Blauwe vlinders herkennen in Nederland – foto’s en tips

Icarusblauwtje blauwe vlinders

Vlinders zijn er in allerlei afmetingen en kleuren. Blauwe vlinders vallen echter goed op, omdat ze qua kleur veel afwijken van andere vlinders. Er zijn echter veel verschillende soorten blauwe vlinders in Nederland, sommige die vrij algemeen voorkomen en sommige die zeldzaam zijn. In deze blog bespreken we alle blauwe vlinders die in Nederland voorkomen.

Banner e-book meer natuur in je tuin - icarusblauwtje (de Natuur van hier)
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Overzichtstabel

Soort (Nederlands) Wetenschappelijke naam Spanwijdte Bovenzijde (man/vrouw) Onderzijde & kenmerken Vliegtijd Habitat & tips
Icarusblauwtje Polyommatus icarus 28–36 mm Mannetje egaal blauw, vrouwtje bruin met oranje vlekjes Onderzijde met twee wortelvlekken Mei–oktober (2–3 generaties) Kleinschalige graslanden, akkerranden, rups op vlinderbloemigen
Boomblauwtje Celastrina argiolus 26–34 mm Man blauw met dunne zwarte rand, vrouw lichtblauw met brede zwarte rand Zilvergrijze onderzijde met zwarte stippen Maart–oktober (2 generaties) Bomen en struiken, rups op klimop, vuilboom
Bruin blauwtje Aricia agestis 25–31 mm Bovenzijde bruin met oranje vlekjes (man/vrouw) Onderzijde lichtbruin met zwarte stippen, geen wortelvlekken Mei–oktober (2–3 generaties) Graslanden, bermen, Rode Lijst gevoelige soort
Heideblauwtje Plebejus argus 29–31 mm Mannetje helderblauw met zwarte band, vrouwtje bruin met oranje vlekjes Onderzijde: oranje rand met zwarte vlekjes Juni–augustus (1 generatie) Vochtige heide, symbiose met mieren, waardplant dopheide
Staartblauwtje Cupido argiades ± 25 mm Mannetje violetblauw, vrouwtje bruin Zilvergrijze onderzijde met zwarte stippen Sinds 2021 standvlinder Opkomst sinds waarnemingen in Limburg vanaf 2011

Icarusblauwtje (Polyommatus icarus)

In één oogopslag: mannetjes zijn egaalblauw van boven. Vrouwtjes zijn van boven meer bruin gekleurd met oranje vlekjes. Is te onderscheiden van andere blauwtjes door de twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugel.

Het icarusblauwtje is het meest algemene blauwtje van ons land. Ze vliegen van mei tot en met oktober in twee, of soms drie, generaties. Icarusblauwtjes worden 2,8 centimeter tot 3,6 centimeter groot. Mannetjes zijn van boven egaal blauw met een witte franje (buitenste rand). Vrouwtjes zijn meer bruin gekleurd met oranje vlekjes. De vrouwtjes van het icarusblauwtje kunnen sterk op het bruin blauwtje lijken. Icarusblauwtjes zijn echter van andere soorten te onderscheiden door de twee wortelvlekken op de onderkant van de voorvleugel.

Waardplanten zijn diverse vlinderbloemigen, zoals gewone rolklaver, moerasrolklaver en kleine klaver. Ook nectar halen ze vaak uit bloemen van vlinderbloemigen, maar ook andere bloemplanten worden bezocht. De rupsen van het icarusblauwtje zijn lichgroen van kleur met een wat donkerdere groene streep op de rug. Overwintering gebeurt als rups, laag op een waardplant of in de strooisellaag.

Icarusblauwtjes komen in het hele land voor en verspreid zich via wegbermen door het land. Ze leven in allerlei kruidenrijke vegetaties zoals graslanden, akkerranden, wegbermen en dijken.

Boomblauwtje (Celastrina argiolus)

In één oogopslag: de mannetjes van het boomblauwtje hebben een geheel blauwe bovenzijde met een dunne zwarte rand. Vrouwtjes zijn lichtblauw van boven en hebben een brede zwarte rand. De onderkant is zilvergrijs met zwarte stippen.

Boomblauwtje (Shutterstock)
Boomblauwtje (Shutterstock)

Boomblauwtjes bereiken een spanwijdte van 2,6 tot 3,4 centimeter. Het is een algemene standvlinder en komt verspreid over het land voor. Alleen op kleigronden zijn ze wat minder goed verspreid.

Het boomblauwtje zie je over het algemeen echter wat minder goed. Dit komt omdat ze meestal wat hoger vliegen, in de toppen van bomen en struiken. Waardplanten zijn dan ook onder andere vuilboom, klimop en kardinaalsmuts. Naast nectar voeden boomblauwtjes zich ook met sap van bloedende bomen en honingdauw, een nectarachtige stof die wordt vrijgegeven door onder andere bladluizen.

De rupsen van boomblauwtjes zijn groen gekleurd met een witte lengtestreep. Het boomblauwtje vliegt in twee generaties per jaar en kunnen gezien worden van maart tot en met oktober. Ze komen vooral voor in gebieden met bossen. Akker(randen), tuinen, struwelen, boomgaarden, bosranden en (open plekken in) loofbossen kunnen een geschikt habitat vormen voor het boomblauwtje.

Bruin blauwtje (Aricia agestis)

In één oogopslag: zowel bij mannetjes als vrouwtjes zijn de bovenzijde van de vleugels bruin met langs de achterrand oranje vlekjes. De onderzijde van de vleugels zijn lichtbruin met zwarte vlekjes.

Het bruin blauwtje bereikt een spanwijdte tussen de 2,5 en 3,1 centimeter en blijft daarmee iets kleiner dan het icarusblauwtje en het boomblauwtje. Zowel bij het mannetje als het vrouwtje zijn de bovenzijde van de vleugels bruin, met oranje vlekken langs de achterrand. De onderzijde van de vleugels is lichtbruin met zwarte vlekken. Het vrouwtje van icarusblauwtje kan sterk lijken op het bruin blauwtje. Bruin blauwtjes hebben echter geen wortelvlekken (vlekken aan de basis van de voorvleugel) op de onderzijde. Daarnaast zijn de bovenzijde van de vleugels van het icarusblauwtje (vrouwtje) weliswaar bruin, maar hebben deze vaak een blauwe basis.

De rupsen van het bruin blauwtje zijn groen met een paarsachtige streep over de lengte. Ze overwinteren als halfvolwassen rups in de strooisellaag. De waardplanten zijn reigersbek, ooievaarsbek en zonneroosje.

Het bruin blauwtje is een vrij schaarse standvlinder en komt voornamelijk voor in graslanden, wegbermen en op dijken. Ze staan als gevoelig op de Rode Lijst. Bruin blauwtjes zijn echter steeds beter verspreid door Nederland. Ze winnen vermoedelijk terrein door klimaatverandering, alleen in de meest noordelijke provincies worden ze nog minder waargenomen. Het bruin blauwtje vliegt van mei tot en met oktober in meestal twee, soms drie, generaties.

Heideblauwtje (Plebejus argus)

In één oogopslag: mannetje helderblauw met een zwarte band. Vrouwtje bruin met op de bovenzijde enkele oranje vlekjes. Op de onderzijde van de vleugels hebben ze aan de achterkant van de vleugel een oranje rand met zwarte vlekjes.

Het heideblauwtje bereikt een spanwijdte van 2,9 tot 3,1 centimeter. De bovenzijde van de vleugels zijn blauw met een zwarte rand en witte franje. Vrouwtjes hebben bruine vleugels met enkele oranje vlekjes aan de rand en een bruine franje. Op de onderzijde heeft het heideblauwtje aan de achterkant van de vleugel een oranje rand met zwarte vlekjes.

De rupsen zijn groen met een bruine lengtestreep. Ze leven in symbiose met mieren. De rupsen voorzien de mieren van een zoete voedingsstof (rijk aan suikers), in ruil daarvoor beschermen de mieren de rupsen en poppen tegen predatoren.

Het habitat van het heideblauwtje is vooral vochtige heide. De waardplant is de gewone dopheide. Rupsen eten van de uitlopers van de plant, terwijl de vlinders zich voeden met de nectar van de dopheide.

Het heideblauwtje is een schaarse standvlinder en staat op de Rode Lijst als kwetsbaar. De soort komt voornamelijk nog voor op de hogere zandgronden. In de duinstreek komt het heideblauwtje alleen nog voor op Texel. De afname van het heideblauwtje heeft met name te maken met de grote afname van heide in ons land. Daarnaast spelen verdroging en vergrassing van heide ook een rol. Het heideblauwtje vliegt in één generatie van juni tot en met augustus.


Lees ook: wat is een symbiose?


Buiten in het veld s het soms lastig om vlinders op naam te brengen. Je hebt geen internet, waardoor opzoeken en apps zoals ObsIdentify niet beschikbaar zijn. Met een zakgids kun je dan snel een vlinder opzoeken. De Zakgids Vlinders van de Benelux is hiervoor perfect. In deze gids vind je meer dan 100 soorten dagvlinders die in de Benelux voorkomen. De gids is rijkelijk geïllustreerd en van alle vlinders zijn de belangrijkste kenmerken terug te vinden. De gids is in zakformaat te verkrijgen, waardoor je hem dus gemakkelijk mee het veld in neemt. De zakgids is via deze link te bestellen bij bol.com.

Zakgids vlinders van de Benelux (bol.com)

Zeldzame blauwe vlinders

Daarnaast zijn er nog een aantal zeldzame vlinders, die maar sporadisch/een stuk minder algemeen te zien zijn in Nederland.

Allereerst het staartblauwtje (Cupido argiades). In 2011 werden een aantal exemplaren van deze soort ontdekt in Limburg. De jaren daarna heeft het staartblauwtje zich vanuit hier verder verspreid en wordt deze sinds 2021 beschouwd als standvlinder. Mannetjes hebben een violetblauwe bovenzijde en vrouwtje een bruine bovenzijde. De onderkant is zilvergrijs met zwarte stippen.

Het gentiaanblauwtje (Phengaris alcon) is een zeldzame standvlinder die op een aantal plekken voorkomt. Mannetjes hebben een volledig egale blauwe bovenzijde. Het vrouwtje is grijsbruin gekleurd.

Dan een soort die uit Nederland verdwenen was, maar weer geherintroduceerd: het pimpernelblauwtje (Phengaris teleius). De soort staat als ernstig bedreigd op de Rode Lijst. De bovenzijde van de vleugels is donkerblauw, met ene zwarte rand. Vrouwtjes hebben een bredere zwarte rand en zwarte vlekken. De soort komt voor in de Moerputten in Noord-Brabant.

Tegelijkertijd werd ook het donker pimpernelblauwtje (Phengaris nausithous) geherintroduceerd in de Moerputten. Helaas is deze daar inmiddels weer verdwenen. De soort heeft zich wel spontaan gevestigd in Limburg, maar ook daar is de situatie precair. Ook het donker pimpernelblauwtje staat op de Rode Lijst als ernstig bedreigd. Ze lijken erg op het pimpernelblauwtje maar zijn, zoals de naam al aangeeft, donkerder gekleurd.

Tot slot nog het dwergblauwtje (Cupido minimus). Het dwergblauwtje was verdwenen uit Nederland, maar in 2016 vestigde de soort zich weer in Nederland. De soort wordt bijna uitsluitend alleen maar in Limburg gevonden. De bovenzijde van de vleugels zijn bruin, en bij mannetjes zijn deze vanuit de basis blauw. De onderzijde is grijs met zwarte vlekken. Zoals de naam al zegt zijn ze erg klein: een spanwijdte van 1,6 tot 2,7 centimeter.

Een andere vlinder gezien?

Zat de vlinder die je hebt gezien hier niet tussen? Kijk eens bij onze andere blogs over vlinders, misschien staat hij daar wel in het lijstje.

Wat kun je zelf doen om vlinders te helpen?

Vlinders hebben het zwaar, net als veel andere dier- en plantensoorten. Veel van hun leefgebied is onder invloed van de intensieve landbouw en meer menselijke omgeving (meer stenen, meer uitstoot) ingrijpend veranderd. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om vlinders en andere diersoorten te helpen.

Brandnetels, brandnetels, brandnetels

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de brandnetel een waardplant voor veel verschillende soorten vlinders. Brandnetels worden echter vaak als ongewenst gezien en worden daarom weggehaald. Dit heeft invloed op de hele levenscyclus van de vlindersoorten. Er is dan geen plek om de eitjes af te zetten, geen voedsel voor rupsen en geen plek om te verpoppen. Laat die brandnetels dus lekker staan (in ieder geval ergens een hoekje). En laat ze ook vooral in de winter tot en met de lente onberoerd.

Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)
Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)

Maak je tuin niet ‘winterklaar’

Rupsen verpoppen vaak op of rondom hun waardplant of in de lage vegetatie. Uitgebloeide planten en stengels worden gebruikt om de pop aan vast te maken. Een goede reden om je tuin niet zogenaamd winterklaar te hoeven maken. Niet alleen vlindersoorten, maar veel andere diersoorten gebruiken uitgebloeide planten om te overwinteren. Je kunt dit allemaal rustig laten staan. Wanneer er in het voorjaar weer warmere temperaturen aanbreken, beginnen veel diersoorten ook weer actief te worden en kun je de uitgebloeide stengels verwijderen.

Zorgen voor nectar

Bovenstaande maatregelen vragen er vooral om om met rust gelaten te worden. Maar je kunt ook actief je handen uit de mouwen steken en de vlinders voorzien van een lekker maaltje nectar. We raden aan om altijd te kiezen voor biologisch gekweekte planten en een groot aandeel inheemse planten in je tuin. Uit meerdere onderzoeken, bijvoorbeeld door PAN-NL, blijkt dat er op veel planten uit tuincentra pesticiden zitten die insecten doden, ook nog na aankoop, wanneer ze in je tuin staan.

Zorg voor inheemse, biologische planten

Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Tot slot

Nu kun je blauwe vlinders herkennen en weet je wat je moet doen om meer vlinders naar je tuin te trekken. Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Herken oranje vlinders – met foto’s en tips – deel II

Kleine vuurvlinder (de Natuur van hier)

Er zijn vlinders in allerlei soorten, maten en kleuren. Opvallende vlinders zijn vaak niet moeilijk te herkennen, maar vlinders die er grotendeels hetzelfde uitzien, zijn moeilijker om uit elkaar te houden. Zo ook oranje vlinders. Hoe leer je oranje vlinders herkennen? In deze blog geven we je daar tips voor: waar kun je op letten en wat onderscheidt de ene vlinder van de andere? Aan het eind van deze blog geven we nog tips hoe je vlinders zelf kunt helpen.

Omslagfoto: kleine vuurvlinder (de Natuur van hier)

E-book meer natuur in je tuin - kleine vos

Oranje zandoogje (Pyronia tithonus)

In één oogopslag: bruine randen van boven- en ondervleugels, daarbinnen zijn de vleugels oranje. Op beide vleugels zijn zwarte vlekken met witte stippen erin te zien, die doen denken aan ogen.

Het oranje zandoogje is een gevoelige tot plaatselijk algemene standvlinder. De vleugels zijn oranjebruin en hebben een zwarte oogvlek met witte stippen op de voorvleugel. De spanwijdte van deze oranje vlinder is 3,5 centimeter tot 4,5 centimeter. Je kunt deze vlinder vooral in het noordoosten en het zuiden van het land tegenkomen, met name bij ruige graslanden, bosranden, struwelen, houtwallen en bloemrijke bermen.

De eitjes worden op waardplanten als kropaar, rood zwenkgras, grote vossenstaart en andere grassoorten afgezet. De rupsen leven van deze grassen. De jonge rupsen zijn okerwit met een groene zweem en hebben een donkere middenstreep. Ze overwinteren als rups in het gras.

Oranje zandoogjes vliegen van begin juli tot eind augustus. Vaak zonnen de vlinders op bladeren of fladderen laag over de grond. De oogvlekken zijn om vijanden af te schrikken. De mannetjes hebben een duidelijke geurstreep op de voorvleugel. Met warm weer kunnen er veel individuen tegelijk actief zijn.

Kleine vuurvlinder (Lycaena phlaeas)

In één oogopslag: de bovenvleugels zijn oranje met zwarte vlekken en een zwarte rand. De ondervleugels hebben het andersom: een oranje rand en verder zwart. In de oranje band zitten ook zwarte vlekken.

De bovenvleugels van de kleine vuurvlinder zijn oranje met een zwarte band en zwarte vlekken. De ondervleugels zijn precies andersom: zwarte vleugels met een oranje band met zwarte stippen. Er kunnen in één jaar drie generaties kleine vuurvlinder vliegen. Spanwijdte van deze soort is ongeveer drie centimeter.

Waardplanten voor deze oranje vlinders zijn onder andere zuring en klimop. Het vrouwtje zet de eitjes een voor een af op de onderkant van bladeren. Het overwinteren gebeurt als rups en in de buurt van de waardplant. In het voorjaar wordt het eten hervat en verpopt de rups. Hoewel de rups niet groot is, zo’n anderhalve centimeter, valt hij toch op. De vorm van de rups is plomp en daarnaast is hij groen met roze.

De kleine vuurvlinder kun je tegenkomen in open terreinen, zoals schrale graslanden, bermen, de duinen en op de hei. In de periode maart tot en met oktober vliegt deze soort rond.

Argusvlinder (Lasiommata megera)

In één oogopslag: oranje vleugels met zwarte lijnen. In de vleugelpunten van de bovenvleugels een zwarte vlek met een witte stip. Op de ondervleugels zijn kleine zwarte vlekken met witte stippen te zien.

Deze oranje vlinder heeft een feloranje kleur. In de boven- en ondervleugels zijn zwarte lijnen te zien, die kronkelend lopen. In de vleugelpunten is een zwarte oogvlek. Dezelfde vlekken met witte stip komen ook in de ondervleugels voor, maar zijn kleiner. De spanwijdte van deze soort is tussen de vier en vijf centimeter.

De eitjes worden door het vrouwtje afgezet op planten die op een warme en beschutte plek staan. De eitjes zet het vrouwtje afzonderlijk af op de planten. De rupsen worden iets groter dan twee centimeter. Ze zijn groen en hebben een lichtere lengtestreep.

De argusvlinder kwam vroeger algemeen voor, maar wordt steeds zeldzamer. Vanaf de jaren 1990 gaat de soort hard achteruit. Je ziet de argusvlinder nu alleen nog regionaal verspreid door Nederland voor. De vliegtijd van deze oranje vlinder is tussen mei en oktober.

Zwartsprietdikkopje (Thymelicus lineola)

In één oogopslag: effen oranje vleugels met een donkere rand. Fors lijf en zwarte voelsprietknoppen.

Oranje vlinders herkennen - zwartsprietdikkopje

Deze oranje vlinder is met recht een oranje vlinder te noemen. Zijn vleugels zijn dieporanje met een donkere rand. Deze vlinder heeft een spanwijdte tussen de 2,5 en 2,8 centimeter. Je kunt deze vlinder vooral tegenkomen in het oosten en zuiden van het land, maar komt overal in Nederland algemeen voor. Ze houden van bloemrijke graslanden, dijken en ruige wegbermen.

De eitjes worden in groepjes afgezet op waardplanten als kropaar, kweek en beemdgras. De rupsen leven in een kokertje in opgerolde grassen. Ze zijn groen met witgroene lijnen en hebben bruine en witte strepen op de kop.

De vliegtijd van het zwartsprietdikkopje is van half juni tot half augustus en is daarmee wat later dan het geelsprietdikkopje. De kleur van de voelsprieten maakt het onderscheid tussen beide soorten. Deze soort is gevoelig voor maaibeheer en stikstof.

Groot dikkopje

In één oogopslag: een fors lijf en oranje vleugels die van lichtoranje tot donkeroranje kleuren. De vleugels hebben een zwarte rand. Als de vleugels dicht zijn, zijn de vlekjes bovenin de vleugels zichtbaar.

Oranje vlinders herkennen - groot dikkopje

Het groot dikkopje oogt fors en is oranjebruin met donkere en lichte vlekken en een dikke kop. De spanwijdte is tussen de 2,5 centimeter en 3,5 centimeter. Deze vlinder vliegt vaak op ooghoogte en rust graag op grasstengels. Je kunt deze vlinder vinden in graslanden, ruige bermen en op open plekken in het bos of langs de bosrand. Het is een algemene standvlinder die je vooral op zand- en veengronden en in de duinen ziet.

De eitjes worden afgezet op grashalmen, bijvoorbeeld op kweekgras en rood zwenkgras. Daar spint de rups na het uitkomen een kokertje. Vanuit daar eet hij van het gras, na het eten keert hij terug in zijn kokertje. De rups overwintert als halfvolgroeide rups in zijn kokertje in het gras. Na het overwinteren eet de rups weer verder, waarna de verpopping begint.

De vliegtijd van deze oranje vlinder is van begin juni tot begin augustus. Hoewel de soort algemeen is in Nederland, neemt de populatie af. Bij mannetjes zie je de typische houding van dikkopjes, in de vorm van een A: de voorvleugels zijn gespreid en de achtervleugels plat. Mannetjes hebben ook een duidelijke geurstreep, zichtbaar op de voorvleugel in de vorm van een langgerekte S.

Buiten in het veld s het soms lastig om vlinders op naam te brengen. Je hebt geen internet, waardoor opzoeken en apps zoals ObsIdentify niet beschikbaar zijn. Met een zakgids kun je dan snel een vlinder opzoeken. De Zakgids Vlinders van de Benelux is hiervoor perfect. In deze gids vind je meer dan 100 soorten dagvlinders die in de Benelux voorkomen. De gids is rijkelijk geïllustreerd en van alle vlinders zijn de belangrijkste kenmerken terug te vinden. De gids is in zakformaat te verkrijgen, waardoor je hem dus gemakkelijk mee het veld in neemt. De zakgids is via deze link te bestellen bij bol.com.

Zakgids vlinders van de Benelux (bol.com)

Grote vos (Nymphalis polychloros)

In één oogopslag: oranje vleugels met zwarte vlekken. Langs de vleugels loopt een zwarte rand, die bij de ondervleugels blauwe vlekken heeft.

Oranje vlinders herkennen - grote vos
Bron: Shutterstock

De grote vos werd met uitsterven bedreigd, maar wordt gelukkig de laatste tijd weer vaker gezien. Sinds 2019 is ook voortplanting vastgesteld. Tot 1980 kwam hij in kleine aantallen in het zuiden van Limburg voor, maar daarna ging het slechter. Het is een grote vlinder, met een spanwijdte van 5 tot 6 centimeter. Hij lijkt op de kleine vos, maar hij is groter, lichter oranje en de zwarte vlekken zijn minder uitgesproken. De witte vlek die kleine vos heeft, heeft grote vos niet. De grote vos is zeldzaam in Nederland, maar wordt weer vaker gemeld in Zuid-Limburg, Noord-Brabant en de Veluwe.

De rups leeft op verschillende loofbomen, zoals wilg, iep, fruitbomen en es. Het vrouwtje zet de eitjes in het voorjaar af op de onderkant van jong blad. De rups is zwart met fijne witte spikkels en fijne stekels. De rupsen leven in het beginstadium in sociaal verband, in een samen gesponnen nest. De soort overwintert als vlinder in koele, donkere plekken met oud hout.

Omdat de soort overwintert als vlinder, kunnen zij bij zacht weer in februari of maart al actief worden. Het zijn zwervende vlinders. De vliegtijd loopt grofweg van maart tot en met april, met soms nog een tweede generatie in juli of augustus.

Keizersmantel (Argynnis paphia)

In één oogopslag: een helderoranje vlinder met zwarte stippen. Mannetjes hebben zwarte strepen op de voorvleugel, de geurstrepen. De onderkant van de vleugels is groenachtig met witte stippen.

Oranje vlinders herkennen - keizersmantel

De keizersmantel was sinds 1980 in Nederland verdwenen, er werden enkel nog zwervende individuen waargenomen. Echter zijn er sinds 2004 weer voortplantingen gemeld, voornamelijk in de Achterhoek en in Zuid-Limburg, maar hij kan overal in het land opduiken. Het is een imposante oranje vlinder, met zwarte stippen en een spanwijdte van 5,5 tot 6,5 centimeter. Mannetjes hebben duidelijke zwarte geurstrepen op de voorvleugels.

De rupsen leven van viooltjes, met name bosviooltjes, hondsviooltjes en soms ook maarts viooltje. De eitjes worden hoog in bomen afgezet die bij viooltjes staan, zoals op eikenbast, waar ook wordt overwinterd. In het voorjaar kruipen de rupsen naar beneden en zoeken hun waardplant op. De rups is zwart met stekels en leeft solitair.

De vliegtijd is vrij lang, van eind juni tot eind augustus. De vlinder bezoekt graag distels en koninginnekruid en andere nectarplanten die in de bosrand groeien. Het is een warmteminnende soort, die bosranden met bloei en kruidenrijkdom nodig heeft.

Een andere vlinder gezien?

Zat de vlinder die je hebt gezien hier niet tussen? Kijk eens bij onze andere blogs over vlinders, misschien staat hij daar wel in het lijstje. Heb je al gekeken bij het eerste deel van oranje vlinders? En er zijn nog een aantal witte vlindersoorten en gele vlindersoorten.

Wat kun je zelf doen om vlinders te helpen?

Vlinders hebben het zwaar, net als veel andere dier- en plantensoorten. Veel van hun leefgebied is onder invloed van de intensieve landbouw en meer menselijke omgeving (meer stenen, meer uitstoot) ingrijpend veranderd. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om vlinders en andere diersoorten te helpen.

Brandnetels, brandnetels, brandnetels

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de brandnetel een waardplant voor veel verschillende soorten vlinders. Brandnetels worden echter vaak als ongewenst gezien en worden daarom weggehaald. Dit heeft invloed op de hele levenscyclus van de vlindersoorten. Er is dan geen plek om de eitjes af te zetten, geen voedsel voor rupsen en geen plek om te verpoppen. Laat die brandnetels dus lekker staan (in ieder geval ergens een hoekje). En laat ze ook vooral in de winter tot en met de lente onberoerd.

Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)
Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)

Maak je tuin niet ‘winterklaar’

Rupsen verpoppen vaak op of rondom hun waardplant of in de lage vegetatie. Uitgebloeide planten en stengels worden gebruikt om de pop aan vast te maken. Een goede reden om je tuin niet zogenaamd winterklaar te hoeven maken. Niet alleen vlindersoorten, maar veel andere diersoorten gebruiken uitgebloeide planten om te overwinteren. Je kunt dit allemaal rustig laten staan. Wanneer er in het voorjaar weer warmere temperaturen aanbreken, beginnen veel diersoorten ook weer actief te worden en kun je de uitgebloeide stengels verwijderen.

Zorgen voor nectar

Bovenstaande maatregelen vragen er vooral om om met rust gelaten te worden. Maar je kunt ook actief je handen uit de mouwen steken en de vlinders voorzien van een lekker maaltje nectar. We raden aan om altijd te kiezen voor biologisch gekweekte planten en een groot aandeel inheemse soorten in je tuin. Uit meerdere onderzoeken, bijvoorbeeld door PAN-NL, blijkt dat er op veel planten uit tuincentra pesticiden zitten die insecten doden, ook nog na aankoop, wanneer ze in je tuin staan.

Zorg voor inheemse, biologische planten

Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Inspiratie om een levend paradijs van je tuin te maken

Zoek je inspiratie om je tuin om te toveren tot een paradijs vol leven, geur en kleur? Waar plek is voor bijen, hommels, (kleine) zoogdieren, vogels en gele, witte en oranje vlinders? Hieronder vind je een aantal blogs die je op weg kunnen helpen:

Van tegeltuin naar groene tuin

De beste inheemse vaste planten

De beste inheemse planten voor in de zon

Een bloemrijk gazon aanleggen, onderhouden en de voordelen ervan

De beste inheemse bijenplanten

De beste inheemse schaduwplanten

Tips voor het aanleggen van een natuurtuin

De beste inheemse klimplanten

De beste inheemse bodembedekkers

Tot slot

Nu kun je oranje vlinders herkennen en weet je wat je moet doen om meer vlinders naar je tuin te trekken. Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs én op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Herken oranje vlinders – met foto’s en tips

Oranje vlinders herkennen

Er zijn vlinders in allerlei soorten, maten en kleuren. Opvallende vlinders zijn vaak niet moeilijk te herkennen, maar vlinders die er grotendeels hetzelfde uitzien, zijn moeilijker om uit elkaar te houden. Zo ook oranje vlinders. Hoe leer je oranje vlinders herkennen? In deze blog geven we je daar tips voor: waar kun je op letten en wat onderscheidt de ene vlinder van de andere? Aan het eind van deze blog geven we nog tips hoe je vlinders zelf kunt helpen.

E-book meer natuur in je tuin - kleine vos

Atalanta (Vanessa atalanta)

In één oogopslag: voornamelijk zwarte vleugels met witte vlekken op de bovenvleugels, horizontale en verticale oranje banden.

Oranje vlinders herkennen - De atalanta is een voornamelijk zwarte vlinder, met witte stippen en oranje banden
De atalanta is een voornamelijk zwarte vlinder, met witte stippen en oranje banden

De atalanta is een voornamelijk zwarte vlinder. De vleugels zijn zwart, met witte vlekken op de voorvleugels. De voorvleugels hebben een oranje band die van boven naar beneden loopt. De ondervleugels hebben aan de onderkant een oranje band, waar acht stippen in staan. De spanwijdte bedraagt 5-6 centimeter. Deze vlinder is een van de meest voorkomende vlinders in Nederland. Je kunt ze overal tegenkomen, maar aan de noordelijke kust is de dichtheid het laagst.

Waardplant van deze vlinders is de brandnetel. Op de met name jonge planten worden de eitjes door het vrouwtje afgezet op de bladeren. Vanaf mei kun je de rupsen tegenkomen op brandnetels. Ze kunnen erg verschillen in uiterlijk, van gelig grijs tot zwart. De rupsen worden ongeveer vier centimeter groot.

Atalanta’s zijn trekvlinders. Ze overwinteren in Zuid-Europa. In het voorjaar komen ze weer naar het noorden. Je kunt deze vlinders soms zelfs nog in de winter, op zonnige dagen, tegenkomen. Vliegtijd van de atalanta is mei tot oktober.

Kleine vos (Aglais urticae)

In één oogopslag: voornamelijk oranje, met zwarte en lichtoranje vlekken, zwarte rand met paarse stippen, één witte vlek.

De kleine vos is een voornamelijk oranje vlinder, met gekleurde stippen en zwarte, gestippelde rand (de Natuur van hier)
De kleine vos is een voornamelijk oranje vlinder, met gekleurde stippen en zwarte, gestippelde rand (de Natuur van hier)

Deze oranje vlinder heeft zowel oranje voor- als ondervleugels. Op de voorvleugel zitten zwarte en lichtoranje vlekken een één witte vlek richting de vleugelpunt. Op de ondervleugel is een grote zwarte en lichtoranje vlek. Over beide vleugels loopt langs de rand een zwarte band met paarse stippen.

De kleine vos heeft een spanwijdte tussen de vier en vijf centimeter. Waardplant voor deze vlinder is de brandnetel. Voor de nectar kun je de kleine vos bij onder andere sleedoorn vinden. De eitjes worden op jonge brandnetels afgezet. De eitjes worden in groepen van tientallen tot wel honderden afgezet. De rups worden ongeveer drie centimeter groot.

Je kunt de kleine vos op veel verschillende plekken zien, van bosranden tot parken en van bermen tot dijken, zo lang er maar genoeg nectar te vinden is. De kleine vos kun je van maart tot in oktober zien vliegen.

Oranjetipje (Anthocharis cardamines)

In één oogopslag: witte vlinder met oranje vleugelpunt (mannetje), onderkant groen gemarmerd (vrouwtje) en zwarte stip (beide).

Oranje vlinders herkennen - hier zie je gelijk dat het om een mannelijk oranjetipje gaat, vanwege de oranje vleugelpunt
Hier zie je gelijk dat het om een mannelijk oranjetipje gaat, vanwege de oranje vleugelpunt

De vleugelpunten van deze vlinder hebben een oranje puntje (tipje) met een zwarte stip erin. Tenminste, dat geldt voor de mannelijke oranjetipjes. Verder zijn de vleugels nagenoeg wit. Vrouwtjes hebben geen oranje vleugelpunten, maar wel de witte vleugels en zwarte stip die de mannetjes ook hebben. De onderkant van de vleugels is groenachtig gemarmerd, zodat ze niet opvallen tussen de planten.

Oranjetips behoren tot de familie van de witjes. Deze vlinders worden ongeveer twee centimeter groot en heeft een spanwijdte van 3,5 tot 4,5 centimeter. Waardplanten zijn onder andere pinksterbloem, look-zonder-look en andere kruisbloemigen. De eitjes komen na anderhalve week uit en er is slechts een eitje per plant. De rupsen worden ongeveer drie centimeter groot. De winter wordt doorgekomen als pop.

Oranjetipjes kun je tegenkomen bij vochtige graslanden bij bosranden. De vlinder is een standvlinder in Nederland en komt vrijwel overal voor, hoewel het meeste in het oosten van het land. Vliegtijd van deze vlinders is maart tot en met juni.

Meer vlinders in je tuin
Wil je jouw tuin ook aantrekkelijker maken voor vlinders, dan kun je met biologisch gekweekte planten zorgen voor nectar, het voedsel van vlinders. Belangrijk is dan wel dat planten biologisch gekweekt zijn omdat deze geen pesticiden bevatten. Hierdoor kunnen vlinders onbezorgd van de nectar in de bloemen in jouw tuin genieten.
Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Dagpauwoog (Aglais io)

In één oogopslag: opvallende vlinder, vrij groot en bont gekleurd. Vier oogvlekken met opvallende zwarte, lichte en paarse kleuren.

Oranje vlinders herkennen - De 'ogen' van de dagpauwoog vallen goed op (De Natuur van hier)
De ‘ogen’ van de dagpauwoog vallen goed op (De Natuur van hier)

Op alle vleugels zijn oogvlekken aanwezig. De vleugels zijn oranjerood. Langs de rand loopt een bruine band. Tussen de oogvlekken op de vleugelpunten en het lijf bevinden zich zwarte en lichtere vlekken. De onderkant van de vleugels is bruin, wat een goede camouflage als verdord blad geeft. De spandwijdte van de dagpauwoog is tussen de vijf en zes centimeter.

Waardplanten voor de rupsen zijn brandnetels. De eitjes worden in groepen van ongeveer 50 afgezet, op de onderkant van het blad. De rupsen zijn diepzwart met veel kleine witte stippen. De brandnetels worden helemaal kaalgevreten. De rupsen vervellen enkele keren en worden uiteindelijk vier centimeter groot. De pop is groenbruin van kleur en heeft onderaan kleine stekeltjes. Meestal zie je de poppen op onderkant van een blad, maar ook wel op takken en aan muren. Na een week komt de vlinder uit.

Zodra het zonnig is, ontwaakt de dagpauwoog en begint te vliegen. Dit kan al in maart zijn, soms nog eerder. Tot laat in het jaar kun je ze nog tegenkomen. De soort overwintert als vlinder. Overwinteren gebeurt ook in huizen, schuurtjes en garages.

De dagpauwoog komt algemeen voor, maar is wel afhankelijk van brandnetels. Deze oranje vlinders kun je in bloemrijke graslanden tot in de tuin tegenkomen, als er maar nectar aanwezig is. Nectar halen ze uit vele verschillende soorten planten, bijvoorbeeld paardenbloem, pinksterbloem, duizendblad, boswilg en jakobskruiskruid. De vliegtijd is van maart tot en met september.

Landkaartje (Araschnia levana)

In één oogopslag: twee verschijningsvormen. Voorjaarstekening: oranje met zwart. Zomertekening: zwart met wit. Onderkant van beide tekeningen bestaan uit allemaal lijnen.

Deze oranje vlinder is niet altijd oranje. Het landkaartje kent namelijk twee tekeningen. In het voorjaar is de tekening oranje met zwarte vlekken en in de zomer is de vlinder zwart met witte vlekken en banden en oranjerode streepjes op de bovenvelugel. Dit verschil heeft te maken met de daglengte. Als de rups met korte daglengtes verpopt, krijgt de vlinder een voorjaarstekening. Met lange daglengten verpoppen geeft een zomertekening. De onderkant van de vleugels is in beide tekeningen gelijk: een spinnenweb van lijnen.

De waardplant is grote brandnetel. De eitjes worden in rijtjes van tien afgezet op de onderkant van het blad. De rupsen kun je zien in de perioden mei-juli en augustus-september. Ze worden ongeveer twee centimeter groot. De rupsen zijn zwart met witte spikkels en hebben geelbruine lengtestrepen. Op hun kop hebben ze twee opvallende uitsteeksels. Het verpoppen gebeurt aan of in de buurt van brandnetels. De vlinders in het voorjaar zijn iets kleiner dan de vlinders in de zomer.

Landkaartjes komen algemeen voor. Je komt ze vooral tegen in bossen en bosranden, soms ook in tuinen. Vliegtijd van landkaartjes is in de periode april-oktober.

Distelvlinder (Vanessa cardui)

In één oogopslag: zwarte vleugelpunten met witte vlekken, rest van boven- en ondervleugels zijn oranje met zwarte stippen en vlekken. De randen van de bovenvleugels zijn zwart.

Distelvlinder (de Natuur van hier)
Distelvlinders zijn trekvlinders en komen in het voorjaar weer aan in Nederland vanuit Zuid-Europa (de Natuur van hier)

Distelvlinders zijn overwegend oranje vlinders. In de oranje vleugels zitten zwarte vlekken, variërend in grootte en patroon. De vleugelpunten zijn zwart met witte stippen. Distelvlinders zijn trekvlinders. Ieder voorjaar trekken ze vanuit Zuid-Europa naar het noorden. Distelvlinders planten zich hier voort en trekken in het najaar terug. Ze kunnen hier niet overwinteren.

Wanneer distelvlinders weer in het noorden aan zijn gekomen, paren ze en zet het vrouwtje de eitjes af. Als de rups uit het eitje is gekomen, spint hij een weefsel aan de onderkant van het blad. Vanuit daar eet hij het blad op. Als het blad op is, maakt hij in een naburig blad een nieuw spinsel en begint weer met eten. De rupsen worden ongeveer drie centimeter groot en zijn zwart, met een lengtestreep en kleine witte spikkels.

Deze oranje vlinders zie je vooral in open landschappen, zoals dijken, graslanden en bloemrijke akkers. Het zijn trekvlinders die je vanaf ongeveer april in Nederland kunt zien. Vanaf oktober trekken ze weer terug naar Zuid-Europa.

Gehakkelde aurelia (Polygonia c-album)

In één oogopslag: voornamelijk oranje vlinder, met zwarte en lichtgele stippen en gekartelde vleugelranden.

Gehakkelde aurelia's hebben scherp gekartelde vleugelranden (gehakkeld)
Gehakkelde aurelia’s hebben scherp gekartelde vleugelranden (gehakkeld)

Gehakkelde aurelia’s zijn opvallende vlinders. Ze zijn voornamelijk oranje. Hun vleugelranden zijn sterk gekarteld (gehakkeld). Beide vleugels zijn getekend met zwarte en lichtgele stippen. Vanaf de ondervleugel loopt tot in de vleugelpunt een gestipte rand. Deze vlinders hebben een zomervorm en wintervorm, waarbij ze in de wintervorm donkerder van kleur zijn. De spanwijdte van deze oranje vlinder is tussen de vier en vijf centimeter.

De eitjes worden alleen of samen afgezet op bladeren in bossen en struwelen, waar het vochtig en niet te zonnig is. De rupsen worden ongeveer vier centimeter groot. Ze zijn zwart, maar hebben een witte vlek op de achterkant van het lijf, waardoor het op een vogelpoepje lijkt. Zo zal het minder gauw opgegeten worden. Nectarplanten zijn bijvoorbeeld wilg en braam, maar ze houden ook erg van rottend fruit.

Je kunt deze oranje vlinders tegenkomen bij bosranden en open plekken in het bos. Ook in meer bebouwde omgeving kun je ze zien. Gehakkelde aurelia’s komen in Nederland algemeen voor. Hun vliegtijd is van maart tot oktober.

Een andere vlinder gezien?

Zat de vlinder die je hebt gezien hier niet tussen? Kijk eens bij onze andere blogs over vlinders, misschien staat hij daar wel in het lijstje. Zo zijn er nog een aantal witte vlindersoorten en gele vlindersoorten.

Wat kun je zelf doen om vlinders te helpen?

Vlinders hebben het zwaar, net als veel andere dier- en plantensoorten. Veel van hun leefgebied is onder invloed van de intensieve landbouw en meer menselijke omgeving (meer stenen, meer uitstoot) ingrijpend veranderd. Er zijn een aantal dingen die je kunt doen om vlinders en andere diersoorten te helpen.

Brandnetels, brandnetels, brandnetels

Zoals je hierboven hebt kunnen lezen, is de brandnetel een waardplant voor veel verschillende soorten vlinders. Brandnetels worden echter vaak als ongewenst gezien en worden daarom weggehaald. Dit heeft invloed op de hele levenscyclus van de vlindersoorten. Er is dan geen plek om de eitjes af te zetten, geen voedsel voor rupsen en geen plek om te verpoppen. Laat die brandnetels dus lekker staan (in ieder geval ergens een hoekje). En laat ze ook vooral in de winter tot en met de lente onberoerd.

Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)
Brandnetels zijn onwijs belangrijk voor veel vlindersoorten, zoals de gehakkelde aurelia (de Natuur van hier)

Maak je tuin niet ‘winterklaar’

Rupsen verpoppen vaak op of rondom hun waardplant of in de lage vegetatie. Uitgebloeide planten en stengels worden gebruikt om de pop aan vast te maken. Een goede reden om je tuin niet zogenaamd winterklaar te hoeven maken. Niet alleen vlindersoorten, maar veel andere diersoorten gebruiken uitgebloeide planten om te overwinteren. Je kunt dit allemaal rustig laten staan. Wanneer er in het voorjaar weer warmere temperaturen aanbreken, beginnen veel diersoorten ook weer actief te worden en kun je de uitgebloeide stengels verwijderen.

Zorgen voor nectar

Bovenstaande maatregelen vragen er vooral om om met rust gelaten te worden. Maar je kunt ook actief je handen uit de mouwen steken en de vlinders voorzien van een lekker maaltje nectar. We raden aan om altijd te kiezen voor biologisch gekweekte planten en een groot aandeel inheemse soorten in je tuin. Uit meerdere onderzoeken, bijvoorbeeld door PAN-NL, blijkt dat er op veel planten uit tuincentra pesticiden zitten die insecten doden, ook nog na aankoop, wanneer ze in je tuin staan.

Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Inspiratie om een levend paradijs van je tuin te maken

Zoek je inspiratie om je tuin om te toveren tot een paradijs vol leven, geur en kleur? Waar plek is voor bijen, hommels, (kleine) zoogdieren, vogels en gele, witte en oranje vlinders? Hieronder vind je een aantal blogs die je op weg kunnen helpen:

Van tegeltuin naar groene tuin

De beste inheemse vaste planten

De beste inheemse planten voor in de zon

Een bloemrijk gazon aanleggen, onderhouden en de voordelen ervan

De beste inheemse bijenplanten

De beste inheemse schaduwplanten

Tips voor het aanleggen van een natuurtuin

De beste inheemse klimplanten

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Waarom zijn bijen belangrijk?

Waarom zijn bijen belangrijk?

Een van de belangrijkst dieren in het dierenrijk zijn toch wel de bijen. Deze kleine, vliegende insecten zorgen voor een aantal processen in de natuur die ook voor ons, de mens, cruciaal zijn. Helaas gaat het met de bijen wereldwijd niet goed. Tijd dus om uit te zoeken waarom bijen zo belangrijk zijn, waarom het niet goed gaat met deze geel-zwarte insecten en wat we kunnen doen om te zorgen dat het weer beter gaat met de bijen.

Bijen bestuivers

Welke soorten bijen zijn er?

In Nederland leven ruim 350 soorten bijen (waarvan helaas meer dan de helft bedreigd is). Deze zijn onderverdeeld in drie groepen: de honingbij (1 soort), de hommels (ongeveer 20 soorten) en de solitaire bijen (ongeveer 330 soorten).

Honingbijen leven in grote volkeren (bestaande uit soms wel 40.000 individuen) en hebben een sterke sociale structuur. Hommels zijn vooral te herkennen aan hun dicht behaarde huid. Ook hommels leven (in de zomer) in volkeren, maar deze zijn veel kleiner dan bij de honingbij. Tot slot zijn er nog de solitaire bijen. Zoals de naam al zegt leven deze bijen alleen en kennen ze niet zo’n dergelijke sociale structuur als honingbijen. Bij solitaire bijen is er ook geen sprake van een koningin.


Lees ook: de verschillen tussen bijen, wespen, hommels en hoornaars


Hoe gaat het met bijen?

Net zoals met andere bestuivende insecten zoals zweefvliegen en vlinders, gaat het ook met de bijen niet goed. Meer dan de helft van de ruim 350 bijensoorten in ons land wordt bedreigd. Echter is het niet alleen Nederland waar bijenpopulaties het zwaar hebben. In meerdere delen in de wereld gaan populaties bijen achteruit, vanwege verschillende oorzaken.

Aardhommel
Hommels zijn goed herkenbaar aan de dichte beharing op het lijf

Waarom gaat het niet goed met bijen?

Er zijn verschillende redenen waarom bijen het lastig hebben. Allereerst komt dit door de afname van geschikt leefgebied. In Nederland is de ruimte die we hebben beperkt. De bevolking groeit, dus er is steeds meer ruimte nodig om huizen te bouwen. Daarnaast is een groot deel van het landoppervlak in gebruik door de landbouw. Het aandeel natuur is hierdoor de afgelopen decennia afgenomen, waardoor veel diersoorten (waaronder bijen) in aantal sterk zijn afgenomen.

Verder hebben bijen veel last van het gebruik van bestrijdingsmiddelen op grote schaal. Het is vrij normaal geworden dat groentes en andere landbouwproducten bespoten worden met bestrijdingsmiddelen, wat giftig is voor insecten en veel andere dieren. Residuen van bestrijdingsmiddelen komen in natuurgebieden en wegbermen terecht, daar waar onder andere bijen op zoek zijn naar nectar. De pesticiden hebben onder andere invloed op het zenuwstelsel van bijen en andere insecten.

Een andere bedreiging voor (specifiek) de honingbij is de varroamijt. De varroamijt komt oorspronkelijk voor in Azië, maar heeft zich door toedoen van de mens wereldwijd (met uitzondering van Australië) weten te verspreiden. Deze parasiet heeft een negatief effect op het gewicht van bijen, wat uiteindelijk ervoor zorgt dat de honingbijen minder goed is in navigeren en minder lang leeft. Als enkele bijen geparasiteerd worden is dit geen probleem, maar het kan er ook voor zorgen dat hele volkeren last ervan krijgen. Hierdoor kan een volledig bijenvolk bedreigd worden door de varroamijt.

Tot slot lijken bijen ook nog last te hebben van periodes van slecht weer, welke (soms) het gevolg zijn van klimaatverandering. Lange periodes van regen, koude temperaturen en hevige wind kunnen ervoor zorgen dat bijen niet of nauwelijks kunnen vliegen en daardoor ook niet voldoende voedsel binnen krijgen. Dit kan desastreuze gevolgen hebben voor het voortplantingsproces van bijen.


Lees ook: hoe maakt een bij honing?


Waarom zijn bijen belangrijk?

Bijen zijn om meerdere redenen belangrijk. Allereerst dragen bijen bij aan een rijke biodiversiteit en vervullen ze een belangrijke rol in ecosystemen. Ze vervullen een cruciale rol als bestuivers. Op het moment dat deze weg zouden vallen zouden veel plantensoorten die afhankelijk zijn van bestuiving ook uitsterven, inclusief de dieren die daarvan afhankelijk zijn.

Bijen vormen daarnaast ook een voedselbron voor een aantal dieren. Bijen worden gegeten door vogels zoals de wespendief en de bijeneter. Het bijenwas (wordt onder ander gebruikt als kraamkamer door sommige bijen) wordt gegeten door sommige nachtvlinders zoals de kleine en de grote wasmot. Daarnaast vangen spinnen ook bijen.

Bijeneter
De kleurrijke bijeneter eet naast bijen en hommels ook wespen, vlinders, kevers en libellen

Tot slot kunnen bijen gezien worden als indicatorsoort voor de kwaliteit van natuur in een bepaald gebied. Als in een natuurgebied het aantal bijen en het aantal soorten bijen sterk achteruitgaat, dan is dit vaak een teken dat het met de algehele natuur in het gebied niet goed gaat.

Bestuiven

Nog even terug op het bestuiven, de cruciale rol die bijen (en andere insecten zoals zweefvliegen) spelen in een ecosysteem. Bijen eten nectar, dit vinden ze in de bloemen van bloemplanten. Terwijl ze van bloem tot bloem vliegen om voldoende nectar binnen te krijgen, nemen ze (onbewust) stuifmeel mee wat op hun lichaam blijft plakken. Het stuifmeel wordt op deze manier van de ene naar de andere bloem gebracht, waarmee de planten bestoven worden. Door deze symbiose tussen bestuiver en plant kunnen bloemplanten zich voortplanten zonder daadwerkelijk met elkaar in contact te komen.

Ongeveer 85% van alle wilde planten wordt bestoven door wilde bijen en andere insecten, waarbij bijen het grootste deel van deze rol op zich nemen. Zonder deze bestuivers zouden deze planten waarschijnlijk uitsterven, inclusief al het leven dat weer direct of indirect van die planten afhankelijk is.

Ook een aantal bomen en veel van ons groenten en fruit worden bestoven op deze manier. Onder andere appels, beren, bramen, courgette’s en paprika’s worden bestoven door bijen of andere insecten. Maar ook andere producten zoals zonnebloemolie, mosterd en honing kunnen we gebruiken dankzij het werk van bijen. Dit geeft wel aan hoe groot het (economisch) belang is van bijen en andere bestuivers.

Veel van ons dagelijkse voedsel wordt bestoven door bijen
Veel van ons dagelijkse voedsel wordt bestoven door bijen

Hoe kun je bijen helpen?

Om de bijen in jouw omgeving te helpen kun je een aantal dingen doen. Allereerst kun je ervoor kiezen om een inheems bloemenmengsel te zaaien in je tuin, zodat bijen voldoende nectar kunnen vinden. Via deze link is een biolgoische zadenmix, samengesteld door Natuurmonumenten te bestellen, speciaal samengesteld voor insecten. Met één zakje zaai je zo’n 15m2 in. Dus bestel meerdere zakjes om een grote oppervlakte in te kunnen zaaien!

Daarnaast kun je ook inheemse planten aanplanten in je tuin. Kies dan wel voor biologisch gewkeekt omdat deze geen gif bevatten en daardoor niet schadelijk zijn voor bijen en andere insecten. Zowel bij Sprinklr als bij Vivara is een breed assortiment aan biologisch gekweekte planten te vinden.

Maar ook zonder in te zaaien of aan te planten kun je al wat doen om je tuin aantrekkelijker te maken. Door je gazon minder vaak te maaien geef je kruidachtige planten meer kans om in bloei te komen. De soorten kruiden die in je gazon komen, zoals paardenbloem, boterbloem en klaver, zijn uitstekende nectarplanten voor vlinders. Meer over bloemrijke gazons lees je hier.

Hondsdraf + paardenbloem (de Natuur van hier)
Bloemrijke gazons zijn een ideaal nectarveld voor bijen (de Natuur van hier)

Gebruik in ieder geval geen bestrijdingsmiddelen in je tuin. Insecten, waaronder bijen kunnen hier slecht tegen. Bloemen komen soms nog wel in bloei, maar kunnen dan alsnog bestrijdingsmiddelen bevatten. Insecten worden gelokt door de bloemen, niet wetende dat er bestrijdingsmiddelen in zitten. De bestrijdingsmiddelen zorgen ervoor dat bijvoorbeeld het zenuwstelsel wordt aangetast, of dat de insecten dood gaan.


Lees ook: de beste inheemse bijenplanten


Daarnaast zijn er nog veel andere dingen die je kunt doen om je tuin meer geschikt te maken voor bijen en andere insecten. Je kunt bijvoorbeeld nog een bijenhotel (of insectenhotel) ophangen waarin bijen zich kunnen voortplanten of waarin ze kunnen overwinteren. Tot slot kun je je tuin op een nog natuurvriendelijkere manier beheren. In deze blog vind je meer tips hoe je dit aanpakt.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Herken gele vlinders – met foto’s en tips

Gele vlinders vallen vanwege hun kleur goed op. In Nederland zijn er eigenlijk maar twee soorten die echt geel zijn: de citroenvlinder en de koninginnenpage. Deze twee vlinders lijken niets op elkaar, dus het herkennen van gele vlinders in Nederland is niet moeilijk. In deze blog worden beide vlindersoorten besproken.

Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.
Vlinders hebben zo allemaal hun eigen waardplanten, maar ze hebben allemaal nectar nodig van verschillende planten. Een kruidenrijk grasland kan bijvoorbeeld ideaal zijn
Vlinders hebben zo ieder hun eigen waardplanten, maar ze hebben allemaal nectar nodig. Een kruidenrijk grasland kan bijvoorbeeld ideaal zijn

Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)

Deze vlinder valt op door de felgele kleur. Het mannetje is feller van kleur dan het vrouwtje. Het vrouwtje is eerder groenachtig in vergelijk met het felgele van het mannetje. Daarom wordt het vrouwtje vaak verward met witte vlinders. Bij het mannetje is de onderkant van de vleugels ook groenig. De vleugels zijn geaderd en zijn daarmee een goede camouflage. De aderen in de vleugels lijken op de nerven van bladeren en de bladuiteindes. De voor- en achtervleugels lopen in een punt en op elke vleugel komt een oranje stip voor. Citroenvlinders worden ongeveer 3 centimeter groot en hebben een spanwijdte tot 5,5 centimeter. Ze komen algemeen voor in Nederland.

De vleugelpunten en oranje stippen op de vleugels van de citroenvlinder zijn hier duidelijk te zijn (Saxifraga/Vlinderstichting - A.H. Baas)
De vleugelpunten en oranje stippen op de vleugels van de citroenvlinder zijn hier duidelijk te zien (Saxifraga/Vlinderstichting – A.H. Baas)

Van ei tot vlinder

De citroenvlinder is een van de langst levende vlindersoorten in ons land. De vliegtijd is van eind juni tot in oktober. Daarna gaat de vlinder overwinteren. De baltsvlucht van citroenvlinders kun je goed herkennen. Eerst zit het mannetje achter het vrouwtje aan, daarna vliegen ze allebei een stukje naar achteren. Je kunt ze zien vliegen in de tuin en in bos, maar ook op ruigere stukken grond, zo lang er maar nectaraanbod is.

Vervolgens moet het vrouwtje op zoek naar nectar. De eitjes moeten nog rijpen en dat kost veel energie. Nectar halen citroenvlinders graag uit onder andere paardenbloem, grote kattenstaart, koninginnekruid, sleutelbloem en wilg. Na het rijpen zet het vrouwtje de eitjes af op de onderkant van de bladeren van de waardplant, in hun geval wegedoorn of sporkehout. Citroenvlinders zijn echte zwervers en zetten de eitjes over een groot gebied af. Vanaf half april komen de eitjes uit.

De rups van de citroenvlinder is felgroen, zodat hij niet goed opvalt. Na zo'n 3-5 weken verpopt deze rups zich al (Saxifraga/Vlinderstichting - Henk Bosma)
De rups van de citroenvlinder is felgroen, zodat hij niet goed opvalt. Na zo’n 3-5 weken verpopt deze rups zich al (Saxifraga/Vlinderstichting – Henk Bosma)

De rupsen zijn felgroen van kleur, met kleine zwarte stippeltjes en een witte lengtestreep. Op deze manier zijn ze goed gecamoufleerd tegen de groene bladeren van hun waardplanten. De rupsen worden ongeveer vier centimeter groot. Na drie tot vier weken is het tijd voor de rups om te verpoppen naar vlinder. Dit doen ze zowel op de waardplant als op andere planten. Vanaf juni vliegt er dan een nieuwe generatie citroenvlinders rond.

Overwinteren

Nadat de citroenvlinders de zomer al fladderend hebben doorgebracht, zoeken ze in het najaar een beschutte plek om te overwinteren. Dit kan bijvoorbeeld in klimop of hulst zijn, maar ook wel in een dichte graspol of ander struikgewas. Laat deze planten daarom zo lang mogelijk met rust, zodat de citroenvlinder ongestoord kan overwinteren en in het voorjaar kan ontwaken.

Citroenvlinders overwinteren in dicht struikgewas
Citroenvlinders overwinteren in dicht struikgewas

Op zonnige winterdagen kan het zijn dat de citroenvlinder even uit de rust komt en een andere overwinteringsplek zoekt. Vervolgens gaat de vlinder door met zijn winterslaap. Het overwinteren gebeurt als imago, dus als volwassen vlinder. Na de overwintering breekt de paartijd aan.

Koninginnenpage (Papilio machaon)

De koninginnenpage is misschien wel de opvallendste vlinder van ons land. Met een spanwijdte van 5 tot 8 centimeter is het de grootste dagvlinder in Nederland. De vleugels zijn geel en hebben een geel-zwarte tekening. Boven de staart zit er blauw in en aan beide binnenkanten van de ondervleugels is een oranje stip zichtbaar. Wanneer de vlinder in vlucht is, lijken deze stippen op ogen. En dat schrikt roofdieren (hopelijk) af. Verder zijn de lange, smalle staartpunten opvallend bij de koninginnenpage. Deze punten worden ook wel staartslippen of vleugelstaarten genoemd. Ook deze dienen om roofdieren om de tuin te leiden, want de vleugelstaarten lijken op antennes van de vlinder.

De kleuren, tekening en afschrikkende 'ogen' op de vleugels zijn opvallend aan de konginnenpage (de Natuur van hier)
De kleuren, tekening en afschrikkende ‘ogen’ op de vleugels zijn opvallend aan de konginnenpage (de Natuur van hier)

Van ei tot vlinder

Deze grote vlinder leeft in meestal twee generaties per jaar. Dit is wel sterk afhankelijk van de temperatuur. In koudere omgevingen is er eerder een enkele generatie en in warmere oorden kunnen er zelf drie generaties per jaar zijn. Vanaf april (soms maart) tot en met oktober kun je deze vlinders zien vliegen. Mannetjes voeren baltsvluchten uit vanaf een hoger punt, zoals een heuveltop of een boomkruin. Wanneer ze een vrouwtje hebben gevonden, verdwijnt het paartje in de vegetatie. Kort daarna zet het vrouwtje de eitjes af. Het zoeken naar een partner rondom toppen wordt hill-topping genoemd.

De eitjes worden afzonderlijk van elkaar afgezet. Dit in tegenstelling tot veel andere vlinders, waar de eitjes in groepjes worden afgezet. De waardplanten behoren tot de schermbloemigen. Eerste generaties zetten af op peen, tweede generaties op bijvoorbeeld peen, wortel, peterselie of dille. Vanaf half mei komen de eitjes uit.

Hoe ouder de rups is, hoe meer hij bovenin de plant klimt om van te eten. Er wordt begonnen met het blad waar het eitje op stond, later eet de rups ook de bloemknoppen
Hoe ouder de rups is, hoe meer hij bovenin de plant klimt om van te eten. Er wordt begonnen met het blad waar het eitje op stond, later eet de rups ook de bloemknoppen

In het begin vallen de rupsen amper op. Ze worden ook wel vergeleken met een vogelpoepje: ze zijn zwart met een witte vlek in het midden. Rupsen worden graag gegeten door vogels, maar door deze camouflage is de rups zijn leven wat zekerder. Daarnaast heeft hij nog een ander afschrikmiddel: het osmetium. Dit is een vorkachtig orgaan wat de rups uit het lichaam kan drukken. Dit orgaan is een klier wat een penetrante geur verspreidt.

Na het vervellen krijgt de rups van de koninginnenpage zijn kenmerkende en opvallende uiterlijk: een heldergroen lichaam met zwarte dwarsbanden en oranje vlekken. Het verpoppen gebeurt op de waardplanten. De tweede generatie rupsen zijn er vanaf half augustus.

De rups van de koninginnenpage is opvallend en goed te herkennen
De rups van de koninginnenpage is opvallend en goed te herkennen

Nadat de rups de verpopping heeft overleefd, ligt de focus op nectar verzamelen. Koninginnenpages hebben hiervoor schermbloemigen nodig, maar ook klavers en distels zijn geliefd. Wat habitat betreft kun je deze vlinder tegenkomen in bloemrijke graslanden en weides, moerassen, moestuinen (vanwege peen en wortel en dergelijke) en open, glooiende landschappen. De tweede generatie vlinders vliegt vanaf begin juli rond, tot half september.

De koninginnenpage op rode klaver, een van de planten waar nectar uit gehaald wordt
De koninginnenpage op rode klaver, een van de planten waar nectar uit gehaald wordt

Overwinteren

Wanneer de zomer op het eind loopt en de temperaturen dalen, hebben de rupsen van de tweede generatie zich volgegeten. Ze overwinteren als pop in de kruidlaag. Dit kan de waardplant zijn of een plant in de buurt daarvan.

Meer vlinders in de tuin
Wil je jouw tuin ook aantrekkelijker maken voor vlinders, dan kun je met biologisch gekweekte planten zorgen voor nectar, het voedsel van vlinders. Belangrijk is dan wel dat planten biologisch gekweekt zijn omdat deze geen pesticiden bevatten. Hierdoor kunnen vlinders onbezorgd van de nectar in de bloemen in jouw tuin genieten.
Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Hoe maakt een bij honing?

Honingbijen

Naast dat bijen belangrijke bestuivers zijn, hebben ze nog een bijzondere eigenschap. Bijen produceren namelijk honing. Het bestuiven van bloemen is namelijk een neveneffect van het maken honing. De goudkleurige, zoete en stroperige honing die bijen maken is geliefd bij andere dieren zoals honingdassen en honingberen, maar ook wij als mens gebruiken het veel. Maar hoe maken bijen honing? In deze blog lees je er alles over.

Honing pot
Het natuurproduct honing wordt op een bijzondere wijze geproduceerd

Bijen maken honing met behulp van nectar. De nectar wordt vermengd met enzymen uit het speeksel die de nectar omzetten van complexe suikerketens naar enkelvoudige suikerketens zoals glucose en fructose. Het mengsel wordt in een cel in de honingraat gestopt. Vervolgens wapperen de bijen met hun vleugels het mengsel droog, waarna het de structuur van honing krijgt. De honing wordt afgewerkt met een waslaag, bijenwas, zodat het langer houdbaar is.

Het maken van honing en het bestuiven van bloemen zijn onlosmakelijk met elkaar verbonden. Het belangrijkste bestandsdeel van honing is nectar, die de bij gaat halen in de kern van bloemen. Wanneer de honingbij druk bezig is met het verzamelen van nectar, drukt het met zijn lichaam tegen de meeldraden aan, die het stuifmeel vast houden. Het stuifmeel komt op het lichaam van de honingbij te zitten, die vervolgens doorvliegt naar de volgende bloem om nog meer nectar te verzamelen. Hier wordt het stuifmeel afgegeven waarmee de nieuwe bloem bevrucht wordt.

Honingbijen bestuiven 80% van alle soorten bloemen en daarmee meer dan 130 soorten groenten en fruit die wij eten. Ondanks de essentiële rol in het ecosysteem, gaat het helaas erg slecht met de honingbij. Belangrijkste redenen hiervoor zijn het gebruik van pesticiden, droogte en habitatverlies.


Lees ook: tips voor meer bijen en vlinders in je tuin


Welke bijen maken honing?

Het is voornamelijk het geslacht honingbijen (Apis) dat honing produceert. Binnen dit geslacht zijn er zeven soorten te honingbijen te onderscheiden, waarbij de gewone honingbij of Europese honingbij (Apis mellifera) voor ons het bekendste is en welke de meeste honing produceert.

Bijen
Honingbijen zijn het meest bekend om het produceren van honing

Het geslacht honingbij bestaat echter maar uit zeven soorten, terwijl er wereldwijd zo’n 20.000 soorten bijen beschreven zijn. Maken al die andere bijen dan geen honing? Sommige wel, maar in een veel kleinere hoeveelheid dan de echte honingbijen. Van hommels is bekend dat ze ook honing maken. Maar ook bijen uit het geslacht Melipona (komen voor in Midden- en Zuid-Amerika) en de Indian stingless bee (Tetragonula iridipennis) (voorkomend in India) produceren honing.

Waarom maakt een bij honing?

Naast nectar en stuifmeel eten bijen ook de honing die ze gemaakt hebben. Het produceren van honing is bedoeld als voedselvoorraad voor wanneer de andere voedselbronnen lastig te vinden zijn. Bijen werken in de lente en zomer, wanneer veel nectar en stuifmeel te vinden is, dus hard aan de honing om hier in de winter dankbaar gebruik van te maken. Ze produceren zelfs meer honing dan ze zelf nodig hebben, omdat ze weten dat de zoete honing vaak gestolen wordt door andere dieren.

Bloem
In de winter zijn geen bloemen met nectar te vinden en zijn honingbijen dus afhankelijk van de honingvoorraad

Hoeveel honing maakt een bij?

Bijen werken als een volk samen om honing te produceren. De vraag ‘hoeveel honing produceert een bijenvolk per jaar’, is dan ook wat interessanter. Naar schatting produceert een bijenvolk honingbijen in een goed seizoen tot wel 50 kilogram honing. De hoeveelheden verschillen echter per seizoen en per soort.


Lees ook: waar is biodiversiteit goed voor?


Hoe maakt een bij honing?

Het maken van honing is een bijzonder proces, waarbij er door honderden bijen wordt samengewerkt. Het start met het halen van het belangrijkste ingrediënt, de nectar. De werkbijen vliegen naar de bloemen die nectar bevatten. Bijen vinden deze bloemen doordat ze ultraviolet licht kunnen zien. Bloemen hebben een zogenoemd honingmerk, dat zichtbaar is door ultraviolet licht.

Op zoek naar nectar

Als werkbijen bloemen met nectar gevonden hebben dan laten ze dit ook weten aan hun collega-werkbijen. Dit doen ze door een specifiek dansje te doen, waaraan de andere bijen kunnen herleiden welke kant, ten opzichte van de zon, ze op moeten vliegen om bij de nectarbloemen te komen. Hoe langer het dansje, hoe verder weg de bloemen zich bevinden.

Bijen bezoeken meerdere bloemen om voldoende nectar mee terug te nemen. Tijdens deze bezoeken vindt ook de bestuiving van bloemen plaats. De nectar haalt de bij met zijn lange, dunne tong uit de kern van de bloem en slaat deze op in de honingmaag. In het speeksel van de bij bevinden zich enzymen, welke worden gemengd met de honing in de honingmaag. Deze enzymen zijn zeer belangrijk voor het proces. De enzymen zorgen ervoor dat de complexe suikerketens van nectar worden omgezet in enkelvoudige suikers, glucose en fructose.

Hommel
Met het zoeken naar nectar, bestuiven bijen en hommels ook bloemen

Enzymen

Wanneer de honingmaag vol is, keren de werkbijen terug naar de bijenkorf. Hier wordt de nectar overgegeven aan de bijen die in de korf blijven, de jongere bijen. Het overgeven van de nectar gebeurt van mond op mond, waarbij er steeds meer enzymen worden toegevoegd aan het mengsel.

Binnen in de korf gaat het mengsel over van bij naar bij, van mond naar mond. Het mengsel is gereed om in een cel in de honingraat te verwerken, echter is het dan nog erg vochtig. De bijen wapperen met hun vleugels het mengsel in de honingraat droog, totdat het juiste vochtigheidsgehalte bereikt is. De honing is op dat moment gereed, maar het proces is nog steeds niet klaar.

Bijenwas

Bijen bewaren de honing voor de momenten dat voedsel in de vorm van nectar schaars is. Om te zorgen dat het niet bederft, maken bijen nog een waslaagje over de honing heen. De zogenaamd bijenwas. Hiermee zorgen bijen ervoor dat de honing nog jaren goed blijft en ze altijd voldoende voedsel hebben.

Honingraad
Een bijna gevulde honingraat

Bijen helpen

Het maken van honing is dus een complex proces, waarbij een bijenvolk goed met elkaar samenwerkt. Tijdens het maken van honing vervullen bijen een uiterst belangrijke rol, die ook voor ons als mens cruciaal is: het bestuiven van bloemen. Dit zorgt ervoor dat bloemen zich kunnen vermeerderen en zo ook een belangrijke voedselbron zijn voor andere insecten en planteneters. Daarnaast produceren bloemplanten belangrijke gewassen in de vorm van groenten, fruit en noten.

Het gaat niet goed met de bijen in Nederland en ze kunnen dus wel een helpende hand gebruiken. Wil je zelf iets doen, maak dan je tuin bijvriendelijker, gebruik geen pesticiden en geef waarnemingen van wilde bijen door via waarneming.nl.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Bijen, wespen, hommels en hoornaars: de verschillen in één overzicht

Bijen

In Nederland komen vele soorten vliesvleugeligen voor. Deze zijn beter bekend onder de noemer bijen, wespen, hommels en hoornaars, maar verder horen ook onder andere de mieren tot deze orde. Maar wat zijn nou die kenmerken die de bijen, wespen, hommels en hoornaars van elkaar verschillen? In deze blog komen deze verschillen aan bod, zodat je de volgende keer weet wat er voorbij vliegt.

Taxonomie

Taxonomisch zijn bijen en hommels meer met elkaar verwant, en de wespen en hoornaars ook met elkaar. De soorten zijn allemaal met elkaar verbonden doordat ze allemaal behoren tot de onderorde Apocria. Het gemeenschappelijke van deze dieren is dat ze allemaal een wespentaille hebben. Dit houdt in dat het achterlijf in twee segmenten is verdeeld, wat bij de meest insecten niet het geval is. Binnen deze onderorde zijn een helebooel (super)families, waaronder de bijen en hommels en de wespachtigen.

Saksische wesp
Saksische wesp

Fysieke verschillen

Het best op te merken zijn de fysieke verschillen tussen de vier soortgroepen. Wespen zijn over het algemeen het kleinste, met een lichaamslengte van 9 tot 17 millimeter en een opvallen smalle taille. Ze zijn daarnaast kenmerkend geel en weinig behaard. Bekende soorten zijn de Duitse wesp en de gewone wesp. Verder zijn er bijvoorbeeld ook metselwespen en veldwespen.

Verschil bij, hommel, wesp, (Bron: wespennest Vlaanderen)hoornaar
Verschil bij, hommel, wesp, hoornaar (Bron: wespennest Vlaanderen)

Lees ook: wat is het verschil tussen een amfibie en een reptiel?


Hommels worden net zo groot als wespen (9 tot 17 millimeter), maar hebben een dikker achterlijf. Het lijf is daarnaast behaard en het lichaam is in afwisselende kleurenbanden getekend, wat roofdieren afschrikt. Bekende hommelsoorten in Nederland zijn de akkerhommel en aardhommel. Bijen zijn, net zoals hommels behaard, maar deze is bij hommels wel nadrukkelijker aanwezig. Bijen en hommels worden ongeveer even groot (11-18mm). De honingbij en de rosse metselbij zijn bekende soorten die we in Nederland vinden.

Tot slot komen er nog twee hoornaars voor in Nederland, die beduidend groter zijn dan de andere wespen en bijen. De Europese hoornaar is de grootste en wordt met zijn 25 tot 35 millimeter vaak wel twee keer zo groot als andere wespachtigen. De Aziatische hoornaar, een invasieve exoot, blijft iets kleiner met een lichaamslengte van 20 tot 30 millimeter, maar is nog steeds een imposante verschijning. Andere belangrijke fysieke verschillen tussen de twee zijn de kleur van het borsstuk (zwart bij de Aziatische en geel bij de Europese) en het uiteinde van de poten. Deze zijn geel bij de Aziatische en gewoon bruin, net zoals de rest van de poten, bij de Europese hoornaar.

Zweefvliegen

Daarnaast zijn er nog een aantal zweefvliegen dier erg op wespen, bijen of hommels kunnen lijken. Ze hebben vaak dezelfde kleurpatronen, zijn opvallend gekleurd en hebben soms ook eenzelfde beharing als bijen of hommels hebben. Zweefvliegen behoren echter tot de tweevleugeligen, maar lijken bewust op de wespen, bijen of hommels. Dit fenomeen heet mimicry en is bedoeld als afweermechanisme tegen predatoren. Bekende zweefvliegen zijn de kleine bijvlieg en de grote kommazweefvlieg.

Langlijfje (de Natuur van hier)
Langlijfje (de Natuur van hier)

Verschillen in leefwijze en gedrag

Naast de fysieke verschillen, zijn er ook verschillen op te merken in leefwijzen en gedrag, tussen bijen, wespen, hommels en hoornaars.

Bijen en hommels

Bijen zijn over het algemeen solitair levende dieren, maar er zijn ook soorten die in volken leven. Bij soorten die in volkeren leven, zoals de bekende honingbij, kennen we verschillende verschijningsvormen. Zo zijn er de moeren (de koninginnen), de werksters (vrouwtjes) en de darren (de mannetjes). Bijen (ook de larven) voeden zich met nectar en stuifmeel. Sommige bijen, zoals de honingbij, produceren veel honing. Bijen zijn daarnaast zeer belangrijk in de bestuiving van bloemen en vele voedselgewassen. Door het gebruik van pesticiden, de monoculturen in de landbouw en door mijten hebben bijen in Nederland het zwaar. Bijen kunnen steken, maar doen dit over het algemeen niet snel.

Hommels leven voornamelijk in kolonies, met één koningin. De kolonies bij hommels zijn over het algemeen een stuk kleiner dan die van bijen. Hommels eten nectar uit bloemen, waarbij ze hun lange tong gebruiken om bij de nectar te komen. Hommels produceren soms ook honing, maar in veel minder grote hoeveelheden dan bijen dit doen. Net zoals bijen zijn hommels belangrijke bestuivers. Ook met hommels gaat het niet zo goed in Nederland, door het gebruik van pesticiden, het verdwijnen van leefgebied en door de intensieve landbouw. Hommels kunnen ook steken, maar doen dit zelden.

Weidehommel; wespen; bijen; hoornaars
Hommels, zoals deze weidehommel, zijn niet agressief en zullen zelden steken

Lees ook: tips voor meer bijen en vlinders in je tuin


Wespen en hoornaars

Ook bij de wespen zijn de meeste soorten solitair levende dieren. Er zijn echter ook weer soorten die kolonies vormen. In deze kolonies kan alleen de koningin eieren leggen, de werksters zijn niet-reproductief. De werksters sterven aan het einde van het seizoen, de koningin zoekt dan een overwinteringsplek op.

Duitse wespen - bijen - hommels - hoornaars
Duitse wesp

Wespen zijn over het algemeen vleeseters en jagen veelal op andere insecten. Hiermee vertolken ze een belangrijke ecologische rol als roofdier (en in sommige gevallen als halfparasiet). Ze dragen bij aan een biologische bestrijding van ziektes en plagen in bijvoorbeeld de tuinbouw sector. Ze zorgen ervoor dat plaagsoorten niet exponentieel kunnen toenemen. Wespen zullen iets sneller steken dan bijen en hommels, maar ook alleen wanneer ze zich bedreigd voelen. Blijf dus uit de buurt van nesten en blijf rustig als er een om je heen vliegt.

Europese vs. Aziatische hoornaar

Europese hoornaars leven in kolonies, waarbij er één koningin is en verder allemaal werksters. De koningin is de enige die de winter overleeft. Europese hoornaars zijn net zoals andere wespen belangrijk in het bestrijden van plaagsoorten. Hoornaars zijn per definitie niet agressief, maar kunnen dat wel worden in de buurt van het nest (wanneer deze bedreigd wordt). Hoornaars vangen insecten, welke ze bijna allemaal voeren aan de larven. Volwassen exemplaren voeden zich voornamelijk met suikerrijke boomsappen.

Europese hoornaar - bij - wesp - hommel
Europese hoornaar

De Aziatische hoornaar is waarschijnlijk voor het eerst in Europa opgedoken in 2004, in Frankrijk. Deze zou met een lading Chinees aardewerk zijn meegekomen en heeft zich in Frankrijk en enkele omliggende landen (waaronder Nederland) weten te vestigen. Qua leefwijze en gedrag zijn ze vergelijkbaar met de Europese hoornaar, echter is er één essentieel verschil. Aziatische hoornaars jagen naast de gebruikelijke wespen ook op bijen. Hierdoor vormt deze een serieuze bedreiging voor de inheemse honingbij. Om deze reden wordt de Aziatische hoornaar dan ook actief bestreden.

Overzichtstabel

Kenmerk Bij Wesp Hommel Hoornaar
Uiterlijk Harig, bruin/geel, slank Gladder, geel met zwart Zwaar behaard, bol lichaam Groot, rood/bruin-geel gestreept
Grootte 1 – 1,5 cm 1 – 1,5 cm 1,5 – 2,5 cm 2 – 3,5 cm
Lichaamsbouw Slank, harig Slank, glad Dik, behaard Groot, krachtig gebouwd
Voedsel Nectar en stuifmeel Zoetigheid en eiwitten Nectar en stuifmeel Insecten en zoetigheid
Agressief? Nee, alleen bij verdediging Ja, vooral in nazomer Nee, zeer zachtaardig Minder agressief dan wesp
Steekgedrag Steekt één keer, sterft Kan meerdere keren steken Steekt zelden, alleen bij dreiging Steekt alleen bij bedreiging
Nest In holtes, kasten, bomen In de grond of gebouwen In oude muizennesten of graspollen In boomholtes of schuren
Actief in… Lente t/m nazomer Zomer en nazomer Vroege lente t/m zomer Zomer en nazomer
Belangrijk voor… Bestuiving Natuurlijke plaagbestrijding Bestuiving Populatiebeheer insecten
Bijzonderheden Houdt van bloemen Trekt naar zoet eten Vliegt ook in koud weer Grootste wespensoort in NL

Lees ook: wat is het verschil tussen juffers en libellen?


Getolereerd, of niet?

Bijen, hommels, wespen en hoornaars hebben niet de beste reputatie bij de meeste mensen. Ze hebben echter wel cruciale rollen in onze ecosystemen. Meer dan de helft van de 360 bijensoorten die in Nederland voorkomen worden bedreigd. Meer dan 75% van de voedselgewassen wordt bestoven, waarin bijen en hommels een belangrijke bijdrage leveren. Gelukkig is dit bij steeds meer mensen bekend en wordt er steeds meer ondernomen om de inheemse bijen te beschermen.

Wespen daarentegen worden vaak verguisd. Deze vervullen echter een belangrijke rol in het bestrijden van plaagsoorten, wat cruciaal is voor de tuinbouwsector. Het is nochtans de vraag of het standpunt over de wesp bij mensen snel zal veranderen.

Tot slot

Nu weet je de verschillen tussen bijen, wespen, hommels en hoornaars. Wil je altijd op de hoogte blijven van de nieuwste blogs, tips om je tuin natuurvriendelijker te maken en winacties? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws als eerste in je mailbox!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Witte vlinders herkennen in Nederland – met foto’s en tips

Groot koolwitje

Er zijn vlinders in allerlei soorten, maten en kleuren. Opvallende vlinders zijn vaak niet moeilijk te herkennen, maar vlinders die er grotendeels hetzelfde uitzien, zijn moeilijker om uit elkaar te houden. Zo ook witte vlinders. Hoe leer je witte vlinders herkennen? In deze blog geven we je daar tips voor: waar kun je op letten en wat onderscheidt de ene vlinder van de andere? Aan het eind van deze blog geven we nog tips hoe je vlinders zelf kunt helpen.

E-book meer natuur in je tuin - klein geaderd witje
Een koolwitje, maar is het de grote of de kleine?
Een koolwitje, maar is het de grote of de kleine?

Witte vlinders behoren tot de familie witjes: Pieridae. Als je op de Latijnse namen van de vlinders let, zul je al gauw opmerken welke tot hetzelfde geslacht behoren en welke niet. Waardplanten zijn voornamelijk koolsoorten en kruisbloemigen.

Overzichtstabel

Soort (Nederlands) Wetenschappelijke naam Spanwijdte Zwarte vleugelpunten Stippen (m/v) Activiteitsperiode Kenmerken & tips
Groot koolwitje Pieris brassicae 28–32 mm Grote, halvemaanvormige zwarte punten die diep doorlopen Vrouw: 2 stippen; man: geen Maart–oktober Zeer prominente vleugelpunt; groene rups met zwarte spikkels
Klein koolwitje Pieris rapae 21–27 mm Kleine, recht afgesneden zwarte punten Beide: zwarte vlekken; bij vrouw opvallender Maart–oktober Algemeen voorkomend; smalle gele streep op rups
Klein geaderd witje Pieris napi 20–24 mm Zwart, druppelvormig; aders grijsgroen onder Man: 1 vlek; vrouw: 2 April–oktober Ondervleugels met grijs-groene aders; vaak bij vochtige biotopen
Scheefbloemwitje Pieris mannii Iets kleiner dan klein koolwitje Middelgrote vleugelpunt Soortgelijke stippen als klein koolwitje Zeldzaam, in opkomst Moeilijk te onderscheiden; vleugelpunt tussen klein en groot koolwitje
Citroenvlinder Gonepteryx rhamni 27–30 mm Geen zwart; puntige vleugelvorm Oranje vlek op vleugel bij beide geslachten Februari–oktober Vrouwtje vaak bijna wit; duidelijk andere vleugelvorm

Groot koolwitje (Pieris brassicae)

De voorste vleugelpunten zijn zwart. Dit loopt tot bijna onderaan de voorste vleugelpunt door naar beneden, in de vorm van een maansikkel. Vrouwtjes hebben twee zwarte stippen op de voorste vleugels, mannetjes hebben dit niet. De stippen kunnen per generatie verschillen.

Het groot koolwitje is meestal tussen de 28 en 32 mm groot. Het groot koolwitje kun je in het hele land tussen maart en oktober tegenkomen.De rupsen zijn groen met een zwart gespikkelde rug.

Pieris brassicae 7, Groot koolwitje, Vlinderstichting-Henk Bosma
De donkere vleugelpunten en zwarte stippen zijn hier duidelijk te zien bij dit vrouwtje (Vlinderstichting/Saxifraga – Henk Bosma)

Klein koolwitje (Pieris rapae)

Het klein koolwitje heeft minder zwarte vleugelpunten dan het groot koolwitje. En natuurlijk zijn ze kleiner (21-27 mm). De vleugelpunten zijn zwart, maar dat loopt niet zo ver door als bij het groot koolwitje. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben zwarte vlekken op hun voorvleugel, maar bij de vrouwtjes zijn deze meer aanwezig.

Het klein koolwitje is ook een algemene vlinder en kun je overal in ons land zien fladderen tussen maart en oktober. De rupsen zijn groen en heel licht gespikkeld. Ook valt de smalle, gele streep op.

Pieris rapae 26, Klein koolwitje, Saxifraga-Rudmer Zwerver
Vergeleken met de foto hierboven zie je bij het klein koolwitje duidelijk verschil in de vleugelpunten (Saxifraga – Rudmer Zwerver)

Klein geaderd witje (Pieris napi)

Deze witte vlinder (20-24 mm) lijkt in de zomer erg op het klein koolwitje. In de lente vallen de aders meer op. De aders op de onderste vleugels zijn grijsgroen bestoven. De mannetjes hebben één vlek op de voorste vleugels, vrouwtjes hebben er twee. De vleugelpunten zijn ook bij deze vlinders zwart en zijn druppelvormig.

Dit witje komt in het gehele land voor en zie je tussen april en oktober. De rups is blauwgroen met kleine gele vlekjes over de zijkant, waar de ademhalingsgaatjes in zitten.

Klein geaderd witje (Vlinderstichting/Saxifraga - Kars Veling)
De bestoven aders zijn hier goed te zien (Vlinderstichting/Saxifraga – Kars Veling)

Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)

Deze vlinder zul je vooral kennen door de heldere, gele kleur, maar de vrouwtjes zijn een stuk minder geel. Soms zelfs tegen het wit aan. Dan is het vrij makkelijk om de vlinder voor een witje aan te zien. Net als de witjes kun je deze vlinder ook overal in Nederland zien (februari-oktober).

De citroenvlinder is tussen de 27 en 30 mm groot. Aan zowel de voor- als de achtervleugel is een duidelijk puntje te zien. Mannetjes en vrouwtjes hebben een oranje vlekken op de vleugels. De rups is groen met hele fijne zwarte spikkeltjes.

Citroenvlinders hebben duidelijke puntjes aan de vleugels (Vlinderstichting/Saxifraga – Chris van Swaay)

Oranjetipje (Anthocharis cardamines)

Hoewel deze vlinder ook voornamelijk wit is, valt de grote oranje vlek op de voorste vleugel goed op. Maar let op: vrouwtjes hebben deze oranje vlek niet. Daardoor kun je deze vlinder snel onderscheiden van andere witte vlinders.

Oranjetipjes zie je vooral in het voorjaar. In het oosten zitten ze veel, maar verder kun je ze overal door het land tegenkomen. Ze zijn ongeveer 20 mm groot en je ziet ze van maart tot en met juni. De rups is is grijsgroen en fijn zwart gespikkeld en heeft een witte streep over de lengte van het lichaam.

Anthocharis cardamines 71, Oranjetipje, Saxifraga-Rudmer Zwerver
Hier is het verschil tussen man en vrouw oranjetipje goed te zien (Saxifraga – Rudmer Zwerver)

Scheefbloemwitje (Pieris mannii)

Deze witte vlinder lijkt heel erg op beide koolwitjes en is dus vrij lastig te herkennen. Het klein koolwitje heeft een vrij rechte zwarte vleugelpunt, het groot koolwitje juist een grote zwarte vlek die uitloopt en het scheefbloemwitje zit daar tussenin. Daarnaast is de vlek op de vleugel hol van binnen.

Dit vlindertje is 19-25 mm groot en een nieuwkomer in Nederland. Je ziet hem vanuit het zuiden steeds noordelijker trekken. Van maart tot en met oktober is deze vlinder actief. De rups is lichtgroen met twee gele strepen op het lichaam, die over de lengte lopen.

Pieris mannii 3, Scheefbloemwitje, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen
Het scheefbloemwitje lijkt erg op de andere witjes (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)

Lees ook: hoe maakt een spin een spinnenweb?


Afsluiting

Wie natuurontwikkeling volgt, weet dat het de laatste jaren niet goed gaat met veel vlinders. Net als veel andere diersoorten hebben ook zij last van onder andere stikstofneerslag, droogte en ander extreem weer. We hebben elkaar nodig om hier iets aan te kunnen veranderen. Daarom hebben we hier enkele tips op een rijtje gezet waar je gelijk mee uit de voeten kunt.

  • Hang een vlinderhotel op. Het beste kun je een vlinderhotel op een beschutte plek hangen, zodat er geen regen en wind naar binnen kan komen. De hoogte maakt niet uit. Wij hebben bijvoorbeeld dit vlinderhotel gekocht.
  • Vlinders zijn gek op zoetigheid. Leg ergens wat (rottend) fruit neer en je zult binnen de kortste keren de eerste vlinders zien verschijnen. Wist je dat soorten vlinders van verschillende fruitsoorten houden? Probeer dus gerust verschillend (biologisch) fruit uit.
  • Vooral met warme dagen en zeker met langere, droge periodes is het belangrijk dat vlinders ergens kunnen drinken. Je kunt zorgen voor schaaltjes met water, vochtige planten en bodem en je kunt eventueel ook suikerwater maken.
  • Deel je vlinders op waarneming.nl! Via de app ObsIdentify is het vrij eenvoudig om de soort te laten herkennen. Vanuit daar kun je hem uploaden op waarneming.nl. Ook handig met die zoveel op elkaar lijkende witte vlinders. Benieuwd welke vlinders er in onze natuurtuin rondfladderen? We houden een soortenlijst bij.
  • De vlinderstruik. Een geliefde struik in menig tuin. Wij raden af om nog vlinderstruiken aan te planten. Ze woekeren en komen hier niet van nature voor, daarmee zijn ze een bedreiging voor onze inheemse soorten. Een (invasieve) exoot dus. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Sprinklr dat er op onder andere de vlinderstruik (en helaas andere tuinplanten) nog vaak allerlei soorten gif zit. Je kunt beter kiezen voor biologisch gekweekte, inheemse planten, zoals wollige sneeuwbal, duizendblad of slangenkruid.

Meer vlinders in de tuin
Wil je jouw tuin ook aantrekkelijker maken voor vlinders, dan kun je met biologisch gekweekte planten zorgen voor nectar, het voedsel van vlinders. Belangrijk is dan wel dat planten biologisch gekweekt zijn omdat deze geen pesticiden bevatten. Hierdoor kunnen vlinders onbezorgd van de nectar in de bloemen in jouw tuin genieten.
Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je nog meer vlinders aantrekken? In het e-book leer je hoe je nectarplanten, waardplanten en andere natuurlijke elementen combineert tot een echte vlindertuin.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Tips voor meer bijen en vlinders in je tuin

De lente is begonnen en de bomen en planten beginnen weer in blad te komen. Dit is het ideale moment om je tuin voor te bereiden op de verdere lente en de zomer. In deze blog geven we tips om meer bijen en vlinders naar je tuin te lokken. Dit kun je doen door de juiste planten te kiezen, maar ook door soms juist helemaal niks te doen.

Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Groen, groen, groen!

Tegeltuinen kunnen anno 2023 echt niet meer. Het is slecht voor de biodiversiteit, afwatering en het wordt hartstikke heet in de zomer. Allemaal redenen voor een groene tuin. Hier help je je omgeving mee, maar ook jezelf. Ook wanneer je een kleine tuin hebt of een balkon, zijn er dingen die je kunt doen om bijen, hommels en vlinders te lokken. Dat is belangrijk, want ze kunnen best wat hulp gebruiken om zich staande te houden in de snel veranderende wereld. We beginnen met waarom bijen en vlinders zo belangrijk zijn.

Zet je tuin of balkon vol bloeiende plantensoorten en kijk je ogen uit
Zet je tuin of balkon vol bloeiende plantensoorten en kijk je ogen uit

Waarom zijn bijen en vlinders nuttig?

Bijen leven in een symbiose met bloeiende planten. De plant voorziet voedsel voor de bij (nectar), de bij bestuift de planten door het stuifmeel op zijn lichaam van bloem tot bloem mee te dragen. Hierdoor kunnen de planten zich voortplanten. Wij plukken daar -letterlijk- de vruchten van, want de planten geven ons uiteindelijk weer groente en fruit. Zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Zelfs 80% van het voedsel wat we eten wordt bestoven door bijen. Je kunt dus wel stellen dat met name bijen nodig zijn voor het leven op aarde. Hoog tijd om ze een handje te helpen!


Lees ook: verschil bijen, wespen, hommels en hoornaars


Welke planten kun je gebruiken?

Er zijn veel soorten om uit te kiezen, dus de opsomming hieronder is slechts een greep uit het totaal. Wat belangrijk is om te controleren wanneer je planten en/of zaden koopt, is een biologisch keurmerk. Op die manier weet je zeker dat de plant of het zaad geen bestrijdingsmiddelen met zich meebrengt en daarmee schade kan aanrichten aan de biodiversiteit in je tuin. We spreken in deze blog vaker over tuin, maar onderstaande planten zijn ook geschikt om in potten op je terras of balkon te zetten (klik hier voor onze blog over nog meer kruidachtige planten voor in je tuin of voor in een pot). Gebruik zelf ook geen bestrijdingsmiddelen in je tuin. Kies voor zover mogelijk het liefst voor inheemse planten.

We hebben bijen hard nodig voor de bestuiving van planten. Koop daarom zoveel mogelijk biologische planten en zaden
We hebben bijen hard nodig voor de bestuiving van planten. Koop daarom zoveel mogelijk biologische planten en zaden

Een warm welkom voor al wat leeft

Wat belangrijk is voor het leven in je tuin of op je balkon, is om planten te kiezen waarbij je het gehele jaar bloei hebt. Op die manier hebben vlinders en bijen het hele jaar de mogelijkheid om nectar uit de planten te halen. Nectar is de zoete stof die insecten naar de plant lokt. Elke plant geeft een andere hoeveelheid en smaak. Daarom raden we je aan om verschillende soorten aan te planten, zodat er voor ieder wat wils is.

Verder houden insecten van warme, beschutte plekjes. Ze warmen op in de zon en doen nieuwe energie op. Je kunt wat platte stenen neerleggen waar ze zich kunnen warmen en uit kunnen rusten. Een plek om te schuilen is ook fijn. Je kunt een insectenhotel kopen (bol.com heeft een handig overzicht) of zelf maken. Er zijn ook vlinderhotels te koop, te herkennen aan de lange spleten waar de vlinders in kunnen kruipen. Je kunt ook restjes fruit in de tuin leggen. Bepaalde vlindersoorten zijn er gek op. Als je ten slotte ook nog zorgt voor een plekje waar water aangeboden wordt en je houdt de grond wat vochtig, zijn de beestjes zeer tevreden met jou. Lees hier hoe je zelf een poel aanlegt. Naast bijen en vlinders profiteren daar nog veel meer soorten van!

Vlinders maak je ook blij met fruit en suikerwater. Dubbel handig, want zo hoef je geen overrijp fruit meer weg te gooien. Leg het in de tuin!
Vlinders maak je ook blij met fruit en suikerwater. Dubbel handig, want zo hoef je geen overrijp fruit meer weg te gooien. Leg het in de tuin!

Planten voor bijen

Uit onderzoek blijkt dat bijen vooral afkomen op de kleuren geel, paars, blauw en wit. Kies planten uit die in deze kleur bloeien. Hieronder noemen we enkele voorbeelden. De planten staan gesorteerd op bloeiperiode, van winter tot en met herfst.

Winter: bloembollen

Bloeitijd: december-maart. In het najaar kun je bollen planten van bijvoorbeeld krokus en narcis. Zorg dat ze goed onder de aarde liggen. Na het planten hoef je alleen nog maar te wachten tot de eerste bollen uitkomen. Verwilderende bloembollen vermeerderen zich met de jaren, dus op den duur heb je een heel tapijt aan bloeiers in de winter.

Krokussen zijn een goed voorbeeld van een echte voorjaarsbloeier, perfect voor de eerste insecten na de winterslaap of winterrust
Krokussen zijn een goed voorbeeld van een echte voorjaarsbloeier, perfect voor de eerste insecten na de winterslaap of winterrust

Winter: fruitbomen

Bloeitijd: maart-april. Aan het einde van de winter beginnen de fruitbomen met bloeien. Je kunt zelf een fruitboom in je tuin zetten of eentje in pot. Denk hierbij aan soorten als kers, peer, appel of pruim. Het is extra leuk om voor een fruitboom te kiezen. Je helpt de bijen aan nectar, zij zorgen voor bestuiving en uiteindelijk geeft de boom je fruit. Daarna begint het proces opnieuw.

Bloeiende fruitbomen zijn een grote voedingsbron voor onder andere bijen en hommels
Bloeiende fruitbomen zijn een grote voedingsbron voor onder andere bijen en hommels

Lente: smeerwortel (Symphytum officinale)

Bloeitijd: april-september. Bijen en hommels zijn vaak te vinden bij deze plant. De plant krijgt al vroeg in het voorjaar blad en bloeit even later met paarse bloemetjes, die als trosjes naar beneden hangen. Een makkelijke plant, die zich in de tuin kan vermeerderen. Smeerwortel staat graag in de zon, met af en toe wat schaduw.

Smeerwortel is een makkelijke plant die mooi bloeit. Elk jaar wordt de plant wat meer
Smeerwortel is een makkelijke plant die mooi bloeit. Elk jaar wordt de plant wat meer

Zomer: vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

Bloeitijd: mei-september. Een prachtige plant om te zien wanneer ze bloeit. Hommels en bijen zie je helemaal verdwijnen in de hoedjes van vingerhoedskruid. Deze plant zaait zichzelf makkelijk uit, dus met een paar planten zit je goed. Vingerhoedskruid kan tweejarig of meerjarig zijn. Het is een makkelijke plant, die niet veel eisen stelt aan haar standplaats of grond. Denk er wel om dat ze niet te nat of te droog staat. Let op, want bepaalde delen van de plant zijn giftig voor mens en dier bij inname.

Bijen, hommels en ook zweefvliegen komen graag op het bloeiende vingerhoedskruid af
Bijen, hommels en ook zweefvliegen komen graag op het bloeiende vingerhoedskruid af

Herfst: duizendblad (Achillea millefolium)

Bloeitijd: juni-november (in warme jaren zelfs tot in januari). Duizendblad kun je overal tegenkomen, in bermen, weilanden en op dijken. Deze inheemse plant stelt niet veel eisen aan de omgeving, is winterhard en bloeit wit met grote schermen, die bestaan uit allemaal kleine bloemhoofdjes. Wij kunnen de plant zelf ook gebruiken als kruid. Ze is meerjarig en verspreidt zich door de wortelstokken.

Duizendblad is een plant waar zowel mens als dier dankbaar gebruik van maken
Duizendblad is een plant waar zowel mens als dier dankbaar gebruik van maken

Planten voor vlinders

Net zoals bijen op bepaalde kleuren afkomen, hebben vlinders dat ook. Vlinders houden van de kleuren roze, paars, rood, oranje en geel. Vlinders zijn enigszins kieskeurig, elke soort heeft bepaalde planten waar ze naartoe gaan. Daarom is het een goed idee om meerdere soorten aan te planten, zodat je ook meerdere soorten vlinders aantrekt. Je kunt op Waarneming.nl bekijken welke soorten in jouw omgeving voorkomen, zodat je voor hen de juiste planten kunt uitzoeken.

Wanneer het weer kouder wordt, vanaf september-oktober, wordt het steeds moeilijker tot onmogelijk om planten met nectar te vinden. Daarom overleven veel vlinders de winter niet. Eitjes, rupsen en poppen brengen de winter in winterrust door, wachtend op betere tijden. Van sommige soorten brengt de vlinder zelf ook de winter in winterrust door, bijvoorbeeld de citroenvlinder en de dagpauwoog.

Gratis Plantenkeuzehulp voor passende inheemse planten
Wil je weten welke inheemse planten het beste bij jouw tuin passen? Download onze gratis Plantenkeuzehulp en ontvang vijf persoonlijke suggesties voor passende inheemse planten.

Voorjaar: vergeet-mij-nietje (Myosotis)

Bloeitijd: april-juni. Dit plantje bloeit al in het voorjaar met blauwe bloemetjes en een geel hart. Dit is een tweejarige plant. Ook deze plant zaait zichzelf uit en zorgt er dus zelf voor dat ze aanwezig blijft. Deze plant staat graag in de zon en heeft de grond liever te nat dan te droog.

De eerste vlinders na de winter zullen blij zijn met het vergeet-mij-nietje
De eerste vlinders na de winter zullen blij zijn met het vergeet-mij-nietje

Zomer: margriet (Leucanthemum vulgare)

Bloeitijd: mei-juli. Net als duizendblad kun je margriet ook overal tegenkomen, zolang de grond maar niet te bemest is. Margriet bloeit wit met een geel hart, waarmee ze lijken op madeliefjes. Margrieten worden echter groter dan madeliefjes. In weilanden, bermen of velden waar margriet staat, zul je ook vaak paardenbloemen zien. Deze zijn ook geliefd bij vlinders. Margriet is geliefd bij onder andere de kamillevlinder.

Hier is een bruin zandoogje te zien op een margriet
Hier is een bruin zandoogje te zien op een margriet

Herfst: hertshooi (Hypericum)

Bloeitijd: juli-oktober. Deze plant met gele bloemen trekt vlinders, maar ook bijen en hommels aan. Hier bereik je een groot publiek mee. De bloemen worden ook gebruikt als geneeskrachtig kruid. Insecten zul je veel zien bij de vele meeldraden van de bloem. De plant is ook een uitstekende bodembedekker.

De vele meeldraden van de bloem zijn hier duidelijk te zien. Insecten zijn er gek op
De vele meeldraden van de bloem zijn hier duidelijk te zien. Insecten zijn er gek op

Er is meer

Bovenstaande plantensoorten zijn slechts een enkele voorbeelden. Er is natuurlijk nog veel meer te kiezen. Zo zul je ook veel vlinders naar je tuin kunnen lokken met een vlinderstruik. Er zijn ook kleinere varianten van te koop, die minder groot worden. Verder kun je bij planten voor bijen en vlinders nog denken aan bijvoorbeeld zonnebloem, duifkruid, viburnum, hemelsleutel, ijzerhard, koninginnekruid, stokroos, wilg en hazelaar. Ook kun je gerust wat brandnetels en distels laten staan. Deze dienen als waardplant.

En nu: niks meer doen

Je hebt allerlei verschillende soorten geplant en je kunt niet wachten tot de eerste bij, hommel of vlinder zich laat zien. Wacht rustig af, vaak duurt het niet lang voordat je planten gevonden worden. Zoals we al in de inleiding zeiden, je hoeft nu niets meer te doen.

Last van slakken in je tuin? Laat ze maar. Zij dienen weer als voedsel voor vogels, zodat je van hun gefluit kunt genieten. Bladeren die zich door de wind ophopen in de hoek? Laat het toch liggen. Allerlei beestjes die daar in schuilen en vogels die daar naar voedsel kunnen zoeken. Geen zin om te maaien in de warmte? Doe het ook maar niet, laat de kruiden en bloemen bloeien. Planten die in het najaar afsterven en bruin en dor worden? Lekker laten staan. Zij dienen als overwinteringsplek voor insecten en andere beestjes. Je hoeft het alleen maar te zien.

Ook andere dieren hebben baat bij een niet-opgeruimde tuin. Egels slapen bijvoorbeeld in bladerhopen
Ook andere dieren hebben baat bij een niet-opgeruimde tuin. Egels slapen bijvoorbeeld in bladerhopen

Alle tips op een rijtje

  • Zorg voor rommelhoekjes. Houd je tuin niet te netjes. Dieren, hoe klein ook, hebben het nodig ter beschutting en om voedsel in te zoeken.
  • Gebruik geen bestrijdingsmiddelen.
  • Gebruik zoveel mogelijk inheemse planten. In onze blog over een gemengde haag aanplanten lees je nog meer voorbeelden.
  • Laat ‘onkruid’ staan, maai minder (wat is nou mooier, een biljartlaken in de tuin of een grasveld vol bloemen en kruiden?), laat planten in de herfst en winter staan.
  • Plaats insectenhotels, platte stenen in de zon en een plek met water.
  • Klimop is een plant die zowel bijen als vlinders gebruiken. Vlinders en rupsen als voeding, bijen als waardplant.
  • Veel gemeenten stimuleren het idee ’tegel eruit, plant erin’. Ook lokale tuincentra doen hier vaak aan mee. Een makkelijke manier om je tuin te vergroenen.
  • Maai even niet! Laat het gras groeien en geef bloemen de kans om te gaan bloeien. En als je dan toch echt moet maaien, zorg dan dat je in fases maait en ook langere stukken laat staan.
  • Wil je nog meer inspiratie hoe je je tuin natuurlijker krijgt? Lees hier dan mee met de ontwikkeling van onze natuurtuin.
Meer natuur in je tuin e-book
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Wat is het verschil tussen juffers en libellen?

Wanneer de zon begint te schijnen, komen ze te voorschijn. Zoemend door de lucht, of stilzittend op een steen of in het gras, opwarmen in de zon. Overal in Nederland zie je ze: juffers en libellen. Deze grote insectachtigen zijn er in veel soorten en maten, maar wat is nou het verschil tussen juffers en libellen? Zijn ze echt verschillend of gebruiken we twee benamingen voor dezelfde soort? In deze blog gaan we op zoek naar het antwoord!

Platbuik (de Natuur van hier)
Platbuik (de Natuur van hier)

Libellen zijn een van de grootste insecten van Europa en ze bestaan al miljoenen jaren. Zelfs in de tijd van de dinosaurussen waren er al libellen. Deze oerlibellen leefde ongeveer 280 miljoen jaar geleden in het Carboon (nog voor de dinosaurussen dus) en werden toen vele malen groter dan dat ze hedendaags worden. De grootste libelle die geleefd heeft, was de Meganeura monyi. Deze bereikte een lengte van 40 centimeter en een spanwijdte van circa 70 centimeter. Dit is waarschijnlijk het grootste insect dat ooit heeft geleefd en deze leefde onder andere in Europa.

Taxonomie juffers en libellen

Tegenwoordig zijn er geen oerlibellen meer. De insectenorde ‘libellen ‘ wordt tegenwoordig onderverdeeld in de nog levende onderordes de echte libellen (ongelijkvleugeligen) en de juffers (gelijkvleugeligen) (juffers leefde 290 miljoen jaar geleden in het Perm ook al). In de volksmond worden de echte libellen meestal ‘gewoon’ libellen genoemd.

Libelle
Libellen worden ook wel ongelijkvleugeligen genoemd. Juffers gelijkvleugeligen

Door het ontdekken van de oerlibellen is er wat opspraak geraakt bij de taxonomische indeling. De ene schrijft dat er drie onderordes zijn (oerlibelllen, echte libellen en juffers). De andere deelt de oerlibellen en echte libellen samen in een onderorde Epiprocta.

Hoe het ook ingedeeld wordt, de twee nog levende onderordes (echte libellen en juffers) zijn nauw aan elkaar verwant. Maar toch zijn er wel degelijk verschillen te vinden tussen de twee.

Verschillen juffers en libellen

Zoals de naamgeving van de onderordes al doet vermoeden, zijn er verschillen te vinden tussen juffers (gelijkvleugeligen) en libellen (ongelijkvleugeligen). En het eerste verschil zit hem dus in de vleugels. Bij de juffers zijn de voor- en achtervleugels gelijk aan elkaar. Bij libellen zijn de achtervleugels breder aan de basis ten opzichte van de voorvleugels. Daarnaast zijn libellen over het algemeen een stuk forser gebouwd en hebben ze in verhouding een korter lichaam. Juffers zijn daarentegen slank van vorm en hebben een relatief lang lichaam.


Lees ook: verschil tussen kikkers en padden


Ogen en grijpers

Een ander opmerkelijk verschil zijn de ogen. Zoals het lichaam van een libelle zijn ook de ogen een stuk groter dan bij juffers. Doordat ze zulke grote ogen hebben, raken ze elkaar bijna. Bij juffers zitten de kleine ogen meer aan de zijkant van de kop.

Ook aan de achterkant van het lichaam kun je kenmerken herkennen die wijzen op een juffer of libelle. Beide soorten hebben hier een soort grijpers zitten die gebruikt worden tijdens de voortplanting. De mannetjes van de libelle hebben er hier drie van, de mannetjesjuffers één meer. Deze grijpers zijn bij libelle relatief gezien ook wat groter.

Libellen hebben grote ogen die elkaar bijna raken. De ogen van juffers zijn een stuk kleiner en zijn meer aan de zijkant gepositioneerd
Libellen hebben grote ogen die elkaar bijna raken. De ogen van juffers zijn een stuk kleiner en zijn meer aan de zijkant gepositioneerd

Ook aan het voortbewegen kun je verschillen ontdekken tussen juffers en libellen. Juffers hebben een tragere vliegwijze. Waar het bij libellen lijkt alsof ze altijd haast hebben, komen juffers juist heel rustig over en vliegen ze vaak langer op één plek.


Lees ook: tips voor meer bijen en vlinders in je tuin


Beweging en larven

Als een juffer gaat rusten op een tak of een ander object, trekt deze de vleugels vaak samen. De vleugels zijn dan langs of boven het lichaam samengeklapt. Bij libelle staan de vleugels constant uit elkaar.

Tenslotte is er nog één verschil waar je misschien niet meteen aan zou denken. Deze heeft betrekking op het jongste levensstadium van deze vliegende insecten. De larven van libellen zijn namelijk een stuk groter en robuuster dan larven van een juffer. Het verschil is dus al bijna vanaf dag één te zien!

Juffers, zoals deze weidebeekjuffer, hebben een veel slankere bouw dan libellen (de Natuur van hier)
Juffers, zoals deze weidebeekjuffer, hebben een veel slankere bouw dan libellen (de Natuur van hier)

Overeenkomsten juffers en libellen

Naast de vele verschillen tussen juffers en libellen zijn er ook zeker overeenkomsten te vinden. Wat maakt het dat deze twee soorten tot eenzelfde klasse horen en zo dichtbij elkaar staan in de taxonomie?

Ze lijken natuurlijk erg op elkaar. De bouw van het lichaam en de vier vleugels waarmee ze zich voortbewegen verraden dat het neefjes en nichtjes van elkaar zijn. Ook de manier hoe ze geboren worden en zich ontwikkelen tot het volwassen stadium is bij beide soorten overeenkomstig.

Daarnaast is de levenswijze van juffers en libellen ook erg vergelijkbaar. Beide soorten zijn vaak te vinden in de buurt van water, floreren bij mooi weer en vallen vaak op door hun prachtige kleuren.

Juffers en libellen in je tuin

Deze prachtige dieren verdienen dus een plek in iedere tuin. We zullen je daarom nog een paar tips geven hoe je jouw tuin ook aantrekkelijk kunt maken voor deze gevleugelde insecten.

Een van de belangrijkste dingen om te regelen is natuurlijk water in de vorm van een vijver of een poel. Juffers en libellen brengen het grootste deel van hun leven door in het water, tijdens hun larvenstadium. Wil je dus in de zomer deze kleurrijke insecten in je tuin rond zien zoemen, leg dan zelf een poel aan.

Zorg verder voor zonnige plekjes in je tuin (leg een mooie steen neer die goed warm wordt), zodat ze in de ochtendzon kunnen opwarmen en zorg voor (nagenoeg) windstille plekken. Naast water is het ook goed om een open stuk in je tuin te hebben, zoals bijvoorbeeld gras (of een stukje grasland met kruiden als je een grotere tuin hebt). Dit is een uitstekende plek voor libellen om te jagen.

Als laatste tip raden we je aan een verrekijker of een goede camera te kopen. Vooral libellen vliegen erg snel en zijn daardoor erg lastig te herkennen als leek. Met een verrekijker kun je ze van een stuk dichterbij bekijken, waardoor je ze beter kunt determineren. Als je op zoek bent naar een instapmodel welke een goede kwaliteit biedt, maar niet te duur is, dan kunnen we je het merk Vortex aanraden. Hier zijn we zelf ooit mee begonnen en hebben deze altijd met plezier gebruikt. Voor een betaalbare prijs koop je bij dit merk een leuke verrekijker. Kijk hier voor het aanbod (bol.com).

Juffers
Met een verrekijker kun je juffers en libellen van veel dichterbij bekijken

Lees ook: wat is het verschil tussen een amfibie en een reptiel?


Veelgestelde vragen

Wat is het verschil tussen juffers en libellen?

Er zijn veel verschillen te benoemen tussen juffers en libellen. De achtervleugels verschillen en libellen zijn een stuk forser gebouwd dan juffers. Daarnaast hebben libellen grotere ogen, die dicht op elkaar zitten en vliegen ze een stuk sneller dan juffers. De juffer klapt zijn vleugels in wanneer deze gaat zitten, de mannetjes hebben één voortplantingsgrijper meer dan mannetjeslibellen en zijn de larven van de juffer een stuk kleiner.

Wat zijn de overeenkomsten tussen juffers en libellen?

De leefwijze van juffers en libellen is erg overeenkomstig. Ze zijn vaak bij water te vinden en volop aanwezig bij mooi weer. Daarnaast lijken ze qua bouw erg op elkaar.

Hoe krijg je juffers en libellen in je tuin?

Water in de vorm van een poel of vijver aanleggen is het belangrijkst. Zorg daarnaast voor zonnige en windstille plekjes en creëer een open plek waar ze kunnen jagen.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zoeken

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!