De beste inheemse planten voor natte grond (sterk & onderhoudsarm)

Echte valeriaan is een prachtige bloeier op een natte plek naast een poel of vijver (de Natuur van hier)

Heb je een tuin waar de grond vaak nat blijft? Dat kan lastig zijn om geschikte planten te vinden. Veel tuinplanten houden niet van natte voeten en groeien slecht of verdwijnen zelfs na een natte periode. Vooral op kleigrond of in lager gelegen delen van de tuin kan water blijven staan.

Gelukkig biedt de natuur zelf de oplossing. Inheemse planten zijn van nature aangepast aan de omstandigheden in Nederland en er zijn verrassend veel soorten die juist gedijen op natte grond. Deze planten kunnen niet alleen tegen vocht, maar dragen ook bij aan een rijke biodiversiteit in je tuin.

In dit artikel ontdek je de beste inheemse planten voor natte grond. Van kleurrijke bloeiers tot sterke structuurplanten: stuk voor stuk soorten die jouw natte tuin omtoveren tot een levendige en natuurlijke plek.

Omslagfoto: echte valeriaan – de Natuur van hier

Moerasrolklaver is een prachtige bloeier voor op vochtige tot natte grond (de Natuur van hier)
Moerasrolklaver is een prachtige bloeier voor op vochtige tot natte grond (de Natuur van hier)

Inhoudsopgave

Wat is natte grond precies?

Een natte tuingrond kan verschillende oorzaken hebben. Het kan zo zijn dat je een slecht doorlatende bodem hebt. Dit houdt in dat de bodem water vast houdt en dat er plassen kunnen ontstaan en plantenwortels een zuurstofgebrek hebben. Dit kan voorkomen op leem- of kleigronden.

Vochtige grond vs. natte grond

Maar niet elke tuin met veel water is hetzelfde. Het is daarom belangrijk om onderscheid te maken tussen vochtige grond en natte grond.

Vochtige grond bevat voldoende water, maar is nog goed doorlatend. De bodem voelt licht vochtig aan en droogt na een regenbui geleidelijk weer op. Dit type grond komt vaak voor in halfschaduw of op plekken waar de zon minder direct op staat. Veel inheemse planten kunnen hier goed groeien omdat de wortels voldoende zuurstof krijgen.

Natte grond daarentegen blijft langdurig verzadigd met water. Regenwater zakt minder goed weg, waardoor de bodem langere tijd drassig blijft. Dit zie je bijvoorbeeld bij kleigrond of in lager gelegen delen van de tuin. In deze omstandigheden hebben planten het moeilijker, omdat de wortels minder zuurstof krijgen. Alleen soorten die hier van nature op aangepast zijn, kunnen hier goed overleven.

Tijdelijk nat vs. permanent nat

Naast het verschil tussen vochtig en nat, is het ook belangrijk om te kijken hoe lang de grond nat blijft.

Bij tijdelijke natte grond is er vooral in de herfst en winter of na flinke regenval sprake van wateroverlast. In de zomer kan het grond juist vrij droog worden. Dit type situatie komt veel voor in tuinen en vraagt om planten die zowel natte als droge periodes kunnen verdragen.

Permanent natte grond blijft het hele jaar door vochtig tot drassig. Dit zie je vaak langs vijvers, sloten of op plekken waar het grondwater hoog staat. Hier kunnen alleen echte moeras- en oeverplanten goed groeien, omdat zij aangepast zijn aan een constante hoeveelheid water.

Door goed te kijken naar jouw situatie – vochtig of nat, tijdelijk of permanent – kun je veel gerichter planten kiezen die echt bij jouw tuin passen.

Waarom kiezen voor inheemse planten?

Inheemse planten zijn van nature aangepast aan het Nederlandse klimaat en de bodem. Ze zijn beter in staat om te gaan met de omstandigheden dan uitheemse planten. Over het algemeen hebben ze sterkere wortels en hebben ze minder verzorging nodig dan exoten.

Daarnaast leveren inheemse planten een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Ze bieden voedsel en leefruimte aan dieren zoals bijen, vlinders, andere insecten en vogels. Door te werken met inheemse planten in je tuin, maak je deze dus een stuk waardevoller voor de natuur.

Wat zijn de beste inheemse planten voor natte grond?

De beste inheemse planten voor natte grond zijn onder andere grote kattenstaart, moerasspirea, dotterbloem en gele lis. Deze soorten zijn van nature aangepast aan vochtige omstandigheden en groeien zelfs op plekken waar water langer blijft staan.

Dotterbloem is een prachtige soort om te gebruiken op natte grond
Dotterbloem is een prachtige soort om te gebruiken op natte grond

De beste inheemse planten voor natte grond

Gelukkig zijn er daarnaast nog verrassend veel inheemse planten die uitstekend groeien op natte grond. Van kleurrijke bloeiers tot sterke structuurplanten: deze soorten zijn van nature aangepast aan vochtige omstandigheden en trekken bovendien volop leven naar je tuin. Hieronder vind je een selectie van sterke inheemse planten voor natte grond, oevers en moeraszones.

Bloeiende toppers (biodiversiteit)

Allereerst een aantal bloeiende toppers die insecten zoals bijen, vlinders, zweefvliegen, juffers en libellen naar je tuin zullen trekken.

Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)

Standplaats: zon

Hoogte: 80–120 centimeter

Bloei: roze-paars | juni – augustus

Bodem: natte grond

Geschikt voor: tijdelijk tot permanent nat

Goed voor: bijen en vlinders

Ben je op zoek naar een prachtige bloeier die goed gedijt op een natte standplaats, dan is grote kattenstaart een uitstekende keuze. De inheemse vaste plant bloeit van juni tot en met augustus met prachtige roze bloemaren, die in trek zijn bij insecten zoals bijen en vlinders. Grote kattenstaart kan zowel op een standplaats staan die tijdelijk nat is als een plek die permanent nat is. Feit is dat de bodem regelmatig goed nat mag zijn.

Zelf hebben we grote kattenstaart op een aantal plekken langs onze natuurvijver staan. De vele bloemen van kattenstaart zijn een echte eyecatcher in de zomer! Grote kattenstaart wordt tot 120 centimeter groot.

Grote kattenstaart is bij diverse gespecialiseerde winkels – biologisch gekweekt- verkrijgbaar, waaronder Sprinklr.

Het inheemse grote kattenstaat bloeit met prachtige roze bloemaren die in trek zijn bij insecten
Het inheemse grote kattenstaat bloeit met prachtige roze bloemaren die in trek zijn bij insecten

Moerasspirea (Filipendula ulmaria)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 100–120 centimeter

Bloei: crème-wit | juni – augustus

Bodem: vochtige tot natte grond

Geschikt voor: tijdelijk tot permanent nat

Goed voor: bijen en andere insecten

Moerasspirea is een andere mooie bloeier voor op een natte plek. De plant kan zowel gebruikt worden voor tijdelijke en permanent natte plekken en is daarom een uitstekende keuze om te gebruiken bij een vijver of poel (hier vind je nog meer inheemse vijverplanten).

Van juni tot augustus verschijnen er crème-witte bloemen aan de plant. Zweefvliegen, bijen en andere insecten zullen de bloemen veelvuldig bezoeken om zich tegoed te doen aan het stuifmeel.

Moerasspirea is -biologisch gekweekt- verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr.

Moerasspirae staat graag op een natte plek in de tuin
Moerasspirea staat graag op een natte plek in de tuin

Echte koekoeksbloem (Silene flos-cuculi)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 40–60 centimeter

Bloei: roze | mei – juli

Bodem: vochtige tot natte grond

Geschikt voor: tijdelijk nat

Goed voor: bijen en vlinders

Echte koekoeksbloem is een prachtige inheemse vaste plant voor vochtige tot natte plekken in de tuin. De soort groeit van nature in natte graslanden en langs slootkanten, maar is door verdroging helaas op veel plaatsen achteruitgegaan. Wanneer echte koekoeksbloem op de juiste standplaats staat, kan zij uitbundig bloeien met opvallende roze bloemen van mei tot en met juli.

De bloemen trekken veel insecten aan, waaronder bijen, zweefvliegen en dagvlinders. Daarnaast is echte koekoeksbloem een waardplant voor verschillende nachtvlinders, waaronder diverse soorten spanners en uilen. Hierdoor levert de plant een waardevolle bijdrage aan de biodiversiteit in de tuin.

Via verschillende gespecialiseerde winkels is echte koekoeksbloem – biologisch gekweekt – te verkrijgen, onder andere bij Sprinklr en Vivara.

Echte koekoeksbloem krijgt prachtige bloemen die in trek zijn bij veel verschillende soorten insecten
Echte koekoeksbloem krijgt prachtige bloemen die in trek zijn bij veel verschillende soorten insecten
Banner e-book meer natuur in je tuin - vuurjuffer (de Natuur van hier)
Wil je meer natuurt in je tuin? Download dan ons e-book (klik op de afbeelding) en ontvang een stappenplan om van jouw tuin een tuin vol leven te maken!

Echte valeriaan (Valeriana officinalis)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 80–150 centimeter

Bloei: wit tot lichtroze | juni – augustus

Bodem: vochtige tot natte grond

Geschikt voor: tijdelijk nat

Goed voor: dagvlinders en nachtvlinders

Echte valeriaan is een stevige vaste plant die van nature voorkomt in vochtige graslanden, langs waterkanten en in moerasgebieden. In de zomer verschijnen schermen met lichtroze tot witte bloemen die een zachte geur verspreiden en veel insecten aantrekken.

Vlinders, bijen en vele andere soorten insecten weten de bloemen goed te vinden. Naast het aanbieden van nectar, is echte valeriaan ook de waardplant voor onder andere de bosspanner en de valeriaandwergspanner (beide nachtvlinders). Door de lange bloei en forse hoogte vormt valeriaan bovendien een mooie structuurplant achterin een border of langs een vijverrand. De soort groeit het beste op een vochtige tot natte bodem die niet volledig uitdroogt.

Voor ons is het een van de favoriete planten om te gebruiken langs een vijver of op een natte plek in de tuin. Valeriaan zaait zich gemakkelijk zelf uit, dus het jaar na aanplant komt deze vaak op verschillende plekken in de tuin op. Hierdoor verveelt je tuin dus nooit!

Echte valeriaan is -biologisch gekweekt- verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr en Vivara.

Echte valeriaan is een prachtige bloeier op een natte plek naast een poel of vijver (de Natuur van hier)
Echte valeriaan is een prachtige bloeier op een natte plek naast een poel of vijver (de Natuur van hier)

Moerasandoorn (Stachys palustris)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 60–100 centimeter

Bloei: paarsroze | juni – augustus

Bodem: vochtige tot natte grond

Geschikt voor: tijdelijk nat

Goed voor: bijen

Moerasandoorn is een sterke en betrouwbare plant voor vochtige tot natte plekken in de tuin. Van juni tot en met augustus verschijnen er opvallende paarsroze bloemen die veel bezocht worden door bijen, hommels en andere bestuivende insecten.

De plant groeit van nature langs sloten, natte graslanden en moerasgebieden en kan mooie tapijten vormen. Dankzij de lange bloei vormt moerasandoorn een waardevolle aanvulling op een natuurlijke oeverbeplanting. De soort combineert bovendien mooi met planten zoals moerasspirea, kattenstaart en valeriaan.

Moerasandoorn kan een prachtige mat van paarse bloemen vormen op een natte grond
Moerasandoorn kan een prachtige mat van paarse bloemen vormen op een natte grond

Moerasrolklaver (Lotus pedunculatus)

Standplaats: zon

Hoogte: 30–100 centimeter

Bloei: geel | juni – september

Bodem: vochtige tot natte grond

Geschikt voor: tijdelijk nat

Goed voor: bijen en vlinders

Moerasrolklaver is de vochtminnende tegenhanger van de gewone rolklaver. De opvallende gele bloemen verschijnen gedurende een groot deel van de zomer en worden druk bezocht door bijen en vlinders. Het is tevens de waardplant van onder andere het icarusblauwtje.

De plant groeit van nature in vochtige graslanden en langs waterkanten. Net als gewone rolklaver behoort ook moerasrolklaver tot de vlinderbloemigen, waardoor hij stikstof kan binden in de bodem. Dat maakt hem niet alleen aantrekkelijk voor insecten, maar ook nuttig voor de bodemkwaliteit.

Moerasrolklaver is een prachtige bloeier voor op vochtige tot natte grond (de Natuur van hier)
Moerasrolklaver is de waardplant voor onder andere het icarusblauwtje (de Natuur van hier)

Oever- en moerasplanten

Nu volgen er een aantal planten die zich het meest op hun plek voelen in een oeverzone van een natuurlijke vijver of poel. Ze houden over het algemeen van een permanent natte grond.

Gewone dotterbloem (Caltha palustris)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 20–40 centimeter

Bloei: geel | maart – mei

Bodem: natte grond

Geschikt voor: permanent nat

Goed voor: vroege insecten

Een van de eerste inheemse planten die kleur brengt in een natte tuin is de gewone dotterbloem. Al vroeg in het voorjaar verschijnen de opvallende goudgele bloemen, vaak nog voordat veel andere planten uitlopen. Hierdoor is de soort een belangrijke voedselbron voor vroege insecten zoals zweefvliegen en wilde bijen.

Dotterbloem groeit van nature langs sloten, poelen en in natte graslanden en voelt zich het meest thuis op permanent natte grond. De plant kan zelfs met de wortels ondiep in het water staan. Wij hebben de gewone dotterbloem in de vijver staan, met de wortels permanent in het water. Deze doet het uitstekend. Dankzij de vroege bloei is dotterbloem een uitstekende keuze om het broedseizoen in een natuurtuin vroeg op gang te brengen.

Gewone dotterbloem staat het liefst op een erg natte plek
Gewone dotterbloem staat het liefst op een erg natte plek

Gele lis (Iris pseudacorus)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 80–120 centimeter

Bloei: geel | mei – juli

Bodem: natte grond

Geschikt voor: permanent nat

Goed voor: insecten en oeverstructuur

Gele lis behoort zonder twijfel tot de meest opvallende inheemse oeverplanten. Van mei tot en met juli verschijnen grote gele bloemen die direct de aandacht trekken. De plant groeit van nature langs oevers, sloten en moerassen en staat het liefst gedeeltelijk in het water.

Naast de sierwaarde heeft gele lis ook een belangrijke functie in een natuurlijke vijver. De stevige bladeren bieden beschutting aan allerlei kleine dieren en zorgen voor structuur langs de waterkant. Daarnaast helpen de wortels bij het filteren van het water. Bij onze natuurzwemvijver is gele lis een van de belangrijkste planten in de moerasfilter.

Door het robuuste karakter is gele lis een uitstekende keuze voor permanent natte plekken in de tuin.

Gele lis is een uitstekende plant in de oever van een vijver of op een permanent natte plek in de tuin (de Natuur van hier)
Gele lis is een uitstekende plant in de oever van een vijver of op een permanent natte plek in de tuin (de Natuur van hier)

Watermunt (Mentha aquatica)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 30–90 centimeter

Bloei: lichtpaars | juli – september

Bodem: natte grond

Geschikt voor: tijdelijk tot permanent nat

Goed voor: bijen en vlinders

Watermunt is een van de meest insectenvriendelijke planten voor een natte tuin. In de zomer verschijnen bolvormige lichtpaarse bloemen die druk bezocht worden door bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders.

De plant groeit van nature langs vijvers sloten en natte oevers. Daarnaast verspreiden de bladeren een heerlijke muntgeur wanneer je ze aanraakt. Watermunt kan zich op een geschikte standplaats geleidelijk uitbreiden, waardoor hij ideaal is om een natuurlijke oeverbeplanting mee te creëren. Wij gebruiken hem bijvoorbeeld in onze natuurvijver om de plekken op te vullen waar de vijverfolie nog zichtbaar is. Met behulp van watermunt is deze in een mum van tijd uit het oog verdwenen.

Watermunt bloeit rijkelijk met lila-rozekleurige bloemen
De bloemen van watermunt trekken veel insecten aan (Saxifraga – Hans Dekker)

Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 20–40 centimeter

Bloei: lichtblauw met gele kern | mei – september

Bodem: natte grond

Geschikt voor: permanent nat

Goed voor: bijen

Moerasvergeet-mij-nietje is een sierlijke inheemse plant die gedurende een groot deel van het jaar bloeit met kleine lichtblauwe bloemen. Dankzij de lange bloeitijd is deze soort een waardevolle nectarbron voor allerlei insecten.

De plant groeit van nature langs natte oevers en in ondiep water. Hierdoor is hij bijzonder geschikt voor de overgang tussen land en water. De luchtige groeiwijze en de subtiele blauwe bloemen zorgen bovendien voor een zachte uitstraling langs een vijver of poel.

Moeras vergeet-me-nietje (Saxifraga - Bart Vastenhouw)
Moerasvergeet-me-nietje heeft een lange bloeitijd (Saxifraga – Bart Vastenhouw)

Grote waterweegbree (Alisma plantago-aquatica)

Standplaats: zon

Hoogte: 50–100 centimeter

Bloei: wit | juni – oktober

Bodem: natte grond

Geschikt voor: permanent nat

Goed voor: insecten

Grote waterweegbree is een karakteristieke oeverplant die vaak voorkomt langs sloten, poelen en vijvers. De plant vormt sierlijke bloempluimen met talloze kleine witroze bloemen die gedurende de zomer boven het blad uitsteken.

Hoewel de individuele bloemen klein zijn, trekken ze veel insecten aan. Grote waterweegbree voelt zich het meest thuis op permanent natte grond of in ondiep water. Dankzij de opgaande groei zorgt de soort bovendien voor hoogteverschillen en extra structuur langs de waterkant.

De opgaande groeiwzije van grote waterweegbree zorgt voor extra structuur langs de waterkant (Saxifraga - Peter Meininger)
De opgaande groeiwzije van grote waterweegbree zorgt voor extra structuur langs de waterkant (Saxifraga – Peter Meininger)

Structuurplanten

Er zijn ook verschillende structuurplanten die houden van een natte bodem. Door bloeiende planten af te wisselen met structuurplanten ontstaat er een gevarieerde tuin met voldoende schuilmogelijkheden voor dieren. Ga je dus een groter stuk aanplanten op een natte grond, kies dan ook zeker voor één of meer van onderstaande soorten.

Oeverzegge (Carex riparia)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 80-125 centimeter

Bloei: zwart | mei – juni

Bodem: natte tot zeer natte grond

Geschikt voor: permanent nat

Goed voor: schuilplekken voor insecten en amfibieën

Oeverzegge is een krachtige structuurplant die van nature voorkomt langs waterkanten en in moerasgebieden. De lange bladeren vormen forse pollen die beschutting bieden aan insecten, amfibieën en andere kleine dieren.

De plant bloeit onopvallend met donkerbruine, bijna zwarte aren. Oeverzegge groeit goed op permanent natte grond en helpt om een natuurlijke overgang tussen water en land te creëren. Door zijn robuuste uiterlijk vormt hij een mooi contrast met bloeiende soorten zoals kattenstaart en moerasspirea.

Oeverzegge krijgt donker gekleurde bloeiaren (Saxifraga - Hans Boll)
Oeverzegge krijgt donker gekleurde bloeiaren (Saxifraga – Hans Boll)

Pluimzegge (Carex paniculata)

Standplaats: zon tot halfschaduw

Hoogte: 80–100 centimeter

Bloei: mei – juni

Bodem: natte grond

Geschikt voor: permanent nat

Goed voor: structuur

Pluimzegge vormt indrukwekkende pollen die na verloop van tijd uitgroeien tot karakteristieke verhogingen in het landschap. Hierdoor ontstaat extra structuur en schuilgelegenheid voor allerlei dieren.

De plant groeit van nature op natte en voedselrijke bodems. Hoewel de bloei weinig opvalt, is pluimzegge bijzonder waardevol als basisplant in een natuurlijke oeverbeplanting. De stevige pollen blijven bovendien een groot deel van het jaar aantrekkelijk.

Pluimzegge is een echte oeverplant die schuilplekken biedt aan veel verschillende dieren (Saxifraga - Ed Stikvoort)
Pluimzegge is een echte oeverplant die schuilplekken biedt aan veel verschillende dieren (Saxifraga – Ed Stikvoort)

Koningsvaren (Osmunda regalis)

Standplaats: halfschaduw tot schaduw

Hoogte: 100–160 centimeter

Bloei: geen bloei

Bodem: vochtige tot natte grond

Geschikt voor: tijdelijk nat

Goed voor: structuur en schuilplekken

Koningsvaren behoort tot de grootste en meest indrukwekkende inheemse varens van Nederland. De sierlijke bladeren kunnen meer dan een meter hoog worden en geven een tuin direct een natuurlijke bosachtige uitstraling.

Omdat koningsvaren geen bloemen vormt, trekt hij minder bestuivers aan dan veel andere planten uit deze lijst. Toch is het een waardevolle soort voor vochtige en schaduwrijke plekken waar weinig andere planten goed groeien. De forste bladeren zorgen voor structuur en bieden schuilgelegenheid aan allerlei kleine dieren.

Koningsvaren is een forse en imposante varen die graag op een vochtige plek staat (Saxifraga - Ed Stikvoort)
Koningsvaren is een forse en imposante varen die graag op een vochtige plek staat (Saxifraga – Ed Stikvoort)

Welke plant past bij jouw natte tuin?

In deze blog zijn 14 planten besproken voor een natte tuin of voor vochtige plekken in de tuin. Maar welke plant past nou het beste bij jouw natte tuin? We zetten het hier nog een keer op een rijtje.

De beste inheemse planten voor natte plekken en voor in oevers:

  • Gewone dotterbloem
  • Gele lis
  • Watermunt
  • Moerasvergeet-me-nietje
  • Grote waterweegbree
  • Oeverzegge
  • Pluimzegge

De beste inheemse planten voor tijdelijk natte plekken en vochtige grond:

  • Grote kattenstaart
  • Moerasspirea
  • Echte koekoeksbloem
  • Echte valeriaan
  • Moerasandoorn
  • Moerasrolklaver
  • Koningsvaren

Tips voor beplanting op natte grond

Bij een vochtige of natte tuin is een juiste aanpak essentieel. Is het er het hele jaar door nat, of droogt de grond in de zomer alsnog uit? Breng dit goed in beeld voordat je de planten kiest, want planten die het liefst in een permanent natte bodem staan zullen het zwaar krijgen als de grond in de zomer uitdroogt. Een goede voorbereiding zorgt er dus voor dat je planten wegkwijnen en je in de zomer de planten constant water moet geven.

Hetzelfde geldt voor plekken die van nature permanent nat zijn. Planten die houden van fluctuaties in de waterstand worden niet blij van permanent natte grond, dus ook hier is voorbereiding essentieel. Het werkt vaak beter om de juiste plant op de juiste plek te zetten, dan om maatregelen te nemen om het water weg te krijgen (zoals drainage bijvoorbeeld).

Veelgemaakte fouten

Dit brengt ons meteen bij de meeste gemaakte fout. Kiezen voor planten die van droge omstandigheden houden en de grond hierop gaan aanpassen werkt vaak maar deels. Natuurlijk kun je met behulp van een drainage ervoor zorgen dat de grond droger wordt, maar er is een reden dat deze plek nat is. Vaak komt water vanuit de tuin (of vanuit daken, bestrating en andere plekken die geen water kunnen afvoeren hier samen) en is er sprake van een verdichte bodem waardoor water niet goed wordt afgevoerd. Waterafvoerende maatregelen zijn vaak duur en werken maar deels, waardoor de juiste planten voor deze plek kiezen vaak goedkoper is en een veel mooier beeld oplevert.

Onze ervaring met natte grond

In onze natuurtuin merken we dat de juiste inheemse planten op natte en vochtige plekken in de tuin het vaak verrassend goed doen. Vrijwel de enige vereiste is dat het er voldoende vochtig is. De planten doen het vervolgens uitstekend en bloeien volop en bieden schuilplekken aan dieren die van natte plekken afhankelijk zijn. Grote kattenstaart, gele lis, watermunt en nog een aantal soorten floreren komen daarom volledig tot hun recht in onze natuurtuin.

Combinaties

Door verschillende soorten met elkaar te combineren, ontstaat er een natuurlijke en gevarieerde beplanting die elkaar versterkt. Als je een hele tuin of een deel van de tuin gaat aanplanten, kies dan voor zowel bloeiende planten als voor structuurplanten. Dit vormt een natuurlijk geheel.

Denk bijvoorbeeld aan de combinatie grote kattenstaart met gele lis en oeverzegge. De bloei van grote kattenstaart en gele lis contrasteren mooie met elkaar. De structuur van oeverzegge maakt het beeld compleet. Of ga voor moerasspirea met echte valeriaan en echte koekoeksbloem. Dit zorgt voor een rustiger beeld omdat je twee witte bloeiende soorten met elkaar combineert. De echte koekoeksbloem zorgt voor een leuke afwisseling in bloei. En insecten zullen je met deze combinatie dankbaar zijn.

Afsluiting

Met de juiste inheemse beplanting kun je van natte grond juist een kracht maken in je tuin. Door te kiezen voor soorten die van nature zijn aangepast aan natte omstandigheden, ontstaat er een onderhoudsarme en biodivers rijke beplanting die jaren meegaat.

Wil je verder aan de slag met inheemse beplanting? Bekijk dan ook onze andere artikelen en ontdek hoe je stap voor stap een natuurlijke tuin kunt creëren.

Meer natuur in je tuin e-book
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten

Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Inheemse beplanting: de complete gids voor een natuurlijke en diervriendelijke tuin

Een pinksterbloem in bloei

Inheemse beplanting wordt steeds populairder én dat is niet zonder reden. Door te kiezen voor planten die van nature in Nederland voorkomen, creëer je een tuin die niet alleen mooi is, maar ook écht iets teruggeeft aan de natuur. Denk aan zoemende bijen, fladderende vlinders en vogels die jouw tuin weten te vinden als voedsel- en schuilplek. En het maakt niet uit of je een grote tuin of alleen een balkon hebt: met inheemse beplanting kun je een verschil maken.

Toch vinden veel mensen het lastig om te beginnen. Welke inheemse planten zijn geschikt voor jouw tuin? Hoe combineer je ze op een mooie manier? En waar moet je op letten bij zon, schaduw of grondsoort?

Op deze pagina nemen we je stap voor stap mee in de wereld van inheemse beplanting. Je leert wat het is, waarom het zo waardevol is en hoe je zelf een natuurlijke, diervriendelijke tuin kunt creëren. Daarnaast vind je handige overzichten en links naar verdiepende artikelen, zodat je direct aan de slag kunt.

Omslagfoto: pinksterbloem (de Natuur van hier)

Witte klaver is een goed voorbeeld van inheemse beplanting voor in je tuin
Witte klaver (de Natuur van hier)

🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin?
Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken!

👉 Bekijk hier het e-book

Inhoudsopgave

Wat is inheemse beplanting?

Om goed te begrijpen wat inheemse beplanting is en wat je ermee kunt, is het belangrijk om eerst naar de betekenis te kijken. Want wat maakt een plant eigenlijk ‘inheems’ – en waarom is dat zo belangrijk voor je tuin en de natuur?

Betekenis van inheemse planten

Inheemse planten zijn planten van nature in Nederland voorkomen, zonder invloed van de mens. Ze hebben zich gevestigd na de laatste ijstijd (ongeveer 11.700 jaar geleden) en zijn volledig aangepast aan het klimaat, de bodem en andere omstandigheden.

Daar tegenover staan exoten. Dit zijn planten die hier oorspronkelijk niet voorkomen, maar door de mens zijn geïntroduceerd. Dit kan bewust zijn gebeurd, bijvoorbeeld door tuinbeplanting, of onbewust, zoals een zaadje dat meereist onder een schoen.

Omdat deze planten hier van nature niet thuishoren, hebben ze vaak weinig tot geen relatie met inheemse dieren en andere planten. In sommige gevallen kunnen exoten zich zelfs zo sterk verspreiden dat ze andere soorten verdringen. Dan spreken we van invasieve exoten. Een bekend voorbeeld hiervan is Japanse duizendknoop.

Ingeburgerde planten (archeofyten)

Naast inheemse planten en exoten bestaat er nog een derde groep: de zogenaamde archeofyten, ook wel ingeburgerde planten genoemd.

Dit zijn planten die ooit door de mens zijn meegenomen, maar inmiddels al zo lang aanwezig zijn dat ze zich hebben aangepast aan de omgeving. Over het algemeen worden planten die vóór het jaar 1500 zijn geïntroduceerd als archeofyt beschouwd.

Sommige van deze soorten zijn zelfs zo ingeburgerd dat je ze tegenwoordig gewoon in de natuur tegenkomt. Denk bijvoorbeeld aan wilde cichorei, grote weegbree en tamme kastanje.

Waarom zijn inheemse planten zo belangrijk?

Inheemse planten spelen een cruciale rol in de natuur. Ze vormen de basis van ons ecosysteem en zijn onmisbaar voor talloze insecten, vogels en andere dieren.

Veel insecten zijn gespecialiseerd en leven uitsluitend van bepaalde plantensoorten. Zonder deze planten verdwijnen ook de insecten – en daarmee een belangrijk deel van de voedselketen. Denk bijvoorbeeld aan bijen en vlinders afhankelijk zijn van specifieke bloemen voor nectar een stuifmeel. Een goed voorbeeld hiervan is de knautiabij, die zich heeft gespecialiseerd in het verzamelen van nectar van beemdkroon.

Daarnaast zorgen inheemse planten voor een natuurlijke balans. Ze zijn onderdeel van een complex netwerk waarin planten, dieren en bodemleven met elkaar samenwerken. Wanneer uitheemse of invasieve soorten deze plek innemen, kan dit het evenwicht verstoren.

Door inheemse planten te behouden en te gebruiken, help je dus niet alleen individuele soorten, maar ondersteun je een heel ecosysteem.

Waarom kiezen voor inheemse planten in je tuin?

Gelukkig hoef je geen natuurgebied te bezitten om bij te dragen aan biodiversiteit. Juist in je eigen tuin kun je een groot verschil maken door te kiezen voor inheemse beplanting.

Een van de grootste voordelen is dat je tuin direct meer leven aantrekt. Bijen, vlinders en vogels weten inheemse planten moeiteloos te vinden, omdat ze hier van nature op zijn afgestemd.

Daarnaast zijn inheemse planten vaak sterker en makkelijker in onderhoud. Ze zijn gewend aan het Nederlandse klimaat en groeien goed op de lokale bodem. Hierdoor hebben ze minder water, voeding, en verzorging nodig dan veel exotische tuinplanten.

Door te kiezen voor inheemse planten maak je jouw tuin niet alleen mooier, maar ook duurzamer en waardevoller voor de natuur.

Inheemse planten kiezen: waar moet je op letten?

Het kiezen van de juiste inheemse planten begint bij jouw tuin. Niet elke plant groeit namelijk op elke plek even goed. Door rekening te houden met een aantal belangrijke factoren, vergroot je de kans op een gezonde, sterke en natuurrijke tuin.

We lichten de belangrijkste aandachtspunten waar je op moet letten kort toe. Wil je meer weten? Dan kun je doorklikken naar de uitgebreide artikelen.

Smeerwortel: een goed voorbeeld van inheemse beplanting die veel hommels aantrekt
Niet elke plant past op iedere plek. Denk vooraf dus goed na welke planten je kiest (de Natuur van hier)

Standplaats (zon, vochtigheid, grondsoort)

De standplaats is misschien wel de belangrijkste factor bij het kiezen van inheemse beplanting. Sommige planten houden van volle zon, terwijl andere juist beter groeien in de schaduw. Ook de bodem speelt een grote rol: is je grond droog of juist vochtig? Bestaat deze uit zand, leem of klei?

Door planten te kiezen die passen bij jouw omstandigheden, voorkom je uitval en zorg je voor een sterke, onderhoudsvriendelijke tuin.

Lees meer per standplaats:

Bloeitijd en seizoen

Wil je een tuin die het hele jaar door aantrekkelijk is voor mens en dier? Let dan goed op de bloeitijd van je planten? Door soorten te combineren die op verschillende momenten bloeien, zorg je voor een continue bron van nectar en voedsel voor insecten.

Zo maak je jouw tuin niet alleen mooier maar ook waardevoller voor de natuur.

  • Inheemse planten voor het voorjaar
  • Inheemse planten voor de zomer
  • Inheemse planten voor de herst
  • Inheemse planten voor de winter

Binnenkort lees je hier meer over inheemse planten per seizoen.

Bloeiboog met inheemse planten per seizoen
Bloeiboog van inheemse haag. Op deze manier krijg je gauw inzichtelijk in welke maanden van het jaar je geen bloei in je tuin hebt. Zo kun je dus heel gericht een plant kiezen die dit gat opvult. Interesse in een bloeiboog voor jouw tuin? Neem dan contact met ons op! (de Natuur van hier)

Doel van je tuin

Tot slot is het goed om na te denken over wat je met je tuin wilt bereiken. Wil je vooral meer biodiversiteit? Of zoek je juist een onderhoudsvriendelijke tuin die er natuurlijk uitziet? Misschien wil je specifiek vlinders of vogels aantrekken.

Door vooraf je doel te bepalen, kun je gerichter planten kiezen die daarbij passen.

Lees meer over specifieke onderwerpen in je tuin:

Overzicht van inheemse planten per categorie

Inheemse planten zijn er in allerlei vormen en soorten. Van bloemen en bodembedekkers tot struiken en bomen. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste categorieën, met links naar uitgebreide artikelen per type beplanting.

Vaste planten

Inheemse vaste planten vormen de basis van veel natuurlijke tuinen. Ze komen elk jaar terug en zorgen voor kleur, structuur en voedsel voor insecten.

Bekijk:

Bomen en struiken

Bomen en struiken bieden niet alleen structuur, maar ook voedsel, schuilplekken en broedgelegenheid voor vogels en andere dieren. Onmisbaar dus in een natuurlijke tuin.

Bekijk:

Bloeiende planten

Bloeiende inheemse planten zijn onmisbaar voor bijen, vlinders en andere insecten.

Maarts viooltje bloeit vroeg in het jaar met prachtige paarse bloemen (de Natuur van hier)
Kies planten die op verschillende momenten bloeien. Maarts viooltje bloeit bijvoorbeeld heel vroeg in het jaar (de Natuur van hier)

Bodembedekkers

Bodembedekkers helpen om de bodem te beschermen tegen uitdrogen en zorgen voor minder onderhoud. Veel inheemse soorten bloeien ook nog eens rijkelijk.

Klimplanten

Klimplanten zijn ideaal voor schuttingen, muren en pergola’s en bieden extra ruimte voor groen in je tuin. Het zijn ook ideale schuil- en broedplekken voor vogels.

Vijverplanten

Ook in en rondom vijvers kun je kiezen voor inheemse soorten die bijdragen aan een gezond ecosysteem.

Kruiden

Inheemse kruiden zijn niet alleen mooi, maar vaak ook eetbaar en aantrekkelijk voor insecten.

Inheemse tuin voor dieren

Meer inheemse planten maken van je tuin een waardevolle plek voor allerlei dieren. Verschillende soorten hebben elk hun eigen behoeften. Door hier slim op in te spelen, kun je jouw tuin omtoveren tot een levendige en natuurlijke omgeving.

Voor bijen en insecten

Bijen en andere insecten zijn sterk afhankelijk van specifieke plantensoorten. Veel wilde bijen halen hun voedsel slechts van een beperkt aantal bloemen. Inheemse planten sluiten hier perfect op aan en bieden nectar en stuifmeel op de juiste momenten.

Door te kiezen voor een gevarieerde bloei van inheemse planten, zorg je voor een continue voedselbron en help je insecten overleven.

Een tweekleurige zandbij op een bloeiende wilg
Bloeiende inheemse planten, bomen en struiken zijn zeer belangrijk voor bijen omdat ze dienen als voedselbron (de Natuur van hier)

Voor vlinders

Vlinders stellen andere eisen dan bijen. Naast nectarplanten hebben ze ook waardplanten nodig, waarop ze hun eitjes leggen en waar rupsen van eten. Deze plantjes zijn vaak specifiek en het gaat hier over het algemeen om inheemse soorten.

Met de juiste combinatie van planten maak je jouw tuin aantrekkelijk voor zowel volwassen dieren als hun rupsen.

Voor vogels

Vogels gebruiken inheemse planten op verschillende manieren. Ze eten bessen en zaden, zoeken er insecten en vinden er beschutting om te rusten en om een nest te bouwen.

Struiken en bomen spelen hierbij een belangrijke rol. Door deze toe te voegen, maak je je tuin een stuk aantrekkelijker voor vogels.

  • Inheemse planten voor vogels
Zwartkop vrouw schuilt in het struikgewas
Dichte struiken bieden een perfecte schuil- en nestplek voor vogels, zoals dit zwartkopvrouwtje (de Natuur van hier)

Voor kleine dieren

Ook kleine dieren zoals egels en andere zoogdieren profiteren van een natuurlijke tuin. Dichte beplanting biedt schuilplekken en bescherming, terwijl een gezonde bodem zorgt voor voldoende voedsel zoals insecten.

Door je tuin iets minder strak te houden en ruimte te geven aan natuurlijke groei, creëer je een veilige plek voor deze dieren.

  • Inheemse planten voor egels en kleine dieren

Hoe begin je met inheemse beplanting?

Beginnen met inheemse beplanting hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Juist door klein te starten en goed te kijken naar je tuin, kun je al snel een groot verschil maken.

Stap 1: Kijk naar je tuin

Voordat je planten kiest, is het belangrijk om goed je tuin te bekijken. Hoeveel zon krijgt de plek? Wat voor grond heb je? En is het er droog of juist vochtig? Voordat wij nieuwe planten aanplanten in onze tuin, bestuderen we eerst het plekje goed. Is het een droge en zonnige plek? Staat er veel wind? Pas dan gaan we kijken welke planten hier het beste zouden passen.

Door hier rekening mee te houden, kies je planten die van nature goed passen en minder onderhoud nodig hebben.

Stap 2: Kies de planten die erbij passen

Kies vervolgens planten die aansluiten bij jouw situatie én bij wat je wil bereiken. Wil je meer vlinders aantrekken? Of juist een onderhoudsvriendelijke tuin?

Door gericht te kiezen, vergroot je de kans op succes.

Stap 3: Begin klein

Je hoeft niet meteen je hele tuin om te gooien. Begin bijvoorbeeld met een border of een klein stukje tuin. Zo kun je rustig ontdekken wat werkt en wat bij je past.

Stap 4: Laat de natuur haar werk doen

Inheemse tuinen hoeven niet perfect strak te zijn. Juist door de natuur wat meer ruimte te geven, ontstaat er een gezonde balans waarin planten en dieren elkaar versterken.

Meer weten?

Wil je stap voor stap aan de slag met een inheemse tuin? In ons e-book nemen we je mee van een kale tuin naar een levendige, natuurlijke omgeving. Inclusief praktische tips, voorbeeldplanten en een duidelijk 4-wekenplan.

👉 Download hier ons e-book over inheemse beplanting

Meer natuur in je tuin e-book
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten

Veelgemaakte fouten bij inheemse beplanting

Hoewel inheemse planten vaak sterk en onderhoudsvriendelijk zijn, gaat het in de praktijk toch regelmatig mis. Door een paar veelgemaakte fouten te voorkomen, vergroot je de kans op een succesvolle en natuurlijke tuin.

Verkeerde standplaats kiezen

Een van de meest voorkomende fouten is het kiezen van planten die niet passen bij de omstandigheden in je tuin. Een zonminnende plant zal het in de schaduw lastig krijgen – en andersom.

Kijk dus altijd goed naar zon, schaduw en bodem (vochtigheid, grondsoort) voordat je planten kiest.

Te veel in één keer willen

Het is verleidelijk om meteen je hele tuin te veranderen, maar dat werkt vaak averechts. Je verliest overzicht en weet niet goed wat wel en niet werkt. Begin dus klein en breid stap voor stap uit.

De tuin té netjes willen houden

In een natuurlijke tuin hoort een beetje ‘rommel’ erbij. Afgevallen bladeren, uitgebloeide planten en schuilplekjes zijn juist belangrijk voor insecten en andere dieren. Laat de natuur af en toe haar gang gaan. Wij laten in onze natuurtuin alle bladeren liggen en ruimen niets op. Wat er in het voorjaar nog ligt maaien we op met de grasmaaier, zodat het gras weer kan groeien.

Alleen voor uiterlijk kiezen

Sommige planten zien er mooi uit, maar hebben weinig waarde voor insecten en dieren. Inheemse planten bieden juist wél voedsel en schuilplekken. Kies ook altijd voor biologisch gekweekte planten, zodat de nectar in bloemen niet schadelijk is voor insecten. Kijk voor een ruim aanbod bij Sprinklr en Vivara.

Onderhoud van inheemse planten

Een groot voordeel van inheemse beplanting is dat het onderhoud vaak beperkt is. Omdat deze planten zijn aangepast aan het lokale klimaat en de bodem, hebben ze minder verzorging nodig dan veel exotische soorten.

Snoeien en opruimen

Inheemse planten hoef je meestal maar één of twee keer per jaar te snoeien. Daarna kunnen de meeste inheemse soorten zich goed redden, zelfs in drogere periodes. Bij veel inheemse planten kun je de snoei ook prima een jaar overslaan.

Doe snoeien altijd pas na de winter, dan kunnen er allerlei dieren overwinteren in de uitgebloeide stengels. Snoeiafval kun je verzamelen op een takkenril.

Laat uitgebloeide bloemen van inheemse beplanting staan
Laat uitgebloeide bloemen staan tijdens de winter en knip ze pas in het voorjaar af. Dit zijn belangrijke overwinteringsplekken voor insecten (de Natuur van hier)

Water geven

Na het aanplanten hebben planten wat extra water nodig. Daarna kunnen de meeste inheemse soorten zich goed redden, zelfs in drogere periodes.

Laat de natuur werken

Afgevallen bladeren en plantenresten verbeteren de bodem en trekken bodemleven aan. Dit draagt bij aan een gezond ecosysteem in je tuin.

Veelgestelde vragen over inheemse beplanting

Zijn inheemse planten rommelig?

Nee, maar ze ogen vaak natuurlijker dan strakke siertuinen. Door slim te combineren kun je een tuin creëren die zowel mooi als natuurlijk is.

Kun je inheemse planten combineren met niet-inheemse planten?

Ja, dat kan zeker. Een combinatie is mogelijk, maar hoe meer inheemse planten je gebruikt, hoe groter de waarde voor de natuur.

Zijn inheemse planten geschikt voor kleine tuinen?

Ja, ook in kleine tuinen of zelfs op een balkon kun je inheemse planten toepassen. Denk aan compacte soorten of planten in potten.

Hebben inheemse planten veel onderhoud nodig?

Nee, juist minder dan veel andere tuinplanten. Ze zijn aangepast aan de omstandigheden en daardoor sterker en makkelijker in onderhoud.

Afsluiting

Inheemse beplanting is een eenvoudige manier om je tuin mooier, sterker en waardevoller te maken voor de natuur. Of je nu klein begint of direct grote stappen zet: elke keuze voor inheemse planten maakt een verschil.

Door bewust te kiezen voor planten die hier van nature thuishoren, help je bijen, vlinders vogels en andere dieren, gewoon vanuit je eigen tuin.

👉 Wil je verder aan de slag? Bekijk dan eens onze artikelen over inheemse planten of andere tuinblogs zoals: hoe maak ik een stapelmuurtje, hoe leg ik een bloemrijk gazon aan of hoe leg je een poel aan in de tuin?

👉 Download hier ons e-book en start stap voor stap met jouw natuurlijke tuin

Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Natuurtuin in ontwikkeling – deel II

Natuurtuin

Ongeveer gelijktijdig met de start van deze website hebben we een huis kunnen kopen met ongeveer 3500m2 grond erbij. Ons doel is deze 35 are de komende jaren om te turnen naar een natuurtuin waarbij er ruimte is voor allerlei wilde vogels en andere dieren. De voortgang hiervan houden we bij en delen we in een terugkerende blog met jullie. In deze tweede blog over onze natuurtuin vertellen we je hoe we flink wat planten hebben gezet, welke bijzondere bezoekers we hebben gehad en wat de resultaten zijn tot nu toe.  

01 december , 2022

De opstartfase

In de eerste blog hebben we de startsituatie van de tuin besproken. We hebben in die eerste paar weken maar een paar kleine wijzigingen aangebracht, zoals vogelvoer en nestgelegenheden aangeboden. Na drie weken stond de teller op zo’n 22 soorten die we in en rondom de tuin hadden waargenomen. Nu, drie maanden later, zijn we al vele ontwikkelingen verder en soorten rijker.

Dauw in de ochtend
Dauw in de vroege ochtend (De natuur van hier – Sandra Krol)

Eerste soorten in het najaar

Eind september waren de walnoten van onze twee walnootbomen rijp en vielen massaal van de bomen af. Na zelf een groot deel geraapt te hebben, bleven er nog voldoende liggen in het gras. Het duurde niet lang totdat de kraaiachtigen de resterende noten ontdekt hadden. Onze tuin werd druk bezocht door kauwen, zwarte kraaien, eksters en roeken die een noot wisten te bemachtigen en deze elders open gingen kraken. Hiervoor zochten ze een harde ondergrond, deze vonden ze in de doorgaande weg waar ons huis aan staat. Met allerlei trucs en capriolen lieten ze de noot zo hard mogelijk op de weg vallen totdat deze open spleet.

In het najaar werd het naastgelegen weiland opnieuw ingezaaid en dit zorgde voor de komst van een nieuwe buurman. Sinds die tijd is er een buizerd, met een overwegend wit verenkleed, dagelijks te gast op het weiland om tussen het gekiemde gras te jagen op wormen en kevers. Dit doet hij door op een komisch uitziende wijze kleine stukjes door het weiland te sprinten, op jacht naar zijn prooi.

November was de maand dat de bessen aan de taxus hingen. En hoewel deze voor mens en (de meeste) dieren giftig zijn, komen sommige vogels er juist op af. Dit komt omdat vogels de bessen eten en de zaden weer onverteerd uitpoepen. Hierdoor blijft het gif binnen de zaadhuls zitten en kan de vogel dus ongestoord van de sappige bes genieten. Vooral lijstersoorten als de merel en de zanglijster zijn gek op deze besjes. We hebben een zanglijster in en uit de taxus zien vliegen, maar helaas zijn er nog geen merels op af gekomen.

Zanglijster
De zanglijster is een terugkerende gast in onze natuurtuin

Stappen op weg naar een natuurtuin

Ondanks deze soorten is er toch nog voldoende ruimte voor verbetering. Eén van de belangrijkste zaken was om meer groen in de tuin aan te brengen. Dat hebben we de afgelopen maanden dus ook gedaan.

Meer groen!

Na een aantal weken zijn we gestart met het afrasteren van het perceel en deze gedeeltelijk te beplanten met een gemengde haag. We hebben in de afrastering enkele openingen gemaakt zodat (kleine) zoogdieren gemakkelijk in en uit de tuin kunnen. Na een tweetal weken lijkt hier al een wissel te ontstaan, die door allerlei dieren gebruikt kan worden.

Gemengde haag

De gemengde haag bestaat uit vijf inheemse haagplanten, drie klimplanten en vier bolsoorten. Vaak worden hagen aangeplant met uitsluitend haagplanten, maar door het gebruik van ook andere soorten flora kun je de biodiversiteit in je tuin een enorme boost geven.

Als haagplanten hebben we beuk, wilde roos, veldesdoorn, wilde kardinaalsmuts en meidoorn gebruikt. De drie klimplanten die we toegepast hebben zijn wilde kamperfoelie, hop en bosrank. Als ondergroei kozen we voor verwilderende bloembollen; blauwe druifjes, blauwe anemonen, krokussen en echte trommelstokken (sieruien). In deze blog vertellen we wat meer over deze soorten en geven we handige tips bij de aanplant van een gemengde haag.


Lees ook: vijf onmisbare kruiden voor in tuin of pot


Een struweel en ‘stepping stones’

Daarnaast hebben we er voor gekozen om in de verste hoek van de tuin een struweel aan te planten van zo’n 70m2. In dit struweel hebben we hoofdzakelijk inheemse heesters aangeplant die daar de ruimte krijgen om te groeien en waar we geen snoeiwerkzaamheden zullen uitvoeren. Het idee is dat dit struweel het hele jaar door een rustige plek is voor dieren, waar ze voedsel en schuilmogelijkheden kunnen vinden. Doordat we een grote verscheidenheid aan soorten aanplanten en geen snoei toe passen, zorgen we ervoor dat in het struweel een groot deel van het jaar heesters in bloei staan. Dit maakt het gedurende bijna het hele jaar interessant voor bijen en andere insecten. In onderstaande tabel zie je welke soorten we gebruikt hebben voor onze struweel.

Aanplant struweel
Aanplant van het struweel met hoofdzakelijk inheemse soorten (Natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Tevens hebben we verspreid in de tuin kleine groepjes met heesters en een paar jonge bomen aangeplant. De bomen; een winterlinde en een zomereik zijn onze toekomstbomen. Op ons perceel staan nu enkele volwassen bomen, maar het kan zijn dat deze ooit ziek worden of dood gaan. De jonge bomen moeten tegen de tijd de functie van de huidige volwassen bomen overnemen. De kleine groepen heesters moeten ervoor zorgen dat het voor dieren gemakkelijker wordt om zich veilig door de tuin te verplaatsen. Ze doen dus dienst als een soort stapstenen.

Aangeplante soorten
Aangeplante soorten (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Knotwilgen en verschralen

Naast het aanplanten van een gemengde haag, een struweel en enkele groepjes heesters, was er nog één ding die niet in het landschap mocht ontbreken. Achter in de tuin hebben we drie jonge knotwilgen aangeplant. Knotwilgen zijn inheems en zorgen ervoor dat de natuurtuin perfect aansluit aan het omliggende landschap.  

Volwassen knotwilgen zijn enorm goed voor de biodiversiteit en prachtig om te zien. Het snoeiafval wat vrij komt bij het knotten gaan we gebruiken om een takkenwal van te maken. Deze zijn ontzettend waardevol voor allerlei insecten, vogels en zoogdieren. Zodra we hier aan toekomen, zullen we dit uiteraard in deze serie vermelden.  

Steenuil
De steenuil nestelt graag in oude knotwilgen. Lukt het ons deze bijzondere soort naar onze tuin te lokken?

Dan hebben we nog het grasland waar we iets mee moeten. We hebben het dit seizoen laten groeien, waardoor het gras nu vrij hoog staat. We hebben besloten het gras jaarlijks twee keer te gaan maaien en het maaisel af te voeren om zo een verschralingsbeheer toe te passen. Jaarlijks gaan we monitoren welke nieuwe soorten er bij komen en zo hopen we op termijn een goed ontwikkeld kruidenrijk grasland te ontwikkelen.  


Lees ook: de beste inheemse vijverplanten


De resultaten en het vervolg

We zijn nu precies vier maanden onderweg en hebben al vele soorten in onze tuin waargenomen. Dit is terug te zien in het soortenoverzicht. In totaal zitten we nu op 107 soorten, waarvan er 97 in de tuin zijn geweest en 10 soorten alleen nog maar rondom de tuin. Enkele leuke soorten die we voor het eerst waargenomen hebben in en rondom de tuin zijn; fazant, zwarte roodstaart en groene specht.

We verwachten dat deze soorten de komende kwartalen blijven toenemen, onder andere door de getroffen maatregelen. We zullen over circa drie maanden weer met een update komen.

Disclaimer: in deze terugkerende blog spreken we over een natuurtuin. Echter is dit niet een standaard tuin waar de meest mensen aan denken bij het woord tuin. Het grootste deel van het perceel wordt aangeplant met uitsluitend inheemse soorten, die terugkeren in het omliggende landschap. Hier laten we de natuur vervolgens zoveel mogelijk haar gang gaan.

Soortenoverzicht 1-12-2022
Soortenoverzicht natuurtuin 1-12-2022 (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Lees verder in natuurtuin in ontwikkeling deel III


10 Tips voor meer vogels in je tuin

Voor een boomklever moet je meer moeite doen: hij is gek op oude bomen

In iedere tuin in Nederland komen vogels voor, zelfs als er alleen maar tegels liggen. Maar hoe zorg je er nou voor dat je naast de koolmees, merel en houtduif nog andere vogelsoorten in je tuin krijgt? Met deze tien tips komen er soorten naar je tuin die je niet had zien aankomen!

Huismussen zijn echte tuinvogels (De Natuur van hier)
Huismussen zijn echte tuinvogels (De Natuur van hier)

1. Water in de tuin

Een van de effectiefste manieren om meer vogels in je tuin te krijgen is door water in je tuin aan te brengen. Dit kan op verschillende manieren. Plaats bijvoorbeeld een waterschaal in de tuin. Wij hebben zelf deze (via de link te bestellen bij bol.com). Deze bevalt erg goed omdat deze op iedere gewenste plek (aan een tak) in de tuin te hangen is en lekker diep is, waardoor deze niet snelt droog valt. Haal de waterschaal in de winter wel naar binnen. Als de vogels in de winter te nat worden kunnen de veren bevriezen, wat de vogel fataal kan worden.

Daarnaast kun je een beekloopje creëren die uitloopt op een poel of vijver. In deze blog leggen we uit hoe je het aanleggen van een poel het beste aan kunt pakken.

Plaats je waterornament op een centraal plekje in de tuin en je ziet verschillende soorten vogels hierop af komen om te drinken, of om een heerlijk bad te nemen. Zorg dat het waterornament goed zichtbaar is vanuit een raam in de woonkamer of keuken, het wassen levert vaak fotogenieke plaatjes op! 

Een kneu neemt een verfrissend bad (De Natuur van hier)
Een kneu neemt een verfrissend bad (De Natuur van hier)

2. Lok vogels met voer

Vogelvoer aanbieden is natuurlijk ook een perfecte manier om meer vogels in je tuin te krijgen. Maar het is ook zeker belangrijk om na te denken wat voor voer je aanbiedt. Als je altijd maar alleen vetbollen ophangt, weet je zeker dat je soortenrijkdom niet exponentieel toe zal nemen.

Bied verschillende soorten voer tegelijk aan, maar wissel ook af met voedsel. Varieer in vorm (los zaad, vetbollen, pindakaas potjes, etc.), maar varieer ook in soort; voer zowel plantaardig als dierlijk voer om zoveel mogelijk soorten te trekken.

Let er ook op dat je voedsel op verschillende plekken aanbiedt en dat je zowel voor kleine als voor grote vogels voerplaatsen maakt. Zo zijn er voor kleine vogels bijvoorbeeld speciale voerrekjes te krijgen waarbij grote vogels niet bij het voer kunnen. Koop je voer bij een betrouwbaar bedrijf, die het beste voor hebben met de natuur. Goedkoop voer bij grote winkelcentra ziet er aantrekkelijk uit, maar is vaak slechte kwaliteit en soms zelf schadelijk. Het beste kies je voor biologisch vogelvoer. Dit is vrij van gifstoffen en dus niet schadelijk voor vogels.

Pimpelmezen voelen zich al snel thuis in groene tuinen (De Natuur van hier)
Pimpelmezen voelen zich al snel thuis in groene tuinen (De Natuur van hier)

3. Nestkasten en nestmateriaal

Meer vogels in  je tuin? Dan mogen nestkastjes zeker niet ontbreken! Gebruik nestkastjes voor verschillende soorten, vooral de type opening en de grootte van het kastje zijn hierbij van belang.

Hang een nestkastje op voor kool- en pimpelmezen en een nestkastje voor de merels. Uiteraard kun je ook proberen een roodborstje of een kwikstaartje in je tuin te laten broeden. Een waar feest is het als het je lukt een soort naar je tuin te lokken die in kolonies broedt. Hang meerdere zwaluwnesten op en wie weet heb je binnenkort een ware kolonie vogels in je tuin! Via deze link zijn tal van nestkasten te bestellen, dus er zit altijd wel wat voor je tussen. Liever zelf aan de slag? Zoek dan op onze website op nestkasten en je vindt verschillende bouwtekeningen! Als je een dichte (gemengde) haag aanplant of een mussenhotel ophangt heb je kans dat een mussenfamilie zich in je tuin settled. 

Meer dan de standaard vogels

Heb je een grotere tuin? Dan heb je ook een goede kans om grotere vogels naar je tuin te lokken.  Als je aan een open veld woont is het wellicht een idee om een torenvalk nestkast te plaatsen. Hier vind je een bouwtekening van een nestkast voor een torenvalk. Let er op dat deze hoog genoeg staat en een vrije ingang heeft, zodat de valken makkelijk in en uit kunnen vliegen.

Woon je aan de rand van een bos of heb je zelfs een bostuin? Hang dan hoog in een boom een nestkast voor een bosuil op of een nestkast voor spechten. Wil je het echt allemaal van dichtbij meemaken? Kies dan voor een vogelhuisje met webcam en volg het proces van A-Z op de voet.


Lees ook: bouwtekening nestkast pimpelmees


Onderhoud

Vergeet niet het nestkastje één keer per jaar schoon te maken. Dit verhoogt de kans op een nieuw nestje het jaar erop. Het nestkastje schoonmaken doe je in het najaar. Sommige vogelsoorten hebben meerdere legsels per jaar waardoor het in de late zomer nog bezet kan zijn. Wacht dus lang genoeg zodat je dit legsel zeker niet verstoort.

Schoonmaken doe je met alleen heet water. Spoel heet water in het nestkastje als het oude nest er nog in zit. Oude nesten zitten vaak vol met vlooien, door er heet water over te gieten voorkom je dat de vlooien overspringen. Verwijder vervolgens het oude nest en spoel nog grondig na met heet water en schrob met een borstel. Laat het nestkastje drogen en hang het vervolgens weer op, zodat  het er weer een vol jaar tegenaan kan!

4. Aanwezigheid van bloemen en inheemse planten

De aanwezigheid van bloemen en inheemse planten is erg belangrijk. Bloeiende planten trekken insecten aan wat op hun beurt weer voedsel is voor vogels. Zorg dat je het hele jaar door bloeiende planten in je tuin hebt om hier optimaal gebruik van te maken.

Kies in het voorjaar voor bijvoorbeeld dagkoekoeksbloem, pinksterbloem en wilg. In de zomer ga je voor duizendblad, kattenstaart of zonnebloemen. Voor in de herfst plant je asters of anemonen en plant een toverhazelaar of een groep nieskruid voor bloei in de winter. Uitgebloeide bloemen bieden daarnaast uitstekend nestmateriaal voor vogels. In deze blog lichten we vijf kruidachtige planten toe voor in je tuin.

Kies bij voorkeur voor inheemse planten en biologische gekweekte planten. Inheemse planten trekken meer verschillende soorten insecten aan, wat weer meer keuze biedt aan de insectenetende vogels. Daarnaast doen inheemse planten het vaak ook beter dan exotische tuinplanten waardoor ze ook een langere periode in bloei staan. Met biologische planten weet je zeker dat er geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt en insecten niet dood gaan als ze de nectar uit de bloemen eten.

Bloemen in je tuin bieden voedsel en nestmateriaal (uitgebloeide bloemen) voor vogels.
Bloemen in je tuin bieden voedsel en nestmateriaal (uitgebloeide bloemen) voor vogels

Lees ook: tips voor het aanleggen van een natuurtuin


5. Beschutting

Naast zaken zoals voedsel en water is er nog een belangrijk aspect wat (kleine) vogels nodig hebben om zich op hun gemak te voelen: beschutting! Ga voor planten en struiken van verschillende hoogtes. Kies voor planten met een dichte groei zoals hulst of kardinaalsmuts. Je kunt daarnaast ook kiezen een haag aan te planten, dit biedt schuilmogelijkheden voor bijvoorbeeld een familie mussen. Kies voor beuk, liguster, meidoorn, veldesdoorn of een mix van deze soorten (gemengde haag).

Zorg er ook voor dat er een aantal wintergroene struiken in de tuin te vinden zijn. Dit geeft vogels bescherming in de winter. Denk hierbij aan; hulst, laurier, taxus of sneeuwbal.

Struiken met doorns bieden bescherming voor vogels. Klimroos, vuurdoorn en meidoorn zijn goede voorbeelden van doornstruiken en -planten die een beschermde plek in je tuin kunnen bieden aan vogels. 

6. Leg een stuk gazon aan

In een typische vogeltuin mag een stuk gazon zeker niet ontbreken. Een gazon is een bron van voedsel voor vogels, zowel dierlijk als plantaardig. Afhankelijk van hoe je je gazon onderhoudt, komen er in meer of mindere mate andere soorten beplanting in je gazon, zoals klaver, madeliefje en biggenkruid. Daarnaast zorgen mieren, wormen, emelten en engerlingen voor een gevarieerd aanbod aan dierlijk voedsel voor vogels. 

Met een stukje gazon in je tuin maak je je tuin vooral aantrekkelijk voor merels, spreeuwen en lijsters. Je zult getuige zijn van het voortplantingsgedrag van merels of je zult grote groepen lijsters en spreeuwen, driftig op zoek naar dierlijk voedsel, waarnemen. Allemaal prachtige schouwspellen om te zien!

7. Insectenhotels

Zoals al eerder aangegeven in deze blog is de aanwezigheid van insecten in je tuin van groot belang om insectenetende vogels aan te trekken. Naast dat je hiervoor (bloeiende) planten kunt aanplanten, kun je hier voor ook insectenhotels ophangen. Ook hierbij is variatie het sleutelwoord. Een insectenhotel bestaat vaak uit meerdere segmenten, waarbij ieder segment voor een andere insectensoort geschikt is. Maar naast deze ‘standaard’ insectenhotels zijn er ook nog hotels speciaal voor lieveheersbeestjes, bijen en zijn er speciale vlinderkasten.

Wees niet te gauw tevreden. Het motto ‘meer is beter’ is hier zeker van toepassing. Meer insecten betekent ook automatisch meer vogels. Daarnaast help je de insecten er ook nog een handje mee, want natuurlijk worden niet alle insecten opgegeten door de vogels. Maak zelf een insectenhotel of kies voor gemak en bestel een kant-en-klare (via deze link te bestellen bij bol.com).

Insectenhotels met meerdere segmenten vormen een perfecte plek voor een grote diversiteit aan insecten.
Insectenhotels met meerdere segmenten vormen een perfecte plek voor een grote diversiteit aan insecten

8. Plant klimplanten tegen schuttingen en muren aan

Met behulp van klimplanten krijg je zelfs de moeilijkste plekjes in je tuin groen. Klimplanten zijn er in vele soorten en maten en bieden voedsel, bescherming en zelfs een plek voor te broeden voor vogels in je tuin. Kies je een wintergroene klimplant of ga je voor een soort met een fantastische bloei?

De winterjasmijn biedt insecten voedsel op zonnige dagen in de winter/vroege voorjaar, de klimhortensia kun je in de schaduw plaatsen, kamperfoelie en klimrozen bieden bessen voor vogels en de klimop biedt het hele jaar door beschutting en is overigens een ware voedselbron voor insecten in de zomer. Er is keuze genoeg dus!

9. Plant planten en struiken met eetbare vruchten

Voedsel in je tuin is, zoals je inmiddels wel weet, belangrijk voor meer vogels in je tuin. Plant dus veel planten en struiken met eetbare vruchten. Zowel voor kleine als voor grote tuinen zijn uitstekende vruchtdragende planten en struiken te vinden.

Besdragende soorten zoals sleedoorn, meidoorn en lijsterbes bieden in het najaar bessen voor vogels. BIjkomend voordeel is dat ze ook nog allemaal eerst bloeien waar weer insecten op af komen. Deze soorten zijn ook prima in een haag of in een struweel aan te planten. Lees in deze blog hoe je dat zelf doet.

Een fruitboom of -struik is natuurlijk ook een goede keuze. Appel-, peren-, pruimen- en kersenbomen zijn prachtige bomen om  in je tuin te hebben, het fruit in de zomer trekt onwijs veel verschillende soorten vogels aan en zelf kun je ook je appel of peer plukken. Kauwen, zwarte kraaien en spreeuwen komen graag je tuin bezoeken voor een vers stukje fruit. Daarnaast zijn tegenwoordig veel fruitsoorten in van allerlei soorten en maten te krijgen, als hoogstam, laagstam, leiboom en soms zelfs in struikvorm. Voor iedere tuin is er wel iets te vinden. 


Lees ook: de beste inheemse vijverplanten


Vogels zijn ook gek op noten

Iets minder voor de hand liggend zijn bomen zoals zomereik, walnoot of hazelaar, maar ook zeker deze bomen lokken vogels naar je tuin. Een treffend voorbeeld hiervan is natuurlijk het verhaal van de eik en de gaai. Gaaien verzamelen in het najaar eikels en verstoppen deze elders om de winter door te komen. Tijdens het verzamelen kan een gaai wel tot zes eikels in één keer vervoeren. Hij slikt er dan vijf door en de zesde houdt hij in zijn bek. Een prachtig fenomeen om een gaai aan het werk te zien!

De kersen van een kersenboom worden graag genuttigd door diverse vogels. Daarnaast heeft deze boom in het voorjaar een prachtige bloei (De Natuur van hier)
De kersen van een kersenboom worden graag genuttigd door diverse vogels. Daarnaast heeft deze boom in het voorjaar een prachtige bloei (De Natuur van hier)

10. Wat vooral niet doen

De laatste tip gaat om wat je vooral niet moet doen. Veel groen betekent veel vogels in je tuin, dus beperk het gebruik van (half)verharding zoals grind, split, tegels en bakstenen in je tuin.  

Daarnaast moet je zeker niet al het groen in je tuin in één keer snoeien. Vogels vinden schuilplekken in het groen in je tuin, dus mocht je dit allemaal in één keer snoeien dan ontneem je dus al hun schuilmogelijkheden. Probeer snoeien gefaseerd uit te voeren gedurende het hele jaar. Snoei wintergroene struiken niet in de winter, knip je blauwe regen in februari, de vlinderstruik in maart of april, voorjaarsbloeiers na de bloei en (bladverliezende) bomen in de winter. Zo hebben de vogels altijd een plekje in je tuin om zich terug te trekken.

Geef vogels de ruimte in het voorjaar

Snoei daarnaast wintergroene struiken en bomen niet in het voorjaar. Het voorjaar is de tijd dat de meeste vogels broeden, dit is de tijd dat je ze zo min mogelijk moet storen. Sommige vogels broeden al vroeg in februari en andere nog tot in augustus. Meestal wordt de periode 15 maart tot 15 juli aangehouden als broedseizoen. Probeer in deze periode je snoeischaar dan ook zo veel mogelijk in de garage te laten. 

Doe vooral niet te veel!

Als allerlaatste tip kunnen we je geven dat je je tuin niet volledig moet opruimen. Een tuin winterklaar maken klinkt heel logisch, maar eigenlijk doe je hier meer fout mee dan goed. Zorg ervoor dat er altijd rommelhoekjes aanwezig zijn en er altijd in het najaar wel wat afgevallen bladeren liggen. Uitgebloeide zomerbloeiers kun je het beste ook pas snoeien in het voorjaar. Uitgebloeide takjes worden gebruikt als nestmateriaal en doen dienst als overwinteringsplek voor insecten. Rommelhoekjes zorgen ook voor meer biodiversiteit in je tuin, wat de vogels natuurlijk weer ten goede komt.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!