Bouwtekening nestkast spreeuw

Spreeuw

Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een erg leuke soort om naar je tuin te lokken met een (of het liefst meerdere) nestkast(en) is de spreeuw. Het is een van de meest voorkomende broedvogels in Nederland en een fantastische vogel om naar te kijken. Zeker als ze zich in het najaar in groepen verzamelen en hun prachtige show in de lucht opvoeren. Reden genoeg dus om een nestkast voor de spreeuw op te hangen.

De spreeuw (Sturnus vulgaris)

De spreeuw is een vogel uit de familie van de spreeuwen en de orde van de zangvogels. Deze 19 tot 22 centimeter grote vogel is overwegend zwart gekleurd met een paarsgroene glans in het verenkleed. Ze hebben daarnaast een gespikkeld lichaam. Ze hebben een spitse snavel die in het broedseizoen geel is, maar verder in het jaar donker van kleur. Jonge vogels zijn bruinachtig, met een lichtgekleurde keelstreek.

Spreeuwen leven in groepen. Ze komen voor in grasvelden en tuinen, maar ook in parken in steden. Ze zijn dus breed georiënteerd, en wellicht daarom een van de meest algemene broedvogels in Nederland. Ondanks dat ze het jaarrond in Nederland te zien zijn, zijn het echte trekvogels. In de wintermaanden zijn in Nederland de individuen te zien die het broedseizoen noordelijker hebben.

Spreeuw
Spreeuwen hebben in het broedseizoen een gele snavel. De rest van het jaar is deze donker gekleurd. Hormonen zorgen ervoor dat de snavel in het voorjaar van kleur verandert

Een opvallende vogel

Spreeuwen staan natuurlijk het meest bekend om hun ongeëvenaarde luchtshows. In het najaar verzamelen grote zwermen spreeuwen zich, nabij de slaapplaatsen. Ongeveer een uur voor zonsopgang vliegt de grote zwerm spreeuwen op en voeren een kunstzinnige dans op in de lucht. Een prachtig natuurfenomeen om waar te nemen.

Daarnaast zijn spreeuwen erg goede imitators. Deze eigenschap is bij spreeuwen niet aangeboren, maar wordt wanneer ze jong zijn aangeleerd door de ouders. Onder andere buizerds, spechten en zelfs kikkers en zoogdieren worden tot in perfectie geïmiteerd.

Voedsel en voortplanting

De belangrijkste voedselbron voor spreeuwen zijn insectenlarven. Het zijn echter eigenlijk alleseters. Naast insectenlarven eten ze ook spinnen, sprinkhanen, mieren, kevers en andere soorten insecten. Ze zijn echter het meest dol op emelten en engerlingen die in de graszoden van grasvelden zitten. Met hun spitse snavel pikken ze deze insectenlarven moeiteloos uit het gras. In de wintermaanden, wanneer er minder insecten te vinden zijn, voeden ze zichzelf ook met fruit.


Lees ook: bouwtekening nestkast grauwe vliegenvanger


Doordat spreeuwen zo graag emelten en engerlingen uit het gras plukken, worden ze gezien als natuurlijke bestrijders van deze insectenlarven op sportvelden zoals golfterreinen en voetbalvelden. Emelten en engerlingen kunnen grote schade aanbrengen aan sportvelden omdat ze de grassprieten eten en zo hele sportvelden kaal kunnen vreten. Spreeuwen bieden hiervoor dus een uitkomst. In 2016 deed de KNVB (de nationale voetbalbond) zelfs een oproep, om rondom voetbalvelden meer spreeuwen nestkasten te hangen. Bij een aantal golfterreinen was namelijk bewezen dat dit het aantal emelten en engerlingen in het gras serieus liet dalen. Daarnaast zijn spreeuwen vaak eerder aanwezig dan de kauw en zwarte kraai. Dit is gunstig voor sportveldbeheerders, omdat kraaiachtigen met hun grote snavels schade kunnen aanrichten aan het gras.

Spreeuwen zijn natuurlijke bestrijders van emelten en engerlingen op veel sportvelden
Spreeuwen zijn natuurlijke bestrijders van emelten en engerlingen op veel sportvelden

Voortplanting

Spreeuwen broeden in de periode tussen april en juni. Soms volgt er later in het jaar nog een tweede legsel. Per legsel worden er vier tot zes eieren gelegd. Ze broeden ongeveer twaalf dagen, waarna de jongen uit het ei komen. Na circa 20 dagen vliegen de jongen uit, maar ze worden daarna nog een tijdje bijgevoerd door de ouders. Het mannetje is overigens grotendeels verantwoordelijk voor de bouw van het nest.

Nestkast spreeuw

Het broeden doen spreeuwen graag met meerdere broedparen bij elkaar, ondanks dat het geen echte koloniebroeders zijn. Bomen, kieren en spleten in gebouwen en speciaal gemaakte nestkasten kunnen uitstekende broedplaatsen zijn. Ze broeden graag op hoogte. Broedplaatsen boven de zeven meter hoogte zijn niet uitzonderlijk.

Ondanks dat de spreeuw een van de meest algemene broedvogels in Nederland is, gaan de aantallen de laatste jaren hard achteruit. De intensivering van de landbouw, wat het bodemleven ernstig aantast (en daarmee het voedsel van de spreeuw), is daarvoor de belangrijkste reden. Daarnaast kunnen spreeuwen lastiger geschikte nestlocaties vinden in verstedelijkt gebied. Het plaatsen van nestkasten is daardoor een effectieve maatregel in de bescherming van de spreeuw.

Bouwtekening nestkast spreeuw

De nestkast, en de plaatsing daarvan, moet wel aan een aantal eisen voldoen voordat deze geschikt is. Op onderstaande afbeelding is een bouwtekening zichtbaar voor het maken van een nestkast voor spreeuwen. Hierop staan alle afmetingen, invliegopening en een zaagschema om de nestkast te kunnen maken. Wanneer je de nestkast klaar hebt, kun je deze het beste zo hoog mogelijk, maar minstens 2,5 meter hoog ophangen. Plaats de nestkast op een stevige plek, tegen een grote oude boom of een gevel. Hang wanneer mogelijk twee of drie nestkasten bij elkaar. Zorg dat de invliegopening naar het noorden of oosten gericht is en dat deze vrij toegankelijk is.

Bouwtekening nestkast spreeuw
Bouwtekening nestkast spreeuw (De natuur van hier)

Wij raden aan om als houtsoort beuken-, lariks- of eikenhout, van 15mm dik te gebruiken. Dit is hardhout wat erg duurzaam is en wat lokaal geproduceerd wordt. Let bij het kopen ook op het FSC-keurmerk. Watervast multiplex kan ook gebruikt worden. Onderaan de tekening staat een zaagschema. Als je hout haalt bij de bouwmarkt kan het zijn dat ze een zaagafdeling hebben. Hier kun je soms kosteloos je hout al in de juiste maten laten zagen. Neem je tekening dus mee als je naar de bouwmarkt, het scheelt je wellicht wat zaagwerk!

Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Bij de bouwmarkt kun je hout en schroeven halen voor je nestkast. Als je nog hout overhoudt, gooi dit dan niet weg! Dit kun je in de toekomst gebruiken om een andere nestkast te maken.

Heb je geen zin om zelf te klussen, maar koop je liever een kant-en-klare kast? Dat kan via deze link (vivara). Deze zijn gemaakt van gerecycled materiaal, met een ademende structuur. Dit zorgt ervoor dat er een beter microklimaat in de kast bereikt wordt, met soms meer en succesvolle legsels tot gevolg.

Nestcamera

Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geeft je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan. Ze hebben verschillende types camera’s, wij gebruiken de Longe Range Camera, deze heeft een bereik tot 180 meter! Op onderstaande video zie je een groepje spreeuwen die een torenvalk nestkast onderzoeken (gefilmd met de Longe Range Camera).

Spreeuwen onderzoeken een torenvalk nestkast (De Natuur van hier)

Lees ook: bouwtekening nestkast ringmus


Veelgestelde vragen

Hoe lok je een spreeuw naar je nestkast?

Zorg ervoor dat je nest stevig en hoog in een boom of aan een gevel hangt, het liefst twee of drie bij elkaar. De invliegopening moet vrij zijn en in de omgeving moet een grasveld aanwezig zijn waar ze insectenlarven kunnen vinden.

Hoe maak ik een nestkast voor een spreeuw?

Een nestkast voor een spreeuw maak je het beste van beuken- of eikenhout. De nestkast moet 25x22x30 centimeter groot zijn, met een invliegopening van 4,5 centimeter (diameter). Maak gebruik van bovenstaande bouwtekening, inclusief zaagschema.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

De beste inheemse vijverplanten

Vijverplanten inheems

In een natuurlijke tuin mag een vijver niet ontbreken. Vijvers zijn er in allerlei soorten en maten en er zijn eindeloos veel (vijver)planten voor te verkrijgen. Als je echter op zoekt bent naar een vijver vol leven, dan zijn inheemse vijverplanten de planten die je moet hebben. In deze blog laten we zien welke soorten vijverplanten er allemaal zijn en welke inheemse soorten de biodiversiteit in jouw vijver een boost geven!

Inhoudsopgave

Waarom een vijver?

Heb je nog geen vijver? Dan is er een maken zeker het overwegen waard. Een vijver is de blikvanger in je tuin en, zoals gezegd, een bron van leven. Je kunt er vissen in houden, maar het trekt vanzelf al allerlei andere dieren aan. Amfibieën zoals kikkers, padden en salamanders weten heel snel je vijver te vinden. Maar ook insecten, vogels en soms zelfs reptielen worden er door aangetrokken. Ook (kleine) zoogdieren zoals muizen, of zelfs vleermuizen, maken ook dankbaar gebruik van het water. Een bron van biodiversiteit dus!

Water in de tuin zorgt daarnaast voor veel sfeer. Het geluid van kabbelend water op een zomeravond zorgt voor ontspanning en rust. Daarnaast zijn er ontzettend veel mogelijkheden in het aanleggen van een vijver, waardoor er erg creatieve ideeën zijn ontstaan. Dit zorgt ervoor dat iedere vijver uniek is. In deze blog geven we tips voor het aanleggen van een poel of vijver. Dit kun je dus gebruiken als startpunt.

Kikker vijver
Een vijver in de tuin trekt allerlei soorten dieren en planten aan

Welke soorten inheemse vijverplanten zijn er?

Net zoals er vele soorten vijvers zijn, is er ook een legio aan vijverplanten te verkrijgen. Als je voor het eerst voor vijverplanten gaat, kun je door de bomen het bos niet meer zien. Grofweg spreken we van vijf soorten vijverplanten; oeverplanten, moerasplanten, drijvende planten, zuurstofplanten en diepwaterplanten. We zullen deze elk kort bespreken.

Vijverplanten
In een gezonde vijver is er een combinatie te vinden van de vijf verschillende soorten vijverplanten

Oeverplanten

We starten met de oeverbeplanting. Deze groeien, zoals de naam al zegt, op de oever aan de waterkant. Ze groeien in de grond rondom de vijver. Er zijn soorten die van een wat drogere grond houden en soorten die van natte voeten houden. Ze kleden samen de oever van een vijver aan en bloeien vaak met kleurrijke bloemen. Het zijn uitstekende planten om juffers en libellen aan te trekken. Voorbeelden van oeverplanten zijn grote kattenstaart en lissen.


Lees ook: de beste inheemse vaste planten


Moerasplanten

Naast de oeverplanten zijn er nog de moerasplanten die de rand van de vijver aankleden en kleur geven. Deze platen staan in het moerassige gedeelte van de vijver, net onder het wateroppervlak. Vanuit deze beplanting kun je in het voorjaar de kikkers horen kwaken. Voorbeelden van moerasplanten zijn de dotterbloem en het moeras vergeet-me-nietje.

Drijvende planten

De volgende groep zijn de drijvende planten, die aan het wateroppervlak drijven. Drijvende planten zijn onmisbaar voor een vijver omdat ze CO2 binden uit de lucht. Hierdoor zijn ze niet afhankelijk van het CO2 gehalte in het water. Dit kan vooral voor nieuwe vijvers erg nuttig zijn, omdat zuurstofplanten in het begin vaak nog niet genoeg zuurstof produceren omdat er te weinig CO2 aanwezig is in het water.

Let er wel op dat niet meer dan 50% van het wateroppervlak bedekt is met drijvende planten. Te veel drijvende planten kan er voor zorgen dat de vijver in het voorjaar niet snel genoeg opwarmt. Voorbeelden van drijvende planten zijn krabbenscheer en waternoot.

Kikkerbeet (Saxifraga - Rutger Barendse)
Kikkerbeet is een uitstekende inheemse drijvende plant (Saxifraga – Rutger Barendse)

Zuurstofplanten

Absoluut de belangrijkste beplanting in de vijver is die je het minste ziet: de zuurstofplanten. Zuurstofplanten zorgen voor zuurstof in het water, wat noodzakelijk is om organische stoffen af te breken. Zuurstofplanten zorgen ervoor dat de algengroei onderdrukt wordt, waardoor de vijver in balans komt. Voorbeelden van zuurstofplanten zijn waterpest en waterviolier.

Diepwaterplanten

Dan zijn er als laatste nog de diepwaterplanten. Deze planten worden op de bodem van de vijver gezet en vormen bladeren aan het wateroppervlak. Dit zijn hoofdzakelijk de waterlelies. De enige twee inheemse soorten zijn gele plomp en de witte waterlelie.


Lees ook: de beste inheemse klimplanten


Exoten

Kies zoveel mogelijk voor inheemse soorten in je vijver. Dit zorgt enerzijds voor het aantrekken van meer leven naar je tuin, maar kan anderzijds ook ernstige schade voorkomen. Een aantal geïmporteerde (vijver)planten kan zeer veel schade aanbrengen aan de inheems natuur wanneer ze verwilderen. Deze soorten noemen invasieve exoten en zorgen ervoor dat veel inheemse soorten worden bedreigd. Het bekendste voorbeeld hiervan is de grote waternavel, afkomstig uit Noord-Amerika. Plant deze dus absoluut niet in de vijver!

Soorten inheemse vijverplanten

Het best kies je dus voor inheemse soorten. Naast dat ze geen bedreiging vormen (ze komen hier immers van nature voor), zorgen ze ook voor een veel hogere biodiversiteit in, en om je vijver heen. Veel insecten zijn afhankelijk van deze planten, waardoor ze erdoor worden aangetrokken. De insecten gelden op hun beurt weer als belangrijke voedselbron voor andere dieren zoals vogels, reptielen en amfibieën.

Hier geven we enkele van de beste inheemse vijverplanten om toe te passen in je tuin.

Krabbenscheer (Stratiotes aloides)

Krabbenscheer is een drijvende plant die in het najaar op de bodem van de vijver ligt, maar in het voorjaar naar de oppervlakte drijft. De plant zorgt ervoor dat nitraten en fosfaten uit het water worden ontrokken en zuurstof wordt afgegeven. Daarnaast is het een uitstekende plant voor onder andere amfibieën wanneer toegepast in een visvijver. Vissen houden niet van de stekelige bladeren, waardoor amfibieën en andere dieren er een beschutte plek kunnen vinden. Je kunt hier biologisch gekweekte krabbenscheer bestellen bij bol.com.

Krabbenscheer (Saxifraga - Hans Dekker)
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën (Saxifraga – Hans Dekker)

Moerasvergeet-me-nietje (Myosotis scorpioides)

Een goede moerasplant voor in de vijver is het moerasvergeet-me-nietje. Je kunt hem overigens ook op de oever zetten, maar zorg dan dat deze vochtig genoeg komt te staan. Deze klein blijvende plant (tot ongeveer 60 centimeter hoog), krijgt kleine geel met blauwe bloemetjes in de periode mei tot augustus. De bladeren van deze plant zorgen voor een goede kraamkamer voor watersalamanders. Ze zetten in het voorjaar tussen de bladeren vaak hun eieren af. Je kunt Moerasvergeet-me-nietje hier biologisch gekweekt bestellen via bol.com.

Moeras vergeet-me-nietje (Saxifraga - Bart Vastenhouw)
Moeras vergeet-me-nietje is een kleurrijke verschijning aan de rand van de vijver (Saxifraga – Bart Vastenhouw)

Gele plomp (Nuphar lutea)

Een van de twee inheemse waterlelies is de gele plomp. Een uitstekende diepwaterplant voor in de vijver. In het voorjaar komen de grote drijvende bladeren boven drijven, waarna de grote gele bloemen niet veel later zullen volgen. De bloemen drijven niet, maar steken boven het water uit. De grote gele bloemen trekken veel insecten aan. Bestel de gele plomp voor jouw eigen vijver via deze link (bol.com).

Gele plomp
Gele plomp bloeit met prachtige gele bloemen

Aarvederkruid (Myriophyllum spicatium)

Een van de belangrijkste planten in deze lijst. Het aarvederkruid is een fantastische zuurstofplant die niet in je vijver mag ontbreken. Door het constant afgeven van zuurstof aan het water, draagt het aarvederkruid een belangrijke bijdrage aan het bereiken van biologisch evenwicht in de vijver. Daarnaast is het een goede schuilplaats voor kikkervisjes in het voorjaar. Verwar het aarvederkruid niet met het parelvederkruid. Dit is namelijk een exoot en een bedreiging voor inheemse waterflora. Het aarvederkruid is via deze link (bol.com) biologisch te bestellen.

Aaarvederkruid (Saxifraga - Ed Stikvoort)
Aarvederkruid draagt een belangrijke bijdrage aan het bereiken van een biologisch evenwicht in de vijver (Saxifraga – Ed Stikvoort)

Gele lis (Iris pseudacorus)

Een van de andere inheemse vijverplanten die zeker niet mag ontbreken is de gele lis. De gele lis is een oever- en moerasplant. Ze houden in ieder geval van natte voeten en kunnen goed tegen een wisselend waterniveau. De kenmerkende zwaardvormige bladeren en gele bloemen mogen esthetisch gezien niet ontbreken aan de waterkant, maar er is nog een reden waarom deze plant een must-buy is. Het zijn namelijk uitstekende waterfilters en kunnen zelfs zware metalen uit het water filteren (fytoremediatie). Vooral op het gebied van nitraat uit het water filteren levert de gele lis uitstekend werk, waardoor je vijver minder last zal hebben van algengroei. Via deze link is gele lis biologisch te bestellen.

Gele lis (Saxifraga-Marijke Verhagen)
Gele lis mag met zijn uitstekend filterend vermogen niet ontbreken in de vijver (Saxifraga – Marijke Verhagen)

Lees ook: de beste inheemse bijenplanten


Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)

Tot slot bespreken we nog een uitstekende zuurstofplant. Glanzend fonteinkruid geeft ontzettend veel zuurstof af aan het water en zorgt ervoor dat algen in toom worden gehouden. De grote stengels en bladeren zorgen daarnaast voor veel schuilmogelijkheden in het water, wat de hoeveelheid micro-organismen in het water ten goede komt. Glanzend fonteinkruid zou tot de basis van iedere vijver moeten behoren.

Glanzend fonteinkruid (Saxifraga-Peter Meininger)
Glanzend fonteinkruid is een uitstekende inheemse zuurstofplant voor in de vijver (Saxifraga – Peter Meininger)

Slot

Met deze inheemse vijverplanten zou er een goede basis moeten liggen voor een gezonde vijver. Iedere vijver heeft, meer of minder, tijd nodig om in balans te komen. Deze vijverplanten zouden dat proces kunnen versnellen.

Naast vijverplanten is het raadzaam in de omgeving ook nog andere beplanting aan te brengen. In deze blog bespreken we vijf kruidachtige planten voor in de tuin, die een mooie toevoeging zouden kunnen zijn. Wil je meer bijen en vlinders in je tuin en rondom de vijver hebben? Lees dan hier verder. Gezamenlijk zal dit zorgen voor een levendige vijver in de tuin!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

10 bijzondere trekvogels

Trekvogels

Jaarlijks vertrekken miljoenen vogels van hun zomerverblijf naar de overwinteringsplek. Dit gaat vaak gepaard met een lange, risicovolle trektocht, vaak over honderden tot duizenden kilometers. Maar iedere soort heeft zijn eigen methode. Sommige vogels trekken overdag, andere in de nacht. Sommige vogels verzamelen met tienduizenden om aan de trek te beginnen, andere vliegen overwegend alleen. Er zijn vogels die ervoor kiezen duizenden kilometers af te leggen en sommige maken zo een kleine tocht, dat je het nauwelijks een trek kunt noemen. In deze blog benoemen we tien bijzondere trekvogels, welke er een opmerkelijke strategie op na houden

Waarom trekken?

Vogels hebben verschillende goede redenen om twee keer per jaar (de heen- en terugreis) aan een risicovolle trektocht te beginnen. De belangrijkste is omdat er te weinig voedselaanbod (insecten) in de wintermaanden te vinden is in het huidige leefgebied. Dit komt met name door de koudere temperaturen en het korten van de dagen wanneer de winter nadert. Veel vogels kiezen er dan voor om meer zuidelijk te trekken, op zoek naar meer voedsel.

Maar waarom trekken vogels dan weer terug naar het eerste gebied, als ze in het overwinteringsgebied voldoende voedsel vinden om de winter door te komen? Dan zou er in het voorjaar en de zomer toch ook genoeg voedsel te vinden zijn, zou je denken. Dat, en nog veel meer over trekvogels, lees je in onze blog over waarom vogels naar het zuiden trekken.

Trekvogels zonsondergang
Vogels trekken in het najaar naar het zuiden, om daar meer voedsel te vinden

1. Ooievaar – Ciconia ciconia

We trappen de lijst af met een vogel die iedereen kent. De ooievaar is een grote zwart-witte vogel die in de jaren ’70 in Nederland nagenoeg was uitgestorven. Inmiddels zijn ze weer, met dank aan een herintroductieprogramma, weer volop in Nederland aanwezig als broedvogel. Het is een aparte trekvogel omdat het een zogenaamde deeltrekker is. Dit houdt in dat een deel van de exemplaren naar Afrika trekt en een deel in Nederland overwintert. Ongeveer 1/5 van de ooievaars in Nederland blijft in eigen land.

Andere vogels in Nederland die we kunnen bestempelen als deeltrekkers zijn roodborstjes, blauwe reigers en roerdompen. Deeltrekkers worden ook wel eens genoemd als twijfelaars.

Ooievaar
Ongeveer 1/5e van de ooievaars blijft in Nederland. De rest trekt in het najaar naar het zuiden

Lees ook: 10 tips voor meer vogels in je tuin


2. Grutto – Limosa limosa

Een andere bijzondere trekvogel is onze nationale vogel, de grutto. Het bijzondere van deze vogel is vooral dat het overgrote deel van de West-Europese populatie in Nederland broedt, 85% maar liefst! Maar helaas gaat het niet zo goed met de grutto in Nederland. De populatie broedvogels neemt jaarlijks met ongeveer 4% af.

Dit heeft er vooral mee te maken dat de kuikens weinig voedsel (insecten) kunnen vinden, wat cruciaal is om zich voor te bereiden op de jaarlijkse trek wat hun te wachten staat. In droge voorjaren, wanneer er nauwelijks natte weilanden te vinden zijn, is dit voedseltekort nog eens extra funest.

In augustus beginnen de grutto’s aan hun trektocht. Ze vliegen dan in groten getale naar Zuid-West Europa en West-Afrika om te overwinteren. Tijdens deze trek kunnen ze op 5-6 kilometer hoogte vliegen! In februari keren de grutto’s weer terug, om hier te beginnen aan hun broedseizoen.

Grutto
Het gaat al jaren niet zo goed met de grutto in Nederland. Het aantal broedvogels neemt jaarlijks met zo’n 4% af

3. Grote pijlstormvogel – Ardenna gravis

De derde in de lijst is een echte zeevogel, die broedt in grote kolonies op een aantal eilanden in de Zuidelijke Atlantische oceaan. We hebben het hier over de grote pijlstormvogel. Het bijzondere aan deze stormvogel is namelijk dat deze, als een van de weinige vogelsoorten, naar het noorden trekt in plaats van naar het zuiden.

Ze leggen tijdens deze toch al bijzondere tocht ook nog eens een enorme afstand af. Ze vliegen dan van het zuidelijk naar het noordelijk halfrond naar onder andere Canada. Tijdens deze trek legt de stormvogel meer dan 7000 kilometer af. Wanneer ze terugvliegen naar het broedgebied, vliegen ze ook over de Noordzee. Er zijn in Nederland echter slechts enkele waarnemingen van grote pijlstormvogels bekend.

Grote pijlstormvogel
De grote pijlstormvogel trekt als een van de weinige soorten naar het noorden, in plaats van het zuiden

4. Noordse stern – Sterna paradisaea

We zeiden net dat de grote pijlstormvogel een grote afstand aflegt, maar in het afleggen van afstanden spant de Noordse stern toch echt de kroon. Noordse sternen broeden in kolonies op het Noordelijk halfrond, in landen als IJsland, Schotland en ook Nederland. Al is Nederland wel het meest zuidelijke van het broedgebied, waardoor de aantallen broedvogels hier jaarlijks schommelen.

Na de broedtijd beginnen ze aan de monstertrektocht. Ze vliegen de Atlantische Oceaan over naar het zuidelijk halfrond. Deze tocht bedraagt zo’n 15.000-20.000 kilometer! Wanneer het broedseizoen weer bijna aanbreekt, vliegen ze dezelfde kilometers weer terug. Het record van alle vogels staat op naam van een Nederlandse Noordse stern. Deze vloog in één jaar tijd maar liefst 90.000 kilometer. Dit is meer dan twee keer de aarde rond in een jaar tijd! Ongeëvenaard.

Noordse stern
Noordse sternen zijn de koningen van de trek. De afstand tussen het broed- en overwinteringsgebied bedraagt zo’n 20.000 kilometer

Lees ook: vinken in Nederland – deel I


5. Gierzwaluw – Apus apus

Een andere vogel die niet graag stilzit, is de gierzwaluw. En deze zwaluwen zitten echt niet graag stil, want ze brengen het overgrote deel van hun leven vliegend door. Ze slapen, eten, drinken en paren al vliegend en landen dus bijna nooit.

Het zal je dan ook niet verbazen dat de gierzwaluw een lange afstandstrekker is. In augustus vertrekt de gierzwaluw uit Nederland en vliegt dan helemaal tot in Centraal-Afrika. Hier overwinteren ze, in een gebied tussen Mali en Congo. Eind april/begin mei keren ze weer terug naar Nederland. Na een reis van ongeveer 6000 kilometer zoeken ze hier een plekje op om te broeden.

Gierzwaluw (Saxifraga - Luc Hoogenstein)
De gierzwaluw is bijna constant vliegend in de lucht en gaat bijna nooit zitten (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

6. Koekoek – Cuculus canorus

Een andere trekvogel die helemaal tot in Centraal-Afrika trekt is de koekoek, bij iedereen wel bekend. Maar wat niet bij iedereen bekend is, is dat de koekoek een echte broedparasiet is. Een vorm van symbiose, die we alleen zien bij insecten en vogels. Ze leggen hun eieren in het nest bij een andere vogelsoort, en laten de jongen door deze vogels opvoeden. De eieren van de koekoek zijn zelfs qua uiterlijk evolutionair aangepast op de eieren van de pleegouders, zodat zij niets in de gaten hebben. Het koekoekjong stoot de andere kuikens vervolgens uit het nest.

De ouders trekken vaak na de eileg in juni/juli al terug naar Afrika. De jongen volgen pas in het najaar. In april keren ze weer terug naar de broedgebieden. Koekoeken trekken over het algemeen ’s nachts en kunnen dan tot 50 kilometer per dag afleggen.

Koekoek
Volwassen exemplaren van de koekoek vertrekken vaak al meteen na de eileg terug naar Afrika

7. Goudhaan – Regulus regulus

Een andere bijzondere trekvogel is het goudhaantje. Dit is namelijk het kleinste vogeltje van Europa. Met een lengte van slechts 8,5 centimeter en een gewicht van nog geen 5 gram is het bewonderenswaardig te noemen dat deze vogel een vogeltrek houdt.

De goudhaan is in Nederland een broedvogel, die zich dan voornamelijk ophoudt in sparrenbossen en dan lastig te zien is, omdat ze zich hoog in de boomtoppen ophouden. In het najaar, tijdens de trek, zijn ze beter te zien. De meeste Nederlandse goudhanen trekken dan naar Zuid-Europa om daar te overwinteren. Ze trekken ’s nachts en beginnen hun trek in september. In maart-april keren ze weer terug naar hun broedgebied. In het najaar zijn vaak ook veel goudhaantjes te zien op de waddeneilanden, die komen vanuit de Scandinavische landen.

Goudhaan
De goudhaan is met zijn gewicht van circa vijf gram de kleinste vogel van Europa

8. Kraanvogel – Grus grus

Na de ooievaar, is dit de tweede soort in deze lijst die, na jaren van afwezigheid, weer broedt in Nederland. We hebben het hier over de kraanvogel. Kraanvogels zijn een van de grootste vogels van Europa en ze broeden sinds 2001 weer in ons land. Het aantal broedparen is opgelopen tot ongeveer 40 paartjes.

Eind februari/begin maart keren de kraanvogels terug van het overwinteringsgebied in Zuid-Europa en noordelijk Afrika. Je ziet ze dan hoog in de lucht, in de kenmerkende v-vorm, overvliegen. Vaak hoor je ze al van ver aankomen. Als je eenmaal het trompetter geluid gehoord hebt, zul je ze in het vervolg direct herkennen. Vanaf oktober keren de kraanvogels weer terug naar het overwinteringsgebied.

Kraanvogels
Kraanvogels trekken in grote groepen vanuit Zuid-Europa en Noord-Afrika eind februari weer terug naar hun broedgebied

9. Roofvogels

Wat veel mensen niet weten, is dat veel roofvogels in het najaar ook naar het zuiden trekken. Ze zoeken in de winter de gematigde gebieden op, met dezelfde reden als dat andere vogels dit doen. Roofvogels maken echter meer gebruik van de thermiek in de lucht. Dit zijn een soort warme luchtbellen in de lucht, waarop een roofvogel kan blijven zweven. Dit zorgt ervoor dat de roofvogel een minimum aan energie verbruikt.
De trekstrategieën onder roofvogels lopen nogal uiteen. Sommige soorten, zoals valken trekken over het algemeen alleen. Andere soorten, arenden bijvoorbeeld, verzamelen zich en trekken in groepen. Wat ze wel gemeen hebben is dat ze eigenlijk allemaal overdag trekken. Dit komt omdat ze normaliter ook overdag actief zijn en omdat ze overdag gebruik kunnen maken van de thermiek in de lucht.

Zwarte wouw
De zwarte wouw is een van de eerste roofvogels die naar het overwinteringsgebied trekt

Lees ook: arenden in Nederland


10. Zangvogels

De laatste in deze rij, spenderen we aan de zangvogels. Dit heeft er mee te maken dat zangvogels vaak in grote getallen verzamelen om aan de trek te beginnen. In het najaar bestaat de kans om honderdduizenden sijzen, vinken, spreeuwen, leeuwerikken en graspiepers tegelijk te zien.

Ook sommige tuinvogels, zoals roodborstjes, merels en heggenmussen blijven niet altijd in Nederland. Van de meeste soorten overwinteren exemplaren hier, maar trekken er ook een aantal naar andere oorden, om in het voorjaar weer terug te keren. Zo kan het ook zijn dat je in de winter dezelfde tuinvogels ziet, maar deze hun broedgebied noordelijker hebben. Deze overwinteren dus in Nederland.

Een ander voorbeeld zijn merels. De meeste merels zijn standvogels, maar er zijn er ook die naar Spanje en Portugal trekken. Dit gebeurt ’s nachts. Onder de kleine zangvogels is het gebruikelijk om ’s nachts te trekken. Hierdoor wordt de kans dat ze ten prooi vallen een stuk kleiner. Hoe de kleine vogels zich ’s nachts weten te oriënteren, is nog een groot raadsel.

Roodborstje
Roodborstjes trekken in het najaar naar het zuiden. De roodborstjes die we dan in Nederland zien, zijn broedvogels uit bijvoorbeeld Scandinavië

Zelf trekvogels spotten

Na deze lijst van tien bijzondere trekvogels ben je vast enthousiast om ze zelf te gaan spotten. Daarvoor geven we je tenslotte nog enkele tips.

  • Trekvogels zijn natuurlijk niet ieder jaargetij te zien. Je bent afhankelijk van het najaar, wanneer de vogels naar het zuiden trekken, en het voorjaar, wanneer de vogels weer terugkeren naar het broedgebied. In oktober bereikt de najaarstrek een piek, in voorjaar is dit in maart en april.
  • Een goed moment om zoek te gaan naar trekvogels is tegen de avond. De zon schijnt dan minder fel en de dagtrekkers landen dan om een rustplaats te vinden. Een ander bijkomend voordeel van bij schemering trekvogels spotten, is dat de zon dan minder hard schijnt en dit een veel beter moment is om foto’s te maken van dit fenomeen.
  • Nederland is een bijzonder goede plek om trekvogels te zien. Nederland ligt op een aantal migratieroutes van vele trekvogels, en met name langs de kust is er in de juiste periode erg vele te zien. Een van de beste plaatsen om trekvogels te bewonderen in Nederland, is Texel. Absoluut de moeite waard om te bezoeken in de trekvogeltijd.
  • Als je trekvogels gaat spotten mag een verrekijker natuurlijk niet ontbreken. Er zijn veel soorten verrekijkers te krijgen, variërend in prijs van enkele tientjes tot enkele duizenden euro’s. Een goed en betaalbaar instapmodel (waar we zelf ook mee zijn begonnen), is de Vortex Diamondback 8x32mm. Dit is een compacte verrekijker, met een lensdiameter van 32mm en een maximale vergroting van 8x. Er zijn op de markt zekere betere verrekijkers te verkrijgen, maar met een Vortex koop je kwaliteit tegen een goede prijs, en heb je absoluut een goed beeld van de trekvogels die je voorbij ziet komen. Deze verrekijker is via deze link te bestellen bij bol.com.
  • Wil je je verder verdiepen in trekvogels, dan is het Handboek trekvogels van Stanislas Wroza wellicht iets voor je. In dit boek worden ruim 450 soorten trekvogels besproken. Er wordt vooral aandacht besteed aan de geluiden die worden gemaakt, waardoor je sneller en meer trekvogels kunt herkennen. Ook wordt er verder ingegaan op opnameapparatuur die je zou kunnen gebruiken om trekvogels waar te nemen. Een niet te missen boek dus voor de echte trekvogelaar! Het boek Handboek trekvogels is via deze link te bestellen bij bol.com.
  • Ga op pad samen met iemand anders. Doordat je samen op pad gaat, kun je leren van elkaar en heb je er uiteindelijk een stuk meer plezier aan!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Arenden in Nederland

Visarend

Lange tijd waren ze een zeldzaamheid in Nederland, maar er komen steeds meer arenden voor in Nederland. Deze gigantische vogels kennen de meeste van ons van vakanties in Frankrijk of Italië in de Alpen, of van de moerasgebieden in Oost-Europa. Maar tegenwoordig hoef je niet meer zo ver te gaan. Het gaat goed met de arenden in Nederland. Zo goed zelfs dat er van sommige soorten al meerdere broedparen in Nederland bekend zijn. Tijd voor een overzicht van alle arenden in Nederland!

Grote krachtpatsers van de lucht

Arenden zijn grote vogels die van weinig andere wat te dulden hebben. Ze zijn groot van formaat, hebben een grote haaksnavel en krachtige poten met scherpe klauwen, welke ze gebruiken om hun prooien te pakken. Ze hebben daarnaast sterk ontwikkelde ogen, om van grote hoogte te speuren naar prooien op het land of in het water.

Zeearend (Saxifraga - Hans Dekker)
Arenden zijn goed te herkennen aan hun grootte in de lucht. Weinig andere (roof)vogels in Nederland zijn hiermee te vergelijken (Saxifraga – Hans Dekker)

Mannetjes en vrouwtjes lijken veel op elkaar, al zijn de vrouwtjes in de meeste gevallen groter. Jonge exemplaren doen er enkele jaren over om het volwassen verenkleed te ontwikkelen. Jonge dieren zijn op basis hiervan dan ook makkelijk te identificeren.

Alle arenden in Nederland behoren tot de orde Accipitriformes. Tot deze orde van vogels behoren onder andere ook de gieren. Bijna alle arenden worden onderverdeeld in de familie havikachtigen. Echter de visarenden behoren tot een eigen familie. Belangrijkste kenmerken waarom ze tot een aparte familie behoren zijn de poten en de tenen. Deze zijn meer aangepast op het vangen van vis.

Taxonomie arenden Nederland
Taxonomische indeling van de arenden in Nederland. Er is gekozen om alleen de drie meestvoorkomende soorten hierin op te nemen, en de dwaalgasten buiten beschouwing te laten. (De natuur van hier)

Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Zeearend – Haliaeetus albicilla

De zeearend kwam vroeger talrijk voor in Nederland, maar was in de laatste decennia verdwenen uit Nederland (hoofdzakelijk door landbouwgif), net zoals op veel andere plekken in Europa. In de jaren ’90 was er het plan om de vogels weer terug uit te zetten in Nederland, maar dit plan is uiteindelijk niet doorgegaan. Niet veel later kwam de zeearend op eigen houtje, en sindsdien nemen de aantallen gestaag toe.

De zeearend is teruggekeerd als wintergast, maar sinds 2006 broedt de vogel weer in Nederland. Inmiddels is het aantal broedparen opgelopen tot meer dan 20. Er zijn zo’n 100 tot 150 exemplaren die overwinteren in Nederland. Het gaat dus goed met de zeearend. Dit komt onder andere doordat ze vrij dicht op elkaar kunnen broeden, mits er voldoende voedsel in het gebied te vinden is.

Zeearenden
De Europese zeearend komt voor in bijna heel Europa, maar is in het midden en zuiden van Europa flink afgenomen. Ze komen verder voor in Rusland tot in het noorden van China (Saxifraga – Piet Munsterman)

Kenmerken

Met een lengte van 75 tot 95 centimeter en een spanwijdte van 2 tot 2,5 meter is de Europese zeearend de grootste roofvogel in Europa. In vlucht hebben ze opvallend diep gevingerde vleugels. Ze hebben een bruin gekleurd verenkleed met een witte staart (naast Europese zeearend worden ze ook witstaartzeearend genoemd). Ze hebben daarnaast krachtige, gele poten en een grote gele haaksnavel. Bij jonge dieren is de snavel meer zwart en moet de witte staart zich nog ontwikkelen. Daarnaast hebben ze donkere ogen, die als ze volwassen zijn geel worden. Jonge exemplaren zijn daardoor makkelijk te determineren.

Echte alleseters

Het menu van de zeearend is zeer gevarieerd. Ze jagen onder andere op aan het oppervlakte zwemmende vis. Deze worden met de grote, scherpe klauwen uit het water gevist. Naast vissen eten ze ook watervogels zoals meerkoeten, meeuwen en zelfs grauwe ganzen. Op het land jagen ze op hazen, otters en soms zelfs vossen. In de winter zijn het ook aaseters. Het zijn dus erg opportunistische dieren, wat hun terugkeer deels verklaart.

Zeearenden zoeken in hun leven een partner en blijven daar de rest van hun leven bij. Ze zijn monogaam dus. Ze hebben vaak meerdere nesten (twee tot drie), en kiezen ieder jaar het meest geschikte nest. De arenden blijven deze nesten uitbouwen, totdat de boom omvalt waarin het nest zich begeeft. Via Beleef de lente is ieder jaar een paartje zeearenden te volgen.

Uitgestrekte moerasgebieden met voldoende bomen is waar de zeearend zich thuis voelt. In Nederland zijn dit plekken zoals het Lauwersmeergebied in Friesland, de Oostvaardersplassen in Flevoland en de Biesbosch in Zuid-Holland en Noord-Brabant.


Lees ook: marters in Nederland


Visarend – Pandion haliaetus

Sinds 2016 kennen we nog een andere arend die hier broedt, de visarend. Als doortrekker is het een vrij algemene soort (100-150 exemplaren) in de periodes augustus-september en april in ons land. Maar dat de visarend hier nu broedt is natuurlijk een mooi compliment naar het beter wordende natuurbeheer in Nederland. Het eerste broedpaartje in 2016 werd gevonden in de Biesbosch. Momenteel zijn er minstens zes broedparen in Nederland.

Visarend
Sinds 2016 is de visarend een broedvogel in Nederland. Inmiddels is het aantal broedparen opgelopen tot ten minste zes paren.

Een vreemde eend in de bijt

De visarend is een vreemde eend in de bijt, taxonomisch gezien. Zoals eerder benoemd behoort hij niet tot de familie havikachtigen waar alle andere arenden onder vallen, maar is het een aparte familie genaamd visarenden. Dit heeft dus te maken met de poten. Alle tenen van de visarend zijn even lang. Daarnaast wijzen bij andere arenden drie tenen naar voren en één naar achteren. Bij de visarend kunnen deze zowel naar voren als naar achteren wijzen. Bij de jacht op vissen worden twee tenen naar voren gericht en twee naar achteren, zodat de vis als een soort grijper gegrepen kan worden.

Voor een arendachtige, is de visarend vrij klein. Met een lichaamslengte van circa 55 centimeter en een spanwijdte van 150 tot 170 centimeter, is deze een stuk kleiner dan de Europese zeearend. In vlucht zijn ze goed te herkennen aan de overwegend witte onderkant, met donkere accenten en de geknikte vleugels (wat andere arenden niet hebben). De bovenkant is donkerbruin van kleur.

Waterrijke gebieden

Waterrijke gebieden zijn essentieel voor de visarend. Zoals de naam al doet vermoeden eet de visarend vis, uitsluitend vis. Ze leven dan ook in beboste gebieden met een hoge waterstand, zoals meren, plassen en rivieren. Ze hangen dan vaak biddend boven het water om vis te lokaliseren. Als ze een vis gezien hebben, duiken ze het water in om de vis te grijpen. Ze kunnen bij deze actie volledig kopje onder gaan. Ze vangen meestal vissen van ongeveer 200-300 gram, maar kunnen vissen tot wel 2 kilo uit het water halen!

Visarend (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Visarenden maken dankbaar gebruik van volwassen bomen die aan of in het water staan (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Bomen aan de rand van het water worden gebruikt als uitkijk- en rustplek. Daarnaast worden er nesten in gemaakt. Ze maken een groot nest boven in de boom. Na ongeveer 50 dagen vliegen de jongen uit, waarna ze nog één à twee maanden blijven terugkeren. Via Beleef de lente is vaak een broedend paar te volgen.

In april komen de visarenden vanuit Afrika naar Europa en in de maanden augustus en september keren ze weer terug. In deze periodes zijn visarenden geregeld waar te nemen in Nederland. Alle waterrijke gebieden in Nederland zijn dan kansrijk om een visarend te zien. Gebieden als de Biesbosch, de Delta en het IJselmeergebied zijn bij uitstek goede gebieden.

Slangenarend – Circaetus gallicus

Tegenwoordig heb je in Nederland ook steeds meer kans om een slangenarend te zien. De soort broedt hier niet zoals de zeearend en de visarend, maar is wel steeds vaker te zien als zomergast. Er zijn jaarlijks één of meerdere exemplaren die van hun terugreis van Afrika naar Zuid-Europa iets te ver doorvliegen en in Nederland belanden. Vaak blijven deze dieren, totdat ze aan het einde van de zomer weer terugvliegen naar Afrika, in ons land.

Slangenarend (Saxifraga - Jan van der Straaten)
De slangenarend is inmiddels een vaste zomergast in ons land (Saxifraga – Jan van der Straaten)

De slangenarend wordt ongeveer 60-70 centimeter groot, ongeveer 1,5 keer zo groot als een buizerd. De spanwijdte bedraagt 160-170 centimeter. Op de bovenzijde is de arend bruin gekleurd en hebben ze een overwegend witte onderzijde, met donkere stippen in lijnvorm. Volwassen exemplaren hebben meestal een donkere kop, ook wel bivakmuts genoemd. Ze hebben grote gele ogen, wat ze enigszins op uilen doet lijken.

Slangen

Zoals de naam al doet vermoeden bestaat het meeste voedsel uit slangen, ongeveer 70% van het totale menu. Verder eten ze ook andere reptielen, amfibieën, vogels en soms kleine zoogdieren. Dit doen ze door hoog in de lucht te bidden en met hun uitstekend ontwikkelde ogen op de grond te speuren naar deze prooien.

Slangearend (Saxifrag - Martin Mollet)
Slangenarenden zijn van de onderkant overwegend wit, met donkere stippen die in een lijn over het lichaam en de vleugels lopen (Saxifraga – Martin Mollet)

In Nederland vinden we de soort vaak op heidegebieden en in halfopen bossen. Goede voorbeelden waar de afgelopen jaren slangenarenden zijn gezien zijn de Strabrechtse heide, het Fochteloërveen en de Veluwe. Door het hele land in de zomer te zien dus. In gebieden waar geen slangen zijn, weten deze dieren zich te voeden met kikkers, padden en konijnen. Aangezien roofvogels opportunisten zijn, is het niet uit te sluiten dat de soort hier ooit nog gaat broeden. Dit hadden immers de meeste mensen in eerste instantie ook niet gedacht van de zeearend en de visarend.


Lees ook: vinken in Nederland – deel I


Dwaalgasten

Dan zijn er nog een aantal soorten die hier soms worden gezien, die een verkeerde afslag hebben genomen: de dwaalgasten. Hiervan worden slechts losse waarnemingen gedaan, die meestal ook weer binnen een paar dagen, of maximaal een paar weken, zijn vertrokken.

Steenarend
Het gaat goed met de steenarenden in West-Europa, bijvoorbeeld in landen zoals Schotland en Denemarken

Een van die dwaalgasten is de steenarend. De steenarend is in Nederland een zeer zeldzame soort, die gemiddeld maar één keer in de vier jaar gezien wordt, meestal in de wintermaanden. Het gaat echter goed met de steenarend in Europa, bijvoorbeeld in landen zoals Denemarken en Schotland. De kans dat we vaker (meestal jonge) steenarenden in Nederland gaan zien, is dan ook aannemelijk.

Dan is er nog een arendsoort die dicht tegen de Nederlandse grens broedt (Noord-Oost Duitsland), maar desondanks weinig gezien wordt in ons land. De schreeuwarend dankt zijn naam aan het geluid dat hij maakt en wordt meestal in Nederland gezien in de zomer en herfst.

Andere zeer zeldzame dwaalgasten in Nederland zijn de bastaardarend, die meer oostelijk in Europa voorkomt en de dwergarend, waarvan een paartje ooit in Duitsland gebroed heeft. Daarnaast wordt de havikarend heel soms waargenomen, die broedt in Zuid-Europa en de keizerarend, die zich normaliter meer zuidelijker en oostelijker bevindt. Als laatste kunnen we nog de steppearend benoemen, waarvan maar slechts zes gevalideerde waarnemingen bekend zijn.

Zeearenden
Zullen we in de toekomst meer arenden in de lucht boven ons land zien?

Tot slot

Nederland doet het goed onder de arenden. Wie had dertig jaar geleden kunnen bedenken dat twee grote arenden zich zo thuis zouden voelen in Nederland en dat ze zelfs hier zouden gaan broeden. En dat de slangenarend, een echte soort uit het Middellandse zee gebied, zich met steeds meer exemplaren iedere zomer in Nederland huisvest? De vraag is dan ook hoe dit verder gaat en welke arenden we in de toekomst nog meer mogen verwelkomen.

Natuurtuin in ontwikkeling – deel III

Fazant

Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500 m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deze blog lees je wat er te beleven valt in de tuin in de winter, wat we de afgelopen drie maanden hebben gedaan en wat we verwachten voor het aanstaande voorjaar.

05 maart, 2023

In de vorige blog, die we drie maanden geleden schreven, heb je kunnen lezen dat we flink wat hebben aangeplant. Een gemengde haag, een struweel en veel losse heesters en bomen moeten dit jaar voor veel groen in de tuin gaan zorgen. Nu, aan het einde van de winter, gaan we kijken wat de tuin in ruste nog heeft gedaan en wat ons te wachten staat voor het groeiseizoen dat voor de deur staat.

Winter, maar toch leven te ontdekken

Ondanks dat het winter is en de meeste planten geen blad hebben, zie je dat het struweel en de overige beplanting, die we pas recentelijk aangeplant hebben, al volop gebruikt worden door kleine zangvogels. Ze vliegen van stammetje naar stammetje, druk zoekend naar voedsel. Twee pimpelmezen zijn duidelijk al bezig met het voorjaar. Er is constant een interactie tussen de twee vogels zichtbaar, en ze lijken elkaar gevonden te hebben. Wellicht dat ze eind maart een van onze nestkastjes opzoeken.

Pimpelmees
Pimpelmezen zijn sinds dag één een vaste bezoeker in onze tuin

De natuurtuin wordt volop bezocht door leuke soorten. Op een vroege ochtend kwam ik buiten en zag ik dat onze notenboom dienst deed als slaapplek voor een mannetjesfazant. Fazanten zoeken in de avond een boom op voor de roest (slaap), waar ze veilig zitten voor vossen die ’s nachts op pad zijn.

Maar goed dat de fazant voor zijn slaap een boom op zoekt, want in februari hebben we een vos achter in de tuin waargenomen met onze wildcamera. Net voor middernacht doorkruist de vos onze tuin. Het is tot nog toe bij deze waarneming gebleven.

Vos wildcamera (De natuur van hier)
Een vos vastgelegd met de wildcamera (De natuur van hier)

Bijzondere bezoekers

In januari hoorden we plotseling een knal tegen het raam aan in de woonkamer. Toen we uit het raam keken, zagen we een sperwer bedeesd om zich heen kijken, en maakte haast om in de dichtstbijzijnde boom beschutting te zoeken. Even zat hij met prooi in de boom, waarna hij naar het struweel in het aangrenzende weiland vloog.


Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


In februari zagen we op een zonnige dag, tegen de schemering aan, tot onze verbazing op zo’n 80 meter afstand een hertachtige staan. We dachten een paar weken eerder een zestal reeën gezien te hebben, op een wat grotere afstand, dus we gingen er vanuit dat dit ook een ree was. Toen we hem wat langer bekeken zagen we dat het geen ree betrof, maar een damhert. Damherten zijn door de Romeinen in ons land geherintroduceerd en zijn wat groter dan een ree, maar kleiner dan een edelhert. Opmerkelijk, omdat de omgeving niet per definitie erg bosrijk is.

Damhert
Het damhert naderde onze tuin tot op zo’n 80 meter (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Maatregelen

Na de grote aanplant die we in oktober/november hebben gedaan, hebben we deze maanden in de tuin vrij weinig gedaan. We hadden binnenshuis onze prioriteiten liggen, waardoor we geen tijd hadden om in de tuin nog grote dingen aan te pakken. We hebben echter wel een paar kleine aanpassingen gedaan.

Allereerst hebben we een vleermuizenkast gekocht, en deze zo hoog mogelijk tegen de gevel geplaatst. Omdat we eerder in het jaar een paar keer een egel hebben waargenomen, hebben we ook een egelmand geplaatst. Het nieuw aangeplante struweel leek ons hiervoor een goede plek. Deze bevindt zich achter in de tuin, waardoor de egel zo min mogelijk wordt gestoord en de heesters zullen daarnaast ervoor zorgen dat de egel ook om het huis heen bescherming vindt.


Lees ook: gemengde haag aanplanten


Om de mand waterdicht te maken, hebben we hier eerst een laag plastic overheen gemaakt. Deze plastic hebben we afgedekt met bladeren en ten slotte takken om alles op zijn plek te houden en het een natuurlijke uitstraling te geven. Dit geheel zorgt ervoor dat het egelhuis wind- en waterdicht is.

Egelhuis stap 2
In het struweel hebben we een egelmand geplaatst. De mand hebben we afgedekt met plastic, bladeren en takken om deze wind- en waterdicht te maken (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Ten slotte hebben we nog een nestkast voor kauwen gemaakt en geplaatst. Dit is een erg grote kast, met een invliegopening van maar liefst 12 centimeter in doorsnee. De nestkast hebben we op circa drie meter hoogte, stevig opgehangen in één van de twee notenbomen. Hopelijk zal deze kast in de toekomst bezocht worden door een paartje kauwen, zodat we deze bijzondere vogels van dichtbij kunnen volgen!

kauw nestkast
Een nestkast voor een kauw moet groot en stevig zijn, met een grote invliegopening (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Resultaten en planning

Ondanks dat het winter is, bijna alles in rust is en we weinig maatregelen hebben getroffen, hebben we toch weer een aantal nieuwe soorten weten waar te nemen. In totaal staat de teller nu op 127 soorten, waarvan er 116 in de tuin en 11 rondom de tuin. Dit zijn er 20 meer dan in de vorige blog. Veruit de meeste soorten die we hebben waargenomen zijn planten en vogels. Onderaan deze blog staat het gebruikelijke soortenoverzicht.

Winterkoning
Het winterkoninkje heeft zich deze winter veelvuldig laten zien (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Helaas hebben we door tijdsgebrek afgelopen kwartaal niet meer kunnen doen. We zijn voornemens het komende kwartaal wel wat tijd vrij te maken om nog enkele aanpassingen te doen in onze natuurtuin. Een van de dingen die we als eerste willen creëren is een kleine poel. Het aanleggen van een poel is een must voor iedere tuin en zorgt voor een snelle toename van biodiversiteit in je tuin. Deze poel willen we verder aankleden met wat kruidachtige planten en dood hout.

Daarnaast willen we een takkenwal in de tuin aanbrengen. Wanneer er tijd is zullen we hier ook al een begin mee maken. Over ongeveer drie maanden zullen we weer met een update komen over hoe de natuurtuin er dan bij ligt.


Lees ook: hoe plant ik een boom?


Disclaimer: in deze terugkerende blog spreken we over een natuurtuin. Echter is dit niet een standaard tuin waar de meest mensen aan denken bij het woord tuin. Het grootste deel van het perceel wordt aangeplant met uitsluitend inheemse soorten, die terugkeren in het omliggende landschap. Hier laten we de natuur vervolgens zoveel mogelijk haar gang gaan.

Soortenoverzicht
Soortenoverzicht natuurtuin 5-3-2023 (De natuur van hier)

De lynx in Nederland

Lynx

Na de terugkeer van de ooievaar, otter en wolf lijkt er nog een diersoort zijn weg terug te vinden naar Nederland, na decennia van afwezigheid. De grootste katachtige van Europa, de lynx, wordt steeds dichter in de buurt van onze landsgrenzen waargenomen en het lijkt dan ook een kwestie van tijd voordat deze roofdieren zich weer in Nederland bevinden. Een kers op de taart van het huidige (Europese) natuurbeleid? Of een bedreiging voor de veiligheid van mens en (huis)dier? In deze blog blikken we vooruit op het moment dat onafwendbaar lijkt, de terugkeer van de lynx in Nederland!

De lynx – Lynx lynx

De lynx, of beter gezegd, de Euraziatische lynx is de grootste katachtige van Europa. Het is de grootste van de vier lynxsoorten die wereldwijd voorkomen en zijn leefgebied bestrijkt Noord-Europa tot aan de Russische Federatie en meer geconcentreerd in Centraal-Europa.

Lynx (Saxifraga, Bart Vastenhouw)
Door hun dikke vacht in de winter en haarkussens aan de voeten zijn lynxen uitstekend bestand tegen kou (Saxifraga – Bart Vastenhouw)

De Euraziatische lynx (in de rest van dit artikel kortweg lynx genoemd) bereikt een grootte zo hoog als een grote hond, formaat herdershond ongeveer. De schofthoogte bedraagt 60 tot 75 centimeter en de kop-romp lengte betreft 80 tot 130 centimeter. Ze bereiken een gewicht van circa 25 kilogram.

Ze zijn geelbruin gekleurd in de zomer, maar in de winter verandert de vacht. Deze wordt dan dikker en een stuk lichter, zodat de lynx goed gecamoufleerd blijft in de sneeuw en bestand is tegen de kou. Karakteristieke kenmerken zijn de gepluimde oren, donkere bakkebaarden en een korte staart.


Lees ook: de vos in Nederland


Een echte sleutelsoort

De lynx is een echte jager en staat bovenaan de voedselketen. Prooidieren zoals haas, ree, wild zwijn, vos en marterachtigen worden vanuit een hinderlaag gepakt (meestal bij schemering). Dit zorgt ervoor dat de lynx prooien kan vangen die soms een voordeel op hem hebben. Hazen zijn bijvoorbeeld sneller dan een lynx en wilde zwijnen vaak sterker. Doordat de lynx het prooidier verrast met het jagen vanuit een hinderlaag, kan hij dit voordeel uitschakelen en daardoor op een breed scala aan prooidieren jagen. De ree is overigens het favoriete prooidier van de lynx. Uit onderzoek is gebleken dat bijna 75% van het menu hieruit bestaat.

Lynx (Saxifraga - Martin Molet)
De lynx is een echte jager en staat aan de top van de voedselketen (Saxifraga – Martin Molet)

Doordat de lynx aan de top van de voedselketen staat, is het een sleutelsoort voor de ecosystemen waarin hij leeft. Dit wil zeggen dat de soort een cruciale rol speelt in het ecosysteem en met zijn aanwezigheid een directe invloed heeft op hoe het ecosysteem tot uiting komt.

De aanwezigheid van de lynx zorgt ervoor dat populaties prooidieren op een natuurlijke wijze gereguleerd worden, iets waarvoor nu in Nederland bejaging nodig is. Naast de regulatie van populaties, zorgt de lynx ervoor dat er een bepaalde waakzaamheid en/of angst bij prooidieren ontstaat. Dit heeft tot gevolg dat prooidieren minder lang op één plek blijven hangen en doortrekken naar een ander gebied. Resultaat hiervan is dat er op meer plekken een natuurlijke verjonging (natuurlijke regeneratie) optreedt, wat essentieel is voor gezonde ecosystemen (en hun ecosysteemdiensten).

Geschikte leefgebieden

Het gaat goed met de lynx in Europa. Over heel Europa lijken nu zo’n 10.000 exemplaren verspreid te zijn. Op het laagste punt, toen deze nog volop bejaagd werd, waren er nog zo’n 700 exemplaren te vinden in Europa. Deze toename is het resultaat van een beter natuurbeleid, waarbij jacht op dergelijke dieren verboden is en waarin herintroductieprogramma’s worden opgezet. In totaal zijn er door Europa verspreid zo’n vijftien herintroductieprogramma’s geweest, wat er onder ander voor gezorgd heeft dat de lynx nu op de deur van onze landgrenzen klopt.

Lynxen leven solitair, zowel de mannetjes als de vrouwtjes, waardoor er in Nederland maar weinig plekken geschikt lijken voor een vitaal leefgebied. Daarnaast hebben ze een groot leefgebied van 100 tot 1000 km2, waarbij het leefgebied van één mannetje overlapt met dat van meerdere vrouwtjes.


Lees ook: marters in Nederland


De Veluwe

Het enige gebied in Nederland dat lijkt te voldoen aan de eisen van de lynx is de Veluwe, gelegen centraal in ons land. Je zou het misschien niet direct verwachten in Nederland, maar de Veluwe is een van de grootste aaneengesloten natuurgebieden van Nederland. De totale oppervlakte bedraagt ruim 900 vierkante kilometer, bestaande uit bossen, afgewisseld met open stukken als heide en grasland. Dit zou een ideaal leefgebied kunnen zijn voor de lynx, daar er voldoende voedsel te vinden is in het natuurgebied.

De Veluwe
De Veluwe lijkt het enige geschikte leefgebied voor de lynx in Nederland. Maar weet de lynx er te komen?

De grote vraag is: kunnen de exemplaren die zich aan onze landgrenzen bevinden, gemakkelijk de weg vinden naar de Veluwe? Dit zou de terugkeer van de lynx in Nederland nog wel eens op kunnen houden. Want hoe groot en geschikt de Veluwe dan wel mag zijn, er omheen is het een wirwar van drukke autowegen en volle steden wat voor wilde dieren funest is (denk maar aan de verkeersslachtoffers bij de otter). Het blijft dus afwachten of de fragmentatie van natuurgebieden en de hoge bevolkingsdichtheid een probleem gaat vormen voor de terugkeer en het creëren van een vitale populatie lynxen in Nederland.

De gevolgen van de terugkeer van de lynx in Nederland

Het lijkt een kwestie van tijd totdat de eerste waarnemingen van de lynx in Nederland gevalideerd zullen worden. Maar wat heeft de terugkeer van deze grote katachtige voor een consequenties? Zitten we te wachten op de terugkeer van een ander roofdier? En wat zijn de gevolgen voor de Nederlandse natuur zoals we hem nu kennen?

Ree
In Nederland leven zo’n 100.000 reeën. Wat heeft de terugkeer van de lynx voor een gevolgen voor deze hertachtige?

Voor de Nederlandse natuur

Zoals eerder benoemd kan de lynx gezien worden als een echte sleutelsoort binnen een ecosysteem. En een sleutelsoort heeft een belangrijke invloed op een ecosysteem. De argumenten die eerder werden aangedragen, het reguleren van populaties en het opjagen van prooidieren (met natuurlijke verjonging als gevolg), zorgt ervoor dat het landschap drastisch kan veranderen. Vaak leidt dit tot meer biodiversiteit in een gebied. De terugkeer van de lynx kan dus een positieve bijdrage leveren aan het herstel van de Nederlandse natuur.

Daarnaast kan de lynx een natuurlijke concurrent vormen voor de wolf. Concurrentie zorgt ervoor dat één soort niet dominant kan worden en voor teveel overlast zorgt. De aanwezigheid van de lynx kan er voor zorgen dat de populatie wolven in Nederland niet explosief groeit, waardoor er wellicht minder overlast te verwachten is.

Voor de mens

Dan rest ons nog de vraag wat de terugkeer van de lynx betekent voor de mens. Komt de veiligheid van mensen en huisdieren in het geding door de terugkeer van de lynx? Dit is een terechte vraag die nader onderzocht dient te worden.

Puur feitelijk gezien kan een lynx een mens doden en is het dus een bedreiging voor onze veiligheid. Echter is dit in de praktijk zeer onwaarschijnlijk dat dit gebeurt en zijn er ook geen dodelijke slachtoffers door toedoen van de Euraziatische lynx. Hiervoor zijn enkele argumenten te bedenken.

Zwakke plek

Het eerste argument is dat lynxen slimme dieren zijn en niet zomaar risico’s nemen. Lynxen jagen op dieren waarvan ze weten dat ze grijpen, zonder hier zelf hele grote schade op kunnen lopen. Als een lynx een grotere prooi aanvalt, dan mikt hij op de nek van het dier. Doordat ze de nek grijpen van bijvoorbeeld een hert, kunnen ze niet geraakt worden door de krachtige poten van het hert. De lynx weet dat een dergelijke zwakke plek op het menselijk lichaam lastiger te vinden is. In bijna alle gevallen zou een mens terug kunnen vechten en daarmee de lynx serieus kunnen verwonden. Een lynx denkt dus wel twee keer na, voordat hij een dergelijk risico neemt.

Een zeldzame ontmoeting

Daarnaast is een ontmoeting tussen mens en lynx zeer zeldzaam. De meeste mensen die wonen in een leefgebied van de lynx zal nooit in zijn leven een lynx tegen het lijf lopen zolang hij er niet actief naar op zoek gaat. Dit komt omdat lynxen zeer schuwe dieren zijn, die contact met mensen zoveel mogelijk vermijdt. Ze zijn daarnaast voornamelijk actief bij nacht en ze leven in dichtbegroeide bossen. Dit is dus totaal het tegenovergestelde van de levenswijze van de gemiddelde mens.

Dit betekent niet dat er helemaal geen gevaar is. Het blijven wilde dieren met instrumenten (klauwen en beet), waarmee ze serieuze schade aan kunnen richten en in staat zijn een mens te doden. Er zijn enkele gevallen bekend van verwonding door lynxen, echter waren hier altijd aanleidingen voor te vinden. Wanneer een lynx wordt bedreigd, kan het dus levensgevaarlijk zijn.


Lees ook: arenden in Nederland


De lynx
Lynxen zijn met hun grote klauwen en krachtige beet in staat mensen te doden, maar vormen ze ook een serieuze bedreiging voor ons? (Saxifraga – Martin Mollet)

Vee en huisdieren

Monitoring in Europa heeft aangetoond dat de lynx voor vee wel een bedreiging kan vormen. Echter zijn de meeste gevallen die bekend zijn voorbeelden uit als Noorwegen, waar vee, zoals schapen, vaak los lopen in een groot gebied. Op andere plaatsen, waar veel voornamelijk achter hekwerk gehouden wordt, zijn beduidend minder gevallen van slachtoffers bekend. Aanvallen van lynxen op huisdieren zijn zeer zeldzaam, waardoor dit niet per se als een risico gezien kan worden.

Conclusie

Lynxen worden momenteel aan onze landgrenzen waargenomen. Het lijkt dus een kwestie van tijd totdat de eerste waarneming van een lynx in Nederland gevalideerd wordt. De Veluwe wordt gezien als het enige geschikte leefgebied in Nederland. Maar lukt het lynxen om van natuurgebieden in onze buurlanden (denk aan de Ardennen in België of het Teutoburgerwoud in Duitsland) door te trekken naar de Veluwe en alle obstakels onderweg te overwinnen? De tijd zal het uit moeten wijzen.

Wil je meer informatie over de terugkeer van de lynx in Nederland of de verspreiding van de lynx in Europa? Kijk dan op de website van de zoogdiervereniging of ga naar het YouTube-kanaal van Mossy Earth voor de meest relevante informatie.

Veel gestelde vragen

Komt de lynx voor in Nederland?

De lynx is nog niet met zekerheid vastgesteld in Nederland, maar wel op een paar kilometer van de grens. Het lijkt dus een kwestie van tijd, totdat de eerste lynx in Nederland gezien wordt.

Is Nederland een geschikt leefgebied voor de lynx?

Uit onderzoek is gebleken dat de Veluwe het enige geschikte leefgebied is in Nederland voor de lynx. Het is één van de grootste aaneengesloten natuurgebieden in Europa, met voldoende voedsel. De verbindingen er naar toe zijn echter beperkt en worden veel onderbroken door (auto)wegen, wat de kans op verkeersslachtoffers verhoogt.

Vormt de lynx een bedreiging voor de mens?

De lynx heeft de wapens om serieuze schade aan te richten bij de mens of zelfs te doden. Echter is het zeer onwaarschijnlijk dat een mens wordt aangevallen door een lynx. Lynxen zijn namelijk zeer schuw, leven in dichtbegroeide bossen en zijn voornamelijk nachtactief. Daarnaast schatten lynxen de risico’s in en zullen ze niet gauw een mens aanvallen, als dat niet nodig is.

Bouwtekening nestkast boomkruiper

Gewone boomkruiper

Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Als je het geluk hebt één, of meerdere, volwassen bomen in je tuin te hebben, dan kan het interessant zijn om een nestkast voor een boomkruiper op te hangen. Deze nieuwsgierige, kleine vogels zijn een genot om naar te kijken, wanneer ze druk speurend langs de stam van een boom af hoppen, op zoek naar insecten.  

De gewone boomkruiper (Certhia brachydactyla)

Boomkruiper
De boomkruiper is goed te herkennen aan zijn omlaag gebogen snavel, overwegend bruine kleur met witte buik

De gewone boomkruiper, of kortweg boomkruiper, is een kleine zangvogel van maximaal twaalf centimeter groot, die behoort tot de familie echte boomkruipers. De boomkruiper komt algemeen voor in Nederland. Naast de gewone boomkruiper komen er nog twee andere boomkruipers voor in Nederland, de kortsnavelboomkruiper en taigaboomkruiper. Deze zijn echter veel zeldzamer en komen meer geconcentreerd voor in Nederland.   

De gewone boomkruiper is een klein blijvende soort met een overwegend bruinachtige kleur, een witte buik en een lichte wenkbrauwstreep. Ze hebben een kenmerkende, omlaag gebogen snavel waarmee ze insecten onder de bast van een boomstam vandaan krijgen. Ze hebben een relatief lange staart die ze gebruiken om evenwicht te houden wanneer ze over de boom hoppen en welke helpt bij het afzetten bij het vliegen.  

Boomkruipers zijn echte standvogels, wat betekent dat ze het hele jaar door in ons land verblijven. Ze broeden met grote aantallen in ons land, maar ook in de meeste andere delen van Europa. 

Voedsel en voortplanting

Boomkruipers danken hun naam aan de manier waarop ze naar voedsel zoeken. Wanneer ze opzoek gaan naar voedsel, landen ze onderaan de stam van een boom. Deze ‘kruipen’ ze spiraalsgewijs omhoog en zoeken dan driftig naar spinnen, insecten en insectenlarven die zich schuilhouden onder de bast van de boomstam.


Lees ook: bouwtekening nestkast bosuil


In tegenstelling tot de boomklever, die ook voornamelijk op de stam van bomen leeft, kruipt de boomkruiper de stam enkel omhoog en niet omlaag. Wanneer de boomkruiper de bovenkant van de boomstam nadert, vliegt hij naar een andere boom in de buurt en land daar onderaan de stam, om vervolgens weer langzaam omhoog te kruipen, zoekend naar insecten onder de bast.

Boomkruiper vlieg
Boomkruipers zoeken op de stammen van oude bomen naar insecten

Voortplanting

In april, mei of juni worden de eieren gelegd door de boomkruipers. Soms vindt er later in het jaar nog een tweede legsel plaats. Er worden gemiddeld vijf tot zeven eieren per legsel gelegd. De eieren zijn wit van kleur met roze stippen, voornamelijk op het uiteinde van het ei. De eieren worden gelegd in een nest dat de vogels gemaakt hebben in boomholten, tussen stukken bast van de stam, of in speciaal gemaakte nestkasten. Als deze nestkasten op een juiste manier gemaakt en opgehangen worden, wordt hier door de kleine boomkruipers dankbaar gebruik van gemaakt. Verderop in deze blog vertellen we hoe je een perfecte nestkast maakt voor de boomkruipers in jouw tuin.

Nadat de eieren gelegd zijn, wordt er zo’n achttien dagen gebroed door het vrouwtje, voordat de eieren uitkomen. Drie weken lang worden de juveniele boomkruipers gevoed door de ouders. Hierna zijn ze klaar om het nest uit te vliegen. Na het uitvliegen keren de juvenielen nog een aantal keren ’s nachts naar het nest terug, om de nacht hier samen met de ouders door te brengen.

Nestkast boomkruiper

Boomkruipers stellen niet veel eisen aan de plek waar ze broeden. Zoals gezegd doen (nauwe) boomstamholtes en stukken los zittende bast dienst als nestlocaties. Daarnaast maken ze ook dankbaar gebruik van nestkasten. Maar als ze niet veel eisen stellen aan de nestplaats, waarom zouden we dan moeite doen om speciaal gemaakte nestkasten op te hangen, zou je denken? Een nestkast zorgt voor een duurzame plek om meerdere jaren te broeden en kan daarnaast meer bescherming bieden tegen predatoren (bijvoorbeeld marterachtigen en de grote bonte specht) dan een stukje los zittende bast. Het plaatsen van nestkasten kan dus bijdragen aan een hogere slagingskans van het groot brengen van de juveniele boomkruipers.

Grote bonte specht

Predatoren zoals de grote bonte specht vormen een bedreiging voor de pasgeboren boomkruipers. Een nestkast kan bescherming bieden

Plaatsen nestkast

Als je hieronder de bouwtekening van de nestkast voor een boomkruiper ziet, zul je opmerken dat deze nestkast er anders uit ziet dan de meeste nestkasten. Dit heeft te maken met de levenswijze van deze kleine vogels. Omdat ze veel tijd op boomstammen doorbrengen, moeten we de nestkast, en de plaatsing daarvan, hier ook op aanpassen. Het is dus overbodig om te zeggen dat je de nestkast van een boomkruiper tegen een boomstam plaatst.

Kies een wat oudere, stevige en dikke boom uit. Ideaal is het als je op de boom al een keer een boomkruiper hebt zien kruipen, maar dit hoeft natuurlijk niet. Gezien de algemene verspreiding van de boomkruiper in Nederland heb je een goede kans dat er vanzelf een boomkruiper jouw nestkast vindt. Hang de kast stevig op en minstens twee meter boven de grond. Dit zorgt ervoor dat deze minder toegankelijk is voor bepaalde roofdieren, zoals katten. Zorg er tenslotte voor dat de opening (die bevindt zich aan de zijkant van de kast) makkelijk toegankelijk is vanaf de boomstam.


Lees ook: bouwtekening nestkast grauwe vliegenvanger


Bouwtekening nestkast

Hieronder vind je de gratis bouwtekening voor een nestkast voor de boomkruiper. Wij raden aan om als houtsoort beuken-, lariks- of eikenhout, van 15mm dik te gebruiken. Dit is hardhout wat erg duurzaam is en wat lokaal geproduceerd wordt. Watervast multiplex kan ook gebruikt worden. Let hierbij op het FSC-keurmerk, zodat je weet dat je hout koopt uit goed beheerde bossen. Onderaan de tekening staat een zaagschema. Als je hout haalt bij de bouwmarkt kan het zijn dat ze een zaagafdeling hebben. Hier kun je soms kosteloos je hout al in de juiste maten laten zagen. Neem je tekening dus mee als je naar de bouwmarkt gaat!

Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus geschikter om buiten te gebruiken. Bij de bouwmarkt kun je hout en schroeven halen voor je nestkast. Als je nog hout overhoudt, gooi dit dan niet weg! Dit kun je in de toekomst gebruiken om er een andere nestkast mee te maken.Heb je geen zin om zelf te gaan klussen maar wil je wel graag een nestkastje ophangen? Bestel dan een kant-en-klare nestkast voor je tuin (bol.com).

Bouwtekening nestkast boomkruiper
Bouwtekening nestkast boomkruiper

Veel gestelde vragen

Hoe krijg ik een boomkruiper in mijn tuin?

Boomkruipers zijn afhankelijk van bomen. Zorg er dus voor dat je meerder (half)volwassen bomen in je tuin hebt, die redelijk in de buurt van elkaar staan. Dit zorgt ervoor dat de boomkruiper voedsel kan vinden in je tuin, waardoor je tuin aantrekkelijk wordt als leefgebied.

Hoe maak ik een nestkast voor een boomkruiper?

Een nestkast voor een boomkruiper kun je maken van beuken-, lariks-. of eikenhout. Watervast multiplex is ook geschikt. Let op het FSC-keurmerk. De nestkast is ongeveer 36x14cm groot, met de invliegopening aan de zijkant. Zie de bouwtekening in dit artikel.

Hoe plaats ik een nestkast voor een boomkruiper?

Hang de nestkast op een rustige plek, tegen een oude stevige boom. Zorg dat de invliegopening vrij is, en de kast minimaal twee meter boven de grond hangt. Zorg dat er geen spechtenholen of -nestkasten in de buurt zijn.

De herintroductie van de otter in Nederland

De otter

In het begin van de 20e leefden er in onze zoetwaterplassen otters. Prachtige zoogdieren met een donkere, bruine vacht, zwempoten en een lichaamsbouw aangepast aan het leven in het water. Eind jaren ’80 stierf de otter uit in Nederland. Reden van uitsterven? Versnippering van het leefgebied, een toenemende verkeersdruk, visserij en een slechte waterkwaliteit. In 2002 is de otter opnieuw geïntroduceerd in ons land. Lukt het deze soort te overleven in een druk land waar maar beperkt ruimte is voor natuur?

De otter – Lutra lutra

Otters behoren tot de marterachtigen. Een groep roofdieren binnen de klasse zoogdieren, die zich kenmerkt door hun langgerekte lichaam, met korte poten en een dikke vacht. Nauw verwanten in Nederland zijn onder andere de das, steenmarter en hermelijn.

Europese otter
De otter is een marterachtige. Dit is terug te zien aan het kenmerkende langgerekte lichaam met dikke vacht en korte poten

Kenmerken

De otter heeft een overwegend bruingekleurde vacht, met een duidelijk lichtere buik en borst, wat door kan lopen tot aan de kin. Ze hebben een dikke vacht. De vacht bestaat uit een buitenste laag met dikke dekharen en een binnenste laag met dicht op elkaar staande donsharen. De droge lucht tussen de donsharen zorgt ervoor dat de otter warm blijft. De buitenste laag is waterdicht, waardoor de otter goed aangepast is aan het leven in en rondom het water.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Ze worden ongeveer 80-140 centimeter lang, waarvan ongeveer een derde staart is. Ze wegen ongeveer vijf tot twaalf kilo. Mannetjes worden over het algemeen groter en zwaarder dan vrouwtjes. Otters hebben een platte kop waarbij de ogen, oren en neusgaten op dezelfde lijn liggen, zodat ze deze boven water kunnen houden. De oren en neusgaten zijn afsluitbaar, waardoor ze goed onder water kunnen duiken. De zwemvliezen tussen de tenen, het gestroomlijnde lichaam en de lange, sterke staart zorgen ervoor dat het uitstekende zwemmers zijn.

Otter (Saxifra - Mark Zekhuis)
Otters zijn goed aangepast aan het leven in het water (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Leefwijze

Otters zijn overwegend nachtactief en leven over het algemeen solitair. Overdag rusten ze in holen of in de rietbedden aan de waterkant. Zoals gezegd zijn het uitstekende zwemmers, die prima de hele nacht in het water door kunnen brengen. Ze jagen hier voornamelijk op vis, maar eten eigenlijk alles wat op hun pad komt.

Ze houden van schone wateren met rijkelijk begroeide oevers. In de oeverzone brengen ze de meeste tijd door. Rivieren, beken en meren zijn allemaal mogelijke woonplaatsen voor de otter. De belangrijkste eisen zijn dat het schoon water betreft, er een begroeide oever aanwezig is en voldoende vis. Doordat otters zeer gevoelig zijn voor vervuiling van het water, zijn ze goede indicatoren voor de toestand van de biotoop waarin ze leven.

Otters zijn vrij territoriaal en beslaan een groot territorium. Het territorium van één mannetje kan tot 40 kilometer oeverlengte beslaan! Het territorium van een mannetje overlapt met meerdere vrouwtjes. Mannelijke otters zijn zeer territoriaal en verdedigen hun territorium met hand en tand tegen andere mannetjes.

Inzicht in het leven van de otter

De zoogdiervereniging is één van de belangrijkste organisaties als het aankomt op het monitoren van de aantallen, en het leefgebied van de otters. Bij deze organisatie is meer informatie in te winnen over de otter en je kunt er zelf je steentje aan bijdrage door bijvoorbeeld lid te worden, of door als vrijwilliger aan de slag te gaan.

De herintroductie

Otters
In 2002 zijn er opnieuw otters in Nederland geïntroduceerd

Het plan

Nadat de otter was uitgestorven in Nederland, werd er langzaam gewerkt aan het verbeteren van de ongunstige factoren, waardoor de otter uitgestorven was. Helaas bleek dit niet genoeg te zijn voor een natuurlijke terugkeer van de otter. Er werd daarom besloten om de otter terug te laten keren middels herintroductie.

Vanaf 2002 werden er in totaal 31 otters uitgezet in zuidoost Friesland en noordwest Overijssel. De otters werden gehaald in Oost-Europa en uit diverse dierparken. De eerste otters werden vrijgelaten in Nationaal Park De Weerribben-Wieden. Dit gebied leek het meest geschikt omdat het het grootste aaneengesloten laagveenmoeras van Noordwest-Europa is.

Nationaal Park De Weerribben-Wieben
Het Nationaal Park De Weerribben werd gezien als een geschikt gebied voor de herintroductie van de otter

De resultaten

Het is nu ruim 20 jaar geleden dat de eerste otters in het Nationaal Park de Weerribben werden geherintroduceerd. Maar heeft dit ook nog wat opgeleverd? Zijn er nog steeds otters in Nederland te vinden, en hebben ze zich weten voort te planten? De belangrijkste resultaten zullen we hier bespreken.

Monitoring

Het werk begon pas, nadat de eerste otters waren uitgezet. Zouden de getroffen maatregelen voldoende zijn geweest om het de otter weer naar de zin te maken? Dit vraagstuk werd beantwoord door de monitoring van de uitgezette otters. Alle otters werden voorzien van een zender, waarmee ze nauwkeurig gevolgd konden worden. Naast het voorzien van een zender, werd van iedere otter een bloedmonster genomen. Hiermee kon een ‘bloedpaspoort’ opgesteld worden van ieder otter. Dit was noodzakelijk omdat de batterij van de zenders maar een jaar mee gingen, waarna de zender dus nutteloos werd.

Doordat van iedere otter een bloedpaspoort werd gemaakt, kon er met behulp van DNA uit sprains (otter uitwerpselen) nog steeds een goed inzicht verkregen worden in de verspreiding van ieder individu. Deze methode ging zelfs zo ver, dat wanneer er DNA werd gevonden van een nakomeling, er nagegaan kon worden wie de ouders waren. Dit zorgde ervoor dat er over meerdere jaren onderzoek gedaan kon worden naar de verspreiding van de otter. Helaas was er maar een beperkt budget beschikbaar voor het onderzoek, waardoor er momenteel alleen nog maar onderzoek gedaan kan worden door het binnenbrengen van dode dieren. Het melden van verkeersslachtoffers en andere dode dieren kan gemakkelijk via DWHC.

De otter
Bij de herintroductie werd van ieder exemplaar een bloedpaspoort gemaakt, om de verspreiding te kunnen monitoren

Verspreiding

Nadat er vanaf 2002 31 otters werden geïntroduceerd, waren er in 2008 voor het eerst meer otters aanwezig in het uitzetgebied dan er werden uitgezet. In 2010 schatte men de populatie op 50 exemplaren. Er bleek dat twee dominante mannetjes de andere mannetjes hadden verjaagd uit het kerngebied, wat er tot inteelt zou kunnen leiden. Er werd daarom geadviseerd om vrouwtjes uit te zetten in de omliggende gebieden. Dit zou ertoe kunnen leiden dat mannetjes zouden volgen.

In 2014 werd de populatie otters in Nederland geschat op 100 exemplaren. De laatste jaren lijkt het nog harder te gaan, in 2020 werd het aantal geschat op 450 individuen. De otters lijken zich te hebben gevestigd in drie leefgebieden. Deze verspreiden zich van midden Friesland tot westelijk Groningen, en van zuidwestelijk Drenthe tot aan oost Flevoland.


Lees ook: herten in Nederland


De waarde van herintroductie

De herintroductie van de otter zorgt voor meer balans in de natuurgebieden. De komst van een roofdier in een ecoysteem kan er voor zorgen dat het ecosysteem minder last heeft van plagen. De otter heeft in de Nederlandse rivieren ervoor gezorgd dat zelfs een aantal exoten het weer wat lastiger krijgen, nadat ze jaren voor problemen hebben gezorgd (dit wil overigens nog niet zeggen dat deze problemen zijn opgelost).

Zoals gezegd eten otters naast vis ook andere (onderwater-)dieren, zoals woelratten, amfibieën (zoals kikkers en padden) en rivierkreeften. En laat onze binnenlandse rivieren nou net overspoeld worden met exotische rivierkreeften. Deze rivierkreeften zorgen ervoor dat de waterkwaliteit van onze rivieren er op achter uit gaan doordat ze in hoog tempo waterplanten eten. Daarnaast zorgen ze er met hun gedrag voor dat het slib opstuift, waardoor het water troebeler wordt en er minder plantengroei is. Dit heeft als gevolg dat er minder biodiversiteit te vinden is in de rivieren. Door het toevoegen van een roofdier aan het ecosysteem, kan er voor gezorgd worden dat de populatie rivierkreeften krimpt, en de biodiversiteit weer toeneemt.

Ecotoerisme

Naast het bestrijden van exoten, kan de otter nog een andere toegevoegde waarde met zich mee brengen. Otters zijn namelijk erg aantrekkelijke dieren, waarvan iedereen een glimlach krijgt als hij ze ziet. Met hun uiterlijk en gedrag zorgen ze ervoor dat mensen natuur meer waarderen. Ze kunnen dus een belangrijke factor worden in het ecotoerisme in Nederland. De otter is een leuke toevoeging op de andere zoogdieren in Nederland. Daarnaast is zijn grote thuishaven het Nationaal Park de Weerribben-Wieden. De aanwezigheid van de otter in dit gebied zorgt voor meer toerisme in dit toch al bekende gebied, wat de lokale economie ten goede komt.

Otter juvenielen
Otters kunnen met hun uiterlijk en gedrag een positieve bijdrage leveren aan het ecotoerisme in Nederland

Conclusie

Er kan geconcludeerd worden dat het goed gaat met de otter. Dit komt voornamelijk door de verbeterde waterkwaliteit, wat geleid heeft tot schoon water en relatief veel vis in onze wateren. Barrières zoals drukke wegen zorgen echter wel nog voor een grote uitval. Daarnaast is er sprake van een genetische verarming in de populatie. Dit komt door het territoriale gedrag van de dieren, in combinatie met de beperkte migratiebarrières. Constante monitoring en het verbinden van natuurgebieden blijven dus essentieel voor het voortbestaan van de otter in Nederland. Voor meer informatie verwijzen we je door naar Wageningen University & Research.

Mochten er meer verbindingen komen tussen natuurgebieden, waardoor het aantal verkeersslachtoffers zou verminderen, dan zou het zomaar kunnen dat de otter zich verder gaat verspreiden door Nederland. Gelderland en Limburg lijken dan logische verspreidingsgebieden.


Lees ook: marters in Nederland


Veelgestelde vragen

Hoe gaat het met de otter in Nederland?

Na de herintroductie van de otter in 2002 zijn de aantallen gestaag toegenomen. In ruim 20 jaar tijd zijn de aantallen gestegen van 31 exemplaren naar ongeveer 450. Het aantal verkeersslachtoffers blijft echter hoog.

Waar leeft de otter in Nederland?

Het kerngebied van het leefgebied van de otter is Nationaal Park de Weerribben-Wieden. Het verspreidingsgebied strekt zich uit over Friesland, Groningen, Drenthe, Overijssel en Flevoland.

Wat moet je doen als je een dode otter vindt?

Als je een dode otter vindt, kun je dit het beste melden via DWHC. Hiermee help je mee aan het onderzoek naar het verspreidingsgebied en het verbeteren van het leefgebied van de otters in Nederland.

Wat is een symbiose?

Koereiger (Saxifraga - Luuk Vermeer)

Net zoals we als mensen onderling samenleven en daar baat bij hebben, gebeurt dit ook in de ‘echte’ natuur. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken van soorten die op het eerste oog niets met elkaar te maken hebben, maar toch met elkaar samenleven en hiervan profiteren. Het gaat zelfs zo ver dat sommige soorten hiervan afhankelijk zijn en zouden sterven als deze bijzondere samenwerking er niet zou zijn. Deze samenwerking noemen we een symbiose. In deze blog leggen we het begrip ‘symbiose’ verder uit, kijken we welke soorten symbiose er zijn, noemen we voorbeelden en zoeken we uit of we in Nederland ook dergelijke samenwerkingen kunnen vinden.  

Symbiose is het langdurige samenleven van individuen van verschillende soorten waarbij er een biologische interactie plaats vindt. We kennen zes verschillende vormen van symbiose; mutualisme, commensalisme, parasitisme, neutralisme, amensalisme en concurrentie.

Groot dooiermos
Korstmossen zijn een goed voorbeeld van symbiose. Dit is het resultaat van een samenwerking tussen een schimmel en een groenwier. Hier is het prachtige groot dooiermos te zien

Wat is een symbiose?

Symbiose is dus een heel breed begrip. De individuele soorten bij een symbiose noemen we symbionten. Symbiosen zijn terug te vinden in alle vormen van natuur en over de hele wereld. Er zijn voorbeelden van symbiosen te noemen tussen grote, goed ontwikkelde dieren zoals zoogdieren, maar ook op cellulair niveau zijn symbiosen te ontdekken (endosymbiose). Daarnaast kun je een symbiose waarnemen op de bodem van de oceaan, maar ook in de Hollandse polders en weilanden.

Er zijn diverse vormen van symbiosen. Deze worden hoofdzakelijk onderverdeeld op basis van het voordeel (of nadeel) wat beide soorten ervan hebben. Grofweg worden symbiosen onderverdeeld in zes verschillende vormen;

  • Mutualisme; 
  • Commensalisme;  
  • Parasitisme;
  • Neutralisme;
  • Amensalisme;
  • Concurrentie.
Symbiose diagram
De zes vormen van symbiose (De natuur van hier)

Daarnaast zijn er nog een paar losse verschijnselen, die nog niet volledig als een aparte vorm van symbiose worden gedefinieerd. Predatie wordt niet gezien als een vorm van symbiose. De voornaamste reden hiervoor is dat, om van een symbiose te spreken, beide soorten in leven moeten zijn. Bij predatie is dit in de eindfase niet meer het geval.

Blauwe reiger jacht
Predatie wordt niet gezien als een vorm van symbiose

Mutualisme

Een mutualisme is een symbiose waarbij beide soorten baat hebben bij de onderlinge interactie. De symbiose kan zelfs noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van één of beide soorten. Een voorbeeld van een mutualisme vinden we bij de Acacia collinsii en enkele mierensoorten. De boom en de mieren komen voor in Midden-Amerika, en sommige delen van Afrika. De Acacia heeft holle stekels, waarin de mieren bescherming vinden. Daarnaast geeft de boom een zoetachtige stof af, waar de mieren zich dankbaar mee voeden. In ruil bieden de mieren de bomen bescherming. De mier bijt grazers in hun tong wanneer deze van de Acacia proberen te eten en valt andere insecten aan om ze te weren van de boom.


Lees ook: wat zijn ecosysteemdiensten?


Het is niet altijd wat het lijkt

Uit recent onderzoek blijkt dat de mutualistische symbiose tussen grote grazers (onder andere buffels en neushoorns), en ossenpikkers in Afrika toch niet zo voordelig voor beide soorten blijkt als in eerste instantie gedacht werd. Ossenpikkers eten weliswaar de teken en horzellarven uit de vacht van de grazer, maar ze blijken ook diepe wonden te maken om er bloed uit te kunnen drinken. Daarnaast eten ze voornamelijk de teken die vol met bloed zitten waardoor het positieve effect minimaal is. In dit geval is er dus geen sprak van mutualisme, wat wel altijd gedacht werd.

Buffel symbiose
Is de symbiose tussen de buffel en de ossenpikkers wel echt voordelig voor beide soorten?

Commensalisme

Er is sprake van commensalisme als één soort voordeel heeft bij de interactie, maar daarbij de andere soort niet schaad. Bij een dergelijke relatie is het vaak zo dat de gastheer een stuk groter is dan de soort die voordeel heeft bij de relatie. Een goed voorbeeld is de relatie tussen een garnaal (Periclimenes imperator) en zeekomkommers en/of zeesterren. De garnaal klimt op de zeekomkommers en -sterren en gebruikt ze als transport over de bodem van de zee heen. De garnaal kan hierdoor in een groter gebied naar voedsel zoeken zonder dat het hem extra energie kost.


Lees ook: wat zijn invasieve exoten?


Parasitisme

Parasitisme is een vorm van symbiose waarbij de ene soort, de parasiet, leeft op, of in de andere soort (gastheer). Hierbij beïnvloed de parasiet het leven van de gastheer op een nadelige manier. De parasiet voedt zich met de gastheer, of voedt zich met het voedsel van de gastheer (wanneer het een parasiet in de darmen betreft).

Voor een voorbeeld van parasitisme kunnen we bij onze eigen soort blijven. Alleen zijn wij dan de gastheer en is een lintworm de parasiet. Lintwormen kunnen ons lichaam binnen komen wanneer we de eitjes doorslikken. De kans dat dit gebeurd is het grootste bij het eten van rauw vlees. Dit wordt in een land als Nederland gelukkig vaak voorkomen door de hygiëne-eisen in slachthuizen.

Neutralisme

Er is sprake van neutralisme wanneer er een biologische interactie is tussen twee soorten waarbij er geen sprake is van voordeel of nadeel voor een van de soorten. Dit is het geval bij epifytisme bij planten. Epifyt is vertaald vanuit het Grieks op-plant. Het gaat dus om organismen die op planten leven. In dit geval planten die op andere planten leven. Mossen, korstmossen en bromelia’s zijn voorbeelden van epifyten.

Mos bomen symbiose
Epifyten, zoals mossen, leven op andere planten en hebben daarmee een biologische interactie

Amensalisme

Amensalisme wil zeggen dat één van de twee soorten de andere soort benadeelt, zonder dat de soort daar zelf voordeel bij heeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij de notenboom (Juglans regia). De notenboom geeft een stof af via de wortels, juglon, wat ervoor zorgt dat kruidachtige planten in de wortelzone worden onderdrukt.

Concurrentie

De laatste vorm kennen we allemaal wel, concurrentie. Er is sprake van concurrentie wanneer er een biologische interactie is tussen twee soorten, waarbij de fitheid van de ene soort onderdrukt wordt door de andere. Over het algemeen is er bij concurrentie sprake van een verliessituatie voor beide soorten.

Een voorbeeld van concurrentie vinden we bij zeesponzen en koraal. Ze concurreren om voedsel. Als de zeespons al het voedsel zou hebben, zou dat in eerste instantie een voordeel lijken voor de soort. Maar als de zeespons al het voedsel heeft, sterft het koraal, waarmee het koraalrif verdwijnt en de zeespons ook niet zou kunnen overleven.


Lees ook: waarom houden dieren een winterslaap?


Andere vormen

Naast bovengenoemde soorten zijn er nog een paar andere vormen van symbiose. Een daarvan is mimicry. Mimicry betekent letterlijk nabootsing. De ene soort doet dus de andere soort na. Er zijn verschillende vormen van mimicry, maar dit is iets te uitgebreid om in deze blog uit te leggen. Houd de site in de gaten, hier zal binnenkort een aparte blog over verschijnen.

Zweevlieg
De geel/zwarte kleur bij zweefvliegen is een voorbeeld van mimicry in de natuur. Zweefvliegen imiteren hiermee wespen om roofdieren af te schrikken

Dan is er nog de verzorgende symbiose, zoals we eerder hebben besproken tussen de grote zoogdieren en de ossenpikkers. Dit komt bijvoorbeeld ook voor bij vogels en krokodillen en zuigvissen en haaien of shildpadden. De reden dat we dit als een aparte vorm benoemen is omdat er al decennia lang discussie is tussen wetenschappers over de voordelen hiervan. Hebben beide soorten voordeel (mutualisme)? Heeft allen de verzorgende soort voordeel (commensalisme)? Schaadt de verzorgende soort de gastheer ook (parasitisme)? Omdat wetenschappers het er nog niet over eens zijn wordt het dus soms als een aparte vorm gezien.

Voorbeelden van symbiose in Nederland

Symbiosen komen overal ter wereld voor, ook in Nederland. Een van de voorbeelden zagen we aan het begin van de blog al; korstmossen. Korstmossen zijn een mutualistische symbiose tussen schimmels en groenwieren. Vaak kunnen de twee niet zonder zonder elkaar overleven. Het groenwier zorgt door middel van fotosynthese voor suikerverbindingen, waarmee de schimmel zich voedt. De schimmel zorgt op zijn beurt voor het vasthouden van water, wat de alg gebruikt voor fotosynthese, en zuren, wat het opnemen van mineralen vergemakkelijkt.

Een ander voorbeeld vinden we in de Hollandse weilanden, tussen de koeien. Want als je gelukt hebt, zie je soms een kleine, gedrongen reiger tussen de koeien lopen. Dit is de relatief zeldzame koereiger. De koereigers worden vaak bij koeien waargenomen omdat ze een symbiotische relatie hebben. Doordat de koeien al grazend door de weilanden lopen, drijven ze insecten en andere kleine dieren uit hun schuilplaatsen. De koereiger weet dit, en door simpel de koeien te volgen hoeft deze alleen rustig te wachten totdat de insecten uit de schuilplaatsen komen. Zo weet de koereiger een makkelijke prooi te vinden zonder veel energie te verspillen.

Koereiger (Saxifraga - Henk Sierdsema)
De koereiger vinden we vaak in de buurt van koeien, waar hij gemakkelijk voedsel kan vinden

Symbiose voor menselijk gebruik

In de loop der jaren zijn we steeds meer te weten gekomen over symbiose en zijn we er ook voordeel uit gaan halen. Sommige vormen van symbiose passen we namelijk toe in bijvoorbeeld de landbouw en er is zelfs een symbiose waar we zelf onderdeel van zijn. We bespreken hier enkele voorbeelden van symbiose, waarbij we als mens voordeel bij hebben.

Landbouw

In de landbouw wordt op veel verschillende manieren symbiose toegepast. We bespreken hier enkele voorbeelden.

Stikstof

Het bekendste voorbeeld van symbiose in de landbouw is waarschijnlijk wel de symbiose tussen vlinderbloemigen en de Rhizobium bacteriën. De planten kunnen groeien in stikstofarme gronden, doordat ze een samenwerking met de bacteriën aangaan. De bacteriën vormen een soort witte knolletjes bij de wortel van de plant. Daar vindt de uitwisseling van stoffen plaats. De bacteriën voorzien de plant van voldoende stikstof, in ruil daarvoor krijgen de bacteriën voeding (in de vorm van suiker) van de plant. Er is dus sprake van een mutualistische symbiose.

In de landbouw worden stikstofarme gronden aangeplant met lupine of klaversoorten (vlinderbloemigen) om zo het stikstof gehalte omhoog te krijgen. Onderzoekers zijn de effecten verder aan het onderzoeken om in de toekomst het gebruik van kunstmest te kunnen verminderen. Stikstof is namelijk een van de meest gebruikte kunstmeststoffen in de landbouw.

Fosfaat

Bovenstaande is niet alleen toepasbaar bij de vorming van stikstof, maar ook bij de vorming van fosfaat. Alleen gaan planten hier geen symbiose aan met bacteriën, maar met schimmels. De schimmels leven, net als de Rhizobium bacteriën bij de wortels van de plant en wisselen hier ook stoffen uit. Bijna alle planten hebben zo een samenwerking met deze schimmels. Deze samenwerking vindt plaats door een verbinding (netwerk) wat we mycorrhiza noemen. De schimmels zorgen voor extra mineralen (voornamelijk fosfaat) voor de planten, en krijgen in ruil daarvoor suikers terug. Dit is ook toepasbaar in de landbouw. Wederom met als resultaat dat er minder (vervuilend) kunstmest geproduceerd en gebruikt hoeft te worden.

Eekhoorntjesbrood
Eekhoorntjesbrood is een van die schimmel soorten die mycorrhiza’s vormt met bomen

Een ander voordeel van deze symbiose is maar weinig bekend. Er wordt geschat dat er wereldwijd zo’n vijf miljard ton koolstofdioxide wordt opgeslagen in deze mycorrhiza-netwerken. Een belangrijke ecosysteemdienst dus, in het tegengaan van klimaatopwarming.


Lees ook: waarom kwaken kikkers?


Het menselijk lichaam

De laatste vorm van symbiose is een die essentieel is voor ons eigen voortbestaan. Wij als mens zijn namelijk ook onderdeel van een symbiose. We hebben het hier over darmflora. In ons (en van vele andere meercellige dieren) maag-darmkanaal bevinden zich heel veel verschillende soorten bacteriën, die zorgen voor een biologische afbraak van stoffen die niet door het systeem afgebroken kunnen worden. Er is hier spraken van een mutualistische symbiose: de bacteriën voeden zich met onze afvalstoffen en helpen ons daarmee af van de afvalstoffen waar we zelf niet voor kunnen zorgen. Waar zouden we toch zijn zonder de ingenieuze oplossingen van de natuur?

Een bevlogen jaar – Boekenreview

Boeken

In de eerste boekenreview bespreken we het boek ‘Een bevlogen jaar’ van Arjan Dwarshuis. Het boek vertelt het verhaal van een Nederlandse vogelaar die een poging gaat doen het wereldrecord vogels kijken in één jaar te verbreken. Het record stond op dat moment op naam van een Amerikaanse vogelaar. Deze wist in ’n jaar tijd maar liefst 6042 soorten waar te nemen.

Een bevlogen jaar - Arjan Dwarshuis

Een bevlogen jaar – Arjan Dwarshuis

Arjan Dwarshuis is al zijn hele leven vogelaar. Hij is vogelgids en daarom de perfecte persoon om een boek te schrijven over de zoektocht naar zoveel mogelijk vogels. Naast het feit dat Dwarshuis vogelgids is, schrijft hij ook columns voor natuurtijdschriften en heeft hij een eigen podcast over vogels. Met zijn eerste boek ‘Een bevlogen jaar’ beleefde Dwarshuis zijn doorbraak bij het grotere publiek.

Het boek is gepubliceerd in mei 2019 en het telt 384 bladzijdes. Naast het boek is er ook een documentaire gemaakt over Arjan’s avontuur; Arjan’s Big Year. Het boek is hier (via bol.com) te bestellen als paperback, of als e-book.

Samenvatting

De zoektocht van Arjan begint op 1 januari 2016 in de ochtend rond de klok van 06:00 uur in Scheveningen. De eerste soort die hij op zijn lijst mag schrijven is de merel. Vanaf dat moment zal Arjan zich een jaar lang alleen maar bezig houden met de vogels in zijn omgeving. Hij zal een jaar lang continu onderweg zijn naar de volgende plek op deze aarde om nieuwe soorten aan zijn lijst toe te voegen. Om er alles aan te doen om aan het einde van het jaar meer dan 6042 soorten vogels te kunnen noteren.


Lees ook: 10 bijzondere trekvogels


De reis

Op 1 januari stapt Arjan in het vliegtuig om pas weer in april voor het eerst terug te keren naar Nederland. Tegen die tijd moet hij 10 landen bezocht hebben en al een aardig lijstje bij elkaar waargenomen hebben. Over zijn totale reis zal Arjan meer dan 40 landen bezoeken, verdeeld over vijf verschillende continenten. Zijn reis voert hem naar de verste uithoeken in de wereld. Papoea-Nieuw-Guinea, Nieuw-Zeeland, Madagaskar, Ecuador, Costa Rica en Ghana zijn een kleine greep uit de bijzondere locaties die Arjan bezoekt.

In Papoea-Nieuw-Guinea zag Dwarshuis de sierlijke kroonduiven
In Papoea-Nieuw-Guinea zag Dwarshuis de sierlijke kroonduiven

Vogels

De bijzondere plekken zijn natuurlijk mooi, maar in dit boek draait het in principe maar om één ding: vogels. Arjan zou deze plekken niet bezocht hebben als er geen bijzondere vogels te vinden waren. En de bijzondere vogels die hij beschrijft in zijn boek zijn er te veel om op te noemen. Van de sierlijke Sclaters kroonduif in Papoea-Nieuw-Guinea, tot de witkuiftok (een neushoornvogel) in het Afrikaanse Ghana.

Op Madagaskar zag hij de endemische zangvogel sikkelvanga, een vogel met een sikkelvormige snavel. In Suriname zag hij de imposante harpij-arend en op de Filipijnen had hij een ontmoeting met de misschien nog wel indrukwekkendere apenarend. De bizarste vogel die hij gezien heeft, wat mij betreft, zag hij in Uganda. Hier zag hij de schoenbekooievaar. Deze prehistorisch-uitziende ooievaar kan tot 140 centimeter groot worden, heeft een grijs verenkleed en een grote, imposante bek die met geen andere vogel te vergelijken is.

Schoenbekooievaar
In Uganda trof Arjan de bizarre schoenbekooievaar

Lees ook: arenden in Nederland


Het reisgezelschap

Arjan heeft de volledig reis als enige gemaakt, maar is op vele stukken tijdens zijn reis vergezeld door anderen. Toen hij op 1 januari vanuit Nederland vertrok om aan zijn eerste deel naar Azië en Nieuw-Guinea te beginnen, werd hij vergezeld door een goede vogelvriend. Deze zou de eerste 2,5 maand samen met hem reizen. Hierna heeft hij gedeeltes van zijn reis alleen afgewerkt, maar ook werd hij delen vergezeld door zijn ouders, vriendin, of andere vogelvrienden. Een bijzondere gast die met hem door Suriname is getrokken is Humberto Tan. De presentator is zelf ook een fervent vogelaar (door Arjan) en bevriend met Arjan geraakt nadat ze samen een ochtend zijn gaan vogelen. Daar werd beklonken dat Humberto met Arjan mee zou reizen door de jungle van Suriname.

Zijn enthousiasme, zijn liefde voor vogels en zijn kennis zijn spectaculair. Wat een geniale vogelman! – Humberto Tan

Hoatzin
De hoatzin, een van die opmerkelijke vogelsoorten die Arjan zag op zijn reis

Conclusie

Het boek is voor de vogelaars, natuurliefhebbers en reisjunkies onder ons een absolute must-read. Er hangt een bepaalde sfeer die je aan het begin van het boek pakt en je zo mee sleurt in een reis rond de wereld. Je maakt kennis met vogels waarvan je nog nooit had gehoord. Je komt op plekken waarvan je niet wist dat ze bestonden.

Het is een meeslepend boek met een serieuze ondertoon. Want hoewel Arjans enthousiasme over de vogels duidelijk te lezen is, geeft hij ook regelmatig aan dat een groot deel van deze soorten en hun leefgebied ernstig worden bedreigd. Om preciezer te zijn; één op de zeven vogelsoorten over de hele wereld wordt bedreigd. Met dit boek en lezingen over zijn wereldreis wil Arjan bewustzijn creëren en geld inzamelen voor de bescherming van vogelsoorten wereldwijd. Met deze boodschap in het achterhoofd wordt het belang van dit boek nog maar eens onderstreept.

Het is al met al een prettig en toegankelijk boek om te lezen, wat je niet snel aan de kant legt. Het boek is hier te bestellen bij bol.com

Verder lezen

Nog niet uitgelezen? Lees dan hier onze review over het boek Uilen van het eeuwige ijs, geschreven door wildlife bioloog Jonathan Slagt. Hierin neemt hij je mee naar het onherbergzame Syberië, op zoek naar de grootste uil ter wereld.

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!