Bouwtekening bosuil nestkast

Bosuilen

Een bosuil nestkast is een geweldig project als je bosuilen in of rondom je tuin of bosrijke omgeving wilt helpen. Een bosuilennestkast biedt bosuilen een alternatief voor natuurlijke boomholten, die door kap en minder oud wordende bomen steeds minder voorkomen. In deze blog vind je een duidelijke bouwtekening, materiaaladvies, ophangtips en wat je moet weten om een broedend uilenpaar succesvol te ondersteunen.

De bosuil (Strix aluco), een mysterieuze bosbewoner

Bosuil op een tak met scherpe donkere ogen in bosrijke omgeving
De bosuil is de meest voorkomende uilensoort in Nederland, en broedt soms ook in bosachtige tuinen

Kenmerken en uiterlijk

De bosuil is een middelgrote uilensoort die vooral in bosrijke gebieden, parken en soms grote tuinen voorkomt. Ze hebben een ronde kop zonder oorpluimen (die de ransuil en oehoe wel hebben) en verder herken je ze aan hun diepe, donkere ogen en kenmerkende roep. Ze worden ongeveer net zo groot als een zwarte kraai. Volwassen exemplaren bereiken een lichaamslengte van 37 tot 43 centimeter en een spanwijdte van 80 tot 85 centimeter. Ze wegen dan rond de halve kilo (vrouwtjes zijn wat zwaarder dan mannetjes).

Geluid en gedrag

Bosuilen zijn voornamelijk ‘s nachts actief en brengen overdag vaak door op een rustplek in de boom of dichtbij de boomstam (roestplek/roestboom). Door hun camouflage zie je ze vrijwel niet zitten. Ze zijn ’s nachts te herkennen aan hun roep. Iedereen die met donker wel eens in een bos is geweest zal deze kenmerkende “…hoe-hoééé…” herkennen. Hun roep wordt vaak gebruikt in spannende films.

Bosuilen broeden vroeg in het jaar, vaak al vanaf februari of maart, en zijn daardoor één van de eerste vogelsoorten die je in het voorjaar in een nestkast kunt helpen.


Voedsel en voortplanting van de bosuil

Wat eet een bosuil?

De bosuil heeft een gevarieerd menu. Het grootste deel van het menu bestaat uit kleine zoogdieren zoals muizen, ratten en soms zelfs konijnen of jonge hazen. Naast zoogdieren worden ook vogels gegeten en amfibieën zoals kikkers en padden. Incidenteel worden zelfs kevers en regenwormen genuttigd. Dankzij dat gevarieerde menu kan de bosuil zich uitstekend aanpassen aan het voedselaanbod. In slechte muizenjaren schakelt hij dus gemakkelijk over op een ander dieet. Zoals andere uilen produceren bosuilen ook braakballen. Door deze braakballen te ontleden is het gemakkelijk te achterhalen wat de bosuil gegeten heeft.

Bosuil op een tak met scherpe donkere ogen in bosrijke omgeving
De zwarte ogen van de bosuil vallen goed op (Saxifraga – Martin Mollet)

Broedgedrag van de bosuil

Als een van de eerste vogels in het jaar beginnen bosuilen te broeden. De eieren worden soms al in februari gelegd, maar meestal in maart. Gemiddeld worden er twee tot vier eieren gelegd, echter kan dit aantal oplopen tot maar liefst zeven stuks! Na een maand broeden komen de eieren uit, waarna de juvenielen nog ongeveer een maand op het nest blijven. Wanneer ze uit het nest geklauterd zijn, blijven ze nog ongeveer drie maanden in de buurt van de ouders. Via Beleef de lente is vrijwel ieder jaar een paartje bosuilen te volgen!

Bosuilenpaartjes zijn monogaam en blijven hun hele leven in hetzelfde territorium. Ze blijven dus ook in de winter om dit territorium te verdedigen. Het zijn dus echte standvogels. Hoewel bosuilen zich in verschillende landschappen kunnen nestelen, komen ze het meest voor in loof- en naaldbossen. Daarnaast worden ze soms ook gezien in een wat meer open landschap en zelfs in woonwijken. Ze worden echter niet snel opgemerkt omdat ze nachtactief zijn.

Jonge bosuilen (takkelingen) leren klimmen bij nestboom
Jonge bosuilen blijven ongeveer een maand op het nest, maar verkennen dan vaak wel al de aangrenzende takken in de boom. Ze worden dan takkelingen genoemd (Saxifraga – Martin Mollet)

Jonge bosuilen

Jonge bosuilen verlaten het nest na zo’n 30 dagen, voordat ze echt kunnen vliegen. Ze worden dan takkelingen genoemd. Met hun sterke klauwen klauteren ze via de stam weer omhoog of door struiken en oefenen ze met hun vleugels. Ze lijken soms onhandig naar beneden te vallen, maar ze klimmen dus zelf weer omhoog. Op de takken of op de grond worden ze nog wekenlang door de ouders gevoerd en beschermd. Pak takkelingen dus niet op, de ouders zijn vaak in de buurt.


Bouwtekening voor een bosuil nestkast

Wil je ook andere vogelsoorten helpen, kijk dan bij onze bouwtekeningen voor een nestkast voor de boomkruiper of een nestkast voor de torenvalk.

Bosuilen komen dus wijdverspreid voor in Nederland, maar ontbreken op plekken waar weinig of geen bomen zijn. Het aantal broedparen in Nederland blijft stabiel over het laatste decennium. Boomholten zijn de belangrijkste broedplekken voor bosuilen. Naast boomholten broeden ze ook af en toe in openingen in gebouwen en gebruiken ze soms verlaten nesten van eksters. Daarnaast maken ze dankbaar gebruik van nestkasten. De afmetingen zijn gebaseerd op richtlijnen van vogelwerkgroepen en uilenbeschermingsorganisaties.

Hieronder vind je de belangrijkste gegevens voor een nestkast op maat van bosuilen:

Afmetingen en materiaal voor een bosuil nestkast

  • Binnenmaat nestkast: ongeveer 45 × 45 × 55 cm.
  • Invliegopening: ca. 130 mm (voldoende groot voor bosuilen maar niet te groot voor hun veiligheid).
  • Hout: gebruik duurzaam, onbehandeld hout zoals beuken, lariks of eiken, watervast multiplex kan ook.
  • Dikte hout: ± 15 mm zorgt voor stevigheid en isolatie.
  • Schroeven: RVS schroeven zodat ze niet roesten.
  • Dak: afwerken met waterdichte dakleer of dakbedekking om vocht buiten te houden en de levensduur van de nestkast te verlengen.

Tip: je kunt de bouwtekening meenemen naar een bouwmarkt, daar kunnen ze het hout vaak meteen op maat zagen.

Tip: geen zin of tijd om zelf een nestkast voor bosuilen te maken? Bestel dan een kant-en-klare nestkast.

bouwtekening nestkast bosuil met afmetingen en zaagschema (De Natuur van hier)
Bouwtekening nestkast bosuil (De Natuur van hier)

Stappenplan: bosuil nestkast maken

  1. Zaag de planken voor de zijkanten, voorkant, achterkant, bodem en dak volgens de tekening.
  2. Boor de invliegopening (±130 mm) in de voorkant op de aangegeven plek.
  3. Monteer de basis met RVS schroeven. Zorg dat alles strak en waterpas staat.
  4. Werk het dak af met dakleer of bitumen zodat water niet binnendringt.
  5. Voeg ventilatie en afwateringsgaten toe om condensvorming te voorkomen.

Door deze stappen zorgvuldig te volgen, maak je een nestkast die zowel veilig als duurzaam is voor bosuilen.

Waar en hoe hang je de bosuil nestkast op

Een goed geplaatste bosuil nestkast vergroot de kans dat een paartje de kast daadwerkelijk accepteert. Hier zijn praktische richtlijnen:

Locatie

  • Hoogte: minimaal 4–6 meter boven de grond om veiligheid te bieden tegen roofdieren (hoger dan bijvoorbeeld nestkasten voor mezen).
  • Plaats: aan een stevige, volwassen boom, liefst omringd door andere bomen en niet boven water.
  • Vrij zicht: zorg dat de invliegopening niet geblokkeerd is door takken of bladeren.
  • Richting: bij voorkeur met de opening naar het zuidoosten gericht om regen en wind tegen te gaan.

Ophangmateriaal

Gebruik een achterlat of stevige beugels om de kast stabiel en trillingvrij te hangen. Controleer regelmatig of de bevestiging nog stevig is.


Wat bosuilen nodig hebben

Bosuilen verzamelen zelf meestal geen nestmateriaal voor in de kast. Het is daarom slim om een lichte basis van houtsnippers of kleine takjes aan te brengen. Dit geeft de uilen een comfortabel begin en stimuleert acceptatie.

Controleer de nestkast in het voorjaar (vanaf april) op tekenen van gebruik, maar doe dit met respect voor de vogels en verstoor ze niet onnodig. Vroeg in het najaar (september) kun je het best de nestkast ondervinden aan een inspectie. Verwijder eventueel (gedeeltelijk) het nestmateriaal, vul het verder aan met houtsnippers en let er op dat alles nog veilig vast zit en niet tocht. Naast bosuilen maken ook kauwen en holenduiven gebruik van de nestkasten.

Nestkast bosuil maken voor bosuilen in woonomgeving
Bosuilen worden regelmatig gezien in woonwijken en grotere tuinen met meerder volwassen bomen

Nestcamera

Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan. Ze hebben verschillende types camera’s, wij gebruiken de Longe Range Camera, deze heeft een bereik tot 180 meter! Op onderstaande video zie je een kerkuil die de nestkast inkomt, gefilmd met de Longe Range Camera.

Een kerkuil die de nestkast binnenkomt, gefilmd met de Longe Range Wifi Camera van Green Backyard (De Natuur van hier)

Veelgestelde vragen

Hoe lok ik een bosuil naar mijn tuin?

Zorg ervoor dat je de nestkast stevig ophangt, aan een volwassen boom op circa vier tot zes meter hoogte. Zorg er daarnaast voor dat er meerdere andere volwassen bomen rondom de ‘nestboom’ staan en dat de opening van de nestkast vrij is en gericht is op het zuidoosten.

Hoe maak ik een nestkast voor een bosuil?

Een nestkast voor een bosuil kun je maken van beuken-, lariks- of eikenhouten planken. De kast moet circa 45x45x55 centimeter groot zijn met een invliegopening van 130 millimeter. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.

Hoe hoog moet een bosuil nestkast hangen?

Een bosuil nestkast hang je bij voorkeur op een hoogte van 4 tot 6 meter boven de grond. Bosuilen voelen zich veilig wanneer ze hoog in een boom kunnen broeden, buiten bereik van roofdieren zoals marters of katten. Zorg ervoor dat de invliegopening vrij is van takken en dat de kast stevig en stabiel hangt.

Wanneer broeden bosuilen?

Bosuilen broeden vroeg in het jaar. De eerste eieren worden soms al in februari gelegd, maar meestal begint het broedseizoen in maart. Na ongeveer een maand komen de jongen uit het ei. Daarom is het belangrijk om een bosuil nestkast uiterlijk in de winter op te hangen.

Wat is de juiste invliegopening voor een bosuil nestkast?

De invliegopening van een bosuil nestkast heeft een diameter van ongeveer 130 millimeter. Deze opening is groot genoeg voor volwassen bosuilen, maar biedt nog voldoende bescherming tegen grotere roofdieren. Een te kleine opening kan ervoor zorgen dat de kast niet gebruikt wordt.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Witte vlinders herkennen in Nederland – met foto’s en tips

Groot koolwitje

Er zijn vlinders in allerlei soorten, maten en kleuren. Opvallende vlinders zijn vaak niet moeilijk te herkennen, maar vlinders die er grotendeels hetzelfde uitzien, zijn moeilijker om uit elkaar te houden. Zo ook witte vlinders. Hoe leer je witte vlinders herkennen? In deze blog geven we je daar tips voor: waar kun je op letten en wat onderscheidt de ene vlinder van de andere? Aan het eind van deze blog geven we nog tips hoe je vlinders zelf kunt helpen.

Inhoudsopgave

Een koolwitje, maar is het de grote of de kleine?
Een koolwitje, maar is het de grote of de kleine?

Witte vlinders behoren tot de familie witjes: Pieridae. Als je op de Latijnse namen van de vlinders let, zul je al gauw opmerken welke tot hetzelfde geslacht behoren en welke niet. Waardplanten zijn voornamelijk koolsoorten en kruisbloemigen.

Overzichtstabel

Soort (Nederlands) Wetenschappelijke naam Spanwijdte Zwarte vleugelpunten Stippen (m/v) Activiteitsperiode Kenmerken & tips
Groot koolwitje Pieris brassicae 28–32 mm Grote, halvemaanvormige zwarte punten die diep doorlopen Vrouw: 2 stippen; man: geen Maart–oktober Zeer prominente vleugelpunt; groene rups met zwarte spikkels
Klein koolwitje Pieris rapae 21–27 mm Kleine, recht afgesneden zwarte punten Beide: zwarte vlekken; bij vrouw opvallender Maart–oktober Algemeen voorkomend; smalle gele streep op rups
Klein geaderd witje Pieris napi 20–24 mm Zwart, druppelvormig; aders grijsgroen onder Man: 1 vlek; vrouw: 2 April–oktober Ondervleugels met grijs-groene aders; vaak bij vochtige biotopen
Scheefbloemwitje Pieris mannii Iets kleiner dan klein koolwitje Middelgrote vleugelpunt Soortgelijke stippen als klein koolwitje Zeldzaam, in opkomst Moeilijk te onderscheiden; vleugelpunt tussen klein en groot koolwitje
Citroenvlinder Gonepteryx rhamni 27–30 mm Geen zwart; puntige vleugelvorm Oranje vlek op vleugel bij beide geslachten Februari–oktober Vrouwtje vaak bijna wit; duidelijk andere vleugelvorm

Groot koolwitje (Pieris brassicae)

De voorste vleugelpunten zijn zwart. Dit loopt tot bijna onderaan de voorste vleugelpunt door naar beneden, in de vorm van een maansikkel. Vrouwtjes hebben twee zwarte stippen op de voorste vleugels, mannetjes hebben dit niet. De stippen kunnen per generatie verschillen.

Het groot koolwitje is meestal tussen de 28 en 32 mm groot. Het groot koolwitje kun je in het hele land tussen maart en oktober tegenkomen.De rupsen zijn groen met een zwart gespikkelde rug.

Pieris brassicae 7, Groot koolwitje, Vlinderstichting-Henk Bosma
De donkere vleugelpunten en zwarte stippen zijn hier duidelijk te zien bij dit vrouwtje (Vlinderstichting/Saxifraga – Henk Bosma)

Klein koolwitje (Pieris rapae)

Het klein koolwitje heeft minder zwarte vleugelpunten dan het groot koolwitje. En natuurlijk zijn ze kleiner (21-27 mm). De vleugelpunten zijn zwart, maar dat loopt niet zo ver door als bij het groot koolwitje. Zowel mannetjes als vrouwtjes hebben zwarte vlekken op hun voorvleugel, maar bij de vrouwtjes zijn deze meer aanwezig.

Het klein koolwitje is ook een algemene vlinder en kun je overal in ons land zien fladderen tussen maart en oktober. De rupsen zijn groen en heel licht gespikkeld. Ook valt de smalle, gele streep op.

Pieris rapae 26, Klein koolwitje, Saxifraga-Rudmer Zwerver
Vergeleken met de foto hierboven zie je bij het klein koolwitje duidelijk verschil in de vleugelpunten (Saxifraga – Rudmer Zwerver)

Klein geaderd witje (Pieris napi)

Deze witte vlinder (20-24 mm) lijkt in de zomer erg op het klein koolwitje. In de lente vallen de aders meer op. De aders op de onderste vleugels zijn grijsgroen bestoven. De mannetjes hebben één vlek op de voorste vleugels, vrouwtjes hebben er twee. De vleugelpunten zijn ook bij deze vlinders zwart en zijn druppelvormig.

Dit witje komt in het gehele land voor en zie je tussen april en oktober. De rups is blauwgroen met kleine gele vlekjes over de zijkant, waar de ademhalingsgaatjes in zitten.

Klein geaderd witje (Vlinderstichting/Saxifraga - Kars Veling)
De bestoven aders zijn hier goed te zien (Vlinderstichting/Saxifraga – Kars Veling)

Lees ook: hoe maakt een bij honing?


Citroenvlinder (Gonepteryx rhamni)

Deze vlinder zul je vooral kennen door de heldere, gele kleur, maar de vrouwtjes zijn een stuk minder geel. Soms zelfs tegen het wit aan. Dan is het vrij makkelijk om de vlinder voor een witje aan te zien. Net als de witjes kun je deze vlinder ook overal in Nederland zien (februari-oktober).

De citroenvlinder is tussen de 27 en 30 mm groot. Aan zowel de voor- als de achtervleugel is een duidelijk puntje te zien. Mannetjes en vrouwtjes hebben een oranje vlekken op de vleugels. De rups is groen met hele fijne zwarte spikkeltjes.

Citroenvlinders hebben duidelijke puntjes aan de vleugels (Vlinderstichting/Saxifraga – Chris van Swaay)

Oranjetipje (Anthocharis cardamines)

Hoewel deze vlinder ook voornamelijk wit is, valt de grote oranje vlek op de voorste vleugel goed op. Maar let op: vrouwtjes hebben deze oranje vlek niet. Daardoor kun je deze vlinder snel onderscheiden van andere witte vlinders.

Oranjetipjes zie je vooral in het voorjaar. In het oosten zitten ze veel, maar verder kun je ze overal door het land tegenkomen. Ze zijn ongeveer 20 mm groot en je ziet ze van maart tot en met juni. De rups is is grijsgroen en fijn zwart gespikkeld en heeft een witte streep over de lengte van het lichaam.

Anthocharis cardamines 71, Oranjetipje, Saxifraga-Rudmer Zwerver
Hier is het verschil tussen man en vrouw oranjetipje goed te zien (Saxifraga – Rudmer Zwerver)

Scheefbloemwitje (Pieris mannii)

Deze witte vlinder lijkt heel erg op beide koolwitjes en is dus vrij lastig te herkennen. Het klein koolwitje heeft een vrij rechte zwarte vleugelpunt, het groot koolwitje juist een grote zwarte vlek die uitloopt en het scheefbloemwitje zit daar tussenin. Daarnaast is de vlek op de vleugel hol van binnen.

Dit vlindertje is 19-25 mm groot en een nieuwkomer in Nederland. Je ziet hem vanuit het zuiden steeds noordelijker trekken. Van maart tot en met oktober is deze vlinder actief. De rups is lichtgroen met twee gele strepen op het lichaam, die over de lengte lopen.

Pieris mannii 3, Scheefbloemwitje, Saxifraga-Willem van Kruijsbergen
Het scheefbloemwitje lijkt erg op de andere witjes (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)

Lees ook: hoe maakt een spin een spinnenweb?


Afsluiting

Wie natuurontwikkeling volgt, weet dat het de laatste jaren niet goed gaat met veel vlinders. Net als veel andere diersoorten hebben ook zij last van onder andere stikstofneerslag, droogte en ander extreem weer. We hebben elkaar nodig om hier iets aan te kunnen veranderen. Daarom hebben we hier enkele tips op een rijtje gezet waar je gelijk mee uit de voeten kunt.

  • Hang een vlinderhotel op. Het beste kun je een vlinderhotel op een beschutte plek hangen, zodat er geen regen en wind naar binnen kan komen. De hoogte maakt niet uit. Wij hebben bijvoorbeeld dit vlinderhotel gekocht.
  • Vlinders zijn gek op zoetigheid. Leg ergens wat (rottend) fruit neer en je zult binnen de kortste keren de eerste vlinders zien verschijnen. Wist je dat soorten vlinders van verschillende fruitsoorten houden? Probeer dus gerust verschillend (biologisch) fruit uit.
  • Vooral met warme dagen en zeker met langere, droge periodes is het belangrijk dat vlinders ergens kunnen drinken. Je kunt zorgen voor schaaltjes met water, vochtige planten en bodem en je kunt eventueel ook suikerwater maken.
  • Deel je vlinders op waarneming.nl! Via de app ObsIdentify is het vrij eenvoudig om de soort te laten herkennen. Vanuit daar kun je hem uploaden op waarneming.nl. Ook handig met die zoveel op elkaar lijkende witte vlinders. Benieuwd welke vlinders er in onze natuurtuin rondfladderen? We houden een soortenlijst bij.
  • De vlinderstruik. Een geliefde struik in menig tuin. Wij raden af om nog vlinderstruiken aan te planten. Ze woekeren en komen hier niet van nature voor, daarmee zijn ze een bedreiging voor onze inheemse soorten. Een (invasieve) exoot dus. Daarnaast blijkt uit onderzoek van Sprinklr dat er op onder andere de vlinderstruik (en helaas andere tuinplanten) nog vaak allerlei soorten gif zit. Je kunt beter kiezen voor biologisch gekweekte, inheemse soorten, zoals wollige sneeuwbal, duizendblad of slangenkruid.

Meer vlinders in de tuin
Wil je jouw tuin ook aantrekkelijker maken voor vlinders, dan kun je met biologisch gekweekte planten zorgen voor nectar, het voedsel van vlinders. Belangrijk is dan wel dat planten biologisch gekweekt zijn omdat deze geen pesticiden bevatten. Hierdoor kunnen vlinders onbezorgd van de nectar in de bloemen in jouw tuin genieten.
Sprinklr heeft een groot aanbod aan biologisch gekweekte planten. Ze hebben daarnaast een speciaal pakket voor vlinders samengesteld. Dit pakket bestaat uit vijf verschillende soorten vaste planten. Met dit pakket zorg je ervoor dat vlinders tot diep in het najaar bloemen met nectar tot hun beschikking hebben. Daarnaast zit er pijpenstrootje in het pakket, voor veel vlinders een goede plant om de rupsen op te laten opgroeien. Vlinders zullen je dus heel dankbaar zijn wanneer je een vlinderpakket in je tuin plant!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Waarom houden dieren een winterslaap?

De egel is een van de bekendste zoogdieren die een winterslaap houdt. Verstopt in een stapel bladeren verkeert het lichaam in een ruststand

Tijdens de koude wintermaanden zijn sommige dieren, die je in andere jaargetijden wel ziet, onvindbaar. Deze dieren hebben hun territorium niet verlaten, maar hebben tijdelijk een plek opgezocht om de winter door te brengen. Ze houden een winterslaap. In deze blog vertellen we je alles over winterslaap en winterrust, waarom en welke dieren dit doen.

De egel is een van de bekendste zoogdieren die een winterslaap houdt. Verstopt in een stapel bladeren verkeert het lichaam in een ruststand
De egel is een van de bekendste zoogdieren die een winterslaap houdt. Verstopt in een stapel bladeren verkeert het lichaam in een ruststand

Inhoudsopgave

Wat is winterslaap?

Tijdens de winterslaap neemt het lichaam een lager tempo aan. De hartslag en ademhaling vertragen en de lichaamstemperatuur gaat omlaag. Dieren doen dit om de winters door te komen, wanneer er weinig tot soms geen voedsel voorhanden is. Door een winterslaap te houden, besparen ze enorm veel energie. Het verminderde voedselaanbod is ook een van de redenen waarom vogels naar het zuiden trekken.

Dieren die een winterslaap houden, worden vrijwel de hele winter niet wakker. Zodra de temperaturen omhoog gaan, beginnen ze wakker te worden. Tijdens deze rustperiode verliezen ze veel gewicht. Sommige dieren bewegen af en toe tijdens deze periode, maar er zijn ook dieren die helemaal niet bewegen. Dieren die de winter slapend doorbrengen, zijn bijvoorbeeld de egel en de hazelmuis. Voordat ze gaan slapen, zorgen ze ervoor dat ze zoveel mogelijk gegeten hebben. Zo weegt de hazelmuis tegen die tijd rond de 40 gram, waar hij normaal gesproken rond de 17 gram weegt.

De hazelmuis krult zich tijdens de winterslaap op in zijn holletje, om er in het voorjaar weer uit te komen (Shutterstock)
De hazelmuis krult zich tijdens de winterslaap op in zijn holletje, om er in het voorjaar weer uit te komen (Shutterstock)

Er zijn ook dieren, zoals de das en eekhoorn, die een winterrust hebben. Ze zijn tijdens de winter niet actief, maar zijn ook niet continu in slaap. Ze zoeken voedsel en zijn verder voornamelijk in rust. Beren houden bijvoorbeeld ook een winterrust, maar ook hun temperatuur daalt dan sterk.


Lees ook: waarom kwaken kikkers?


Ten slotte zijn er ook nog dieren die hun leven eigenlijk hetzelfde blijven leiden tijdens de koude winterperiode. Bepaalde muizen bijvoorbeeld. Wat ze wel doen, is een voedselvoorraad aanleggen. Want tijdens de winter is het voedselaanbod schaars. Ook sommige vogelsoorten doen dit, zoals kraaiachtigen. Voedsel wordt goed verstopt, een ander mag er niet met de buit vandoor gaan.

Winterslaap of niet, als dier moet je je goed voorbereiden op de barre winterperiode, onder andere door een voedselvoorraad aan te leggen
Winterslaap of niet, als dier moet je je goed voorbereiden op de barre winterperiode, onder andere door een voedselvoorraad aan te leggen

Waarom houden dieren een winterslaap?

In de koude wintermaanden is het voedselaanbod schaars. Er zijn weinig tot geen vruchten, noten, zaden of insecten te vinden. Sommige vogels trekken om deze reden naar het zuiden, dieren die hier blijven moeten andere oplossingen vinden. Om de winter toch door te komen, moet het dier zichzelf beschermen tegen honger en kou. Door in winterslaap of winterrust te gaan, verbruikt het lichaam veel minder energie. De hartslag, temperatuur en ademhaling gaan omlaag. Er hoeft minder tot niet gegeten te worden en het dier hoeft het warme hol (vrijwel) niet te verlaten. Tijdens de slaapperiode scheidt het dier geen geurstoffen af, zodat ze geen makkelijke, slapende prooi vormen voor roofdieren.

Waar houden dieren een winterslaap?

Dieren houden op verschillende manieren een winterslaap. Zo hangen vleermuizen vaak bij elkaar in de buurt en zul je egels eerder in hun eentje tegen kunnen komen in een hoop bladeren. De plek is per soort ook verschillend. Egels zijn content met rommelige hoekjes met genoeg bladeren, eekhoorns zullen voor hun winterrust een veilig hol zoeken.

Vleermuizen hangen tijdens het slapen aan hun poten. Dit is tijdens de winterslaap niet anders
Vleermuizen hangen tijdens het slapen aan hun poten. Dit is tijdens de winterslaap niet anders

Hoe kun je helpen?

Je kunt dieren best een handje helpen om de winterslaap te beginnen, door te komen en om daarna fris en fruitig aan het voorjaar te beginnen.

In de herfst kun je het beste je tuin niet (te veel) opruimen. De bladeren worden door veel diersoorten, groter en kleiner, gebruikt om zich in te verschuilen. Ook uitgebloeide planten zijn een veilige schuilplek. Die kun je dus mooi laten staan. Wanneer je bijvoorbeeld notenbomen in je tuin hebt, kun je wat noten laten liggen. Vogels zoals kraaien en ekster en zoogdieren als eekhoorn zullen ze graag gaan verstoppen om later te verorberen.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Bladeren, afgevallen vruchten, noten en uitgebloeide planten hebben dieren nodig om de winter door te komen. Voor voedsel en schuilgelegenheid
Bladeren, afgevallen vruchten, noten en uitgebloeide planten hebben dieren nodig om de winter door te komen. Voor voedsel en schuilgelegenheid

Voor sommige soorten kun je een schuilplaats maken of kopen. Elke soort stelt weer andere eisen aan een schuilplek. Egels brengen bijvoorbeeld hun winterslaap graag door in een egelhuis (Vivara Natuurproducten). Dit luxe model heeft een voorportaal, zodat de egel zeker uit weer en wind blijft. Vleermuizen kun je verblijden met een vleermuizenkast, vaak met plek voor meerdere vleermuizen tegelijk. Soms worden nestkasten ook gebruikt om de winter in door te brengen.

Er zijn ook eekhoornkasten te koop of om zelf te maken. Zoek een goede plek ervoor uit en het wachten op de eerste eekhoorn is begonnen
Er zijn ook eekhoornkasten te koop of om zelf te maken. Zoek een goede plek ervoor uit en het wachten op de eerste eekhoorn is begonnen

Tijdens de winterslaap of winterrust is er eigenlijk maar een ding belangrijk: laat de dieren met rust. Verstoor de winterslaap niet. Als je per ongeluk bijvoorbeeld een egel hebt gestoord tijdens het opruimen, is het het beste om de situatie zo snel mogelijk weer in orde te maken en erbij weg te gaan. Hoe korter de storing, hoe beter.

Na de winterslaap kun je de dieren helpen door voedsel en water aan te bieden. De dieren kunnen zo weer op gewicht komen en uitgerust aan de lente beginnen. Let er wel op wat je de dieren geeft. Probeer altijd te gaan voor biologisch voer, dit is vrij van gif wat schadelijk is voor dieren. Ook kun je verschillende soorten voederhuizen kopen, van vogels tot eekhoorns. Geef ze geen eten van eigen tafel.

Om na de winterslaap weer op krachten te komen, kun je helpen door verantwoord voedsel neer te zetten
Om na de winterslaap weer op krachten te komen, kun je helpen door verantwoord voedsel neer te zetten

Lees ook: waarom vliegen vogels in een v-vorm?


Veelgestelde vragen

Waarom houden dieren een winterslaap?

Om energie te besparen, gaan dieren in winterslaap. Hun ademhaling, lichaamstemperatuur en hartslag verlagen. In de winterperiode is er weinig voedsel te vinden.

Wat gebeurt er met het lichaam tijdens winterslaap?

Het lichaam vertraagt: ademhaling, temperatuur en hartslag gaan omlaag. Het lichaam is in rust en verbruikt weinig energie. Het dier verliest tijdens deze periode gewicht.

Welke dieren houden een winterslaap?

Verschillende soorten houden een winterslaap, zoals vleermuizen, egels, bepaalde soorten muizen. Andere dieren, zoals beren en dassen, houden een winterrust. Zij komen dan wel af en toe kort naar buiten.

Hoe lang duurt een winterslaap?

Ook dit verschilt per soort. Winterslaap kan variëren van enkele dagen tot enkele maanden.


Wil je meer te weten komen over dieren of de natuur en inspiratie ontvangen over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen. Volg ons op onze socials!

Tips voor het aanleggen van een natuurtuin

Een natuurtuin levert prachtige, magische beelden op

Of je nou een grote of een kleine tuin hebt, je kunt er hoe dan ook een natuurparadijs van maken. Natuurtuinen verschillen van gebruikelijke tuinen, doordat er minder beheer wordt toegepast en er meer ruimte is voor wilde, lokale flora en fauna. In deze blog geven we je de beste tips om van jouw tuin een natuurtuin vol leven te creëren.

Een natuurtuin kenmerkt zich door het gebruik van veelal inheemse soorten en een op den duur extensief beheer. Het is een tuin waar oog is voor biodiversiteit, rommelige hoekjes, plek voor mens en dier en waar een hart is voor flora en fauna.

Een natuurtuin levert prachtige, magische beelden op
Een natuurtuin levert prachtige, magische beelden op

Inhoudsopgave

Wat is een natuurtuin?

Het woord zegt het eigenlijk al: een natuurtuin is een tuin met ruimte voor de natuur en haar natuurlijke processen. Met het liefst zo weinig mogelijk ingrijpen. Een natuurtuin kan verschillende formaten hebben en kenmerkt zich door veel groen, verschillende soorten (inheemse) planten en met ruimte voor mens en dier. In deze blog vertellen we je meer over het beheer en de aanleg van een natuurtuin.

Beheer van een natuurtuin

Over het beheer van een natuurtuin kunnen we eigenlijk vrij kort zijn: in het begin is hard werken, daarna wordt je tuin steeds onderhoudsvrijer en tegelijkertijd vergroot je de biodiversiteit. Hieronder lichten we het beheer toe van verschillende onderdelen van een natuurtuin en de keuzes die je daarin kunt maken.


Lees ook: de beste inheemse vaste planten


Gazon of bloemenweide?

Veel mensen streven een keurig gazon na. Dat wil zeggen dat er met regelmaat wordt gemaaid, waardoor het er strak en ‘netjes’ bij ligt. Met een natuurtuin moedigen we je juist aan om de grasmaaier lekker te laten staan. Of in ieder geval minder vaak te pakken. Wanneer je andere soorten de kans geeft om zich te ontwikkelen, zul je zien dat je allerlei kruiden en bloemen in je tuin krijgt. De eerste tijd zal vooral gras domineren, maar door het verschralen van de bodem (op gezette momenten maaien en het maaisel afvoeren) komen de kruiden en bloemen meer op. Maai gefaseerd, zodat niet ineens het leefgebied voor kleine dieren verdwijnt. En maai van binnen naar buiten, zodat dieren kunnen vluchten en niet klem worden gereden.

Madeliefje is een van de soorten die je vaak als een van de eerste ziet opkomen wanneer je je gras een tijdje niet maait. Natuurtuin
Madeliefje is een van de soorten die je vaak als een van de eerste ziet opkomen wanneer je je gras een tijdje niet maait

Om de natuur een handje te helpen, kun je ervoor kiezen om (een deel van) je tuin in te zaaien met een inheems bloemenmengsel. Er zijn veel verschillende soorten. Wat van belang is om op te letten:

  • Kies voor inheemse soorten. Exoten kunnen onze eigen soorten overwoekeren, waar planten, insecten en vogels veel last van kunnen hebben.
  • Let erop dat het zadenmengsel biologisch geproduceerd is. Dan weet je zeker dat er geen gif, pesticiden of andere rommel in zit. Gif in zaden en gewassen heeft invloed op een groot deel van de voedselketen. Vogels eten zo bijvoorbeeld vergiftigde insecten, die op hun beurt gif binnen krijgen door het eten van de planten uit het mengsel.

Biologisch gekweekt bloemenmengsel

Bloemenmengsel (Vivara Natuurproducten)

Via Vivara Natuurproducten zijn er twee mengsels te bestellen van biologische inheemse bloemenzaden. Deze mengsels zijn door Natuurmonumenten samengesteld en zijn speciaal bedoelt voor insecten en voor vlinders. Met deze mengsels weet je dus zeker dat je iets goeds doet voor de biodiversiteit!

Mos is ook iets wat veel mensen liever niet in hun tuin zien. Wij pleiten er voor om dit juist lekker te laten staan. Mossen horen uiteraard ook in een ecosysteem. Mos houdt vocht beter vast dan gras, ze zijn een goede basis voor het ontkiemen van vruchten en zaden en er leven talloze insecten in.

Tegelparadijs of groen?

Groen, natuurlijk! De laatste jaren zie je bij veel tuincentra en gemeentes het initiatief ’tegel eruit, plant erin’. Het idee is simpel: vervang een tegel (het liefst meer) door een plant. Het helpt niet alleen insecten en vogels, maar door meer groen in je buurt heb je ook minder last van hitte in de zomer en wateroverlast tijdens hoosbuien. In datzelfde kader is het ook een goed idee om je platte dak om te toveren naar een sedumdak. Ga van tevoren na of je dakconstructie dit aan kan.


Lees ook: poel aanleggen in de tuin


Tegels die je eruit haalt, kun je op een eenvoudige manier hergebruiken. Door de tegels bijvoorbeeld door midden te slaan en te stapelen, kun je een stapelmuur maken voor bijvoorbeeld een border. Duurzaam en ook weer goed voor de biodiversiteit, want er gaan allerlei kleine planten tussen de stenen groeien. Daarnaast zullen insecten, kleine zoogdieren, reptielen en amfibieën hier bijvoorbeeld schuilplekken vinden.

In onze vorige tuin hebben we de stoeptegels uit de voortuin (50 m2) hergebruikt. Door ze door midden te slaan en te stapelen, hebben we twee verhoogde borders gecreëerd. Tussen de kieren kun je zelf planten zetten of afwachten wat er uit zichzelf komt
In onze vorige tuin hebben we de stoeptegels uit de voortuin (50 m2) hergebruikt. Door ze door midden te slaan en te stapelen, hebben we twee verhoogde borders gecreëerd. Tussen de kieren kun je zelf planten zetten of afwachten wat er uit zichzelf komt (De natuur van hier)

Gebruik geen gif

Wanneer je toch tegels moet of wil laten liggen in je tuin, kun je ervoor kiezen om het (kleine) onkruid en mos wat er tussen groeit, te laten staan. Dit scheelt jezelf waarschijnlijk veel tijd -en een zere rug- en de natuur is je dankbaar. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen om het onkruid weg te halen. Ook schoonmaakazijn kun je beter laten staan. Dat is namelijk ontzettend slecht voor de bodem en het bodemleven. Op de grond kun je bodembedekkers planten, zodat het dichtgroeit en een geheel wordt. Verder kun je ook je definitie van onkruid heroverwegen. Hoe meer planten je als onkruid ziet die verwijderd moeten worden, hoe meer werk je hebt.

Laat het 'onkruid' lekker staan. Het scheelt tijd en het is beter voor de natuur
Laat het ‘onkruid’ lekker staan. Het scheelt je tijd en het is beter voor de natuur

Maak het jezelf makkelijk

… en doe vooral niet teveel. Naast het minder maaien en onkruid laten staan, roepen we je ook op om je tuin niet zo netjes te maken. Laat hoekjes of bepaalde stukken rommelig worden. Je hoeft daar geen bladeren te vegen, oude potten op te ruimen enzovoorts. Kleine zoogdieren en insecten zijn dol op rommelhoekjes. Het biedt ze beschutting en voedsel. Daarnaast ontstaan rommelhoekjes vaak in hoeken waar je zelf niet vaak komt of bezig bent, waardoor dieren er rust hebben. Verwelkte en dode planten geven kleine dieren schuilmogelijkheden voor de winter, dus die kun je laten staan. In het voorjaar knippen en snoeien is vroeg genoeg.

Egels zijn een goed voorbeeld van een soort die veel belang hebben bij rommelhoekjes. Zo kunnen ze in een hoop bladeren hun winterslaap houden
Egels zijn een goed voorbeeld van een soort die veel belang hebben bij rommelhoekjes. Zo kunnen ze in een hoop bladeren hun winterslaap houden

Aanleg van een natuurtuin

Als je bovenstaande informatie over het beheer van een natuurtuin hebt gelezen en het spreekt je aan, kun je gaan nadenken over hoe je je natuurtuin wil aanleggen. In dit hoofdstuk nemen we je mee in de wereld van flora en fauna.

Flora

Wanneer je kiest voor inheemse plantensoorten in je natuurtuin, weet je zeker dat je de biodiversiteit daarmee helpt. Inheemse soorten komen van nature voor in ons land. Exoten kunnen inheemse soorten verdringen, waardoor onder andere het voedselaanbod voor dieren vermindert.

Heb je een grotere tuin? Dan kun je kiezen tussen verschillende typen begroeiing. Wissel af met hoge en lage soorten, zodat er structuur ontstaat. Kies ook voor voldoende verschillende soorten. Het mooist is om in ieder seizoen van het jaar bloeiende planten te hebben. De insecten hebben op die manier jaarrond voedselaanbod.

Braam is een veelzijdige soort. Ze bieden beschutting en voedsel. Bramen worden vaak onterecht als ongewild beschouwd, maar met goed beheer is het een mooie toevoeging in je natuurtuin
Braam is een veelzijdige soort. Ze bieden beschutting en voedsel. Bramen worden vaak onterecht als ongewild beschouwd, maar met goed beheer is het een mooie toevoeging in je natuurtuin

En heb je nou echt een serieus formaat tuin, dan is een voedselbos(je) nog een goed idee. Je kiest dan voor vruchtdragende bomen en planten, zoals een notenboom, fruitboom, bessenstruiken enzovoorts. Vogels, insecten en kleine zoogdieren hebben hier ook belang bij. Mocht je tuin wat kleiner zijn, kun je wellicht wat kleine boompjes of struiken in potten kwijt. In een kleinere tuin kun je ook verticaal tuinieren. Door te kiezen voor inheemse klimplanten als wilde kamperfoelie, klimop en hop zorg je voor een geurende, bloeiende verticale tuin.

Biologisch gekweekte planten

Het belang van het gebruiken van biologisch gekweekte planten in je tuin is enorm. Planten uit gangbare tuincentra zitten vaak vol met verschillende soorten pesticiden die enorm schadelijk kunnen zijn voor insecten en andere dieren. Insecten die op de nectar van de bloemen af komen krijgen de pesticiden in hun lijf, wat ernstige gevolgen kan hebben voor ze. Zo zijn er pesticiden die het zenuwstelsel aantasten en van sommige pesticiden leidt het zelfs tot de dood. Dit gift werkt door in het milieu en komt vanzelf bij andere en grotere soorten terecht (insectenetende vogels bijvoorbeeld).
Kies daarom dus altijd voor biologisch gekweekt. Sprinklr en Vivara Natuurproducten hebben een groot assortiment aan biologisch gekweekte planten. Deze planten zijn daarnaast ook nog eens van zeer goede kwaliteit en groeien goed vanaf de start. Zo staat je border dus binnen een mum van tijd vol met prachtige, gifvrije planten en bloemen!


Lees ook: de beste inheemse klimplanten


Er zijn veel planten waar bijen en hommels gek op zijn. Ook insecten kunnen helaas wel wat hulp van ons gebruiken. In onze blog over bijen en vlinders vertellen we er meer over en geven we suggesties voor plantensoorten die goed zijn voor insecten.

Je kunt boerenwormkruid aanplanten. Hier maak je allerlei soorten insecten blij mee, waaronder de wormkruidbij.
Je kunt bijvoorbeeld boerenwormkruid aanplanten of laten staan. Hier maak je allerlei soorten insecten blij mee, waaronder de wormkruidbij

Vaak wordt gedacht dat een tuin met veel planten veel onderhoud betekent. Het omgekeerde is waar: hoe meer planten, hoe minder onderhoud. En hoe meer tegels of gazon, hoe meer onderhoud. Wanneer je planten groter worden en meer ruimte innemen, krijgen ongewenste soorten minder licht en daarmee minder kans om te groeien. Heb geduld, geef het tijd en wacht tot het moment komt waarop jouw natuurtuin zichzelf onderhoudt.

Landschapselement: een (gemengde) haag

Door het planten van een (liefst gemengde) haag, bied je vogels en insecten nest- en schuilmogelijkheden. In een gemengde haag kun je ook klimplanten (zoals hop en kamperfoelie) verwerken. Hagen snoei je in een A-vorm, zodat de onderkant van de heg ook licht krijgt om te groeien. Wanneer je niet te vaak snoeit, komen soorten als meidoorn en sleedoorn tot bloei. Zij bloeien al vroeg in het jaar en voorzien insecten daarmee van de eerste broodnodige nectar in het nog koude seizoen. Onder de heg kun je bloembollen planten, die ook al vroeg bloeien. Alles over de aanleg van een gemengde haag lees je hier.

Het snoeien van planten, struiken, hagen en bomen doe je uitsluitend buiten het broedseizoen. Het broedseizoen is van ongeveer 15 maart tot 15 juli. Echter broeden vogels ook voor en na die tijd. Vooraf controleer je of er geen broedsels of jonge dieren aanwezig zijn. Snoei waar het kan gefaseerd, zodat niet ineens het gehele leefgebied van kleine dieren verdwijnt.

Landschapselement: een poel

Niet alleen kleine zoogdieren en insecten zijn blij met een waterplek, maar ook amfibieën zullen erop af komen
Niet alleen kleine zoogdieren en insecten zijn blij met een waterplek, maar ook amfibieën zullen erop af komen

Naast een gemengde haag kun je er ook voor kiezen om een poel aan te leggen. Met het aanbod van water help je de biodiversiteit enorm. Er kunnen kleine zoogdieren, vogels, insecten zoals juffers en libellen en amfibieën op af komen. Sommige soorten enkel om te drinken, andere soorten hebben water nodig om zich voort te planten. Hoe dan ook is het een prachtig gezicht om het leven rondom de poel te kunnen observeren. Je zult verbaasd zijn hoe snel een poel ontdekt wordt. Jeuken je handen al om te beginnen? Lees hier alles over het aanleggen van een poel. En let ook hier op het gebruik van inheemse vijverplanten.

Wij hebben zelf ook een poel aangelegd en ook gekozen voor een gemengde haag en struweel. Je kunt hier de vorderingen van onze natuurtuin volgen.

Fauna

Zoals je in deze blog hebt kunnen lezen, help je veel verschillende diersoorten met een natuurlijkere tuin. In het begin is de tuin nog kaal en heeft het tijd nodig om te groeien. Wil je dieren extra helpen? Hieronder hebben we enkele tips voor je op een rijtje gezet:

  • Hang nestkasten op. Deze kun je online kopen, maar je kunt ze ook zelf maken. We hebben een aantal bouwtekeningen voor je om mee aan de slag te gaan. Let op duurzaam hout.
  • Creëer schuilmogelijkheden voor dieren. Dit kunnen nestkasten, egelhuisjes, insectenhotels of simpelweg wat hopen bladeren of een takkenril zijn.
  • Zorg voor waterplekken. Je kunt ergens waterschalen ophangen of neerzetten, maar een vijver of poel zijn ook mogelijkheden. Haal waterschalen in de winter tijdelijk weg, zodat de veren van vogels niet bevriezen wanneer het vriest.

Zelf hebben we twee nestkasten gekocht bij Vivara. Deze is geschikt voor de winterkoning, roodborst, witte kwikstaart en grauwe vliegenvanger. Deze is voor koolmezen, kuifmezen, boomklevers en bonte vliegenvangers. Dit jaar is er weer een nestje koolmezen in groot gebracht!

Wil je nog meer vogels in je tuin krijgen? Lees dan onze blog met tips daarover. De merel is een van de vogels die ook wel jouw helpende hand kan gebruiken.

Elke soort vogel verlangt een ander type nestkast. Nestkasten bieden schuil- en broedmogelijkheden. Klik hier voor onze bouwtekening voor een nestkast voor de spreeuw
Elke soort vogel verlangt een ander type nestkast. Nestkasten bieden schuil- en broedmogelijkheden. Klik hier voor onze bouwtekening voor een nestkast voor de spreeuw

Tot slot

Wat heb jij allemaal voor een maatregelen genomen om van jouw tuin een natuurtuin te maken? Laat het ons weten in de comments hieronder, of tag ons op je favoriete social media kanaal (@denatuurvanhier)!

Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief! 

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Tips voor meer bijen en vlinders in je tuin

De lente is begonnen en de bomen en planten beginnen weer in blad te komen. Dit is het ideale moment om je tuin voor te bereiden op de verdere lente en de zomer. In deze blog geven we tips om meer bijen en vlinders naar je tuin te lokken. Dit kun je doen door de juiste planten te kiezen, maar ook door soms juist helemaal niks te doen.

Zet je tuin of balkon vol bloeiende plantensoorten en kijk je ogen uit
Zet je tuin of balkon vol bloeiende plantensoorten en kijk je ogen uit

Groen, groen, groen!

Tegeltuinen kunnen anno 2023 echt niet meer. Het is slecht voor de biodiversiteit, afwatering en het wordt hartstikke heet in de zomer. Allemaal redenen voor een groene tuin. Hier help je je omgeving mee, maar ook jezelf. Ook wanneer je een kleine tuin hebt of een balkon, zijn er dingen die je kunt doen om bijen, hommels en vlinders te lokken. Dat is belangrijk, want ze kunnen best wat hulp gebruiken om zich staande te houden in de snel veranderende wereld. We beginnen met waarom bijen en vlinders zo belangrijk zijn.

Waarom zijn bijen en vlinders nuttig?

Bijen leven in een symbiose met bloeiende planten. De plant voorziet voedsel voor de bij (nectar), de bij bestuift de planten door het stuifmeel op zijn lichaam van bloem tot bloem mee te dragen. Hierdoor kunnen de planten zich voortplanten. Wij plukken daar -letterlijk- de vruchten van, want de planten geven ons uiteindelijk weer groente en fruit. Zonder dat je daar iets voor hoeft te doen. Zelfs 80% van het voedsel wat we eten wordt bestoven door bijen. Je kunt dus wel stellen dat met name bijen nodig zijn voor het leven op aarde. Hoog tijd om ze een handje te helpen!


Lees ook: verschil bijen, wespen, hommels en hoornaars


Welke planten kun je gebruiken?

Er zijn veel soorten om uit te kiezen, dus de opsomming hieronder is slechts een greep uit het totaal. Wat belangrijk is om te controleren wanneer je planten en/of zaden koopt, is een biologisch keurmerk. Op die manier weet je zeker dat de plant of het zaad geen bestrijdingsmiddelen met zich meebrengt en daarmee schade kan aanrichten aan de biodiversiteit in je tuin. We spreken in deze blog vaker over tuin, maar onderstaande planten zijn ook geschikt om in potten op je terras of balkon te zetten (klik hier voor onze blog over nog meer kruidachtige planten voor in je tuin of voor in een pot). Gebruik zelf ook geen bestrijdingsmiddelen in je tuin. Kies voor zover mogelijk het liefst voor inheemse planten.

We hebben bijen hard nodig voor de bestuiving van planten. Koop daarom zoveel mogelijk biologische planten en zaden
We hebben bijen hard nodig voor de bestuiving van planten. Koop daarom zoveel mogelijk biologische planten en zaden

Een warm welkom voor al wat leeft

Wat belangrijk is voor het leven in je tuin of op je balkon, is om planten te kiezen waarbij je het gehele jaar bloei hebt. Op die manier hebben vlinders en bijen het hele jaar de mogelijkheid om nectar uit de planten te halen. Nectar is de zoete stof die insecten naar de plant lokt. Elke plant geeft een andere hoeveelheid en smaak. Daarom raden we je aan om verschillende soorten aan te planten, zodat er voor ieder wat wils is.

Verder houden insecten van warme, beschutte plekjes. Ze warmen op in de zon en doen nieuwe energie op. Je kunt wat platte stenen neerleggen waar ze zich kunnen warmen en uit kunnen rusten. Een plek om te schuilen is ook fijn. Je kunt een insectenhotel kopen (bol.com heeft een handig overzicht) of zelf maken. Er zijn ook vlinderhotels te koop, te herkennen aan de lange spleten waar de vlinders in kunnen kruipen. Je kunt ook restjes fruit in de tuin leggen. Bepaalde vlindersoorten zijn er gek op. Als je ten slotte ook nog zorgt voor een plekje waar water aangeboden wordt en je houdt de grond wat vochtig, zijn de beestjes zeer tevreden met jou. Lees hier hoe je zelf een poel aanlegt. Naast bijen en vlinders profiteren daar nog veel meer soorten van!

Vlinders maak je ook blij met fruit en suikerwater. Dubbel handig, want zo hoef je geen overrijp fruit meer weg te gooien. Leg het in de tuin!
Vlinders maak je ook blij met fruit en suikerwater. Dubbel handig, want zo hoef je geen overrijp fruit meer weg te gooien. Leg het in de tuin!

Planten voor bijen

Uit onderzoek blijkt dat bijen vooral afkomen op de kleuren geel, paars, blauw en wit. Kies planten uit die in deze kleur bloeien. Hieronder noemen we enkele voorbeelden. De planten staan gesorteerd op bloeiperiode, van winter tot en met herfst.

Winter: bloembollen

Bloeitijd: december-maart. In het najaar kun je bollen planten van bijvoorbeeld krokus en narcis. Zorg dat ze goed onder de aarde liggen. Na het planten hoef je alleen nog maar te wachten tot de eerste bollen uitkomen. Verwilderende bloembollen vermeerderen zich met de jaren, dus op den duur heb je een heel tapijt aan bloeiers in de winter.

Krokussen zijn een goed voorbeeld van een echte voorjaarsbloeier, perfect voor de eerste insecten na de winterslaap of winterrust
Krokussen zijn een goed voorbeeld van een echte voorjaarsbloeier, perfect voor de eerste insecten na de winterslaap of winterrust

Winter: fruitbomen

Bloeitijd: maart-april. Aan het einde van de winter beginnen de fruitbomen met bloeien. Je kunt zelf een fruitboom in je tuin zetten of eentje in pot. Denk hierbij aan soorten als kers, peer, appel of pruim. Het is extra leuk om voor een fruitboom te kiezen. Je helpt de bijen aan nectar, zij zorgen voor bestuiving en uiteindelijk geeft de boom je fruit. Daarna begint het proces opnieuw.

Bloeiende fruitbomen zijn een grote voedingsbron voor onder andere bijen en hommels
Bloeiende fruitbomen zijn een grote voedingsbron voor onder andere bijen en hommels

Lees ook: tips voor aanleggen natuurtuin


Lente: smeerwortel (Symphytum officinale)

Bloeitijd: april-september. Bijen en hommels zijn vaak te vinden bij deze plant. De plant krijgt al vroeg in het voorjaar blad en bloeit even later met paarse bloemetjes, die als trosjes naar beneden hangen. Een makkelijke plant, die zich in de tuin kan vermeerderen. Smeerwortel staat graag in de zon, met af en toe wat schaduw.

Smeerwortel is een makkelijke plant die mooi bloeit. Elk jaar wordt de plant wat meer
Smeerwortel is een makkelijke plant die mooi bloeit. Elk jaar wordt de plant wat meer

Zomer: vingerhoedskruid (Digitalis purpurea)

Bloeitijd: mei-september. Een prachtige plant om te zien wanneer ze bloeit. Hommels en bijen zie je helemaal verdwijnen in de hoedjes van vingerhoedskruid. Deze plant zaait zichzelf makkelijk uit, dus met een paar planten zit je goed. Vingerhoedskruid kan tweejarig of meerjarig zijn. Het is een makkelijke plant, die niet veel eisen stelt aan haar standplaats of grond. Denk er wel om dat ze niet te nat of te droog staat. Let op, want bepaalde delen van de plant zijn giftig voor mens en dier bij inname.

Bijen, hommels en ook zweefvliegen komen graag op het bloeiende vingerhoedskruid af
Bijen, hommels en ook zweefvliegen komen graag op het bloeiende vingerhoedskruid af

Herfst: duizendblad (Achillea millefolium)

Bloeitijd: juni-november (in warme jaren zelfs tot in januari). Duizendblad kun je overal tegenkomen, in bermen, weilanden en op dijken. Deze inheemse plant stelt niet veel eisen aan de omgeving, is winterhard en bloeit wit met grote schermen, die bestaan uit allemaal kleine bloemhoofdjes. Wij kunnen de plant zelf ook gebruiken als kruid. Ze is meerjarig en verspreidt zich door de wortelstokken.

Duizendblad is een plant waar zowel mens als dier dankbaar gebruik van maken
Duizendblad is een plant waar zowel mens als dier dankbaar gebruik van maken

Planten voor vlinders

Net zoals bijen op bepaalde kleuren afkomen, hebben vlinders dat ook. Vlinders houden van de kleuren roze, paars, rood, oranje en geel. Vlinders zijn enigszins kieskeurig, elke soort heeft bepaalde planten waar ze naartoe gaan. Daarom is het een goed idee om meerdere soorten aan te planten, zodat je ook meerdere soorten vlinders aantrekt. Je kunt op Waarneming.nl bekijken welke soorten in jouw omgeving voorkomen, zodat je voor hen de juiste planten kunt uitzoeken.

Wanneer het weer kouder wordt, vanaf september-oktober, wordt het steeds moeilijker tot onmogelijk om planten met nectar te vinden. Daarom overleven veel vlinders de winter niet. Eitjes, rupsen en poppen brengen de winter in winterrust door, wachtend op betere tijden. Van sommige soorten brengt de vlinder zelf ook de winter in winterrust door, bijvoorbeeld de citroenvlinder en de dagpauwoog.


Lees ook: de beste inheemse vaste planten


Voorjaar: vergeet-mij-nietje (Myosotis)

Bloeitijd: april-juni. Dit plantje bloeit al in het voorjaar met blauwe bloemetjes en een geel hart. Dit is een tweejarige plant. Ook deze plant zaait zichzelf uit en zorgt er dus zelf voor dat ze aanwezig blijft. Deze plant staat graag in de zon en heeft de grond liever te nat dan te droog.

De eerste vlinders na de winter zullen blij zijn met het vergeet-mij-nietje
De eerste vlinders na de winter zullen blij zijn met het vergeet-mij-nietje

Zomer: margriet (Leucanthemum vulgare)

Bloeitijd: mei-juli. Net als duizendblad kun je margriet ook overal tegenkomen, zolang de grond maar niet te bemest is. Margriet bloeit wit met een geel hart, waarmee ze lijken op madeliefjes. Margrieten worden echter groter dan madeliefjes. In weilanden, bermen of velden waar margriet staat, zul je ook vaak paardenbloemen zien. Deze zijn ook geliefd bij vlinders. Margriet is geliefd bij onder andere de kamillevlinder.

Hier is een bruin zandoogje te zien op een margriet
Hier is een bruin zandoogje te zien op een margriet

Herfst: hertshooi (Hypericum)

Bloeitijd: juli-oktober. Deze plant met gele bloemen trekt vlinders, maar ook bijen en hommels aan. Hier bereik je een groot publiek mee. De bloemen worden ook gebruikt als geneeskrachtig kruid. Insecten zul je veel zien bij de vele meeldraden van de bloem. De plant is ook een uitstekende bodembedekker.

De vele meeldraden van de bloem zijn hier duidelijk te zien. Insecten zijn er gek op
De vele meeldraden van de bloem zijn hier duidelijk te zien. Insecten zijn er gek op

Er is meer

Bovenstaande plantensoorten zijn slechts een enkele voorbeelden. Er is natuurlijk nog veel meer te kiezen. Zo zul je ook veel vlinders naar je tuin kunnen lokken met een vlinderstruik. Er zijn ook kleinere varianten van te koop, die minder groot worden. Verder kun je bij planten voor bijen en vlinders nog denken aan bijvoorbeeld zonnebloem, duifkruid, viburnum, hemelsleutel, ijzerhard, koninginnekruid, stokroos, wilg en hazelaar. Ook kun je gerust wat brandnetels en distels laten staan. Deze dienen als waardplant.

En nu: niks meer doen

Je hebt allerlei verschillende soorten geplant en je kunt niet wachten tot de eerste bij, hommel of vlinder zich laat zien. Wacht rustig af, vaak duurt het niet lang voordat je planten gevonden worden. Zoals we al in de inleiding zeiden, je hoeft nu niets meer te doen.

Last van slakken in je tuin? Laat ze maar. Zij dienen weer als voedsel voor vogels, zodat je van hun gefluit kunt genieten. Bladeren die zich door de wind ophopen in de hoek? Laat het toch liggen. Allerlei beestjes die daar in schuilen en vogels die daar naar voedsel kunnen zoeken. Geen zin om te maaien in de warmte? Doe het ook maar niet, laat de kruiden en bloemen bloeien. Planten die in het najaar afsterven en bruin en dor worden? Lekker laten staan. Zij dienen als overwinteringsplek voor insecten en andere beestjes. Je hoeft het alleen maar te zien.

Ook andere dieren hebben baat bij een niet-opgeruimde tuin. Egels slapen bijvoorbeeld in bladerhopen
Ook andere dieren hebben baat bij een niet-opgeruimde tuin. Egels slapen bijvoorbeeld in bladerhopen

Alle tips op een rijtje

  • Zorg voor rommelhoekjes. Houd je tuin niet te netjes. Dieren, hoe klein ook, hebben het nodig ter beschutting en om voedsel in te zoeken.
  • Gebruik geen bestrijdingsmiddelen.
  • Gebruik zoveel mogelijk inheemse planten. In onze blog over een gemengde haag aanplanten lees je nog meer voorbeelden.
  • Laat ‘onkruid’ staan, maai minder (wat is nou mooier, een biljartlaken in de tuin of een grasveld vol bloemen en kruiden?), laat planten in de herfst en winter staan.
  • Plaats insectenhotels, platte stenen in de zon en een plek met water.
  • Klimop is een plant die zowel bijen als vlinders gebruiken. Vlinders en rupsen als voeding, bijen als waardplant.
  • Veel gemeenten stimuleren het idee ’tegel eruit, plant erin’. Ook lokale tuincentra doen hier vaak aan mee. Een makkelijke manier om je tuin te vergroenen.
  • Maai even niet! Laat het gras groeien en geef bloemen de kans om te gaan bloeien. En als je dan toch echt moet maaien, zorg dan dat je in fases maait en ook langere stukken laat staan.
  • Wil je nog meer inspiratie hoe je je tuin natuurlijker krijgt? Lees hier dan mee met de ontwikkeling van onze natuurtuin.

De 20 beste inheemse vijverplanten voor een natuurlijke vijver (met uitleg)

Vijverplanten inheems

Inheemse vijverplanten zijn onmisbaar voor een gezonde, natuurlijke vijver. Veel vijvers worden tegenwoordig aangeplant met exotische planten, wat vaak leidt tot invasief gedrag, onvoldoende nectar voor insecten en slecht groeiende planten. Inheemse waterplanten zorgen juist voor een ecologische balans, waardoor je vijver bruist van leven. Door te kiezen voor soorten van eigen bodem ondersteun je niet alleen je eigen tuin, maar ook de natuur in de directe omgeving. In deze blog leggen we uit waarom inheemse vijverplanten zo belangrijk zijn voor biodiversiteit, welke soorten geschikt zijn en geven we de beste tips per vijverzone. Met deze tips creëer je een natuurlijke vijver met optimale waterkwaliteit én volop biodiversiteit.

Inhoudsopgave

Waarom kiezen voor inheemse vijverplanten?

Wil je een natuurlijke vijver vol leven? Dan zijn inheemse vijverplanten onmisbaar. Inheemse vijverplanten hebben als voordeel ten opzichte van uitheemse vijverplanten dat ze beter zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Daarnaast zijn de inheemse insecten en andere dieren veel beter aangepast aan het inheemse planten, waardoor ze er meer van profiteren. Hoe profiteren ze dan? Inheemse insecten weten wanneer inheemse vijverplanten in bloei staan, hoelang ze bloeien en hoe ze bij de nectar in de bloem kunnen komen. Hiermee ondersteunen inheemse vijverplanten de lokale voedselketen en zorgen ze ervoor dat insecten kunnen floreren in je tuin. Watermunt is bijvoorbeeld zo’n inheemse waterplant die veel nectar produceert, wat zeer geliefd is bij bijen, hommels en vlinders. Inheemse insecten zijn vaak gespecialiseerd op specifieke plantensoorten. Wanneer deze planten ontbreken, verdwijnen ook de insecten die ervan afhankelijk zijn.

Verder heb je bij inheemse planten niet zo snel last van soorten die explosief en invasief groeien. Sommige uitheemse planten kunnen explosief groeien en kunnen daarmee de hele vijver overnemen en andere planten (en dieren) verdringen. Ook als deze invasieve exoten per ongeluk in de natuur terecht komen, dan kunnen ze serieuze schade aanbrengen aan de inheemse flora en fauna. Tot slot zijn inheemse waterplanten beter winterhard. Dit betekent dat ze veel beter de winters overleven, waardoor je dus niet ieder jaar nieuwe waterplanten hoeft te kopen.

Veel dieren, bijvoorbeeld libellen en juffers, profiteren van inheemse waterplanten (de Natuur van hier)
Veel dieren, bijvoorbeeld libellen en juffers, profiteren van inheemse waterplanten (de Natuur van hier)

De 6 zones in een natuurlijke vijver

Een natuurlijke vijver bestaat uit verschillende zones, met ieder zijn eigen kenmerken. Vanzelfsprekend kan niet iedere waterplant in elke zone geplaatst worden. Daarom is het goed om eerst de zes verschillende zones te bekijken en dan te bepalen welke waterplanten je kiest per zone. Zo krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand in je vijver en zorg je er voor dat er in iedere diepte geschikte inheemse waterplanten komen te staan. Op onderstaande afbeelding zijn de verschillende zones schematisch weergegeven.

Diagram van vijverzones voor inheemse vijverplanten
Diagram van vijverzones voor inheemse vijverplanten (bron afbeelding)

Hoe richt je een natuurlijke vijver ecologisch in?

In een natuurlijke situatie zijn in een poel water meerdere dieptes te vinden. In iedere diepte (of zone) heeft het water een andere temperatuur, groeien andere planten en zitten andere diertjes zoals macrofauna, insectenlarven en amfibieën. Hierdoor ontstaat een grote diversiteit in een poel. Door je natuurlijke vijver ook met verschillende zones in te richten, creëer je een situatie die heel dicht bij de werkelijkheid komt. Zo ontstaat er een vijver die bruist van leven.

Zone 1: oeverzone

De eerste zone is de oeverzone. Hierin komen waterplanten te staan die in principe op het droge staan, maar prima tijdelijk onder water kunnen staan. Als de vijver door regen dan overstroomt, dan staan deze planten tijdelijk met de voeten in het water. Veel van de planten die in de oeverzone staan houden daarom dus ook van een vochtige tot natte ondergrond.

Belangrijk kenmerk van planten die in deze zone staan is dat ze vaak rijkelijk bloeien. Dit zijn dus de echte blikvangers en insectenmagneten rondom een natuurlijke vijver. Daarnaast bieden ze uitstekende schuilplaatsen voor dieren en overwinteringsplekken voor insecten als ze niet voor de winter gesnoeid worden. Tot slot helpen ze met het tegengaan van erosie als er met natuurlijke oevers gewerkt wordt.

In deze laag kun je dus goed bloeiende planten met elkaar combineren. Als hier goed over nagedacht wordt kun je een vijverrand creëren waarin het hele seizoen planten in bloei staan. Ook kun je in deze zone een gelaagdheid aanbrengen door gebruik te maken van planten met verschillende hoogtes. Zo creëer je een natuurlijke en rustige overgang naar de vijver.

Grote kattenstaart is een echte eye-catcher in de oeverzone
Grote kattenstaart is een echte eye-catcher in de oeverzone

Zone 2: moerasplanten

In de tweede zone staan de moerasplanten. Dit zijn de eerste planten die permanent in het water staan. De diepte van deze zone wordt meestal aangegeven van 0 tot 15 centimeter onder het waterniveau. Moerasplanten zijn onmisbaar in een natuurlijke vijver, vanwege meerdere redenen.

Moerasplanten helpen de waterkwaliteit verbeteren doordat ze overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat opnemen. Hierdoor krijgen algen minder kans om te groeien. Sommige soorten, zoals gele lis, staan bekend om hun vermogen om bepaalde stoffen uit het water op te nemen (een proces dat fytoremidiatie wordt genoemd). Daarnaast stimuleren de wortels van moerasplanten nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken. Ook zorgen ze ervoor dat slibdeeltjes bezinken en geven ze schaduw, waardoor het water minder snel opwarmt. Zo dragen moerasplanten bij aan een natuurlijke en stabiele vijverbalans.

Sommige moerasplanten, zoals lisdodde en watermunt, hebben de neiging om te woekeren. Toch zijn dit waardevolle soorten vanwege hun filterende werking en hun rijkelijke bloei, die veel insecten aantrekt.

Wil je deze planten gebruiken zonder dat ze andere soorten overwoekeren? Plaats ze dan in vijvermanden. Zo beperk je de groei, houd je het onderhoud eenvoudig en voorkom je dat ze te dominant worden – terwijl je wél profiteert van hun ecologische voordelen. Vooral in kleine vijvers is het gebruik van vijvermanden een eenvoudige manier om de balans te bewaren.

Zone 3: waterplanten

In zone 3 komen de echte waterplanten die het liefst op een diepte van 20 tot 40 centimeter staan. De wortels van de waterplanten staan permanent onder water, zo ook een deel van de bladeren en in sommige gevallen bevinden zich de bladeren volledig boven water. Deze planten zorgen voor zuurstof in de waterkolom, nemen overtollige voedingsstoffen op en bieden beschutting aan kikkers, padden, salamanders en insectenlarven. Soorten zoals waterviolier en waterranonkel combineren ecologische waarde met een natuurlijke uitstraling.

Zone 4: waterlelies

De waterlelies staan vaak op de bodem van de vijver (tot ongeveer 1 meter diep) in een vijvermand om ze gemakkelijk te kunnen verplaatsen en onderhoud eraan te doen. Waterlelies zorgen vooral voor schaduw en temperatuurstabiliteit in de vijver. Door het wateroppervlak gedeeltelijk te bedekken, beperken ze overmatige opwarming en algengroei. Daarnaast bieden hun bladeren rust- en schuilplaatsen voor amfibieën.

Zone 5: zuurstofplanten

De zuurstofplanten staan volledig onder water en hebben als belangrijkste taak dat ze zuurstof produceren in de waterkolom. Zuurstofplanten zijn onmisbaar om te voorkomen dat de vijver dichtgroeit met algen. Ze nemen overtollige voedingstoffen uit het water op, wat de explosieve groei van algen tegengaat. Daarnaast bieden ze een prima schuilplaats voor allerlei macrofauna, insectenlarven en amfibieën. In tegenstelling tot veel waterplanten uit zone 3 zijn zuurstofplanten meestal volledig ondergedoken en nauwelijks zichtbaar boven het wateroppervlak.

Zone 6: drijfplanten

Tot slot zijn er nog de drijfplanten. Zoals de naam al zegt drijven deze op het wateroppervlak. Ze nemen voedingstoffen op uit het water, zorgen voor schaduw en helpen algengroei te beperken. Omdat ze CO2 rechtstreeks uit de lucht kunnen opnemen, groeien ze vaak snel. Zorg er wel voor dat ze niet meer dan de helft van het wateroppervlak bedekken. Te veel drijfplanten kan er namelijk voor zorgen dat het water in het voorjaar niet snel genoeg opwarmt, waardoor amfibieënlarven zich niet snel genoeg kunnen ontwikkelen.

Vijverplanten
In een gezonde vijver is er een combinatie te vinden van verschillende soorten inheemse vijverplanten

De beste inheemse vijverplanten voor in je natuurlijke vijver

Nu we de verschillende zones in een natuurlijke vijver gezien hebben, is het tijd om te kijken naar de verschillende soorten inheemse vijverplanten. Door hier goed over na te denken en een aantal soorten per zone te kiezen voor je vijver, krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand dat in evenwicht is en zorgt voor een natuurlijke balans in je vijver. Dit zal er voor zorgen dat de biodiversiteit in en rondom het water enorm toeneemt.

De beste inheemse oeverplanten

Als eerste kijken we naar de planten voor in de zone aan de rand van de vijver. We geven hier vijf tips voor inheemse oeverplanten waarmee je langs de rand van je vijver kunt zorgen voor een intense bloei, waarvan insecten enorm gaan profiteren.

Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)

Grote kattenstaart is een onmisbare oeverplant in een natuurlijke vijver. Met zijn opvallende roze bloemaren bloeit deze soort rijkelijk van juni tot augustus. De plant wordt ongeveer 100 centimeter en staat het liefst op een zonnige of halfschaduwrijke plek met een vochtige tot natte bodem. Zelfs tijdelijke overstromingen vormen geen probleem. Voor een volle, natuurlijke uitstraling kun je ongeveer 5 tot 8 planten per vierkante meter aanhouden.

Grote kattenstaart is percfect om te gebruiken als oeverplant bij een natuurlijke vijver
Grote kattenstaart is percfect om te gebruiken als oeverplant bij een natuurlijke vijver

Dankzij de uitbundige bloei is grote kattenstaart een belangrijke nectarplant voor bijen, hommels en zweefvliegen. Zo bezoeken onder andere de kattenstaartdikpoot en de steenhommel regelmatig de bloemen. Daarnaast is de plant een waardplant voor het boomblauwtje. Grote kattenstaart laat zich goed combineren met andere inheemse vaste planten, zoals koninginnekruid, beemdkroon en gewone margriet. De soort zaait zich gemakkelijk uit, waardoor hij zich op korte termijn ook op andere plekken rondom de vijver kan vestigen.

Grote kattenstaart is verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde kwekers, waaronder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.

Kale jonker (Cirsium palustre)

Een andere uitstekende keuze in de oeverzone is de kale jonker. Deze slanke distel wordt ongeveer 150 centimeter groot en is een perfecte plant om insecten naar je tuin te lokken. De kale jonker staat het liefst op een zonnige en vochtige tot natte plek.

In juni krijgt de plant roodpaarse bloemen, die tot in september aanwezig blijven. Het is een belangrijke nectarplant voor vlinders, bijen en hommels. Onder andere de grote vuurvlinder vliegt veelvuldig op de bloemen van de kale jonker. Ook de heidehommel is vaak op de plant te zien. De zaden die in de bloemhoofden achter blijven trekken vogels zoals distelvinken aan.

Kale jonker is goed te combineren me andere vochtminnende soorten zoals grote kattenstaart, knoopkruid en echte koekoeksbloem.

De kale jonker is een perfecte insectenplant voor in de oeverzone
De kale jonker is een hele goede nectarplant voor in de oeverzone

Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)

Nog zo’n plant die niet mag ontbreken in de oever van een natuurlijke vijver is koninginnekruid. Deze vaste plant kan een hoogte bereiken tot 150 centimeter en staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond.

Van juli tot en met september bloeit koninginnekruid met prachtige roze, schermachtige bloemen, die een aromatische geur verspreiden. De bloemen zijn in trek bij allerlei insecten, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Vooral vlinders zijn veelvuldig op de bloemen te vinden. Op de plant aan onze natuurlijke vijver zien we regelmatig atalanta, dagpauwoog, distelvlinder en soms zelfs koninginnenpage op de bloemen! Een absolute must-have voor vlinderliefhebbers dus.

De plant is uitstekend te combineren met andere vaste planten zoals beemdkroon, grote pimpernel en echte valeriaan. Koninginnekruid is verkrijgbaar bij verschillende gespecialiseerde kwekers, waar onder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.

Koninginnekruid is een snelle groeier met prachtige bloemen
Koninginnekruid is een snelle groeier met prachtige bloemen die in trek zijn bij vlinders

Moerasspirea (Filipendula ulmaria)

De laatste oeverplant die we in deze blog tippen is moerasspirea. Deze prachtige bloeier staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond en wordt tot 120 centimeter groot.

Van juni tot en met augustus bloeit moerasspirea met prachtige kleine, roomwitte bloemen. De bloemen zijn erg in trek bij bijen, zweefvliegen en kevers. Leuke keversoorten zoals het groene bladsnuitkever en het prachtige penseelkevertje zijn soms op de bloemen te vinden. Moerasspirea is in de oeverzone goed te combineren met grote kattenstaart en lange ereprijs. De witte bloemen van moerasspirea contrasteren mooi met de kleurrijke bloemen van de kattenstaart en/of lange ereprijs.

De kleine roomwitte bloemen van moerasspirea zijn in trek bij verschillende soorten kevers
De kleine roomwitte bloemen van moerasspirea zijn in trek bij verschillende soorten kevers

De beste inheemse moerasplanten

Nadat je goed hebt nagedacht over de inheemse planten die je naast de vijver (in de oeverzone) wil gebruiken, is het nu tijd om te kijken naar de planten die permanent in het water staan. Als eerste geven we tips voor inheemse waterplanten in de moeraszone.

Grote egelskop (Sparganium erectum)

Een van de belangrijkste moerasplanten die je in je natuurlijke vijver kunt gebruiken is de grote egelskop. Deze uitstekend waterzuiverende plant staat het liefst in de moeraszone (0-15 centimeter), maar kan ook nog iets dieper geplaatst worden.

Grote egelskop wordt zo’n 100 centimeter groot en de bladeren groei dicht op elkaar, waardoor deze een volle uitstraling krijgt. De plant breidt zicht gemakkelijk uit via wortelstokken, om te zorgen dat je niet te veel onderhoud ervan krijgt zet je deze dus het beste in een grote vijvermand.

Van juni tot augustus heeft egelskop een bijzondere bloei: bolvormige stekels, die blijven drijven zodra ze van de plant afvallen (zo verspreid de plant zich ook). Aan deze bloei dankt de waterplant zijn naam. Egelskop is de waardplant voor de nachtvlinders; egelskopboorder, het goudvenstertje en de moerasspinner.

Grote egelskop is prima te combineren met andere inheemse waterplanten zoals gele lis, watermunt en beekpunge.

Grote egelskop is een sterke inheemse moerasplant die helpt het water te zuiveren
Grote egelskop is een sterke inheemse moerasplant die helpt het water te zuiveren (Saxifraga – Hans Grotenhuis)

Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides)

Een andere uitstekende moerasplant om in je natuurlijke vijver te gebruiken is moerasvergeet-mij-nietje. Deze leuke bodembedekker staat het liefst in de zon of halfzon, op een natte plek. Daarom plaats je de plant het beste in de oeverzone (0-15 centimeter) of in de oever. Als je hem echter in de oever plaatst dan moet je er wel voor zorgen dat deze echt op een natte plek staat.

Moerasvergeet-mij-nietje wordt maximaal 50 centimeter hoog. Het is een uitstekende bodembedekker omdat deze zich als een tapijt verspreid. De plant is dus ook ideaal om vijverfolie mee weg te werken. Van mei tot en met augustus heeft de plant kleine gele bloemen met lichtblauwe kroonbladeren.

Salamanders gebruiken de bladeren van het vergeet-mij-nietje om de eitjes op af te zetten. De eitjes worden één voor één afgezet op een blad, waarna het blad zorgvuldig wordt omgevouwen. Combineer moerasvergeet-mij-nietje met gele lis en watermunt voor een kleurrijke, bloeiende vijverrand.

Moeras vergeet-me-nietje (Saxifraga - Bart Vastenhouw)
Moeras vergeet-me-nietje is een kleurrijke verschijning aan de rand van de vijver (Saxifraga – Bart Vastenhouw)

Gele lis (Iris pseudacorus)

Een inheemse waterplant die niet in een natuurlijke vijver mag ontbreken is gele lis. Deze moerasplant krijgt zwaardvormige bladeren en gele bloemen en wordt ongeveer 120 centimeter groot. Gele lis staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon en kan tot een diepte van ongeveer 30 centimeter in het water worden geplaatst.

De gele bloemen verschijnen in mei aan de plant en blijven aanwezig tot en met juli. Het is de waardplant van de gele-lisboorder – een nachtvlinder – en de bloemen worden bezocht door bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Maar misschien wel de grootste waarde van gele lis zit hem in het filterend vermogen van de waterplant.

Gele lis draagt bij aan een natuurlijke waterbalans in de vijver. Via haar krachtige wortelstelsel neemt de plant overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op uit het water. Daarmee vermindert ze de hoeveelheid nutriënten die beschikbaar zijn voor algen. Daarnaast stimuleert de wortelzone nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken, wat helpt om slibvorming te beperken.

Gele lis (Saxifraga-Marijke Verhagen)
Gele lis mag met zijn uitstekend filterend vermogen niet ontbreken in de vijver (Saxifraga – Marijke Verhagen)

Ga je zelf aan de slag met de aanplant van je vijver, kies dan bij voorkeur voor biologisch gekweekte vijverplanten. Biologisch gekweekte planten worden zonder chemische bestrijdingsmiddelen opgekweekt en passen beter in een ecologisch ingerichte vijver. Biologisch gekweekte exemplaren zijn onder andere verkrijgbaar bij Van de Velde. Voor onze vijverprojecten hebben we hier meerdere keren planten besteld. De levering verloopt zorgvuldig en de planten zijn zichtbaar sterk en gezond bij aankomst.

Watermunt (Mentha aquatica)

Een uitstekende multifunctionele bodembedekker om in de moeraszone te gebruiken is watermunt. Watermunt wordt 30 tot 90 centimeter hoog en staat het liefst op een plek in de volle zon of halfschaduw. Hoe zonniger watermunt staat, hoe roder de bladeren kleuren!

De bladeren verspreiden daarnaast ook nog eens een heerlijke muntgeur in je tuin en kunnen gebruikt worden in de keuken, onder andere om verse muntthee van te zetten. En als dat nog niet genoeg is bloeit watermunt ook nog eens rijkelijk van juli tot en met oktober met prachtige paarse-lilachtige bloemen. Deze zijn enorm in trek bij vlinders, bijen en hommels. Het is tevens ook de waardplant van het muntvlindertje (een micro-nachtvlinder).

Combineer watermunt met grote kattenstaart en gele lis om een bloedende vijverrand vol biodiversiteit te creëren.

Watermunt is een uitstekende multifunctionele bodembedekker in de natuurlijke vijver
Watermunt is een uitstekende multifunctionele bodembedekker in de natuurlijke vijver (Saxifraga – Hans Dekker)

De beste inheemse waterplanten

De volgende planten zijn geschikt om te gebruiken in zone 3. Deze staan het liefst wat dieper in het water, op een diepte van 20 tot 40 centimeter. Ze staan met de wortels volledig onder water en ook een deel van de bladeren (en in sommige gevallen volledig) staan onder water.

Zwanenbloem (Butomus umbellatus)

Een prachtige waterplant voor in een natuurlijke vijver is zwanenbloem. Zwanenbloem wordt ongeveer 150 centimeter hoog en staat het liefst op een zonnige plek. Van juni tot september bloeit de plant met prachtige roze schermbloemen die erg in trek zijn bij tal van insecten.

Bijen, hommels, zweefvliegen, graafwespen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar. Hiermee is het een van de waardevolste drachtplanten (planten die nectar leveren) die in een natuurlijke vijver aangeplant kan worden. Het is daarnaast ook de waardplant van de zwanenbloemkever.

Combineer zwanenbloem met grote egelskop en grote waterweegbree voor een natuurlijke, groene vijverborder.

Zwanenbloem is een van de belangrijkste drachtplanten in een natuurlijke vijver
Zwanenbloem is een van de belangrijkste drachtplanten in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Waterviolier (Hottonia palustris)

Waterviolier is een sierlijke inheemse waterplant met fijn geveerd blad en lila bloeiaren in het voorjaar, van april tot en met juni. Ze groeit in ondiep, stilstaand water en wortelt in de bodem terwijl het blad een luchtige structuur in het water vormt. Waterviolier kan het beste geplant worden op een diepte van 20 tot 50 centimeter en kan zowel in de zon, als in de (half)schaduw geplant worden. Het beste wordt de waterplant in een vijvermand geplaatst.

De fijne bladstructuur biedt schuilplaatsen aan waterinsecten en jonge amfibieën. Waterviolier neemt voedingstoffen op en draagt zo bij aan een stabielere waterbalans, maar functioneert vooral goed in helder, matig voedselrijk water. In ecologisch ingerichte vijvers is ze een waardevolle voorjaarsbloeier met hoge natuurwaarde.

Waterviolier is een minder bekende, maar zeer nuttige vijverplant
Waterviolier is een minder bekende, maar zeer nuttige vijverplant (Saxifraga – Jan van der Straaten)

Waterranonkel (Ranunculus aquatilis)

Waterranonkel is een waterplant die in de vijver op een diepte van 10 tot 80 centimeter geplaatst kan worden. De plant vormt bladeren net boven en onder het wateroppervlak. Waterranonkel bloeit van mei tot en met augustus met gele bloemen en witte kroonbladeren.

De groeiwijze van waterranonkel zorgt voor een ideale schuilplek voor amfibieën en macrofauna zoals libellenlarven. Ook is het een uitstekende plek voor kikkers om het kikkerdril in het voorjaar af te zetten.

Waterranonkel doet het goed op een zonnige plek en is uitstekende te combineren met andere zuurstofplanten en drijfplanten zoals aarvederkruid, glanzend fonteinkruid en krabbescheer.

Waterranonkel is een ideale waterplant voor kikkers om hun kikkerdril in af te zetten
Waterranonkel is een ideale waterplant voor kikkers om hun kikkerdril in af te zetten

Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)

Een andere soort die goed past in een natuurlijke vijver is drijvend fonteinkruid. Deze inheemse waterplant groeit op een diepte van 30 tot 100 centimeter en vormt zowel onderwaterbladeren als drijvende bladeren aan het wateroppervlak. De ovale drijfbladeren lijken een beetje op kleine waterlelieblaadjes en zorgen voor lichte beschaduwing van het water.

Drijvend fonteinkruid speelt een belangrijke rol in het vijvercosysteem. De onderwaterdelen bieden schuilplaatsen voor waterinsecten en amfibieënlarven. Tegelijkertijd nemen de wortels voedingsstoffen op uit de bodem, wat helpt om de waterkwaliteit stabiel te houden en algengroei te beperken. De kleine onopvallende bloeiaren verschijnen in de zomer (van juni tot en met augustus) boven het wateroppervlak.

Deze soort groeit het beste in stilstaand of langzaam stromend water en houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. In natuurlijke vijvers vormt drijvend fonteinkruid een mooie overgang tussen onderwaterplanten en drijfplanten, terwijl het tegelijk extra structuur en schuilmogelijkheden creëert voor allerlei waterdieren. Het is tot slot een van de waardplanten van de waterleliemot.

Drijvend fonteinkruid is een uitstekende waterplant om toe te voegen aan je natuurlijke vijver
Drijvend fonteinkruid is een uitstekende waterplant om toe te voegen aan je natuurlijke vijver (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)

De beste inheemse waterlelies

Vervolgens bespreken we de twee inheemse waterlelies die ons land rijk is. Waterlelies zorgen voor schaduw in het water en creëren schuilplaatsen voor amfibieën en andere waterdieren in een natuurlijke vijver.

Gele plomp (Nuphar lutea)

In middelgrote en grote vijvers kan de inheemse gele plomp een echte eyecatcher zijn. Deze waterlelie kan geplaatst worden op een zonnige of halzonnige plek in de vijver en verlangt een diepte tussen de 40 en 120 centimeter.

In het vroege voorjaar komen de grote bladeren van gele plomp aan het wateroppervlak. In juni verschijnen de gele bloemen, die tot in augustus te zien zijn. De bladeren bieden beschutting aan amfibieën zoals kikkers en rustplekken voor vliegende insecten zoals juffers en libellen. De grote roodoogjuffer gebruikt de gele plomp zelfs om de eieren op af te zetten. Dit gebeurt onder water, in de stengels van de waterplant.

Gele plomp is uitstekend te combineren met andere waterplanten. Voor kleine vijvers is de waterlelie echter minder geschikt omdat deze dan al gauw te groot wordt. Laat het geel van de bloemen terugkomen aan de rand van de vijver door soorten als gele lis, dotterbloem en penningkruid aan te planten.

Gele plomp
Gele plomp is een prachtige inheemse waterlelie voor middelgrote en grote natuurlijke vijvers

Witte waterlelie (Nymphaea alba)

De andere inheemse waterlelie in Nederland is de witte waterlelie. De witte waterlelie staat het liefst op een zonnige plek (belangrijk voor een goede bloei) op een diepte tussen de 50 en 100 centimeter. Net zoals bij de gele plomp komen de bladeren van de witte waterlelie in het vroege voorjaar aan het wateroppervlak. De bladeren zijn echter wat ronder dan die van de gele plomp.

Tussen mei en augustus verschijnen de bloemen tussen de ronde bladeren. Deze hebben grote, witte kroonbladeren met gele, bijna goudkleurige, meeldraden in het hart. De bloemen gaan ’s ochtends open en sluiten zich ’s avonds weer, als de zon is ondergegaan.

De bladeren van de witte waterlelie bieden belangrijke rust- en schuilplaatsen voor kikkers, padden en libellen. Onder de drijvende bladeren vinden insectenlarven en andere waterdieren bescherming tegen roofdieren. Daarnaast trekken de bloemen verschillende bestuivers aan, waaronder bijen en zweefvliegen, die afkomen op de nectar en het stuifmeel. Op warme zomerdagen zie je regelmatig kikkers op de bladeren zonnen.

De grote witte kroonbladeren maken de witte waterlelie onmiskenbaar
De grote witte kroonbladeren maken de witte waterlelie onmiskenbaar

De beste inheemse zuurstofplanten

Een van de belangrijkste planten in een natuurlijke vijver zijn de zuurstofplanten. Ze zorgen ervoor dat er voldoende zuurstof in het water aanwezig is en door de opname van voedingsstoffen zorgen ze ervoor dat algen minder hard kunnen groeien. Er volgen nu 4 top keuzes voor inheemse zuurstofplanten die perfect passen in een natuurlijke vijver.

Aarvederkruid (Myriophyllum spicatium)

Een hele sterke zuurstofplant is aarvederkruid. Aarvederkruid kan het beste op een plek in de zon of halfzon gezet worden, op een diepte tussen de 40 en 120 centimeter. De plant kan in een vijvermand, vijverkrat of in rechtstreeks op de bodem in het substraat gezet worden.

Het is een snelle groeier, wat ervoor zorgt dat de plant in grote hoeveelheden voedingsstoffen uit het water opneemt, waardoor er minder algengroei is. Daarnaast geeft het, door de snelle groei, veel zuurstof af aan het water. Van juni tot september bloeit aarvederkruid met kleine, rode bloemen die net boven het wateroppervlak uitkomen.

In het voorjaar bieden de stengels met gevederde bladeren een uitstekende schuilplek voor kikkervisjes en nuttige waterinsecten zoals kokerjufferlarven, haften en libellenlarven. De bloei trekt daarnaast ook nog bestuivers aan zoals bijen en vlinders.

Verwar het aarvederkruid niet met exotische soorten zoals het parelvederkruid. Deze is namelijk invasief en kan een ernstige bedreiging vormen voor inheemse soorten in je vijver én in de natuur wanneer deze daarin terecht komen.

Aaarvederkruid (Saxifraga - Ed Stikvoort)
Aarvederkruid draagt een belangrijke bijdrage aan het bereiken van een biologisch evenwicht in de vijver (Saxifraga – Ed Stikvoort)

Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)

Een andere zuurstofplant die eigenlijk niet in de natuurlijke vijver mag ontbreken is glanzend fonteinkruid. Glanzend fonteinkruid verlangt een plekje in de halfschaduw. Op een te zonnige plek zullen de bladeren bluin verkleuren. De plant kan het beste op een diepte van 50 tot 100 centimeter in een vijvermand of in het substraat geplant worden.

Glanzend fonteinkruid krijgt grote, lange lintvormige bladeren die volledig onder water groeien. In het najaar sterft de plant bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. Van juni tot september bloeit de plant met groene bloemen, die net boven het wateroppervlak uitsteken.

De grote bladeren die onderwater groeien bieden een prachtige onderwaterstructuur voor alles wat onder water leeft. Kikkers, padden, salamanders, waterinsecten en andere waterdieren vinden in het glanzend fonteinkruid een uitstekend leefgebied en schuilmogelijkheden. Het glanzend fonteinkruid wordt vaak tot de zuurstofplanten gerekend, omdat het volledig onder water groeit en bijdraagt aan de zuurstofproductie in de vijver. Het is hoe dan ook een absolute aanrader voor iedere natuurlijke vijver.

Glanzend fonteinkruid groeit met grote lintvormige bladeren volledig onder water (Saxifraga - Peter Meininger)
Glanzend fonteinkruid groeit met grote lintvormige bladeren volledig onder water (Saxifraga – Peter Meininger)

Lidsteng (Hippuris vulgaris)

Nog een uitstekende zuurstofplant is lidsteng. Lidsteng staat het liefst op een plek in de volle zon of halfzon en een diepte van 10 tot 100 centimeter. De zuurstofplant groeit met rechtopgaande stengels onderwater, die als een soort kleine dennetjes boven het water uitkomen. De totale hoogte bedraagt 15 tot 90 centimeter.

Van mei tot en met augustus verschijnen er kleine, onopvallende, groen bloemetjes in de oksels van de bladeren. Via de wortelstokken breidt lidsteng zich gemakkelijk uit. Wil je het onderhoud beperken, plaats de plant dan in een vijvermand. De delen van de stengels die onder water groeien leveren belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in de vijver.

Lidsteng biedt een uitstekend leefgebied voor waterinsecten en macrofauna in het water. Combineer lidsteng met glanzend fonteinkruid en waterweegbree voor een gevarieerde plantenmix in je natuurlijke vijver.

Lidsteng groeit zowel onder als boven water en levert een belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in een natuurlijke vijver (Saxifraga - Peter Meininger)
Lidsteng groeit zowel onder als boven water en levert een belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Peter Meininger)

Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum)

Een minder bekende maar zeer waardevolle inheemse waterplant is kransvederkruid. Deze fijne onderwaterplant groeit meestal op een diepte van ongeveer 20 tot 80 centimeter en vormt lange stengels met kransen van veervormige bladeren. Daardoor ontstaat er een dichte onderwaterstructuur die een belangrijke schuilplaats biedt voor allerlei waterdieren.

Kransvederkruid speelt een belangrijke rol in de ecologie van een natuurlijke vijver. De plant produceert zuurstof in het water en neemt overtollige voedingsstoffen op, wat helpt om algengroei te beperken en de waterkwaliteit stabiel te houden. Tussen de fijne bladeren vinden insectenlarven, kleine waterdieren en jonge amfibieën bescherming tegen roofdieren.

Kransvederkruid groeit het beste in zonnig tot halfschaduwrijk water met een rustige stroming. In natuurlijke vijvers vormt deze soort een waardevolle aanvulling op andere zuurstofplanten, doordat hij extra structuur en biodiversiteit onder water creëert.

Kransvederkruid is een hele sterke inheemse zuurstofplant voor een natuurlijke vijver (Saxifraga - Jasenka Topic)
Kransvederkruid is een hele sterke inheemse zuurstofplant voor een natuurlijke vijver (Saxifraga – Jasenka Topic)

De beste inheemse drijfplanten

Tot slot de drijfplanten. Drijfplanten zorgen voor schaduwplekken in het water, waardoor algen minder hard groeien. Daarnaast bieden ze een geschikt leefgebied voor allerlei soorten dieren. Zorg er wel voor dat maximaal 50% van het wateroppervlak bedekt is met drijfplanten, zodat het water in het voorjaar voldoende opwarmt voor de ontwikkeling van amfibieënlarven.

Krabbenscheer (Stratiotes aloides)

Een van de bijzonderste inheemse drijfplanten is krabbenscheer. Deze waterplant bezit over een aantal bijzondere eigenschappen. Krabbenscheer heeft zwaardvormige bladeren die grotendeels boven het water uitsteken. De plant wordt ongeveer 15 tot 40 centimeter groot en drijft het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek.

Van mei tot juni bloeit de plant met witte bloemen. Vrouwelijke planten hebben één bloem, mannelijke planten 3 tot 6, die om de beurt bloeien. Krabbenscheer vermeerdert zichzelf gemakkelijk als de omstandigheden juist zijn.

Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën zoals kikkers en salamanders. Maar meer diersoorten profiteren van deze bijzondere drijfplant. In de natuur is het de belangrijkste broedplek voor zwarte sternen. Daarnaast is de groene glazenmaker -een zeldzame libellensoort- er volledig afhankelijk van. Het vrouwtje zet de eitjes uitsluitend af op krabbenscheer.

In de winter zakt de waterplant naar de bodem van de vijver. In het voorjaar, zodra de fotosynthese weer op gang komt, vullen de cellen zich weer met gas en komt krabbenscheer weer bovendrijven.

Krabbenscheer (Saxifraga - Hans Dekker)
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën (Saxifraga – Hans Dekker)

Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)

Tot slot nog kikkerbeet. Dit drijvende inheemse waterplantje biedt een leuke afwisseling in een natuurlijke vijver. Kikkerbeet krijgt hartvormige bladeren van 2 tot 7 centimeter groot, die op het water drijven. De bladeren zitten vast aan de stengels die onder water zitten en de voedingsstoffen rechtstreeks uit het water opnemen. In het najaar sterven de bladeren en stengels af en overwinter de waterplant als knop op de bodem van de vijver. In het voorjaar ontwikkelen ze weer een volledig nieuw stelsel van bladeren en stengels.

Van juni tot augustus ontwikkelen de witte bloemetjes zich tussen de drijvende bladeren. Deze worden bezocht door bijen, zweefvliegen en kevers. Met de drijvende bladeren zorgt kikkerbeet voor schaduw in het water en voor een rustplek voor kikkers en juffers en libellen. Onder water dragen de stengels bij aan een gevarieerde structuur voor waterdieren. Al met al draagt kikkerbeet dus op verschillende manieren bij aan de biodiversiteit op en in de vijver. Het is een goed alternatief voor waterlelies in een kleine vijver, maar misstaat ook zeker niet in grote en middelgrote vijvers.

Kikkerbeet is een multifunctionele drijfplant die het ontzettend goed doet in natuurlijke vijvers
Kikkerbeet is een multifunctionele drijfplant die het ontzettend goed doet in natuurlijke vijvers

Aanplant en onderhoud

Een goede aanplant is essentieel voor een gezonde en stabiele vijver. Kies voor een combinatie van planten uit de verschillende vijverzones; moerasplanten, oeverplanten, waterplanten, zuurstofplanten, waterlelies en drijfplanten. Zo ontstaat een natuurlijk evenwicht waarbij planten samen zorgen voor bloei voor insecten, schaduw, zuurstofproductie en het opnemen van overtollige voedingsstoffen.

Veel vijverplanten groeien het beste wanneer ze in vijvermanden worden geplaatst. Hierdoor blijven de wortels compact en voorkom je dat sterk groeiende soorten de hele vijver overnemen. Vul de manden met speciale vijveraarde en dek deze af met een laagje grind zodat de aarde niet wegspoelt.

Plant vijverplanten bij voorkeur in het voorjaar of begin van de zomer. In deze periode hebben de planten voldoende tijd om te wortelen en zich goed te ontwikkelen. Verwijder in het najaar afgestorven plantendelen om te voorkomen dat er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen.

Veelgemaakte fouten

Bij het aanleggen van een vijver worden vaak een aantal veelgemaakte fouten gemaakt. Een van de grootste fouten is het plaatsen van te weinig planten. Waterplanten zijn juist essentieel voor het natuurlijke evenwicht in de vijver. Zonder voldoende planten krijgen algen vaak vrij spel.

Een andere veelvoorkomende fout is het kiezen van te veel exotische soorten. Deze planten zijn vaak minder waardevol voor insecten en andere dieren en kunnen soms zelfs invasief gedrag vertonen.

Ook het volledig laten dichtgroeien van het wateroppervlak is een fout die regelmatig voorkomt. Vooral drijfplanten kunnen snel uitbreiden. Wanneer meer dan de helft van het wateroppervlak bedekt raakt, krijgen onderwaterplanten te weinig licht.

Tot slot worden sommige planten in de verkeerde zone geplaatst. Let daarom altijd goed op de juiste plantdiepte, zodat iedere soort optimaal kan groeien.

Mogelijke problemen met vijverplanten

Zelfs in een goed aangelegde vijver kunnen soms problemen ontstaan. Zo kan het gebeuren dat bepaalde planten te sterk gaan woekeren, waardoor andere soorten verdrongen worden. Soorten zoals lisdodde en watermunt kun je daarom beter in een vijvermand plaatsen.

Een ander probleem kan overmatige algengroei zijn. Dit ontstaat vaak wanneer er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen, bijvoorbeeld door afgevallen bladeren of meststoffen uit de tuin. Voldoende zuurstofplanten en moerasplanten helpen om deze voedingsstoffen op te nemen.

Ook kunnen vissen, zoals goudvissen en koi’s, planten beschadigen door in de bodem te woelen. In een natuurlijke vijver zonder veel vis krijgen waterplanten meestal meer kans om zich te ontwikkelen. Geen of weinig vis is ook beter voor amfibieën, omdat vissen de eitjes en amfibieënlarven eten.

Door regelmatig onderhoud en een goede balans tussen verschillende soorten vijverplanten blijft je vijver helder, gezond en vol leven.

Slot

Met de juiste combinatie van inheemse vijverplanten creëer je een stabiele en biodiverse vijver. Door soorten te kiezen voor verschillende vijverzones ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin planten, insecten, amfibieën en andere waterdieren samen kunnen floreren. Met de soorten uit de gids leg je een sterke basis voor een levende en onderhoudsarme natuurvijver.

Naast vijverplanten is het raadzaam in de rest van de tuin ook met inheemse vijverplanten aan de slag te gaan. Zoek je daarvoor nog inspiratie, kijk dan eens bij onderstaande blogs:

Deel je vijverproject met ons

Heb jij de keuze al gemaakt voor welke inheemse vijverplanten jij gaat? Laat het ons weten door een comment achter te laten, of tag ons een in je post op social media (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!

Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Waarom kwaken kikkers? Geluiden, voortplanting en feiten

De kwaakblazen zorgen voor het kwakende geluid van groene kikkers

Overal in Nederland hoor je in het voorjaar het gekwaak van kikkers. In poelen, vijvers en sloten. Zelfs in steden hoor je het gekwaak van kikkers. De een stoort zich eraan en de ander kan het geluid juist enorm waarderen. Maar waarom maken kikkers eigenlijk dit opvallende geluid? Doen ze dit het hele jaar door? En zijn het alleen kikkers die kwaken of doen padden dit ook? In deze blog lees je waarom kikkers kwaken en de antwoorden op de andere vragen.

Aan het begin van het voorjaar kwaken de mannetjeskikkers om de vrouwtjes te laten weten waar ze zitten
Aan het begin van het voorjaar kwaken de mannetjeskikkers om de vrouwtjes te laten weten waar ze zitten

Inhoudsopgave

De dader van slapeloze nachten

Het kan je wakker houden ’s nachts: het kwakende geluid van kikkers buiten. Tegelijkertijd is dit kwaken ook een teken dat het voorjaar eraan komt of zelfs al is begonnen. Het geluid dat je hoort, is afkomstig van de groene kikker. Deze inheemse soort maakt dit geluid tijdens de voortplantingsperiode. Hieronder leggen we het verder uit.

Boomkikker (de Natuur van hier)
Niet alleen groene kikkers zijn bekend om hun gekwaak, maar ook boomkikkers kunnen er wat van (de Natuur van hier)

Woon je in een gebied waar boomkikkers voorkomen, dan kan het ook zijn dat je die hoort. Het kwaken van boomkikkers klinkt anders dan het kwaken van de groene kikker. Als je beide hebt gehoord, zul je niet veel moeite hebben om deze van elkaar te onderscheiden. Daarnaast kun je boomkikkers op uiterlijk ook makkelijk onderscheiden van de andere soorten kikkers. Boomkikkers zijn klein, lichtgroen en hebben zuignapjes op hun vingers en tenen, waar ze goed mee kunnen klimmen.

Hoe kwaken kikkers?

Kikkers hebben kwaakblazen. Dit zijn de ‘opgeblazen wangen’ van de kikker die je ziet wanneer hij kwaakt. Er voert lucht langs het strottenhoofd tijdens het kwaken, waardoor de stembanden van de kikker gaan trillen. Je kunt met recht spreken van ‘hij’, want alleen de mannetjeskikkers kwaken. Ze doen dit om de vrouwtjes te laten weten waar ze zitten, maar ook om de concurrentie te laten weten dat ze aanwezig zijn.

Het kwakende geluid heeft te maken met de kwaakblazen van de kikker. Deze kunnen uitwendig of inwendig zitten
Het kwakende geluid heeft te maken met de kwaakblazen van de kikker. Deze kunnen zich uitwendig of inwendig bevinden

Lees ook: wat is het verschil tussen een amfibie en een reptiel?


Soorten hebben verschillende geluiden

Elke soort heeft zijn eigen geluid, zodat ze soortgenoten makkelijk kunnen herkennen. Ook is er verschil in volume. De verschillende inheemse soorten kikkers in Nederland kwaken niet allemaal even hard. De groene kikker is de kikker die het meest geluid maakt. De bruine kikker kwaakt ook, maar minder hard. Het geluid van deze kikker draagt enkele meters ver weg. Dit verschil komt door het verschil in kwaakblazen.

De bruine kikker hoor je vrijwel niet kwaken. Zijn kwaakblazen zijn inwendig
De bruine kikker hoor je vrijwel niet kwaken. Zijn kwaakblazen zijn inwendig

Bij de groene kikker zitten de kwaakblazen aan de buitenkant van zijn kop, maar bij de bruine kikker zitten de kwaakblazen inwendig. Daarom klinkt het geluid van de bruine kikker meer als een soort gebrom. Dit geluid is moeilijk te herkennen als je er niet bekend mee bent. De groene kikker heeft als bijnaam ook wel de boerennachtegaal.

Geluid poelkikker (Xeno-canto – Guus van Duin)
Geluid meerkikker (Xeno-canto – Olivier Swift)
Geluid bastaardkikker (Xeno-canto – Olivier Swift)
Geluid bruine kikker (Xeno-canto – Simon Elliot)
Geluid boomkikker (Xeno-canto – Olivier Swift)
Tijdens het kwaken zijn de uitwendige kwaakblazen van de mannelijke groene kikker duidelijk te zien
Tijdens het kwaken zijn de uitwendige kwaakblazen van de mannelijke groene kikker duidelijk te zien

Wanneer kwaken kikkers?

Over het algemeen kwaken kikkers voornamelijk tijdens het voorplantingsseizoen. In die tijd is het immers belangrijk om je soortgenoten te laten weten waar je bent. Het voortplantingsseizoen is in de periode mei-juni. Enkele volhouders kun je ook nog horen in de nazomer.

Na de winterslaap, afhankelijk van de weersomstandigheden en temperaturen, beginnen de kikkers de wateren op te zoeken. Na het vinden van een vrouwtje, klemmen ze zich om haar heen totdat ze grote hompen eitjes aflegt: kikkerdril. Het mannetje bevrucht de eitjes, waarna na enkele weken de kikkervisjes uitkomen. Na het ontwikkelen van eerste de achter- en voorpoten en daarna de longen en het verlies van de staart, zijn de kikkervisjes uitgegroeid tot kleine kikkertjes. De cirkel van het leven is weer rond en over een tijdje zullen deze kleine kikkertjes zorgen voor een nieuwe cirkel van leven.


Lees ook: salamanders in Nederland


Nadat de eitjes zijn uitgekomen, maken kikkervisjes in een aantal weken een heuse metamorfose door: van larve tot kikkertje
Nadat de eitjes zijn uitgekomen, maken kikkervisjes in een aantal weken een heuse metamorfose door: van larve tot kikkertje

Hoe zit het met padden, kwaken zij ook?

We hebben het nu alleen gehad over het kwaken van kikkers. Padden zijn ook een inheems en algemeen amfibie, net als de kikkers in Nederland. Er zijn vele verschillen tussen kikkers en padden, waarvan hun geluid er een van is.

Padden kwaken niet, maar brengen meer een soort hoog trillend piepend geluidje voort, als een zacht geratel. Zij doen dit, net als de kikkers, ook om vrouwtjes te laten weten waar ze zijn. Ook de manier van voortplanten komt overeen met de kikker. Het dril van beide soorten is dan wel weer verschillend. Waar de vrouwtjeskikker haar eitjes afzet in grote hompen, zijn de eitjes van de pad te zien in lange strengen.

Naast uiterlijke verschillen, kwaakt een pad ook niet zoals een kikker dat doet. Padden brengen een zacht geluid voort
Naast uiterlijke verschillen, kwaakt een pad ook niet zoals een kikker dat doet. Padden brengen een zacht geluid voort

Help de kikker en geniet mee van het kwaken

Geniet je van het kwaken van de kikker en wil je meer van hem meemaken? Je kunt amfibieën vrij makkelijk helpen door het aanleggen van een poel. Ook een vijver of een grote bak is mogelijk. Deze waterplaats kan als leefgebied bieden voor kikkers en padden, misschien zelfs wel voor de salamander.

Als er in de omgeving meer plekken met water zijn en er ook voldoende schuilmogelijkheden zijn (ruigtes, struweel, struiken enzovoorts), kan jouw poel of vijver dienst doen als stapsteen. Zo sluit je meerdere gebieden op elkaar aan en bied je een extra plek voor leven, overwinteren en/of voortplanten. Je helpt er ook kleine zoogdieren en insecten (zoals juffers en libellen) mee.

Het is niet moeilijk om kikkers te verblijden met water, ook met kleine waterplekken zijn ze tevreden
Het is niet moeilijk om kikkers te verblijden met water, ook met kleine waterplekken zijn ze tevreden

Je buren ervaren overlast van het kwaken

Helaas kan niet iedereen het kwaken van kikkers waarderen. Mensen kunnen klagen dat het hen wakker houdt of het geluid ergert ze. Mocht dit bij jou het geval zijn, dan kan het vaak al helpen om mensen kennis te laten maken met kikkers. Vertel waarom kikkers kwaken, hoe ze dat doen en hoe lang het duurt. Want het kwaken is immers maar tijdelijk, tijdens de voortplantingsperiode.

Daarnaast is het ook gewoon de natuur en kan de mens ervoor kiezen om ofwel het geluid anders te bekijken ofwel zich te richten op andere zaken, zodat je het vergeet of minder opvalt. Ook zijn kikkers een natuurlijke vijand van veel soorten insecten, dus je kunt je buren ook verblijden met het nieuws dat ze minder last van muggen hebben.

Last van veel muggen? Zorg voor natuurlijke vijanden in de buurt
Last van veel muggen? Zorg voor natuurlijke vijanden in de buurt

Beschermde soorten

Kikkers en padden zijn beschermd. Dat betekent dat je ze niet mag vervoeren, vangen, verstoren of schade toebrengen. Als er sprake van overlast is, is het dus van belang om dit te onthouden. Het verplaatsen van kwakende kikkers heeft ook geen zin, want ze komen ofwel terug, of er komt een andere kikker voor terug. Kwaken van kikkers hoort gewoon bij de natuur en het is slechts tijdelijk.

Kikkers zijn een beschermde soort en moet je dus met rust laten
Kikkers zijn een beschermde soort en moet je dus met rust laten

Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Vijf onmisbare kruiden voor in de tuin of in pot

Kruiden zijn goed voor jezelf en voor de biodiversiteit in je omgeving

De mens gebruikt al duizenden jaren kruiden, voor allerlei verschillende doeleinden. Er zijn tekeningen van kruiden teruggevonden in grotschilderingen, de Romeinen gebruikten kruiden om hun eten langer eetbaar te houden en tijdens de Middeleeuwen legden monniken kruidentuinen aan, waarmee ze de planten bekender maakten en hielpen verspreiden. Nog later, tijdens lange overzeese tochten, haalden we in grote getale de meest exotische kruiden naar Nederland. Tegenwoordig vind je kruiden van over de hele wereld in het kruidenschap bij de plaatselijke supermarkt op de hoek. Welke kruiden zijn nu echt onmisbaar om in eigen tuin te hebben?

Inhoudsopgave

Veelzijdigheid van kruiden

Kruiden worden gebruikt om het eten meer smaak te geven, maar ook voor zuiverende en geneeskrachtige gebruiken. We hebben hier een aantal uitgelicht, maar er zijn nog zoveel meer. De kruiden die we hier benoemen, hebben allemaal hun eigen kenmerken. Je kunt ze goed in je eigen tuin of in potten of bakken op je balkon zetten. Vaak spreken we over kruiden en planten, maar eigenlijk komt het erop neer dat kruidachtige planten of kruiden plantensoorten zijn die niet of nauwelijks verhouten.

Je kunt kruiden kopen bij je (lokale) tuincentrum, maar ook online bij Sprinklr en Vivara zijn ze te verkrijgen. Kies bij aankoop altijd voor biologische kruiden, zodat er geen giftige bestrijdingsmiddelen in de omgeving vrijkomen. Helaas wordt er nog altijd veel gif gebruikt, wat een zeer schadelijk effect heeft op onder andere insecten. Ga dus voor biologisch gekweekt!

Roomse kamille (Chamaemelum nobile)

Kamille is vrij makkelijk te herkennen en lijkt enigszins op een madeliefje
Kamille is vrij makkelijk te herkennen en lijkt enigszins op een madeliefje

Kamille is een éénjarige plant. Op het eerste oog lijkt het op een madeliefje, maar de groei van de plant is heel anders. Kamille is ook gekend om haar geur. De geur is sterk en herken je snel na de eerste keer. Van kamille kun je lekkere thee (eigenlijk maak je een aftreksel van het kruid) zetten, die op meerdere gebieden goed voor je is. Kamille werkt namelijk pijnstillend en kun je gebruiken als je last hebt van bijvoorbeeld buikpijn, een opgeblazen gevoel en tandpijn. Ook is het een rustgevende drank om te drinken voor dat je gaat slapen.

Kamille bloeit van juni tot de herfst. Je kunt kamille het beste plukken in de maanden tussen juni en oktober. Kamille is een inheemse plant, dus wanneer je deze plant, doe je ook gelijk iets goed voor de lokale biodiversiteit!


Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


Echte salie (Salvia officinalis)

Echte salie is een ware bijentrekker, maar ook goed voor jezelf
Echte salie is een ware bijentrekker, maar ook goed om voor jezelf te gebruiken

Deze vaste, vrij winterharde, plant komt oorspronkelijk uit Zuid-Europa, maar kun je inmiddels overal ter wereld tegenkomen. Een exoot dus (maar niet invasief). Salie groeit uit tot een struik van zo’n 80 centimeter. Het bloeit vanaf juni met lange stengels met paarse bloemen, maar je kunt salie ook in andere kleuren kopen. Witte salie is hier een voorbeeld van. Bijen komen in grote getale op de bloei af, waardoor deze plant zeer geschikt is wanneer je je tuin bijvriendelijker wil maken. Dankzij de lange bloei kun je vele maanden van salie genieten.

De bladeren van salie zijn langwerpig en spits. Ze voelen zacht aan en lijken bijna van fluweel gemaakt te zijn. De bladeren geuren sterk en kun je gebruiken voor je thee
De bladeren van salie zijn langwerpig en spits. Ze voelen zacht aan en lijken bijna van fluweel gemaakt te zijn. De bladeren geuren sterk en kun je gebruiken voor je thee

Salie staat ook bekend als een heilig kruid. Je kunt het gebruiken om te desinfecteren en het werkt zuiverend voor de luchtwegen. Wanneer je je mond ermee spoelt, helpt het tegen ontstekingen aan je tandvlees en in je keel. Je kunt de bladeren van salie het beste plukken in de maand mei, voor de eerste bloei. De geplukte salie laat je eerst drogen, voordat je het gebruikt. Salie kun je als kruid in de keuken gebruiken, maar je kunt er ook thee van maken.

Duizendblad (Achillea millefolium)

Duizendblad bloeit wit tot lichtroze, waar je de hele zomer en nazomer van kunt genieten
Duizendblad bloeit wit tot lichtroze, waar je de hele zomer en nazomer van kunt genieten

Laten we eerst de Latijnse naam eens ontleden, want die bestaat uit twee verschillende delen. Achillea komt van Achilles, een Romeinse krijgsheer (die ken je vast ook wel van ‘achilleshiel’). Hij nam tijdens de krijgstochten duizendblad mee om de wonden te verzorgen. Millefolium duidt aan dat de bladeren van dit kruid dubbel veerdelig zijn. Het lijkt daarom net alsof de plant allemaal kleine blaadjes heeft.

Als we dan toch met namen bezig zijn, is het ook nog interessant om de Engelse naam uit te leggen. In het Engels heet duizendblad ook wel nosebleed. Dit komt van de bloedingstimulerende werking van duizendblad. Je kunt er dus ‘spontaan’ een bloedneus van krijgen. Vanwege dit effect van duizendblad moet je er niet te veel van gebruiken.

De bladeren van duizendblad hebben de vorm van een veer, waardoor het allemaal kleine blaadjes lijken. De bladeren zijn vaak al vroeg in het jaar te zien, als rozetten nog plat op de grond. Later groeit de plant uit tot zo'n 50 centimeter
De bladeren van duizendblad hebben de vorm van een veer, waardoor het allemaal kleine blaadjes lijken. De bladeren zijn vaak al vroeg in het jaar te zien, als rozetten nog plat op de grond. Later groeit de plant uit tot zo’n 50 centimeter

Duizendblad is een hele makkelijke plant, die vrijwel overal goed gedijt. Je kunt hem dus op veel verschillende plekken tegenkomen. Het is een vaste en inheemse plant. Dus ook hier geldt: goed voor de lokale natuur.

Ook deze plant kent, net als vele andere kruidachtige planten, een lange geschiedenis. Zo werd duizendblad een tijd gebruikt met het bierbrouwen, voordat de mens een andere plant, hop, ontdekte en ging gebruiken. Overigens wordt hop tegenwoordig nog altijd gebruikt. Maar duizendblad stond ook op het menu met het eten. Je kunt de bladeren van duizendblad op dezelfde manier klaarmaken als spinazie. Ook kun je het gebruiken in soep.

Je kunt ook thee maken van duizendblad. Deze thee is goed voor vocht afdrijven en helpt kalmerend tegen buikpijn en darmkrampen. Ook heeft duizendblad een ontstekingsremmende werking. In duizendblad zitten veel vitaminen, mineralen en flavonoïden. Flavonoïden zijn stoffen die in planten (en in groente en fruit, maar ook bepaalde noten en chocola) zitten. Deze stoffen zorgen voor de kleur van de plant, maar ook voor antioxidanten. Daarom is het goed voor je immuunsysteem.

Duizendblad kun je herkennen aan de bloeiende schermbloemen, die weer bestaan uit allerlei kleine bloemetjes
Duizendblad kun je herkennen aan de bloeiende schermbloemen, die weer bestaan uit allerlei kleine bloemetjes

Duizendblad kun je herkennen aan de witte bloei, met schermbloemen. De kleur kan ook richting roze variëren. In tuincentra kun je nog meer kleuren kopen. De plant bloeit van juni tot en met september, maar met de steeds zachtere herfst en winters wordt de bloeitijd langer. Zo stond duizendblad tot in december in onze tuin in bloei. Oogsten doe je in de bloeitijd. Laat de geoogste delen van het kruid op een donkere, koele plek drogen. De geur van duizendblad is heel eigen en moeilijk te vergelijken met een andere geur. Ruik er maar eens aan, als je het tegenkomt of in je tuin hebt staan.


Lees ook: de beste inheemse klimplanten


Grote brandnetel (Urtica dioica)

Brandnetel heeft vele werkzaamheden en zou je op een bepaalde plek in je tuin een plek kunnen geven. Kruiden
Brandnetel heeft vele werkzaamheden en zou je op een bepaalde plek in je tuin een plek kunnen geven

Een plant die je misschien niet gelijk zou verwachten, omdat deze plant door veel mensen als vervelend onkruid wordt beschouwd. Maar de brandnetel heeft, net als alle levende organismen in een ecosysteem, vele functies. Voor jou, maar ook voor de natuur om hem heen. Deze inheemse plant, heeft als bekendste kenmerk de brandharen, die zorgen voor het prikkende gevoel als je de stengel of de bovenkant en randen van het blad aanraakt. Gevolg: je krijgt jeuk.

De bloemen hangen als een soort hangende trosjes naar beneden. Na het bloeien zaait deze plant zich makkelijk uit, een van de redenen waarom je hem in grote getale kunt aantreffen. De plant bloeit van mei tot in november en tijdens deze periode kun je de brandnetel ook oogsten. De toppen en wortel kun je gebruiken om er thee van te maken. De jonge bladeren kun je drogen of gebruiken in de keuken. Grote brandnetel is een meerjarige plant. De plant heeft een felle, groene kleur.

Grote brandnetel bloeit met bloemen die naar beneden hangen. Ze zaaien zichzelf makkelijk uit (Saxifraga - Ed Strikvoort) Kruiden
Grote brandnetel bloeit met bloemen die naar beneden hangen. Ze zaaien zichzelf makkelijk uit (Saxifraga – Ed Strikvoort)

Brandnetel kun je verwerken in soep en thee voor inwendig gebruik, maar je kunt brandnetel ook gebruiken voor uitwendig gebruik, bij bijvoorbeeld een vette huid, eczeem, acne en zweren. Doordat je de bladeren van de plant kookt of droogt, prikken de brandharen niet meer. Wanneer je soep of een aftreksel van brandnetel eet of drinkt, kan dit je helpen met de spijsvertering, het oplossen van slijm in je luchtwegen en is goed voor je bloed. Brandnetel werkt ontstekingsremmend, omdat het vol zit met vitamines en mineralen. Een ander gebruik van brandnetel is het verwerken tot vezels. Deze kun je gebruiken om er kleding van te maken, een duurzaam alternatief voor bijvoorbeeld katoen.

Verder is brandnetel ook belangrijk voor andere soorten. Het is bijvoorbeeld een waardplant van vele vlindersoorten, zoals de atalanta en kleine vos. Deze interactie noemen we een symbiose (de vlinders vinden voedsel en verspreiden daarnaast stuifmeel voor de brandnetel). Dieren hebben onder andere door hun vacht geen last van de brandharen. Door het hoge stikstofgehalte eten herbivoren graag brandnetels. Dit is namelijk goed voor hun fysieke ontwikkeling en overleving.

Brandnetel is een plant die erg kan gaan woekeren wanneer je grond voedselrijk is (hij neemt stikstof op uit de grond) en door zijn wortelstokken. Het is misschien ongebruikelijk, maar je kunt brandnetel ook goed in een pot zetten. Brandnetel is een sterke plant, die rustig terugkomt na snoeien en/of uittrekken. Als je de goede kanten van deze plant kunt waarderen, zul je hem vast als minder vervelend ervaren in je tuin.


Lees ook: de beste inheemse vijverplanten


Citroenmelisse (Melissa officinalis)

Citroenmelisse smaakt en ruikt naar citroen en kun je goed gebruiken om thee van te maken. Kruiden
Citroenmelisse smaakt en ruikt naar citroen en kun je goed gebruiken om thee van te maken

Dit is een vaste plant die, de naam verraadt het al, naar citroen ruikt en smaakt. Citroenmelisse is geen inheemse plant, maar groeit vooral in het zuiden van Europa. Hij kan wel goed overwinteren in Nederland, dus je kunt hem prima in de tuin hebben. Citroenmelisse is dus ook een exoot. Let er wel op dat deze plant vrij makkelijk kan woekeren, omdat zijn wortelstokken lange uitlopers onder de grond blijven maken. Citroenmelisse is makkelijk bij te houden. Na de bloei kun je hem vrij kort knippen, waarna hij opnieuw zal gaan groeien.

Deze plant bloeit onopvallend, in de periode juni tot in september. Tijdens de bloei verschijnen er kleine, witte bloemetjes aan de basis van het blad. Deze bloemetjes worden dankbaar bezocht door onder andere bijen, want er zit veel nectar in. Muggen en katten houden er daarentegen helemaal niet van. Kort voordat citroenmelisse gaat bloeien, kun je delen afsnijden en de bladeren drogen. De bladeren zijn dan frisser dan na de bloei. Die kun je vervolgens gebruiken om er thee van te maken. De bladeren van citroenmelisse zijn ook lekker in onder andere soepen, sauzen en salades.

Ook citroenmelisse heeft geneeskrachtige werkingen. Het is goed tegen slapeloosheid, migraine, spanningen en nervositeit. Ideaal om in je tuin te hebben dus.

Tot slot

Kortom, deze vijf kruidachtige planten zijn een leuke aanvulling aan je tuin of balkon. De meeste kennen een rijkelijke bloei en zijn vaak goed voor bijen en andere insecten (lees hier voor meer tips voor bijen in je tuin). Ten slotte hebben ze ook allemaal nog meerdere toepassingen. Om thee van te zetten, als kruid in de keuken te gebruiken, of als medicijn te gebruiken. Genoeg redenen dus om een plekje in je tuin of op je balkon te geven!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zwarte kraai – Kraaien in Nederland – deel IV

Iedereen kent ze wel: een kauw, zwarte en/of bonte kraai, ekster, gaai, wellicht zelfs een roek, de notenkraker of raaf. Het zijn de kraaiachtigen van Nederland. De familie kraaiachtigen (Corvidae) gaat echter verder dan onze Nederlandse bekenden, want in totaal bestaat de familie uit 128 soorten. Ze komen bijna overal op de wereld voor. Ze behoren tot de zangvogels, hoewel niet iedereen hun geroep als gezang zou kwalificeren.

Kraaien zijn intelligente wezens. Ze kunnen problemen (leren) oplossen, sommige soorten slagen voor de spiegelproef en ze communiceren met elkaar. In dit deel lichten we de zwarte kraai uit.

Wil je de hele serie ‘kraaien Nederland’ lezen? Klik dan hier om te beginnen met deel I.

Een close-up van een zwarte kraai. De donkere ogen en bedekte snavelbasis zijn goed te zien
Een close-up van een zwarte kraai. De donkere ogen en bedekte snavelbasis zijn goed te zien.

De zwarte kraai (Corvus corone)

De zwarte kraai, al eeuwenlang geassocieerd met voornamelijk negatieve ideeën: de dood, vernieling, het eten van jonge vogels en hun geroep wordt geassocieerd met pech en ongeluk. Dit is niet altijd zo geweest, want de kraai staat ook symbool voor scheppingsvermogen en kracht. Mocht dit je niet zoveel zeggen, dan heeft de kraai nog veel meer voor je in petto. Hieronder nemen we je mee waarom de kraai zo’n fantastische vogel is.

Uiterlijk

De zwarte kraai is, de naam zegt het al, zwart van kleur. Wanneer het zonlicht er op de juiste manier op valt, zul je zien dat er ook een glans van groen en blauw-paars te zien is. Op het eerste oog helemaal zwart dus, maar voor wie verder kijkt dan zijn neus lang is, zal mooie schakeringen in het lichtspel ontdekken. Kraaien zijn tussen de 44 en 53 centimeter en wegen tussen de 400 en 600 gram. De spanwijdte van een zwarte kraai is rond de meter.

De zwarte kraai, met een zichtbare blauwige gloed over de zwarte veren. Ook de gevederde snavelbasis is goed te zien.
De zwarte kraai, met een zichtbare blauwige gloed over de zwarte veren. Ook de gevederde snavelbasis is goed te zien.

Andere kraaien lijken op de kraai, zoals de kauw, roek en raaf. De verschillen tussen kraaien en raven komen later in deze blog aan bod. Kraaien zijn groter dan kauwen en kauwen hebben meer grijs in hun verenkleed zitten. Ook zijn de ogen van de kauw licht van kleur, waarbij de ogen van de kraai donker zijn. Wil je meer over de kauw weten? Lees dan deze blog.

De roek

Dan nog een andere kraaiachtige die vaak wordt verward met kraaien: de roek. Roeken en kraaien zijn ongeveer even groot en hebben beide een zwart pak aan, maar er zijn ook verschillen. Naarmate je de verschillen kent en vaker hiernaar kijkt in het veld, zul je zien dat je de kraaien en roeken al vrij snel kunt onderscheiden. Roeken zie je vaak foerageren in grote groepen, al dan niet in het gezelschap van kauwen. Kraaien zijn vaak met zijn tweetjes op pad, man en vrouw.


Lees ook: arenden in Nederland


Qua uiterlijk hebben roeken meer een punthoofd, waar het hoofd van kraaien ronder is. Daarnaast is de snavel van roeken anders dan die van kraaien. Kraaiensnavels zijn donker en de basis is bedekt. Snavels van roeken zijn lichter van kleur en hebben een kale basis, waardoor de snavel groter en langer lijkt. Ten slotte kun je roeken herkennen aan hun broekje. Zij hebben veren op de dijen. Kraaien hebben dit niet.

De verschillen tussen de kraai en roek zijn duidelijk te zien. Let op de snavel, het hoofd en het broekje.
De verschillen tussen de kraai en roek zijn duidelijk te zien. Let op de snavel, het hoofd en het broekje.

Net als bij kauwen kun je soms ook kraaien zien die enkele witte veren ertussen hebben zitten. Ook bij hen duidt dat op verkeerde voeding, een ziekte of een erfelijke afwijking. Dit moet je niet verwarren met de bonte kraai, welke verderop in deze blog nog aan bod komt.

Gedrag

Kraaien zijn sociaal monogame wezens. Ze zijn met hun partner samen voor het leven. Maar laat je niet voor de gek houden: uit sommige onderzoeken blijkt dat kraaien ook wel eens voor een ander kiezen. Het DNA van de jongen komt namelijk niet altijd overeen met de heer des huizes.

Zoals hierboven ook al kort werd opgemerkt, zijn kraaien meer op zichzelf dan kauwen en roeken. Ze leven solitair, samen met hun partner. Samen hebben ze een territorium, die ze zo nodig fel verdedigen. Met hun partner scharrelen ze rond, op zoek naar voedsel.

Kraaien zijn sociaal monogaam en vrijwel altijd samen te vinden. Ze hebben samen een territorium, waarin anderen vrijwel niet geduld worden.
Kraaien zijn sociaal monogaam en vrijwel altijd samen te vinden. Ze hebben samen een territorium, waarin anderen vrijwel niet geduld worden.

Toch hebben kraaien onderling wel verbinding met elkaar. Hoewel ze in hun eigen territorium leven, helpen ze soortgenoten wel. Wanneer er een roofvogel of ander gevaar gezien wordt, waarschuwen ze kraaien in de buurt door middel van geroep. Soms vliegen ze ook al waarschuwend rond, zodat elke kraai weet: let op, gevaar! Vaak zie je zelfs een aantal kraaien duikvluchten uitvoeren op een rondvliegende buizerd. Kraaien schuwen gevaar wat dat betreft niet en zijn volhardend. Eigenlijk kun je wel stellen dat kraaien zangvogels zijn met roofvogel allure.

Zwarte kraaien leven meer solitair dan kauwen en roeken. Vaak zie je ze als paartje rondscharrelen. Kraaien kennen wel een soort alarmsysteem. Wanneer er gevaar dreigt, bijvoorbeeld door een roofvogel, zie je kraaien elkaar waarschuwen door middel van geluid, maar ze lijken ook boodschappers te gebruiken. Een kraai kan naar de nestplaatsen van kraaien in de omgeving vliegen, ondertussen luid roepend, om de anderen te waarschuwen.

Als je geïnteresseerd bent in het observeren van kraaien op een laagdrempelige manier, kunnen we je de boeken van Arie Pieters aanraden. Hij volgt al enkele jaren een paartje kraaien en heeft hier meerdere boeken over geschreven. Dit laat zien dat je met geduld en tijd het vertrouwen van deze mooie vogels kunt winnen. De boeken zijn te bestellen via bol.com.

Intelligentie

Niet alleen zijn kraaien sociaal monogaam, ze zijn ook sociaal intelligent. Dit houdt in dat een soort een bepaalde mate van intelligentie heeft, die zich uit in sociale interacties. Een voorbeeld hiervan hebben we een stukje terug al benoemd: kraaien waarschuwen elkaar voor gevaar, ook al leven ze in hun eigen territorium. Ook al zijn kraaien al langere tijd uitgevlogen, ze blijven elkaar kennen na het uitvliegen, wat van belang is voor de rangorde in een groep. Ze herkennen elkaar op basis van kleur (kraaien zien kleuren anders dan wij), stem, grootte en gedrag. Dode kraaien worden door soortgenoten aan onderzoek onderworpen.

Maar hun intelligentie reikt verder dan alleen sociale situaties. Kraaien zijn dol op noten, maar die zijn vaak moeilijk te kraken. Je kunt kraaien de noten op de weg zien laten vallen, in de hoop zo een opening te creëren, maar dat kan natuurlijk ook sneller: wie niet sterk is, moet slim zijn. Door de noten op de weg te leggen, rijden er auto’s overheen, waardoor de noot opengaat. Op de weg en dijk voor ons huis zijn vele restanten van notendoppen te vinden, gekraakt door verkeer.

Kraaien kennen meerdere manieren om een harde noot te kraken. Auto's zijn hierbij een handig hulpmiddel.
Kraaien kennen meerdere manieren om een harde noot te kraken. Auto’s zijn hierbij een handig hulpmiddel.

Kraaien zijn probleemoplossende en creatieve vogels. Ze kunnen raadsels oplossen, puzzels maken, gebruiken gereedschap om bij voedsel te kunnen en kunnen meerdere stappen doorlopen om tot een oplossing voor een probleem te komen. De intelligentie van kraaien wordt vergeleken met die van jonge kinderen tot een jaar of zeven.

De menukaart van de kraai

Kraaien zijn echte alleseters. Op het menu staat onder andere insecten, zaden, wormen, fruit, eieren, granen, afval, jonge vogels en knaagdieren. Ook jonge kiemplantjes gaan er graag in, een van de redenen waarom de kraai niet geliefd is. Vaak vliegen ze achter de tractor aan, die net allerlei kiemplantjes in de grond heeft gezet. Maar ook een slechts ploegende tractor is geliefd, want de net omgeploegde bodem zit vaak vol met wormen.

Een kraai, onderweg met een lekker hapje.
Een kraai, onderweg met een lekker hapje.

Let wel, kraaien zijn ook dol emelten. Deze larven kunnen behoorlijke schade toe richten aan je gazon, dus wees maar blij wanneer je een kraai aantreft die voor jou je gazon onderhoudt.

Ten slotte zijn kraaien ook aaseters. Ze ruimen kadavers op van bijvoorbeeld aangereden dieren. Dit voorkomt verspreiding van botulisme, een ernstige ziekte die veroorzaakt wordt door bacteriën. Zo blijkt de kraai vaak een helpende hand te zijn.

Broed- en opvoedtijd

Eind maart, begin april is het zover: tijd om aan de nestbouw te beginnen. Man en vrouw bouwen samen ongeveer een week aan het nest. Na die week hebben ze een groot nest gemaakt, vaak hoog in een boom. Vrouw begint daarna aan het leggen van de eieren, dit zijn er meestal 4-5. Het broeden neemt ongeveer 17-22 dagen in beslag. Alleen de vrouw broedt, waarbij de man haar komt voorzien van voedsel. Het broeden gebeurt in hun eigen territorium. Na het uitkomen van de eieren worden de jongen in 4-6 weken gevoed en grootgebracht. Na het uitvliegen blijven ze vaak nog enkele maanden in de buurt.

Een jonge kraai wil gevoerd worden en bedelt bij de ouder.
Een jonge kraai wil gevoerd worden en bedelt bij de ouder.

Er zijn ook kraaien die geen eigen territorium hebben. Dit zijn bijvoorbeeld nog jonge kraaien of kraaien met een mindere conditie. Kraaien hebben een goede conditie nodig om hun territorium te kunnen verdedigen tegen continu dreigend gevaar. Deze kraaien zonder eigen gebied verzamelen zich in zogenaamde vrijgezellengroepen.

Soms blijven jonge kraaien ook nog enkele jaren in de buurt van hun geboortenest. Wanneer er dan een nieuw broedsel is, helpen zij de ouders met opvoeden.

Waar kom je de kraai tegen?

Daar kunnen we heel kort over zijn: binnen Nederland vrijwel overal. De kraai heeft zich door de jaren heen vrij makkelijk aangepast en zie je in alle landschappen. Alleen in de steden zul je hem minder vaak treffen. Kraaien blijven graag op hun vaste stek, in hun eigen territorium. In kleinere tuinen zul je ze ook minder snel zien. In onze blog over onze natuurtuin kun je lezen over de bezoekjes van onder andere de kraai aan onze tuin. Ook hebben we een zwarte kraai gefilmd die zich tegoed doet aan een ei.

Op grotere schaal gezien kun je de zwarte kraai tegenkomen in West-Europa en Centraal-Europa. Wanneer je Oost-Azië bereikt, kom je een nauw verwant tegen. En in de gebieden daartussenin? Daar leeft een opvallend familielid van ze: de bonte kraai. Deze kraai is meer licht dan zwart. Het hoofd, de vleugels en de staart zijn wel zwart, de rest is licht van kleur. Zwarte en bonte kraaien kruisen zich wel met elkaar. Men is er nog niet over uit of dit twee verschillende soorten zijn.

De kraai zoals je hem misschien niet eerder zag: met een bont verenpak.
De kraai zoals je hem misschien niet eerder zag: met een bont verenpak.

Raaf versus kraai

Dan komen we bij een grotere neef van de kraai: de raaf. Een handige vuistregel om te onthouden hoe het zit met de grootte van deze vogels is dat kraaien kleiner zijn dan een buizerd en raven groter dan een buizerd. Het oor hoort ook dat er verschil in roep zit. Raven hebben een meer rollend geluid en kennen bovendien meer variaties. De snavel van de raaf is ook een stuk groter en zwaarder. Raven zie je ook wel eens zweven, zoals roofvogels dat ook doen. Ten slotte zit er ook nog verschil in de staart: bij de raaf is de staart meer ruitvormig.

Deze raaf is geringd, hij is onderdeel van een mythe: de raven van de Tower of London.
Deze raaf is geringd, hij is onderdeel van een mythe: de raven van de Tower of London.

Zowel kraaien als raven zijn standvogel in Nederland, maar raven zijn minder verspreid dan kraaien. Sterker nog: ze zijn nog niet zo lang weer terug in Nederland. Maar daarover meer in het volgende deel van deze serie.

De mens: vriend of vijand?

Dit heb je helemaal zelf in de hand. Laat je niet verleiden tot negatieve verhalen over de kraai, want na het lezen van deze blog weet jij wel beter.

Vrienden worden met een kraai? Kraaien zijn schuw en schrikachtig. Wellicht door het verleden, waarin er fel op ze gejaagd werd. Geef kraaien de ruimte en de tijd. Respecteer de afstand van de natuur, die we nu eenmaal zelf veroorzaakt hebben. Je kunt proberen het vertrouwen van een kraai te winnen. Benodigdheden: heel veel geduld, afwachten, afstand houden en wat lekkers (let op: kies iets wat van nature op het menu staat, geen menseneten!). De kraai zal met de tijd leren dat je te vertrouwen bent en zich misschien wel vaker of langer laten zien. Er zijn zelfs verhalen bekend waar de kraai zich zo vertrouwd voelde met de mens, dat hij cadeautjes mee bracht. Dit waren bijvoorbeeld glimmende voorwerpen. Kraaien leren soortgenoten welke mensen vriendelijk voor ze zijn en welke niet.

Kraaien kom je niet gauw tegen in kleinere tuinen. Ook zijn ze schuw, dus benader ze met respect.
Kraaien kom je niet gauw tegen in kleinere tuinen. Ook zijn ze schuw, dus benader ze rustig en met respect.

Na het lezen van deze blog kun je toch niet anders dan concluderen dat de kraai een prachtige en slimme vogel is?


Lees verder: Roek – kraaien in Nederland – deel V


Invasieve exoten, wat zijn het?

Invasieve exoot grijze eekhoorn

Zo nu en dan duiken er in ons land plant- en diersoorten, en andere organismen, op die hier van nature niet voorkomen. Vaak bereiken deze soorten met behulp van ons, de mens, ons land. Onze soort is nou eenmaal wereldwijd verspreid, wat ervoor zorgt dat we naar de andere kant van de wereld reizen voor vakantie, werk of door het transporteren van middelen. De plant- en diersoorten die deze reis onopgemerkt met ons mee maken, komen in een nieuw gebied terecht. Hier kunnen ze flinke schade aanrichten aan de reeds aanwezige, inheemse flora en fauna. Dergelijke soorten noemen we invasieve exoten. In deze blog lees je alles over deze exoten. Hoe ze hier terechtkomen, waarom ze een probleem zijn, en wat er aan kunnen doen.

Japanse duizendknoop
Japanse duizendknoop is misschien wel de meest bekende invasieve exoot van de laatste jaren. De plant werd ooit ingevoerd als sierplant voor in de tuin

Het begrip invasieve exoot

Het begrip ‘invasieve exoot’ bestaat uit twee delen. Om goed te kunnen begrijpen wanneer een plant- of diersoort wordt gekwalificeerd als invasieve exoot, is het van belang deze twee delen los van elkaar helder te hebben. Dit is het makkelijkste uit te leggen door als eerste het woord exoot uit te leggen. Wanneer is een dier of plant een exoot in Nederland?

Exoot

Een exoot is een organisme dat zich buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied heeft gevestigd. Het dier is hier (bewust of onbewust) door de mens geïntroduceerd en heeft zich hier weten te handhaven. Het organisme heeft een volledige levenscyclus kunnen voltooien, zonder behulp van de mens.

Bovenstaande definitie laat natuurlijk nog ruimte over voor discussie. Om het gemakkelijker te maken is er ooit gesteld in Nederland, dat dieren die vóór het jaar 1500 in Nederland voorkwamen, allemaal als inheems worden gezien. Het is namelijk niet mogelijk om voor ieder soort zover terug in de tijd te gaan om na te gaan of we met een exoot hebben te maken of niet.

Een goed voorbeeld van een soort die van nature niet voorkomt in Nederland, maar wel als inheems wordt gezien is de kersenboom. De kersenboom komt namelijk van oorsprong voor in de meer zuidelijkere delen van Europa, maar is door de Romeinen ingevoerd in ons land. Caesar liet namelijk (onder andere) plantages kersenbomen aanplanten om zijn legioenen te voorzien van voedsel. Nadat de Romeinen verdwenen, bleven de kersenbomen achter en wist de boom zich te vestigen in ons land. Andere voorbeelden van soorten die voor 1500 al in ons land aanwezig waren, maar hier niet van nature voorkomen zijn de knobbelzwaan en de fazant.

Kersenbomen
Kersenbomen werden door de Romeinen aangeplant en kwamen zo in Nederland terecht. De bomen hebben zich weten te handhaven en zijn tegenwoordig nog terug te vinden in de Nederlandse natuur

Invasief

Nu we duidelijk voor ogen hebben wat exoten zijn, is het belangrijk om te bepalen wat er met invasieve exoten wordt bedoeld. Immers niet alle exoten zijn invasieve exoten. Invasief laat zich vertalen als iets wat groeit, buiten de plek waar het ontstaan is. Je zou ook binnendringend kunnen zeggen.

Invasieve exoten zijn dus organismen die zich snel vermeerderen op een plek waar ze niet op eigen kracht zijn gekomen, maar met behulp van de mens, en daar een bedreiging vormen voor de inheemse natuur. Doordat deze soorten zich enorm snel vermeerderen, zijn ze een gevaar voor de inheemse flora en fauna. Vaak in het bijzonder de inheemse tegenhanger van de soort. Ze vormen vaak concurrentie voor de inheemse soort en dragen soms ziektes mee waar ze zelf geen last van hebben, maar voor de inheemse soort fataal kan zijn.

Er zijn dus ook veel voorbeelden te vinden van exoten in Nederland, die niet bestempeld worden als invasieve exoot. De Amerikaanse eik is hier een voorbeeld van. Omdat de Amerikaanse eik niet een dermate invasief gedrag vertoont, staat deze niet op de lijst van invasieve exoten, en hoeft daarom niet wettelijk bestreden te worden. Wel is het zo dat onze natuurgebieden nog steeds meer gebaat zijn bij een inlandse eik dan een Amerikaanse eik. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat er op en rondom een inlandse eik (zoals de zomereik) zo’n 400 andere organismen (zoals mossen en insecten) te vinden zijn, tegenover respectievelijk 200 soorten op de Amerikaanse variant. Kies dus altijd voor een inheemse soort.

Exoten
Wanneer is een organisme een exoot? En wanneer is het een invasieve exoot? (Wageningen University & Research)

De verspreiding

Zoals gezegd gebeurt de verspreiding van deze exoten met behulp van de mens. Het constante reizen van ons heeft ervoor gezorgd dat er overal ter wereld soorten voorkomen die daar van nature niet voorkomen. Sommige soorten hebben we in der loop der jaren bewust uitgezet in bepaalde gebieden, andere hebben we onbewust meegenomen. Let op: in deze paragraaf spreken we over exoten, dus niet per se over invasieve exoten. Goed om te onthouden: een exoot hoeft niet altijd invasief te zijn, maar een invasieve soort is wel altijd een exoot.


Lees ook: waar is biodiversiteit goed voor?


Bewust

In het verleden zijn in Nederland diverse dieren uitgezet, vooral voor het ‘vermaak’. In de meeste gevallen de jacht. Fazanten, konijnen en knobbelzwanen zijn hier allen voorbeelden van.

Daarnaast hebben we van heinde en verre dieren en planten meegenomen als huisdier, of als sierplant in de tuin. Onze beken en plassen worden tegenwoordig vaak bewoond door diverse moerasschildpadden (geelbuik-, geelwang- en roodwangschildpadden). Deze dieren worden als jonge exemplaren gekocht in de winkel, maar op het moment dat men erachter komt dat deze dieren groot en zeer oud kunnen worden, wordt er afscheid van genomen. De dieren belanden dan vaak in de natuur, omdat ze er anders niet vanaf komen.

Roodwangschildpad
Moerasschildpadden worden vaak als jonge dieren gekocht in de dierenwinkel, maar komen daarna al vrij snel in de natuur terecht omdat ze te groot worden.

Een ander voorbeeld is de Amerikaanse stierkikker, die van nature niet in Europa voorkomt. Deze soort is in Europa ingevoerd voor de consumptie van kikkerbillen, maar ook als huisdier (vijvers). Ook deze soort heeft zich in onze natuur weten te handhaven en is een serieuze bedreiging voor de inheemse kikkers in ons land. Ze zijn een geduchte voedselconcurrent, en omdat ze veel groter worden dan de inheemse kikkers, kunnen ze soms zelfs de kikker consumeren. 

Naast huisdieren, hebben we in de loop der jaren ook van allerlei planten meegenomen voor in onze tuinen. Het meest recente en bekende voorbeeld hiervan is natuurlijk de Japanse duizendknoop. De soort verspreidt zich ontzettend snel, en is een ware plaag voor groen- en natuurbeheerders. Daarnaast zijn er ook wat vijverplanten, grote waternavel en watercrassula bijvoorbeeld, die we hier geïntroduceerd hebben en die nu onze inheemse soorten bedreigen.   

Industrie

Dan zijn er nog enkele dieren in de Nederlandse natuur terecht gekomen doordat ze ontsnapt zijn uit fokkerijen. In het verleden waren er in Nederland diverse nertsenfokkerijen te vinden, voor het bont. Hiervoor werd over het algemeen de Amerikaanse nerts gehouden. Uit diverse fokkerijen zijn nertsen ontsnapt, die zich hebben weten te vestigen in de natuur. Ook zijn er in andere delen in Europa op eenzelfde manier wasbeerhonden uit fokkerijen ontsnapt. Deze worden ook zo nu en dan in Nederland waargenomen.   


Lees ook: marters in Nederland


Hoe komen invasieve exoten hier?

Naast het bewust invoeren van plant- en diersoorten, komt het ook wel eens voor dat we soorten onbewust op onze reis meenemen. Een goed voorbeeld hiervan zijn planten en dieren die meekomen met het ballastwater van schepen.  Wanneer het schip ergens vracht gelost heeft, wil het met ongeveer hetzelfde laadgewicht terug gaan om de sterkte en stabiliteit van het schip te behouden. Als er geen vracht opgehaald wordt, wordt het schip deels gevuld met zeewater, wat dienst doet als ballast.

Met dit water worden vanzelfsprekend allerlei planten en dieren meegenomen, die bij terugkomst weer worden geloosd in de zee. Op deze manier zijn er al rivierkreeften en grondels mee gekomen die hier de inheemse watervissen bedreigen.

Containerschip
Via het ballastwater van schepen komen veel exoten die in het water leven ons land binnen

Ook bij andere logistiek van middelen die we importeren komen organismen mee. Denk hierbij bijvoorbeeld aan spinnen en insecten die via de handel in voedsel (fruit met name) in een ander land terecht komen. Tot slot komen er ook zaden van planten met ons meegereisd, vastklevend aan de kleding of onder het schoeisel.

Wat te doen met invasieve exoten?

Invasieve exoten vormen een serieuze bedreiging voor onze inheemse flora en fauna. De aantallen (invasieve) exoten zijn de laatste decennia toegenomen, logischerwijs omdat we steeds meer zijn gaan reizen. Deze toename maakt het daarom ook essentieel om actief beheer te voeren om de inheemse soorten te beschermen.

Een van de belangrijkste redenen waarom exoten hier invasief gedrag kunnen vertonen, is omdat ze hier geen natuurlijke vijand hebben. Dit zorgt ervoor dat ze eindeloos in aantallen kunnen toenemen. Deze ontwikkelingen kunnen er niet alleen voor zorgen dat dit ten koste gaat van een andere soort, maar ook dat hele ecosystemen (en daarmee hun ecosysteemdiensten) ontregeld worden. Dit kan dus ook negatieve gevolgen hebben voor ons als soort.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Bestrijding van invasieve exoten

De bestrijding van invasieve exoten is een tijdrovende kwestie en kan soms veel geld kosten. Er moet inzicht verkregen worden in de ecologie van een exoot. Hiervoor is vaak data van het verspreidingsgebied nodig, waarbij zenderen van de dieren het meest effectief is. Om dit te doen moeten exemplaren gevangen worden en voorzien van een zender, wat arbeidsintensief is en relatief duur (de zenders) is. Dit zorgt er voor dat er met het beperkte budget ook maar beperkt ingegrepen kan worden, wat vaak niet genoeg is om de invasieve exoot te verdringen. Door zelf je waarnemingen van invasieve door te geven via waarneming.nl, kun je dus een waardevol bijdrage leveren aan het bestrijden van de invasieve exoten.

Er komen gelukkig steeds strengere regels omtrent het invoeren van plant- en diersoorten. Daarnaast is er steeds vaker een verbod op het houden en kweken van hobbydieren die bestempeld zijn als invasieve exoot.

Otter tegen invasieve exoten
Herintroductie van soorten kan ervoor zorgen dat invasieve exoten zoals rivierkreeften minder hard in aantallen toenemen

Ook is er bewezen dat het (her)introduceren van inheemse soorten kan meehelpen in de bestrijding van invasieve exoten. Een goed voorbeeld hiervan is de otter, die ruim 20 jaar geleden is geherintroduceerd en veel rivierkreeften eet. Ten slotte zijn er experimenten gedaan met het introduceren van een bladvlo waar bij Japanse duizendknoop. Deze drinken het sap van de plant, waardoor de enorme groei van de plant (tot wel tien centimeter per dag!) geremd wordt, en minder woekert.

Bovenstaande methodes bieden hoop voor de toekomst. Onderzoek blijft echter nodig, om de hoeveelheid invasieve exoten in ons land binnen de perken te houden.

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!