Inheemse vijverplanten zijn onmisbaar voor een gezonde, natuurlijke vijver. Veel vijvers worden tegenwoordig aangeplant met exotische planten, wat vaak leidt tot invasief gedrag, onvoldoende nectar voor insecten en slecht groeiende planten. Inheemse waterplanten zorgen juist voor een ecologische balans, waardoor je vijver bruist van leven. Door te kiezen voor soorten van eigen bodem ondersteun je niet alleen je eigen tuin, maar ook de natuur in de directe omgeving. In deze blog leggen we uit waarom inheemse vijverplanten zo belangrijk zijn voor biodiversiteit, welke soorten geschikt zijn en geven we de beste tips per vijverzone. Met deze tips creëer je een natuurlijke vijver met optimale waterkwaliteit én volop biodiversiteit.
Inhoudsopgave
- Waarom kiezen voor inheemse vijverplanten?
- De 6 zones in een natuurlijke vijver
- Hoe richt je een natuurlijke vijver ecologisch in?
- De beste inheemse vijverplanten voor in je natuurlijke vijver
- De beste inheemse oeverplanten
- De beste inheemse moerasplanten
- De beste inheemse waterplanten
- De beste inheemse waterlelies
- De beste inheemse zuurstofplanten
- De beste inheemse drijfplanten
- Aanplant en onderhoud
- Veelgemaakte fouten
- Mogelijke problemen met vijverplanten
- Slot
Waarom kiezen voor inheemse vijverplanten?
Wil je een natuurlijke vijver vol leven? Dan zijn inheemse vijverplanten onmisbaar. Inheemse vijverplanten hebben als voordeel ten opzichte van uitheemse vijverplanten dat ze beter zijn aangepast aan het Nederlandse klimaat. Daarnaast zijn de inheemse insecten en andere dieren veel beter aangepast aan het inheemse planten, waardoor ze er meer van profiteren. Hoe profiteren ze dan? Inheemse insecten weten wanneer inheemse vijverplanten in bloei staan, hoelang ze bloeien en hoe ze bij de nectar in de bloem kunnen komen. Hiermee ondersteunen inheemse vijverplanten de lokale voedselketen en zorgen ze ervoor dat insecten kunnen floreren in je tuin. Watermunt is bijvoorbeeld zo’n inheemse waterplant die veel nectar produceert, wat zeer geliefd is bij bijen, hommels en vlinders. Inheemse insecten zijn vaak gespecialiseerd op specifieke plantensoorten. Wanneer deze planten ontbreken, verdwijnen ook de insecten die ervan afhankelijk zijn.
Verder heb je bij inheemse planten niet zo snel last van soorten die explosief en invasief groeien. Sommige uitheemse planten kunnen explosief groeien en kunnen daarmee de hele vijver overnemen en andere planten (en dieren) verdringen. Ook als deze invasieve exoten per ongeluk in de natuur terecht komen, dan kunnen ze serieuze schade aanbrengen aan de inheemse flora en fauna. Tot slot zijn inheemse waterplanten beter winterhard. Dit betekent dat ze veel beter de winters overleven, waardoor je dus niet ieder jaar nieuwe waterplanten hoeft te kopen.

De 6 zones in een natuurlijke vijver
Een natuurlijke vijver bestaat uit verschillende zones, met ieder zijn eigen kenmerken. Vanzelfsprekend kan niet iedere waterplant in elke zone geplaatst worden. Daarom is het goed om eerst de zes verschillende zones te bekijken en dan te bepalen welke waterplanten je kiest per zone. Zo krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand in je vijver en zorg je er voor dat er in iedere diepte geschikte inheemse waterplanten komen te staan. Op onderstaande afbeelding zijn de verschillende zones schematisch weergegeven.

Hoe richt je een natuurlijke vijver ecologisch in?
In een natuurlijke situatie zijn in een poel water meerdere dieptes te vinden. In iedere diepte (of zone) heeft het water een andere temperatuur, groeien andere planten en zitten andere diertjes zoals macrofauna, insectenlarven en amfibieën. Hierdoor ontstaat een grote diversiteit in een poel. Door je natuurlijke vijver ook met verschillende zones in te richten, creëer je een situatie die heel dicht bij de werkelijkheid komt. Zo ontstaat er een vijver die bruist van leven.
Zone 1: oeverzone
De eerste zone is de oeverzone. Hierin komen waterplanten te staan die in principe op het droge staan, maar prima tijdelijk onder water kunnen staan. Als de vijver door regen dan overstroomt, dan staan deze planten tijdelijk met de voeten in het water. Veel van de planten die in de oeverzone staan houden daarom dus ook van een vochtige tot natte ondergrond.
Belangrijk kenmerk van planten die in deze zone staan is dat ze vaak rijkelijk bloeien. Dit zijn dus de echte blikvangers en insectenmagneten rondom een natuurlijke vijver. Daarnaast bieden ze uitstekende schuilplaatsen voor dieren en overwinteringsplekken voor insecten als ze niet voor de winter gesnoeid worden. Tot slot helpen ze met het tegengaan van erosie als er met natuurlijke oevers gewerkt wordt.
In deze laag kun je dus goed bloeiende planten met elkaar combineren. Als hier goed over nagedacht wordt kun je een vijverrand creëren waarin het hele seizoen planten in bloei staan. Ook kun je in deze zone een gelaagdheid aanbrengen door gebruik te maken van planten met verschillende hoogtes. Zo creëer je een natuurlijke en rustige overgang naar de vijver.

Zone 2: moerasplanten
In de tweede zone staan de moerasplanten. Dit zijn de eerste planten die permanent in het water staan. De diepte van deze zone wordt meestal aangegeven van 0 tot 15 centimeter onder het waterniveau. Moerasplanten zijn onmisbaar in een natuurlijke vijver, vanwege meerdere redenen.
Moerasplanten helpen de waterkwaliteit verbeteren doordat ze overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat opnemen. Hierdoor krijgen algen minder kans om te groeien. Sommige soorten, zoals gele lis, staan bekend om hun vermogen om bepaalde stoffen uit het water op te nemen (een proces dat fytoremidiatie wordt genoemd). Daarnaast stimuleren de wortels van moerasplanten nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken. Ook zorgen ze ervoor dat slibdeeltjes bezinken en geven ze schaduw, waardoor het water minder snel opwarmt. Zo dragen moerasplanten bij aan een natuurlijke en stabiele vijverbalans.
Sommige moerasplanten, zoals lisdodde en watermunt, hebben de neiging om te woekeren. Toch zijn dit waardevolle soorten vanwege hun filterende werking en hun rijkelijke bloei, die veel insecten aantrekt.
Wil je deze planten gebruiken zonder dat ze andere soorten overwoekeren? Plaats ze dan in vijvermanden. Zo beperk je de groei, houd je het onderhoud eenvoudig en voorkom je dat ze te dominant worden – terwijl je wél profiteert van hun ecologische voordelen. Vooral in kleine vijvers is het gebruik van vijvermanden een eenvoudige manier om de balans te bewaren.
Zone 3: waterplanten
In zone 3 komen de echte waterplanten die het liefst op een diepte van 20 tot 40 centimeter staan. De wortels van de waterplanten staan permanent onder water, zo ook een deel van de bladeren en in sommige gevallen bevinden zich de bladeren volledig boven water. Deze planten zorgen voor zuurstof in de waterkolom, nemen overtollige voedingsstoffen op en bieden beschutting aan kikkers, padden, salamanders en insectenlarven. Soorten zoals waterviolier en waterranonkel combineren ecologische waarde met een natuurlijke uitstraling.
Zone 4: waterlelies
De waterlelies staan vaak op de bodem van de vijver (tot ongeveer 1 meter diep) in een vijvermand om ze gemakkelijk te kunnen verplaatsen en onderhoud eraan te doen. Waterlelies zorgen vooral voor schaduw en temperatuurstabiliteit in de vijver. Door het wateroppervlak gedeeltelijk te bedekken, beperken ze overmatige opwarming en algengroei. Daarnaast bieden hun bladeren rust- en schuilplaatsen voor amfibieën.
Zone 5: zuurstofplanten
De zuurstofplanten staan volledig onder water en hebben als belangrijkste taak dat ze zuurstof produceren in de waterkolom. Zuurstofplanten zijn onmisbaar om te voorkomen dat de vijver dichtgroeit met algen. Ze nemen overtollige voedingstoffen uit het water op, wat de explosieve groei van algen tegengaat. Daarnaast bieden ze een prima schuilplaats voor allerlei macrofauna, insectenlarven en amfibieën. In tegenstelling tot veel waterplanten uit zone 3 zijn zuurstofplanten meestal volledig ondergedoken en nauwelijks zichtbaar boven het wateroppervlak.
Zone 6: drijfplanten
Tot slot zijn er nog de drijfplanten. Zoals de naam al zegt drijven deze op het wateroppervlak. Ze nemen voedingstoffen op uit het water, zorgen voor schaduw en helpen algengroei te beperken. Omdat ze CO2 rechtstreeks uit de lucht kunnen opnemen, groeien ze vaak snel. Zorg er wel voor dat ze niet meer dan de helft van het wateroppervlak bedekken. Te veel drijfplanten kan er namelijk voor zorgen dat het water in het voorjaar niet snel genoeg opwarmt, waardoor amfibieënlarven zich niet snel genoeg kunnen ontwikkelen.

De beste inheemse vijverplanten voor in je natuurlijke vijver
Nu we de verschillende zones in een natuurlijke vijver gezien hebben, is het tijd om te kijken naar de verschillende soorten inheemse vijverplanten. Door hier goed over na te denken en een aantal soorten per zone te kiezen voor je vijver, krijg je een uitgebalanceerd plantenbestand dat in evenwicht is en zorgt voor een natuurlijke balans in je vijver. Dit zal er voor zorgen dat de biodiversiteit in en rondom het water enorm toeneemt.
De beste inheemse oeverplanten
Als eerste kijken we naar de planten voor in de zone aan de rand van de vijver. We geven hier vijf tips voor inheemse oeverplanten waarmee je langs de rand van je vijver kunt zorgen voor een intense bloei, waarvan insecten enorm gaan profiteren.
Grote kattenstaart (Lythrum salicaria)
Grote kattenstaart is een onmisbare oeverplant in een natuurlijke vijver. Met zijn opvallende roze bloemaren bloeit deze soort rijkelijk van juni tot augustus. De plant wordt ongeveer 100 centimeter en staat het liefst op een zonnige of halfschaduwrijke plek met een vochtige tot natte bodem. Zelfs tijdelijke overstromingen vormen geen probleem. Voor een volle, natuurlijke uitstraling kun je ongeveer 5 tot 8 planten per vierkante meter aanhouden.

Dankzij de uitbundige bloei is grote kattenstaart een belangrijke nectarplant voor bijen, hommels en zweefvliegen. Zo bezoeken onder andere de kattenstaartdikpoot en de steenhommel regelmatig de bloemen. Daarnaast is de plant een waardplant voor het boomblauwtje. Grote kattenstaart laat zich goed combineren met andere inheemse vaste planten, zoals koninginnekruid, beemdkroon en gewone margriet. De soort zaait zich gemakkelijk uit, waardoor hij zich op korte termijn ook op andere plekken rondom de vijver kan vestigen.
Grote kattenstaart is verkrijgbaar bij diverse gespecialiseerde kwekers, waaronder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.
Kale jonker (Cirsium palustre)
Een andere uitstekende keuze in de oeverzone is de kale jonker. Deze slanke distel wordt ongeveer 150 centimeter groot en is een perfecte plant om insecten naar je tuin te lokken. De kale jonker staat het liefst op een zonnige en vochtige tot natte plek.
In juni krijgt de plant roodpaarse bloemen, die tot in september aanwezig blijven. Het is een belangrijke nectarplant voor vlinders, bijen en hommels. Onder andere de grote vuurvlinder vliegt veelvuldig op de bloemen van de kale jonker. Ook de heidehommel is vaak op de plant te zien. De zaden die in de bloemhoofden achter blijven trekken vogels zoals distelvinken aan.
Kale jonker is goed te combineren me andere vochtminnende soorten zoals grote kattenstaart, knoopkruid en echte koekoeksbloem.

Koninginnekruid (Eupatorium cannabinum)
Nog zo’n plant die niet mag ontbreken in de oever van een natuurlijke vijver is koninginnekruid. Deze vaste plant kan een hoogte bereiken tot 150 centimeter en staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond.
Van juli tot en met september bloeit koninginnekruid met prachtige roze, schermachtige bloemen, die een aromatische geur verspreiden. De bloemen zijn in trek bij allerlei insecten, zoals bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Vooral vlinders zijn veelvuldig op de bloemen te vinden. Op de plant aan onze natuurlijke vijver zien we regelmatig atalanta, dagpauwoog, distelvlinder en soms zelfs koninginnenpage op de bloemen! Een absolute must-have voor vlinderliefhebbers dus.
De plant is uitstekend te combineren met andere vaste planten zoals beemdkroon, grote pimpernel en echte valeriaan. Koninginnekruid is verkrijgbaar bij verschillende gespecialiseerde kwekers, waar onder Sprinklr. Let bij aankoop erop dat je kiest voor biologisch gekweekte, onbespoten planten.

Moerasspirea (Filipendula ulmaria)
De laatste oeverplant die we in deze blog tippen is moerasspirea. Deze prachtige bloeier staat het liefst op een zonnige plek in vochtige tot natte grond en wordt tot 120 centimeter groot.
Van juni tot en met augustus bloeit moerasspirea met prachtige kleine, roomwitte bloemen. De bloemen zijn erg in trek bij bijen, zweefvliegen en kevers. Leuke keversoorten zoals het groene bladsnuitkever en het prachtige penseelkevertje zijn soms op de bloemen te vinden. Moerasspirea is in de oeverzone goed te combineren met grote kattenstaart en lange ereprijs. De witte bloemen van moerasspirea contrasteren mooi met de kleurrijke bloemen van de kattenstaart en/of lange ereprijs.

De beste inheemse moerasplanten
Nadat je goed hebt nagedacht over de inheemse planten die je naast de vijver (in de oeverzone) wil gebruiken, is het nu tijd om te kijken naar de planten die permanent in het water staan. Als eerste geven we tips voor inheemse waterplanten in de moeraszone.
Grote egelskop (Sparganium erectum)
Een van de belangrijkste moerasplanten die je in je natuurlijke vijver kunt gebruiken is de grote egelskop. Deze uitstekend waterzuiverende plant staat het liefst in de moeraszone (0-15 centimeter), maar kan ook nog iets dieper geplaatst worden.
Grote egelskop wordt zo’n 100 centimeter groot en de bladeren groei dicht op elkaar, waardoor deze een volle uitstraling krijgt. De plant breidt zicht gemakkelijk uit via wortelstokken, om te zorgen dat je niet te veel onderhoud ervan krijgt zet je deze dus het beste in een grote vijvermand.
Van juni tot augustus heeft egelskop een bijzondere bloei: bolvormige stekels, die blijven drijven zodra ze van de plant afvallen (zo verspreid de plant zich ook). Aan deze bloei dankt de waterplant zijn naam. Egelskop is de waardplant voor de nachtvlinders; egelskopboorder, het goudvenstertje en de moerasspinner.
Grote egelskop is prima te combineren met andere inheemse waterplanten zoals gele lis, watermunt en beekpunge.

Moerasvergeet-mij-nietje (Myosotis scorpioides)
Een andere uitstekende moerasplant om in je natuurlijke vijver te gebruiken is moerasvergeet-mij-nietje. Deze leuke bodembedekker staat het liefst in de zon of halfzon, op een natte plek. Daarom plaats je de plant het beste in de oeverzone (0-15 centimeter) of in de oever. Als je hem echter in de oever plaatst dan moet je er wel voor zorgen dat deze echt op een natte plek staat.
Moerasvergeet-mij-nietje wordt maximaal 50 centimeter hoog. Het is een uitstekende bodembedekker omdat deze zich als een tapijt verspreid. De plant is dus ook ideaal om vijverfolie mee weg te werken. Van mei tot en met augustus heeft de plant kleine gele bloemen met lichtblauwe kroonbladeren.
Salamanders gebruiken de bladeren van het vergeet-mij-nietje om de eitjes op af te zetten. De eitjes worden één voor één afgezet op een blad, waarna het blad zorgvuldig wordt omgevouwen. Combineer moerasvergeet-mij-nietje met gele lis en watermunt voor een kleurrijke, bloeiende vijverrand.

Gele lis (Iris pseudacorus)
Een inheemse waterplant die niet in een natuurlijke vijver mag ontbreken is gele lis. Deze moerasplant krijgt zwaardvormige bladeren en gele bloemen en wordt ongeveer 120 centimeter groot. Gele lis staat het liefst op een plekje in de zon of halfzon en kan tot een diepte van ongeveer 30 centimeter in het water worden geplaatst.
De gele bloemen verschijnen in mei aan de plant en blijven aanwezig tot en met juli. Het is de waardplant van de gele-lisboorder – een nachtvlinder – en de bloemen worden bezocht door bijen, hommels, zweefvliegen en vlinders. Maar misschien wel de grootste waarde van gele lis zit hem in het filterend vermogen van de waterplant.
Gele lis draagt bij aan een natuurlijke waterbalans in de vijver. Via haar krachtige wortelstelsel neemt de plant overtollige voedingsstoffen zoals stikstof en fosfaat op uit het water. Daarmee vermindert ze de hoeveelheid nutriënten die beschikbaar zijn voor algen. Daarnaast stimuleert de wortelzone nuttige bacteriën die organisch materiaal afbreken, wat helpt om slibvorming te beperken.

Ga je zelf aan de slag met de aanplant van je vijver, kies dan bij voorkeur voor biologisch gekweekte vijverplanten. Biologisch gekweekte planten worden zonder chemische bestrijdingsmiddelen opgekweekt en passen beter in een ecologisch ingerichte vijver. Biologisch gekweekte exemplaren zijn onder andere verkrijgbaar bij Van de Velde. Voor onze vijverprojecten hebben we hier meerdere keren planten besteld. De levering verloopt zorgvuldig en de planten zijn zichtbaar sterk en gezond bij aankomst.
Watermunt (Mentha aquatica)
Een uitstekende multifunctionele bodembedekker om in de moeraszone te gebruiken is watermunt. Watermunt wordt 30 tot 90 centimeter hoog en staat het liefst op een plek in de volle zon of halfschaduw. Hoe zonniger watermunt staat, hoe roder de bladeren kleuren!
De bladeren verspreiden daarnaast ook nog eens een heerlijke muntgeur in je tuin en kunnen gebruikt worden in de keuken, onder andere om verse muntthee van te zetten. En als dat nog niet genoeg is bloeit watermunt ook nog eens rijkelijk van juli tot en met oktober met prachtige paarse-lilachtige bloemen. Deze zijn enorm in trek bij vlinders, bijen en hommels. Het is tevens ook de waardplant van het muntvlindertje (een micro-nachtvlinder).
Combineer watermunt met grote kattenstaart en gele lis om een bloedende vijverrand vol biodiversiteit te creëren.

De beste inheemse waterplanten
De volgende planten zijn geschikt om te gebruiken in zone 3. Deze staan het liefst wat dieper in het water, op een diepte van 20 tot 40 centimeter. Ze staan met de wortels volledig onder water en ook een deel van de bladeren (en in sommige gevallen volledig) staan onder water.
Zwanenbloem (Butomus umbellatus)
Een prachtige waterplant voor in een natuurlijke vijver is zwanenbloem. Zwanenbloem wordt ongeveer 150 centimeter hoog en staat het liefst op een zonnige plek. Van juni tot september bloeit de plant met prachtige roze schermbloemen die erg in trek zijn bij tal van insecten.
Bijen, hommels, zweefvliegen, graafwespen, vlinders en kevers komen allemaal af op de bloemen die gevuld zijn met nectar. Hiermee is het een van de waardevolste drachtplanten (planten die nectar leveren) die in een natuurlijke vijver aangeplant kan worden. Het is daarnaast ook de waardplant van de zwanenbloemkever.
Combineer zwanenbloem met grote egelskop en grote waterweegbree voor een natuurlijke, groene vijverborder.

Waterviolier (Hottonia palustris)
Waterviolier is een sierlijke inheemse waterplant met fijn geveerd blad en lila bloeiaren in het voorjaar, van april tot en met juni. Ze groeit in ondiep, stilstaand water en wortelt in de bodem terwijl het blad een luchtige structuur in het water vormt. Waterviolier kan het beste geplant worden op een diepte van 20 tot 50 centimeter en kan zowel in de zon, als in de (half)schaduw geplant worden. Het beste wordt de waterplant in een vijvermand geplaatst.
De fijne bladstructuur biedt schuilplaatsen aan waterinsecten en jonge amfibieën. Waterviolier neemt voedingstoffen op en draagt zo bij aan een stabielere waterbalans, maar functioneert vooral goed in helder, matig voedselrijk water. In ecologisch ingerichte vijvers is ze een waardevolle voorjaarsbloeier met hoge natuurwaarde.

Waterranonkel (Ranunculus aquatilis)
Waterranonkel is een waterplant die in de vijver op een diepte van 10 tot 80 centimeter geplaatst kan worden. De plant vormt bladeren net boven en onder het wateroppervlak. Waterranonkel bloeit van mei tot en met augustus met gele bloemen en witte kroonbladeren.
De groeiwijze van waterranonkel zorgt voor een ideale schuilplek voor amfibieën en macrofauna zoals libellenlarven. Ook is het een uitstekende plek voor kikkers om het kikkerdril in het voorjaar af te zetten.
Waterranonkel doet het goed op een zonnige plek en is uitstekende te combineren met andere zuurstofplanten en drijfplanten zoals aarvederkruid, glanzend fonteinkruid en krabbescheer.

Drijvend fonteinkruid (Potamogeton natans)
Een andere soort die goed past in een natuurlijke vijver is drijvend fonteinkruid. Deze inheemse waterplant groeit op een diepte van 30 tot 100 centimeter en vormt zowel onderwaterbladeren als drijvende bladeren aan het wateroppervlak. De ovale drijfbladeren lijken een beetje op kleine waterlelieblaadjes en zorgen voor lichte beschaduwing van het water.
Drijvend fonteinkruid speelt een belangrijke rol in het vijvercosysteem. De onderwaterdelen bieden schuilplaatsen voor waterinsecten en amfibieënlarven. Tegelijkertijd nemen de wortels voedingsstoffen op uit de bodem, wat helpt om de waterkwaliteit stabiel te houden en algengroei te beperken. De kleine onopvallende bloeiaren verschijnen in de zomer (van juni tot en met augustus) boven het wateroppervlak.
Deze soort groeit het beste in stilstaand of langzaam stromend water en houdt van een zonnige tot halfschaduwrijke standplaats. In natuurlijke vijvers vormt drijvend fonteinkruid een mooie overgang tussen onderwaterplanten en drijfplanten, terwijl het tegelijk extra structuur en schuilmogelijkheden creëert voor allerlei waterdieren. Het is tot slot een van de waardplanten van de waterleliemot.

De beste inheemse waterlelies
Vervolgens bespreken we de twee inheemse waterlelies die ons land rijk is. Waterlelies zorgen voor schaduw in het water en creëren schuilplaatsen voor amfibieën en andere waterdieren in een natuurlijke vijver.
Gele plomp (Nuphar lutea)
In middelgrote en grote vijvers kan de inheemse gele plomp een echte eyecatcher zijn. Deze waterlelie kan geplaatst worden op een zonnige of halzonnige plek in de vijver en verlangt een diepte tussen de 40 en 120 centimeter.
In het vroege voorjaar komen de grote bladeren van gele plomp aan het wateroppervlak. In juni verschijnen de gele bloemen, die tot in augustus te zien zijn. De bladeren bieden beschutting aan amfibieën zoals kikkers en rustplekken voor vliegende insecten zoals juffers en libellen. De grote roodoogjuffer gebruikt de gele plomp zelfs om de eieren op af te zetten. Dit gebeurt onder water, in de stengels van de waterplant.
Gele plomp is uitstekend te combineren met andere waterplanten. Voor kleine vijvers is de waterlelie echter minder geschikt omdat deze dan al gauw te groot wordt. Laat het geel van de bloemen terugkomen aan de rand van de vijver door soorten als gele lis, dotterbloem en penningkruid aan te planten.

Witte waterlelie (Nymphaea alba)
De andere inheemse waterlelie in Nederland is de witte waterlelie. De witte waterlelie staat het liefst op een zonnige plek (belangrijk voor een goede bloei) op een diepte tussen de 50 en 100 centimeter. Net zoals bij de gele plomp komen de bladeren van de witte waterlelie in het vroege voorjaar aan het wateroppervlak. De bladeren zijn echter wat ronder dan die van de gele plomp.
Tussen mei en augustus verschijnen de bloemen tussen de ronde bladeren. Deze hebben grote, witte kroonbladeren met gele, bijna goudkleurige, meeldraden in het hart. De bloemen gaan ’s ochtends open en sluiten zich ’s avonds weer, als de zon is ondergegaan.
De bladeren van de witte waterlelie bieden belangrijke rust- en schuilplaatsen voor kikkers, padden en libellen. Onder de drijvende bladeren vinden insectenlarven en andere waterdieren bescherming tegen roofdieren. Daarnaast trekken de bloemen verschillende bestuivers aan, waaronder bijen en zweefvliegen, die afkomen op de nectar en het stuifmeel. Op warme zomerdagen zie je regelmatig kikkers op de bladeren zonnen.

De beste inheemse zuurstofplanten
Een van de belangrijkste planten in een natuurlijke vijver zijn de zuurstofplanten. Ze zorgen ervoor dat er voldoende zuurstof in het water aanwezig is en door de opname van voedingsstoffen zorgen ze ervoor dat algen minder hard kunnen groeien. Er volgen nu 4 top keuzes voor inheemse zuurstofplanten die perfect passen in een natuurlijke vijver.
Aarvederkruid (Myriophyllum spicatium)
Een hele sterke zuurstofplant is aarvederkruid. Aarvederkruid kan het beste op een plek in de zon of halfzon gezet worden, op een diepte tussen de 40 en 120 centimeter. De plant kan in een vijvermand, vijverkrat of in rechtstreeks op de bodem in het substraat gezet worden.
Het is een snelle groeier, wat ervoor zorgt dat de plant in grote hoeveelheden voedingsstoffen uit het water opneemt, waardoor er minder algengroei is. Daarnaast geeft het, door de snelle groei, veel zuurstof af aan het water. Van juni tot september bloeit aarvederkruid met kleine, rode bloemen die net boven het wateroppervlak uitkomen.
In het voorjaar bieden de stengels met gevederde bladeren een uitstekende schuilplek voor kikkervisjes en nuttige waterinsecten zoals kokerjufferlarven, haften en libellenlarven. De bloei trekt daarnaast ook nog bestuivers aan zoals bijen en vlinders.
Verwar het aarvederkruid niet met exotische soorten zoals het parelvederkruid. Deze is namelijk invasief en kan een ernstige bedreiging vormen voor inheemse soorten in je vijver én in de natuur wanneer deze daarin terecht komen.

Glanzend fonteinkruid (Potamogeton lucens)
Een andere zuurstofplant die eigenlijk niet in de natuurlijke vijver mag ontbreken is glanzend fonteinkruid. Glanzend fonteinkruid verlangt een plekje in de halfschaduw. Op een te zonnige plek zullen de bladeren bluin verkleuren. De plant kan het beste op een diepte van 50 tot 100 centimeter in een vijvermand of in het substraat geplant worden.
Glanzend fonteinkruid krijgt grote, lange lintvormige bladeren die volledig onder water groeien. In het najaar sterft de plant bovengronds af, waarna deze in het voorjaar weer uitloopt. Van juni tot september bloeit de plant met groene bloemen, die net boven het wateroppervlak uitsteken.
De grote bladeren die onderwater groeien bieden een prachtige onderwaterstructuur voor alles wat onder water leeft. Kikkers, padden, salamanders, waterinsecten en andere waterdieren vinden in het glanzend fonteinkruid een uitstekend leefgebied en schuilmogelijkheden. Het glanzend fonteinkruid wordt vaak tot de zuurstofplanten gerekend, omdat het volledig onder water groeit en bijdraagt aan de zuurstofproductie in de vijver. Het is hoe dan ook een absolute aanrader voor iedere natuurlijke vijver.

Lidsteng (Hippuris vulgaris)
Nog een uitstekende zuurstofplant is lidsteng. Lidsteng staat het liefst op een plek in de volle zon of halfzon en een diepte van 10 tot 100 centimeter. De zuurstofplant groeit met rechtopgaande stengels onderwater, die als een soort kleine dennetjes boven het water uitkomen. De totale hoogte bedraagt 15 tot 90 centimeter.
Van mei tot en met augustus verschijnen er kleine, onopvallende, groen bloemetjes in de oksels van de bladeren. Via de wortelstokken breidt lidsteng zich gemakkelijk uit. Wil je het onderhoud beperken, plaats de plant dan in een vijvermand. De delen van de stengels die onder water groeien leveren belangrijke bijdrage aan de zuurstofproductie in de vijver.
Lidsteng biedt een uitstekend leefgebied voor waterinsecten en macrofauna in het water. Combineer lidsteng met glanzend fonteinkruid en waterweegbree voor een gevarieerde plantenmix in je natuurlijke vijver.

Kransvederkruid (Myriophyllum verticillatum)
Een minder bekende maar zeer waardevolle inheemse waterplant is kransvederkruid. Deze fijne onderwaterplant groeit meestal op een diepte van ongeveer 20 tot 80 centimeter en vormt lange stengels met kransen van veervormige bladeren. Daardoor ontstaat er een dichte onderwaterstructuur die een belangrijke schuilplaats biedt voor allerlei waterdieren.
Kransvederkruid speelt een belangrijke rol in de ecologie van een natuurlijke vijver. De plant produceert zuurstof in het water en neemt overtollige voedingsstoffen op, wat helpt om algengroei te beperken en de waterkwaliteit stabiel te houden. Tussen de fijne bladeren vinden insectenlarven, kleine waterdieren en jonge amfibieën bescherming tegen roofdieren.
Kransvederkruid groeit het beste in zonnig tot halfschaduwrijk water met een rustige stroming. In natuurlijke vijvers vormt deze soort een waardevolle aanvulling op andere zuurstofplanten, doordat hij extra structuur en biodiversiteit onder water creëert.

De beste inheemse drijfplanten
Tot slot de drijfplanten. Drijfplanten zorgen voor schaduwplekken in het water, waardoor algen minder hard groeien. Daarnaast bieden ze een geschikt leefgebied voor allerlei soorten dieren. Zorg er wel voor dat maximaal 50% van het wateroppervlak bedekt is met drijfplanten, zodat het water in het voorjaar voldoende opwarmt voor de ontwikkeling van amfibieënlarven.
Krabbenscheer (Stratiotes aloides)
Een van de bijzonderste inheemse drijfplanten is krabbenscheer. Deze waterplant bezit over een aantal bijzondere eigenschappen. Krabbenscheer heeft zwaardvormige bladeren die grotendeels boven het water uitsteken. De plant wordt ongeveer 15 tot 40 centimeter groot en drijft het liefst op een zonnige tot halfzonnige plek.
Van mei tot juni bloeit de plant met witte bloemen. Vrouwelijke planten hebben één bloem, mannelijke planten 3 tot 6, die om de beurt bloeien. Krabbenscheer vermeerdert zichzelf gemakkelijk als de omstandigheden juist zijn.
Krabbenscheer biedt een uitstekende schuilplek voor amfibieën zoals kikkers en salamanders. Maar meer diersoorten profiteren van deze bijzondere drijfplant. In de natuur is het de belangrijkste broedplek voor zwarte sternen. Daarnaast is de groene glazenmaker -een zeldzame libellensoort- er volledig afhankelijk van. Het vrouwtje zet de eitjes uitsluitend af op krabbenscheer.
In de winter zakt de waterplant naar de bodem van de vijver. In het voorjaar, zodra de fotosynthese weer op gang komt, vullen de cellen zich weer met gas en komt krabbenscheer weer bovendrijven.

Kikkerbeet (Hydrocharis morsus-ranae)
Tot slot nog kikkerbeet. Dit drijvende inheemse waterplantje biedt een leuke afwisseling in een natuurlijke vijver. Kikkerbeet krijgt hartvormige bladeren van 2 tot 7 centimeter groot, die op het water drijven. De bladeren zitten vast aan de stengels die onder water zitten en de voedingsstoffen rechtstreeks uit het water opnemen. In het najaar sterven de bladeren en stengels af en overwinter de waterplant als knop op de bodem van de vijver. In het voorjaar ontwikkelen ze weer een volledig nieuw stelsel van bladeren en stengels.
Van juni tot augustus ontwikkelen de witte bloemetjes zich tussen de drijvende bladeren. Deze worden bezocht door bijen, zweefvliegen en kevers. Met de drijvende bladeren zorgt kikkerbeet voor schaduw in het water en voor een rustplek voor kikkers en juffers en libellen. Onder water dragen de stengels bij aan een gevarieerde structuur voor waterdieren. Al met al draagt kikkerbeet dus op verschillende manieren bij aan de biodiversiteit op en in de vijver. Het is een goed alternatief voor waterlelies in een kleine vijver, maar misstaat ook zeker niet in grote en middelgrote vijvers.

Aanplant en onderhoud
Een goede aanplant is essentieel voor een gezonde en stabiele vijver. Kies voor een combinatie van planten uit de verschillende vijverzones; moerasplanten, oeverplanten, waterplanten, zuurstofplanten, waterlelies en drijfplanten. Zo ontstaat een natuurlijk evenwicht waarbij planten samen zorgen voor bloei voor insecten, schaduw, zuurstofproductie en het opnemen van overtollige voedingsstoffen.
Veel vijverplanten groeien het beste wanneer ze in vijvermanden worden geplaatst. Hierdoor blijven de wortels compact en voorkom je dat sterk groeiende soorten de hele vijver overnemen. Vul de manden met speciale vijveraarde en dek deze af met een laagje grind zodat de aarde niet wegspoelt.
Plant vijverplanten bij voorkeur in het voorjaar of begin van de zomer. In deze periode hebben de planten voldoende tijd om te wortelen en zich goed te ontwikkelen. Verwijder in het najaar afgestorven plantendelen om te voorkomen dat er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen.
Veelgemaakte fouten
Bij het aanleggen van een vijver worden vaak een aantal veelgemaakte fouten gemaakt. Een van de grootste fouten is het plaatsen van te weinig planten. Waterplanten zijn juist essentieel voor het natuurlijke evenwicht in de vijver. Zonder voldoende planten krijgen algen vaak vrij spel.
Een andere veelvoorkomende fout is het kiezen van te veel exotische soorten. Deze planten zijn vaak minder waardevol voor insecten en andere dieren en kunnen soms zelfs invasief gedrag vertonen.
Ook het volledig laten dichtgroeien van het wateroppervlak is een fout die regelmatig voorkomt. Vooral drijfplanten kunnen snel uitbreiden. Wanneer meer dan de helft van het wateroppervlak bedekt raakt, krijgen onderwaterplanten te weinig licht.
Tot slot worden sommige planten in de verkeerde zone geplaatst. Let daarom altijd goed op de juiste plantdiepte, zodat iedere soort optimaal kan groeien.
Mogelijke problemen met vijverplanten
Zelfs in een goed aangelegde vijver kunnen soms problemen ontstaan. Zo kan het gebeuren dat bepaalde planten te sterk gaan woekeren, waardoor andere soorten verdrongen worden. Soorten zoals lisdodde en watermunt kun je daarom beter in een vijvermand plaatsen.
Een ander probleem kan overmatige algengroei zijn. Dit ontstaat vaak wanneer er te veel voedingsstoffen in het water terechtkomen, bijvoorbeeld door afgevallen bladeren of meststoffen uit de tuin. Voldoende zuurstofplanten en moerasplanten helpen om deze voedingsstoffen op te nemen.
Ook kunnen vissen, zoals goudvissen en koi’s, planten beschadigen door in de bodem te woelen. In een natuurlijke vijver zonder veel vis krijgen waterplanten meestal meer kans om zich te ontwikkelen. Geen of weinig vis is ook beter voor amfibieën, omdat vissen de eitjes en amfibieënlarven eten.
Door regelmatig onderhoud en een goede balans tussen verschillende soorten vijverplanten blijft je vijver helder, gezond en vol leven.
Slot
Met de juiste combinatie van inheemse vijverplanten creëer je een stabiele en biodiverse vijver. Door soorten te kiezen voor verschillende vijverzones ontstaat een natuurlijk evenwicht waarin planten, insecten, amfibieën en andere waterdieren samen kunnen floreren. Met de soorten uit de gids leg je een sterke basis voor een levende en onderhoudsarme natuurvijver.
Naast vijverplanten is het raadzaam in de rest van de tuin ook met inheemse vijverplanten aan de slag te gaan. Zoek je daarvoor nog inspiratie, kijk dan eens bij onderstaande blogs:
- De beste inheemse klimplanten
- De beste inheemse bijenplanten
- De beste inheemse bodembedekkers
- De beste inheemse planten voor in de volle zon
- De beste inheemse schaduwplanten
- De beste inheemse vaste planten
Deel je vijverproject met ons
Heb jij de keuze al gemaakt voor welke inheemse vijverplanten jij gaat? Laat het ons weten door een comment achter te laten, of tag ons een in je post op social media (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Twijfel je nog welke planten het beste passen bij jouw situatie? In onze uitgebreide gids over inheemse beplanting leggen we stap voor stap uit waar je op moet letten en hoe je zelf een natuurlijke tuin opbouwt.
Bekijk hier de complete gids over inheemse beplanting
Wil je meer tips voor over inheemse planten, een klimaatbestendige tuin of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!
Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

