Droge grond kan een flinke uitdaging zijn in de tuin. Planten vedrogen snel, groeien slecht of halen simpelweg de zomer niet. Vooral op zandgrond of in een tuin met veel zon kan het lastig zijn om beplanting te vinden die sterk genoeg is.
Gelukkig heeft de natuur daar al lang een oplossing voor: inheemse planten. Deze soorten zijn van nature aangepast aan het Nederlandse klimaat en kunnen vaak verassend goed omgaan met droogte. Ze hebben diepe wortels, zijn gewend aan schrale omstandigheden en trekken bovendien volop bijen, vlinders en andere insecten aan.
In dit artikel ontdek je de beste inheemse planten voor droge grond. Stuk voor stuk sterke, onderhoudsarme soorten die niet alleen overleven, maar juist floreren in een droge tuin.
Slangenkruid houdt van een droge plek en trekt veel insecten aan (de Natuur van hier)
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken!
Van droge grond is sprake wanneer water snel wegzakt en de bodem weinig vocht vasthoudt. Dit komt vaak voor bij zandgrond, maar ook bij verhoogde borders, hellingen of plekken in de volle zon. Vooral in de zomer kan bodem hierdoor snel uitdrogen, waardoor veel tuinplanten het moeilijk krijgen.
Toch betekent droge grond niet dat er niets wil groeien. Met de juiste plantkeuze kun je juist een sterke, natuurlijke tuin creëren die goed bestand is tegen warmte en droogte in je tuin.
Droge grond is funest voor planten, als je niet de juiste plant op de juist plek zet
Waarom kiezen voor inheemse planten?
Inheemse planten zijn van nature aangepast aan het Nederlandse klimaat en de bodem. Daardoor kunnen ze vaak beter omgaan met droge omstandigheden dan veel uitheemse soorten. Ze hebben diepe wortels, zijn sterker en hebben minder verzorging nodig.
Daarnaast leveren inheemse planten een belangrijke bijdrage aan de biodiversiteit. Ze bieden voedsel en leefruimte aan bijen, vlinders, en andere insecten. Door te kiezen voor inheemse beplanting maak je je tuin dus niet alleen onderhoudsvriendelijker, maar ook waardevoller voor de natuur.
De beste inheemse planten voor droge grond
Door vooraf goed na te denken over welke planten je gaat gebruiken op een droge plek, zorg je dat je het hele jaar kunt genieten van planten die floreren en rijkelijk bloeien. In deze blog tippen we 14 soorten die het goed doen op droge grond. Je vindt in deze lijst kruiden, grassen en (half)heesters. Onderaan de blog vind je nog een aantal praktische combinaties van planten, voor als je een groter stuk moet aanplanten.
Kruiden en lage planten
Met kruiden en lage planten kun je een bodem dichtplanten, zodat deze minder snel uitdroogt. Het voordeel van kruiden is dat ze vaak uitbundig bloeien en veel insecten aantrekken.
Wilde marjolein (Origanum vulgare)
Standplaats: volle zon – halfzon
Bodem: droog, kalkrijk, goed doorlatend
Bloei: juli – september
Goed voor: bijen en vlinders
Wilde marjolein is een van de beste inheemse planten voor droge grond. Deze vaste plant doet het uitstekend op een droge grond en zonnige standplaats. Het liefst heeft wilde marjolein een wat kalkhoudende, goed doorlatende grond.
Marjolein is een echte biodiversiteitsmagneet. De roze tot purperen bloemen verschijnen van juni tot en met september aan de plant en trekkenbijen, hommels, zweefvliegen en vlinders aan. De bladeren verspreiden een heerlijke geur als je erover wrijft en kunnen gebruikt worden in de keuken. Zet deze alleskunner dus dicht bij de achterdeur.
Wij hebben wilde marjolein tegen de muur van het huis staan, die op het zuiden is georiënteerd. Hier wordt het in de zomer erg warm en de grond droogt snel uit, maar de wilde marjolein blijft sterk doorgroeien en rijk bloeien. Een echte plant voor op droge grond dus. Wilde marjolein is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
De alleskunner wilde marjolein is perfect om te gebruiken op droge grond
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Standplaats: zon – halfzon
Bodem: droog, matig voedselarm
Bloei: mei – oktober
Goed voor: bijen, vlinders
Gewone rolklaver is een ideale inheemse bodembedekker voor een zonnige en droge border. Daarnaast verschijnt gewone rolklaver op veel plekken vanzelf in een extensief beheert kruidenrijk gazon of grasland.
De gele bloemen van gewone rolklaver verschijnen van mei tot en met oktober aan de plant. De nectar en het stuifmeel zijn in trek bij vlinders en bijen. Daarnaast is een belangrijke waardplant voor het icarusblauwtje, het groentje en de dagactieve nachtvlinder de sint jansvlinder.
Rolklaver staat het liefst op een droge tot licht vochtige plek, maar kan prima tegen droogte. Ze houden daarnaast van een ietwat kalkrijke bodem. Wij zien in onze natuurtuin gewone rolklaver op veel droge en schrale plekken verschijnen in het kruidenrijk grasland en daar rijkelijk bloeien.
Gewone rolklaver is een ideale bodembedekker voor droge grond
Kleine tijm (Thymus serpyllum)
Standplaats: volle zon
Bodem: droog, stenig, goed doorlatend
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen, vlinders en zweefvliegen
Een andere perfect bodembedekker voor droge grond is kleine tijm die 10 tot 15 centimeter groot wordt. . Kleine tijm (ook wel kruiptijm of wilde tijm genoemd) kan op diverse manieren gebruikt worden in de tuin: als bodembedekker, in een stapelmuurtje, tussen rotsen, tussen bestrating. Zolang deze maar in de zon en goed doorlatende grond staat.
Waar kleine tijm ook groeit: de plant zal een prachtig tapijtje vormen van paarse bloemen die een aromatische geur afgeven. Tijm bloeit van juni tot en met september rijkelijk met kleine paarse bloemetjes die erg in trek zijn bij insecten. Bijen, vlinders en zweefvliegen bezoeken de bloemen veelvuldig en eten van de nectar die alom aanwezig is.
Kleine tijm is – biologisch gekweekt – verkrijgbar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr.
Kleine tijm is uitermate geschikt om te gebruiken op droge standplaatsen zoals stapelmuren en tussen bestrating (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
Grasachtigen
Er zijn ook een aantal inheemse grassoorten die het uitstekend doen op droge grond. Door grassen en bloeiende planten in een border te combineren, creëer je een prachtige border die iedere tuin mooier maakt en waar vele soorten dieren van profiteren.
Helmgras (Ammophila arenria)
Standplaats: zon tot half schaduw
Bodem: droog, zanderig
Bloei: juni – juli
Goed voor: waardplant helmgrasuil
Helmgras is een andere goede keuze voor een droge tuin of voor op een droge plek. Van oorsprong groeit helmgras in de duinen, waar het de belangrijke taak heeft om zand vast te houden. Helmgras groeit goed op een droge, zanderige plek in de volle zon of halfschaduw.
Het gras laat zich uitstekend combineren met bloeiende vaste planten, zoals knoopkruid of grote centaurie. Helmgras biedt een goede schuilplek voor allerlei dieren zoals spinnen en insecten. Daarnaast is het de waardplant voor de nachtvlinder de helmgrasuil.
Gras wat van oorsprong in de duinen groeit en daar de belangrijke taak heeft om zand vast te houden. Groeit graag op een droge, zanderige grond en doet het uitstekend in de volle zon of halfschaduw. Goed te combineren met bloeiende, vaste planten. Schuilplek voor allerlei dieren zoals spinnen en insecten en de waardplant voor de helmgrasuil.
Helmgras is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, zoals Sprinklr.
Hlemgras staat graag op en droge plek in de tuin en combineert goed met bloeiende, vaste planten (Saxifraga – Piet Zomerdijk)
Bevertjes (Briza media)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: droog tot matig vochtig
Bloei: mei – augustus
Goed voor: overwinterende insecten
Een andere leuke, inheemse grassoort voor op een relatief droge plek is bevertjes, ook wel trilgras genoemd. Bevertjes groeit het best op matig droog tot licht vochtige grond, maar kan ook goed overweg met drogere omstandigheden in een natuurlijke tuin.
De plant bloeit van mei tot en met augustus met hartvormige bloemen, die trillen in de wind (vandaar ook de naam trilgras). Trilgras wordt tot 40 centimeter hoog en combineert uitstekend met bloeiende vaste planten. Ook in de winter heeft het gras nog een mooie sierwaarde. Daarnaast worden de stengels (en het binnenste van de pol) gebruikt als overwinteringsplek door insecten. Snoei het gras dus pas in het voorjaar terug!
Bevertjes is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, waaronder Sprinklr.
Van mei tot en met augustus verschijnen de prachtige bloemen aan het gras
Bloeiende toppers
Naast bodembedekkers en grassen zijn er natuurlijk ook veel bloeiende vaste planten die het goed doen op een droge plek. Onderstaand enkele van onze persoonlijke favorieten om te gebruiken in een droge tuin.
Slangenkruid (Echium vulgare)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zanderig
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen
Een van de mooiste inheemse, bloeiende vaste planten om te gebruiken in een droge tuin of op een droge plek is slangenkruid. Deze plant bloeit met prachtige diepblauwe bloemtrossen van juni tot september en staat graag op een zonnige, warme en droge plek.
Het is daarnaast ook nog eens een uitstekende bijenplant en vlinderplant. Door de lange bloei is het een waardevolle nectarplant. Slangenkruid zaait zichzelf vaak uit, waardoor het je het jaar erop weer kunt genieten van deze prachtige bloeier in je tuin.
Slangenkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr.
Slangenkruid staat graag op een warme, zonnige en droge plek (de Natuur van hier)
Duizendblad (Achillea millefolium)
Standplaats: zon tot halfzon
Bodem: droog tot matig vochtig
Bloei: juni -oktober
Goed voor: bijen, vlinders
Nog zo’n sterke bloeier voor op droge grond is duizendblad. De plant gedijt uistekend op een warme, zonnige en droge standplaats. Duizendblad kan daarnaast ook in de halfschaduw staan, maar bloeit dan aanzienlijk minder.
De vele schermbloemen van duizendblad worden vanwege de nectar druk bezocht door talloze insecten: bijen, zweefvliegen, vlinders en kevers. Daarnaast is het de waardplant van diverse nachtvlindersoorten.
In onze natuurtuin bloeit duizendblad rijkelijk op een plek die de hele dag in de zon ligt. Het hele stuk (ruim 10m2) staat vol met duizendblad. Door dit stuk gefaseerd te beheren kunnen we ook nog eens de bloeitijd van het duizendblad verlengen, waardoor we de hele zomer en het najaar kunnen genieten van de prachtige bloemen.
Duizendblad is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels. Bij Sprinklr is duizendblad verkrijgbaar in diverse varianten met verschillende bloeikleuren.
Duizendblad is een uitstekende plant voor een droge tuin
Knoopkriud (Centaurea jacea)
Standplaats: zon
Bodem: droogt tot licht vochtig
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen, vlinders
Knoopkruid is een uitstekende keuze voor een droge plek in de tuin. De plant staat graag op een zonnige, droge en matig voedselrijke plek en de bloemen trekken veel insecten aan. De paars-roze bloemen die op dunne steeltjes staan verschijnen van juni tot en met september aan de plant. Bijen en vlinders komen in groten getale af op de nectarrijke bloemen. Het is daarnaast ook de waardplant van de in Nederland ernstig bedreigde veldparelmoervlinder.
Wij hebben knoopkruid in onze natuurtuin op een taludje staan, vol op het zuiden. Hier is het erg droog en zonnig, maar het knoopkruid doet het hier heel goed en bloeit rijkelijk.
Knopkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Knoopkruid is een belangrijke bijenplant en doet het goed op een droge en zonnige plek
Sint-janskruid (Hypericum perforatum)
Standplaats: zon tot halfschaduw
Bodem: droog, goed doorlatend
Bloei: juni – september
Goed voor: bijen, zweefvliegen
Sint-janskruid is een vaste plant die tot 80 centimeter hoog wordt en uitstekend gebruikt kan worden in een droge tuin. Van juni tot en met september bloeit sint-janskruid met felgele bloemen, die in trek zijn bij insecten.
De lange bloei zorgt ervoor dat bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders gedurende de hele zomer stuifmeel ter beschikking hebben. Het is daarnaast de waardplant van de nachtvlinder de sint-janskruiduil. Sint-janskruid staat het liefst op een plekje in de zon, op een droge plek en in een matig voedselarme bodem. De plant zaait zich gemakkelijk uit.
Sint-janskruid is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Sint-janskruid bloeit met felgele bloemen in de periode juni tot en met september
Wilde peen (Daucus carota)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zandering
Bloei: juni – september
Goed voor: insecten (vooral zweefvliegen en kevers)
Ben je op zoek naar een witte bloeier voor op droge grond, dan is wilde peen een uitstekende keuze. Wilde peen wordt tot 90 centimeter hoog en bloeit met witte schermbloemen van juni tot en met september.
De nectar en het stuifmeel in de vele bloemen zijn een goede voedselbron voor veel insecten, waaronder zweefvliegen en kevers. Daarnaast is het ook de waardplant van de kleurrijke koninginnenpage. Na de bloei zitten de uitgebloeide schermbloemen vol met zaden die veel vogels – zoals vinkachtigen – aantrekken. Niet alle zaden worden opgegeten, waardoor de plant zich gemakkelijk uitzaait.
In onze natuurtuin zit het grasveld dat op het zuiden gericht is vol met wilde peen. Deze bloeit de hele zomer rijkelijk en voelt zich helemaal op zijn plek in het droge grasveld. De hele zomer genieten we dan ook van vogels, vlinders en andere insecten die de bloemen van wilde peen druk bezoeken.
Wilde peen doet het uitstekend op droge grond en bloeit de hele zomer
Grote centaurie (Centaurea scabiosa)
Standplaats: zon
Bodem: droog, kalkrijk
Bloei: juni – augustus
Goed voor: bijen, vlinders
Een andere prachtige bloeier om te gebruiken op droge grond is grote centaurie, De paarsroze bloemen bieden van juni tot en met augustus nectar en stuifmeel aan veel insecten. Met name bijen en hommels en vlinders bezoeken de bloemen veelvuldig. Distelvlinders, bruin zandoogje en dagpauwoog zijn een aantal soorten die je zomaar aan kunt treffen op bloemen van deze vaste plant. Wanneer de plant is uitgebloeid en zaden vormt, komen putters graag de zaden pikken.
Grote centaurie wordt tot 100 centimeter groot en staat het liefst op een droge en kalkrijke plek. Deze bijzonder sterke insectenplant is, biologisch gekweekt, te bestellen bij Sprinklr en Vivara.
Grote centaurie doet het goed op droge grond en bloeit met prachtige paarsroze bloemen (Saxifraga – Marijke Verhagen)
Halfheesters – robuuste soorten
Naast vaste planten kun je natuurlijk ook kiezen voor een (half)heester op een droge plek in je tuin. Inheemse heesters (ook wel struiken genoemd) worden over groter dan vaste planten en bieden ideale schuilplekken voor vogels en andere dieren in de tuin. Een ideale afwisseling met vaste planten dus.
Brem (Cytisus scoparius)
Standplaats: volle zon
Bodem: droog, zandgrond
Bloei: mei – juni
Goed voor: bijen
Brem is goede struik om te gebruiken in een droge tuin. Deze inheemse heester bloeit in mei en juni met gele bloemen die vol zitten met stuifmeel en veel bijen en hommels aantrekken. Het is daarnaast een belangrijke waardplant voor veel nachtvlinders én voor de dagvlinder het groentje.
Brem kan tot 200 centimeter groot worden en staat graag op een zonnige, warme en droge plek, in een voedselarme en zanderige bodem. De struik laat zich goed combineren met vaste planten zoals wilde peen en sint-janskruid.
Brem is een inheemse heester die het uitstekend naar zijn zin heeft op een droge en zonnige plek
Duindoorn (Hippophae rhamnoides)
Standplaats: zon
Bodem: droog, zandig
Bloei: maart – mei
Goed voor: vogels
Duindoorn groeit van nature op in de kustduinen en doet het dus ontzettend goed op droge en schrale bodems. Deze heester krijgt in het voorjaar groene, onopvallende bloemen. De belangrijkste sierwaarde zijn echter de oranje bessen die in de herfst verschijnen.
Het is een goede heester in je tuin voor vogels. De vitaminerijke bessen worden gegeten door lijsters zoals merels en kramsvogels, maar ook door spreeuwen en goudvinken. Door de doorns is het verder een uitstekende broed- en schuilplek voor allerlei zangvogels. Het is verder de waardplant voor een aantal nachtvlinders zoals de zuidelijke spikkelspanner en de erwtenuil.
Duindoorn wordt tot 6 meter hoog. Dus ben je op zoek naar een sterke heester voor op een droge grond, die vogels een goede schuilplek en voedsel (bessen) geeft? Ga dan voor duindoorn.
Duindoorn doet het uitstekend op droge grond en heeft vogels veel te bieden
Kruipwilg (Salix repens)
Standplaats: zon
Bodem: droog tot vochtig, bij voorkeur zandig en goed doorlatend
Bloei: maart – mei
Goed voor: bijen, hommels, vlinders
Kruipwilg is een lage, kruipende struik die van nature voorkomt in duinen en op zandige gronden. Hoewel hij ook op vochtige plekken kan groeien, doet hij het verassend goed op droge, goed doorlatende grond. Vooral op zonnige standplaatsen met arme zandgrond komt deze soort goed tot zijn recht.
In het vroege voorjaar is kruipwilg van grote waarde voor de natuur. De katjes verschijnen al vroeg in het seizoen en vormen een belangrijke voedselbron voor bijen en hommels die net uit hun winterrust komen. Daarnaast is de plant een waardplant voor verschillende vlindersoorten, waaronder veel nachtvlinders.
Door zijn kruipende groei is kruipwilg zeer geschikt als bodembedekker op droge, open plekken. Hij helpt de bodem te bedekken en vast te houden, wat verdroging kan verminderen. Een sterke en veelzijdige soort die goed past in een natuurlijke tuin met droge omstandigheden.
Kruipwilg blijft laag bij de grond en kan daarom goed gebruikt worden om de grond af te dekken, zodat deze minder snel uitdroogt (Saxifraga – Hans Boll)
Tips voor beplanting op droge grond
Bij een droge tuin draait alles om de juiste aanpak. Kies voor planten die van nature goed tegen droogte kunnen en zet ze op een zonnige, goed doorlatende plek. Geef jonge planten in het begin extra water, zodat ze goed kunnen wortelen.
Daarnaast helpt het om de bodem te verbeteren met organisch materiaal en om de grond af te dekken met mulch. Dit zorgt ervoor dat vocht langer wordt vastgehouden en de bodem minder snel uitdroogt.
Veelgemaakte fouten
Een veelgemaakte fout is om planten juist te vaak water te geven. Hierdoor ontwikkelen zich geen diepe wortels en worden ze gevoeliger voor droogte. Ook wordt er vaak gekozen voor niet-inheemse soorten die slecht bestand zijn tegen droge omstandigheden.
Daarnaast wordt de bodem soms onderschat. Een compacte of juist te arme bodem kan ervoor zorgen dat planten minder goed aanslaan. Kijk dus altijd goed naar de eigenschappen van je grond voordat je gaat planten.
Onze ervaring met planten op droge grond
In onze natuurtuin merken we dat inheemse planten verassend goed omgaan met droge omstandigheden. Vooral op zonnige plekken waar de grond snel uitdroogt, blijven soorten zoals wilde marjolein en wilde peen sterk doorgroeien en rijk bloeien.
Wat ons vooral opvalt, is dat planten die vanaf het begin op de juiste plek staan, veel minder verzorging nodig hebben. Door de natuur te volgen in plaats van ertegenin te werken, ontstaat er een stabiele en levendige tuin.
Combinaties – voorbeeldborder
Door verschillende soorten te combineren, ontstaat er een natuurlijke en gevarieerde beplanting die elkaar versterkt. Denk bijvoorbeeld aan een combinatie van sint-janskruid, knoopkruid en helmgras voor een zonnige border.
Voor een lagere beplanting kun je kiezen voor kleine tijm, gewone rolklaver en wilde marjolein. Wil je juist een wat hogere beplanting, dan kun je gaan voor een combinatie van grote centaurie, wilde peen en brem.
Door te variëren in hoogte, bloeitijd en structuur creëer je een tuin die het hele seizoen aantrekkelijk blijft voor zowel mens als dier.
Afsluiting
Met de juiste inheemse beplanting kun je van droge grond juist een kracht maken in je tuin. Door te kiezen voor soorten die van nature zijn aangepast aan deze omstandigheden, ontstaat er een onderhoudsarme en biodivers rijke beplanting dier jarenlang meegaat.
Wil je verder aan de slag met inheemse beplanting? Bekijk dan ook onze andere artikelen en ontdek hoe je stap voor stap een natuurlijke tuin kunt creëren.
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Inheemse beplanting wordt steeds populairder én dat is niet zonder reden. Door te kiezen voor planten die van nature in Nederland voorkomen, creëer je een tuin die niet alleen mooi is, maar ook écht iets teruggeeft aan de natuur. Denk aan zoemende bijen, fladderende vlinders en vogels die jouw tuin weten te vinden als voedsel- en schuilplek. En het maakt niet uit of je een grote tuin of alleen een balkon hebt: met inheemse beplanting kun je een verschil maken.
Toch vinden veel mensen het lastig om te beginnen. Welke inheemse planten zijn geschikt voor jouw tuin? Hoe combineer je ze op een mooie manier? En waar moet je op letten bij zon, schaduw of grondsoort?
Op deze pagina nemen we je stap voor stap mee in de wereld van inheemse beplanting. Je leert wat het is, waarom het zo waardevol is en hoe je zelf een natuurlijke, diervriendelijke tuin kunt creëren. Daarnaast vind je handige overzichten en links naar verdiepende artikelen, zodat je direct aan de slag kunt.
Omslagfoto: pinksterbloem (de Natuur van hier)
Witte klaver (de Natuur van hier)
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken!
Om goed te begrijpen wat inheemse beplanting is en wat je ermee kunt, is het belangrijk om eerst naar de betekenis te kijken. Want wat maakt een plant eigenlijk ‘inheems’ – en waarom is dat zo belangrijk voor je tuin en de natuur?
Betekenis van inheemse planten
Inheemse planten zijn planten van nature in Nederland voorkomen, zonder invloed van de mens. Ze hebben zich gevestigd na de laatste ijstijd (ongeveer 11.700 jaar geleden) en zijn volledig aangepast aan het klimaat, de bodem en andere omstandigheden.
Daar tegenover staan exoten. Dit zijn planten die hier oorspronkelijk niet voorkomen, maar door de mens zijn geïntroduceerd. Dit kan bewust zijn gebeurd, bijvoorbeeld door tuinbeplanting, of onbewust, zoals een zaadje dat meereist onder een schoen.
Omdat deze planten hier van nature niet thuishoren, hebben ze vaak weinig tot geen relatie met inheemse dieren en andere planten. In sommige gevallen kunnen exoten zich zelfs zo sterk verspreiden dat ze andere soorten verdringen. Dan spreken we van invasieve exoten. Een bekend voorbeeld hiervan is Japanse duizendknoop.
Ingeburgerde planten (archeofyten)
Naast inheemse planten en exoten bestaat er nog een derde groep: de zogenaamde archeofyten, ook wel ingeburgerde planten genoemd.
Dit zijn planten die ooit door de mens zijn meegenomen, maar inmiddels al zo lang aanwezig zijn dat ze zich hebben aangepast aan de omgeving. Over het algemeen worden planten die vóór het jaar 1500 zijn geïntroduceerd als archeofyt beschouwd.
Sommige van deze soorten zijn zelfs zo ingeburgerd dat je ze tegenwoordig gewoon in de natuur tegenkomt. Denk bijvoorbeeld aan wilde cichorei, grote weegbree en tamme kastanje.
Drie soorten planten: wilde peen, wilde cichorei en Japanse duizenknoop. Wilde peen is een echte inheemse plant, wilde cichorei is door de Romeinen meegenomen en wordt daarom gezien als een archeofyt en Japanse duizendknoop is misschien wel het bekendste voorbeeld van invasieve exoten in onze natuur. (foto wilde cichorei: de Natuur van hier)
Waarom zijn inheemse planten zo belangrijk?
Inheemse planten spelen een cruciale rol in de natuur. Ze vormen de basis van ons ecosysteem en zijn onmisbaar voor talloze insecten, vogels en andere dieren.
Veel insecten zijn gespecialiseerd en leven uitsluitend van bepaalde plantensoorten. Zonder deze planten verdwijnen ook de insecten – en daarmee een belangrijk deel van de voedselketen. Denk bijvoorbeeld aan bijen en vlinders afhankelijk zijn van specifieke bloemen voor nectar een stuifmeel. Een goed voorbeeld hiervan is de knautiabij, die zich heeft gespecialiseerd in het verzamelen van nectar van beemdkroon.
Daarnaast zorgen inheemse planten voor een natuurlijke balans. Ze zijn onderdeel van een complex netwerk waarin planten, dieren en bodemleven met elkaar samenwerken. Wanneer uitheemse of invasieve soorten deze plek innemen, kan dit het evenwicht verstoren.
Door inheemse planten te behouden en te gebruiken, help je dus niet alleen individuele soorten, maar ondersteun je een heel ecosysteem.
Waarom kiezen voor inheemse planten in je tuin?
Gelukkig hoef je geen natuurgebied te bezitten om bij te dragen aan biodiversiteit. Juist in je eigen tuin kun je een groot verschil maken door te kiezen voor inheemse beplanting.
Een van de grootste voordelen is dat je tuin direct meer leven aantrekt. Bijen, vlinders en vogels weten inheemse planten moeiteloos te vinden, omdat ze hier van nature op zijn afgestemd.
Daarnaast zijn inheemse planten vaak sterker en makkelijker in onderhoud. Ze zijn gewend aan het Nederlandse klimaat en groeien goed op de lokale bodem. Hierdoor hebben ze minder water, voeding, en verzorging nodig dan veel exotische tuinplanten.
Door te kiezen voor inheemse planten maak je jouw tuin niet alleen mooier, maar ook duurzamer en waardevoller voor de natuur.
Inheemse planten kiezen: waar moet je op letten?
Het kiezen van de juiste inheemse planten begint bij jouw tuin. Niet elke plant groeit namelijk op elke plek even goed. Door rekening te houden met een aantal belangrijke factoren, vergroot je de kans op een gezonde, sterke en natuurrijke tuin.
We lichten de belangrijkste aandachtspunten waar je op moet letten kort toe. Wil je meer weten? Dan kun je doorklikken naar de uitgebreide artikelen.
Niet elke plant past op iedere plek. Denk vooraf dus goed na welke planten je kiest (de Natuur van hier)
Standplaats (zon, vochtigheid, grondsoort)
De standplaats is misschien wel de belangrijkste factor bij het kiezen van inheemse beplanting. Sommige planten houden van volle zon, terwijl andere juist beter groeien in de schaduw. Ook de bodem speelt een grote rol: is je grond droog of juist vochtig? Bestaat deze uit zand, leem of klei?
Door planten te kiezen die passen bij jouw omstandigheden, voorkom je uitval en zorg je voor een sterke, onderhoudsvriendelijke tuin.
Wil je een tuin die het hele jaar door aantrekkelijk is voor mens en dier? Let dan goed op de bloeitijd van je planten? Door soorten te combineren die op verschillende momenten bloeien, zorg je voor een continue bron van nectar en voedsel voor insecten.
Zo maak je jouw tuin niet alleen mooier maar ook waardevoller voor de natuur.
Inheemse planten voor het voorjaar
Inheemse planten voor de zomer
Inheemse planten voor de herst
Inheemse planten voor de winter
Binnenkort lees je hier meer over inheemse planten per seizoen.
Bloeiboog van inheemse haag. Op deze manier krijg je gauw inzichtelijk in welke maanden van het jaar je geen bloei in je tuin hebt. Zo kun je dus heel gericht een plant kiezen die dit gat opvult. Interesse in een bloeiboog voor jouw tuin? Neem dan contact met ons op! (de Natuur van hier)
Doel van je tuin
Tot slot is het goed om na te denken over wat je met je tuin wilt bereiken. Wil je vooral meer biodiversiteit? Of zoek je juist een onderhoudsvriendelijke tuin die er natuurlijk uitziet? Misschien wil je specifiek vlinders of vogels aantrekken.
Door vooraf je doel te bepalen, kun je gerichter planten kiezen die daarbij passen.
Inheemse planten zijn er in allerlei vormen en soorten. Van bloemen en bodembedekkers tot struiken en bomen. Hieronder vind je een overzicht van de belangrijkste categorieën, met links naar uitgebreide artikelen per type beplanting.
Vaste planten
Inheemse vaste planten vormen de basis van veel natuurlijke tuinen. Ze komen elk jaar terug en zorgen voor kleur, structuur en voedsel voor insecten.
Bomen en struiken bieden niet alleen structuur, maar ook voedsel, schuilplekken en broedgelegenheid voor vogels en andere dieren. Onmisbaar dus in een natuurlijke tuin.
Klimplanten zijn ideaal voor schuttingen, muren en pergola’s en bieden extra ruimte voor groen in je tuin. Het zijn ook ideale schuil- en broedplekken voor vogels.
Meer inheemse planten maken van je tuin een waardevolle plek voor allerlei dieren. Verschillende soorten hebben elk hun eigen behoeften. Door hier slim op in te spelen, kun je jouw tuin omtoveren tot een levendige en natuurlijke omgeving.
Voor bijen en insecten
Bijen en andere insecten zijn sterk afhankelijk van specifieke plantensoorten. Veel wilde bijen halen hun voedsel slechts van een beperkt aantal bloemen. Inheemse planten sluiten hier perfect op aan en bieden nectar en stuifmeel op de juiste momenten.
Door te kiezen voor een gevarieerde bloei van inheemse planten, zorg je voor een continue voedselbron en help je insecten overleven.
Bloeiende inheemse planten, bomen en struiken zijn zeer belangrijk voor bijen omdat ze dienen als voedselbron (de Natuur van hier)
Voor vlinders
Vlinders stellen andere eisen dan bijen. Naast nectarplanten hebben ze ook waardplanten nodig, waarop ze hun eitjes leggen en waar rupsen van eten. Deze plantjes zijn vaak specifiek en het gaat hier over het algemeen om inheemse soorten.
Met de juiste combinatie van planten maak je jouw tuin aantrekkelijk voor zowel volwassen dieren als hun rupsen.
Vogels gebruiken inheemse planten op verschillende manieren. Ze eten bessen en zaden, zoeken er insecten en vinden er beschutting om te rusten en om een nest te bouwen.
Struiken en bomen spelen hierbij een belangrijke rol. Door deze toe te voegen, maak je je tuin een stuk aantrekkelijker voor vogels.
Inheemse planten voor vogels
Dichte struiken bieden een perfecte schuil- en nestplek voor vogels, zoals dit zwartkopvrouwtje (de Natuur van hier)
Voor kleine dieren
Ook kleine dieren zoals egels en andere zoogdieren profiteren van een natuurlijke tuin. Dichte beplanting biedt schuilplekken en bescherming, terwijl een gezonde bodem zorgt voor voldoende voedsel zoals insecten.
Door je tuin iets minder strak te houden en ruimte te geven aan natuurlijke groei, creëer je een veilige plek voor deze dieren.
Inheemse planten voor egels en kleine dieren
Hoe begin je met inheemse beplanting?
Beginnen met inheemse beplanting hoeft helemaal niet ingewikkeld te zijn. Juist door klein te starten en goed te kijken naar je tuin, kun je al snel een groot verschil maken.
Stap 1: Kijk naar je tuin
Voordat je planten kiest, is het belangrijk om goed je tuin te bekijken. Hoeveel zon krijgt de plek? Wat voor grond heb je? En is het er droog of juist vochtig? Voordat wij nieuwe planten aanplanten in onze tuin, bestuderen we eerst het plekje goed. Is het een droge en zonnige plek? Staat er veel wind? Pas dan gaan we kijken welke planten hier het beste zouden passen.
Door hier rekening mee te houden, kies je planten die van nature goed passen en minder onderhoud nodig hebben.
Stap 2: Kies de planten die erbij passen
Kies vervolgens planten die aansluiten bij jouw situatie én bij wat je wil bereiken. Wil je meer vlinders aantrekken? Of juist een onderhoudsvriendelijke tuin?
Door gericht te kiezen, vergroot je de kans op succes.
Stap 3: Begin klein
Je hoeft niet meteen je hele tuin om te gooien. Begin bijvoorbeeld met een border of een klein stukje tuin. Zo kun je rustig ontdekken wat werkt en wat bij je past.
Stap 4: Laat de natuur haar werk doen
Inheemse tuinen hoeven niet perfect strak te zijn. Juist door de natuur wat meer ruimte te geven, ontstaat er een gezonde balans waarin planten en dieren elkaar versterken.
Meer weten?
Wil je stap voor stap aan de slag met een inheemse tuin? In ons e-book nemen we je mee van een kale tuin naar een levendige, natuurlijke omgeving. Inclusief praktische tips, voorbeeldplanten en een duidelijk 4-wekenplan.
👉 Download hier ons e-book over inheemse beplanting
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Veelgemaakte fouten bij inheemse beplanting
Hoewel inheemse planten vaak sterk en onderhoudsvriendelijk zijn, gaat het in de praktijk toch regelmatig mis. Door een paar veelgemaakte fouten te voorkomen, vergroot je de kans op een succesvolle en natuurlijke tuin.
Verkeerde standplaats kiezen
Een van de meest voorkomende fouten is het kiezen van planten die niet passen bij de omstandigheden in je tuin. Een zonminnende plant zal het in de schaduw lastig krijgen – en andersom.
Kijk dus altijd goed naar zon, schaduw en bodem (vochtigheid, grondsoort) voordat je planten kiest.
Te veel in één keer willen
Het is verleidelijk om meteen je hele tuin te veranderen, maar dat werkt vaak averechts. Je verliest overzicht en weet niet goed wat wel en niet werkt. Begin dus klein en breid stap voor stap uit.
De tuin té netjes willen houden
In een natuurlijke tuin hoort een beetje ‘rommel’ erbij. Afgevallen bladeren, uitgebloeide planten en schuilplekjes zijn juist belangrijk voor insecten en andere dieren. Laat de natuur af en toe haar gang gaan. Wij laten in onze natuurtuin alle bladeren liggen en ruimen niets op. Wat er in het voorjaar nog ligt maaien we op met de grasmaaier, zodat het gras weer kan groeien.
Alleen voor uiterlijk kiezen
Sommige planten zien er mooi uit, maar hebben weinig waarde voor insecten en dieren. Inheemse planten bieden juist wél voedsel en schuilplekken. Kies ook altijd voor biologisch gekweekte planten, zodat de nectar in bloemen niet schadelijk is voor insecten. Kijk voor een ruim aanbod bij Sprinklr en Vivara.
Onderhoud van inheemse planten
Een groot voordeel van inheemse beplanting is dat het onderhoud vaak beperkt is. Omdat deze planten zijn aangepast aan het lokale klimaat en de bodem, hebben ze minder verzorging nodig dan veel exotische soorten.
Snoeien en opruimen
Inheemse planten hoef je meestal maar één of twee keer per jaar te snoeien. Daarna kunnen de meeste inheemse soorten zich goed redden, zelfs in drogere periodes. Bij veel inheemse planten kun je de snoei ook prima een jaar overslaan.
Doe snoeien altijd pas na de winter, dan kunnen er allerlei dieren overwinteren in de uitgebloeide stengels. Snoeiafval kun je verzamelen op een takkenril.
Laat uitgebloeide bloemen staan tijdens de winter en knip ze pas in het voorjaar af. Dit zijn belangrijke overwinteringsplekken voor insecten (de Natuur van hier)
Water geven
Na het aanplanten hebben planten wat extra water nodig. Daarna kunnen de meeste inheemse soorten zich goed redden, zelfs in drogere periodes.
Afgevallen bladeren en plantenresten verbeteren de bodem en trekken bodemleven aan. Dit draagt bij aan een gezond ecosysteem in je tuin.
Veelgestelde vragen over inheemse beplanting
Zijn inheemse planten rommelig?
Nee, maar ze ogen vaak natuurlijker dan strakke siertuinen. Door slim te combineren kun je een tuin creëren die zowel mooi als natuurlijk is.
Kun je inheemse planten combineren met niet-inheemse planten?
Ja, dat kan zeker. Een combinatie is mogelijk, maar hoe meer inheemse planten je gebruikt, hoe groter de waarde voor de natuur.
Zijn inheemse planten geschikt voor kleine tuinen?
Ja, ook in kleine tuinen of zelfs op een balkon kun je inheemse planten toepassen. Denk aan compacte soorten of planten in potten.
Hebben inheemse planten veel onderhoud nodig?
Nee, juist minder dan veel andere tuinplanten. Ze zijn aangepast aan de omstandigheden en daardoor sterker en makkelijker in onderhoud.
Afsluiting
Inheemse beplanting is een eenvoudige manier om je tuin mooier, sterker en waardevoller te maken voor de natuur. Of je nu klein begint of direct grote stappen zet: elke keuze voor inheemse planten maakt een verschil.
Door bewust te kiezen voor planten die hier van nature thuishoren, help je bijen, vlinders vogels en andere dieren, gewoon vanuit je eigen tuin.
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Planten kiezen voor dat plekje in de volle zon in je tuin kan soms best lastig zijn. Niet alle tuinplanten kunnen de intensiteit van de zon en de droge omstandigheden verdragen. Gelukkig is er een ruime keuze aan inheemse planten die een plekje in de volle zon prefereren. Door te kiezen voor de juiste inheemse planten zorg je ervoor dat je planten niet staan weg te kwijnen én lever je een belangrijke bijdrage aan de lokale biodiversiteit. Een win-win situatie dus.
Een inheemse plant op de juiste plek zal rijkelijk bloeien. Hier staat wilde marjolein volop in bloei. Een ware magneet voor insecten (Saxifraga-Jan van der Straaten)
Op stukken in je tuin die in de volle zon liggen kunnen de omstandigheden behoorlijk extreem worden. Door klimaatveranderingen worden de weersomstandigheden steeds extremer. Dit betekent dat planten in de volle zon tegen hogere temperaturen bestand moeten zijn en langere periodes van droogte moeten overbruggen. Met onderstaande tips kun je ervoor zorgen dat je planten deze omstandigheden beter aan kunnen.
Zorg ervoor dat de grond tussen de planten afgedekt is. Een kale grond droogt sneller uit dan grond die afgedekt is, waardoor planten sneller dorst krijgen. Om de grond af te dekken kun je boomschors gebruiken, of een mulchlaag van plantenresten.
Heb je dit gedaan, maar droogt de grond dan nog steeds heel snel uit? Dan kun je er nog voor kiezen om een druppelslang aan te leggen. Dit maakt het water geven een stuk gemakkelijker. Een druppelslang geeft het water gelijkmatig af. In combinatie met een afdeklaag van boomschors of plantenresten zorgt ervoor dat het water niet onmiddellijk verdampt en de planten de kans krijgen het vocht op te nemen. De afdeklaag zorgt er tevens meteen voor dat de druppelslang niet zichtbaar is (en dat je geen of minder onkruid hoeft te plukken).
Hebben je planten het hele jaar gebloeid en is er in het najaar niet meer over dan een aantal uitgebloeide stengels? Laat deze dan staan tot in het voorjaar. Al lijken het maar een paar uitgebloeide stengels, deze zijn zeer belangrijk voor de overwintering van dieren. Insecten overwinteren in uitbloeide stengels en kleine dieren vinden schuilplaatsen tussen de planten. Op onderstaande afbeelding zie je zo’n uitgebloeid stukje kruiden. Deze heeft de hele winter als schuilplek gediend voor een haas. Als je goed kijkt zie je de oren van de haas (omcirkeld). Maar ook vogels zoals de roodborst en winterkoning vinden er in de schrale wintermaanden voedsel in. Voortaan de uitgebloeide kruiden laten staan dus!
Uitgebloeide kruiden bieden uitstekende schuilplaatsen en voedselplekken voor kleine zoogdieren en vogels. Als je goed kijkt zie je dat een haas dit stuk gebruikt als rustplek (De Natuur van hier)
Beemdkroon (Knautia arvensis)
De eerste plant voor in de volle zon die we bespreken is beemdkroon. Deze vaste plant wordt tot 60 centimeter hoog en bloeit met prachtige lilakleurige bloemen.
De bloei start in juni en loopt door tot in de herfst, vaak tot in oktober. Beemdkroon kan ook goed worden toegepast in bloemenrijke gazons en bloemenweiden.
Beemdkroon (Saxifraga-Ed Stikvoort)
Beemdkroon wordt druk bezocht door van allerlei insecten zoals dagvlinders, bijen en hommels. De knautiabij, welke op de rode lijst staat, is zelfs afhankelijk van beemdkroon. De sterke afname van beemdkroon in Nederland zorgt er dan ook voor dat de bij op de rode lijst staat.
Een andere vaste plant die een plekje in de volle zon goed verdraagt is duizendblad. Duizendblad wordt tot 50 centimeter hoog en heeft uitbundige witte, roze, of soms rode schermbloemen. De bloei start in juni en loopt door tot in november.
Duizendblad kan ook prima op groendaken en in bloemrijke gazons en bloemenweiden toegepast worden.
Duizendblad
Net zoals beemdkroon is duizendblad ook een zeer goede plant om insecten aan te trekken. Onder andere zweefvliegen, bijen, vlinders en hommels vliegen op de bloemen. De kortsprietwespbij en duinmaskerbij zijn twee voorbeelden van bijen die je op duizendblad kunt tegenkomen.
In een lijstje met planten voor in de volle zon mag gewone smeerwortel niet ontbreken. Gewone smeerwortel kan tot 1 meter hoog worden. Ze krijgt prachtige hangende bloemen, welke kunnen variëren van witte tot paars. De bloei start al in april en duurt tot en met augustus. Smeerwortel houdt wel van een wat vochtige grond, dus zorg ervoor dat deze niet te veel uitdroogt.
Smeerwortel (De Natuur van hier)
Gewone smeerwortel wordt veel bezocht door hommels zoals de akkerhommel, aardhommel en grashommel (zeldzaam). Alleen langtongige hommels kunnen bij de nectar. Hommels met een korte tong (zoals de akkerhommel) boren een gaatje aan de voet van de bloemkroon om bij de nectar te komen.
Dagkoekoeksbloem is ook zo’n prachtige vaste plant die een plek in de volle zon verlangt (of halfschaduw), mits deze wel op een vochtige plek staat. Belangrijk is dus om ervoor te zorgen dat de grond niet uitdroogt. Dagkoekoeksbloem wordt tot 80 centimeter hoog en bloeit van april tot en met oktober met grote roze bloemen, met vijf diep ingesneden kroonbladeren.
Dagkoekoeksbloem, (Saxifraga-Rutger Barendse)
Bijen, hommels, dagvlinders en nachtvlinders vliegen op de bloemen van dagkoekoeksbloem. Hoewel de bloemen overdag open zijn vindt bestuiving voornamelijk plaats door nachtvlinders. Dagkoekoeksbloem is de waardplant voor de gewone Silene-uil, maar ook de koekoeksbloem-spanner is een nachtvlinder die veelvuldig gebruik maakt van de plant.
De grote centaurie is nog zo’n prachtige inheemse plant die het prima doet in de zon. De plant kan tot wel 1,25 meter hoog worden en kent een rijkelijke bloei. De grote rozepaarse bloemen verschijnen in mei aan de plant en blijven doorbloeien tot en met augustus. Grote centaurie doet het beste op kalkhoudende tot kalkrijke bodems.
Grote Centaurie (Saxifraga-Peter Meininger)
Grote centaurie is voor insecten ook een erg belangrijke plant. Er vliegen veel bijen op grote centaurie, zoals groefbijen en de pluimvoetbij. Verder maken ook hommels en vlinders veelal gebruik van de bloemen. Soorten die je kunt aantreffen op de grote centaurie zijn de distelvlinder, verschillende parelmoervlinders en hommels zoals akkerhommel, aardhommel en steenhommel.
Een andere inheemse plant die in de volle zon gezet kan worden is wilde marjolein. Wilde marjolein wordt tot 60 centimeter groot en heeft een voorkeur voor kalkhoudende grond. De roze bloemen geuren heerlijk en bloeien van juli tot september. Wilde marjolein wordt veelal als specerij gebruikt in de Griekse en Italiaanse keuken en staat ook wel bekend als oregano.
Wilde marjolein
Wilde marjolein is een ware insectenmagneet. Van allerlei soorten insecten komen er op af, zoals zweefvliegen, (solitaire) bijen, hommels en dagvlinders. Enkele soorten die vaak gezien worden op wilde marjolein zijn: honingbij, metselbij, stadsreus, dagpauwoog, atalanta en vele anderen.
Tot slot nog de grote pimpernel. Deze vaste land is vrij zeldzaam geworden in Nederland. Grote pimpernel wordt tot 1 meter hoog, in sommige gevallen nog hoger, en bloeit met prachtige donkerrode bloemen. De bloeit begint in juni en loopt door tot en met september. Grote pimpernel verdraagt een plek in de volle zon, maar houdt wel van een wat vochtige bodem. Plant je hem dus in de volle zon dan moet je er wel voor zorgen dat de grond niet uitdroogt.
Grote pimpernel (Saxifraga -Hans Dekker)
Net zoals de overige inheems planten die besproken zijn in deze blog, is grote pimpernel ook een belangrijke plant voor een aantal insecten. Zweefvliegen, bijen, hommels en dagvlinders maken veelvuldig gebruik van de plant. Voor het pimpernelblauwtje en het donker pimpernelblauwtje is het zelfs de waardplant.
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Vlinders zijn erg geliefd in tuinen. Helaas gaat het met veel vlindersoorten tegenwoordig slecht, door het verdwijnen van bloemrijke graslanden, het gebruik van bestrijdingsmiddelenen intensieve landbouw. Daarom is het belangrijk om in je tuin veel te doen om de vlinders te helpen.
Door te kiezen voor inheemse planten bied je vlinders precies wat ze nodig hebben. Sommige van deze planten leveren nectar voor volwassen vlinders, terwijl andere planten dienen als waardplant voor rupsen. Zonder deze planten kunnen veel vlinders zich niet voortplanten.
In deze blog bespreken we 20 inheemse planten voor vlinders die geschikt zijn voor tuinen in Nederland. Met deze planten creëer je een tuin die aantrekkelijk is voor veel verschillende vlindersoorten, zoals de dagpauwoog en kleine vos.
Brandnetel is voor veel vlindersoorten, zoals deze gehakkelde aurelia, een belangrijke waardplant (De natuur van hier)
Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken! Bekijk hier het e-book
Waarom inheemse planten belangrijk zijn voor vlinders
Vlinders zijn voor hun voortplanting afhankelijk van specifieke planten. Veel soorten leggen hun eitjes namelijk alleen op bepaalde waardplanten, waar de rupsen zich na het uitkomen mee voeden. Per vlindersoort kan de waardplant en nectarplant verschillen. Zonder inheemse planten kunnen vlinders hun levenscyclus niet voltooien, ze hebben dan geen plant voor eiafzet en/of om nectar te halen. Wanneer waardplanten verdwijnen, verdwijnen uiteindelijk ook de vlinders die ervan afhankelijk zijn.
In tuinen wordt bij het kiezen van planten vaak vooral gekeken naar de kleur of uitstraling van bloemen. Daardoor worden er regelmatig exotische tuinplanten gekozen. Sommige van deze soorten produceren wel nectar en kunnen daardoor volwassen vlinders aantrekken en voeden, maar ze zijn vaak niet geschikt als waardplant voor rupsen.
Als je in je tuin alleen zulke planten hebt staan, kunnen vlinders er wel nectar vinden, maar kunnen ze zich niet voortplanten. Door aan te planten met inheemse planten, creëer je een tuin waarin vlinders voedsel kunnen vinden en hun eitjes kunnen afzetten. Zo kunnen vlinders hun volledige levenscyclus doorlopen.
Wil je aan de slag met inheemse beplanting in je tuin, maar heb je geen idee waar je moet beginnen? Lees dan onze gids ‘inheemse beplanting voor een natuurlijke en diervriendelijke tuin’. Hierin laten we stap voor stap zien waar je aan moet denken om met behulp van inheemse beplanting een tuin vol leven te creëren!
Pas op met vlinderstruik
Een goed voorbeeld hiervan is vlinderstruik. Deze wordt massaal aangeboden (en gekocht) in tuincentra, met de boodschap dat het een uitstekende vlinderplant is. Dit is deels waar, maar het is voor bijna geen enkele vlinder een waardplant in Nederland.
Tel daarbij op dat de vlinderstruik steeds vaker in natuurgebieden verschijnt en inheemse planten daar verdringt (invasieve exoot), waardoor deze dus eigenlijk een negatief effect heeft op bijzondere inheemse vlinders. Ook blijkt op veel planten uit tuincentra gif te zitten.
Nectarplanten en waardplanten
Veel mensen denken gelijk aan nectar als ze denken aan de behoeften van vlinders, maar waardplanten zijn minstens zo belangrijk. Het is dus van belang dat er zowel nectarrijke planten als waardplanten worden aangeplant in de tuin.
Nectarplanten
Dit zijn planten die voedsel leveren voor volwassen vlinders. Dit kan per soort verschillen. Inheemse planten zijn afgesteld op inheemse diersoorten en andersom, dus deze planten bieden vlinders meer dan exotische planten. Goede inheemse nectarplanten zijn onder andere:
Wilde marjolein
Koninginnekruid
Beemdkroon
Knoopkruid
Waardplanten Waardplanten zijn onmisbaar in de ontwikkeling van ei naar vlinder. Dit zijn planten waarop vlinders hun eitjes leggen. Soms legt de vlinder de eitjes in de buurt, waarna de rupsen de plant opzoeken. De rupsen eten vervolgens van deze plant, gaan groeien en verpoppen zich uiteindelijk in of nabij de waardplant. Vaak wordt gedacht dat rupsen alleen het blad eten, maar sommige rupsen eten ook stengels, wortels, bloemen of zelfs zaden.
Net als met nectarplanten hangt het van de vlindersoort af welke plant gebruikt wordt als waardplant. Als de rupsen van één plantensoort eten, noem je dat monofaag. Als er meerdere plantensoorten (maar wel van dezelfde plantenfamilie) worden gegeten, noem je dat oliofaag. Soorten die allerlei planten eten, noem je polyfaag.
Wat zijn de beste waardplanten voor vlinders?
Grote brandnetel: atalanta, dagpauwoog, distelvlinder, gehakkelde aurelia, kleine vos, landkaartje en heel veel soorten dagvlinders
Pinksterbloem: oranjetipje, klein geaderd witje, klein koolwitje
Sporkehout: citroenvlinder, groentje, boomblauwtje, diverse nachtvlinders
De vlinder legt de eitjes op, of in de buurt van de waarplant. De rupsen kunnen zo meteen beginnen met eten (Saxifraga – Pieter van Breugel)
Bloeikalender voor inheemse planten voor vlinders
Met onderstaande bloeikalender zorg je ervoor dat vlinders van het vroege voorjaar tot in de nazomer nectar kunnen vinden in je tuin. Door soorten te combineren die op verschillende momenten bloeien, ontstaat een continue voedselbron voor vlinders.
Koninginnekruid, grote kattenstaart, boerenwormkruid
September
Koninginnekruid, duizendblad, echte guldenroede
Inheemse planten en moment van bloei
Hieronder vind je een overzicht van de 20 beste inheemse planten voor vlinders. Deze zijn gesorteerd op het moment waarop ze bloeien. Na deze lijst worden de soorten besproken.
Vroege soorten
Boswilg
Pinksterbloem
Look-zonder-look
Gewone rolklaver
Zomersoorten
Knoopkruid
Slangenkruid
Beemdkroon
Duizendblad
Wilde marjolein
Wilde peen
Gewone margriet
Grote centaurie
Veldsalie
Nazomer
Koninginnekruid
Grote kattenstaart
Boerenwormkruid
Echte guldenroede
Belangrijke waardplanten
Grote brandnetel
Hop
Sporkehout
Welke vlinders trek je met deze planten?
Met de juiste inheemse planten kun je verschillende vlindersoorten naar je tuin lokken. Elke soort heeft namelijk zijn eigen voorkeur voor waardplanten en nectarbronnen.
Door verschillende waardplanten te combineren, vergroot je de kans dat meerdere vlindersoorten je tuin weten te vinden. Zo ontstaat er een levendige en natuurlijke tuin waarin vlinders zich thuis voelen.
20 inheemse planten voor vlinders
Dan is het nu tijd om de beste inheemse vlinderplanten te bespreken. Per soort vind je wanneer ze bloeien, de beste standplaats en hoe hoog de plant of struik wordt. Daarnaast vind je nog wat aanvullende informatie waarom het zo’n goede vlinderplant is.
Boswilg (Salix caprea)
Bloeitijd: maart-april
Standplaats: volle zon tot halfschaduw en vochtige, voedselrijke bodem
Hoogte: 6-10 meter
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Boswilg bloeit als een van eerste struiken in Nederland. Daarom is het een belangrijke voedselborn voor insecten in het vroege voorjaar, wanneer er nog bijna niets bloeit. Al vanaf maart verschijnen de zachte katjes aan de takken, die rijk zijn aan stuifmeel en nectar. Er zijn in deze tijd van het jaar nog niet veel vlinders actief, maar vroege soorten zoals de citroenvlinder profiteert van de vroege bloei, evenals andere insecten. Daarnaast is de boswilg een waardplant voor verschillende nachtvlinders. Het is verder ook een uitstekende plant voor bijen in je tuin.
De struik groeit het beste op een zonnige tot halfschaduwrijke plek en kan uitgroeien tot een (kleine) boom.
De vroege bloei van boswilg is een welkome voedselbron voor vlinders in het vroege voorjaar (de Natuur van hier)
Pinksterbloem (Cardamine pratensis)
Bloeitijd: april-juni
Standplaats: zon, lichte schaduw en vochtige tot natte, voedselrijke grond
Hoogte: 20-60 cm
Soort: nectarplant & waardplant
Pinksterbloem is een typische voorjaarsplant die vaak groeit in vochtige graslanden en langs slootkanten. Helaas zie je deze plant niet meer zoveel als vroeger. De lichtpaarse bloemen verschijnen in april en mei en zijn een belangrijke nectarbron voor vroege vlinders. De plant staat vooral bekend als waardplant voor het oranjetipje, waarvan de rupsen zich voeden met de zaden en bloemen. Het is daarnaast ook de waardplant van het klein geaderd witje en het klein koolwitje. Pinksterbloem doet het goed in een natuurlijke tuin waar de bodem licht vochtig mag blijven.
Pinksterbloem is – biologisch gekweekt – verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde winkels, zoals Sprinklr en Vivara.
Pinksterbloem is een goede inheemse plant voor vroege insecten (De Natuur van hier)
Look-zonder-look (Alliaria petiolata)
Bloeitijd: april tot en met juni
Standplaats: half schaduw, vochtige en voedselrijke bodems (stikstofhoudend)
Hoogte: 15-90 cm (soms zelfs 100 cm)
Soort: waardplant
Look-zonder-look is een tweejarige plant die vaak groeit langs bosranden en op licht beschaduwde plekken. De kleine witte bloemen verschijnen in het voorjaar (van het tweede jaar, na overwintering) en trekken diverse insecten aan. Voor vlinders is deze plant vooral belangrijk als waardplant voor het oranjetipje en verschillende witjes. De rupsen eten van de bladeren en ontwikkelen zich hier tot pop. Look-zonder-look zaait zich gemakkelijk uit en past goed in een natuurlijke of iets verwilderde tuin. Het blad kun je eten. Het is een uitstekende plant om te gebruiken in de schaduw of halfschaduw.
Look-zonder-look is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt verkrijgbaar, waaronder Vivara.
Look-zonder-look is een waardplant voor verschillende vlindersoorten en biedt nectar aan allerlei insecten
Gewone rolklaver (Lotus corniculatus)
Bloeitijd: mei-september (soms zelfs oktober)
Standplaats: volle zon, vrijwel alle bodems
Hoogte: 10-30 cm
Soort: nectarplant & waardplant
Gewone rolklaver is een lage, kruipende plant met gele bloemen die van mei tot september bloeien. De plant groeit goed op droge, zonnige plekken en wordt vaak aangetroffen in bloemrijke graslanden. Voor vlinders is rolklaver een belangrijke nectarplant en tevens een waardplant voor verschillende blauwtjes, waaronder het icarusblauwtje en bruin dikkopje (ernstig bedreigd). Door zijn lange bloeiperiode vormt rolklaver een waardevolle aanvulling in een vlindervriendelijke tuin. In symbiose met een bacterie bindt gewone rolklaver stikstof uit de lucht, waardoor de plant de bodem verbetert. Gewone rolklaver doet het goed op een zonnige plek en droge grond.
Gewone rolklaver dient als waardplant voor onder andere het icarusblauwtje
Knoopkruid (Centaurea jacea)
Bloeitijd: juni tot en met september
Standplaats: volle zon, droog tot matig vochtig en schrale bodem
Hoogte: 60-120 cm
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Knoopkruid is een van de beste nectarplanten voor vlinders in Nederland. De paarse bloemen verschijnen vanaf juni en trekken veel insecten aan, waaronder vlinders, hommels en bijen. In de zomer zijn hier vaak soorten te zien zoals de distelvlinder en het icarusblauwtje. Het is een waardplant voor veel verschillende nachtvlinders. Daarnaast is het de waardplant van de in Nederland ernstig bedreigde veldparelmoervlinder. Knoopkruid groeit goed in zonnige borders en bloemrijke graslanden/tuinen en kan zich gemakkelijk uitzaaien door haar eigen zaden.
Het prachtige knoopkruid is bij diverse gespecialiseerde winkels, biologisch gekweekt, te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Knoopkruid is zowel een nectarplant als waardplant
Slangenkruid (Echium vulgare)
Bloeitijd: mei tot en met september
Standplaats: zonnig, droog en warme standplaats, voedselarme en zandige of rotsachtige bodem
Hoogte: 30-80 cm
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Slangenkruid staat bekend om zijn opvallende blauwe bloemen en lange bloeiperiode. De bloemen zijn erg rijk aan nectar en trekken tal van insecten aan. Vlinders zoals de distelvlinder en de atalanta bezoeken deze plant regelmatig. Het is een waardplant voor talloze motten. Slangenkruid groeit het beste op droge, zonnige plekken met een arme bodem. Langs de oevers van de Grensmaas troffen wij slangenkruid aan, waar de bijzondere slangenkruidbij nectar haalde.
Slangenkruid is, biologisch gekweekt, te verkrijgen bij diverse speciaal winkels, waaronder Sprinklr.
Slangenkruid biedt aan veel verschillende insecten nectar en is daarmee een belangrijke nectarplant
Beemdkroon (Knautia arvensis)
Bloeitijd: juni-september
Standplaats: volle zon, drogere tot vochthoudende grond, niet te voedselrijk
Hoogte: 40-80 cm
Soort: nectarplant
Beemdkroon heeft lila bloemen die veel nectar produceren. Hij bloeit van mei/juni tot in de herfst. Deze plant trekt verschillende vlinders en andere insecten aan en wordt bezocht door soorten zoals bijvoorbeeld groot dikkopje, koninginnenpage, oranjetipje en zilveren maan (zeldzaam).
Beemdkroon groeit het liefst op een zonnige plek met een goed doorlatende, vochtige en kalkhoudende bodem. Beemdkroon staat op de Rode Lijst, dus voor zowel de plantensoort als voor de insecten die de plant nodig hebben, is het een goed idee om in je tuin aan te planten. Op zoek naar meer planten die het goed doen in de volle zon? Kijk dan eens in onze blog hierover, daar vind je nog meer suggesties voor inheemse planten in de volle zon.
Het prachtige beemdkroon is bij diverse gespecialiseerde winkels (biologisch gekweekt) te verkrijgen, zoals Sprinklr en Vivara.
Beemdkroon biedt voor veel vlinders en andere insecten heel veel nectar en stuifmeel
Wilde marjolein (Origanum vulgare)
Bloeitijd: juli tot en met september
Standplaats: zonnige, warme plek, goed doorlatende bodem, matig voedselrijk, kalkhoudend
Hoogte: 30-60 cm
Soort: nectarplant
Wilde marjolein is een uitstekende nectarplant voor vlinders. De roze bloemen verschijnen in juli en augustus en trekken veel insecten aan. De plant bloeit tot in september. Wilde marjolein groeit het beste op warme, zonnige plekken en is een vaste, winterharde plant.
Doordat de plant zoveel nectar bevat, komen er veel insecten en vlinders op af. Vlinders die op wilde marjolein af komen, zijn bijvoorbeeld het icarusblauwtje, bruin blauwtje, klein koolwitje, kleine vos, dagpauwoog, gehakkelde aurelia, bont zandoogje, atalanta, distelvlinder, kleine vuurvlinder en nog enkele meer. Een echte vlindertrekker dus, deze plant!
Wij hebben deze multifunctionele plant dicht bij huis staan, op een plekje in de volle zon en tegen de gevel. Want naast dat wilde marjolein ontzettend veel insecten aantrekt en prachtig bloeit, geurt de plant ook nog eens heerlijk en is het blad ook te gebruiken als smaakmaker in de keuken. Heerlijk over de pizza of in de pasta!
Wilde marjolein is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse winkels, waaronder Sprinklr en Vivara.
Wilde marjolein is zeer geliefd bij talloze vlinders en andere insecten, zoals bij deze bruine zandoogjes
Standplaats: volle zon, verdraagt droogte goed en een goed doorlatende, matig voedselrijke, droge tot normale (tuin)grond
Hoogte: 40-125 cm
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Duizendblad bloeit lang en produceert veel nectar. De plant bloeit van juni tot november. De schermbloemen bloeien wit tot soms roze. Duizendblad kan goed tegen droogte en zie je vaak op verstoorde grond, maar hij past ook prima in een border.
Je kunt hier wel spreken van een vergeten groente: in de zeventiende eeuw werden de jonge bladeren gebruikt als spinazie of soep. Daarnaast heeft de plant veel verschillende geneeskundige werkingen. De plant groeit goed in droge tot matig vochtige grond.
Omdat de nectar via de schermbloemen makkelijk te bereiken is, is het een geliefde plant bij vlinders (en andere insecten). Het is de waardplant van veel soorten motten. Dagvlinders als kleine vuurvlinder, kleine vos en oranje zandoogje bezoeken de plant voor nectar. De uitgebloeide bloemen in de winter kun je het beste laten staan, vogels pikken de zaden er dan uit. Een zeer veelzijdige plant.
In onze natuurtuin hebben we veel duizendblad in ons kruidenrijk gazon staan en bloeit hier rijkelijk. Doordat we het gazon gefaseerd maaien weten we de bloeitijd van duizendblad te verlengen en genieten we de hele zomer en herfst van de prachtige bloemen. Heb je geen duizendblad in je gazon? Dan kun je deze – biologisch gekweekt – verkrijgen in diverse kleuren bij onder andere Sprinklr en Vivara om duizendblad in je border of gazon aan te planten.
Duizendblad is met haar schermbloemen vol nectar zeer geliefd bij vlinders, motten en andere insecten
Wilde peen (Daucus carota)
Bloeitijd: juni-september (vanaf het tweede jaar, de plant heeft eerste koude nodig, om het jaar daarna te gaan bloeien)
Standplaats: volle zon tot halfschaduw, droge tot matig vochtige, kalkrijke en voedselarme tot matig voedselrijke bodem
Hoogte: 30-90 cm
Soort: nectarplant & waardplant
Dit is een van onze favorieten in onze natuurtuin. De bloei trekt zo veel leven aan, dat je elke keer een ander insect er op aantreft. Wilde peen vormt fijne witte schermbloemen die aantrekkelijk zijn voor veel insecten, omdat insecten met een korte tong ook makkelijk de nectar bereiken.
De plant is ook een waardplant voor de spectaculaire koninginnenpage, met haar opvallende rupsen. De rupsen hebben het blad en de bloemen nodig om te groeien. Daarnaast kun je ook blauwtjes, witjes en zandoogjes aantreffen op wilde peen.
Wilde peen groeit het best op zonnige plekken met een droge tot enigszins vochtige bodem. De bodem moet kalkhoudend en matig voedselrijk zijn, zoals op klei, zand of leem. De plant bloeit van juni tot en met september en vormt daarna de zaden. De bloem buigt dan naar binnen toe, waardoor hij lijkt op zijn bijnaam: een vogelnestje. Vogels (zoals vinken en putters) eten de zaden. ’s Avonds buigen de bloemhoofden naar beneden, om de volgende dag bij zonlicht zich weer op te richten.
Wilde peen is een plant die ontzettend veel leven trekt, je ziet er continu andere soorten insecten en vlinders op. De nectar is makkelijk te bereiken
Gewone margriet (Leucanthemum vulgare)
Bloeitijd: mei-juli (met soms uitloop tot in augustus/september)
Standplaats: volle zon, matig voedselrijke en goed doorlatende bodem
Hoogte: 40-80 cm
Soort: nectarplant
Vroeger zag je de gewone margriet veel, in de vele hooilanden die Nederland toen rijk was. Helaas zijn deze hooilanden er steeds minder. Als je deze mooie plant in je tuin hebt staan, wacht dan met maaien tot de bloem zaden heeft gevormd. Margriet zaait zichzelf makkelijk uit.
Gewone margriet produceert veel nectar en trekt daarmee vlinders en andere insecten aan. De plant is een mooie toevoeging aan een bloemrijke tuin. Ze heeft veel zon nodig. Vlinders die de gewone margriet bezoeken, zijn bijvoorbeeld het bruin en bont zandoogje, groot en klein koolwitje, icarusblauwtje, kleine vos, dagpauwoog, atalanta en de bijzondere dagactieve nachtvlinder de kolibrievlinder.
Gewone margriet is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt verkrijgbaar, waaronder Sprinklr en Vivara.
Margrieten kwamen vroeger algemeen voor in Nederland, maar zie je steeds minder vaak door de intensivering van de landbouw. Margriet is een mooie plant om in je tuin te gebruiken, want het trekt vele vlinders aan
Grote centaurie (Centaurea scabiosa)
Bloeitijd: juni-oktober
Standplaats: zonnige plek, droge tot matig vochtige, kalkrijke bodem
Hoogte: 30-120 cm
Soort: nectarplant
Grote centaurie bloeit met prachtige, opvallende paarse en roze bloemen. Het is een echte magneet voor vele soorten vlinders. Het is een hele goede plant om in je tuin te zetten, omdat het zorgt voor veel biodiversiteit. Er komen niet alleen veel vlinders op af, maar ook bijen, hommels, zweefvliegen en andere insecten. De zaden worden na het bloeien gegeten door vogels, zoals verschillende soorten vinkachtigen.
Vlinders die op grote centaurie af komen, zijn bijvoorbeeld de distelvlinder, dambordje (zeer zeldzaam) en dagpauwoog. Grote centaurie is verwant aan knoopkruid en korenbloem. In de tuin doet de plant het goed op allerlei soorten bodems. Wij hebben hem op zuiden tegen de gevel aan staan, vol in de zon. Hier staat deze vaste plant dicht bij een raam, zodat we veel kunnen genieten van de prachtige bloemen. Vroeger werd grote centaurie gebruikt voor huidproblemen en wondverzorging.
Grote centaurie is bij verschillende gespecialiseerde winkels -biologisch gekweekt- te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Zet grote centaurie in je tuin en je zult veel verschillende soorten vlinders en andere insecten gaan zien (Foto: Saxifraga – Marijke Verhagen)
Veldsalie (Salvia pratensis)
Bloeitijd: juni tot en met augustus
Standplaats: zonnig, droge tot matig vochthoudende grond, goed doorlaatbaar
Hoogte: 40-75 cm
Soort: nectarplant
Veldsalie is een uitstekende plant in diverse soorten tuinen. Hij past goed in droge borders, bloemenweides en zonnige tuinen. De plant bloeit met paarsblauwe bloemen en produceert veel nectar. Veldsalie zorgt voor veel biodiversiteit, omdat er veel soorten insecten op af komen, waaronder ook verschillende soorten vlinders.
Veldsalie doet het goed op droge tot matig vochtige bodems, op verschillende typen grond, zo lang het bodemtype maar goed doorlatend is. Klei-, leem- en zandgronden zijn goed voor veldsalie. Bij gespecialiseerde winkels zoals Sprinklr en Vivara is veldsalie biologisch gekweekt verkrijgbaar.
Veldsalie bloeit met prachtige paarsblauwe bloemen waar onder andere vlinders graag nectar komen halen
Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)
Bloeitijd: juli tot en met september
Standplaats: zon tot half schaduw, op vochtige tot drassige en voedzame grond
Hoogte: 100-150 cm
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Koninginnekruid is een van de beste vlinderplanten voor de nazomer. Bij oevers van poelen en vijvers doet koninginnekruid het goed, evenals vochtige borders. Deze plant krijgt tijdens de bloei roze tot rozerode schermachtige bloemen. Deze bloemen zijn erg geliefd bij vlinders. Op de plant aan onze natuurlijke vijver zien we regelmatig atalanta, dagpauwoog, distelvlinder en soms zelfs koninginnenpage! Andere vlinders die hier op af komen, zijn bijvoorbeeld keizersmantel, gehakkelde aurelia en kleine vos. De plant dient als waardplant voor verschillende nachtvlinders.
Een andere naam voor koninginnekruid is leverkruid. De plant werd namelijk van oudsher gebruikt tegen geelzucht, een leverziekte. Koninginnekruid is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij onder andere Sprinklr en Vivara.
Koninginnekruid is zeer geliefd bij vlinders, zoals Spaanse vlag (zeldzame dagactieve nachtvlinder) en keizersmantel
Grote kattenstaart (Lythrum sallicaria)
Bloeitijd: juni – augustus
Standplaats: zon – halfzon, natte en voedselrijke bodem
Hoogte: tot 100 centimeter
Soort: nectarplant & waardplant
Een andere prachtige zomerbloeier is grote kattenstaart. Deze vaste plant staat het liefst op een vochtige tot natte plek en kan daardoor ideaal als oeverplant bij een vijver worden gebruikt (hier vind je nog veel meer vijverplantentips).
Van juni tot en met augustus bloeit grote kattenstaart rijkelijk met roze bloemaren die in trek zijn bij insecten. De plant heeft haar naam te danken aan de gelijkenis met een kattenstaart. Het boomblauwtje heeft de plant nodig als waardplant. De rupsen eten de bloemen en vruchten. Ook andere vlinders, zoals de grote vuurvlinder, en vele andere insecten kun je bij de bloemen aantreffen.
Het liefst staat grote kattenstaart dus op een vochtige plek, in de zon of halfzon. Kattenstaart is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt te verkrijgen, waaronder Sprinklr en Vivara.
Grote kattenstaart heeft een prachtige bloei, die veel biodiversiteit aantrekt in de vorm van allerlei verschillende soorten insecten
Boerenwormkruid (Tanacetum vulgare)
Bloeitijd: juli tot en met september
Standplaats: zonnig tot licht beschaduwd, voedselrijke en open bodem
Hoogte: 80-120 cm
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Boerenwormkruid is een sterke vaste plant die goed groeit op droge grond. Het is een pionierplant, je ziet hem veel op verstoorde bodem. Hij bloeit met ronde knopjes van gele bloemhoofdjes. De gele bloemen verschijnen in de zomer en trekken verschillende insecten aan, waaronder verschillende soorten dagvlinders. Meerdere soorten nachtvlinders en ook wantsen hebben de plant nodig als waardplant.
Deze plant bloeit wat later in het jaar, waardoor je ook in de nazomer en begin najaar nog nectar kunt aanbieden aan vlinders en andere insecten in je tuin. De naam heeft de plant te danken aan zijn wormdrijvende kwaliteiten. Dieren in het wild eten van de plant om van wormen af te komen.
Vroeger werden er bosjes gedroogd boerenwormkruid opgehangen om insecten te weren. De geur werkt afschrikwekkend tegen insecten. Boerenwormkruid is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij onder andere Sprinklr en Vivara.
Echte guldenroede (Solidago virgaurea)
Bloeitijd: juli-oktober
Standplaats: zonnig tot halfschaduw, matig voedselrijke tot vrije arme bodem, goed doorlaatbaar
Hoogte: 40-100 cm
Soort: nectarplant & waardplant (nachtvlinders)
Echte guldenroede vind je in de natuur in bosranden, bossen, heiden en op zandgronden. Omdat deze plant, net als boerenwormkruid, later in het seizoen bloeit, is het een belangrijke nectarbron voor vlinders in de nazomer.
Deze plant heeft veel nectar en is daarom geliefd bij zowel dag- als nachtvlinders. Je kunt op deze plant onder andere aantreffen: atalanta, dagpauwoog, citroenvlinder, groot en klein koolwitje, kleine vos, gehakkelde aurelia en oranje zandoogje. Daarnaast ook diverse nachtvlinders en microvlinders, maar ook bijen en zweefvliegen.
Echte guldenroede is dus een echte magneet voor meer leven in je tuin. Je bestelt echte guldenroede -biologisch gekweekt- bij Vivara.
Grote brandnetel (Urtica dioica)
Bloeitijd: juni-oktober/november
Standplaats: vochtige, natte gronden die stikstofrijk zijn, halfschaduw
Hoogte: 30-80 cm (met uitschieters naar boven)
Soort: waardplant
Grote brandnetel, wie kent hem niet? De een verafschuwt hem, de ander verwelkomt hem in de tuin. Als je vlinders een handje wil helpen, is brandnetel laten staan een zeer goed idee. Grote brandnetel is een van de belangrijkste waardplanten voor vlinders in Nederland, zoals voor de kleine vos, dagpauwoog, landkaartje en atalanta.
De plant maakt kleine, groenachtige bloemen aan in de oksels van de bladeren, die een soort pluimen vormen. Je ziet de plant veel in bossen, langs heggen, slootkanten, braakliggende grond en in voedselrijke tuinen. Wanneer je hem zijn gang laat gaan, kan hij wel tot twee meter groot worden. Die kans krijgt hij over het algemeen niet. Grote brandnetel is tweehuizig, dat betekent dat er mannelijke en vrouwelijke planten zijn.
Niet alleen voor vlinders is de plant van belang, ook wij als mens kunnen veel uit de plant halen. Grote brandnetel zit vol ijzer en je kunt hem gebruiken in de thee, soep of in stamppot. Het beste gebruik je hiervoor de jonge bladeren.
Rupsen van meerdere soorten vlinders eten in mum van tijd brandnetels kaal. Grote brandnetel is een ontzettend belangrijke waardplant voor verschillende soorten vlinders
Ook worden de bladeren gebruikt om neteldoek (of kaasdoek) van te maken. Deze doeken kun je gebruiken om vloeistoffen te filteren, kaas ermee te maken, uitlekken, het afdekken van deeg en ook wordt het wel gebruikt voor kleding. Een ontzettend veelzijdige plant dus!
Een echte aanrader om in je tuin te zetten of te laten staan. In onze natuurtuin hebben we meerdere hoekjes waar de brandnetel zijn gang mag gaan. En ieder jaar zijn we weer verrast door de vele rupsen die we erin zien. Zie onderstaande post van ons wat brandnetel oplevert voor je natuurtuin. We plukken daarnaast ook bladeren om er zelf thee van te maken.
Standplaats: zonnig tot halfschaduw, voedselrijke en vochthoudende grond, goed doorlaatbaar
Hoogte: 4-8 meter
Soort: nectarplant & waardplant
Hop is een sterke plant, die het goed doet op kalkrijke, leemachtige bodem. Het is een uitstekende inheemse klimplant, die je kunt zetten bij bijvoorbeeld schuttingen en muren. Wel moet je de plant wat steun geven bij het klimmen.
Van juli tot september verschijnen – aan de vrouwelijke planten – de kenmerkende hopbellen die ook als een van de belangrijkste ingrediënten van bier dient.
Naast dat deze hopbellen een prachtige sierwaarde hebben, zijn ze ook nog eens goed voor meer biodiversiteit in je tuin. De nectar en het stuifmeel in de hopbellen trekken bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen aan. Tevens is hop de waardplant van een aantal vlinders zoals atalanta, gehakkelde aurelia, dagpauwoog en een aantal nachtvlinders.
Hop kan meer dan vier meter hoog worden en groeit ongelofelijk snel, dus regelmatige snoei is vereist. De plant is niet wintergroen, maar sterft in het najaar bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. De klimplant kent een windende groei, wat betekent dat deze een klimrek of spandraad nodig heeft om langs af te winden.
In onze natuurtuin gebruiken we hop als klimplant in een wilde, gemengde haag. Dit staat garant voor meer biodiversiteit in je tuin. Hop is, biologisch gekweekt, bij verschillende gespecialiseerde winkels verkrijgbaar, zoals Sprinklr.
Hop is een sterke klimplant die met aromatische hopbellen bloeit. Ze is een waardplant voor meerdere soorten vlinders en een lust voor het oog, dus genoeg redenen om deze klimplant ergens in je tuin of op je balkon te gebruiken
Sporkehout (Frangula alnus)
Bloeitijd: mei-september
Standplaats: zon tot halfschaduw, vochthoudende tot natte grond
Hoogte: 1,50 meter tot 5 meter
Soort: waardplant
De inheemse struik (of heester) sporkehout heeft een lange bloei en biedt daarmee voor lange tijd nectar aan insecten aan. Misschien ken je deze struik wel onder de andere bekende naam: vuilboom. Sporkehout of vuilboom heeft een hoge ecologische waarde.
De naam ‘vuilboom’ heeft een lange geschiedenis. Vroeger werden de bessen en gedroogde bast gebruikt als laxeermiddel. Op die manier hielp de plant om het lichaam te reinigen, oftewel te ontdoen van vuil (zoals verstoppingen of schadelijke stoffen). Let op wanneer je dit zelf wil testen: verse bessen en schors zijn giftig!
Een naam die met ere kan worden gedragen door deze snelgroeiende struik, is ook wel ‘koning van de biodiversiteit’. Hij is op meerdere manieren van groot belang voor de natuur. Het is de waardplant voor de citroenvlinder en het boomblauwtje. Hun rupsen eten uitsluitend de bladeren van sporkehout (en nauw verwante wegedoorn). Staat deze struik er niet, dan kunnen zij zich niet voortplanten.
Daarnaast biedt het door de lange bloei een constante nectarbron voor vele insectensoorten, ook als andere soorten allang zijn uitgebloeid. En tot slot bezoeken ook vogels deze plant graag, want na de bloei vormt de plant bessen die geliefd zijn bij bijvoorbeeld merel, grote lijster en kramsvogel.
Sporkehout (vuilboom) is biologisch gekweekt verkrijgbaar bij verschillende speciaalzaken, waaronder Vivara en Sprinklr.
Sporkehout is van groot belang voor biodiversiteit in je tuin: lange bloei en nectar voor vlinders en andere insecten en daarna bessen voor de vogels
Hoe maak je een vlindervriendelijke tuin
Om veel vlinders naar je tuin te trekken is het dus belangrijk om veel bloeiende, inheemse planten aan te planten. Denk er aan dat je zowel nectarplanten als waardplanten in je tuin gebruikt. Gebruik geen bestrijdingsmiddelen en andere pesticiden in je tuin, want daar zijn vlinder zeer gevoelig voor. Zorg er voor dat er van het voorjaar tot en met het najaar (maart-september/oktober) voldoende bloeien planten aanzwezig zijn voor het nodige nectar en stuifmeel. Zorg tot slot voor een niet te strakke tuin, waar ook ruimte is voor rommelhoekjes en uitgebloeide planten.
Veelgemaakte fouten bij vlinderplanten
Een van de meest voorkomende fouten is door alleen maar te focussen op (uitheemse) nectarplanten (denk bijvoorbeeld aan vlinderstruik). Deze bieden wel voedsel voor de volwassen dieren, maar rupsen kunnen er vaak niets mee. Het is dus net zo essentieel om ook voldoende waardplanten (bijvoorbeeld sporkehout) in je tuinplan op te nemen.
De nette en strakke tuinen zijn daarnaast ook een probleem voor vlinders en andere insecten. Rommelhoekjes bieden schuilplekken en uitgebloeide planten en hoge vegetatie bieden overwinteringsplekken. Ruim dus een keer wat minder op in je tuin en je doet veel dieren een plezier.
Uitgebloeide planten en rommelhoekjes zijn cruciaal voor vlinders en andere insecten (de Natuur van hier)
Een andere fout die vaak gemaakt wordt is dat er niet genoeg wordt nagedacht over de plantenkeuze, waardoor veel planten op hetzelfde moment bloeien en er op andere momenten vrijwel niets bloeit. Vlinders hebben het hele seizoen lang voedsel nodig in de vorm van nectar, kies dus voor planten die op verschillende momenten bloeien.
Afsluiting
Met de juiste inheemse nectarplanten en waardplanten kun je dus een natuurlijke tuin creëren waar veel vlinders op af komen. Wil je verder aan de slag met inheemse beplanting? Bekijk dan ook onze andere artikelen en ontdek hoe je stap voor stap een natuurlijke tuin kunt creëren met behulp van ons e-book.
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Inheemse klimplanten zijn een perfecte manier om je tuin te vergroenen én tegelijkertijd bij te dragen aan biodiversiteit. Of je nou een schutting, muur of pergola wilt laten begroeien: met de juiste soorten creëer je niet alleen een groene sfeer, maar ook een waardevolle plek voor bijen, vlinders en vogels.
Maar welke inheemse klimplanten zijn geschikt voor jouw tuin? Niet elke soort groeit even goed op elke plek. Sommige doen het beter in de zon, terwijl andere juist geschikt zijn voor de schaduw. Ook verschillen ze in groeisnelheid, bloei en ecologische waarde. Maar zelfs in een kleine tuin is er ruimte voor een inheemse klimplant, zonder ruimte te verliezen.
In dit artikel ontdek je 4 sterke inheemse klimplanten die goed groeien in Nederlandse tuinen. We laten je zien welke soort het beste past bij jouw situatie en waar je op moet letten bij het kiezen en aanplanten.
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je van je tuin een paradijs maken voor bijen, vlinders en andere diersoorten? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra stap voor stap zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips, voorbeeldbeplanting en inspiratie voor iedere tuin.
Beste voor een natuurlijke uitstraling → wilde bosrank
Waarom kiezen voor inheemse klimplanten?
Klimplanten zijn perfect voor plekken in de tuin die vaak leeg blijven. Qua oppervlakte nemen ze weinig ruimte in, maar kunnen in de hoogte voor veel extra groen zorgen. Heb je nog een stukje muur, schutting of hekwerk wat nog kaal is, dan kun je hier uitstekend een klimplant kwijt. Vaak hoef je maar twee stoeptegels eruit te wippen om voldoende plek te creëren voor het planten van een inheemse klimplant.
Inheemse klimplanten zijn perfect om direct meer biodiversiteit in je tuin te creëren. Klimplanten met een dichte structuur – zoals klimop – zijn ideale schuil- en broedplekken voor zangvogels. Daarnaast krijgen alle soorten inheemse klimplanten bloemen die een belangrijke nectarbron vormen voor insecten. Zo is kamperfoelie een hele sterke vlinderplant en klimop een zeer belangrijke bijenplant voor in het najaar.
Verder zijn inheemse klimplanten beter aangepast aan het klimaat in Nederland, dan uitheemse klimmers. Dit betekent vaak dat ze beter groeien en minder onderhoud nodig hebben. Je hoeft ze over het algemeen minder vaak water te geven en ze hoeven niet ingepakt te worden als het een nachtje vriest. Tot slot zorgen inheemse klimplanten voor een natuurlijke uitstraling van je tuin.
De geurende bloemen van kamperfoelie zijn een ware trekpleister voor insecten
Welke klimplant past het beste bij jouw tuin?
Welke inheemse klimplant het beste bij jouw tuin past, hangt af van factoren zoals zonlicht, groeisnelheid en het doel van je beplanting. In onderstaand overzicht zie je in één oogopslag welke soort het beste aansluit bij jouw situatie. Ben je bijvoorbeeld op zoek naar een snelle groeier? Of juist een wintergroene klimplant? In onderstaand overzicht vind je welke soort dan het beste bij jou past.
Soort
Standplaats
Hoogte
Groeisnelheid
Bloeikleur
Bloeitijd
Wintergroen
Goed voor
Sierwaarde
Bijzonderheden
Bosrank (Clematis vitalba)
Zon / halfschaduw
Tot circa 5 meter
Snel
Wit
Juli-september
Nee
Bijen, insecten
Bloemen
Ook in veel cultivars te verkrijgen
Klimop (Hedera helix)
Zon / schaduw
Tot circa 10 meter
Gemiddeld
Groengeel
September–december
Ja
Bijen, vogels
Bloemen en bessen
Bessen in de winter, ideaal voor vogels
Hop (Humulus lupulus)
Zon / halfschaduw
Tot circa 10 meter
Zeer snel
Groen
Juli–augustus
Nee
Insecten
Hopbellen
Sterke groeier, sterft in de winter bovengronds af
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum)
Zon / halfschaduw
Tot circa 4 meter
Gemiddeld
Wit tot geel
Juni–oktober
Nee
Vlinders, nachtvlinders
Bloemen
Geurende bloemen, trekt veel (nacht)vlinders aan
Twijfel je nog? Hieronder lichten we de verschillende soorten verder toe, zodat je een goede keuze kunt maken.
4 sterke inheemse klimplanten
Om een nog betere keuze te maken tussen de verschillende soorten inheemse klimplanten vind je hier per soort nog verdiepende informatie. Per soort worden er bijvoorbeeld ook een aantal soorten benoemd die profiteren van de aanwezigheid van de specifieke klimplant.
Bosrank (Clematis vitalba)
Bosrank is een van de mooiste inheemse klimplanten die we hebben in Nederland. Met prachtige roomwitte bloemen bloeit de klimplant uitbundig van juli tot en met september. De bloemen zijn in trek bij wilde bijen, voornamelijk groefbijen. Daarnaast is het de waardplant voor de bosrankvlinder en nog een aantal nachtvlinders. Ook vogels maken graag een nestje in weelderige takken van bosrank. Een echte biodiversiteitsmagneet dus.
De roomwitte bloemen van bosrank verschijnen aan de klimplant van juli tot en met september en zijn in trek bij onder andere groefbijen
Wilde bosrank wordt tot 7,5 meter hoog en staat het liefst op een plek in de zon of halfschaduw. Als je de klimplant in de zon plaatst, zorg er dan wel altijd voor dat de wortels in de schaduw staan (zet er bijvoorbeeld een paar inheemse vaste planten voor zodat er geen direct zonlicht opvalt). Wilde bosrank is niet wintergroen.
Gebruik een klimconstructie zoals een klimrekje of spandraad om de weelderige takken van bosrank mee te begeleiden. Wilde bosrank groeit snel, dus grondig terugsnoeien in het voorjaar kan zeker geen kwaad. Pas op met kinderen en huisdieren want bosrank is giftig.
Wilde bosrank is bij diverse gespecialiseerde winkels biologisch gekweekt verkrijgbaar, waaronder Sprinklr. Daarnaast zijn er van bosrank veel cultivators te verkrijgen met andere kleur bloemen en andere bloeitijden. Kies wel altijd voor biologisch gekweekt, zo weet je zeker dat de bloemen niet giftig zijn voor de insecten die er op af komen.
Bosrank is de waardplant voor de gelijknamige Bosrankvlinder (Saxifraga – Peter Gergely)
Klimop (Hedera helix)
Een inheemse klimplant die vaak als ongewenst wordt gezien is de klimop. Het is echt een zeer waardevolle plant voor meer biodiversiteit in je tuin te creëren. Wil je een muurtje of schutting snel groen hebben, dan kun je het beste klimop aanplanten. Bijkomend voordeel is dat klimop ook wintergroen is, waardoor je in de winter ook nog een tegen een groene schutting aankijkt. Het dichte bladerpakket is een ideale schuil- en broedplek voor vogels.
De wintergroene klimop is een ideale inheemse klimplant om een schutting of muurtje snel mee te bedekken
Maar dat is zeker niet de enige reden om een plek in je tuin vrij te maken voor klimop. In september en oktober (en soms zelfs tot in december) bloeit de klimplant namelijk met prachtige witte bloemen. In deze periode zijn veel andere planten al uitgebloeid, waardoor klimop een zeer belangrijke drachtplant is voor bijen en andere bestuivers laat in het seizoen. Klimop bloeit echter wel pas op latere leeftijd. Daarnaast is het de waardplant van onder andere het boomblauwtje.
De geelgroene bloemen van klimop zijn een enorm belangrijke voedselbron voor bijen in het najaar
En na de bloei (vaak diep in de winter) krijgt de klimplant nog blauwzwarte bessen. Omdat in deze periode veel bessen van andere struiken al opgegeten zijn, is dit wederom een welkome voedselbron voor vogels zoals merels, kramsvogels en spreeuwen.
Klimop kan tot 8 meter hoog worden en heeft geen klimconstructie nodig om te groeien – met luchtwortels hecht de plant zich aan de ondergrond. Als je de klimplant zijn gang laat gaan, groeit deze zelfs als bodembedekker nog door.
Klimop is multifunctioneel en groeit op een plekje in de zon, halfschaduw of schaduw. Wij gebruiken klimop standaard in schaduwhoekjes in de tuin waar we zelden komen Dit zijn ideale rustige plekken waar vogels een perfecte schuilplek vinden. Biologisch gekweekte klimop is onder ander te verkrijgen bij Sprinklr.
Voor het boomblauwtje is klimop een van de waardplanten
Wil je meer inspiratie en praktische tips om van jouw tuin een natuurlijke, levendige plek te maken?
In het e-book ‘Meer natuur in je tuin’ ga je met de vijf belangrijkste pijlers in een tuin aan de slag en maak je stap voor stap een tuin die bruist van het leven.
Een andere prachtige en waardevolle inheemse klimplant is hop. Van juli tot september verschijnen – aan de vrouwelijke planten – de kenmerkende hopbellen die ook als een van de belangrijkste ingrediënten van bier dient.
Naast dat deze hopbellen een prachtige sierwaarde hebben, zijn ze ook nog eens goed voor meer biodiversiteit in je tuin. De nectar en het stuifmeel in de hopbellen trekken bijen, hommels, vlinders en zweefvliegen aan. Tevens is hop de waardplant van een aantal vlinders zoals atalanta, gehakkelde aurelia, dagpauwoog en een aantal nachtvlinders.
Hop is een uitstekende inheemse klimplant voor een natuurlijke en weelderige tuin
Hop wordt tot 5 meter hoog en groeit ongelofelijk snel, dus regelmatige snoei is vereist. De plant is niet wintergroen, maar sterft in het najaar bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. De klimplant kent een windende groei, wat betekent dat deze een klimrek of spandraad nodig heeft om langs af te winden.
Hop is, biologisch gekweekt, bij verschillende gespecialiseerde winkels verkrijgbaar, zoals Sprinklr.
Onder andere de dagpauwoog gebruikt de hop als waardplant (de Natuur van hier)
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum)
Tot slot nog de wilde kamperfoelie. Deze inheemse klimplant krijgt prachtige bloemen – van juni tot en met oktober- , die ook nog eens (vooral ’s avonds) een heerlijke zoete geur verspreiden. ’s Avonds worden de bloemen druk bezocht door nachtvlinders. Overdag zijn er vaak bijen en hommels bij te zien. Naast dat kamperfoelie belangrijk is als nectarplant, is deze voor een aantal soorten ook belangrijk als waardplant. Zo is het de waardplant voor de (zeldzame) kleine ijsvogelvlinder en diverse nachtvlinders zoals de glasvleugelpijlstaart.
Wilde kamperfoelie
Naast insecten zijn ook vogels blij met een wilde kamperfoelie in jouw tuin. De klimplant biedt een uitstekende schuilplek voor kleine zangvogels. De bessen zijn daarnaast geliefd bij lijsters, spreeuwen en in het bijzonder goudvinken.
Wilde kamperfoelie staat het liefst op een plek in de zon of halfschaduw. Zorg er in ieder geval voor dat de wortels in de schaduw staan. Als de plant tegen een muur wordt gezet dan heeft deze iets nodig om tegen aan te klimmen, zoals een klimrek of spandraad. Wilde kamperfoelie wordt tot 6 meter hoog. Kamperfoelie kan ook heel goed in een robuuste gemengde haag toegepast worden. Zelf hebben we in onze natuurtuin ook op een paar plekken wilde kamperfoelie in de gemengde haag staan. Rond deze plek zoemt het altijd van de insecten!
Mocht de klimplant te groot worden dan kan deze prima in het voorjaar terug gesnoeid worden. Wilde kamperfoelie is, biologisch gekweekt, verkrijgbaar bij diverse speciaalzaken, waaronder Sprinklr.
Goudvinken zijn dol op de bessen van wilde kamperfoelie
Tips voor het aanplanten van klimplanten
Veel klimplanten hebben iets nodig om tegen aan te groeien, omdat ze een windende groeiwijze hebben. De stengels hebben een spiraalwijzende groei, waarbij ze zich met hun stengels ergens omheen winden. Ze kunnen dus niet (met uitzondering van klimop) strak tegen een muur omhoog groeien. In veel gevallen kun je dus het beste een constructie voorzien, waar de plant omheen kan winden. Een simpel klimrek biedt vaak de juiste oplossing. Deze worden geleverd met afstandhouders zodat deze niet strak tegen de muur aanzitten. Wil je iets meer vrijheid in het bepalen hoe hoog en hoe breed de klimplant kan groeien, ga dan voor een spandraadsysteem. Hiermee bepaal je zelf de afmetingen van de constructie.
Daarnaast is het belangrijk om de juiste plek voor de klimplant te kiezen. Denk hier vooraf goed over na, want na een aantal jaren de klimplant verplaatsen is lastig. Kijk goed naar de standplaats van de klimplant (zon/halfzon/schaduw) en bekijk of er genoeg ruimte is voor de klimplant om te groeien.
Geef tijdens en vlak na de aanplant voldoende water, zodat de wortels goed kunnen groeien in de beginfase. Zeker tijdens een droge en warme periode is het goed om de klimplanten goed in de gaten te houden. Om te voorkomen dat wortels snel uitdrogen kun je er een inheemse vaste plant of bodembedekker voorzetten zodat de zon er niet direct op schijnt.
Inheemse klimplanten voor biodiversiteit
Door inheemse klimplanten aan te planten vergroot je direct de biodiversiteit in je tuin. Ook kleine tuinen zijn uitermate geschikt voor klimplanten, omdat je met weinig vierkante meters veel extra groen kunt creëren. Het gebruik van veel klimplanten in je tuin wordt ook wel verticaal tuinieren genoemd. Hieronder nog een keer samenvatten met welke inheemse klimplant je welke diergroepen het meeste helpt.
Bosrank: vogels gebruiken de klimplant als schuil- en nestplek. De bloemen zijn daarnaast erg in trek bij bijen, met name groefbijen.
Klimop: een zeer belangrijke nectarplant voor bijen aan het einde van het seizoen. De dichte groei zorgt daarnaast voor een ideale broedplek voor zangvogels. De bessen in de winter zijn een welkome voedselbron voor vogels zoals lijsters en spreeuwen.
Hop: een belangrijke waardplant voor een aantal dag- en nachtvlinders zoals: atalanta, dagpauwoog en gehakkelde aurelia. Daarnaast biedt de bloei nectar aan bijen en zweefvliegen.
Wilde kamperfoelie: de bloemen worden overdag drukt bezocht door bijen en ’s avonds en ’s nachts door nachtvlinders. De bessen worden gegeten door vogels zoals lijsters, spreeuwen en in het bijzonder goudvinken.
Kant-en-klaar pakket
Heb je na het lezen van deze blog nog steeds geen keuze kunnen maken, of heb je een grote tuin om aan te planten? Ga dan voor een het kant- en klare pakket Wilde Klimmers van Sprinklr. In dit pakket zitten maar liefst 5 klimplanten: 2x wilde bosrank, 2x wilde kamperfoelie en 1x hop. Hiermee weet je zeker dat je tuin gaat leven en insecten en vogels een paradijs vinden in jouw tuin!
Veelgestelde vragen over inheemse klimplanten
Zijn er wintergroene inheemse klimplanten?
Ja, de bekendste wintergroene inheemse klimplant is klimop (Hedera helix). Deze plant blijft het hele jaar groen en biedt ook in de winter beschutting en voedsel voor vogels en insecten.
Welke inheemse klimplant groeit het snelst?
Hop (Humulus lupulus) is een van de snelst groeiende inheemse klimplanten. In één seizoen kan deze plant meerdere meters groeien, waardoor hij ideaal is om snel een schutting of pergola te bedekken.
Welke inheemse klimplanten zijn geschikt voor schaduw?
Klimop (Hedera helix) groeit goed in de schaduw en is daarom zeer geschikt voor plekken met weinig zonlicht. Andere soorten geven meestal de voorkeur aan zon of halfschaduw.
Welke klimplanten zijn goed voor bijen en vlinders?
Wilde kamperfoelie (Lonicera periclymenum) trekt veel (nacht)vlinders aan door de geurige bloemen. Klimop is juist belangrijk voor bijen, omdat deze laat in het jaar nog bloeit en nectar biedt. Op wilde bosrank komen vaak groefbijen af.
Zijn inheemse klimplanten geschikt voor kleine tuinen?
Ja, juist in kleine tuinen zijn klimplanten ideaal. Ze groeien de hoogte in en nemen weinig ruimte in beslag, terwijl ze toch zorgen voor veel groen en extra biodiversiteit.
Afsluiting
Met inheemse klimplanten voeg je eenvoudig meer groen toe aan je tuin, zonder veel ruimte te verliezen. Of je nu kiest voor een snelle groeier zoals hop, een wintergroene soort zoals klimop of een geurende bloeier zoals kamperfoelie: elke plant draagt op zijn eigen manier bij aan een levendige en diervriendelijke tuin.
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je van je tuin een paradijs maken voor bijen, vlinders en andere diersoorten? In het e-book Meer natuur in je tuin laat Sandra stap voor stap zien hoe je met inheemse planten en andere maatregelen een levende tuin creëert. Met praktische tips, voorbeeldbeplanting en inspiratie voor iedere tuin.
Wil je meer handige tips ontvangen voor een natuurvriendelijke tuin, als eerste op de hoogte zijn van de laatste blogs en op de hoogte blijven van winacties? Schrijf je dan nu in voor onze nieuwsbrief! Zelf inheemse klimplanten in je tuin aangeplant? Laat het ons weten in de comments, of tag ons op een van onze socials (@denatuurvanhier)!
Inheemse vijverplanten zijn onmisbaar voor een gezonde, natuurlijke vijver. Veel vijvers worden tegenwoordig aangeplant met exotische planten, wat vaak leidt tot invasief gedrag, onvoldoende nectar voor insecten en slecht groeiende planten. Inheemse waterplanten zorgen juist voor een ecologische balans, waardoor je vijver bruist van leven. Door te kiezen voor soorten van eigen bodem ondersteun je niet alleen je eigen tuin, maar ook de natuur in de directe omgeving. In deze blog leggen we uit waarom inheemse vijverplanten zo belangrijk zijn voor biodiversiteit, welke soorten geschikt zijn en geven we de beste tips per vijverzone. Met deze tips creëer je een natuurlijke vijver met optimale waterkwaliteit én volop biodiversiteit.
Gele lis, een uitstekende vijverplant voor een betere waterkwaliteit én meer biodiversiteit
🌿 Meer inspiratie voor een natuurtuin? Wil je jouw tuin nog aantrekkelijker maken voor vogels en insecten? Download dan ons praktische e-book over meer natuur in je tuin. Hierin behandelen we alle facetten die nodig zijn om van iedere tuin een tuin vol leven te maken!
Wil je een natuurlijke vijver vol leven? Dan zijn inheemse vijverplanten onmisbaar. Inheemse vijverplanten hebben als voordeel ten opzichte van uitheemse vijverplanten dat ze beter zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Daarnaast zijn de inheemse insecten en andere dieren veel beter aangepast aan het inheemse planten, waardoor ze er meer van profiteren. Hoe profiteren ze dan? Inheemse insecten weten wanneer inheemse vijverplanten in bloei staan, hoelang ze bloeien en hoe ze bij de nectar in de bloem kunnen komen. Hiermee ondersteunen inheemse vijverplanten de lokale voedselketen en zorgen ze ervoor dat insecten kunnen floreren in je tuin. Watermunt is bijvoorbeeld zo’n inheemse waterplant die veel nectar produceert, wat zeer geliefd is bij bijen, hommels en vlinders. Inheemse insecten zijn vaak gespecialiseerd op specifieke plantensoorten. Wanneer deze planten ontbreken, verdwijnen ook de insecten die ervan afhankelijk zijn.
Verder heb je bij inheemse planten niet zo snel last van soorten die explosief en invasief groeien. Sommige uitheemse planten kunnen explosief groeien en kunnen daarmee de hele vijver overnemen en andere planten (en dieren) verdringen. Ook als deze invasieve exoten per ongeluk in de natuur terecht komen, dan kunnen ze serieuze schade aanbrengen aan de inheemse flora en fauna. Tot slot zijn inheemse waterplanten beter winterhard. Dit betekent dat ze veel beter de winters overleven, waardoor je dus niet ieder jaar nieuwe waterplanten hoeft te kopen.
Veel dieren, bijvoorbeeld libellen en juffers, profiteren van inheemse waterplanten (de Natuur van hier)
De 6 zones in een natuurlijke vijver
Een natuurlijke vijver bestaat uit verschillende zones, met ieder zijn eigen kenmerken. Vanzelfsprekend kan niet iedere waterplant in elke zone geplaatst worden. Daarom is het goed om eerst de zes verschillende zones te bekijken en dan te bepalen welke waterplanten je kiest per zone. Zo krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand in je vijver en zorg je er voor dat er in iedere diepte geschikte inheemse waterplanten komen te staan. Op onderstaande afbeelding zijn de verschillende zones schematisch weergegeven.
Diagram van vijverzones voor inheemse vijverplanten (bron afbeelding)
Hoe richt je een natuurlijke vijver ecologisch in?
In een natuurlijke situatie zijn in een poel water meerdere dieptes te vinden. In iedere diepte (of zone) heeft het water een andere temperatuur, groeien andere planten en zitten andere diertjes zoals macrofauna, insectenlarven en amfibieën. Hierdoor ontstaat een grote diversiteit in een poel. Door je natuurlijke vijver ook met verschillende zones in te richten, creëer je een situatie die heel dicht bij de werkelijkheid komt. Zo ontstaat er een vijver die bruist van leven.
Zone 1: oeverzone
De eerste zone is de oeverzone. Hierin komen waterplanten te staan die in principe op het droge staan, maar prima tijdelijk onder water kunnen staan. Als de vijver door regen dan overstroomt, dan staan deze planten tijdelijk met de voeten in het water. Veel van de planten die in de oeverzone staan houden daarom dus ook van een vochtige tot natte ondergrond.
Belangrijk kenmerk van planten die in deze zone staan is dat ze vaak rijkelijk bloeien. Dit zijn dus de echte blikvangers en insectenmagneten rondom een natuurlijke vijver. Daarnaast bieden ze uitstekende schuilplaatsen voor dieren en overwinteringsplekken voor insecten als ze niet voor de winter gesnoeid worden. Tot slot helpen ze met het tegengaan van erosie als er met natuurlijke oevers gewerkt wordt.
In deze laag kun je dus goed bloeiende planten met elkaar combineren. Als hier goed over nagedacht wordt kun je een vijverrand creëren waarin het hele seizoen planten in bloei staan. Ook kun je in deze zone een gelaagdheid aanbrengen door gebruik te maken van planten met verschillende hoogtes. Zo creëer je een natuurlijke en rustige overgang naar de vijver.
Grote kattenstaart is een echte eye-catcher in de oeverzone
Zone 2: moerasplanten
In de tweede zone staan de moerasplanten. Dit zijn de eerste planten die permanent in het water staan. De diepte van deze zone wordt meestal aangegeven van 0 tot 15 centimeter onder het waterniveau. Moerasplanten zijn onmisbaar in een natuurlijke vijver, vanwege meerdere redenen.
Moerasplanten helpen de waterkwaliteit verbeteren doordat ze overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat opnemen. Hierdoor krijgen algen minder kans om te groeien. Sommige soorten, zoals gele lis, staan bekend om hun vermogen om bepaalde stoffen uit het water op te nemen (een proces dat fytoremidiatie wordt genoemd). Daarnaast stimuleren de wortels van moerasplanten nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken. Ook zorgen ze ervoor dat slibdeeltjes bezinken en geven ze schaduw, waardoor het water minder snel opwarmt. Zo dragen moerasplanten bij aan een natuurlijke en stabiele vijverbalans.
Sommige moerasplanten, zoals lisdodde en watermunt, hebben de neiging om te woekeren. Toch zijn dit waardevolle soorten vanwege hun filterende werking en hun rijkelijke bloei, die veel insecten aantrekt.
Wil je deze planten gebruiken zonder dat ze andere soorten overwoekeren? Plaats ze dan in vijvermanden. Zo beperk je de groei, houd je het onderhoud eenvoudig en voorkom je dat ze te dominant worden – terwijl je wél profiteert van hun ecologische voordelen. Vooral in kleine vijvers is het gebruik van vijvermanden een eenvoudige manier om de balans te bewaren.
Zone 3: waterplanten
In zone 3 komen de echte waterplanten die het liefst op een diepte van 20 tot 40 centimeter staan. De wortels van de waterplanten staan permanent onder water, zo ook een deel van de bladeren en in sommige gevallen bevinden zich de bladeren volledig boven water. Deze planten zorgen voor zuurstof in de waterkolom, nemen overtollige voedingsstoffen op en bieden beschutting aan kikkers, padden, salamanders en insectenlarven. Soorten zoals waterviolier en waterranonkel combineren ecologische waarde met een natuurlijke uitstraling.
Zone 4: waterlelies
De waterlelies staan vaak op de bodem van de vijver (tot ongeveer 1 meter diep) in een vijvermand om ze gemakkelijk te kunnen verplaatsen en onderhoud eraan te doen. Waterlelies zorgen vooral voor schaduw en temperatuurstabiliteit in de vijver. Door het wateroppervlak gedeeltelijk te bedekken, beperken ze overmatige opwarming en algengroei. Daarnaast bieden hun bladeren rust- en schuilplaatsen voor amfibieën.
Zone 5: zuurstofplanten
De zuurstofplanten staan volledig onder water en hebben als belangrijkste taak dat ze zuurstof produceren in de waterkolom. Zuurstofplanten zijn onmisbaar om te voorkomen dat de vijver dichtgroeit met algen. Ze nemen overtollige voedingstoffen uit het water op, wat de explosieve groei van algen tegengaat. Daarnaast bieden ze een prima schuilplaats voor allerlei macrofauna, insectenlarven en amfibieën. In tegenstelling tot veel waterplanten uit zone 3 zijn zuurstofplanten meestal volledig ondergedoken en nauwelijks zichtbaar boven het wateroppervlak.
Zone 6: drijfplanten
Tot slot zijn er nog de drijfplanten. Zoals de naam al zegt drijven deze op het wateroppervlak. Ze nemen voedingstoffen op uit het water, zorgen voor schaduw en helpen algengroei te beperken. Omdat ze CO2 rechtstreeks uit de lucht kunnen opnemen, groeien ze vaak snel. Zorg er wel voor dat ze niet meer dan de helft van het wateroppervlak bedekken. Te veel drijfplanten kan er namelijk voor zorgen dat het water in het voorjaar niet snel genoeg opwarmt, waardoor amfibieënlarven zich niet snel genoeg kunnen ontwikkelen.
In een gezonde vijver is er een combinatie te vinden van verschillende soorten inheemse vijverplanten
De beste inheemse vijverplanten voor in je natuurlijke vijver
Nu we de verschillende zones in een natuurlijke vijver gezien hebben, is het tijd om te kijken naar de verschillende soorten inheemse vijverplanten. Door hier goed over na te denken en een aantal soorten per zone te kiezen voor je vijver, krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand dat in evenwicht is en zorgt voor een natuurlijke balans in je vijver. Dit zal er voor zorgen dat de biodiversiteit in en rondom het water enorm toeneemt.
De beste inheemse oeverplanten
Als eerste kijken we naar de planten voor in de zone aan de rand van de vijver. We geven hier vijf tips voor inheemse oeverplanten waarmee je langs de rand van je vijver kunt zorgen voor een intense bloei, waarvan insecten enorm gaan profiteren.
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Hoogte: 80-120 centimeter
Bloei: roze paars | juni-augustus
Standplaats: vochtige oever, moeraszone
Goed voor: bijen en vlinders
Grote kattenstaart is een onmisbare oeverplant in een natuurlijke vijver. Met zijn opvallende roze bloemaren bloeit deze soort rijkelijk van juni tot augustus. De plant wordt ongeveer 100 centimeter en staat het liefst op een zonnige of halfschaduwrijke plek met een vochtige tot natte bodem. Zelfs tijdelijke overstromingen vormen geen probleem. Voor een volle, natuurlijke uitstraling kun je ongeveer 5 tot 8 planten per vierkante meter aanhouden.
Grote kattenstaart is percfect om te gebruiken als oeverplant bij een natuurlijke vijver
Dankzij de uitbundige bloei is grote kattenstaart een belangrijke nectarplant voor bijen, hommels en zweefvliegen. Zo bezoeken onder andere de kattenstaartdikpoot en de steenhommel regelmatig de bloemen. Daarnaast is de plant een waardplant voor het boomblauwtje. Grote kattenstaart laat zich goed combineren met andere inheemse vaste planten, zoals koninginnekruid, beemdkroon en gewone margriet. De soort zaait zich gemakkelijk uit, waardoor hij zich op korte termijn ook op andere plekken rondom de vijver kan vestigen.
Grote kattenstaart is verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde kwekers, waaronder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Kale jonker (Cirsium palustre)
Hoogte: 100-150 centimeter
Bloei: paars-roze | juni-september
Standplaats: vochtige tot natte grond, halfschaduw tot zon
Goed voor: bijen, hommels en vlinders
Een andere uitstekende keuze in de oeverzone is de kale jonker. Deze slanke distel wordt ongeveer 150 centimeter groot en is een perfecte plant om insecten naar je tuin te lokken. De kale jonker staat het liefst op een zonnige en vochtige tot natte plek.
In juni krijgt de plant roodpaarse bloemen, die tot in september aanwezig blijven. Het is een belangrijke nectarplant voor vlinders, bijen en hommels. Onder andere de grote vuurvlinder vliegt veelvuldig op de bloemen van de kale jonker. Ook de heidehommel is vaak op de plant te zien. De zaden die in de bloemhoofden achter blijven trekken vogels zoals distelvinken aan.
Kale jonker is goed te combineren me andere vochtminnende soorten zoals grote kattenstaart, knoopkruid en echte koekoeksbloem.
De kale jonker is een hele goede nectarplant voor in de oeverzone
Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)
Hoogte: 100-150 centimeter
Bloei: roze | juli-september
Standplaats: vochtige oever, natte grond, zon tot halfschaduw
Goed voor: vlinders, bijen en andere insecten
Nog zo’n plant die niet mag ontbreken in de oever van een natuurlijke vijver is koninginnekruid. Deze vaste plant kan een hoogte bereiken tot 150 centimeter en staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond.
Van juli tot en met september bloeit koninginnekruid met prachtige roze, schermachtige bloemen, die een aromatische geur verspreiden. De bloemen zijn in trek bij allerlei insecten, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Vooral vlinders zijn veelvuldig op de bloemen te vinden. Op de plant aan onze natuurlijke vijver zien we regelmatig atalanta, dagpauwoog, distelvlinder en soms zelfs koninginnenpage op de bloemen! Een absolute must-have voor vlinderliefhebbers dus.
De plant is uitstekend te combineren met andere vaste planten zoals beemdkroon, grote pimpernel en echte valeriaan. Koninginnekruid is verkrijgbaar bij verschillende gespecialiseerde kwekers, waar onder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Koninginnekruid is een snelle groeier met prachtige bloemen die in trek zijn bij vlinders
Moerasspirea (Filipendula ulmaria)
Hoogte: 100-120 centimeter
Bloei: crème-wit juni-augustus
Standplaats: vochtige oever, natte grond
Goed voor: bijen en kevers
De laatste oeverplant die we in deze blog tippen is moerasspirea. Deze prachtige bloeier staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond en wordt tot 120 centimeter groot.
Van juni tot en met augustus bloeit moerasspirea met prachtige kleine, roomwitte bloemen. De bloemen zijn erg in trek bij bijen, zweefvliegen en kevers. Leuke keversoorten zoals het groene bladsnuitkever en het prachtige penseelkevertje zijn soms op de bloemen te vinden. Moerasspirea is in de oeverzone goed te combineren met grote kattenstaart en lange ereprijs. De witte bloemen van moerasspirea contrasteren mooi met de kleurrijke bloemen van de kattenstaart en/of lange ereprijs.
De kleine roomwitte bloemen van moerasspirea zijn in trek bij verschillende soorten kevers
De beste inheemse moerasplanten
Nadat je goed hebt nagedacht over de inheemse planten die je naast de vijver (in de oeverzone) wil gebruiken, is het nu tijd om te kijken naar de planten die permanent in het water staan. Als eerste geven we tips voor inheemse waterplanten in de moeraszone.
Goed voor: insecten, schuilplekken en natuurlijke oevers
Een van de belangrijkste moerasplanten die je in je natuurlijke vijver kunt gebruiken is de grote egelskop. Deze uitstekend waterzuiverende plant staat het liefst in de moeraszone (0-15 centimeter), maar kan ook nog iets dieper geplaatst worden.
Grote egelskop wordt zo’n 100 centimeter groot en de bladeren groei dicht op elkaar, waardoor deze een volle uitstraling krijgt. De plant breidt zicht gemakkelijk uit via wortelstokken, om te zorgen dat je niet te veel onderhoud ervan krijgt zet je deze dus het beste in een grote vijvermand.
Van juni tot augustus heeft egelskop een bijzondere bloei: bolvormige stekels, die blijven drijven zodra ze van de plant afvallen (zo verspreid de plant zich ook). Aan deze bloei dankt de waterplant zijn naam. Egelskop is de waardplant voor de nachtvlinders; egelskopboorder, het goudvenstertje en de moerasspinner.
Grote egelskop is prima te combineren met andere inheemse waterplanten zoals gele lis, watermunt en beekpunge.
Grote egelskop is een sterke inheemse moerasplant die helpt het water te zuiveren (Saxifraga – Hans Grotenhuis)
Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides)
Hoogte: 20-40 centimeter
Bloei: blauw, geel | mei-augustus
Standplaats: ondiep water, natte oever
Goed voor: bijen en natuurlijke uitstraling
Een andere uitstekende moerasplant om in je natuurlijke vijver te gebruiken is moerasvergeet-mij-nietje. Deze leuke bodembedekker staat het liefst in de zon of halfzon, op een natte plek. Daarom plaats je de plant het beste in de oeverzone (0-15 centimeter) of in de oever. Als je hem echter in de oever plaatst dan moet je er wel voor zorgen dat deze echt op een natte plek staat.
Moerasvergeet-mij-nietje wordt maximaal 50 centimeter hoog. Het is een uitstekende bodembedekker omdat deze zich als een tapijt verspreid. De plant is dus ook ideaal om vijverfolie mee weg te werken. Van mei tot en met augustus heeft de plant kleine gele bloemen met lichtblauwe kroonbladeren.
Salamanders gebruiken de bladeren van het vergeet-mij-nietje om de eitjes op af te zetten. De eitjes worden één voor één afgezet op een blad, waarna het blad zorgvuldig wordt omgevouwen. Combineer moerasvergeet-mij-nietje met gele lis en watermunt voor een kleurrijke, bloeiende vijverrand.
Moeras vergeet-me-nietje is een kleurrijke verschijning aan de rand van de vijver (Saxifraga – Bart Vastenhouw)
Gele lis (Iris pseudacorus)
Hoogte: 80-120 centimeter
Bloei: geel | mei-juli
Standplaats: oeverzone, natte grond
Goed voor: insecten en schuilplekken
Een inheemse waterplant die niet in een natuurlijke vijver mag ontbreken is gele lis. Deze moerasplant krijgt zwaardvormige bladeren en gele bloemen en wordt ongeveer 120 centimeter groot. Gele lis staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon en kan tot een diepte van ongeveer 30 centimeter in het water worden geplaatst.
De gele bloemen verschijnen in mei aan de plant en blijven aanwezig tot en met juli. Het is de waardplant van de gele-lisboorder – een nachtvlinder – en de bloemen worden bezocht door bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Maar misschien wel de grootste waarde van gele lis zit hem in het filterend vermogen van de waterplant.
Gele lis draagt bij aan een natuurlijke waterbalans in de vijver. Via haar krachtige wortelstelsel neemt de plant overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op uit het water. Daarmee vermindert ze de hoeveelheid nutriënten die beschikbaar zijn voor algen. Daarnaast stimuleert de wortelzone nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken, wat helpt om slibvorming te beperken.
Gele lis mag met zijn uitstekend filterend vermogen niet ontbreken in de vijver (Saxifraga – Marijke Verhagen)
Ga je zelf aan de slag met de aanplant van je vijver, kies dan bij voorkeur voor biologisch gekweekte vijverplanten. Biologisch gekweekte planten worden zonder chemische bestrijdingsmiddelen opgekweekt en passen beter in een ecologisch ingerichte vijver. Biologisch gekweekte exemplaren zijn onder andere verkrijgbaar bij Van de Velde. Voor onze vijverprojecten hebben we hier meerdere keren planten besteld. De levering verloopt zorgvuldig en de planten zijn zichtbaar sterk en gezond bij aankomst.
Watermunt (Mentha aquatica)
Hoogte: 30-90 centimeter
Bloei: lichtpaars | juli-september
Standplaats: natte oever, ondiep water
Goed voor: bijen en vlinders
Een uitstekende multifunctionele bodembedekker om in de moeraszone te gebruiken is watermunt. Watermunt wordt 30 tot 90 centimeter hoog en staat het liefst op een plek in de volle zon of halfschaduw. Hoe zonniger watermunt staat, hoe roder de bladeren kleuren!
De bladeren verspreiden daarnaast ook nog eens een heerlijke muntgeur in je tuin en kunnen gebruikt worden in de keuken, onder andere om verse muntthee van te zetten. En als dat nog niet genoeg is bloeit watermunt ook nog eens rijkelijk van juli tot en met oktober met prachtige paarse-lilachtige bloemen. Deze zijn enorm in trek bij vlinders, bijen en hommels. Het is tevens ook de waardplant van het muntvlindertje (een micro-nachtvlinder).
Combineer watermunt met grote kattenstaart en gele lis om een bloedende vijverrand vol biodiversiteit te creëren.
Watermunt is een uitstekende multifunctionele bodembedekker in de natuurlijke vijver (Saxifraga – Hans Dekker)
De beste inheemse waterplanten
De volgende planten zijn geschikt om te gebruiken in zone 3. Deze staan het liefst wat dieper in het water, op een diepte van 20 tot 40 centimeter. Ze staan met de wortels volledig onder water en ook een deel van de bladeren (en in sommige gevallen volledig) staan onder water.
Zwanenbloem (Butomus umbellatus)
Hoogte: 60-150 centimeter
Bloei: roze | juni-september
Standplaats: zonnige oever
Goed voor: bijen, zweefvliegen, vlinders
Een prachtige waterplant voor in een natuurlijke vijver is zwanenbloem. Zwanenbloem wordt ongeveer 150 centimeter hoog en staat het liefst op een zonnige plek. Van juni tot september bloeit de plant met prachtige roze schermbloemen die erg in trek zijn bij tal van insecten.
Bijen, hommels, zweefvliegen, graafwespen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar. Hiermee is het een van de waardevolste drachtplanten (planten die nectar leveren) die in een natuurlijke vijver aangeplant kan worden. Het is daarnaast ook de waardplant van de zwanenbloemkever.
Combineer zwanenbloem met grote egelskop en grote waterweegbree voor een natuurlijke, groene vijverborder.
Zwanenbloem is een van de belangrijkste drachtplanten in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Mark Zekhuis)
Waterviolier (Hottonia palustris)
Hoogte: 20-50 centimeter
Bloei: lila | april-juni
Standplaats: ondiep tot matig diep water, zon of halfschaduw
Goed voor: macrofauna en amfibieën
Waterviolier is een sierlijke inheemse waterplant met fijn geveerd blad en lila bloeiaren in het voorjaar, van april tot en met juni. Ze groeit in ondiep, stilstaand water en wortelt in de bodem terwijl het blad een luchtige structuur in het water vormt. Waterviolier kan het beste geplant worden op een diepte van 20 tot 50 centimeter en kan zowel in de zon, als in de (half)schaduw geplant worden. Het beste wordt de waterplant in een vijvermand geplaatst.
De fijne bladstructuur biedt schuilplaatsen aan waterinsecten en jonge amfibieën. Waterviolier neemt voedingstoffen op en draagt zo bij aan een stabielere waterbalans, maar functioneert vooral goed in helder, matig voedselrijk water. In ecologisch ingerichte vijvers is ze een waardevolle voorjaarsbloeier met hoge natuurwaarde.
Waterviolier is een minder bekende, maar zeer nuttige vijverplant (Saxifraga – Jan van der Straaten)
Waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
Hoogte: 5-30 centimeter
Bloei: wit met geel hart | mei-augustus
Standplaats: ondiep tot matig diep water, zon
Goed voor: macrofauna en amfibieën
Waterranonkel is een waterplant die in de vijver op een diepte van 10 tot 80 centimeter geplaatst kan worden. De plant vormt bladeren net boven en onder het wateroppervlak. Waterranonkel bloeit van mei tot en met augustus met gele bloemen en witte kroonbladeren.
De groeiwijze van waterranonkel zorgt voor een ideale schuilplek voor amfibieën en macrofauna zoals libellenlarven. Ook is het een uitstekende plek voor kikkers om het kikkerdril in het voorjaar af te zetten.
Waterranonkel doet het goed op een zonnige plek en is uitstekende te combineren met andere zuurstofplanten en drijfplanten zoals aarvederkruid, glanzend fonteinkruid en krabbescheer.
Waterranonkel is een ideale waterplant voor kikkers om hun kikkerdril in af te zetten
Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)
Hoogte: drijvende waterplant
Bloei: groen-bruin | juni-augustus
Standplaats: dieper water, zon of halfschaduw
Goed voor: macrofauna en amfibieën
Een andere soort die goed past in een natuurlijke vijver is drijvend fonteinkruid. Deze inheemse waterplant groeit op een diepte van 30 tot 100 centimeter en vormt zowel onderwaterbladeren als drijvende bladeren aan het wateroppervlak. De ovale drijfbladeren lijken een beetje op kleine waterlelieblaadjes en zorgen voor lichte beschaduwing van het water.
Drijvend fonteinkruid speelt een belangrijke rol in het vijvercosysteem. De onderwaterdelen bieden schuilplaatsen voor waterinsecten en amfibieënlarven. Tegelijkertijd nemen de wortels voedingsstoffen op uit de bodem, wat helpt om de waterkwaliteit stabiel te houden en algengroei te beperken. De kleine onopvallende bloeiaren verschijnen in de zomer (van juni tot en met augustus) boven het wateroppervlak.
Deze soort groeit het beste in stilstaand of langzaam stromend water en houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. In natuurlijke vijvers vormt drijvend fonteinkruid een mooie overgang tussen onderwaterplanten en drijfplanten, terwijl het tegelijk extra structuur en schuilmogelijkheden creëert voor allerlei waterdieren. Het is tot slot een van de waardplanten van de waterleliemot.
Drijvend fonteinkruid is een uitstekende waterplant om toe te voegen aan je natuurlijke vijver (Saxifraga – Willem van Kruijsbergen)
De beste inheemse waterlelies
Vervolgens bespreken we de twee inheemse waterlelies die ons land rijk is. Waterlelies zorgen voor schaduw in het water en creëren schuilplaatsen voor amfibieën en andere waterdieren in een natuurlijke vijver.
Gele plomp (Nuphar lutea)
Hoogte: drijvende waterplant
Bloei: geel | juni-augustus
Standplaats: matig diep tot diep water, zon
Goed voor: amfibieën, juffers en libellen
In middelgrote en grote vijvers kan de inheemse gele plomp een echte eyecatcher zijn. Deze waterlelie kan geplaatst worden op een zonnige of halzonnige plek in de vijver en verlangt een diepte tussen de 40 en 120 centimeter.
In het vroege voorjaar komen de grote bladeren van gele plomp aan het wateroppervlak. In juni verschijnen de gele bloemen, die tot in augustus te zien zijn. De bladeren bieden beschutting aan amfibieën zoals kikkers en rustplekken voor vliegende insecten zoals juffers en libellen. De grote roodoogjuffer gebruikt de gele plomp zelfs om de eieren op af te zetten. Dit gebeurt onder water, in de stengels van de waterplant.
Gele plomp is uitstekend te combineren met andere waterplanten. Voor kleine vijvers is de waterlelie echter minder geschikt omdat deze dan al gauw te groot wordt. Laat het geel van de bloemen terugkomen aan de rand van de vijver door soorten als gele lis, dotterbloem en penningkruid aan te planten.
Gele plomp is een prachtige inheemse waterlelie voor middelgrote en grote natuurlijke vijvers
Witte waterlelie (Nymphaea alba)
Hoogte: drijvende waterplant
Bloei: wit | mei-augustus
Standplaats: matig diep tot diep water, zon
Goed voor: amfibieën, juffers en libellen
De andere inheemse waterlelie in Nederland is de witte waterlelie. De witte waterlelie staat het liefst op een zonnige plek (belangrijk voor een goede bloei) op een diepte tussen de 50 en 100 centimeter. Net zoals bij de gele plomp komen de bladeren van de witte waterlelie in het vroege voorjaar aan het wateroppervlak. De bladeren zijn echter wat ronder dan die van de gele plomp.
Tussen mei en augustus verschijnen de bloemen tussen de ronde bladeren. Deze hebben grote, witte kroonbladeren met gele, bijna goudkleurige, meeldraden in het hart. De bloemen gaan ’s ochtends open en sluiten zich ’s avonds weer, als de zon is ondergegaan.
De bladeren van de witte waterlelie bieden belangrijke rust- en schuilplaatsen voor kikkers, padden en libellen. Onder de drijvende bladeren vinden insectenlarven en andere waterdieren bescherming tegen roofdieren. Daarnaast trekken de bloemen verschillende bestuivers aan, waaronder bijen en zweefvliegen, die afkomen op de nectar en het stuifmeel. Op warme zomerdagen zie je regelmatig kikkers op de bladeren zonnen.
De grote witte kroonbladeren maken de witte waterlelie onmiskenbaar
De beste inheemse zuurstofplanten
Een van de belangrijkste planten in een natuurlijke vijver zijn de zuurstofplanten. Ze zorgen ervoor dat er voldoende zuurstof in het water aanwezig is en door de opname van voedingsstoffen zorgen ze ervoor dat algen minder hard kunnen groeien. Er volgen nu 4 top keuzes voor inheemse zuurstofplanten die perfect passen in een natuurlijke vijver.
Aarvederkruid (Myriophyllum spicatium)
Hoogte: ondergedoken waterplant
Bloei: roodachtig | juni-september
Standplaats: matig diep tot diep water, zon
Goed voor: macrofauna en amfibieën
Een hele sterke zuurstofplant is aarvederkruid. Aarvederkruid kan het beste op een plek in de zon of halfzon gezet worden, op een diepte tussen de 40 en 120 centimeter. De plant kan in een vijvermand, vijverkrat of in rechtstreeks op de bodem in het substraat gezet worden.
Het is een snelle groeier, wat ervoor zorgt dat de plant in grote hoeveelheden voedingsstoffen uit het water opneemt, waardoor er minder algengroei is. Daarnaast geeft het, door de snelle groei, veel zuurstof af aan het water. Van juni tot september bloeit aarvederkruid met kleine, rode bloemen die net boven het wateroppervlak uitkomen.
In het voorjaar bieden de stengels met gevederde bladeren een uitstekende schuilplek voor kikkervisjes en nuttige waterinsecten zoals kokerjufferlarven, haften en libellenlarven. De bloei trekt daarnaast ook nog bestuivers aan zoals bijen en vlinders.
Verwar het aarvederkruid niet met exotische soorten zoals het parelvederkruid. Deze is namelijk invasief en kan een ernstige bedreiging vormen voor inheemse soorten in je vijver én in de natuur wanneer deze daarin terecht komen.
Aarvederkruid draagt een belangrijke bijdrage aan het bereiken van een biologisch evenwicht in de vijver (Saxifraga – Ed Stikvoort)
Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)
Hoogte: ondergedoken waterplant
Bloei: groen | juni-september
Standplaats: matig diep tot diep water, zon
Goed voor: macrofauna en amfibieën
Een andere zuurstofplant die eigenlijk niet in de natuurlijke vijver mag ontbreken is glanzend fonteinkruid. Glanzend fonteinkruid verlangt een plekje in de halfschaduw. Op een te zonnige plek zullen de bladeren bluin verkleuren. De plant kan het beste op een diepte van 50 tot 100 centimeter in een vijvermand of in het substraat geplant worden.
Glanzend fonteinkruid krijgt grote, lange lintvormige bladeren die volledig onder water groeien. In het najaar sterft de plant bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. Van juni tot september bloeit de plant met groene bloemen, die net boven het wateroppervlak uitsteken.
De grote bladeren die onderwater groeien bieden een prachtige onderwaterstructuur voor alles wat onder water leeft. Kikkers, padden, salamanders, waterinsecten en andere waterdieren vinden in het glanzend fonteinkruid een uitstekend leefgebied en schuilmogelijkheden. Het glanzend fonteinkruid wordt vaak tot de zuurstofplanten gerekend, omdat het volledig onder water groeit en bijdraagt aan de zuurstofproductie in de vijver. Het is hoe dan ook een absolute aanrader voor iedere natuurlijke vijver.
Glanzend fonteinkruid groeit met grote lintvormige bladeren volledig onder water (Saxifraga – Peter Meininger)
Nog een uitstekende zuurstofplant is lidsteng. Lidsteng staat het liefst op een plek in de volle zon of halfzon en een diepte van 10 tot 100 centimeter. De zuurstofplant groeit met rechtopgaande stengels onderwater, die als een soort kleine dennetjes boven het water uitkomen. De totale hoogte bedraagt 15 tot 90 centimeter.
Van mei tot en met augustus verschijnen er kleine, onopvallende, groen bloemetjes in de oksels van de bladeren. Via de wortelstokken breidt lidsteng zich gemakkelijk uit. Wil je het onderhoud beperken, plaats de plant dan in een vijvermand. De delen van de stengels die onder water groeien leveren belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in de vijver.
Lidsteng biedt een uitstekend leefgebied voor waterinsecten en macrofauna in het water. Combineer lidsteng met glanzend fonteinkruid en waterweegbree voor een gevarieerde plantenmix in je natuurlijke vijver.
Lidsteng groeit zowel onder als boven water en levert een belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in een natuurlijke vijver (Saxifraga – Peter Meininger)
Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum)
Hoogte: ondergedoken waterplant
Bloei: roodachtig | juni-augustus
Standplaats: stilstaand tot langzaam stromend water, zon-halfschaduw
Goed voor: macrofauna en amfibieën
Een minder bekende maar zeer waardevolle inheemse waterplant is kransvederkruid. Deze fijne onderwaterplant groeit meestal op een diepte van ongeveer 20 tot 80 centimeter en vormt lange stengels met kransen van veervormige bladeren. Daardoor ontstaat er een dichte onderwaterstructuur die een belangrijke schuilplaats biedt voor allerlei waterdieren.
Kransvederkruid speelt een belangrijke rol in de ecologie van een natuurlijke vijver. De plant produceert zuurstof in het water en neemt overtollige voedingsstoffen op, wat helpt om algengroei te beperken en de waterkwaliteit stabiel te houden. Tussen de fijne bladeren vinden insectenlarven, kleine waterdieren en jonge amfibieën bescherming tegen roofdieren.
Kransvederkruid groeit het beste in zonnig tot halfschaduwrijk water met een rustige stroming. In natuurlijke vijvers vormt deze soort een waardevolle aanvulling op andere zuurstofplanten, doordat hij extra structuur en biodiversiteit onder water creëert.
Kransvederkruid is een hele sterke inheemse zuurstofplant voor een natuurlijke vijver (Saxifraga – Jasenka Topic)
De beste inheemse drijfplanten
Tot slot de drijfplanten. Drijfplanten zorgen voor schaduwplekken in het water, waardoor algen minder hard groeien. Daarnaast bieden ze een geschikt leefgebied voor allerlei soorten dieren. Zorg er wel voor dat maximaal 50% van het wateroppervlak bedekt is met drijfplanten, zodat het water in het voorjaar voldoende opwarmt voor de ontwikkeling van amfibieënlarven.
Krabbenscheer (Stratiotes aloides)
Hoogte: 15-40 centimeter
Bloei: wit | mei-juni
Standplaats: stilstaand tot langzaam stromend water, zon
Goed voor: amfibieën, juffers en libellen
Een van de bijzonderste inheemse drijfplanten is krabbenscheer. Deze waterplant bezit over een aantal bijzondere eigenschappen. Krabbenscheer heeft zwaardvormige bladeren die grotendeels boven het water uitsteken. De plant wordt ongeveer 15 tot 40 centimeter groot en drijft het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek.
Van mei tot juni bloeit de plant met witte bloemen. Vrouwelijke planten hebben één bloem, mannelijke planten 3 tot 6, die om de beurt bloeien. Krabbenscheer vermeerdert zichzelf gemakkelijk als de omstandigheden juist zijn.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën zoals kikkers en salamanders. Maar meer diersoorten profiteren van deze bijzondere drijfplant. In de natuur is het de belangrijkste broedplek voor zwarte sternen. Daarnaast is de groene glazenmaker -een zeldzame libellensoort- er volledig afhankelijk van. Het vrouwtje zet de eitjes uitsluitend af op krabbenscheer.
In de winter zakt de waterplant naar de bodem van de vijver. In het voorjaar, zodra de fotosynthese weer op gang komt, vullen de cellen zich weer met gas en komt krabbenscheer weer bovendrijven.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën (Saxifraga – Hans Dekker)
Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
Hoogte: drijvende waterplant
Bloei: wit | juni-augustus
Standplaats: stilstaand water | zon tot halfschaduw
Goed voor: amfibieën en insecten
Tot slot nog kikkerbeet. Dit drijvende inheemse waterplantje biedt een leuke afwisseling in een natuurlijke vijver. Kikkerbeet krijgt hartvormige bladeren van 2 tot 7 centimeter groot, die op het water drijven. De bladeren zitten vast aan de stengels die onder water zitten en de voedingsstoffen rechtstreeks uit het water opnemen. In het najaar sterven de bladeren en stengels af en overwinter de waterplant als knop op de bodem van de vijver. In het voorjaar ontwikkelen ze weer een volledig nieuw stelsel van bladeren en stengels.
Van juni tot augustus ontwikkelen de witte bloemetjes zich tussen de drijvende bladeren. Deze worden bezocht door bijen, zweefvliegen en kevers. Met de drijvende bladeren zorgt kikkerbeet voor schaduw in het water en voor een rustplek voor kikkers en juffers en libellen. Onder water dragen de stengels bij aan een gevarieerde structuur voor waterdieren. Al met al draagt kikkerbeet dus op verschillende manieren bij aan de biodiversiteit op en in de vijver. Het is een goed alternatief voor waterlelies in een kleine vijver, maar misstaat ook zeker niet in grote en middelgrote vijvers.
Kikkerbeet is een multifunctionele drijfplant die het ontzettend goed doet in natuurlijke vijvers
Aanplant en onderhoud
Een goede aanplant is essentieel voor een gezonde en stabiele vijver. Kies voor een combinatie van planten uit de verschillende vijverzones; moerasplanten, oeverplanten, waterplanten, zuurstofplanten, waterlelies en drijfplanten. Zo ontstaat een natuurlijk evenwicht waarbij planten samen zorgen voor bloei voor insecten, schaduw, zuurstofproductie en het opnemen van overtollige voedingsstoffen.
Veel vijverplanten groeien het beste wanneer ze in vijvermanden worden geplaatst. Hierdoor blijven de wortels compact en voorkom je dat sterk groeiende soorten de hele vijver overnemen. Vul de manden met speciale vijveraarde en dek deze af met een laagje grind zodat de aarde niet wegspoelt.
Plant vijverplanten bij voorkeur in het voorjaar of begin van de zomer. In deze periode hebben de planten voldoende tijd om te wortelen en zich goed te ontwikkelen. Verwijder in het najaar afgestorven plantendelen om te voorkomen dat er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen.
Veelgemaakte fouten
Bij het aanleggen van een vijver worden vaak een aantal veelgemaakte fouten gemaakt. Een van de grootste fouten is het plaatsen van te weinig planten. Waterplanten zijn juist essentieel voor het natuurlijke evenwicht in de vijver. Zonder voldoende planten krijgen algen vaak vrij spel.
Een andere veelvoorkomende fout is het kiezen van te veel exotische soorten. Deze planten zijn vaak minder waardevol voor insecten en andere dieren en kunnen soms zelfs invasief gedrag vertonen.
Ook het volledig laten dichtgroeien van het wateroppervlak is een fout die regelmatig voorkomt. Vooral drijfplanten kunnen snel uitbreiden. Wanneer meer dan de helft van het wateroppervlak bedekt raakt, krijgen onderwaterplanten te weinig licht.
Tot slot worden sommige planten in de verkeerde zone geplaatst. Let daarom altijd goed op de juiste plantdiepte, zodat iedere soort optimaal kan groeien.
Mogelijke problemen met vijverplanten
Zelfs in een goed aangelegde vijver kunnen soms problemen ontstaan. Zo kan het gebeuren dat bepaalde planten te sterk gaan woekeren, waardoor andere soorten verdrongen worden. Soorten zoals lisdodde en watermunt kun je daarom beter in een vijvermand plaatsen.
Een ander probleem kan overmatige algengroei zijn. Dit ontstaat vaak wanneer er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen, bijvoorbeeld door afgevallen bladeren of meststoffen uit de tuin. Voldoende zuurstofplanten en moerasplanten helpen om deze voedingsstoffen op te nemen.
Ook kunnen vissen, zoals goudvissen en koi’s, planten beschadigen door in de bodem te woelen. In een natuurlijke vijver zonder veel vis krijgen waterplanten meestal meer kans om zich te ontwikkelen. Geen of weinig vis is ook beter voor amfibieën, omdat vissen de eitjes en amfibieënlarven eten.
Door regelmatig onderhoud en een goede balans tussen verschillende soorten vijverplanten blijft je vijver helder, gezond en vol leven.
Aflsuiting
Met de juiste combinatie van inheemse vijverplanten creëer je een stabiele en biodiverse vijver. Door soorten te kiezen voor verschillende vijverzones ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin planten, insecten, amfibieën en andere waterdieren samen kunnen floreren. Met de soorten uit de gids leg je een sterke basis voor een levende en onderhoudsarme natuurvijver.
Naast vijverplanten is het raadzaam in de rest van de tuin ook met inheemse vijverplanten aan de slag te gaan. Zoek je daarvoor nog inspiratie, kijk dan eens bij onderstaande blogs:
Heb jij de keuze al gemaakt voor welke inheemse vijverplanten jij gaat? Laat het ons weten door een comment achter te laten, of tag ons een in je post op social media (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Met behulp van ons praktische e-book maak je van jouw tuin een tuin vol leven en voorkom je beginnersfouten
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!