Dierensporen herkennen

Dierensporen in de sneeuw

Door het hele jaar heen kun je overal dierensporen tegenkomen. In de winter vallen bepaalde sporen extra goed op, zoals voetsporen in de sneeuw. Naast voetsporen zijn er vele andere sporen van dieren te vinden, waar je uit kunt afleiden wat ze bijvoorbeeld hebben gegeten of waar een territoriumgrens loopt. Hieronder lichten we dierensporen uit en geven we je tips waar je op kunt letten bij je zoektocht naar sporen en de eigenaar ervan.

Niet alleen in sneeuw, maar ook op andere vochtige of natte ondergronden kun je vaak duidelijke voetsporen terugvinden. Let er ook maar eens op bij grote waterplassen en rondom poelen met modderige randen
Niet alleen in sneeuw, maar ook op andere vochtige of natte ondergronden kun je vaak duidelijke voetsporen terugvinden. Let er ook maar eens op bij grote waterplassen en rondom poelen met modderige oevers

Inhoudsopgave

Alle dieren laten sporen achter, maar het ene spoor zal meer zichtbaar zijn dan het andere. Van sommige dieren zijn de sporen makkelijker te vinden dan van andere dieren. Denk maar eens aan een omgeknaagde boom: overduidelijk dat hier een bever aan het werk is geweest. Daarnaast spelen ook de weersomstandigheden mee. Als het een tijd heeft geregend en de grond is drassig geworden, zul je sneller voetsporen zien dan in drogere periodes. Wanneer je weet waar je op moet letten, zul je steeds meer sporen ontdekken. Hieronder volgt een overzicht van verschillende soorten dierensporen.

Voetspoor lynx in Slovenië (De natuur van hier)

Voetafdrukken

Het verschilt erg per ondergrond of je überhaupt sporen kunt vinden. Wanneer het drassig is of er ligt sneeuw of nat zand, zul je sporen kunnen vinden van zoogdieren als vos, ree en das en allerlei soorten en maten vogelpootjes (met en zonder zwemvliezen). Maar ook dieren zonder voeten laten sporen achter. Een slangenspoor zul je al vrij snel herkennen in het zand.

Niet alleen de afdrukken (prenten) vertellen ons iets over het dier, maar ook de manier waarop de poten zijn neergezet. Kun je uit het spoor afleiden of het dier rustig liep of misschien opgejaagd werd? Is de pas kalm of zie je de haast die het dier had?

Voetspoor lynx in Slovenië (De natuur van hier)

Soorten voetafdrukken

Met alle soorten dieren zijn er ook net zoveel soorten voetafdrukken te vinden. We kunnen onderscheid maken in voetafdrukken van dieren met tenen (teengangers) en dieren met zolen (zoolgangers). Dieren met zolen zijn bijvoorbeeld vos, das, haas en konijn. In het spoor zie je het midden van de zool met daaromheen de afdrukken van de tenen. De mens is ook een zoolganger. Teengangers kunnen we nog verder onderverdelen in teentopgangers en teengangers. Teentopgangers zijn dieren waarvan je alleen de afdruk van de derde en vierde teen ziet, zoals bij zwijnen, herten en runderen. Teengangers, zoals de wolf en de vos, zijn vaak sneller dan zoolgangers en daardoor zie je enkel vier tenen in de afdruk.

Er zijn natuurlijk ook dierensporen die op elkaar lijken, zoals de hond en wolf of van de haas en konijn. Hierbij is het belangrijk dat je dan let op de pas van het dier. Zo kun je het verschil tussen hond en wolf ontdekken. De grootte van de sporen telt ook mee. Voetafdrukken van de haas zullen iets groter zijn dan de sporen van een konijn.


Lees ook: 10 tips voor meer vogels in je tuin


Uitwerpselen

Naast de voetafdrukken zijn uitwerpselen ook duidelijke sporen die dieren achterlaten. Dieren hebben elk hun eigen manier in het achterlaten van uitwerpselen. Vaak tekent het een territorium van een dier af. Zo laat de wolf vaak uitwerpselen op paden achter, goed zichtbaar en ruikbaar voor andere dieren.

Uitwerpselen van een wolf (Saxifraga-Jan van der Straaten)

Uitwerpselen van een wolf (Saxifraga-Jan van der Straaten)

Inhoud en vorm

De inhoud van de uitwerpselen vertellen vervolgens nog wat meer. Vaak kun je nog wel zien wat het dier gegeten heeft: bessen, zaden, grassen of juist een ander dier. Dan zul je botjes of veren, stukjes haren en vacht tegenkomen. Zo weet je gelijk of je met een carnivoor (vleeseter), herbivoor (planteneter) of omnivoor (alleseter) te maken hebt.

De vorm is ook van belang. De uitwerpselen van roofdieren als vos, wolf en marters hebben vaak een gedraaid puntje aan het uiteinde van de keutel. De ronde konijnen keuteltjes kennen de meeste mensen wel. Andere dieren, zoals de das, hebben soms een grote brij uitwerpselen, zonder enige vorm. Dassen maken kuiltjes om de uitwerpselen naderhand te kunnen bedekken, dit zijn zogenaamde dassenputjes. Maar laat je niet voor de gek houden, want de vorm en inhoud van uitwerpselen kunnen per periode in het jaar verschillen. Dit is afhankelijk van het voedselaanbod.

Duidelijke vraatsporen van de bever. Nog vrij vers, aan de lichte kleur van het aangetaste hout te zien (De natuur van hier)

Vraatsporen

Een duidelijk voorbeeld van vraatsporen zijn de sporen van de bever. Langs de randen van beken en rivieren kun je ze tegenkomen: allerlei (deels) omgeknaagde bomen, van groot tot klein en van jong tot oud. De bever heeft ze nodig voor het bouwen van dammen en burchten. Vaak zie je op de grond de houtsnippers nog liggen. Ook kun je vaak duidelijke wissels zien, de plekken waar de bever uit en in het water gaat, en de paden die hij gebruikt.

Andere vraatsporen

De sporen van de bever vallen over het algemeen goed op. Er zijn meer dieren die knagen en knabbelen aan bomen, maar die sporen vallen vaak wat minder op. Reeën zijn bijvoorbeeld dol op jonge, verse twijgjes van bomen. Je kunt het herkennen aan afgeknapte takken, beschadigde struiken enzovoorts. Ook boomschors staat op het menu.

Zwijnen laten ook vraatsporen na, maar deze moet je op de grond zoeken. Zij woelen vaak de grond om, op zoek naar onder andere eikels en bodemdiertjes. Kleinere dieren als vogels of eekhoorns eten graag dennenappels. Je kunt dennenappels tegenkomen die deels opgegeten zijn. Leeggegeten slakkenhuisjes duiden op de aanwezigheid van bijvoorbeeld de lijster.

Vossen krijgen hun jongen in holen. Deze holen kunnen zich bevinden onder boomwortels, maar ook in dassenburchten
Vossen krijgen hun jongen in holen. Deze holen kunnen zich bevinden onder boomwortels, maar ook in dassenburchten

Nog meer dierensporen

De meest opvallende of duidelijke dierensporen hebben we hierboven benoemd. Er zijn nog veel meer dierensporen te ontdekken. Zo kun je in de zomer schuurplekken tegenkomen: bomen waar herten met hun gewei tegenaan schuren om jeuk van de huid (basthuid) te verlichten. Of ligplekken in het gras waar bijvoorbeeld een ree heeft liggen rusten. Zo lang je genoeg om je heen kijkt en weet je waar je een beetje op moet letten, zul je vele sporen ontdekken. Zwijnen schuren zich ook graag tegen bomen aan. Eerst rollen ze in de modder, waarna ze zich tegen bomen schuren. Dit om parasieten tegen te gaan.

Prooiresten kun je ook tegenkomen. Denk maar eens aan een hoopje veren, de restanten van een kaalgeplukte prooi door een roofvogel. Of de braakballen van een uil, vol met kleine botjes, veertjes of vacht en andere onverteerbare stukjes. Je kunt ze uitpluizen (met pincet) om zo te bekijken wat er in de maag van de uil heeft gezeten.


Lees ook: vogelgeluiden leren herkennen


Verder kun je nog letten op:

  • Wildspoor/wissels: dieren gebruiken vaak dezelfde paadjes om zich te verplaatsen of om ergens te kunnen drinken. Je ziet dit terug in het landschap: smalle paadjes door struikgewas verraden vaak dat het pad gebruikt wordt door wild.
  • Holen: wanneer je ergens een hol ziet, kun je (op afstand!) observeren of het in gebruik is of niet. Let hierbij op graafsporen, voetsporen en restjes nestmateriaal. Kijk nooit in het hol, gebruik geen zaklamp en wees zo stil mogelijk.
  • Nesten: vooral in de winter kun je goed zien waar de vogels eerder in het jaar een nestje hebben gemaakt. Sommige soorten komen weer terug op het oude nest, zoals kraaiachtigen en zwaluwen. Wanneer de bomen, struiken en heggen in blad staan, wordt het lastiger om nesten te zien. Tijdens het broedseizoen kun je vogels op en af zien vliegen en valt (de aanwezigheid van) het nestje hierdoor beter op.

Kortom: waar moet je op letten?

VoetafdrukkenUitwerpselenVraatsporenAndere dierensporen
Zoolganger of teengangerVorm: groot, klein, rond, lang, uiteindeVersheid van geknaagd hout (lichte houtkleur)Wildspoor/wildwissels
Grootte van de pootafdrukInhoud: vleeseter of planteneterGeschilde bomenHolen
Afstand tussen de pootafdrukeknKleur (bijv. van bessen)Nesten
Hier is het loopspoor van het dier goed te zien, in dit geval van een wolf (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Hier is het loopspoor van het dier goed te zien, in dit geval van een wolf (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Lees ook: waarom houden dieren een winterslaap?


Aan de slag!

Dierensporen kun je dus overal vinden en tegenkomen. Hoe meer je erop let, hoe meer je zal opvallen. Daardoor zul je dierensporen steeds sneller herkennen. Het kan handig zijn om een dierensporenboekje te gebruiken, zodat je gelijk kunt opzoeken en vergelijken. Er zijn ook apps en zoekkaarten te vinden die je kunnen helpen om de eigenaar van het spoor te bepalen. ObsIdentify is een handige app daarvoor, ook om planten en dieren te determineren.

Wanneer je foto’s maakt van het spoor, is het verstandig om te letten op:

  • Schaduw: blok de zon, want schaduw vertekent het beeld.
  • Grootte: leg een (pin)pas of liniaal naast het spoor. De rand van de pas of de 0 van de liniaal leg je gelijk met de bovenkant van het spoor.
  • Loopspoor: elk dier beweegt op zijn eigen manier.
  • Schedel: tanden vertellen bijna alles. Probeer deze dus op de foto te zetten, of de plekken waar ze hebben gezeten.

Wanneer je bovenstaande tips hebt gebruikt, kun je de foto uploaden op waarneming.nl. De foto kan nu beter beoordeeld worden en daarmee krijg je een beter idee van welk dier het spoor is.

Boekentip

Voor wie op pad wil met een dierensporenboekje, kunnen we onder andere ‘Dierensporen – levensgroot’ van Frank Hecker aanraden. Niet alleen beschrijft hij dierensporen in dit boek, maar er wordt ook dieper ingegaan op de dieren zelf. De levenswijze, manier van bewegen, voortplanting en nog veel meer.

Het is een handig formaat boek en ideaal om mee te nemen op pad, zowel voor jong als oud.

Het boek telt 112 bladzijdes en is prachtig geïllustreerd. Een aanrader! Het boek is hier (bol.com) te bestellen.


Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Bijen, wespen, hommels en hoornaars: de verschillen in één overzicht

Bijen

In Nederland komen vele soorten vliesvleugeligen voor. Deze zijn beter bekend onder de noemer bijen, wespen, hommels en hoornaars, maar verder horen ook onder andere de mieren tot deze orde. Maar wat zijn nou die kenmerken die de bijen, wespen, hommels en hoornaars van elkaar verschillen? In deze blog komen deze verschillen aan bod, zodat je de volgende keer weet wat er voorbij vliegt.

Inhoudsopgave

Taxonomie

Taxonomisch zijn bijen en hommels meer met elkaar verwant, en de wespen en hoornaars ook met elkaar. De soorten zijn allemaal met elkaar verbonden doordat ze allemaal behoren tot de onderorde Apocria. Het gemeenschappelijke van deze dieren is dat ze allemaal een wespentaille hebben. Dit houdt in dat het achterlijf in twee segmenten is verdeeld, wat bij de meest insecten niet het geval is. Binnen deze onderorde zijn een helebooel (super)families, waaronder de bijen en hommels en de wespachtigen.

Saksische wesp
Saksische wesp

Fysieke verschillen

Het best op te merken zijn de fysieke verschillen tussen de vier soortgroepen. Wespen zijn over het algemeen het kleinste, met een lichaamslengte van 9 tot 17 millimeter en een opvallen smalle taille. Ze zijn daarnaast kenmerkend geel en weinig behaard. Bekende soorten zijn de Duitse wesp en de gewone wesp. Verder zijn er bijvoorbeeld ook metselwespen en veldwespen.

Verschil bij, hommel, wesp, (Bron: wespennest Vlaanderen)hoornaar
Verschil bij, hommel, wesp, hoornaar (Bron: wespennest Vlaanderen)

Lees ook: wat is het verschil tussen een amfibie en een reptiel?


Hommels worden net zo groot als wespen (9 tot 17 millimeter), maar hebben een dikker achterlijf. Het lijf is daarnaast behaard en het lichaam is in afwisselende kleurenbanden getekend, wat roofdieren afschrikt. Bekende hommelsoorten in Nederland zijn de akkerhommel en aardhommel. Bijen zijn, net zoals hommels behaard, maar deze is bij hommels wel nadrukkelijker aanwezig. Bijen en hommels worden ongeveer even groot (11-18mm). De honingbij en de rosse metselbij zijn bekende soorten die we in Nederland vinden.

Tot slot komen er nog twee hoornaars voor in Nederland, die beduidend groter zijn dan de andere wespen en bijen. De Europese hoornaar is de grootste en wordt met zijn 25 tot 35 millimeter vaak wel twee keer zo groot als andere wespachtigen. De Aziatische hoornaar, een invasieve exoot, blijft iets kleiner met een lichaamslengte van 20 tot 30 millimeter, maar is nog steeds een imposante verschijning. Andere belangrijke fysieke verschillen tussen de twee zijn de kleur van het borsstuk (zwart bij de Aziatische en geel bij de Europese) en het uiteinde van de poten. Deze zijn geel bij de Aziatische en gewoon bruin, net zoals de rest van de poten, bij de Europese hoornaar.

Zweefvliegen

Daarnaast zijn er nog een aantal zweefvliegen dier erg op wespen, bijen of hommels kunnen lijken. Ze hebben vaak dezelfde kleurpatronen, zijn opvallend gekleurd en hebben soms ook eenzelfde beharing als bijen of hommels hebben. Zweefvliegen behoren echter tot de tweevleugeligen, maar lijken bewust op de wespen, bijen of hommels. Dit fenomeen heet mimicry en is bedoeld als afweermechanisme tegen predatoren. Bekende zweefvliegen zijn de kleine bijvlieg en de grote kommazweefvlieg.

Langlijfje (de Natuur van hier)
Langlijfje (de Natuur van hier)

Verschillen in leefwijze en gedrag

Naast de fysieke verschillen, zijn er ook verschillen op te merken in leefwijzen en gedrag, tussen bijen, wespen, hommels en hoornaars.

Bijen en hommels

Bijen zijn over het algemeen solitair levende dieren, maar er zijn ook soorten die in volken leven. Bij soorten die in volkeren leven, zoals de bekende honingbij, kennen we verschillende verschijningsvormen. Zo zijn er de moeren (de koninginnen), de werksters (vrouwtjes) en de darren (de mannetjes). Bijen (ook de larven) voeden zich met nectar en stuifmeel. Sommige bijen, zoals de honingbij, produceren veel honing. Bijen zijn daarnaast zeer belangrijk in de bestuiving van bloemen en vele voedselgewassen. Door het gebruik van pesticiden, de monoculturen in de landbouw en door mijten hebben bijen in Nederland het zwaar. Bijen kunnen steken, maar doen dit over het algemeen niet snel.

Hommels leven voornamelijk in kolonies, met één koningin. De kolonies bij hommels zijn over het algemeen een stuk kleiner dan die van bijen. Hommels eten nectar uit bloemen, waarbij ze hun lange tong gebruiken om bij de nectar te komen. Hommels produceren soms ook honing, maar in veel minder grote hoeveelheden dan bijen dit doen. Net zoals bijen zijn hommels belangrijke bestuivers. Ook met hommels gaat het niet zo goed in Nederland, door het gebruik van pesticiden, het verdwijnen van leefgebied en door de intensieve landbouw. Hommels kunnen ook steken, maar doen dit zelden.

Weidehommel; wespen; bijen; hoornaars
Hommels, zoals deze weidehommel, zijn niet agressief en zullen zelden steken

Lees ook: tips voor meer bijen en vlinders in je tuin


Wespen en hoornaars

Ook bij de wespen zijn de meeste soorten solitair levende dieren. Er zijn echter ook weer soorten die kolonies vormen. In deze kolonies kan alleen de koningin eieren leggen, de werksters zijn niet-reproductief. De werksters sterven aan het einde van het seizoen, de koningin zoekt dan een overwinteringsplek op.

Duitse wespen - bijen - hommels - hoornaars
Duitse wesp

Wespen zijn over het algemeen vleeseters en jagen veelal op andere insecten. Hiermee vertolken ze een belangrijke ecologische rol als roofdier (en in sommige gevallen als halfparasiet). Ze dragen bij aan een biologische bestrijding van ziektes en plagen in bijvoorbeeld de tuinbouw sector. Ze zorgen ervoor dat plaagsoorten niet exponentieel kunnen toenemen. Wespen zullen iets sneller steken dan bijen en hommels, maar ook alleen wanneer ze zich bedreigd voelen. Blijf dus uit de buurt van nesten en blijf rustig als er een om je heen vliegt.

Europese vs. Aziatische hoornaar

Europese hoornaars leven in kolonies, waarbij er één koningin is en verder allemaal werksters. De koningin is de enige die de winter overleeft. Europese hoornaars zijn net zoals andere wespen belangrijk in het bestrijden van plaagsoorten. Hoornaars zijn per definitie niet agressief, maar kunnen dat wel worden in de buurt van het nest (wanneer deze bedreigd wordt). Hoornaars vangen insecten, welke ze bijna allemaal voeren aan de larven. Volwassen exemplaren voeden zich voornamelijk met suikerrijke boomsappen.

Europese hoornaar - bij - wesp - hommel
Europese hoornaar

De Aziatische hoornaar is waarschijnlijk voor het eerst in Europa opgedoken in 2004, in Frankrijk. Deze zou met een lading Chinees aardewerk zijn meegekomen en heeft zich in Frankrijk en enkele omliggende landen (waaronder Nederland) weten te vestigen. Qua leefwijze en gedrag zijn ze vergelijkbaar met de Europese hoornaar, echter is er één essentieel verschil. Aziatische hoornaars jagen naast de gebruikelijke wespen ook op bijen. Hierdoor vormt deze een serieuze bedreiging voor de inheemse honingbij. Om deze reden wordt de Aziatische hoornaar dan ook actief bestreden.

Overzichtstabel

Kenmerk Bij Wesp Hommel Hoornaar
Uiterlijk Harig, bruin/geel, slank Gladder, geel met zwart Zwaar behaard, bol lichaam Groot, rood/bruin-geel gestreept
Grootte 1 – 1,5 cm 1 – 1,5 cm 1,5 – 2,5 cm 2 – 3,5 cm
Lichaamsbouw Slank, harig Slank, glad Dik, behaard Groot, krachtig gebouwd
Voedsel Nectar en stuifmeel Zoetigheid en eiwitten Nectar en stuifmeel Insecten en zoetigheid
Agressief? Nee, alleen bij verdediging Ja, vooral in nazomer Nee, zeer zachtaardig Minder agressief dan wesp
Steekgedrag Steekt één keer, sterft Kan meerdere keren steken Steekt zelden, alleen bij dreiging Steekt alleen bij bedreiging
Nest In holtes, kasten, bomen In de grond of gebouwen In oude muizennesten of graspollen In boomholtes of schuren
Actief in… Lente t/m nazomer Zomer en nazomer Vroege lente t/m zomer Zomer en nazomer
Belangrijk voor… Bestuiving Natuurlijke plaagbestrijding Bestuiving Populatiebeheer insecten
Bijzonderheden Houdt van bloemen Trekt naar zoet eten Vliegt ook in koud weer Grootste wespensoort in NL

Lees ook: wat is het verschil tussen juffers en libellen?


Getolereerd, of niet?

Bijen, hommels, wespen en hoornaars hebben niet de beste reputatie bij de meeste mensen. Ze hebben echter wel cruciale rollen in onze ecosystemen. Meer dan de helft van de 360 bijensoorten die in Nederland voorkomen worden bedreigd. Meer dan 75% van de voedselgewassen wordt bestoven, waarin bijen en hommels een belangrijke bijdrage leveren. Gelukkig is dit bij steeds meer mensen bekend en wordt er steeds meer ondernomen om de inheemse bijen te beschermen.

Wespen daarentegen worden vaak verguisd. Deze vervullen echter een belangrijke rol in het bestrijden van plaagsoorten, wat cruciaal is voor de tuinbouwsector. Het is nochtans de vraag of het standpunt over de wesp bij mensen snel zal veranderen.

Tot slot

Nu weet je de verschillen tussen bijen, wespen, hommels en hoornaars. Wil je altijd op de hoogte blijven van de nieuwste blogs, tips om je tuin natuurvriendelijker te maken en winacties? Schrijf je dan in voor onze nieuwsbrief en ontvang het laatste nieuws als eerste in je mailbox!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Bouwtekening nestkast grauwe vliegenvanger

Grauwe vliegenvanger

Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking, kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een soort die vaak over het hoofd gezien wordt is de grauwe vliegenvanger. Deze onopvallende vogel vertoont soms opvallend gedrag, wat het ophangen van een nestkast zeker rechtvaardigt.

De grauwe vliegenvanger (Muscicapa striata)

De grauwe vliegenvanger is een kleine, onopvallende vogel. Ze bereiken een lichaamslengte van 13,5 tot 15 centimeter en een spanwijdte van 23 tot 25 centimeter. Ze zijn overwegend grijsbruin gekleurd en hebben een lichtere onderzijde. Tussen de mannetjes en vrouwtjes zijn geen verschillen op te merken.

Grauwe vliegenvanger
De grauwe vliegenvanger leeft voornamelijk in bossen en bosranden, maar komt ook zo nu en dan voor in parken en natuurtuinen

Ze leven voornamelijk in bossen (loof- en gemende bossen) en in bosranden. Verder komen ze ook voor in parken, grotere natuurlijke tuinen en op boerenerven met veel groen. De grauwe vliegenvanger is een typische trekvogel, die pas eind april/begin mei in ons land arriveert. Eind augustus/september beginnen ze weer aan de trek. Ze trekken helemaal tot in West-Afrika en leggen deze tocht vooral ’s nachts af. De tocht wordt in etappes afgelegd.


Lees ook: bouwtekening nestkast kauw


Voedsel en voortplanting

Grauwe vliegenvangers zijn echte insecteneters, zoals de naam al doet vermoeden. Vanaf een vast uitkijkpunt scannen ze de omgeving op (vliegende) insecten. Vanaf het uitkijkpunt jagen ze op voornamelijk vliegende insecten, die ze in de lucht vangen. Gedurende de jacht vliegen ze constant op en af vanaf het kijkpunt, opmerkelijk gedrag wat goed te zien is in het veld. Naast vliegende insecten vangen ze soms ook lopende en kruipende insecten vanaf een plant of struik. In het najaar worden ook bessen gegeten.

Grauwe vliegenvanger (Saxifraga - Luc Hoogenstein)
Grauwe vliegenvangers zijn meesters in het vangen van vliegende insecten (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

Er wordt meestal één nest gemaakt per jaar, met vier tot vijf eieren. De vrouwtjes broeden ongeveer twee weken, waarna de juvenielen uit het ei komen. Na weer ongeveer twee weken kunnen de jongen vliegen. Ze worden hierna nog enige tijd bijgevoerd. Grauwe vliegenvangers broeden voornamelijk in holen van bomen, verder soms ook in kieren en spleten in gebouwen. Ze hebben een voorkeur voor een enigszins open locatie om te broeden. In het cultuurlandschap wordt ook met regelmaat dankbaar gebruik gemaakt van halfopen nestkasten.

Nestkast grauwe vliegenvanger

Een nestkast voor een grauwe vliegenvanger dient dus halfopen te zijn. Met behulp van een nestkast kan het mogelijk zijn een grauwe vliegenvanger naar je tuin te lokken. Wanneer er voldoende groen aanwezig is en er ruimte is voor het jagen op insecten (een weiland met uitkijkpunten is perfect), dan kan het mogelijk zijn dat de vliegenvanger komt broeden. Andere soorten die gebruik kunnen maken van de nestkast zijn winterkoningen, witte kwikstaarten en roodborstjes.


Lees ook: bouwtekening nestkast koolmees


Bouwtekening nestkast grauwe vliegenvanger

Op onderstaande tekening zijn alle gegevens te vinden die je nodig hebt voor het maken van een nestkast voor een grauwe vliegenvanger. Op deze bouwtekening vind je de afmetingen van de nestkast, welke houtsoort je kunt gebruiken en een zaagschema om de juiste planken te zagen. Bij veel bouwmarkten kun je het hout meteen op maat laten zagen als je het koopt, dus neem de tekening mee naar de bouwmarkt. Geen zin om zelf een nestkast te maken? Bestel dan hier ene kant-en-klare nestkast.

Bouwtekening nestkast grauwe vliegenvanger (De natuur van  hier)
Bouwtekening nestkast grauwe vliegenvanger (De natuur van hier)

Als houtsoort kun je het beste beuken-, lariks- of eikenhout gebruiken. Daarnaast kan ook watervast multiplex gebruikt worden. Als dikte raden we 15 millimeter aan. Let bij het kopen van het hout op het FSC-keurmerk. Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Eventueel kun je het dak afwerken met dakleer, zodat het hout minder te verduren krijgt en de nestkast langer mee gaat.

Ophangen nestkast

Bij het ophangen van de nestkast is het belangrijk om met een aantal zaken rekening te houden. Hang de nestkast stevig op, op ongeveer twee meter hoogte. Hang de nestkast met de opening richting het noorden, noordoosten of oosten. Hiermee voorkom je dat het constant binnen regent en dat er minder last is van wind en zon. Zorg er daarnaast voor dat de kast niet gemakkelijk bereikbaar is voor katten en andere rovers.

In het najaar (rond oktober) is het tijd om de nestkast schoon te maken. Gebruik hiervoor geen schoonmaakmiddelen, maar alleen heet water. Hang de nestkast daarna meteen weer op, want soms worden ze in de winter gebruikt als rustplek.

Grauwe vliegenvanger
Grauwe vliegenvangers zijn echte trekvogels en vliegen helemaal tot in West-Afrika

Lees ook: bouwtekening nestkast spreeuw


Veelgestelde vragen

Hoe lok ik een grauwe vliegenvanger naar mijn tuin?

Om een grauwe vliegenvanger naar je tuin te lokken, heb je een wat grotere tuin nodig. Het liefst in de buurt van een bos waar de vliegenvanger al gezien is. Zorg voor voldoende groen en een plek waar ze kunnen jagen op insecten. Een weiland met uitkijkpunten (bijvoorbeeld houten palen) is perfect.

Hoe maak ik een nestkast voor een grauwe vliegenvanger?

Een nestkast voor een grauwe vliegenvanger kun je maken van beuken-, lariks- of eikenhouten planken. De kast moet circa 12x12x17,5cm groot zijn en halfopen. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.

Hoe hang ik een nestkast voor een grauwe vliegenvanger op?

Hang de nestkast op een beschutte plek op ongeveer twee meter hoogte, buiten het bereik van katten en andere roofdieren. Zorg dat de nestkast in een ietwat open omgeving hangt, zodat de grauwe vliegenvanger goed overzicht heeft.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Bouwtekening nestkast merel

Merel, man (de Natuur van hier)

Een goede manier om de natuur, vogels in het bijzonder, een handje te helpen is door het plaatsen van nestkasten. Door de toenemende verstedelijking kunnen vogels soms lastig een geschikte broedplaats vinden. Nestkasten kunnen hier op een goedkope en efficiënte manier een oplossing voor bieden. Een van de soorten die wel wat hulp kan gebruiken is de merel. De merel heeft de afgelopen jaren last gehad van het usutu-virus. Door een nestkast op te hangen voor merels, kun je ervoor zorgen dat het de komende jaren weer beter gaat met deze typische soort voor Nederland.

Omslagfoto: de Natuur van hier

Inhoudsopgave

De merel (Turdus merula)

De merel is de meest voorkomende vogel in ons land. Toch neemt de populatie sinds 2007 licht af en hebben merels last van het usutu-virus. Gelukkig zien we de merels wel nog door het hele land en is hij in veel groene tuinen een graag geziene gast.

Merels bereiken een lichaamslengte van 23 tot 29 centimeter en een spanwijdte van 34 tot 38 centimeter. Mannetjes en vrouwtjes zijn duidelijk uit elkaar te houden. Het verenkleed van de mannen is geheel zwart, met een gele snavel en oogring. Vrouwtjes zijn minder opvallend en zijn overwegend bruin gekleurd, met een lichtbruine borst. Juvenielen lijken erg op vrouwtjes qua verenkleed. Merels behoren tot de lijsterachtigen en zijn familie van de zanglijster, kramsvogel en koperwiek.

Mannetjes merel
Mannetjesmerels zijn goed te herkennen aan hun zwart verenkleed en gele snavel en oogring

Van origine zijn merels echte bosvogels, maar ze hebben zich uitstekend aan weten te passen aan het door de mens gecreëerde cultuurlandschap. Naast bos zijn nu ook parken, dorpen en steden met voldoende groen een uitstekend leefgebied voor de merel. De mannetjes hebben een uitbundige zang, die ze vaak in het voorjaar vanaf een hoge plek laten horen. De meeste voorkomende merels in Nederland zijn standvogels.

Voedsel en voortplanting

In het voorjaar en begin van de zomer zijn merels vooral op zoek naar dierlijk voedsel. In grasvelden wordt er actief gejaagd op (regen)wormen, slakken en insecten. Later in het jaar verandert het menu geleidelijk naar meer plantaardig voedsel. Dan zul je merels (en andere lijsterachtigen) vaak zien in besdragende struiken, zoals Gelderse roos, meidoorn en taxus. Ondanks dat bijna alle delen van de taxus giftig zijn, eet de merel toch gewoon de bessen. In het vruchtvlees zit namelijk geen gif. De zaden in de bessen wel, maar deze spuugt de merel gewoon uit.

Merel worm
Vooral in het voorjaar en begin van de zomer is het menu dierlijk van aard

Lees ook: tuinvogel uitgelicht: de merel


Merels hebben meestal twee broedsels per jaar, waarbij er per legsel vier tot vijf groene eieren, met bruine vlekken worden gelegd. De broedduur duurt ongeveer twee weken. De jongen worden nog een korte tijd bijgevoerd, waarna het vrouwtje vrij snel begint aan het volgende legsel. In goede jaren kunnen ze soms wel drie legsels per jaar hebben.

Broeden wordt over het algemeen gedaan in dichte struiken of in klimop. De nesten zijn vaak een makkelijke prooi voor katten. Een nestkast op een juiste plek ophangen kan ervoor zorgen dat deze minder gevoelig is om ten prooi te vallen aan een kat.

Een geschikte tuin

Om ervoor te zorgen dat je tuin aantrekkelijk wordt voor merels, is het belangrijk om ervoor te zorgen dat er een aantal zaken aanwezig zijn. Allereerst een gazon of een grasveldje. Hier kunnen merels op zoek naar regenwormen, om voldoende eiwitten binnen te krijgen.

Daarnaast is het belangrijk om dichte struiken aan te planten. Soorten als glansmispel en hulst zijn uitstekende plekken om te schuilen en te broeden (hang de nestkast in de struik en zorg dat de invliegopening vrij is). Besdragende struiken zoals Gelderse roos, meidoorn, taxus en lijsterbes bieden daarnaast belangrijke bessen voor in het najaar. Via Sprinklr zijn vaak dergelijke struiken te bestellen, biologisch gekweekt! Heb je een wat grotere tuin/wat meer werk, dan kun je ook gaan voor dit heesterpakket. Hier zitten vijf verschillende soorten heesters in met allemaal bessen en beschutting, perfect voor merels en andere vogels!

Merel voeden jongen
Met twee, tot soms wel drie, broedsels per jaar hebben de volwassen exemplaren het druk met eten zoeken voor de hongerige juvenielen

Nestkast merel

Naast in bos en in parken broeden merels dus ook regelmatig in tuinen, mits er voldoende voedsel en groen aanwezig is. Helaas vinden hier ook vaak predaties plaats door, meestal, katten. Door nestkasten op te hangen op plekken waar katten niet bij komen, kan er voor gezorgd worden dat het broedsucces stijgt. Nestkasten voor merels kunnen daarnaast ook gebruikt worden door roodborstjes, witte kwikstaarten en soms winterkoningen.


Lees ook: bouwtekening nestkast pimpelmees


Bouwtekening nestkast merel

Op onderstaande tekening zijn alle gegevens te vinden die je nodig hebt voor het maken van een nestkast voor een merel. Op deze bouwtekening vind je de afmetingen van de nestkast, welke houtsoort je kunt gebruiken en een zaagschema om de juiste planken te zagen. Bij veel bouwmarkten kun je het hout meteen op maat laten zagen als je het koopt, dus neem de tekening mee naar de bouwmarkt. Geen zin om zelf een nestkast te maken? Bestel dan een kant-en-klare nestkast!

Bouwtekening nestkast merel (De natuur van hier)
Bouwtekening nestkast merel (De natuur van hier)

Als houtsoort kun je het beste beuken-, lariks- of eikenhout gebruiken. Daarnaast kan ook watervastmultiplex gebruikt worden. Als dikte raden we 15 millimeter aan. Let bij het kopen van het hout op het FSC-keurmerk. Gebruik RVS schroeven om het hout mee vast te schroeven. RVS is beter bestand tegen roesten dan verzinkte schroeven, dus beter geschikt om buiten te gebruiken. Eventueel kun je het dak afwerken met dakleer, zodat het hout minder te verduren krijgt en de nestkast langer mee gaat.


Lees ook: bouwtekening nestkast spreeuw


Ophangen nestkast merel

Bij het ophangen van de nestkast is het belangrijk om op een paar dingen te letten. Zorg er allereerst voor dat de nestkast stevig hangt, op circa twee meter hoogte. De nestkast kan het beste met de invliegopening richten het noorden, noordoosten of oosten gericht worden, zodat wind en felle zon vermeden worden. Let er daarnaast op dat de invliegopening goed bereikbaar is en katten en andere roofdieren er niet gemakkelijk bijkomen.

Hang de nestkast in, of in de buurt van groene struiken. De nestkast kan ook opgehangen worden in een klimopmuur, of in een haag. Zorg dat andere nestkasten voldoende ver van deze nestkast afhangen en dat er een gazon of grasveld in de buurt is. In het najaar (rond oktober) is het tijd om de nestkast schoon te maken. Gebruik hiervoor geen schoonmaakmiddelen, maar alleen heet water. Hang de nestkast daarna meteen weer op, want soms worden ze in de winter gebruikt als rustplek.

Nestcamera

Wil je van dichtbij meemaken hoe en wanneer de nestkast gebruikt wordt? Dan kun je een camera in de nestkast plaatsen om alles live te volgen. Wij gebruiken de camera’s van Green Backyard. Deze geef je eenvoudig via een app live toegang tot de camera. Daarnaast ontvang je een melding wanneer er beweging is in de nestkast en kun je video’s downloaden en opslaan.

Er zijn verschillende type camera’s, je vindt ze hier. Voor een nestkast dichtbij huis kun je aan de slag met de Wireless Bird Box Camera. Na de eenvoudige installatie kun je vanaf de bank met je mobiel de nestkast in de gaten houden! Hier vind je nog een aantal beelden gemaakt met de camera’s van Green Backyard.

Veelgestelde vragen

Hoe lok ik een merel naar mijn tuin?

Om een merel naar je tuin te lokken, moet je ervoor zorgen dat er voldoende voedsel en beschutting te vinden is. Zorg voor een gazon of grasveld, waar de merel op zoek kan naar regenwormen en plant struikjes aan. Meidoorn, lijsterbes en Gelderse roos hebben bessen die de merel graag eet in het najaar.

Hoe maak ik een nestkast voor een merel?

Een nestkast voor een merel kun je maken van beuken-, lariks- of eikenhouten planken. De kast moet circa 25x25x22cm groot zijn en halfopen. Gebruik de bouwtekening (inclusief zaagschema) in deze blog.

Hoe hang ik een nestkast voor een merel op?

Hang de nestkast op een beschutte plek op ongeveer twee meter hoogte, buiten het bereik van katten en andere roofdieren. Zorg dat de nestkast in, of in de buurt van een struik of een klimopmuur hangt.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Hoe plant ik een boom?

Kastanjeboom boompalen

In bijna iedere tuin is er ruimte voor één boom of meerdere bomen. Bomen zijn een aanwinst voor de tuin. Ze bieden schaduw op warme dagen, waar we er steeds meer van krijgen, kennen vaak een uitbundige bloei en zorgen voor biodiversiteit in de tuin. Om te zorgen dat een boom vanaf de start goed groeit, is het belangrijk deze op een juiste manier aan te planten. In deze blog vertellen waar je op moet letten bij het aanplanten van een boom.

Inhoudsopgave

Waarom een boom planten?

Waarom zou je een boom aanplanten in de tuin? De meeste bomen verliezen immers bladeren die opgeruimd moeten worden, moeten regelmatig gesnoeid worden en kunnen ziek worden. Allemaal zaken die tijd of geld kosten. Een boom levert echter ook veel op (en je kunt de bladeren overigens ook gewoon laten liggen, dit is voor veel dieren namelijk een goede leef- of schuilplek). Door een boom aan te planten in je tuin zorg je voor een betere (lokale) leefomgeving. Een boom produceert zuurstof, vangt stikstof op uit de lucht en zorgt dat omgevingsgeluiden onderbroken worden, waardoor je er minder overlast van ervaart.

Biodiversiteit en verkoeling

Daarnaast zorgt een boom voor meer biodiversiteit in je tuin. Vooral inheemse soorten zijn hier goed voor. In meerdere onderzoeken is aangetoond dat inheemse bomen een leefgebied zijn voor enkele honderden insectensoorten, terwijl dit bij vergelijkbare uitheemse soorten vaak niet meer dan enkele tientallen soorten zijn. Al deze insecten trekken weer andere soorten aan, zoals vogels. Maar naast vogels bestaat er ook een kans dat eekhoorns je tuin bezoeken.


Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


Een andere belangrijke reden om een boom in je tuin aan te planten, is verkoeling. Onze zomers worden steeds warmer en droger en een beetje schaduw in je tuin is dan geen overbodige luxe. Door een boom aan te planten creëer je schaduw. Let goed op welke boom je kiest, er zijn bomen met een zeer dichte kroon, maar ook bomen met een halfopen kroon, die iets meer zon doorlaten.

Bomen tuin
Bomen creëren sfeer in een tuin en zorgen voor schaduw

Tot slot kan het aanplanten van een boom ook puur esthetisch zijn. Iedere boom heeft zo zijn eigen esthetische kenmerken. Sommige bomen hebben een prachtige stam, andere een mooie bladkleur (herfstkleur) en veel hebben een prachtige bloei. Reden genoeg om een boom aan te planten dus.

Juiste boom op de juiste plek

Voordat je de boom gaat planten, moet je nadenken over de plek en de soort boom welke je gaat planten. Dit is namelijk allesbepalend voor het succes van de boom. Bomen worden oud én groeien, houd hier bij aanplant rekening mee. Hiermee voorkom je dat de boom gekapt moet worden, omdat deze op een latere leeftijd in de weg zou staan.

Juiste plek

Bepaal eerst waar de boom moet komen te staan en wat de functie is. Bomen creëren met hun kroon schaduw, bepaal dus van te voren of schaduw gewenst is. Houd hierbij ook rekening met de seizoenen. In de winter staat de zon lager dan in de zomer, dus dan is de schaduwwerking van de boom ook anders. Heb je zonnepanelen op je dak? Neem dit dan ook mee in je berekening om rendementsverlies te voorkomen. Komt het heel precies? Laat dan een schaduwberekening maken door een bedrijf.


Lees ook: hoe maak ik een stapelmuurtje?


Naast zon is ook wind en vochtigheid belangrijk om in acht te nemen. Een open plek waar de wind vrij spel heeft, is geen geschikte standplaats voor iedere boom. Sommige bomen (zeker bomen die niet inheems zijn en uit een zachter klimaat komen) hebben een beschutte plek in de tuin nodig. Woon je aan de kust? Ga dan op zoek naar een boom die de zilte lucht goed verdaagd. Ook de mate van vochtigheid van de bodem is bepalend. Er zijn bomen die graag ‘natte voeten’ hebben en bomen die goed gedijen in een droge bodem.

In kleinere tuinen bieden lei- en knotbomen een goede oplossing
In kleinere tuinen bieden lei- en knotbomen een goede oplossing (al zullen ze in deze tuin geen ruimtegebrek hebben)

Let er ook op dat je de boom voldoende ver van gebouwen en erfafscheidingen zet, als dit problemen op kan gaan leveren. Ga na hoe groot de kroon van een boom wordt en neem dat als uitgangspunt. Weinig ruimte? Kies dan voor een wat kleiner blijvende boom of voor een boom in een bepaalde snoeivorm zoals leibomen, bolvormige bomen of knotbomen.

Juiste boom

Maar niet alleen het type boom en de uiteindelijke grote zijn van belang. Bomen hebben veel kenmerken waarop een keuze gemaakt kan worden. Bloeivorm, bloeikleur, bloeitijd, bladkleur, herfstkleur, bladvorm, bladhoudend (winter), winterhardheid, kroondichtheid, vruchtdragend, aantrekkelijk voor insecten, etc. kunnen allemaal redenen zijn om een boom wel of niet kiezen. Kijk ook naar de rest van de beplanting in je tuin en probeer het hiermee te combineren.

Wilgenkatjes zijn in het vroege voorjaar aantrekkelijk (noodzakelijk zelfs) voor wilde bijen
Wilgenkatjes zijn in het vroege voorjaar aantrekkelijk (noodzakelijk zelfs) voor wilde bijen

Maatvoering en kluitkeuze

De maatvoering van bomen ziet er in eerste instantie wellicht gek uit. De maat van een boom wordt aangegeven met de stamomtrek, gemeten op circa één meter hoogte. Een boom kan de maat 12/14 hebben bijvoorbeeld. Dit betekent dat je een boom ontvangt waarvan de stamomtrek (gemeten op één meter hoogte) tussen de 12 en 14 centimeter bedraagt.
Daarnaast wordt een boom verkocht in container/pot of uit volle grond. Bomen uit volle grond zijn alleen van november tot en met maart verkrijgbaar, bomen uit pot of container jaarrond. Dit heeft te maken met de haarwortels die worden afgestoken als een boom uit volle grond wordt verkocht. Deze haarwortels zijn verantwoordelijk voor de opname van water, waardoor deze techniek alleen in de natste periode van het jaar toegepast kan worden. Het voordeel van container bomen is dus dat ze jaarrond (m.u.v. periodes met extreme hitte en/of droogte) aangeplant kunnen worden. Het nadeel is dat ze over het algemeen een stuk duurder zijn.

Het aanplanten van een boom

Bij de aanplant van een boom is het ook belangrijk om met enkele dingen rekening te houden. Allereerst de grond. Om ervoor te zorgen dat de boom een goede start is, is het raadzaam wat grondverbetering aan te brengen. Wij hebben de beste ervaring met Vivimus. Dit is een universele grondverbetering die de structuur van de bodem verbetert. Dit zorgt voor een humusrijke en luchtige bodem en zorgt ervoor dat de boom sneller kan wortelen. Via deze link (bol.com) is Vivimus te verkrijgen in zakken van 40 liter.

Hoe plant ik een boom? (De Natuur van hier)
De benodigdheden om een boom aan te planten (De natuur van hier)

Lees ook: gemengde haag aanplanten


Maak een gat dat ongeveer 1,5 keer zo groot is als de kluit van de boom. Graaf deze diep genoeg, zodat je de bodem bedekt met een laag Vivimus. Meng de grond die uit het gat komt samen met wat Vivimus, om straks het gat weer mee aan te vullen. Zet de boom in het midden van het plantgat en zorg ervoor dat deze recht staat. Als je een boom uit pot plant, maak de wortels dan voorzichtig een beetje los van elkaar, dit zorgt ervoor dat de wortels zich sneller gaan uitbreiden.

Bepaal met behulp van een stok of de boom diep genoeg staat. De wortelhals (overgang van groene kleur naar meer bruine kleur van de stam) dient ongeveer gelijk met het maaiveld te zijn. Een te diep geplante boom krijgt te weinig zuurstof, een te ondiep geplante boom kan uitdrogen. Vul met de gemengde grond het plantgat verder aan en druk de grond stevig aan met je voeten.

Boompalen en boomband

Plaats vervolgens boompalen naast de boom. Bij kleine bomen volstaat één boom (op de kant waarvan de meeste wind komt, meestal zuidwest), maar wij preferen de boom met twee palen te verankeren. Bij erg grote bomen, of plaatsen met erg veel wind kan er ook gekozen worden om drie boompalen te gebruiken. De boompalen moeten minimaal voor 1/3 in de grond staan. Bevestig met boombandnagels de boomband (vaak autogordel, maar ander materiaal is ook mogelijk) aan de iedere boompaal en span deze om de stam van de boom heen. Zorg ervoor dat beide boombanden strak gespannen staan.

Optioneel kan er gekozen worden een beluchtingsbuis en/of gietrand aan te brengen. Een beluchtingsbuis zorgt ervoor dat er meer lucht bij de wortelkluit komt. Daarnaast kan deze buis gebruikt worden om water te geven, hierdoor verdampt het water minder snel. Ook kan er een gietrand geplaatst worden. Dit is echter alleen noodzakelijk als er maar enkele keer per seizoen water gegeven kan worden. Een goedkoper alternatief is om met grond uit het plantgat een natuurlijk dammetje rondom de boomspiegel te maken. Hierdoor blijft het water bij het water geven of bij regenval langer staan, zodat het meer tijd heeft bij de kluit de grond in te zakken.

Water geven

Als de boom stevig staat en de grond goed is aangedrukt dan is het zaak de boom nog goed water te geven. Vooral in de beginfase is het belangrijk om in de gaten te houden dat de boom voldoende vocht binnen krijgt. Na een groeiseizoen heeft de boom zijn wortelgestel (bij bomen uit volle grond) goed hersteld en zal deze daarna al beter bestand zijn tegen droge periodes. Echter blijft het zeker de eerste drie jaar goed om regelmatig water te geven.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Natuurtuin in ontwikkeling – deel V

Zuidelijke groene schildwants (Sandra Krol - De natuur van hier)

Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deel vijf bespreken we wat er gebeurde in de zomer en deed de herfst zijn intrede.

30 oktober 2023

De kikkers uit deel IV

In deel IV van de natuurtuinserie vertelden we van de aangelegde poel en de kikkerdril, waaruit misschien wel honderden bruine kikkers zijn ontstaan. Deze kikkers zijn allemaal één voor één de poel uitgekomen en hebben hun tocht individueel vervolgd. Gedurende de hele zomer en herfst zijn we overal in de tuin bruine kikkers tegen gekomen. De poel heeft dus een succesvol eerste seizoen achter de rug!

Een andere bekende én een gewenste soort

Verder zagen we in de zomer een andere bekende gast terug, die ook succesvol was geweest. De eerste bezoeker van de poel was een witte kwikstaart, deze zagen we later in de zomer terug bij de poel, met nog vier andere individuen. Waarschijnlijk (hopelijk) heeft deze dus een partner gevonden en succesvol drie jongen groot weten te brengen.

Richting het einde van september hoorden we ’s avonds een kenmerkend geluid buiten. Dit trok zo onze aandacht, dat we kort voor middernacht nog naar buiten gingen om het geluid beter te kunnen horen. Het bleek inderdaad te gaan om de soort die we al dachten en waar we sinds deel II al op hoopten! Verbaasd over het feit dat deze soort zo snel hoorbaar zou zijn in de tuin hebben we een wildcamera opgehangen, op een plek waarvan we dachten dat hij nog wel eens kon gaan zitten. We hoefde vervolgens dan ook niet lang te wachten tot we resultaat hadden. Op 1 oktober liet de steenuil zich zien voor de camera (klik hier voor de video)! Helaas hebben we hem daarna niet meer gehoord of gezien, maar voor ons was dit reden genoeg om maatregelen te treffen. Hierover in een volgende blog meer.

Steenuil vastgelegd met wildcamera (De natuur van hier)
Steenuil vastgelegd met wildcamera (De natuur van hier)

Andere leuke waarnemingen

Het bleef echter niet bij die verrassende waarneming. Naast de steenuil zagen we nog een andere uil die gebruik maakte van onze schuur. Op 16 oktober kwam zowaar een kerkuil, vroeg in de ochtend, kort de schuur bezoeken. Het bleef echter niet bij deze waarneming. De drie dagen die daar op volgden, kwam hij vaak ’s ochtends en ’s avonds de schuur bezoeken. Totdat hij opeens weg bleef. Er ging een week overheen voordat we hem weer registreerde op onze wildcamera (klik hier voor een video). Dit is nu drie dagen geleden. We zijn erg benieuwd wat dit de komende maanden gaat brengen…

Meer vogels

Naast de twee uilen wisten ook andere roofvogels onze natuurtuin te bereiken. De buizerd, die voornamelijk in de bosrand bij het kasteel zit, was al vaak dicht in de buurt van de natuurtuin aan het jagen, maar we hebben hem in deze periode ook af en toe op de palen van de afrastering zien zitten. Zo kwam het voor dat deze op nog geen 50 meter van ons verwijderd was. Sinds anderhalve maand is ook een mannetje torenvalk een regelmatige bezoeker van onze natuurtuin. Soms zit hij op de kast van een rolluik, op andere momenten heeft hij ruzie met kauwen of zwarte kraaien. Het lijkt erop dat het een jong mannetje is, op zoek naar een eigen territorium.

De overvloed aan kikkers leverde nog een andere bezoeker op. Ook deze hadden we al vaker op een afstandje gezien, maar steeds vaker stond hij voorover gebogen bij de poel, of in het gras, als we buiten kwamen. De blauwe reiger heeft meegelift op het succes van de poel en liet zich soms goed bekijken (vanuit de garage door het raam).

En verder in de natuurtuin

Tot slot willen we het nog kort hebben over de damherten die in deel III in een naastgelegen weiland stonden te grazen. Op een zondagmiddag zagen we een langsrijdende auto onverwachts remmen, wat onze interesse wekte. Vervolgens zagen we een damhert de weg oversteken, die zijn weg vervolgde in het naastgelegen weiland. De daar al aanwezige koeien stonden echter niet op het gezelschap te wachten en begonnen het toch al geschrokken damhert op te jagen. We waren net op tijd om het tafereel vast te leggen (maar niet genoeg tijd voor een haarscherpe foto), want het damhert verdween in een mum van tijd weer in de naastgelegen bosjes.

Damhert (De natuur van hier - Mickeal Kurvers)
Het damhert was nog niet bekomen van de schrik van de auto en moest alweer zorgen dat hij het weiland verliet voordat de koeien bij hem waren (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Beheer

De natuurtuin wordt dus druk bezocht door allerlei leuke dieren, waarvan we er veel niet (zo snel) hadden verwacht. Om de natuurtuin in de toekomst nog aantrekkelijker te maken, hebben we uiteraard ook wat beheer uitgevoerd.

Schapen

Allereerst hebben we ervoor gekozen om wat hulp in te schakelen om het gras te beheren. Via familie hebben we tijdelijk vier prachtige Mergellandschapen op bezoek, die druk bezig zijn het gras (dat pas één keer gemaaid was dit jaar) kort te krijgen. We hebben gekozen voor schapenbegrazing vanwege een aantal redenen:

  • Tijd. Een van de belangrijkste redenen is tijd. We hebben op het moment niet genoeg tijd om alles zelf te maaien én te ruimen. Daarnaast hebben we her en der struiken en bomen aangeplant, waardoor het lastig is om met grote machines te maaien. Schapen boden hierdoor voor ons de perfecte oplossing.
  • Schapen zorgen voor plaatselijke verrijking. Dit zorgt ervoor dat er structuur ontstaat en variatie in voedselrijkdom in de bodem.
  • De schapen zorgen er met hun activiteit voor dat er lig- en loopplekken ontstaan in het gras. Hier is het gras grotendeels weg gesleten waardoor er naakte grond zichtbaar wordt. Deze open plekken zijn in het voorjaar ideaal voor amfibieën, reptielen en vliegende insecten omdat ze snel opwarmen. In combinatie met de poel verwachten we hier leuke vlinders, juffers en libellen waar te nemen volgend jaar. Daarnaast is het een goede plek voor solitaire bijen om te nestelen.
  • Door het grazen van de schapen wordt/blijft het gras kort. Dit zorgt ervoor dat soorten als steenuil en torenvalk goed op muizen kunnen jagen.

De schapen kunnen op een groot stuk van het perceel komen, maar een gedeelte wordt niet begraasd. Hier houden we ruimte voor kruiden en grassen om in bloei te komen.

Herstelwerkzaamheden

Helaas moesten er ook herstelwerkzaamheden plaats vinden. De poel die we in het voorjaar hadden aangelegd was ergens lek gegaan, waardoor het waterniveau voor meer dan de helft zakte. Er zat dus niets anders op dan het folie te vervangen. Dit heeft er uiteindelijk toe geleid dat de poel een stukje groter is geworden en dat er aan de oever een stapelmuurtje is gebouwd. Via voorgaande links vind je stappenplannen voor beide.

Resultaat en planning

Qua resultaat zien we vooral dat er meer vogels in het, door de schapen kort gegraasde, gras foerageren. Naast dat we de torenvalk vaker zien (en de steenuil), zien we ook vaak groepen kauwen met roeken. Maar ook zwarte kraaien komen zoeken naar eten in de grond, evenals de spreeuwen.

Daarnaast lijken we ook meer bijzondere insecten, in de vorm van wantsen en nachtvlinders, waar te nemen in de natuurtuin. Zo hebben we onder andere de Zuidelijke groene schildwants (zeldzaam), vierstreepblindwants (zeer zeldzaam), prachtmot (zeldzaam) en zwaveldominomot (zeldzaam) waargenomen.

In totaal staat de teller op 271 soorten, verdeeld over 144 families en 17 soortgroepen. De meeste soortenwaarnemingen zijn planten, vogels en nachtvlinders.

Soortenoverzicht 30-10-2023 (De natuur van hier)
Soortenoverzicht 30-10-2023 (De natuur van hier)

Lees verder in natuurtuin in ontwikkeling deel VI


Marters in Nederland

Boommarter

In Nederland leven verschillende soorten landroofdieren, waarvan de meeste behoren tot de marterachtigen. In totaal zijn er maar liefst acht soorten marterachtigen te ontdekken in ons land en leven ze wijdverspreid over verschillende ecosystemen. Door het langgerekte lichaam, de korte poten, staart en dikke vacht zijn vergelijkingen tussen de onderlinge soorten goed te maken. In deze blog maak je kennis met alle marters in Nederland.

Inhoudsopgave

Kenmerken en leefwijze

Marterachtigen zijn kenmerkende dieren, waarvan er wereldwijd zo’n 70 soorten van beschreven zijn. Onder de marterachtigen vallen onder andere otterachtigen, wezelachtigen, alle soorten dassen (zoals honingdassen en zonnedassen), de veelvraat en de grison. Het zijn uitstekende landroofdieren met een langgerekt lichaam en korte poten. Ze hebben scherpe tanden en kiezen en scherpe klauwen (die niet ingetrokken kunnen worden, zoals bij katachtigen). Marters verspreiden een sterke geur om hun territorium af te bakenen, maar wat daarnaast ook een belangrijke rol speelt in de communicatie onderling. Marters zijn overwegend nachtactief en sommige soorten (zoals bunzing en otter), zijn sterk gebonden aan water.

Mustela erminea 15, Hermelijn, Saxifraga-Luuk Vermeer
Hermelijnen zijn een van de kleinere marterachtigen in Nederland (Saxifraga – Luuk Vermeer)

Marters in Nederland

Het aantal marters in Nederland schommelt sterk. De populatiegrootte bij de meeste soorten is sterk afhankelijk van het prooiaanbod. Wanneer er bijvoorbeeld een goed muizenjaar is, is dat vaak een voorbode voor een goed marterjaar. Andersom werkt dit natuurlijk ook zo. De grootste bedreiging voor marterachtigen is de mens. Zo worden er ieder jaar veel verkeersslachtoffers geregistreerd. Kleine marterachtigen zoals wezel en hermelijn hebben meer natuurlijke vijanden, zoals de vos, (wilde) kat, uilen, andere roofvogelsoorten en andere grote vogels zoals reigers.

In Nederland komen acht soorten marterachtigen voor:

Wezel (Mustela nivalis)Hermelijn (Mustela erminea)
Bunzing (Mustela putorius)Amerikaanse nerts (Neovison vison)
Steenmarter (Martes foina)Boommarter (Martes martes)
Das (Meles meles)Otter (Lutra lutra)
Taxonomie marterachtigen (De natuur van hier)
Taxonomie marterachtigen in Nederland (De natuur van hier)

Lees ook: herten in Nederland


Wezel (Mustela nivalis)

De kleinste van het stel is de wezel. Deze is met zijn 13 tot 23 centimeter (kop-romplengte) zelfs het kleinste landroofdier ter wereld en kan muizen achtervolgen in hun gangenstelsels. De vrouwtjes zijn wat kleiner dan de mannetjes. Wezels hebben een grijsbruine rug en een witte buik. De overgang van bruin naar wit is onregelmatig, een belangrijk verschil (naast de grootte) ten opzichte van de hermelijn. Wezels die meer noordelijk leven kleuren in de winter wit, iets wat in Nederland klaarblijkelijk niet nodig is.

Wezel (Saxifraga - Piet Munsterman)
De wezel is de kleinste marterachtige in ons land (Saxifraga – Piet Munsterman)

Wezels leven in een wat meer open natuur- en cultuurlandschap, maar komen daarnaast ook in bijvoorbeeld de duinen voor. Ze komen voornamelijk voor in een wat droger leefgebied. In Nederland komen ze overal voor, behalve op de Waddeneilanden. Ten opzichte van vroeger zijn ze wel een stuk minder algemeen geworden.

Het menu van de wezel

De belangrijkste eisen aan de leefomgeving voor de wezel zijn voldoende schuilplekken en voldoende voedselaanbod. Het belangrijkste voedsel voor de wezel zijn veruit de woelmuizen. Ongeveer 85% van het menu bestaat uit woelmuizen. Naast woelmuizen worden verder ook nog onder andere kikkers, eieren, mollen, slakken en andere soorten muizen gegeten. Wezels zijn gevoelig voor een schommeling in de (woel)muizenstand. Waar geen woelmuizen voorkomen, komen ook geen wezels voor. Wanneer wezels op zoek zijn naar voedsel, staan ze vaak op hun achterpoten met het lichaam in de lucht, speurend naar prooien. Dit gedrag wordt ook wel kegelen genoemd.

Hermelijn (Mustela erminea)

De hermelijn is een slag groter dan de wezel en bereikt een kop-romplengte van 21 tot 29 centimeter. Verder lijken de wezel en hermelijn veel op elkaar. Ook de hermelijn is bruin van boven met een witte buik. Naast de grootte is de overgang van bruin naar wit een kenmerk waarmee je ze uit elkaar kunt houden. Deze is bij de hermelijn strak, bij de wezel meer onregelmatig. In tegenstelling tot de wezel worden hermelijnen in Nederland in de winter wel vaker (gedeeltelijk) wit. Afhankelijk van de temperatuur en sneeuwval worden hermelijn niet, gedeeltelijk of volledig wit. De staartpunt blijft echter zwart.

Hermelijn (Saxifraga - Luuk Vermeer)
Hermelijnen worden een slag groter dan wezels (Saxifraga – Luuk Vermeer)

Hermelijnen komen wijdverspreid voor in allerlei soorten landschap. Vaak zijn dit wat meer open landschappen met kleine landschapselementen, waar veel schuil- en rustplaatsen te vinden zijn en waar voldoende voedsel aanwezig is. De hermelijn komt in Nederland overal op het vaste land voor. Daarnaast ook op Texel, maar op de overige eilanden is de hermelijn afwezig. Net zoals met de wezel gaat het met de hermelijn echter ook niet goed en staat deze als ‘gevoelig’ op de Rode Lijst. Belangrijke redenen hiervoor zijn de intensivering van de landbouw en verkeersslachtoffers.

Actieve jagers

Zowel overdag als ’s nachts zijn hermelijnen actief. Tussendoor houden ze rustpauzes. Hiervoor gebruiken ze vaak oude konijnenholen of mollennesten. Buiten de voortplantingsperiode om leven hermelijnen solitair. De territoria van mannetjes en vrouwtjes overlappen echter wel. Hermelijnen zijn niet monogaam. Het menu bestaat voornamelijk uit (woel)muizen. Verder worden er ook andere dieren gegeten, zoals amfibieën en reptielen. Hermelijnen zijn uitstekende jagers en vangen soms prooien die groter zijn dan zijzelf.

Bunzing (Mustela putorius)

De derde en laatste soort in het geslacht Mustela (kleine marterachtigen) is de bunzing. Met zijn 28 tot 45 centimeter kop-romplengte is het de grootste van de drie. Bunzings zijn overwegend bruin gekleurd, maar zijn goed te herkennen aan het masker. Ze hebben een donkere neus, omringd met een witte band. Rondom de ogen zijn ook een aantal witachtige haren te vinden. Dit patroon heeft wat weg van een masker. In de winter is de bunzing wat lichter van kleur. Dan komen de geelachtige haren van de ondervacht meer door de bovenvacht heen. De gedomesticeerde fret (Mustela putorius furo), die als huisdier wordt gehouden, is een ondersoort van de bunzing.

Bunzing (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Bunzing (Saxifraga – Mark Zekhuis)

De bunzing is wijdverspreid door Nederland en komt overal voor, behalve op de Waddeneilanden. Meestal zijn ze te vinden in een bosachtig landschap, dat vochtig is. Het zijn dan ook uitstekende zwemmers. Bunzings zijn vooral ’s nachts actief, overdag rusten ze in verlaten konijnen- of andere holen.

Belangrijke schakel in de voedselketen

Bunzingen kennen een rijkelijk gevarieerd menu. Naast (woel)muizen, worden ook (muskus)ratten en konijnen gegeten. Verder staan ook van allerlei soorten amfibieën, reptielen en zelfs zo nu en dan een vogel op het menu. Soms wordt er zelfs fruit gegeten. Bij het jagen maken bunzings vooral gebruik van hun goed ontwikkelde reukvermogen. Voor periodes wanneer het voedselaanbod schaarser is (winter) worden soms voedselvoorraden aangelegd.

Net zoals de andere marterachtigen, vormen bunzings een belangrijke schakel in de voedselketen. Door de aanwezigheid van wezel, hermelijn en bunzing kunnen prooidieren (die vaak bestempeld worden als ongedierte (zoals muizen en konijnen)) niet exponentieel toenemen. Daarnaast worden zwakke en zieke dieren sneller ‘opgeruimd’, wat de verspreiding van ziektes tegen gaat. Deze kleine roofdieren worden vaak als ongewenst en als ongedierte bestempeld, maar zijn dus eigenlijk heel nuttig.

Meer over wezels, hermelijnen en bunzings

Voor wie meer wil weten over de kleinste marterachtigen in ons land, kunnen wij het boek ‘Bunzing, hermelijn en wezel’ van bioloog en natuurfotograaf Edo van Uchelen aanraden. In dit boek worden de drie kleine roofdieren uitvoerig besproken en kom je alles te weten over de ecologie, leefwijze, voortplanting en nog veel meer zaken. Wat ons betreft is dit het beste Nederlandstalige boek dat op de markt is als het gaat over de bunzing, hermelijn en wezel.

Het boek telt 175 bladzijdes en is rijkelijk geïllustreerd. Het boek bunzing, hermelijn en wezel is via deze link (bol.com) te bestellen.

Bunzing, hermelijjn, wezel

Amerikaanse nerts (Neovison vison)

Een soort die ongeveer net zo groot wordt als de bunzing is de Amerikaanse nerts. Met een kop-romp lengte van 32 tot 45 centimeter is de Amerikaanse nerts wel een stukje groter dan de Europese nerts (Mustela lutreola) die overigens niet meer in Nederland voorkomt. Zowel de Amerikaanse als de Europese nerts hebben een donkerbruine tot zwarte vacht, met een witte kinvlek. Een belangrijk verschil tussen de twee is, naast de grootte, dat de Europese nerts een witte vlek op de bovenlip heeft, welke meestal ontbreekt bij de Amerikaanse.

Amerikaanse nerts
De Amerikaanse nerts is in Europa terecht gekomen door de nertsfokkerijen, welke sinds 2021 in Nederland verboden zijn

Een invasieve exoot

Naast de donkerbruine kleur zijn er ook andere kleurvarianten bekend bij de Amerikaanse nerts, zoals beige, en bruin-beige. Dit zijn gekweekte varianten, ten behoeve van de pelsindustrie. Alle Amerikaanse nertsen zijn (invasieve) exoten en zijn hier door toedoen van dezelfde pelsindustrie (welke in Nederland sinds 2021 verboden is) terecht gekomen.


Lees ook: wat zijn invasieve exoten


In de 20e eeuw zijn Amerikaanse nertsen op grote schaal ingevoerd in Europa voor het bont. Door ontsnappingen (en loslaten door dierenactivisten) hebben individuen zich kunnen verspreiden door Europa en hier grote schade aan weten te brengen aan de inheemse natuur. Zo zijn ze verantwoordelijk voor de drastische achteruitgang van de Europese nerts en zijn er ook locaties bekend waar populaties woelratten bedreigd worden door de aanwezigheid van de exoot. In Nederland zijn nertsenfokkerijen sinds 2021 verboden, maar dat geldt niet overal in Europa. In Denemarken is het sinds 2023 weer toegestaan.

Ecologie

Doordat er in Nederland geen Amerikaanse nertsen meer gefokt worden (Nederland was lange tijd een van de grootste producenten van Europa), zijn de aantallen sterk afgenomen. Echter is hier het kwaad al geschied doordat de Europese nerts hier reeds is uitgestorven. Wellicht biedt het in de toekomst wel mogelijkheden tot herintroductie van deze soort.

Amerikaanse nertsen zijn sterk gebonden aan water en leven in de oevers van rivieren en moerassen. Ze zijn uitstekend aangepast op het water, want ze hebben tot halverwege de tenen korte zwemvliezen. Ze zijn hoofdzakelijk ’s nachts actief, maar soms ook overdag. Overdag rusten ze tussendoor in oude holen van bevers en (muskus)ratten. Als ze wakker zijn, zijn ze op jacht naar voedsel. Ze eten voornamelijk kleine vissen, kreeften, amfibieën en ratten. Mannetjes (worden groter dan vrouwtjes) vangen ook regelmatig konijnen en soms worden ook vogels gegeten.

Steenmarter (Martes foina)

Dan zijn we aangekomen bij de wat groter wordende marterachtigen in Nederland. Te beginnen met de steenmarter, welke bij veel mensen wel bekend is omdat hij soms overlast kan bezorgen. Steenmarters worden zo’n 37 tot 52 centimeter groot. Ze hebben een grijsbruine vacht, met een witte bef die vaak doorloopt tot op de voorpoten. Sinds de steenmarter een beschermde status heeft, doet de soort het weer goed in Nederland. Hij komt dan ook wijdverspreid voor en ontbreekt eigenlijk alleen in Zuid-Holland, Noord-Holland en Utrecht.

Steenmarter (iStock)AC
De aantallen steenmarters nemen de laatste jaren toe (iStock)

Steenmarters zijn cultuurvolgers. Ze komen voor in de nabijheid van mensen, in dorpen, op boerderijen en soms zelfs in steden. De steenmarter heeft zijn naam te danken aan zijn voorkeur voor stenige biotopen. In het leefgebied in de buurt van mensen is de steenmarter afhankelijk van de aanwezigheid van oude schuren en heggen, waar ze voedsel vinden en plekken om te rusten.

Steenmarters zijn nachtactief. Ze gaan er dan op uit om te zoeken naar voedsel. Ze kennen een gevarieerd menu, dat bestaat uit zowel dierlijk als plantaardig voedsel. Muizen, egels, vogels, konijnen en eekhoorns worden regelmatig gegeten. Daarnaast eten ze ook met regelmaat bramen en bessen van bijvoorbeeld vogelkers. Ook menselijk afval wordt gegeten. Er zijn waarnemingen bekend waarbij steenmarters voedselvoorraden aanleggen.

Het voorkomen van overlast

Bij steenmarters denken de meeste mensen vooral aan de overlast die de dieren kunnen veroorzaken. Ze kunnen inderdaad voor best wat schade en overlast zorgen, maar met de juiste aanpak kun je de kans hierop verkleinen. Als je dit doet, wordt het zelfs nuttig om steenmarters op je terrein te hebben, want ze zorgen ervoor dat je minder overlast ervaart van muizen en andere knaagdieren.

Steenmarters kunnen zich op zolder of in de spouw vestigen. Dit kan zorgen voor geluidsoverlast en stank (uitwerpselen). Het dier doden of vangen en uitzetten heeft geen zin en is zelfs verboden, snel zal zich een nieuw exemplaar huisvesten.

Steenmarter in huis (iStock)
Steenmarters kunnen in huis voor overlast zorgen (iStock)

Zorg ervoor dat alle toegangen afgedicht zijn, zodat de dieren niet binnen kunnen komen. Als de dieren reeds aanwezig zijn, sluit dan alle openingen af, behalve de meest gebruikte. Wacht tot de dieren buiten zijn en sluit dan ook de laatste opening af.

Daarnaast kunnen de dieren zich onder de motorkap van de auto bevinden en hier schade aanrichten aan leidingen. Hiervoor zou je een marterverjager kunnen installeren, die marters (en andere dieren) met behulp van een hoog geluid op afstand houdt. Omdat we zelf een natuurtuin hebben, hebben we ook een dergelijk apparaat geïnstalleerd om schade te voorkomen. Tot op heden hebben we nog nooit last gehad van marters of andere dieren bij onze auto, terwijl ze wel in en rondom het perceel zitten. De marterverjager is hier te bestellen bij bol.com.

Boommarter (Martes martes)

De boommarter is ongeveer net zo groot als de steenmarter, met een kop-romplengte van 40 tot 53 centimeter. Hiermee zijn ze ook ongeveer net zo groot als een huiskat. Ze hebben een chocolade- tot roodbruine vacht, met een geel tot geelwitte bef. De poten en snuit zijn donker. Boommarters zijn sterke, behendige dieren die uitstekend in bomen kunnen klimmen. Hun scherpe, stevige nagels en lange, sterke staart komen hier goed bij van pas. Naast dat ze goed kunnen klimmen, kunnen ze ook ver springen.

Boommarter
Boommarters zijn uitstekend aangepast op het leven in bossen

Ze brengen hun leven dan ook voornamelijk voor in bomen. Ze rusten en nestelen in boomholtes. Hiervoor gebruiken ze vaak oude nesten van spechten. In de buurt van deze nestplaats is vaak een tak te vinden met een hoopje uitwerpselen. Let dus op deze latrines als je door het bos loopt, grote kans dat er boommarters in de buurt zijn! Boommarters eten zo een beetje alles wat ze tegen komen. Insecten, muizen, eekhoorns en vogels. Daarnaast ook eieren van vogels, bessen en vruchten.

Leefwijze

In Nederland komen boommarters voor in loof-, naald- en gemengde bossen. Ze zijn overwegend nachtactief, maar komen soms ook overdag buiten. Buiten de paartijd om leven boommarters solitair. De laatste jaren gaat het goed met de boommarter in Nederland. De aantallen nemen toe, alhoewel nog steeds zeldzaam, en ze zijn in iedere provincie waargenomen. Deze toename is vooral te danken aan de ecologische verbindingszones en de toename (en het ouder worden) van bos.

Verschil steenmarter en boommarter

Steenmarters en boommarters lijken ontzettend veel op elkaar. Er zijn echter een aantal verschillen te benoemen, maar deze zijn niet altijd 100% waarneembaar. Zo is de bef van steenmarters meestal wit gekleurd en die van boommarters geel. Ook loopt de bef van de steenmarter vaak door op de voorpoten. Boommarters hebben vaak een zwarte neus, waarbij deze bij steenmarters meestal vleeskleurig is. Boommarters hebben daarnaast meestal grotere oren. Het enige echte verschil waarop de soort met zekerheid te onderscheiden is, is de ondervacht. Deze is bij de steenmarter licht van kleur en bij de boommarter donker.

Das (Meles meles)

De das behoort tot de grotere marterachtigen. Met een kop-romplengte van 65-80 centimeter zijn het een van de grootste landzoogdieren in Nederland. Dassen zijn zwaar en log gebouwd en kunnen ruim 15 kilogram wegen. Ze hebben een grote, brede kop en korte poten. De vacht is zwart/wit gekleurd, met een geelwitte buik. De kop is wit, met twee brede zwarte strepen. Ze hebben lange, kromme nagels waarmee ze goed in de grond kunnen graven, op zoek naar voedsel.

Das (Saaxifraga - Luc Hoogenstein)
Dassen zijn atypische marterachtigen (Saxifraga – Luc Hoogenstein)

Een echte alleseter

De das is een buitenbeentje wat betreft marterachtigen die in Nederland voorkomen. Ze zijn qua bouw totaal verschillend ten opzichte van de andere marters, maar daardoor ook qua voedselkeuze. Dassen jagen niet actief op hun prooi, maar snuffelen en graven vooral op en in de bodem op zoek naar voedsel. Hier eten ze alles wat ze tegenkomen. Regenwormen (belangrijkste voedselbron), pissebedden, kevers, slakken, paddenstoelen, noten, eikels en vruchten.

Leefwijze

Dassen houden van een kleinschalig landschap, met heggen, holle wegen, houtwallen en kleine bossen. Ze maken een burcht, die zich op een hoge, droge plek bevindt. In de lager gelegen, vochtigere landschappen zoeken ze naar voedsel. Dit doen ze voornamelijk ’s nachts. De burcht is een belangrijke plek voor de das. Hier leven ze in familieverband en soms delen ze deze burcht gedeeltelijk met konijnen of vossen. Dassen verzorgen hun burcht uiterst goed en bekleden de kamers met bladeren en mos. De behoefte wordt buiten de burcht gedaan, zodat deze schoon blijft. In de winter zijn dassen een stuk minder actief. Ze houden dan geen winterslaap, maar komen soms wel dagen hun burcht niet uit.

In de 20e eeuw zijn de aantallen dassen in Nederland flink terug gelopen. Sinds de dieren beschermd zijn, gaat het weer een stuk beter. De aantallen komen echter niet in de buurt van wat het ooit is geweest, waardoor bescherming dus noodzakelijk blijft. Tegenwoordig treedt er nog wel eens verontwaardiging op wanneer het treinverkeer tijdelijk wordt stilgelegd in verband met een dassenburcht, maar deze maatregelen zijn essentieel om opnieuw achteruitgang in aantallen te voorkomen.


Lees ook: waar leven dassen?


Otter (Lutra lutra)

Ten slotte leeft er nog de otter in Nederland, de achtste marterachtige in ons land. Met een kop-romplengte van 50 tot 95 centimeter is het samen met de das een van de grotere marterachtigen. De otter heeft een donkerbruine, glanzende vacht, welke waterdicht is. De onderzijde is lichtbruin. Otters zijn uitstekend aangepast aan het leven in en om het water.

Otter (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Otters behoren tot de grotere marterachtigen(Saxifraga – Mark Zekhuis)

Ze hebben korte, krachtige poten met zwemvliezen en een sterke ronde staart. Hiermee kunnen ze zich uitstekend door het water bewegen. Daarnaast hebben ze goed ontwikkelde snorharen, waarmee ze prooidieren in het water kunnen waarnemen. De ogen, neusgaten en oren liggen dicht bij elkaar en op één lijn, zodat ze maar een klein gedeelte van het gezicht boven water hoeven te houden tijdens het zwemmen. Bij dreigend gevaar kunnen ze echter ook tot wel vier minuten onder water blijven.

Het menu en de leefwijze

Otters zijn goede jagers. Ze eten voornamelijk vis, die ze vangen door ze in het ondiepe water en tussen het riet te drijven. Verder worden er ook ratten, vogels, kreeften, krabben en amfibieën gegeten. Otters zijn voornamelijk ’s nachts actief, maar worden soms overdag, al zonnebadend, waargenomen. De otter leeft solitair.

Voor otters is de kwaliteit van het water belangrijk. Ze leven in schone wateren, waarin voldoende voedsel en rustplekken te vinden zijn. Hier leven ze in de oeverzone. Overdag rusten ze vaak in een hol onder bijvoorbeeld een omgevallen boom.


Lees ook: de herintroductie van de otter in Nederland


De otter was door bejaging en door de achteruitgang van de waterkwaliteit uitgestorven in Nederland. In 2002 zijn ze in onder ander het Nationaal Park De Weerribben-Wieden weer uitgezet. Sindsdien zit de otter weer in de lift, maar ondervindt deze ook zeker problemen met de verspreiding door het land. In onderstaande blog lees je hier meer over.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Hike Maboge (Ardennen) 15,2 km

Loofbos Ardennen (De natuur van hier - Sandra Krol)

Op ongeveer een uur rijden vanaf de Nederlandse grens bevinden zich de prachtige Belgische Ardennen. Een waar wandel- en fietsparadijs door uitgestrekte naald- en loofbossen, prachtige rotsformaties en ruige rivieren en watervallen. In deze blog lees je onze review van een 15,2 kilometer lange hike door het hart van de Ardennen. Deze hike biedt alles wat je van een Ardennen hike mag verwachten. Zorg dat je fit bent, want het is zeker een uitdaging!

Dit kun je verwachten:

  • Een uitdagende hike van 15,2 kilometer (in te korten naar 13 kilometer) door een uitdagend, heuvelachtig landschap (link naar de route GPX);
  • Het unieke landschap van de Ardennen;
  • Een ontmoeting met de Ourthe, een zijrivier van de Maas;
  • Op een steenworp afstand van bierbrouwerij Chouffe, uitstekend te combineren met een bezoek aan de brouwerij.

De route

De route leidt door het hart van de Ardennnen, met alle uitdagingen van dien. De route heeft een lengte van 15,2 kilometer, maar is in te korten naar 13 kilometer. Indien je de 13 kilometer wil lopen, kun je de laatste lokale ronde overslaan. Tijdens de hike worden er ruim 400 hoogtemeters bedwongen. Deze zijn verdeeld over twee serieuze klimmetjes (de hike start vrijwel meteen met een serieuze klim) en een kort, pittig klimmetje op het laatst. We besloten nog kort voor de hike een wandelstok te kopen en hier hebben we absoluut geen spijt van gekregen. Er zitten dusdanig steile stukken tussen dat een wandelstok zeker geen overbodige luxe is.


Lees ook: hike Epen (Zuid-Limburg) 21km


Het landschap

De route heeft alles wat de Ardennen te bieden heeft. Allereerst loopt de route door een naaldbos, waar je kans hebt op het horen of zien van een goudhaan of kuifmees. Na een paar kilometer verlaat je het naaldbos en daal je af richting de rivier de Ourthe. Hier verandert ook het landschap. De naaldbomen maken plaats voor loofbomen zoals beuken, berken en esdoorns, veelal bedekt met mos, en er komt meer ondergroei in de vorm van braam en jonge hazelaar.

De Ourthe (De Natuur van hier - Sandra Krol)
De Ourthe (De Natuur van hier – Sandra Krol)

De tocht vervolgt een klein stuk langs de Ourthe, waarna het vrij snel afdwaalt langs een zijtak van de Ourthe. Hier gaat het ook meteen weer omhoog. In de zijrivier voelt een beverfamilie zich al jaren thuis, want stroomopwaarts volgen de beverdammen zich snel op en worden ze alsmaar indrukwekkender. Het zijn er in totaal een stuk of zeven en de laatste is van serieuze omvang en meerdere jaren oud. De impact op het omringende landschap was ook duidelijk zichtbaar, er was andere vegetatie te vinden en we zagen er onder andere een blauwe glazenmaker (en dat diep in de herfst).

Verandering van het landschap

Al klimmend vervolgt de route door een stuk naaldbos, een stuk waar de wandelstokken goed van pas kwamen, en kom je uit het bos op ongeveer de hoogste plek van de wandeling (op circa 400 meter). Hier wordt het landschap wat meer open en wisselen bossen en weilanden zich af. Dit zorgt ervoor dat de hike een mooie afwisseling van landschappen heeft. De route gaat vervolgens voornamelijk naar beneden, totdat je weer in Maboge terecht komt. Je steekt de Ourthe weer over en om de 15,2 kilometer te voltooien loop je nog een lokale ronde met daarin een kort, maar steil klimmetje. Als je de 13 kilometer loopt, keer je meteen terug naar de auto.

Flora en fauna

Uiteraard biedt de Ardennen ook altijd een groot scala aan soorten flora en fauna. Voor de vogelliefhebber is er van alles te ontdekken. In de naaldbossen is het uitkijken naar (vuur)goudhaan, kuifmees en zware specht. In de gemengde- en loofbossen zijn daarnaast veel andere meesachtigen te vinden, zoals de koolmees, pimpelmees, staartmees en glanskop.

Herfst (De natuur van hier - Sandra Krol)
De herfst is een prachtige periode om door de Ardense bossen te struinen (De natuur van hier – Sandra Krol)

Ook boomkruiper en boomklever zijn veelvuldig aanwezig. Een andere leuke, maar schuwere soort om naar op zoek te gaan is de goudvink. De meeste kans om deze soort te vinden is door te focussen op het kenmerkende geluid dat hij maakt. In het najaar zijn ook veelvuldig gaaien te zien en te horen en een ontbrekende kraaiachtige in Nederland: de notenkraker.


Eerder zeiden we al dat we tijdens de hike een blauwe glazenmaker hadden gezien, maar er zijn nog veel meer soorten libellen te ontdekken. De Ardennen zijn er niet per see om bekend, maar het heeft een grote verscheidenheid aan soorten libellen en juffers. Zo zijn er naast de blauwe glazenmaker ook de bruine glazenmaker, zwarte heidelibel, steenrode heidelibel en gewone bronlibel te vinden.

Lees ook: wat is het verschil tussen juffers en libellen?

Libelle silhouette

Flora en fungi

Qua flora viel ons vooral de reuzenbalsemien op. Deze invasieve exoot verspreid zich enorm snel en zorgt ervoor dat andere inheemse planten geen kans krijgen. Daarnaast zijn oevers die slechts begroeid zijn met reuzenbalsemien extra gevoelig voor erosie in de winter, omdat deze plant in de winter afsterft. Dit kan nadelig zijn voor het functioneren van de rivier en het voortbestaan van soorten die afhankelijk zijn hiervan.

Gelukkig zagen we daarnaast ook een ‘explosie’ van inheemse soorten. Midden oktober stonden de paddenstoelen in alle soorten en maten in volle glorie. In onderstaande galerij een greep van de bijzondere fungi die we onderweg hebben gezien.

Van links naar rechts: gewoon eekhoorntjesbrood, amethistzwam, Myxomyxeet indet, gewone glimmerinktzwam en graskleefsteelmycena (De natuur van hier)

Eten en drinken

Om na de hike in de buurt wat (kleins) te eten of te drinken zijn er diverse opties. Het dichtstbijzijnde is café Den Erpel nabij de kerk in het dorp. Hier heb je de mogelijkheid om iets kleins te eten of om wat te drinken (uitgebreide bierenkaart). Daarnaast kun je ervoor kiezen om naar de Chouffe brouwerij te rijden, zo’n elf kilometer verderop. Hier kun je op diverse plekken wat eten of drinken en zou je zelfs je hike kunnen combineren met een bezoek aan de brouwerij. Heb je zin in wat makkelijks en snel, stop dan op de terug weg bij La baraque de fraiture. Dit is een gezellig wegrestaurant/-cafetaria waar je prima kunt eten.


Lees ook: dome boomhut Ardennen


Wil je na de hike in de buurt blijven overnachten? Kijk dan eens hier op Natuurhuisje voor bijzondere plekken in de buurt van Maboge. Je vindt er vaak de meest unieke en bijzondere plekjes in de natuur, waar je écht tot rust komt.

Waarom bouwen en maken bevers dammen?

Beverdam

Waarom bouwen bevers dammen? Of, zoals mensen het ook wel noemen, waarom maken bevers dammen? En waarom maken bevers dammen in beken, sloten en rivieren? Die vragen krijgen we vaak, zeker nu bevers op steeds meer plekken in Nederland opduiken. Waar de één gefascineerd kijkt naar een groeiende dam, ziet de ander ineens ondergelopen weilanden of omgevallen bomen. Dit levert in Nederland soms discussie op.

Bevers bouwen hun dammen niet zomaar. Het is geen toeval dat ze een bepaalde plek uitkiezen of ‘overlastgedrag’. Met het bouwen van dammen vormen ze op een slimme manier hun leefgebied. In deze blog leggen we uit waarom bevers dammen bouwen, wat het verschil is tussen bouwen en maken, hoe een beverdam werkt en wat dit betekent voor natuur, water en mens.

Bever op het land - biodiversiteit in een nat landschap (Bever (Saxifraga - Mark Zekhuis))
Bevers zien er wat lomp uit, maar ze zijn volledig aangepast op het leven in water (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Inhoudsopgave

De bever (Castor fiber)

De bever is het grootste knaagdier van Europa en kan tot één meter lang worden (kop-romplengte). Bevers zien er op het land wat plomp uit, maar in het water zijn ze uiterst behendig. Ze hebben een dikke, bruine vacht, die waterafstotend is. Zo kunnen ze hun lichaam ook op temperatuur houden in koud water.

De kleine ogen, oren en neusgaten zitten dicht bij elkaar, zodat ze tijdens het zwemmen maar een klein gedeelte van het hoofd boven water hoeven te houden. De dikke, platte, geschubde staart dient als een soort roer, waarmee ze zich makkelijk door het water kunnen bewegen. De zwemvliezen tussen de tenen dragen hier ook aan bij. Bevers worden in de natuur zo’n acht tot twaalf jaar oud.

Vroeger kwam de bever algemeen voor in ons waterrijke land en was het een van de belangrijkste architecten van de natuur. Maar door intensieve bejaging stierf de bever uit in Nederland. Sinds 1988 zijn ze weer in ons land te vinden en doen ze weer wat ze altijd al hebben gedaan: ze bouwen dammen.

Bever verspredingskaart in Nederland (NDFF en Zoogdierenvereniging)
Verspreidingskaart van de bever in Nederland (NDFF en Zoogdierenvereniging)

Wat is een beverdam?

Een beverdam is een door bevers aangelegde blokkade in stromend water. Ze bouwen dammen van:

  • Takken en stammen
  • Modder en klei
  • Bladeren en plantenresten

Door een dam te maken, vertraagt of stopt de waterstroom. Achter de dam ontstaat een plas of moerasachtig gebied: precies het leefgebied dat bevers nodig hebben.

Als bevers langere tijd op dezelfde plek (kunnen) blijven, kunnen ze meerdere dammen bouwen. Er ontstaan dan meerdere plassen. In en rondom deze plassen en moerasachtige gebieden groeit de biodiversiteit vaak enorm.

Bever op weg naar burcht - Saxifraga - Mark Zekhuis)
De oren, ogen en neusgaten zitten dicht bij elkaar, zodat er maar een klein gedeelte van het hoofd boven water gehouden hoeft te worden (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Waarom bouwen bevers dammen?

Bevers bouwen dammen om hun leefomgeving veiliger en stabieler te maken. Dat doen ze om meerdere redenen tegelijk.

1. Veiligheid door voldoende water

Bevers voelen zich het veiligst in het water. Hoewel ze zich op het land ook kunnen voortbewegen, zijn ze daar kwetsbaarder. Door dammen te bouwen verhogen bevers het waterpeil en zorgen ze ervoor dat hun leefgebied nat blijft, ook in drogere periodes. Voldoende water is essentieel: alleen zo kunnen bevers hun burcht veilig bereiken en zich snel terugtrekken bij gevaar.

2. Een veilige burcht met onderwateringang

Het leven van een bever speelt zich grotendeels af in en rond de burcht. Deze bestaat uit zowel natte als droge delen. De ingang van de burcht ligt altijd onder water en komt uit in een natte ‘hal’, waar de bever zich droog kan schudden. Van daaruit leidt een gang naar de nestkamer, ook wel slaapkamer genoemd. Deze ligt hoger, is volledig droog en bekleed met houtsnippers. Door het waterpeil hoog te houden met een dam, blijft deze onderwateringang altijd bereikbaar en veilig, en onbereikbaar voor roofdieren.

3. Bescherming tegen vijanden

Dieper water biedt bevers een belangrijk voordeel. In het water kunnen ze snel wegduiken en ontsnappen aan gevaar. Roofdieren zoals wolven, vossen en honden mijden diep water en kunnen moeilijk bij een burcht waarvan de ingang onder water ligt. De dam fungeert daarmee niet alleen als waterbeheer, maar ook als een effectieve bescherming tegen vijanden.

beverdam in rivier – dam gebouwd door bevers
Binnen in de beverdam bevinden zich kamers waar de bever buiten het bereik van roofdieren kan uitrusten.

4. Toegang tot voedsel

Bevers zijn echte vegetariërs. Ze eten planten, kruiden, bloemen, bladeren en knoppen van twijgen. Houtachtige delen van planten, struiken en bomen worden niet gegeten, maar gebruikt voor het bouwen van dammen. Bevers houden geen winterslaap. Ze leggen daarom een voedselvoorraad aan in hun burcht, om de winter goed door te komen. Bevers zijn monogaam en leven als een familie in een burcht. In Nederland zijn er zo’n 3500 exemplaren te vinden.

Door het waterpeil te verhogen, kunnen ze zwemmend bij bomen komen die anders te ver van het water staan. Dat scheelt energie en risico. Twijgen en takken blijven daarnaast langer vers in het water, zodat ze in de winter altijd vers eten hebben.

Waarom bouwen en maken bevers dammen in stromend water?

De vraag “waarom maken bevers dammen” wordt vaak gesteld wanneer mensen ze zien werken in een beek of rivier. Het antwoord is simpel: bevers houden niet van stromend water.

Stromend water kan ervoor zorgen dat hun dam en burcht weggespoeld worden. Het is daarom van groot belang dat de dam op de juiste wijze gebouwd wordt en dat ze rekening houden met de stroming van de beek of rivier.

In stromende beken en rivieren:

  • Spoelt hun leefgebied weg
  • Wordt het water te ondiep
  • Kunnen ingangen van burchten droogvallen

Door dammen te maken (actief aanleggen en onderhouden) zetten bevers stromend water om in stilstaand of langzaam stromend water. Daarmee beheren ze hun eigen leefgebied.

Afhankelijk van de breedte van de rivier, de sterkte van de stroming en de samenstelling van de beverfamilie, kan een beverdam sterk in grootte variëren. Er zijn beverdammen bekend die nauwelijks een meter lang zijn, maar ook beverdammen met een lengte van tien meter zijn niet ongewoon.

beverburcht en biodiversiteit in nat landschap (Saxifraga - Mark Zekhuis)
Beverdammen zijn er in allerlei soorten en maten (Saxifraga – Mark Zekhuis)

Hoe bouwen bevers een dam?

Het bouwen van een dam gebeurt stap voor stap:

  1. Bevers plaatsen takken dwars op de waterstroom
  2. Ze verzwaren de constructie met modder en stenen
  3. De dam wordt steeds hoger en steviger
  4. Water hoopt zich op achter de dam

Een beverdam is echter niet zomaar een simpele hoop takken. De bever moet erg secuur werken. Zwakke punten in de dam worden blootgelegd bij hoog water en een sterke stroming. De kans dat de dam dan wordt weggespoeld, wordt groter. Daarom maken bevers een fundament van modder en stenen. Daarop worden dikke stammen gebruikt voor een stevige constructie, die als basis dient voor de rest van de takken. Bomen met een diameter tot ruim 60 centimeter worden omgeknaagd en in kleinere delen geknaagd, waarna de stammetjes worden gebruikt voor de dam en de twijgen en bladeren worden opgegeten. Bevers blijven de dam continu onderhouden en controleren op lekken.

Met het bouwen van de dam krikken bevers het waterpeil op tot maximaal één meter diep. Ze kunnen al overleven in lagere waterstanden, maar waarschijnlijk hebben ze liever een hogere waterstand om in de herfst voldoende voedsel te kunnen stallen om de winter door te komen.

Het bouwen van een dam is een serieuze klus en komt precies. Het is iets wat bevers op instinct kunnen, want ook bevers die geboren zijn in gevangenschap zijn in staat een dam te bouwen. Het lijkt er wel op dat juveniele dieren de vaardigheden verder perfectioneren door het observeren van het gedrag van hun ouders en broertjes en zusjes.

Wat doet een beverdam met de natuur?

Hoewel een beverdam soms als overlast wordt gezien, heeft hij grote ecologische waarde.

Ecologische impact van beverdammen

Beverdammen dragen bij aan natuurlijke waterberging, waardoor bij hevige regenval piekstroom wordt verminderd en watervoorraad lokaal stijgt. Deze natuurlijke structuren van beverdammen en vijvers dragen bij aan biodiversiteit en veerkracht van ecosystemen:

  • Het biedt een habitat voor bijvoorbeeld amfibieën (zoals salamanders), vissen, insecten en vogels. Er ontstaat een waterrijk, moerasachtig gebied met veel natte natuur. Hoge waterstanden en natte oevers zoals in een natuurlijke poel in je tuin zijn ideaal voor veel soorten.
  • De biodiversiteit neemt (enorm) toe, omdat er leefgebied is gecreëerd voor onder andere amfibieën, insecten en vogels. Daarnaast trekt het ook specifieke soorten aan voor moerasachtig gebied.
  • De vijvers vangen water op en geven het water langzaam af wanneer er droge periodes zijn. Zo zijn de risico’s tijdens en na zeer natte en zeer droge periodes minder groot.
  • Zulke vijvers zijn van grote waarde in het waterbeheer. De waterstroom vertraagt en het water wordt opgevangen. Hierdoor helpen beverdammen de risico’s op overstromingen te verminderen.
  • Doordat de waterstroom vertraagd wordt, erodeert er minder in de beken en worden de oevers stabelier.
  • De vijvers werken als een filter. Ze vangen sediment en verontreinigingen op. Het water wat aan de andere kant van de dam af stroomt, is daardoor van betere kwaliteit.

Bron: The Evironmental Literacy Council

Bevers worden daarom ook wel ecosysteemingenieurs of landschapsarchitecten genoemd: ze veranderen het landschap op een manier waar veel andere soorten van profiteren.

Met het bouwen van dammen zorgt de bever ervoor dat er permanente en tijdelijke poelen ontstaan. Deze zijn vaak een bron van biodiversiteit. Oevers begroeien met (zeldzame) planten die goed gedijen aan deze oevers. Deze trekken op hun beurt weer vliegende insecten. In het stilstaand water beginnen vissen te paaien en leggen juffers en libellen hun eieren. De (vliegende) insecten zijn weer een belangrijke voedselbron voor andere dieren zoals vogels. Door de het bouwen van dammen ontstaat er dus een heel nieuw ecosysteem in het gebied.

De mensen achter Mossy Earth gingen zelfs zo ver, dat ze in een gebied neppe beverdammen maken om het gebied weer te herstellen en de biodiversiteit er terug te brengen. Dit is allemaal te zien in de deze video.

bevervijver achter dam – ecosysteem door bevers gevormd
Bevers zorgen met het bouwen van dammen voor een hogere biodiversiteit in een gebied

Beverdammen en mensen

Levert een beverdam problemen op? Soms wel, maar vooral vanuit menselijk perspectief. Andere diersoorten passen zich aan, maar met name de mens vindt de veranderde situatie onwenselijk.

Mogelijke problemen

  • Overstroming van landbouwgrond
  • Wateroverlast bij wegen of bebouwing
  • Omvallende bomen

Daarom worden beverdammen in Nederland vaak:

  • Gemonitord (waar en hoe groot is de ‘overlast’)
  • Soms verlaagd
  • Zelden volledig verwijderd

De uitdaging is om ruimte te geven aan natuurlijke processen, zonder dat het tot schade leidt. Nederland wordt steeds voller en drukker. Er is veel ruimte voor bebouwing en wegen, en waarschijnlijk zal dat de komende jaren zo blijven en zelfs nog meer worden. Dieren, zoals in dit geval de bever, hebben hun eigen ruimte nodig. Helaas past dit vaak niet in het beleid van de mens, waardoor de bever moet wijken.

Beversporen langs het water - waarom bevers dammen bouwen
Beversporen langs het water (De Natuur van hier)

Waarom zijn bevers zo belangrijk voor het landschap?

Door dammen te bouwen:

  • Herstellen bevers oude natte landschappen
  • Maken ze gebieden klimaatbestendiger
  • Zorgen ze voor natuurlijke sponswerking van de bodem

Zeker met de extreme weersomstandigheden van de laatste en komende jaren is bovenstaande hard nodig. De mens heeft door de eeuwen heen zelf het landschap ontzettend veranderd. Wat de bever doet, is eigenlijk niets anders dan een heel oud, natuurlijk proces. Wat mensen soms “last” noemen, is in feite natuur die (weer) werkt zoals bedoeld.

Conclusie: waarom bouwen en maken bevers dammen?

Bevers bouwen en maken dammen om:

  • Veilig te leven, buiten bereik van roofdieren
  • Voedsel te bereiken en te kunnen opslaan
  • Water vast te houden
  • Hun leefgebied te optimaliseren

Een beverdam is geen toeval, maar het resultaat van miljoenen jaren evolutie. Wie begrijpt waarom bevers dammen bouwen, kijkt vaak met andere ogen naar het landschap.


Meer natuurinspiratie?

Wil je meer lezen over natuurlijke processen, diersoorten, doe-het-zelfprojecten of tuinideeën? Kijk dan eens bij onze andere blogs. Hieronder hebben we een aantal uitgelicht:

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

De Zevenheuvelenhike (Nijmegen) 7-14-21-28km

Zevenheuvelenhike 5

Jaarlijks wordt er in september in de bossen rondom Nijmegen het Zevenheuvelen-evenement georganiseerd. Op zaterdag mogen de hardlopers zich testen op het uitdagende heuvelachtige parcours tijdens de Zevenheuvelentrail, op zondag is het de beurt aan de wandelaars tijdens de Zevenheuvelenhike. Op deze dag maak je kennis met de prachtige oude loofbossen en het museumpark Oriëntalis, terwijl je de Nijmeegse Heuvelrug bedwingt. Een absolute aanrader voor mensen die graag in de natuur wandelen en houden van een sportieve uitdaging.

Het Zevenheuvelen-evenement

Zevenheuvelenhike
De Zevenheuvelenhike leidt je door de prachtige bossen rondom Nijmegen

De organisatoren van een van bekendste harloopevents van het land, de Zevenheuvelenloop, organiseren sinds een aantal jaren in september het Zevenheuvelen-evenement, wat bestaat uit een trail op zaterdag en een hike op zondag. Het evenement trekt een paar duizend mensen, die de sportieve uitdaging in de Nijmeegse bossen aan gaan. Tijdens de hike kan er gekozen worden tussen diverse afstanden; 7 (210HM), 14 (375HM), 21 (550HM), en 28 (700HM) kilometer. De start- en finishlocatie is, op een open plek in het bos, ingericht als een soort festivalterrein, met een bar, diverse foodtrucks en een dj. Een perfecte locatie om na de finish te genieten van een verfrissend drankje.


Lees ook: Teutoburgerwoud wandelvakantie


De hike

Voor wie denkt rustig te kunnen beginnen aan de hike heeft het mis. Vrijwel meteen worden de eerste hoogtemeters voorgeschoteld en het gaat eigenlijk constant op en neer. Wat dat betreft is de route bijna on-Nederlands en waan je jezelf soms echt in het buitenland. De onverharde bospaadjes leiden je door de mooiste plekken in het gebied, met soms mooie vergezichten tot gevolg. Als je kiest voor de langste afstand (zoals wij deden), loop je over het landgoed van Jurgens, klim je over de Nijmeegse stuwwal en daal je door het prachtige Keteldal.

Zevenheuvelenhike 4
De hike voert voornamelijk door het bos, maar soms loop je door open landschappen aangrenzend aan het bos

Onderweg (en bij start en finish) zijn meerdere verzorgingsposten (bij de 28 kilometer waren dit er vier). Hier staan toiletten en heb je de mogelijkheid om je water aan te vullen. Verder kun je er koffie krijgen (denk aan het zelf meenemen van een beker, of bestel er een tijdens je inschrijving), maar ook sinaasappels, bananen, koekjes en winegums. Deze verzorgingsposten zijn tot in de puntjes verzorgd en zorgen ervoor dat je weer met nieuwe energie je tocht kunt vervolgen.

Het Kastanjedal en museum Oriëntalis

Een van de mooiste plekken waar je doorheen loopt, vonden wij toch wel het kastanjedal. Dit bos, waar hoofdzakelijk tamme kastanjes groeien, is gelegen in een dal nabij de plaats Beek. Dit is op zichzelf al bijzonder, maar je loopt hier ook nog eens langs de dikste eenstammige boom van Nederland. Naast de dikste, is het waarschijnlijk ook de oudste tamme kastanje in Nederland (circa 450 jaar oud). Hier lees je meer over deze bijzondere boom en zie je ook enkele foto’s van deze oude reus.


Lees ook: wandeling Noorbeek (Zuid-Limburg) 13km


Wanneer je bijna bij de finish bent, wacht er nog één bijzonderheid op je. Tijdens de laatste honderden meters wandel je door het museumpark Oriëntalis. 100 jaar geleden werd hier een replica van het ‘Heilig Land’ gesticht. Tegenwoordig is dit verder uitgebreid en geeft dit unieke landschap een extra dimensie aan deze toch al gave hike. Hier vind je meer informatie over het museumpark.

Zevenheuvelenhike 2
Op de route zijn regelmatig oude bomen te zien

Doe je volgend jaar ook mee?

Al met al is de Zevenheuvelenhike een fantastische ervaring voor mensen die houden van wandelen en hiken en dit graag in de natuur doen. Ga je er liever hardlopend op uit? Dan heb je naast de Zevenheuvelentrail ook nog de keuze om je in te schrijven voor een nieuw evenement: de Zevenheuvelenhike wintereditie, die in december wordt georganiseerd. Via de website kun je je inschrijven voor deze evenementen. Zien we je volgend jaar?

Wil je na de hike in de buurt blijven overnachten? Kijk dan eens hier op Natuurhuisje voor bijzondere plekken in de buurt van Nijmegen. Je vindt er vaak de meest unieke en bijzondere plekjes in de natuur, waar je écht tot rust komt.

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!