben ze een meer plantaardig dieet. Vooral zaden en bessen worden dan gegeten.
Ze komen daarnaast ook veelvuldig op aangeboden vogelvoer in de tuin af. Zeker in de winter kunnen tuinvogels wat hulp gebruiken door voedsel aan te bieden. Geef dan wel biologisch vogelvoer. Dit is vrij van gifstoffen en niet schadelijk voor de vogels.
Als je in de winter wat vetbollen ophangt dan kan dat prachtige gezichten opleveren. Ze hangen dan vaak met meerdere pimpelmeesjes tegelijk aan de vetbollen.
In het voorjaar zijn de ouders druk met het voeren van de juvenielen
Nestkast pimpelmees
Van origine broeden pimpelmezen in boomholtes in loofbossen, maar in dorpen en steden zijn minder bomen te vinden. Daarom maken ze dankbaar gebruik van nestkasten die worden opgehangen. Nestkasten voor pimpelmezen lijken erg op de nestkasten voor koolmezen, maar het belangrijkste verschil is de diameter van de invliegopening. Veelal worden de nestkasten met grotere diameter opgehangen, wat ten goede komt van soorten als koolmees en vliegenvangers. Maar het is zeker zo belangrijk om nestkasten met een kleinere invliegopening op te hangen, zodat de pimpelmees minder last heeft van concurrenten (die passen er namelijk niet in).
Om te voorkomen dat het nest geroofd wordt door roofdieren als katten en marters, is het raadzaam om hier maatregelen voor te treffen. Via bol.com zijn er diverse producten te bestellen die dit kunnen voorkomen. Je kunt een invliegpaaltje of een eekhoorn/marterkorfje erop monteren wat voorkomt dat roofdieren de invliegopening verder open maken en het nest roven.
Wanneer nestkasten ouder worden en het hout verweerd is, worden invliegopeningen makkelijker kapot te krijgen door roofdieren. Dit kan voorkomen worden door hier speciale invliegplaatjes op te monteren
Bouwtekening nestkast pimpelmees
Op onderstaande tekening zijn alle gegevens te zien voor het maken van een nestkast voor een pimpelmees. Op deze bouwtekening vind je de afmetingen van de nestkast, welke houtsoort je kunt gebruiken en een zaagschema om de juiste planken te zagen. Bij veel bouwmarkten kun je het hout meteen op maat laten zagen als je het koopt, dus neem de tekening zeker mee naar de bouwmarkt.
Bouwtekening nestkast pimpelmees (De Natuur van hier)
Als houtsoort kun je het beste beuken-, lariks- of eikenhout gebruiken. Daarnaast kan ook watervastmultiplex gebruikt worden. Als dikte raden we 15 millimeter aan. Let bij het kopen van het hout op het FSC-keurmerk. Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Eventueel kun je het dak afwerken met dakleer, zodat het hout minder te verduren krijgt en de kast langer mee gaat.
Bij het ophangen van de nestkast is het belangrijk om op een paar dingen te letten. Zorg er allereerst voor dat de nestkast stevig hangt, op circa twee meter hoogte. De nestkast kan het beste met de invliegopening richten het noorden, noordoosten of oosten gericht worden, zodat wind en felle zon vermeden worden. Let er daarnaast op dat de invliegopening goed bereikbaar is en katten en andere roofdieren er niet gemakkelijk bijkomen.
Indien je meerdere nestkastjes in de tuin op wil hangen, zorg er dan voor dat er genoeg ruimte is tussen de twee kasten in. Raadzaam is om zeker vijf meter er tussen te laten. Zorg er daarnaast voor dat er voldoende groen en voedsel te vinden is, voor meerdere broedsels tegelijk. In het najaar (rond oktober) is het tijd om de nestkast schoon te maken. Gebruik hiervoor geen schoonmaakmiddelen, maar alleen heet water. Hang de nestkast daarna meteen weer op, want soms worden ze in de winter gebruikt als rustplek.
Nestcamera
Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan.
Er zijn verschillende type camera’s, je vindt ze hier. Voor een nestkast dichtbij huis kun je aan de slag met de Wireless Bird Box Camera. Na de eenvoudige installatie kun je vanaf de bank met je mobiel de nestkast in de gaten houden! Op onderstaande video zie je acht jonge koolmezen die samen met een ouder de voedertafel in onze natuurtuin bezoeken. Met de Longe Range Wifi Camera van Green Backyard maakte we deze prachtige beelden. Hier vind je nog een aantal beelden gemaakt met de camera’s van Green Backyard.
In deze beelden, gemaakt met de Longe Range Wifi Camera van Geen Backyard, zie je acht jonge koolmezen die samen met een ouder de voedertafel in onze natuurtuin bezoeken (De Natuur van hier)
Veelgestelde vragen
Hoe lok ik een pimpelmees naar mijn tuin?
Zorg ervoor dat je de nestkast stevig ophangt, op circa twee meter boven de grond, met de invliegopening gericht op het noordoosten. Richt je tuin zo in dat er voldoende voedsel te vinden is en er een plek is waar vogels kunnen drinken.
Hoe maak ik een nestkast voor een pimpelmees?
Een nestkast voor een pimpelmees kun je maken van beuken-, lariks- of eikenhouten planken. De kast moet circa 16x16x28cm groot zijn met een invliegopening van 28mm. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.
Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een erg leuke soort om naar je tuin te lokken met een nestkast is de kauw. Kauwtjes worden vaak door mensen verguisd, maar zijn eigenlijk hele bijzondere, intelligente vogels. Het observeren van het gedrag van deze grappige vogels is echt een aanrader en reden genoeg om zelf een nestkast voor de kauw te maken.
Kauwen zijn overwegend zwart van kleur, met grijze accenten
De kauw (Corvus monedula)
De kauw is een vogel uit de familie kraaiachtigen die behoren te de orde van de zangvogels. Het is de kleinste uit de familie kraaiachtigen die in Nederland voorkomt, maar is toch nog best een forse vogel met een lengte van 34 tot 39 centimeter. Kauwen zijn overwegend zwart gekleurd, met grijze accenten. Het achterhoofd en de nek zijn lichtgrijs van kleur. Daarnaast valt het donkere, zwarte petje op. Mannetjes en vrouwtjes lijken veel op elkaar. Kauwtjes hebben een opvallende lichte iris, die bij juvenielen meer blauwig is.
De meeste kauwen zijn standvogels, wat betekent dat ze jaarrond in ons land verblijven. In de winter worden de aantallen echter aangevuld met individuen die meer noordelijk broeden. De ondersoorten Russische en Noordse kauw zijn dan ook soms in ons land te zien.
Kauwen kennen een gevarieerd dieet en kunnen bestempeld worden als alleseters. Het grootste deel van het menu bestaat echter wel uit ongewervelden, zoals insecten, spinnen en slakken. Verder worden er ook bessen, zaden en fruit gegeten. Ze zijn daarnaast ook soms aaseters en in de buurt van mensen wordt ook menselijk afval gegeten. Opmerkelijk aan kauwtjes is dat ze eten met elkaar delen, een kenmerk van een hoge sociale band die ze onderling met elkaar hebben.
Kauwtjes laten zich regelmatig in tuinen zien
In tegenstelling tot de andere kraaiachtigen maken kauwen hun nest niet in grote gebouwde nesten in bomen, maar zijn het echte holenbroeders. Ze broeden tussen april en juni en leggen dan meestal drie tot acht eieren. In de meeste gevallen houden ze het bij één legsel per jaar. De broedtijd bedraagt zeventien tot negentien dagen. Als de juvenielen zijn uitgekomen, blijven ze nog ongeveer een maand op het nest, voordat ze uitvliegen. Wanneer ze uitgevlogen zijn, worden ze nog een maand door de ouders bijgevoerd en blijven ze in de buurt van het nest.
Nestkast kauw
Zoals gezegd zijn kauwen holenbroeders. Ze nestelen vaak in holen van bomen, in openingen in muren, in schoorstenen en onder dakpannen van huizen of schuren. Soms broeden ze zelfs in konijnenholen. Ook de nestkasten gemaakt voor bosuilen en torenvalken worden regelmatig gekaapt. Ze broeden vooral in bebouwd gebied, verder ook in bossen en meer open landschappen, maar veel minder.
Een zelfgemaakte nestkast voor kauwtjes. Als houtsoort is watervast multiplex gebruikt en het dakje is afgewerkt met dakleer, voor een langere levensduur (De natuur van hier)
Bouwtekening nestkast kauw
Het ophangen van een nestkast in een geschikte tuin is een goed idee, aangezien de kauw vrij algemeen broedt in ons land. Belangrijk bij het maken en plaatsen van een nestkast is dat er vooraf wel over een aantal dingen goed wordt nagedacht. Op onderstaande afbeelding is een bouwtekening zichtbaar voor het maken van een nestkast voor kauwtjes. Hierop staan alle afmetingen, invliegopening en een zaagschema om de nestkast te kunnen maken
Bouwtekening nestkast kauw (De natuur van hier)
Wij raden aan om als houtsoort beuken-, lariks- of eikenhout, van 15mm dik te gebruiken. Dit is hardhout wat erg duurzaam is en wat lokaal geproduceerd wordt. Let bij het kopen ook op het FSC-keurmerk. Watervast multiplex kan ook gebruikt worden. Onderaan de tekening staat een zaagschema. Bij veel bouwmarkten kun je het hout al op maat laten zagen. Vergeet de tekening dus niet als je hout gaat halen.
Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Eventueel kun je het dak afwerken met dakleer, zodat het hout minder te verduren krijgt en de kast langer mee gaat.
Ook bij het ophangen van de nestkast is het zaak enkele regels in acht te nemen. Zorg ervoor dat de nestkast in een grote, stevige boom wordt opgehangen en zorg dat de invliegopening vrij is van hinderlijke takken en bladeren. Een kauwenkast is niet geschikt voor iedere tuin. Kauwen zijn grote dieren en hebben rondom de kast enige rust nodig wanneer de jongen geboren zijn. In kleine tuinen zonder voldoende groen zal er dan ook weinig kans zijn op het lokken van een kauw naar de nestkast.
Zorg ervoor dat de nestkast stevig wordt opgehangen, zodat deze ook met stormachtig weer goed blijft zitten. De nestkast dient op minimaal drie meter hoogte te worden opgehangen en de invliegopening dient niet op het zuidwesten gericht te zijn, zo houd je de meeste wind en regen buiten. Zorg er tot slot voor dat de nestkast niet de gehele dag in de zon hangt en niet in de buurt van andere (grote) vogelsoorten. Meerdere nestkasten van kauwen bij elkaar in de buurt zou wel kunnen, ze broeden graag in de buurt van soortgenoten.
Tot slot
De kauw is bij de meeste mensen niet de eerste keuze als ze een nestkast gaan maken. Kauwtjes worden over het algemeen als ongewenst gezien in tuinen, maar dat is wat ons betreft niet juist. Wie de tijd neemt om de kauw aandachtig te bestuderen zal zien dat het zeer interessante vogels zijn, met fascinerend gedrag en een hoog ontwikkelde sociale structuur. Deze vogels in je eigen tuin zien broeden is een absolute aanrader.
Geen zin om zelf te klussen? Kies dan voor een kant-en-klare nestkast om de kauw naar je tuin te lokken. Via deze link (bol.com) is een stevige, duurzame nestkast voor de kauw te bestellen. Naast deze nestkast zijn andere nestkasten gemaakt voor bosuilen ook geschikt voor kauwen.
Veelgestelde vragen
Hoe lok ik een kauw naar mijn nestkast?
Zorg ervoor dat je de nestkast stevig in een grote boom hangt, op ongeveer drie meter hoogte. Zorg ervoor dat de invliegopening niet naar het zuidwesten gericht is en dat deze vrij is om in te vliegen. De nestkast mag niet de hele dag in de zon hangen.
Hoe maak ik een nestkast voor een kauw?
Een nestkast voor een kauw maak je het beste van beuken-, eiken- of larikshout. Ook watervast multiplex is geschikt. Gebruik bij voorkeur vijftien millimeter dik hout en rvs schroeven. De nestkast moet 23x23x45 centimeter groot zijn, met een invliegopening van twaalf centimeter. Gebruik bovenstaande bouwtekening (inclusief zaagschema) om er zelf een te maken.
Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deze blog lees je wat er allemaal gebeurde in de lente!
27 juni 2023
In onze vorige blog, bijna vier maanden geleden, was het winter en was het relatief rustig in de natuurtuin. In deze periode hadden we ook weinig tijd om werkzaamheden uit te voeren in de tuin, en bleef het bij het ophangen van een vleermuizenkast, het plaatsen van een egelhuis en het bouwen en ophangen van een kauwenkast. In deze blog gaan we kijken naar de lente die zijn intrede doet, met de explosie van leven tot gevolg.
Zonsondergang in het vroege voorjaar (Sandra Krol – De natuur van hier)
Aanleggen van een poel
Voordat we meer kunnen vertellen over die explosie van leven, is het zaak om een van de oorzaken hiervan te bespreken. Een van onze grootste wensen was het aanleggen van een (of meerdere) poel(en) en begin maart namen we het besluit te beginnen met het maken van een klein poeltje, achter in de tuin. Het doel was om een klein poeltje te realiseren op een beschutte plek voor de voortplanting van kikkers, padden en salamanders en een drinkplaats voor vogels te creëren.
De grond die vrij kwam uit het gegraven gat, hebben we gebruikt om naast de poel een kleine heuvel te maken die we hebben ingezaaid met een inheems éénjarig akkermengsel. We hebben daarnaast enkele dode takken rechtop gezet rondom de poel, wat vogels kunnen gebruiken om veilig bij de poel te kunnen landen.
Een witte kwikstaart is een van de eerste bezoekers bij de pas aangelegde poel (De natuur van hier)
Kikkerdril bruine kikkers
Via via konden we een aantal hompen kikkerdril krijgen. Deze lagen nu in een verwaarloosd zwembad waar een kleine laag water in stond. Het opknappen van het zwembad stond in het voorjaar op de planning, dus de dril had er geen kans van slagen. Ondanks dat onze poel nog in de opstartfase zat, hebben we het aangedurfd om de kikkerdril in onze poel zich verder te laten ontwikkelen. En dat gebeurde.
Een van de hompen kikkerdril (De natuur van hier – Sandra Krol)
Het feit dat de poel net enkele weken oud was en er nog nauwelijks macrofauna (belangrijk voedsel voor kikkers) in te vinden was, was natuurlijk een risico. Daarnaast zouden de kikkervisjes voor een grote onbalans in de poel zorgen. Maar dat is natuurlijk nog altijd beter dan in een verwaarloosd zwembad wachten totdat deze wordt aangepakt, met alle gevolgen van dien.
Kikkervisjes
Kikkervisjes warmen op in het ondiepe stuk van de poel (De natuur van hier – Sandra Krol)
Na enkele weken zagen we de eerste kikkervisjes rondzwemmen. Eerst een paar, toen tientallen, vervolgens honderden en op het laatst misschien wel meer dan duizend kikkervisjes. Een explosie van nieuw leven, naarstig op zoek naar voedsel om zich verder te kunnen ontwikkelen. Omdat er in de poel nauwelijks wat te vinden was, moesten we met een creatieve oplossing komen. De daarop volgende weken hebben we iedere dag twee keer de kikkervisjes gevoerd met visvoer en gedroogde meelwormen.
Een kikkervisje samen met een gemetamorfoseerde kikker (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)
En met succes. Na verloop van tijd zagen we het eerste mini-bruine kikkertje dat aan land kroop. Geen staart meer, maar twee achterpoten. Geen dikke kop meer, maar een slank hoofd en een lichaam met een kleurenpatroon dat steeds meer lijkt op dat van de adulte kikkers. Iedere dag kwamen er meer kikkers het water uit gesprongen. Een prachtige levenscyclus in de natuur om van zo dichtbij mee te maken.
Een van de eerste bruine kikkers die na de gedaantewisseling het water uitkomt (De natuur van hier – Sandra Krol)
Vogels, vogels en nog eens vogels!
Naast kikkers was er nog een soortgroep die zich volop heeft ontwikkeld de afgelopen maanden in onze natuurtuin: vogels. Waar we bij de eerste blog nog schreven dat er nauwelijks vogels in de ‘natuurtuin’ aanwezig waren, is dit na pakweg acht maanden totaal anders.
Koolmezen, pimpelmezen, vinken, distelvinken, zwarte roodstaarten, eksters, Turkse tortels en houtduiven zijn vaste gasten in de tuin en hebben allen hun eigen plek gevonden. De mussenfamilie die zich vorig jaar nog ophield in het struweel bij de overburen lijkt ook definitief de straat over gestoken te zijn. Daarnaast laten de zwarte kraaien, kauwen, spreeuwen, grote bonte- en groene spechten zich regelmatig zien. Zelfs de buizerd hebben we een paar keer aangetroffen op het dak van de schuur.
Een kakofonie aan geluiden
Er is dan ook regelmatig een kakofonie aan vogelgeluiden te horen in de tuin. Zeker in het voorjaar, wanneer de mannetjes de vrouwtjes proberen te versieren met hun mooiste zang. Door hier goed naar te luisteren en opnames te maken met de Merlin Bird ID app, ontdekten we ook de vogels die zich niet zo snel laten zien.
Grasmus – Sylvia communis
Grasmussen zijn onopvallende vogeltjes, maar de zang is daarentegen wel heel opvallend (Saxifraga – Mark Zekhuis)
Een van die onopvallende vogels is de grasmus. Grasmussen houden zich voornamelijk op in struweel of in de zoomvegetatie aan de rand van een bos. Ze gebruiken vervolgens enkele hogere bomen om hun prachtige zang zo ver mogelijk te laten reiken. Dat is ook het moment dat je ze kunt zien. Je kunt ze herkennen aan de witte keelvlek en de grijsachtige kopkap (vooral bij mannetjes duidelijk zichtbaar). Een ander opvallende kenmerk is de roestoranje vleugel. Hieronder hoor je de grasmus in onze tuin zingen.
Zang grasmus (De natuur van hier)
Kakofonie
Veel vogels in je tuin, betekent in het voorjaar ook veel vogelgeluiden. Naast de prachtige zang van de grasmus lieten nog tientallen vogels in de ochtend- en avonduren hun gezang horen. In onderstaande opname zijn maar liefst twaalf soorten te horen; de merel, zwartkop, vink, boerenzwaluw, grasmus, geelgors, boomkruiper, tjiftjaf, Turkse tortel, distelvink, koolmees en winterkoning!
Zang van diverse vogels (De natuur van hier)
Succesvolle broedsels
Al dat gezang heeft er uiteindelijk ook voor gezorgd dat er paartjes gevormd zijn. Enkele weken later zagen we namelijk meerdere bezette nestjes in onze tuin. De koolmezen hadden een nestkastje gevonden die we hadden opgehangen aan de achterkant van het tuinhuisje. De tortels hadden daarentegen een nest, op een ongemakkelijk uitziende plek, in de grote schuur gevonden. Beide soorten hebben met het eerste legsel van het jaar succesvol twee jongen op de wereld gebracht.
Later werden we nog verrast met enkele juveniele zwarte roodstaarten. Deze hielden zich in de schuur op en hebben daar schijnbaar ook een nestje gehad.
De Turkse tortels hadden een succesvol eerste legsel van het jaar (Mickeal Kurvers – De natuur van hier)
Resultaten en planning
Uiteraard hebben we ook dit kwartaal weer de nieuwe soorten bijgehouden. Het vorige totaaloverzicht hebben we herzien en hier wat nieuwe gegevens in gezet. We kijken niet meer naar soorten in en rondom de tuin, maar hebben het enkel nog over soorten in de tuin. Hierbij tellen we bij planten en kleinere dieren enkel de soorten die we daadwerkelijk in de tuin hebben. Bij vogels en zoogdieren rekenen we alle soorten die we vanuit onze tuin kunnen zien. Daarnaast rekenen we uiteraard de plantensoorten die we aangeplant en ingezaaid hebben niet mee.
Soortenoverzicht natuurtuin 27-06-2023 (De natuur van hier)
In totaal hebben we nu 200 soorten waargenomen. Bij de vorige blog, een kleine vier maanden geleden, waren dit er nog 127. Een mooie stijging dus. Deze 200 soorten zijn verdeeld over 113 verschillende families en zijn ingedeeld in 17 soortgroepen. De twee soortgroepen die we nog steeds het meeste waarnemen zijn vogels en planten. We hebben daarnaast een grafiek toegevoegd die aangeeft hoe vaak we een zeldzaamheid waarnemen. Zoals je ziet is het overgrote deel van de waarnemingen algemeen voorkomend (volgens classificatie waarneming.nl). De data is overigens tot stand gekomen met behulp van de website waarneming.nl.
Planning
De komende periode staan er vooral wat onderhoudsklussen op de planning. Wellicht dat we aan een project beginnen dat iets te maken heeft met een plantenfilter en een stapelmuurtje. Over een kwartaal zullen we de voortgang van onze natuurtuin in ontwikkeling weer delen.
Disclaimer: in deze terugkerende blog spreken we over een natuurtuin. Echter is dit niet een standaard tuin waar de meest mensen aan denken bij het woord tuin. Het grootste deel van het perceel wordt aangeplant met uitsluitend inheemse soorten, die terugkeren in het omliggende landschap. Hier laten we de natuur vervolgens zoveel mogelijk haar gang gaan.
Of je nou een grote of een kleine tuin hebt, je kunt er hoe dan ook een natuurparadijs van maken. Natuurtuinen verschillen van gebruikelijke tuinen, doordat er minder beheer wordt toegepast en er meer ruimte is voor wilde, lokale flora en fauna. In deze blog geven we je de beste tips om van jouw tuin een natuurtuin vol leven te creëren.
Een natuurtuin kenmerkt zich door het gebruik van veelal inheemse soorten en een op den duur extensief beheer. Het is een tuin waar oog is voor biodiversiteit, rommelige hoekjes, plek voor mens en dier en waar een hart is voor flora en fauna.
Een natuurtuin levert prachtige, magische beelden op
Het woord zegt het eigenlijk al: een natuurtuin is een tuin met ruimte voor de natuur en haar natuurlijke processen. Met het liefst zo weinig mogelijk ingrijpen. Een natuurtuin kan verschillende formaten hebben en kenmerkt zich door veel groen, verschillende soorten (inheemse) planten en met ruimte voor mens en dier. In deze blog vertellen we je meer over het beheer en de aanleg van een natuurtuin.
Beheer van een natuurtuin
Over het beheer van een natuurtuin kunnen we eigenlijk vrij kort zijn: in het begin is hard werken, daarna wordt je tuin steeds onderhoudsvrijer en tegelijkertijd vergroot je de biodiversiteit. Hieronder lichten we het beheer toe van verschillende onderdelen van een natuurtuin en de keuzes die je daarin kunt maken.
Veel mensen streven een keurig gazon na. Dat wil zeggen dat er met regelmaat wordt gemaaid, waardoor het er strak en ‘netjes’ bij ligt. Met een natuurtuin moedigen we je juist aan om de grasmaaier lekker te laten staan. Of in ieder geval minder vaak te pakken. Wanneer je andere soorten de kans geeft om zich te ontwikkelen, zul je zien dat je allerlei kruiden en bloemen in je tuin krijgt. De eerste tijd zal vooral gras domineren, maar door het verschralen van de bodem (op gezette momenten maaien en het maaisel afvoeren) komen de kruiden en bloemen meer op. Maai gefaseerd, zodat niet ineens het leefgebied voor kleine dieren verdwijnt. En maai van binnen naar buiten, zodat dieren kunnen vluchten en niet klem worden gereden.
Madeliefje is een van de soorten die je vaak als een van de eerste ziet opkomen wanneer je je gras een tijdje niet maait
Om de natuur een handje te helpen, kun je ervoor kiezen om (een deel van) je tuin in te zaaien met een inheems bloemenmengsel. Er zijn veel verschillende soorten. Wat van belang is om op te letten:
Kies voor inheemse soorten. Exoten kunnen onze eigen soorten overwoekeren, waar planten, insecten en vogels veel last van kunnen hebben.
Let erop dat het zadenmengsel biologisch geproduceerd is. Dan weet je zeker dat er geen gif, pesticiden of andere rommel in zit. Gif in zaden en gewassen heeft invloed op een groot deel van de voedselketen. Vogels eten zo bijvoorbeeld vergiftigde insecten, die op hun beurt gif binnen krijgen door het eten van de planten uit het mengsel.
Biologisch gekweekt bloemenmengsel
Via Vivara Natuurproducten zijn er twee mengsels te bestellen van biologische inheemse bloemenzaden. Deze mengsels zijn door Natuurmonumenten samengesteld en zijn speciaal bedoelt voor insecten en voor vlinders. Met deze mengsels weet je dus zeker dat je iets goeds doet voor de biodiversiteit!
Mos is ook iets wat veel mensen liever niet in hun tuin zien. Wij pleiten er voor om dit juist lekker te laten staan. Mossen horen uiteraard ook in een ecosysteem. Mos houdt vocht beter vast dan gras, ze zijn een goede basis voor het ontkiemen van vruchten en zaden en er leven talloze insecten in.
Tegelparadijs of groen?
Groen, natuurlijk! De laatste jaren zie je bij veel tuincentra en gemeentes het initiatief ’tegel eruit, plant erin’. Het idee is simpel: vervang een tegel (het liefst meer) door een plant. Het helpt niet alleen insecten en vogels, maar door meer groen in je buurt heb je ook minder last van hitte in de zomer en wateroverlast tijdens hoosbuien. In datzelfde kader is het ook een goed idee om je platte dak om te toveren naar een sedumdak. Ga van tevoren na of je dakconstructie dit aan kan.
Tegels die je eruit haalt, kun je op een eenvoudige manier hergebruiken. Door de tegels bijvoorbeeld door midden te slaan en te stapelen, kun je een stapelmuur maken voor bijvoorbeeld een border. Duurzaam en ook weer goed voor de biodiversiteit, want er gaan allerlei kleine planten tussen de stenen groeien. Daarnaast zullen insecten, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën hier bijvoorbeeld schuilplekken vinden.
In onze vorige tuin hebben we de stoeptegels uit de voortuin (50 m2) hergebruikt. Door ze door midden te slaan en te stapelen, hebben we twee verhoogde borders gecreëerd. Tussen de kieren kun je zelf planten zetten of afwachten wat er uit zichzelf komt(De natuur van hier)
Gebruik geen gif
Wanneer je toch tegels moet of wil laten liggen in je tuin, kun je ervoor kiezen om het (kleine) onkruid en mos wat er tussen groeit, te laten staan. Dit scheelt jezelf waarschijnlijk veel tijd -en een zere rug- en de natuur is je dankbaar. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen om het onkruid weg te halen. Ook schoonmaakazijn kun je beter laten staan. Dat is namelijk ontzettend slecht voor de bodem en het bodemleven. Op de grond kun je bodembedekkers planten, zodat het dichtgroeit en een geheel wordt. Verder kun je ook je definitie van onkruid heroverwegen. Hoe meer planten je als onkruid ziet die verwijderd moeten worden, hoe meer werk je hebt.
Laat het ‘onkruid’ lekker staan. Het scheelt je tijd en het is beter voor de natuur
Maak het jezelf makkelijk
… en doe vooral niet teveel. Naast het minder maaien en onkruid laten staan, roepen we je ook op om je tuin niet zo netjes te maken. Laat hoekjes of bepaalde stukken rommelig worden. Je hoeft daar geen bladeren te vegen, oude potten op te ruimen enzovoorts. Kleine zoogdieren en insecten zijn dol op rommelhoekjes. Het biedt ze beschutting en voedsel. Daarnaast ontstaan rommelhoekjes vaak in hoeken waar je zelf niet vaak komt of bezig bent, waardoor dieren er rust hebben. Verwelkte en dode planten geven kleine dieren schuilmogelijkheden voor de winter, dus die kun je laten staan. In het voorjaar knippen en snoeien is vroeg genoeg.
Egels zijn een goed voorbeeld van een soort die veel belang hebben bij rommelhoekjes. Zo kunnen ze in een hoop bladeren hun winterslaap houden
Aanleg van een natuurtuin
Als je bovenstaande informatie over het beheer van een natuurtuin hebt gelezen en het spreekt je aan, kun je gaan nadenken over hoe je je natuurtuin wil aanleggen. In dit hoofdstuk nemen we je mee in de wereld van flora en fauna.
Flora
Wanneer je kiest voor inheemse plantensoorten in je natuurtuin, weet je zeker dat je de biodiversiteit daarmee helpt. Inheemse soorten komen van nature voor in ons land. Exoten kunnen inheemse soorten verdringen, waardoor onder andere het voedselaanbod voor dieren vermindert.
Heb je een grotere tuin? Dan kun je kiezen tussen verschillende typen begroeiing. Wissel af met hoge en lage soorten, zodat er structuur ontstaat. Kies ook voor voldoende verschillende soorten. Het mooist is om in ieder seizoen van het jaar bloeiende planten te hebben. De insecten hebben op die manier jaarrond voedselaanbod.
Braam is een veelzijdige soort. Ze bieden beschutting en voedsel. Bramen worden vaak onterecht als ongewild beschouwd, maar met goed beheer is het een mooie toevoeging in je natuurtuin
En heb je nou echt een serieus formaat tuin, dan is een voedselbos(je) nog een goed idee. Je kiest dan voor vruchtdragende bomen en planten, zoals een notenboom, fruitboom, bessenstruiken enzovoorts. Vogels, insecten en kleine zoogdieren hebben hier ook belang bij. Mocht je tuin wat kleiner zijn, kun je wellicht wat kleine boompjes of struiken in potten kwijt. In een kleinere tuin kun je ook verticaal tuinieren. Door te kiezen voor inheemse klimplanten als wilde kamperfoelie, klimop en hop zorg je voor een geurende, bloeiende verticale tuin.
Biologisch gekweekte planten
Het belang van het gebruiken van biologisch gekweekte planten in je tuin is enorm. Planten uit gangbare tuincentra zitten vaak vol met verschillende soorten pesticiden die enorm schadelijk kunnen zijn voor insecten en andere dieren. Insecten die op de nectar van de bloemen af komen krijgen de pesticiden in hun lijf, wat ernstige gevolgen kan hebben voor ze. Zo zijn er pesticiden die het zenuwstelsel aantasten en van sommige pesticiden leidt het zelfs tot de dood. Dit gift werkt door in het milieu en komt vanzelf bij andere en grotere soorten terecht (insectenetende vogels bijvoorbeeld). Kies daarom dus altijd voor biologisch gekweekt. Sprinklr en Vivara Natuurproducten hebben een groot assortiment aan biologisch gekweekte planten. Deze planten zijn daarnaast ook nog eens van zeer goede kwaliteit en groeien goed vanaf de start. Zo staat je border dus binnen een mum van tijd vol met prachtige, gifvrije planten en bloemen!
Er zijn veel planten waar bijen en hommels gek op zijn. Ook insecten kunnen helaas wel wat hulp van ons gebruiken. In onze blog over bijen en vlinders vertellen we er meer over en geven we suggesties voor plantensoorten die goed zijn voor insecten.
Je kunt bijvoorbeeld boerenwormkruid aanplanten of laten staan. Hier maak je allerlei soorten insecten blij mee, waaronder de wormkruidbij
Vaak wordt gedacht dat een tuin met veel planten veel onderhoud betekent. Het omgekeerde is waar: hoe meer planten, hoe minder onderhoud. En hoe meer tegels of gazon, hoe meer onderhoud. Wanneer je planten groter worden en meer ruimte innemen, krijgen ongewenste soorten minder licht en daarmee minder kans om te groeien. Heb geduld, geef het tijd en wacht tot het moment komt waarop jouw natuurtuin zichzelf onderhoudt.
Landschapselement: een (gemengde) haag
Door het planten van een (liefst gemengde) haag, bied je vogels en insecten nest- en schuilmogelijkheden. In een gemengde haag kun je ook klimplanten (zoals hop en kamperfoelie) verwerken. Hagen snoei je in een A-vorm, zodat de onderkant van de heg ook licht krijgt om te groeien. Wanneer je niet te vaak snoeit, komen soorten als meidoorn en sleedoorn tot bloei. Zij bloeien al vroeg in het jaar en voorzien insecten daarmee van de eerste broodnodige nectar in het nog koude seizoen. Onder de heg kun je bloembollen planten, die ook al vroeg bloeien. Alles over de aanleg van een gemengde haag lees je hier.
Het snoeien van planten, struiken, hagen en bomen doe je uitsluitend buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is van ongeveer 15 maart tot 15 juli. Echter broeden vogels ook voor en na die tijd. Vooraf controleer je of er geen broedsels of jonge dieren aanwezig zijn. Snoei waar het kan gefaseerd, zodat niet ineens het gehele leefgebied van kleine dieren verdwijnt.
Landschapselement: een poel
Niet alleen kleine zoogdieren en insecten zijn blij met een waterplek, maar ook amfibieën zullen erop af komen
Naast een gemengde haag kun je er ook voor kiezen om een poel aan te leggen. Met het aanbod van water help je de biodiversiteit enorm. Er kunnen kleine zoogdieren, vogels, insecten zoals juffers en libellen en amfibieën op af komen. Sommige soorten enkel om te drinken, andere soorten hebben water nodig om zich voort te planten. Hoe dan ook is het een prachtig gezicht om het leven rondom de poel te kunnen observeren. Je zult verbaasd zijn hoe snel een poel ontdekt wordt. Jeuken je handen al om te beginnen? Lees hier alles over het aanleggen van een poel. En let ook hier op het gebruik van inheemse vijverplanten.
Wij hebben zelf ook een poel aangelegd en ook gekozen voor een gemengde haag en struweel. Je kunt hier de vorderingen van onze natuurtuin volgen.
Fauna
Zoals je in deze blog hebt kunnen lezen, help je veel verschillende diersoorten met een natuurlijkere tuin. In het begin is de tuin nog kaal en heeft het tijd nodig om te groeien. Wil je dieren extra helpen? Hieronder hebben we enkele tips voor je op een rijtje gezet:
Hang nestkasten op. Deze kun je online kopen, maar je kunt ze ook zelf maken. We hebben een aantal bouwtekeningen voor je om mee aan de slag te gaan. Let op duurzaam hout.
Creëer schuilmogelijkheden voor dieren. Dit kunnen nestkasten, egelhuisjes, insectenhotels of simpelweg wat hopen bladeren of een takkenril zijn.
Zorg voor waterplekken. Je kunt ergens waterschalen ophangen of neerzetten, maar een vijver of poel zijn ook mogelijkheden. Haal waterschalen in de winter tijdelijk weg, zodat de veren van vogels niet bevriezen wanneer het vriest.
Wil je nog meer vogels in je tuin krijgen? Lees dan onze blog met tips daarover. De merel is een van de vogels die ook wel jouw helpende hand kan gebruiken.
Elke soort vogel verlangt een ander type nestkast. Nestkasten bieden schuil- en broedmogelijkheden. Klik hier voor onze bouwtekening voor een nestkast voor de spreeuw
Tot slot
Wat heb jij allemaal voor een maatregelen genomen om van jouw tuin een natuurtuin te maken? Laat het ons weten in de comments hieronder, of tag ons op je favoriete social media kanaal (@denatuurvanhier)!
Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!
Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een erg leuke soort om naar je tuin te lokken met een (of het liefst meerdere) nestkast(en) is de spreeuw. Het is een van de meest voorkomende broedvogels in Nederland en een fantastische vogel om naar te kijken. Zeker als ze zich in het najaar in groepen verzamelen en hun prachtige show in de lucht opvoeren. Reden genoeg dus om een nestkast voor de spreeuw op te hangen.
De spreeuw is een vogel uit de familie van de spreeuwen en de orde van de zangvogels. Deze 19 tot 22 centimeter grote vogel is overwegend zwart gekleurd met een paarsgroene glans in het verenkleed. Ze hebben daarnaast een gespikkeld lichaam. Ze hebben een spitse snavel die in het broedseizoen geel is, maar verder in het jaar donker van kleur. Jonge vogels zijn bruinachtig, met een lichtgekleurde keelstreek.
Spreeuwen leven in groepen. Ze komen voor in grasvelden en tuinen, maar ook in parken in steden. Ze zijn dus breed georiënteerd, en wellicht daarom een van de meest algemene broedvogels in Nederland. Ondanks dat ze het jaarrond in Nederland te zien zijn, zijn het echte trekvogels. In de wintermaanden zijn in Nederland de individuen te zien die het broedseizoen noordelijker hebben.
Spreeuwen hebben in het broedseizoen een gele snavel. De rest van het jaar is deze donker gekleurd. Hormonen zorgen ervoor dat de snavel in het voorjaar van kleur verandert
Een opvallende vogel
Spreeuwen staan natuurlijk het meest bekend om hun ongeëvenaarde luchtshows. In het najaar verzamelen grote zwermen spreeuwen zich, nabij de slaapplaatsen. Ongeveer een uur voor zonsopgang vliegt de grote zwerm spreeuwen op en voeren een kunstzinnige dans op in de lucht. Een prachtig natuurfenomeen om waar te nemen.
Daarnaast zijn spreeuwen erg goede imitators. Deze eigenschap is bij spreeuwen niet aangeboren, maar wordt wanneer ze jong zijn aangeleerd door de ouders. Onder andere buizerds, spechten en zelfs kikkers en zoogdieren worden tot in perfectie geïmiteerd.
Voedsel en voortplanting
De belangrijkste voedselbron voor spreeuwen zijn insectenlarven. Het zijn echter eigenlijk alleseters. Naast insectenlarven eten ze ook spinnen, sprinkhanen, mieren, kevers en andere soorten insecten. Ze zijn echter het meest dol op emelten en engerlingen die in de graszoden van grasvelden zitten. Met hun spitse snavel pikken ze deze insectenlarven moeiteloos uit het gras. In de wintermaanden, wanneer er minder insecten te vinden zijn, voeden ze zichzelf ook met fruit.
Doordat spreeuwen zo graag emelten en engerlingen uit het gras plukken, worden ze gezien als natuurlijke bestrijders van deze insectenlarven op sportvelden zoals golfterreinen en voetbalvelden. Emelten en engerlingen kunnen grote schade aanbrengen aan sportvelden omdat ze de grassprieten eten en zo hele sportvelden kaal kunnen vreten. Spreeuwen bieden hiervoor dus een uitkomst. In 2016 deed de KNVB (de nationale voetbalbond) zelfs een oproep, om rondom voetbalvelden meer spreeuwen nestkasten te hangen. Bij een aantal golfterreinen was namelijk bewezen dat dit het aantal emelten en engerlingen in het gras serieus liet dalen. Daarnaast zijn spreeuwen vaak eerder aanwezig dan de kauw en zwarte kraai. Dit is gunstig voor sportveldbeheerders, omdat kraaiachtigen met hun grote snavels schade kunnen aanrichten aan het gras.
Spreeuwen zijn natuurlijke bestrijders van emelten en engerlingen op veel sportvelden
Voortplanting
Spreeuwen broeden in de periode tussen april en juni. Soms volgt er later in het jaar nog een tweede legsel. Per legsel worden er vier tot zes eieren gelegd. Ze broeden ongeveer twaalf dagen, waarna de jongen uit het ei komen. Na circa 20 dagen vliegen de jongen uit, maar ze worden daarna nog een tijdje bijgevoerd door de ouders. Het mannetje is overigens grotendeels verantwoordelijk voor de bouw van het nest.
Nestkast spreeuw
Het broeden doen spreeuwen graag met meerdere broedparen bij elkaar, ondanks dat het geen echte koloniebroeders zijn. Bomen, kieren en spleten in gebouwen en speciaal gemaakte nestkasten kunnen uitstekende broedplaatsen zijn. Ze broeden graag op hoogte. Broedplaatsen boven de zeven meter hoogte zijn niet uitzonderlijk.
Ondanks dat de spreeuw een van de meest algemene broedvogels in Nederland is, gaan de aantallen de laatste jaren hard achteruit. De intensivering van de landbouw, wat het bodemleven ernstig aantast (en daarmee het voedsel van de spreeuw), is daarvoor de belangrijkste reden. Daarnaast kunnen spreeuwen lastiger geschikte nestlocaties vinden in verstedelijkt gebied. Het plaatsen van nestkasten is daardoor een effectieve maatregel in de bescherming van de spreeuw.
Het gaat niet zo goed met de spreeuwen in Nederland. Sinds de jaren ’70 nemen de aantallen al af (De Natuur van hier)
Bouwtekening nestkast spreeuw
De nestkast, en de plaatsing daarvan, moet wel aan een aantal eisen voldoen voordat deze geschikt is. Op onderstaande afbeelding is een bouwtekening zichtbaar voor het maken van een nestkast voor spreeuwen. Hierop staan alle afmetingen, invliegopening en een zaagschema om de nestkast te kunnen maken. Wanneer je de nestkast klaar hebt, kun je deze het beste zo hoog mogelijk, maar minstens 2,5 meter hoog ophangen. Plaats de nestkast op een stevige plek, tegen een grote oude boom of een gevel. Hang wanneer mogelijk twee of drie nestkasten bij elkaar. Zorg dat de invliegopening naar het noorden of oosten gericht is en dat deze vrij toegankelijk is.
Bouwtekening nestkast spreeuw(De natuur van hier)
Wij raden aan om als houtsoort beuken-, lariks- of eikenhout, van 15mm dik te gebruiken. Dit is hardhout wat erg duurzaam is en wat lokaal geproduceerd wordt. Let bij het kopen ook op het FSC-keurmerk. Watervast multiplex kan ook gebruikt worden. Onderaan de tekening staat een zaagschema. Als je hout haalt bij de bouwmarkt kan het zijn dat ze een zaagafdeling hebben. Hier kun je soms kosteloos je hout al in de juiste maten laten zagen. Neem je tekening dus mee als je naar de bouwmarkt, het scheelt je wellicht wat zaagwerk!
Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Bij de bouwmarkt kun je hout en schroeven halen voor je nestkast. Als je nog hout overhoudt, gooi dit dan niet weg! Dit kun je in de toekomst gebruiken om een andere nestkast te maken.
Heb je geen zin om zelf te klussen, maar koop je liever een kant-en-klare kast? Dat kan via deze link (Vivara Natuurproducten). Deze nest is gemaakt van houtbeton en daardoor erg duurzaam. Het heeft daarnaast een isolerende werking, dus zorgt voor een ideaal klimaat in de nestkast.
Nestcamera
Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan. Ze hebben verschillende types camera’s, wij gebruiken de Longe Range Camera, deze heeft een bereik tot 180 meter! Op onderstaande video zie je een groepje spreeuwen die een torenvalk nestkast onderzoeken (gefilmd met de Longe Range Camera).
Spreeuwen onderzoeken een torenvalk nestkast (De Natuur van hier)
Zorg ervoor dat je nest stevig en hoog in een boom of aan een gevel hangt, het liefst twee of drie bij elkaar. De invliegopening moet vrij zijn en in de omgeving moet een grasveld aanwezig zijn waar ze insectenlarven kunnen vinden.
Hoe maak ik een nestkast voor een spreeuw?
Een nestkast voor een spreeuw maak je het beste van beuken- of eikenhout. De nestkast moet 25x22x30 centimeter groot zijn, met een invliegopening van 4,5 centimeter (diameter). Maak gebruik van bovenstaande bouwtekening, inclusief zaagschema.
Inheemse vijverplanten zijn onmisbaar voor een gezonde, natuurlijke vijver. Veel vijvers worden tegenwoordig aangeplant met exotische planten, wat vaak leidt tot invasief gedrag, onvoldoende nectar voor insecten en slecht groeiende planten. Inheemse waterplanten zorgen juist voor een ecologische balans, waardoor je vijver bruist van leven. Door te kiezen voor soorten van eigen bodem ondersteun je niet alleen je eigen tuin, maar ook de natuur in de directe omgeving. In deze blog leggen we uit waarom inheemse vijverplanten zo belangrijk zijn voor biodiversiteit, welke soorten geschikt zijn en geven we de beste tips per vijverzone. Met deze tips creëer je een natuurlijke vijver met optimale waterkwaliteit én volop biodiversiteit.
Wil je een natuurlijke vijver vol leven? Dan zijn inheemse vijverplanten onmisbaar. Inheemse vijverplanten hebben als voordeel ten opzichte van uitheemse vijverplanten dat ze beter zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Daarnaast zijn de inheemse insecten en andere dieren veel beter aangepast aan het inheemse planten, waardoor ze er meer van profiteren. Hoe profiteren ze dan? Inheemse insecten weten wanneer inheemse vijverplanten in bloei staan, hoelang ze bloeien en hoe ze bij de nectar in de bloem kunnen komen. Hiermee ondersteunen inheemse vijverplanten de lokale voedselketen en zorgen ze ervoor dat insecten kunnen floreren in je tuin. Watermunt is bijvoorbeeld zo’n inheemse waterplant die veel nectar produceert, wat zeer geliefd is bij bijen, hommels en vlinders. Inheemse insecten zijn vaak gespecialiseerd op specifieke plantensoorten. Wanneer deze planten ontbreken, verdwijnen ook de insecten die ervan afhankelijk zijn.
Verder heb je bij inheemse planten niet zo snel last van soorten die explosief en invasief groeien. Sommige uitheemse planten kunnen explosief groeien en kunnen daarmee de hele vijver overnemen en andere planten (en dieren) verdringen. Ook als deze invasieve exoten per ongeluk in de natuur terecht komen, dan kunnen ze serieuze schade aanbrengen aan de inheemse flora en fauna. Tot slot zijn inheemse waterplanten beter winterhard. Dit betekent dat ze veel beter de winters overleven, waardoor je dus niet ieder jaar nieuwe waterplanten hoeft te kopen.
Veel dieren, bijvoorbeeld libellen en juffers, profiteren van inheemse waterplanten (de Natuur van hier)
De 6 zones in een natuurlijke vijver
Een natuurlijke vijver bestaat uit verschillende zones, met ieder zijn eigen kenmerken. Vanzelfsprekend kan niet iedere waterplant in elke zone geplaatst worden. Daarom is het goed om eerst de zes verschillende zones te bekijken en dan te bepalen welke waterplanten je kiest per zone. Zo krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand in je vijver en zorg je er voor dat er in iedere diepte geschikte inheemse waterplanten komen te staan. Op onderstaande afbeelding zijn de verschillende zones schematisch weergegeven.
Diagram van vijverzones voor inheemse vijverplanten (bron afbeelding)
Hoe richt je een natuurlijke vijver ecologisch in?
In een natuurlijke situatie zijn in een poel water meerdere dieptes te vinden. In iedere diepte (of zone) heeft het water een andere temperatuur, groeien andere planten en zitten andere diertjes zoals macrofauna, insectenlarven en amfibieën. Hierdoor ontstaat een grote diversiteit in een poel. Door je natuurlijke vijver ook met verschillende zones in te richten, creëer je een situatie die heel dicht bij de werkelijkheid komt. Zo ontstaat er een vijver die bruist van leven.
Zone 1: oeverzone
De eerste zone is de oeverzone. Hierin komen waterplanten te staan die in principe op het droge staan, maar prima tijdelijk onder water kunnen staan. Als de vijver door regen dan overstroomt, dan staan deze planten tijdelijk met de voeten in het water. Veel van de planten die in de oeverzone staan houden daarom dus ook van een vochtige tot natte ondergrond.
Belangrijk kenmerk van planten die in deze zone staan is dat ze vaak rijkelijk bloeien. Dit zijn dus de echte blikvangers en insectenmagneten rondom een natuurlijke vijver. Daarnaast bieden ze uitstekende schuilplaatsen voor dieren en overwinteringsplekken voor insecten als ze niet voor de winter gesnoeid worden. Tot slot helpen ze met het tegengaan van erosie als er met natuurlijke oevers gewerkt wordt.
In deze laag kun je dus goed bloeiende planten met elkaar combineren. Als hier goed over nagedacht wordt kun je een vijverrand creëren waarin het hele seizoen planten in bloei staan. Ook kun je in deze zone een gelaagdheid aanbrengen door gebruik te maken van planten met verschillende hoogtes. Zo creëer je een natuurlijke en rustige overgang naar de vijver.
Grote kattenstaart is een echte eye-catcher in de oeverzone
Zone 2: moerasplanten
In de tweede zone staan de moerasplanten. Dit zijn de eerste planten die permanent in het water staan. De diepte van deze zone wordt meestal aangegeven van 0 tot 15 centimeter onder het waterniveau. Moerasplanten zijn onmisbaar in een natuurlijke vijver, vanwege meerdere redenen.
Moerasplanten helpen de waterkwaliteit verbeteren doordat ze overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat opnemen. Hierdoor krijgen algen minder kans om te groeien. Sommige soorten, zoals gele lis, staan bekend om hun vermogen om bepaalde stoffen uit het water op te nemen (een proces dat fytoremidiatie wordt genoemd). Daarnaast stimuleren de wortels van moerasplanten nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken. Ook zorgen ze ervoor dat slibdeeltjes bezinken en geven ze schaduw, waardoor het water minder snel opwarmt. Zo dragen moerasplanten bij aan een natuurlijke en stabiele vijverbalans.
Sommige moerasplanten, zoals lisdodde en watermunt, hebben de neiging om te woekeren. Toch zijn dit waardevolle soorten vanwege hun filterende werking en hun rijkelijke bloei, die veel insecten aantrekt.
Wil je deze planten gebruiken zonder dat ze andere soorten overwoekeren? Plaats ze dan in vijvermanden. Zo beperk je de groei, houd je het onderhoud eenvoudig en voorkom je dat ze te dominant worden – terwijl je wél profiteert van hun ecologische voordelen. Vooral in kleine vijvers is het gebruik van vijvermanden een eenvoudige manier om de balans te bewaren.
Zone 3: waterplanten
In zone 3 komen de echte waterplanten die het liefst op een diepte van 20 tot 40 centimeter staan. De wortels van de waterplanten staan permanent onder water, zo ook een deel van de bladeren en in sommige gevallen bevinden zich de bladeren volledig boven water. Deze planten zorgen voor zuurstof in de waterkolom, nemen overtollige voedingsstoffen op en bieden beschutting aan kikkers, padden, salamanders en insectenlarven. Soorten zoals waterviolier en waterranonkel combineren ecologische waarde met een natuurlijke uitstraling.
Zone 4: waterlelies
De waterlelies staan vaak op de bodem van de vijver (tot ongeveer 1 meter diep) in een vijvermand om ze gemakkelijk te kunnen verplaatsen en onderhoud eraan te doen. Waterlelies zorgen vooral voor schaduw en temperatuurstabiliteit in de vijver. Door het wateroppervlak gedeeltelijk te bedekken, beperken ze overmatige opwarming en algengroei. Daarnaast bieden hun bladeren rust- en schuilplaatsen voor amfibieën.
Zone 5: zuurstofplanten
De zuurstofplanten staan volledig onder water en hebben als belangrijkste taak dat ze zuurstof produceren in de waterkolom. Zuurstofplanten zijn onmisbaar om te voorkomen dat de vijver dichtgroeit met algen. Ze nemen overtollige voedingstoffen uit het water op, wat de explosieve groei van algen tegengaat. Daarnaast bieden ze een prima schuilplaats voor allerlei macrofauna, insectenlarven en amfibieën. In tegenstelling tot veel waterplanten uit zone 3 zijn zuurstofplanten meestal volledig ondergedoken en nauwelijks zichtbaar boven het wateroppervlak.
Zone 6: drijfplanten
Tot slot zijn er nog de drijfplanten. Zoals de naam al zegt drijven deze op het wateroppervlak. Ze nemen voedingstoffen op uit het water, zorgen voor schaduw en helpen algengroei te beperken. Omdat ze CO2 rechtstreeks uit de lucht kunnen opnemen, groeien ze vaak snel. Zorg er wel voor dat ze niet meer dan de helft van het wateroppervlak bedekken. Te veel drijfplanten kan er namelijk voor zorgen dat het water in het voorjaar niet snel genoeg opwarmt, waardoor amfibieënlarven zich niet snel genoeg kunnen ontwikkelen.
In een gezonde vijver is er een combinatie te vinden van verschillende soorten inheemse vijverplanten
De beste inheemse vijverplanten voor in je natuurlijke vijver
Nu we de verschillende zones in een natuurlijke vijver gezien hebben, is het tijd om te kijken naar de verschillende soorten inheemse vijverplanten. Door hier goed over na te denken en een aantal soorten per zone te kiezen voor je vijver, krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand dat in evenwicht is en zorgt voor een natuurlijke balans in je vijver. Dit zal er voor zorgen dat de biodiversiteit in en rondom het water enorm toeneemt.
De beste inheemse oeverplanten
Als eerste kijken we naar de planten voor in de zone aan de rand van de vijver. We geven hier vijf tips voor inheemse oeverplanten waarmee je langs de rand van je vijver kunt zorgen voor een intense bloei, waarvan insecten enorm gaan profiteren.
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Grote kattenstaart is een onmisbare oeverplant in een natuurlijke vijver. Met zijn opvallende roze bloemaren bloeit deze soort rijkelijk van juni tot augustus. De plant wordt ongeveer 100 centimeter en staat het liefst op een zonnige of halfschaduwrijke plek met een vochtige tot natte bodem. Zelfs tijdelijke overstromingen vormen geen probleem. Voor een volle, natuurlijke uitstraling kun je ongeveer 5 tot 8 planten per vierkante meter aanhouden.
Grote kattenstaart is percfect om te gebruiken als oeverplant bij een natuurlijke vijver
Dankzij de uitbundige bloei is grote kattenstaart een belangrijke nectarplant voor bijen, hommels en zweefvliegen. Zo bezoeken onder andere de kattenstaartdikpoot en de steenhommel regelmatig de bloemen. Daarnaast is de plant een waardplant voor het boomblauwtje. Grote kattenstaart laat zich goed combineren met andere inheemse vaste planten, zoals koninginnekruid, beemdkroon en gewone margriet. De soort zaait zich gemakkelijk uit, waardoor hij zich op korte termijn ook op andere plekken rondom de vijver kan vestigen.
Grote kattenstaart is verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde kwekers, waaronder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Kale jonker (Cirsium palustre)
Een andere uitstekende keuze in de oeverzone is de kale jonker. Deze slanke distel wordt ongeveer 150 centimeter groot en is een perfecte plant om insecten naar je tuin te lokken. De kale jonker staat het liefst op een zonnige en vochtige tot natte plek.
In juni krijgt de plant roodpaarse bloemen, die tot in september aanwezig blijven. Het is een belangrijke nectarplant voor vlinders, bijen en hommels. Onder andere de grote vuurvlinder vliegt veelvuldig op de bloemen van de kale jonker. Ook de heidehommel is vaak op de plant te zien. De zaden die in de bloemhoofden achter blijven trekken vogels zoals distelvinken aan.
Kale jonker is goed te combineren me andere vochtminnende soorten zoals grote kattenstaart, knoopkruid en echte koekoeksbloem.
De kale jonker is een hele goede nectarplant voor in de oeverzone
Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)
Nog zo’n plant die niet mag ontbreken in de oever van een natuurlijke vijver is koninginnekruid. Deze vaste plant kan een hoogte bereiken tot 150 centimeter en staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond.
Van juli tot en met september bloeit koninginnekruid met prachtige roze, schermachtige bloemen, die een aromatische geur verspreiden. De bloemen zijn in trek bij allerlei insecten, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Vooral vlinders zijn veelvuldig op de bloemen te vinden. Op de plant aan onze natuurlijke vijver zien we regelmatig atalanta, dagpauwoog, distelvlinder en soms zelfs koninginnenpage op de bloemen! Een absolute must-have voor vlinderliefhebbers dus.
De plant is uitstekend te combineren met andere vaste planten zoals beemdkroon, grote pimpernel en echte valeriaan. Koninginnekruid is verkrijgbaar bij verschillende gespecialiseerde kwekers, waar onder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Koninginnekruid is een snelle groeier met prachtige bloemen die in trek zijn bij vlinders
Moerasspirea (Filipendula ulmaria)
De laatste oeverplant die we in deze blog tippen is moerasspirea. Deze prachtige bloeier staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond en wordt tot 120 centimeter groot.
Van juni tot en met augustus bloeit moerasspirea met prachtige kleine, roomwitte bloemen. De bloemen zijn erg in trek bij bijen, zweefvliegen en kevers. Leuke keversoorten zoals het groene bladsnuitkever en het prachtige penseelkevertje zijn soms op de bloemen te vinden. Moerasspirea is in de oeverzone goed te combineren met grote kattenstaart en lange ereprijs. De witte bloemen van moerasspirea contrasteren mooi met de kleurrijke bloemen van de kattenstaart en/of lange ereprijs.
De kleine roomwitte bloemen van moerasspirea zijn in trek bij verschillende soorten kevers
De beste inheemse moerasplanten
Nadat je goed hebt nagedacht over de inheemse planten die je naast de vijver (in de oeverzone) wil gebruiken, is het nu tijd om te kijken naar de planten die permanent in het water staan. Als eerste geven we tips voor inheemse waterplanten in de moeraszone.
Grote egelskop (Sparganium erectum)
Een van de belangrijkste moerasplanten die je in je natuurlijke vijver kunt gebruiken is de grote egelskop. Deze uitstekend waterzuiverende plant staat het liefst in de moeraszone (0-15 centimeter), maar kan ook nog iets dieper geplaatst worden.
Grote egelskop wordt zo’n 100 centimeter groot en de bladeren groei dicht op elkaar, waardoor deze een volle uitstraling krijgt. De plant breidt zicht gemakkelijk uit via wortelstokken, om te zorgen dat je niet te veel onderhoud ervan krijgt zet je deze dus het beste in een grote vijvermand.
Van juni tot augustus heeft egelskop een bijzondere bloei: bolvormige stekels, die blijven drijven zodra ze van de plant afvallen (zo verspreid de plant zich ook). Aan deze bloei dankt de waterplant zijn naam. Egelskop is de waardplant voor de nachtvlinders; egelskopboorder, het goudvenstertje en de moerasspinner.
Grote egelskop is prima te combineren met andere inheemse waterplanten zoals gele lis, watermunt en beekpunge.
Grote egelskop is een sterke inheemse moerasplant die helpt het water te zuiveren (Saxifraga – Hans Grotenhuis)
Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides)
Een andere uitstekende moerasplant om in je natuurlijke vijver te gebruiken is moerasvergeet-mij-nietje. Deze leuke bodembedekker staat het liefst in de zon of halfzon, op een natte plek. Daarom plaats je de plant het beste in de oeverzone (0-15 centimeter) of in de oever. Als je hem echter in de oever plaatst dan moet je er wel voor zorgen dat deze echt op een natte plek staat.
Moerasvergeet-mij-nietje wordt maximaal 50 centimeter hoog. Het is een uitstekende bodembedekker omdat deze zich als een tapijt verspreid. De plant is dus ook ideaal om vijverfolie mee weg te werken. Van mei tot en met augustus heeft de plant kleine gele bloemen met lichtblauwe kroonbladeren.
Salamanders gebruiken de bladeren van het vergeet-mij-nietje om de eitjes op af te zetten. De eitjes worden één voor één afgezet op een blad, waarna het blad zorgvuldig wordt omgevouwen. Combineer moerasvergeet-mij-nietje met gele lis en watermunt voor een kleurrijke, bloeiende vijverrand.
Moeras vergeet-me-nietje is een kleurrijke verschijning aan de rand van de vijver (Saxifraga – Bart Vastenhouw)
Gele lis (Iris pseudacorus)
Een inheemse waterplant die niet in een natuurlijke vijver mag ontbreken is gele lis. Deze moerasplant krijgt zwaardvormige bladeren en gele bloemen en wordt ongeveer 120 centimeter groot. Gele lis staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon en kan tot een diepte van ongeveer 30 centimeter in het water worden geplaatst.
De gele bloemen verschijnen in mei aan de plant en blijven aanwezig tot en met juli. Het is de waardplant van de gele-lisboorder – een nachtvlinder – en de bloemen worden bezocht door bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Maar misschien wel de grootste waarde van gele lis zit hem in het filterend vermogen van de waterplant.
Gele lis draagt bij aan een natuurlijke waterbalans in de vijver. Via haar krachtige wortelstelsel neemt de plant overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op uit het water. Daarmee vermindert ze de hoeveelheid nutriënten die beschikbaar zijn voor algen. Daarnaast stimuleert de wortelzone nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken, wat helpt om slibvorming te beperken.
Gele lis mag met zijn uitstekend filterend vermogen niet ontbreken in de vijver (Saxifraga – Marijke Verhagen)
Ga je zelf aan de slag met de aanplant van je vijver, kies dan bij voorkeur voor biologisch gekweekte vijverplanten. Biologisch gekweekte planten worden zonder chemische bestrijdingsmiddelen opgekweekt en passen beter in een ecologisch ingerichte vijver. Biologisch gekweekte exemplaren zijn onder andere verkrijgbaar bij Van de Velde. Voor onze vijverprojecten hebben we hier meerdere keren planten besteld. De levering verloopt zorgvuldig en de planten zijn zichtbaar sterk en gezond bij aankomst.
Watermunt (Mentha aquatica)
Een uitstekende multifunctionele bodembedekker om in de moeraszone te gebruiken is watermunt. Watermunt wordt 30 tot 90 centimeter hoog en staat het liefst op een plek in de volle zon of halfschaduw. Hoe zonniger watermunt staat, hoe roder de bladeren kleuren!
De bladeren verspreiden daarnaast ook nog eens een heerlijke muntgeur in je tuin en kunnen gebruikt worden in de keuken, onder andere om verse muntthee van te zetten. En als dat nog niet genoeg is bloeit watermunt ook nog eens rijkelijk van juli tot en met oktober met prachtige paarse-lilachtige bloemen. Deze zijn enorm in trek bij vlinders, bijen en hommels. Het is tevens ook de waardplant van het muntvlindertje (een micro-nachtvlinder).
Combineer watermunt met grote kattenstaart en gele lis om een bloedende vijverrand vol biodiversiteit te creëren.
Watermunt is een uitstekende multifunctionele bodembedekker in de natuurlijke vijver (Saxifraga – Hans Dekker)
De beste inheemse waterplanten
De volgende planten zijn geschikt om te gebruiken in zone 3. Deze staan het liefst wat dieper in het water, op een diepte van 20 tot 40 centimeter. Ze staan met de wortels volledig onder water en ook een deel van de bladeren (en in sommige gevallen volledig) staan onder water.
Zwanenbloem (Butomus umbellatus)
Een prachtige waterplant voor in een natuurlijke vijver is zwanenbloem. Zwanenbloem wordt ongeveer 150 centimeter hoog en staat het liefst op een zonnige plek. Van juni tot september bloeit de plant met prachtige roze schermbloemen die erg in trek zijn bij tal van insecten.
Bijen, hommels, zweefvliegen, graafwespen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar. Hiermee is het een van de waardevolste drachtplanten (planten die nectar leveren) die in een natuurlijke vijver aangeplant kan worden. Het is daarnaast ook de waardplant van de zwanenbloemkever.
Combineer zwanenbloem met grote egelskop en grote waterweegbree voor een natuurlijke, groene vijverborder.
Zwanenbloem is een van de belangrijkste drachtplanten in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Mark Zekhuis)
Waterviolier (Hottonia palustris)
Waterviolier is een sierlijke inheemse waterplant met fijn geveerd blad en lila bloeiaren in het voorjaar, van april tot en met juni. Ze groeit in ondiep, stilstaand water en wortelt in de bodem terwijl het blad een luchtige structuur in het water vormt. Waterviolier kan het beste geplant worden op een diepte van 20 tot 50 centimeter en kan zowel in de zon, als in de (half)schaduw geplant worden. Het beste wordt de waterplant in een vijvermand geplaatst.
De fijne bladstructuur biedt schuilplaatsen aan waterinsecten en jonge amfibieën. Waterviolier neemt voedingstoffen op en draagt zo bij aan een stabielere waterbalans, maar functioneert vooral goed in helder, matig voedselrijk water. In ecologisch ingerichte vijvers is ze een waardevolle voorjaarsbloeier met hoge natuurwaarde.
Waterviolier is een minder bekende, maar zeer nuttige vijverplant (Saxifraga – Jan van der Straaten)
Waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
Waterranonkel is een waterplant die in de vijver op een diepte van 10 tot 80 centimeter geplaatst kan worden. De plant vormt bladeren net boven en onder het wateroppervlak. Waterranonkel bloeit van mei tot en met augustus met gele bloemen en witte kroonbladeren.
De groeiwijze van waterranonkel zorgt voor een ideale schuilplek voor amfibieën en macrofauna zoals libellenlarven. Ook is het een uitstekende plek voor kikkers om het kikkerdril in het voorjaar af te zetten.
Waterranonkel doet het goed op een zonnige plek en is uitstekende te combineren met andere zuurstofplanten en drijfplanten zoals aarvederkruid, glanzend fonteinkruid en krabbescheer.
Waterranonkel is een ideale waterplant voor kikkers om hun kikkerdril in af te zetten
Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)
Een andere soort die goed past in een natuurlijke vijver is drijvend fonteinkruid. Deze inheemse waterplant groeit op een diepte van 30 tot 100 centimeter en vormt zowel onderwaterbladeren als drijvende bladeren aan het wateroppervlak. De ovale drijfbladeren lijken een beetje op kleine waterlelieblaadjes en zorgen voor lichte beschaduwing van het water.
Drijvend fonteinkruid speelt een belangrijke rol in het vijvercosysteem. De onderwaterdelen bieden schuilplaatsen voor waterinsecten en amfibieënlarven. Tegelijkertijd nemen de wortels voedingsstoffen op uit de bodem, wat helpt om de waterkwaliteit stabiel te houden en algengroei te beperken. De kleine onopvallende bloeiaren verschijnen in de zomer (van juni tot en met augustus) boven het wateroppervlak.
Deze soort groeit het beste in stilstaand of langzaam stromend water en houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. In natuurlijke vijvers vormt drijvend fonteinkruid een mooie overgang tussen onderwaterplanten en drijfplanten, terwijl het tegelijk extra structuur en schuilmogelijkheden creëert voor allerlei waterdieren. Het is tot slot een van de waardplanten van de waterleliemot.
Drijvend fonteinkruid is een uitstekende waterplant om toe te voegen aan je natuurlijke vijver (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
De beste inheemse waterlelies
Vervolgens bespreken we de twee inheemse waterlelies die ons land rijk is. Waterlelies zorgen voor schaduw in het water en creëren schuilplaatsen voor amfibieën en andere waterdieren in een natuurlijke vijver.
Gele plomp (Nuphar lutea)
In middelgrote en grote vijvers kan de inheemse gele plomp een echte eyecatcher zijn. Deze waterlelie kan geplaatst worden op een zonnige of halzonnige plek in de vijver en verlangt een diepte tussen de 40 en 120 centimeter.
In het vroege voorjaar komen de grote bladeren van gele plomp aan het wateroppervlak. In juni verschijnen de gele bloemen, die tot in augustus te zien zijn. De bladeren bieden beschutting aan amfibieën zoals kikkers en rustplekken voor vliegende insecten zoals juffers en libellen. De grote roodoogjuffer gebruikt de gele plomp zelfs om de eieren op af te zetten. Dit gebeurt onder water, in de stengels van de waterplant.
Gele plomp is uitstekend te combineren met andere waterplanten. Voor kleine vijvers is de waterlelie echter minder geschikt omdat deze dan al gauw te groot wordt. Laat het geel van de bloemen terugkomen aan de rand van de vijver door soorten als gele lis, dotterbloem en penningkruid aan te planten.
Gele plomp is een prachtige inheemse waterlelie voor middelgrote en grote natuurlijke vijvers
Witte waterlelie (Nymphaea alba)
De andere inheemse waterlelie in Nederland is de witte waterlelie. De witte waterlelie staat het liefst op een zonnige plek (belangrijk voor een goede bloei) op een diepte tussen de 50 en 100 centimeter. Net zoals bij de gele plomp komen de bladeren van de witte waterlelie in het vroege voorjaar aan het wateroppervlak. De bladeren zijn echter wat ronder dan die van de gele plomp.
Tussen mei en augustus verschijnen de bloemen tussen de ronde bladeren. Deze hebben grote, witte kroonbladeren met gele, bijna goudkleurige, meeldraden in het hart. De bloemen gaan ’s ochtends open en sluiten zich ’s avonds weer, als de zon is ondergegaan.
De bladeren van de witte waterlelie bieden belangrijke rust- en schuilplaatsen voor kikkers, padden en libellen. Onder de drijvende bladeren vinden insectenlarven en andere waterdieren bescherming tegen roofdieren. Daarnaast trekken de bloemen verschillende bestuivers aan, waaronder bijen en zweefvliegen, die afkomen op de nectar en het stuifmeel. Op warme zomerdagen zie je regelmatig kikkers op de bladeren zonnen.
De grote witte kroonbladeren maken de witte waterlelie onmiskenbaar
De beste inheemse zuurstofplanten
Een van de belangrijkste planten in een natuurlijke vijver zijn de zuurstofplanten. Ze zorgen ervoor dat er voldoende zuurstof in het water aanwezig is en door de opname van voedingsstoffen zorgen ze ervoor dat algen minder hard kunnen groeien. Er volgen nu 4 top keuzes voor inheemse zuurstofplanten die perfect passen in een natuurlijke vijver.
Aarvederkruid (Myriophyllum spicatium)
Een hele sterke zuurstofplant is aarvederkruid. Aarvederkruid kan het beste op een plek in de zon of halfzon gezet worden, op een diepte tussen de 40 en 120 centimeter. De plant kan in een vijvermand, vijverkrat of in rechtstreeks op de bodem in het substraat gezet worden.
Het is een snelle groeier, wat ervoor zorgt dat de plant in grote hoeveelheden voedingsstoffen uit het water opneemt, waardoor er minder algengroei is. Daarnaast geeft het, door de snelle groei, veel zuurstof af aan het water. Van juni tot september bloeit aarvederkruid met kleine, rode bloemen die net boven het wateroppervlak uitkomen.
In het voorjaar bieden de stengels met gevederde bladeren een uitstekende schuilplek voor kikkervisjes en nuttige waterinsecten zoals kokerjufferlarven, haften en libellenlarven. De bloei trekt daarnaast ook nog bestuivers aan zoals bijen en vlinders.
Verwar het aarvederkruid niet met exotische soorten zoals het parelvederkruid. Deze is namelijk invasief en kan een ernstige bedreiging vormen voor inheemse soorten in je vijver én in de natuur wanneer deze daarin terecht komen.
Aarvederkruid draagt een belangrijke bijdrage aan het bereiken van een biologisch evenwicht in de vijver (Saxifraga – Ed Stikvoort)
Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)
Een andere zuurstofplant die eigenlijk niet in de natuurlijke vijver mag ontbreken is glanzend fonteinkruid. Glanzend fonteinkruid verlangt een plekje in de halfschaduw. Op een te zonnige plek zullen de bladeren bluin verkleuren. De plant kan het beste op een diepte van 50 tot 100 centimeter in een vijvermand of in het substraat geplant worden.
Glanzend fonteinkruid krijgt grote, lange lintvormige bladeren die volledig onder water groeien. In het najaar sterft de plant bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. Van juni tot september bloeit de plant met groene bloemen, die net boven het wateroppervlak uitsteken.
De grote bladeren die onderwater groeien bieden een prachtige onderwaterstructuur voor alles wat onder water leeft. Kikkers, padden, salamanders, waterinsecten en andere waterdieren vinden in het glanzend fonteinkruid een uitstekend leefgebied en schuilmogelijkheden. Het glanzend fonteinkruid wordt vaak tot de zuurstofplanten gerekend, omdat het volledig onder water groeit en bijdraagt aan de zuurstofproductie in de vijver. Het is hoe dan ook een absolute aanrader voor iedere natuurlijke vijver.
Glanzend fonteinkruid groeit met grote lintvormige bladeren volledig onder water (Saxifraga – Peter Meininger)
Lidsteng (Hippuris vulgaris)
Nog een uitstekende zuurstofplant is lidsteng. Lidsteng staat het liefst op een plek in de volle zon of halfzon en een diepte van 10 tot 100 centimeter. De zuurstofplant groeit met rechtopgaande stengels onderwater, die als een soort kleine dennetjes boven het water uitkomen. De totale hoogte bedraagt 15 tot 90 centimeter.
Van mei tot en met augustus verschijnen er kleine, onopvallende, groen bloemetjes in de oksels van de bladeren. Via de wortelstokken breidt lidsteng zich gemakkelijk uit. Wil je het onderhoud beperken, plaats de plant dan in een vijvermand. De delen van de stengels die onder water groeien leveren belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in de vijver.
Lidsteng biedt een uitstekend leefgebied voor waterinsecten en macrofauna in het water. Combineer lidsteng met glanzend fonteinkruid en waterweegbree voor een gevarieerde plantenmix in je natuurlijke vijver.
Lidsteng groeit zowel onder als boven water en levert een belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Peter Meininger)
Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum)
Een minder bekende maar zeer waardevolle inheemse waterplant is kransvederkruid. Deze fijne onderwaterplant groeit meestal op een diepte van ongeveer 20 tot 80 centimeter en vormt lange stengels met kransen van veervormige bladeren. Daardoor ontstaat er een dichte onderwaterstructuur die een belangrijke schuilplaats biedt voor allerlei waterdieren.
Kransvederkruid speelt een belangrijke rol in de ecologie van een natuurlijke vijver. De plant produceert zuurstof in het water en neemt overtollige voedingsstoffen op, wat helpt om algengroei te beperken en de waterkwaliteit stabiel te houden. Tussen de fijne bladeren vinden insectenlarven, kleine waterdieren en jonge amfibieën bescherming tegen roofdieren.
Kransvederkruid groeit het beste in zonnig tot halfschaduwrijk water met een rustige stroming. In natuurlijke vijvers vormt deze soort een waardevolle aanvulling op andere zuurstofplanten, doordat hij extra structuur en biodiversiteit onder water creëert.
Kransvederkruid is een hele sterke inheemse zuurstofplant voor een natuurlijke vijver (Saxifraga – Jasenka Topic)
De beste inheemse drijfplanten
Tot slot de drijfplanten. Drijfplanten zorgen voor schaduwplekken in het water, waardoor algen minder hard groeien. Daarnaast bieden ze een geschikt leefgebied voor allerlei soorten dieren. Zorg er wel voor dat maximaal 50% van het wateroppervlak bedekt is met drijfplanten, zodat het water in het voorjaar voldoende opwarmt voor de ontwikkeling van amfibieënlarven.
Krabbenscheer (Stratiotes aloides)
Een van de bijzonderste inheemse drijfplanten is krabbenscheer. Deze waterplant bezit over een aantal bijzondere eigenschappen. Krabbenscheer heeft zwaardvormige bladeren die grotendeels boven het water uitsteken. De plant wordt ongeveer 15 tot 40 centimeter groot en drijft het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek.
Van mei tot juni bloeit de plant met witte bloemen. Vrouwelijke planten hebben één bloem, mannelijke planten 3 tot 6, die om de beurt bloeien. Krabbenscheer vermeerdert zichzelf gemakkelijk als de omstandigheden juist zijn.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën zoals kikkers en salamanders. Maar meer diersoorten profiteren van deze bijzondere drijfplant. In de natuur is het de belangrijkste broedplek voor zwarte sternen. Daarnaast is de groene glazenmaker -een zeldzame libellensoort- er volledig afhankelijk van. Het vrouwtje zet de eitjes uitsluitend af op krabbenscheer.
In de winter zakt de waterplant naar de bodem van de vijver. In het voorjaar, zodra de fotosynthese weer op gang komt, vullen de cellen zich weer met gas en komt krabbenscheer weer bovendrijven.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën (Saxifraga – Hans Dekker)
Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
Tot slot nog kikkerbeet. Dit drijvende inheemse waterplantje biedt een leuke afwisseling in een natuurlijke vijver. Kikkerbeet krijgt hartvormige bladeren van 2 tot 7 centimeter groot, die op het water drijven. De bladeren zitten vast aan de stengels die onder water zitten en de voedingsstoffen rechtstreeks uit het water opnemen. In het najaar sterven de bladeren en stengels af en overwinter de waterplant als knop op de bodem van de vijver. In het voorjaar ontwikkelen ze weer een volledig nieuw stelsel van bladeren en stengels.
Van juni tot augustus ontwikkelen de witte bloemetjes zich tussen de drijvende bladeren. Deze worden bezocht door bijen, zweefvliegen en kevers. Met de drijvende bladeren zorgt kikkerbeet voor schaduw in het water en voor een rustplek voor kikkers en juffers en libellen. Onder water dragen de stengels bij aan een gevarieerde structuur voor waterdieren. Al met al draagt kikkerbeet dus op verschillende manieren bij aan de biodiversiteit op en in de vijver. Het is een goed alternatief voor waterlelies in een kleine vijver, maar misstaat ook zeker niet in grote en middelgrote vijvers.
Kikkerbeet is een multifunctionele drijfplant die het ontzettend goed doet in natuurlijke vijvers
Aanplant en onderhoud
Een goede aanplant is essentieel voor een gezonde en stabiele vijver. Kies voor een combinatie van planten uit de verschillende vijverzones; moerasplanten, oeverplanten, waterplanten, zuurstofplanten, waterlelies en drijfplanten. Zo ontstaat een natuurlijk evenwicht waarbij planten samen zorgen voor bloei voor insecten, schaduw, zuurstofproductie en het opnemen van overtollige voedingsstoffen.
Veel vijverplanten groeien het beste wanneer ze in vijvermanden worden geplaatst. Hierdoor blijven de wortels compact en voorkom je dat sterk groeiende soorten de hele vijver overnemen. Vul de manden met speciale vijveraarde en dek deze af met een laagje grind zodat de aarde niet wegspoelt.
Plant vijverplanten bij voorkeur in het voorjaar of begin van de zomer. In deze periode hebben de planten voldoende tijd om te wortelen en zich goed te ontwikkelen. Verwijder in het najaar afgestorven plantendelen om te voorkomen dat er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen.
Veelgemaakte fouten
Bij het aanleggen van een vijver worden vaak een aantal veelgemaakte fouten gemaakt. Een van de grootste fouten is het plaatsen van te weinig planten. Waterplanten zijn juist essentieel voor het natuurlijke evenwicht in de vijver. Zonder voldoende planten krijgen algen vaak vrij spel.
Een andere veelvoorkomende fout is het kiezen van te veel exotische soorten. Deze planten zijn vaak minder waardevol voor insecten en andere dieren en kunnen soms zelfs invasief gedrag vertonen.
Ook het volledig laten dichtgroeien van het wateroppervlak is een fout die regelmatig voorkomt. Vooral drijfplanten kunnen snel uitbreiden. Wanneer meer dan de helft van het wateroppervlak bedekt raakt, krijgen onderwaterplanten te weinig licht.
Tot slot worden sommige planten in de verkeerde zone geplaatst. Let daarom altijd goed op de juiste plantdiepte, zodat iedere soort optimaal kan groeien.
Mogelijke problemen met vijverplanten
Zelfs in een goed aangelegde vijver kunnen soms problemen ontstaan. Zo kan het gebeuren dat bepaalde planten te sterk gaan woekeren, waardoor andere soorten verdrongen worden. Soorten zoals lisdodde en watermunt kun je daarom beter in een vijvermand plaatsen.
Een ander probleem kan overmatige algengroei zijn. Dit ontstaat vaak wanneer er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen, bijvoorbeeld door afgevallen bladeren of meststoffen uit de tuin. Voldoende zuurstofplanten en moerasplanten helpen om deze voedingsstoffen op te nemen.
Ook kunnen vissen, zoals goudvissen en koi’s, planten beschadigen door in de bodem te woelen. In een natuurlijke vijver zonder veel vis krijgen waterplanten meestal meer kans om zich te ontwikkelen. Geen of weinig vis is ook beter voor amfibieën, omdat vissen de eitjes en amfibieënlarven eten.
Door regelmatig onderhoud en een goede balans tussen verschillende soorten vijverplanten blijft je vijver helder, gezond en vol leven.
Slot
Met de juiste combinatie van inheemse vijverplanten creëer je een stabiele en biodiverse vijver. Door soorten te kiezen voor verschillende vijverzones ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin planten, insecten, amfibieën en andere waterdieren samen kunnen floreren. Met de soorten uit de gids leg je een sterke basis voor een levende en onderhoudsarme natuurvijver.
Naast vijverplanten is het raadzaam in de rest van de tuin ook met inheemse vijverplanten aan de slag te gaan. Zoek je daarvoor nog inspiratie, kijk dan eens bij onderstaande blogs:
Heb jij de keuze al gemaakt voor welke inheemse vijverplanten jij gaat? Laat het ons weten door een comment achter te laten, of tag ons een in je post op social media (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!