Uilen van het eeuwige ijs – Boekenreview

Boeken

In de bossen in Oost-Siberië, aan de Japanse zee, leeft een mysterieuze uil, die maar zelden gezien (laat staan onderzocht) is door mensen. De Blakistons visuil is de grootste uil ter wereld, maar doordat ze een teruggetrokken leven leiden in de ondoordringbare bossen weten we er nauwelijks wat van. Tot nu. In deze boekenreview bespreken we het boek van Jonathan Slaght: Uilen van het eeuwige ijs. Dit is een verslag van zijn reis naar de wildernis van Rusland voor het onderzoek naar een van de minst bekende vogels van deze wereld: de Blakistons visuil.

Uilen van het eeuwige ijs

Uilen van het eeuwige ijs – Jonathan Slaght

Het boek Uilen van het eeuwige ijs is een boek dat in 2020 is uitgebracht door de Amerikaanse wildlife bioloog Jonathan Slaght. In het boek doet Slaght zijn verslag van het meerjarige onderzoek dat hij geleid heeft naar de Blakistons visuil. Door dit onderzoek is Jonathan Slaght één van ’s werelds vooraanstaande experts op het gebied van de visuil en het gebied waarin deze leeft. Uilen van het eeuwige ijs telt in totaal 335 bladzijdes en is hier (bol.com) te verkrijgen als paperback en als e-book.

Samenvatting

Om onderzoek te doen naar de grootste uil ter wereld, moest Jonathan Slaght naar Oost-Siberië, gelegen in Rusland aan de Japanse zee. De Blakistons visuil komt naast Rusland enkel in een deel van China en Japan voor en leeft daar aan brede rivieren die door dichte bossen voeren.

Hetgeen wat de expeditie pas echt extreem maakte, was het feit dat het veldonderzoek plaats moest vinden in de winter. In deze periode waren sporen van visuilen beter, en veel langer, zichtbaar dan in de zomer en was een groot deel van de rivier bevroren. Dit was een voordeel, omdat visuilen dan maar op slechts enkele open plekken in de rivier konden jagen, waardoor ze makkelijker te vinden waren, beter te observeren en uiteindelijk eenvoudiger te vangen waren (in hoeverre je kunt spreken van ‘makkelijk’ bij het vangen van een uil die ruim 65 centimeter kan worden en meer dan 4,5 kilogram kan wegen).

Visuil (shutterstock)
De imposante visuil is een soort die maar weinig mensen in het wild waarnemen (Shutterstock)

In totaal bracht Jonathan samen met een aantal Russische collega’s vier seizoenen door in de barre omstandigheden in Oost-Siberië. Dit alles om meer te weten te komen over de Blakistons visuil, om zo een beschermingsplan op te zetten. Het startte allemaal met het zoeken naar geschikte leefgebieden voor visuilen en naar het zoeken van de visuilen zelf. Zodra ze deze hadden gevonden, konden ze de leefgebieden in kaart gaan brengen en meer te weten komen over de leefwijze van deze enorme uilen. Uiteindelijk wisten ze diverse paartjes op verschillende locaties langs de rivier te vinden en kon het onderzoek echt van start gaan.


Lees ook: uilen in Nederland – deel I


Uitdagingen

Het uitvoeren van het onderzoek bracht veel uitdagingen met zich mee en zorgde ervoor dat Jonathan en zijn collega’s gedwongen werden tot innovatieve oplossingen. De grootste uitdaging was de helse winter in Siberië. Om zich te kunnen verplaatsen tussen het basiskamp en de verschillende leefgebieden van de paartjes visuilen werd er gebruik gemaakt van sneeuwscooters en skies. Vaak moesten ze meerdere keren op en neer skieën om al de benodigde apparatuur op de juiste locatie te krijgen. Hier waren ze dan bijna een hele dag aan kwijt, om enkele dagen later alle apparatuur weer op dezelfde manier terug te brengen naar het basiskamp.

Het werd pas echt gevaarlijk aan het einde van ieder veldseizoen, als de temperatuur langzaam begon te stijgen. Om het gebied te verlaten moesten ze met de sneeuwscooters door de bossen en over de rivieren. Echter ontstonden er door de dooi al zwakke plekken in het ijs, waardoor het oversteken van de rivier levensgevaarlijk was. Dit is meerdere keren maar net goed afgelopen.

Siberië
Voor het onderzoek naar de visuil moest het onherbergzame gebied van Oost-Siberië bedwongen worden

Het onderzoek naar de visuil

Na het lokaliseren van de visuilen kon het onderzoek echt beginnen. De eerste waarnemingen waren van het geluid van de visuil. Door de donkere, koude bossen klonk een duet van zingende visuilen. Met deze duetten werd duidelijk dat ze in een territorium van een paartje zaten. Nu was het zaak om de nestboom te vinden. Dit is een cruciaal onderdeel in het leefgebied van de visuil en ze zijn vrij kritisch als het op nestbomen aan komt. Ze nestelen namelijk hoog in de kruinlaag van een bos, in oude dode bomen waar de top is uitgebroken door ziekte of door storm. Dit konden iepen, chosenia’s, populieren of andere hoge bomen zijn die in de oude bossen voorkwamen.

De vangst

Nu ze de visuilen gelokaliseerd hadden en het leefgebied in kaart hadden gebracht, was het tijd om een plan te maken om ze te vangen. Vervolgens konden ze van allerlei gegevens opmeten, de visuilen voorzien van zenders en ze zo voor langere tijd volgen. De broedende visuilen werden echter niet gevangen (om verstoring van de voortplanting te voorkomen). Het bleek nog knap lastig te zijn om deze uilen te vangen, ondanks de weinige plekken die de uilen hadden om te jagen in de rivier. Verschillende vangtechnieken werden geprobeerd en na een tijd hadden ze dan eindelijk een goede methode gevonden.

Visuil
Visuilen zoeken in de winter open plekken in de rivier op om te kunnen jagen (Shutterstock)

Na vangst werden de visuilen voorzien van zenders die het veldseizoen erna uitgelezen zouden worden. Dit draaide echter uit op een mislukking. Om verschillende redenen (defect door de extreme kou, kapot geprikt door de visuil, etc.) was bijna geen een zender meer werkend het jaar erop. Er moest dus iets anders verzonnen worden. Uiteindelijk wist Slaght een aantal gps-dataloggers te strikken. Deze kostten echter een veelvoud van de andere zenders, maar hierdoor konden de uilen alsnog gevolgd worden. Dit heeft geleid tot een unieke inkijk in het leven van de mysterieuze uilen.


Lees ook: een bevlogen jaar – boekenreview


Het leefgebied

Naast de leefwijze heeft Slaght samen met zijn Russische collega’s veel tijd gestoken in het onderzoeken van het leefgebied van de visuil. In het territorium werden alle plantensoorten in kaart gebracht en in de rivier werden de vissoorten vastgesteld. Door deze gegevens te combineren met de vliegpatronen van de visuilen, kwam Slaght erachter dat visuilen de verschillende zalmsoorten in de rivier volgde naar de plekken waar ze zich voort planten. Dit zorgde ervoor dat de visuil erg succesvol was in zijn jachttechniek. Daarnaast kwamen ze erachter dat met het beschermen van de paaiplaatsen van de zalmen ook de visuilen beschermd werden.

Visuilen zalm
Visuilen profiteren van beschermingsmaatregelen voor vissen in de rivieren, die stromen door hun leefgebied (Shutterstock)

De resultaten

In de periode tussen 2006 en 2010 heeft Jonathan Slaght in totaal 20 maanden doorgebracht in de Russische bossen. Alle data die hij in die tijd heeft verzameld, heeft hij gebundeld en in zijn onderzoek gebruikt ter bescherming van de visuil. Een van de resultaten was dat de visuilen uitsluitend in de dalen bij de rivieren leven. Hier lagen echter ook de belangrijkste wegen in het gebied, die voornamelijk gebruikt werden door de houthandelbedrijven, wat zorgde voor een conflict. Met behulp van het onderzoek heeft Jonathan samen met zijn team belangrijke beschermingsmaatregelen kunnen afspreken. Hierdoor kan er in de toekomst meer rekening gehouden worden met de visuil in het gebied, wat zou moeten leiden tot minder (verkeer)slachtoffers.

Conclusie

Het boek Uilen van het eeuwige ijs is een vermakelijk boek dat je kennis laat maken met een van de gaafste uilen ter wereld. Maar naast de kennismaking met de Blakistons visuil, zul je ook kennis maken met een gebied dat voor vele van ons onbekend is en waar de meeste nooit zullen komen. Het boek geeft daarnaast een uitstekend inzicht in het uitdagende werk van een wildlife bioloog.

Naast de Blakistons visuil laat Jonathan Slaght je kennis maken met ander wildlife uit de regio zoals de Stellers zeearenden, oeraluilen, Chinese woudapen en zwarte beren. Het boek is, naast dat het ontzettend leuk is om te lezen, belangrijk omdat het aandacht vraagt voor een van de laatste wildernissen op deze aarde. Het geeft een unieke kijk in het gebied en na het lezen van het boek kun je niet anders dan het met me eens zijn dat deze wildernis de moeite is om te beschermen. Het boek is hier te bestellen bij bol.com.


Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Verder lezen

Nog niet uitgelezen? Lees dan hier onze review over het boek ‘Een bevlogen jaar’ geschreven door Arjan Dwarshuis. In dit spannende boek neemt Arjan je mee rond de wereld om het wereldrecord vogels kijken in één jaar te verbreken!

Dome boomhut Ardennen

Ardennen

Vlak over de grens bij onze zuiderburen vind je de Ardennen. Een gebied in België dat zich kenmerkt door de grote loof- en naaldbossen, grote rotsformaties en valleien met rivieren en watervallen. Een uitstekend wandelgebied met een gevarieerde flora en fauna. Tijdens ons bezoek aan de Ardennen overnachtten we op een bijzondere plek. In een ‘dome boomhut’ tussen de bomen en recht onder de sterren. Een unieke slaapervaring in een toch al bijzonder gebied.

Dome boomhut

Op ongeveer een uur rijden vanaf de grens bij Maastricht vind je het plaatsje Fisenne. Fisenne ligt op een kleine afstand van de meer bekende plaats in de Ardennen, Durbuy. De omgeving rondom Fisenne kenmerkt zich door een half openlandschap, waarbij akkers, kruidenrijke graslanden en kleine bossen zich afwisselen. In een weiland gelegen langs een boerderij (250 meter verderop, waar je de auto parkeert) staat een boomhut aan de rand van het bos.

Het is echter geen boomhut zoals je die wellicht zou verwachten. Op een vlonder tussen twee bomen in, circa vier meter boven de grond, staat een bolvormige hut. Deze hut is gemaakt van hetzelfde materiaal als waar springkussens van worden gemaakt. De gehele bovenzijde van de hut is transparant, waardoor je dus de kroon van de twee bomen en de sterrenhemel van dichtbij kunt zien vanuit de hut.

Boomhut dome (Natuurhuisje)
De dome-boomhut staat aan de rand van een bos (foto: natuurhuisje.nl)

Natuur van dichtbij beleven

Hierdoor kun je dus veel vogelsoorten van dichtbij in hun natuurlijke habitat zien, zonder dat zij jou opmerken. De ochtend dat wij wakker werden hebben we in een kort tijdsbestek koolmezen, kuifmezen, zwartkoppen, zanglijsters en een gaai gezien. De avond ervoor hadden we het geluk dat het helder was en hebben we een prachtige sterrenhemel gezien! Fantastisch om naar te kijken, zonder afgeleid te worden van hinderlijke omgevingsgeluiden, maar enkel begeleid door de zang van een bosuil.


Lees ook: Teutoburgerwoud wandelvakantie


Kuifmees
Een van de soorten die je vanuit de boomhut kunt zien is de sierlijke kuifmees

’s Ochtends, als je wakker wordt, kan er nog een aangename verassing op je staan te wachten. Vanuit het bos zouden er namelijk wilde zwijnen of herten naar de bosrand kunnen zijn gekomen, die vlak bij de boomhut staan te foerageren. De beste kans om een van deze zoogdieren te spotten is net voor of tijdens zonsopkomst.

Wandelen

De Ardennen zijn natuurlijk een uitstekende plek voor van allerlei buitenactiviteiten. Een van de meest populaire daarvan is wandelen. Een wandeling door het unieke landschap van de Ardennen is dan ook uitstekend te combineren met een verblijf in dit natuurhuisje.

Korte wandeling in Durbuy

Een korte wandeling van 5,5 tot 7,5 kilometer (afhankelijk van waar je de auto parkeert) kun je lopen vanuit het historische stadje Durbuy. Dit is, ondanks de korte afstand, een zeer gevarieerde route. Je start bij de Falize rots, die ongeveer 350 miljoen jaar geleden ontstaan is. Het eerste gedeelte loop je langs de rivier De Ourthe (een zijrivier van De Maas), die je leidt naar een pittige klimmetje. Als je boven komt, kom je in het gehucht Bohon. Je vervolgt de weg dan weer richting Durbuy. Je bereikt uiteindelijk Durbuy door in een fraai bos een aantal trappen af te dalen. In Durbuy is daarnaast een groot outdooractiviteitencentrum, waar je onder andere kunt kanoën.

De route is bewegwijzerd door middel van groene rechthoekjes. Hier is ook een uitgebreide beschrijving van de route te vinden.

Falize rots
De Falize rots, zo’n 350 miljoen jaar geleden ontstaan

Middellange wandeling rondom Soy

Dit is een wandeling die ongeveer langs de boomhut loopt en start in Soy bij het kerkhof. Het is een erg rustige wandeling van ongeveer 14,5 kilometer lang. De wandeling leidt je door een redelijk open landschap (waarschijnlijk meer open dan je van de Ardennen gewend bent). Uiteraard doorkruis je zo nu een dan wel een bos, waarbij er in eentje een pittige klim op je te wachten staat. In het meer open landschap vallen de oude eiken en beuken langs de route op. Daarnaast heb je een goede kans om roofvogels zoals buizerds en wouwen in de lucht te zien.

Via deze link van Wandelgids Zuid-Limburg is er meer informatie over deze route te vinden, zoals een gpx-bestand van de route voor je smartwatch en enkele foto’s.


Lees ook: natuurhuisje in La Roche-en-Ardenne


Flora en fauna

Een goede reden om naar de Ardennen te gaan, is de rijkdom aan (bijzondere) dieren en planten. De grote, oude bossen en het hoogteverschil zorgen ervoor dat veel dieren en planten zich er thuis voelen en de invloeden van de mens zijn er nog enigszins beperkt.

Op het gebied van zoogdieren kun je er herten en everzwijnen zien. Maar ook vossen, boommarters, wolven en zelfs lynxen zijn waar te nemen in de Ardennen. De meeste van deze dieren (vooral lynxen) ontwijken echter liever contact met mensen, waardoor je ze niet snel zult zien.

Makkelijker te spotten zijn vogels. Deze laten zich veel makkelijker zien en er zijn een aantal leuke soorten te ontdekken. Eerder noemde we al buizerds en wouwen, maar ook voor bijvoorbeeld spechten ben je aan het juiste adres. Zo heb je hier bijvoorbeeld, naast de spechten die je in Nederland tegen kunt komen, ook de grijskopspecht. Andere gave vogels die je tijdens je verblijf in de Ardennen kunt waarnemen zijn de raaf, gele kwikstaart en de waterspreeuw.

Ook voor bijzondere flora ben je in de Ardennen aan het juiste adres. Wij waren er in het voorjaar, de tijd dat de sleutelbloemen opvallen met hun gele bloemen. De bosanemonen en daslook kleurden de bodem van bossen wit en pinksterbloemen floreerde in de weilanden.

Het verblijf in de dome boomhut

Al met al kunnen we de boomhut in de Ardennen zeker aanraden. Je moet hiervoor wel goed ter been zijn en een beetje avontuurlijk in gesteld zijn. Houd er rekening mee dat het bij koude nachten in de dome boomhut nog wel koud kan worden, ondanks de maatregelen (donsdeken en elektrische heater) die de verhuurder heeft genomen. Tijdens onze nacht daalde de temperatuur tot net onder het vriespunt en werd het in de dome dus best koud. Neem dus zeker warme kleding mee als de weersvoorspellingen niet zo goed zijn.

Ben je bereid de kou te trotseren, of op een ander moment de hut te boeken, dan ben je een ervaring rijker. Via deze link (natuurhuisje.nl) kun je de boomhut boeken en een onvergetelijke ervaring in een unieke accommodate beleven.


Lees ook: hike Epen (Zuid-Limburg) 21km


Wat zijn invasieve exoten?

Grijze eekhoorn

Zo nu en dan duiken er in ons land plant- en diersoorten, en andere organismen, op die hier van nature niet voorkomen. Vaak bereiken deze soorten met behulp van ons, de mens, ons land. Onze soort is nou eenmaal wereldwijd verspreid, wat ervoor zorgt dat we naar de andere kant van de wereld reizen voor vakantie, werk of door het transporteren van middelen. De plant- en diersoorten die deze reis onopgemerkt met ons mee maken, komen in een nieuw gebied terecht. Hier kunnen ze flinke schade aanrichten aan de reeds aanwezige, inheemse flora en fauna. Dergelijke soorten noemen we invasieve exoten. In deze blog lees je alles over deze exoten. Hoe ze hier terechtkomen, waarom ze een probleem zijn, en wat er aan kunnen doen.

Japanse duizendknoop
Japanse duizendknoop is misschien wel de meest bekende invasieve exoot van de laatste jaren. De plant werd ooit ingevoerd als sierplant voor in de tuin

Het begrip invasieve exoot

Het begrip ‘invasieve exoot’ bestaat uit twee delen. Om goed te kunnen begrijpen wanneer een plant- of diersoort wordt gekwalificeerd als invasieve exoot, is het van belang deze twee delen los van elkaar helder te hebben. Dit is het makkelijkste uit te leggen door als eerste het woord exoot uit te leggen. Wanneer is een dier of plant een exoot in Nederland?

Exoot

Een exoot is een organisme dat zich buiten zijn natuurlijke verspreidingsgebied heeft gevestigd. Het dier is hier (bewust of onbewust) door de mens geïntroduceerd en heeft zich hier weten te handhaven. Het organisme heeft een volledige levenscyclus kunnen voltooien, zonder behulp van de mens.

Bovenstaande definitie laat natuurlijk nog ruimte over voor discussie. Om het gemakkelijker te maken is er ooit gesteld in Nederland, dat dieren die vóór het jaar 1500 in Nederland voorkwamen, allemaal als inheems worden gezien. Het is namelijk niet mogelijk om voor ieder soort zover terug in de tijd te gaan om na te gaan of we met een exoot hebben te maken of niet.

Een goed voorbeeld van een soort die van nature niet voorkomt in Nederland, maar wel als inheems wordt gezien is de kersenboom. De kersenboom komt namelijk van oorsprong voor in de meer zuidelijkere delen van Europa, maar is door de Romeinen ingevoerd in ons land. Caesar liet namelijk (onder andere) plantages kersenbomen aanplanten om zijn legioenen te voorzien van voedsel. Nadat de Romeinen verdwenen, bleven de kersenbomen achter en wist de boom zich te vestigen in ons land. Andere voorbeelden van soorten die voor 1500 al in ons land aanwezig waren, maar hier niet van nature voorkomen zijn de knobbelzwaan en de fazant.

Kersenbomen
Kersenbomen werden door de Romeinen aangeplant en kwamen zo in Nederland terecht. De bomen hebben zich weten te handhaven en zijn tegenwoordig nog terug te vinden in de Nederlandse natuur

Invasief

Nu we duidelijk voor ogen hebben wat exoten zijn, is het belangrijk om te bepalen wat er met invasieve exoten wordt bedoeld. Immers niet alle exoten zijn invasieve exoten. Invasief laat zich vertalen als iets wat groeit, buiten de plek waar het ontstaan is. Je zou ook binnendringend kunnen zeggen.

Invasieve exoten zijn dus organismen die zich snel vermeerderen op een plek waar ze niet op eigen kracht zijn gekomen, maar met behulp van de mens, en daar een bedreiging vormen voor de inheemse natuur. Doordat deze soorten zich enorm snel vermeerderen, zijn ze een gevaar voor de inheemse flora en fauna. Vaak in het bijzonder de inheemse tegenhanger van de soort. Ze vormen vaak concurrentie voor de inheemse soort en dragen soms ziektes mee waar ze zelf geen last van hebben, maar voor de inheemse soort fataal kan zijn.

Er zijn dus ook veel voorbeelden te vinden van exoten in Nederland, die niet bestempeld worden als invasieve exoot. De Amerikaanse eik is hier een voorbeeld van. Omdat de Amerikaanse eik niet een dermate invasief gedrag vertoont, staat deze niet op de lijst van invasieve exoten, en hoeft daarom niet wettelijk bestreden te worden. Wel is het zo dat onze natuurgebieden nog steeds meer gebaat zijn bij een inlandse eik dan een Amerikaanse eik. Uit onderzoek is namelijk gebleken dat er op en rondom een inlandse eik (zoals de zomereik) zo’n 400 andere organismen (zoals mossen en insecten) te vinden zijn, tegenover respectievelijk 200 soorten op de Amerikaanse variant. Kies dus altijd voor een inheemse soort.

Exoten
Wanneer is een organisme een exoot? En wanneer is het een invasieve exoot? (Wageningen University & Research)

De verspreiding

Zoals gezegd gebeurt de verspreiding van deze exoten met behulp van de mens. Het constante reizen van ons heeft ervoor gezorgd dat er overal ter wereld soorten voorkomen die daar van nature niet voorkomen. Sommige soorten hebben we in der loop der jaren bewust uitgezet in bepaalde gebieden, andere hebben we onbewust meegenomen. Let op: in deze paragraaf spreken we over exoten, dus niet per se over invasieve exoten. Goed om te onthouden: een exoot hoeft niet altijd invasief te zijn, maar een invasieve soort is wel altijd een exoot.


Lees ook: waar is biodiversiteit goed voor?


Bewust

In het verleden zijn in Nederland diverse dieren uitgezet, vooral voor het ‘vermaak’. In de meeste gevallen de jacht. Fazanten, konijnen en knobbelzwanen zijn hier allen voorbeelden van.

Daarnaast hebben we van heinde en verre dieren en planten meegenomen als huisdier, of als sierplant in de tuin. Onze beken en plassen worden tegenwoordig vaak bewoond door diverse moerasschildpadden (geelbuik-, geelwang- en roodwangschildpadden). Deze dieren worden als jonge exemplaren gekocht in de winkel, maar op het moment dat men erachter komt dat deze dieren groot en zeer oud kunnen worden, wordt er afscheid van genomen. De dieren belanden dan vaak in de natuur, omdat ze er anders niet vanaf komen.

Roodwangschildpad
Moerasschildpadden worden vaak als jonge dieren gekocht in de dierenwinkel, maar komen daarna al vrij snel in de natuur terecht omdat ze te groot worden.

Een ander voorbeeld is de Amerikaanse stierkikker, die van nature niet in Europa voorkomt. Deze soort is in Europa ingevoerd voor de consumptie van kikkerbillen, maar ook als huisdier (vijvers). Ook deze soort heeft zich in onze natuur weten te handhaven en is een serieuze bedreiging voor de inheemse kikkers in ons land. Ze zijn een geduchte voedselconcurrent, en omdat ze veel groter worden dan de inheemse kikkers, kunnen ze soms zelfs de kikker consumeren. 

Naast huisdieren, hebben we in de loop der jaren ook van allerlei planten meegenomen voor in onze tuinen. Het meest recente en bekende voorbeeld hiervan is natuurlijk de Japanse duizendknoop. De soort verspreidt zich ontzettend snel, en is een ware plaag voor groen- en natuurbeheerders. Daarnaast zijn er ook wat vijverplanten, grote waternavel en watercrassula bijvoorbeeld, die we hier geïntroduceerd hebben en die nu onze inheemse soorten bedreigen.   

Industrie

Dan zijn er nog enkele dieren in de Nederlandse natuur terecht gekomen doordat ze ontsnapt zijn uit fokkerijen. In het verleden waren er in Nederland diverse nertsenfokkerijen te vinden, voor het bont. Hiervoor werd over het algemeen de Amerikaanse nerts gehouden. Uit diverse fokkerijen zijn nertsen ontsnapt, die zich hebben weten te vestigen in de natuur. Ook zijn er in andere delen in Europa op eenzelfde manier wasbeerhonden uit fokkerijen ontsnapt. Deze worden ook zo nu en dan in Nederland waargenomen.   


Lees ook: marters in Nederland


Onbewust

Naast het bewust invoeren van plant- en diersoorten, komt het ook wel eens voor dat we soorten onbewust op onze reis meenemen. Een goed voorbeeld hiervan zijn planten en dieren die meekomen met het ballastwater van schepen.  Wanneer het schip ergens vracht gelost heeft, wil het met ongeveer hetzelfde laadgewicht terug gaan om de sterkte en stabiliteit van het schip te behouden. Als er geen vracht opgehaald wordt, wordt het schip deels gevuld met zeewater, wat dienst doet als ballast.

Met dit water worden vanzelfsprekend allerlei planten en dieren meegenomen, die bij terugkomst weer worden geloosd in de zee. Op deze manier zijn er al rivierkreeften en grondels mee gekomen die hier de inheemse watervissen bedreigen.

Containerschip
Via het ballastwater van schepen komen veel exoten die in het water leven ons land binnen

Ook bij andere logistiek van middelen die we importeren komen organismen mee. Denk hierbij bijvoorbeeld aan spinnen en insecten die via de handel in voedsel (fruit met name) in een ander land terecht komen. Tot slot komen er ook zaden van planten met ons meegereisd, vastklevend aan de kleding of onder het schoeisel.

Wat te doen met invasieve exoten?

Invasieve exoten vormen een serieuze bedreiging voor onze inheemse flora en fauna. De aantallen (invasieve) exoten zijn de laatste decennia toegenomen, logischerwijs omdat we steeds meer zijn gaan reizen. Deze toename maakt het daarom ook essentieel om actief beheer te voeren om de inheemse soorten te beschermen.

Een van de belangrijkste redenen waarom exoten hier invasief gedrag kunnen vertonen, is omdat ze hier geen natuurlijke vijand hebben. Dit zorgt ervoor dat ze eindeloos in aantallen kunnen toenemen. Deze ontwikkelingen kunnen er niet alleen voor zorgen dat dit ten koste gaat van een andere soort, maar ook dat hele ecosystemen (en daarmee hun ecosysteemdiensten) ontregeld worden. Dit kan dus ook negatieve gevolgen hebben voor ons als soort.


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Bestrijding van invasieve exoten

De bestrijding van invasieve exoten is een tijdrovende kwestie en kan soms veel geld kosten. Er moet inzicht verkregen worden in de ecologie van een exoot. Hiervoor is vaak data van het verspreidingsgebied nodig, waarbij zenderen van de dieren het meest effectief is. Om dit te doen moeten exemplaren gevangen worden en voorzien van een zender, wat arbeidsintensief is en relatief duur (de zenders) is. Dit zorgt er voor dat er met het beperkte budget ook maar beperkt ingegrepen kan worden, wat vaak niet genoeg is om de invasieve exoot te verdringen. Door zelf je waarnemingen van invasieve door te geven via waarneming.nl, kun je dus een waardevol bijdrage leveren aan het bestrijden van de invasieve exoten.

Er komen gelukkig steeds strengere regels omtrent het invoeren van plant- en diersoorten. Daarnaast is er steeds vaker een verbod op het houden en kweken van hobbydieren die bestempeld zijn als invasieve exoot.

Otter
Herintroductie van soorten (otter) kan ervoor zorgen dat invasieve exoten, zoals rivierkreeften, minder hard in aantallen toenemen

Ook is er bewezen dat het (her)introduceren van inheemse soorten kan meehelpen in de bestrijding van invasieve exoten. Een goed voorbeeld hiervan is de otter, die ruim 20 jaar geleden is geherintroduceerd en veel rivierkreeften eet. Ten slotte zijn er experimenten gedaan met het introduceren van een bladvlo waar bij Japanse duizendknoop. Deze drinken het sap van de plant, waardoor de enorme groei van de plant (tot wel tien centimeter per dag!) geremd wordt, en minder woekert.

Bovenstaande methodes bieden hoop voor de toekomst. Onderzoek blijft echter nodig, om de hoeveelheid invasieve exoten in ons land binnen de perken te houden.

Hoe werkt eb en vloed?

Eb bij de Waddenzee

De maan, de zon en de aarde hebben er allemaal mee te maken: het proces van eb en vloed. Hoog water wisselt zich af met periodes van laag water. Daarnaast zijn er ook periodes van doodtij en springtij. Dit kan gevaarlijke natuurverschijnselen doen ontstaan, zoals Watersnoodramp in 1953. We zijn altijd bezig ons te beschermen tegen deze natuurkracht. Desondanks zijn er ook momenten waarop we een andere kant van de zee kunnen ervaren, door bijvoorbeeld te gaan wadlopen. In deze blog lees je alles over het fenomeen eb en vloed.

Eb en vloed: het proces van aantrekken en terugtrekken

In al het water op aarde merk je het effect van eb en vloed. Dit heeft te maken met de stand van de aarde en de maan. Maar wat is eb en wat is vloed? Wanneer het eb is, staat het water laag. Bij vloed staat het water juist hoog. Vind je het lastig om dit te onthouden, dan kun je denken aan dit ezelsbruggetje: als je iets in overvloed hebt, heb je er veel van. Zo is het ook met water; als het vloed is, is er veel (hoog) water.

Op grote oppervlakken merk je het verschil tussen eb en vloed meer dan bij kleinere oppervlakken. Bij versmallingen, zoals bij de Straat van Gibraltar, zul je bijvoorbeeld veel minder van het aantrekkende en wegtrekkende water merken dan bij de aangrenzende Noordelijke Atlantische Oceaan. En omdat de Straat van Gibraltar zo smal is, kan er geen eb en vloed ontstaan in de Middellandse Zee. Het zeeniveau kan door deze versmalling niet merkbaar stijgen of dalen.

Tijdens eb trekt het water zich terug en komen zandbanken bloot te liggen
Tijdens eb trekt het water zich terug en komen zandbanken bloot te liggen

Invloed van buitenaf

Het proces van eb en vloed heeft te maken met de aantrekkingskracht van de maan. Hoe zit dat nu precies? De maan trekt aan de aarde, maar ook aan het water op aarde. Op het deel van de aarde waar de maan aan trekt, staat het water hoger. Daar is het dus vloed. Door deze aantrekkingskracht ontstaan ook de golven. Doordat de aarde en de maan draaien, trekt de maan het water mee. Hierdoor zie je de golfbeweging van het water.

Eb en vloed kent een steeds terugkerende cyclus. Het is twee keer per dag eb en twee keer per dag vloed. Grof genomen, want de periode tussen vloed en de volgende vloed is ongeveer 12 uur en 25 minuten. Doordat de wereld om haar eigen as draait in 24 uur, staat elke kant twee keer per etmaal aan de kant van de maan.


Lees ook: de beekprik, rivierprik en zeeprik


Tijdens eb kun je zeehonden zien rusten op zandbanken en bij geulen
Tijdens eb kun je zeehonden zien rusten op zandbanken en bij geulen

Springtij

Zoals je hierboven kunt lezen, heeft de maan dus een sterke aantrekkingskracht op de aarde en het water op de aarde. Maar ook de zon heeft invloed hierop. Wanneer de aarde, maan en zon op één lijn staan, is het springtij. Het verschil tussen hoogwater en laagwater is nu het grootst. Dit komt twee keer per maand voor, namelijk een week na nieuwe maan of volle maan.

Met springtij kan het water nog hoger komen dan met vloed
Met springtij kan het water nog hoger komen dan met vloed

Doodtij

Aan de andere kant hebben we ook doodtij. Dit is eigenlijk het tegenovergestelde van springtij. Met doodtij is het verschil tussen hoogwater en laagwater juist het kleinst. Gemiddeld gezien staat het hoogwater niet zo hoog als anders en het laagwater staat niet zo laag als anders. De maan, aarde en zon staan nu niet op één lijn. De maan en de aarde staan op één lijn, maar de zon staat in een haakse hoek op de aarde.

Gevaar in zee tijdens eb

Wanneer het eb wordt, trekt de zee zich terug. Dit kan gevaarlijke situaties opleveren, waar je mee de zee in wordt getrokken door de stroming. Het kost dan veel kracht om hier tegenin te zwemmen. Het beste is dan om te wachten op golven die richting de kust gaan, zodat je je op die stroming kunt begeven. Wanneer het eb is, zijn muien ook erg gevaarlijk. Muien bevinden zich tussen zandbanken en kunnen erg brede en lange geulen zijn. De stroming is hier vaak erg sterk.


Lees ook: wat is een symbiose?


Watersnoodramp: vloed en springtij

In 1953 kwamen er facetten samen die leidden tot een enorme natuurramp: de Watersnoodramp. Op 1 februari stonden de maan, de aarde en de zon op één lijn: springtij. Daarbij stak er een felle noordwestenwind op, die de golven nog hoger en zwaarder op het land liet beuken. Deze twee zaken, in combinatie met het onder zeespiegel liggende land, zorgen ervoor dat de dijken doorbraken en een heel deel van Zeeland overstroomde. Dit is een van de grootste natuurrampen van ons land. Sindsdien zijn er grote waterwerken gebouwd, om zo’n ramp in de toekomst te voorkomen: de Deltawerken.

De Deltawerken verdedigen het land tegen hoogwater
De Deltawerken verdedigen het land tegen hoogwater

Menselijk ingrijpen

Al voor de Deltawerken was men bezig met het in toom houden van het water. Enkele decennia voor de Deltawerken werd het plan voor de Afsluitdijk gemaakt.

Met de komst van de Afsluitdijk is de Zuiderzee veranderd in het IJsselmeer. In 1932 werd het laatste gat gedicht en in 1933 konden mensen het gebruiken als autoweg. De Zuiderzee, met haar getijden, bestond niet meer. Het IJsselmeer is een zoetwaterplas. Een levensveranderende situatie voor het leven in de zee. Het zoute water veranderde nu in zoet water. De eerste tijd was het water nog zout, maar omdat er geen verbinding meer met de zee was en er onder andere door regen en rivieren zoet water aangevoerd wordt, werd het water brak. Na enkele jaren was het water volledig zoet. Zoals eerder genoemd, had dit grote gevolgen. Dieren die afhankelijk zijn van zout water, zoals vis en daarmee ook de vogels die die vis eten, konden hier niet overleven.


Lees ook: waar is biodiversiteit goed voor?


Normaal Amsterdams Peil

Het moge duidelijk zijn: water staat nooit stil. Toch willen we graag het water meten, zodat we kritieke grenzen met betrekking tot hoogwater kunnen bepalen, bijvoorbeeld. En nu het klimaat drastisch verandert, stijgt de zeespiegel snel. Hoe meten we dat dan? In Nederland gebruiken we NAP. Met NAP geven we in Nederland aan hoe hoog (of laag) het water staat ten opzichte van een nulpunt. Dit nulpunt werd ooit voor het eerst aangebracht in de Amsterdamse sluizen. Vandaar de naam.

Normaal Amsterdams Peil
Normaal Amsterdams Peil

Doen: wadlopen

Wanneer het eb wordt, trekt de zee zich terug. Dat betekent dat er delen van de zeebodem droog komen te liggen. Dit gebeurt ook bij de Waddenzee. Wanneer het daar eb wordt, kun je naar verschillende Waddeneilanden lopen, zoals Schiermonnikoog, Ameland en Terschelling. Ook enkele andere eilanden zijn lopend te bereiken. Deze wandeltochten variëren in zwaarte, maar feit is dat je er sowieso wel sportief voor moet zijn. Een mooie ervaring om eens mee te maken, onder begeleiding van een gids.

Het Waddengebied is een zeer belangrijke plek voor allerlei trek- en watervogels. Tijdens het wadlopen zul je veel verschillende soorten horen en zien.

Het Wadddngebied tijdens eb
Het Waddengebied tijdens eb

Wat is een symbiose?

Koereiger (Saxifraga - Luuk Vermeer)

Net zoals we als mensen onderling samenleven en daar baat bij hebben, gebeurt dit ook in de ‘echte’ natuur. Er zijn talloze voorbeelden te bedenken van soorten die op het eerste oog niets met elkaar te maken hebben, maar toch met elkaar samenleven en hiervan profiteren. Het gaat zelfs zo ver dat sommige soorten hiervan afhankelijk zijn en zouden sterven als deze bijzondere samenwerking er niet zou zijn. Deze samenwerking noemen we een symbiose. In deze blog leggen we het begrip ‘symbiose’ verder uit, kijken we welke soorten symbiose er zijn, noemen we voorbeelden en zoeken we uit of we in Nederland ook dergelijke samenwerkingen kunnen vinden.  

Symbiose is het langdurige samenleven van individuen van verschillende soorten waarbij er een biologische interactie plaats vindt. We kennen zes verschillende vormen van symbiose; mutualisme, commensalisme, parasitisme, neutralisme, amensalisme en concurrentie.

Groot dooiermos
Korstmossen zijn een goed voorbeeld van symbiose. Dit is het resultaat van een samenwerking tussen een schimmel en een groenwier. Hier is het prachtige groot dooiermos te zien

Wat is een symbiose?

Symbiose is dus een heel breed begrip. De individuele soorten bij een symbiose noemen we symbionten. Symbiosen zijn terug te vinden in alle vormen van natuur en over de hele wereld. Er zijn voorbeelden van symbiosen te noemen tussen grote, goed ontwikkelde dieren zoals zoogdieren, maar ook op cellulair niveau zijn symbiosen te ontdekken (endosymbiose). Daarnaast kun je een symbiose waarnemen op de bodem van de oceaan, maar ook in de Hollandse polders en weilanden.

Er zijn diverse vormen van symbiosen. Deze worden hoofdzakelijk onderverdeeld op basis van het voordeel (of nadeel) wat beide soorten ervan hebben. Grofweg worden symbiosen onderverdeeld in zes verschillende vormen;

  • Mutualisme; 
  • Commensalisme;  
  • Parasitisme;
  • Neutralisme;
  • Amensalisme;
  • Concurrentie.
Symbiose diagram
De zes vormen van symbiose (De natuur van hier)

Daarnaast zijn er nog een paar losse verschijnselen, die nog niet volledig als een aparte vorm van symbiose worden gedefinieerd. Predatie wordt niet gezien als een vorm van symbiose. De voornaamste reden hiervoor is dat, om van een symbiose te spreken, beide soorten in leven moeten zijn. Bij predatie is dit in de eindfase niet meer het geval.

Blauwe reiger jacht
Predatie wordt niet gezien als een vorm van symbiose

Mutualisme

Een mutualisme is een symbiose waarbij beide soorten baat hebben bij de onderlinge interactie. De symbiose kan zelfs noodzakelijk zijn voor het voortbestaan van één of beide soorten. Een voorbeeld van een mutualisme vinden we bij de Acacia collinsii en enkele mierensoorten. De boom en de mieren komen voor in Midden-Amerika, en sommige delen van Afrika. De Acacia heeft holle stekels, waarin de mieren bescherming vinden. Daarnaast geeft de boom een zoetachtige stof af, waar de mieren zich dankbaar mee voeden. In ruil bieden de mieren de bomen bescherming. De mier bijt grazers in hun tong wanneer deze van de Acacia proberen te eten en valt andere insecten aan om ze te weren van de boom.


Lees ook: wat zijn ecosysteemdiensten?


Het is niet altijd wat het lijkt

Uit recent onderzoek blijkt dat de mutualistische symbiose tussen grote grazers (onder andere buffels en neushoorns), en ossenpikkers in Afrika toch niet zo voordelig voor beide soorten blijkt als in eerste instantie gedacht werd. Ossenpikkers eten weliswaar de teken en horzellarven uit de vacht van de grazer, maar ze blijken ook diepe wonden te maken om er bloed uit te kunnen drinken. Daarnaast eten ze voornamelijk de teken die vol met bloed zitten waardoor het positieve effect minimaal is. In dit geval is er dus geen sprak van mutualisme, wat wel altijd gedacht werd.

Buffel symbiose
Is de symbiose tussen de buffel en de ossenpikkers wel echt voordelig voor beide soorten?

Commensalisme

Er is sprake van commensalisme als één soort voordeel heeft bij de interactie, maar daarbij de andere soort niet schaad. Bij een dergelijke relatie is het vaak zo dat de gastheer een stuk groter is dan de soort die voordeel heeft bij de relatie. Een goed voorbeeld is de relatie tussen een garnaal (Periclimenes imperator) en zeekomkommers en/of zeesterren. De garnaal klimt op de zeekomkommers en -sterren en gebruikt ze als transport over de bodem van de zee heen. De garnaal kan hierdoor in een groter gebied naar voedsel zoeken zonder dat het hem extra energie kost.


Lees ook: wat zijn invasieve exoten?


Parasitisme

Parasitisme is een vorm van symbiose waarbij de ene soort, de parasiet, leeft op, of in de andere soort (gastheer). Hierbij beïnvloed de parasiet het leven van de gastheer op een nadelige manier. De parasiet voedt zich met de gastheer, of voedt zich met het voedsel van de gastheer (wanneer het een parasiet in de darmen betreft).

Voor een voorbeeld van parasitisme kunnen we bij onze eigen soort blijven. Alleen zijn wij dan de gastheer en is een lintworm de parasiet. Lintwormen kunnen ons lichaam binnen komen wanneer we de eitjes doorslikken. De kans dat dit gebeurd is het grootste bij het eten van rauw vlees. Dit wordt in een land als Nederland gelukkig vaak voorkomen door de hygiëne-eisen in slachthuizen.

Neutralisme

Er is sprake van neutralisme wanneer er een biologische interactie is tussen twee soorten waarbij er geen sprake is van voordeel of nadeel voor een van de soorten. Dit is het geval bij epifytisme bij planten. Epifyt is vertaald vanuit het Grieks op-plant. Het gaat dus om organismen die op planten leven. In dit geval planten die op andere planten leven. Mossen, korstmossen en bromelia’s zijn voorbeelden van epifyten.

Mos bomen symbiose
Epifyten, zoals mossen, leven op andere planten en hebben daarmee een biologische interactie

Amensalisme

Amensalisme wil zeggen dat één van de twee soorten de andere soort benadeelt, zonder dat de soort daar zelf voordeel bij heeft. Hiervan is bijvoorbeeld sprake bij de notenboom (Juglans regia). De notenboom geeft een stof af via de wortels, juglon, wat ervoor zorgt dat kruidachtige planten in de wortelzone worden onderdrukt.

Concurrentie

De laatste vorm kennen we allemaal wel, concurrentie. Er is sprake van concurrentie wanneer er een biologische interactie is tussen twee soorten, waarbij de fitheid van de ene soort onderdrukt wordt door de andere. Over het algemeen is er bij concurrentie sprake van een verliessituatie voor beide soorten.

Een voorbeeld van concurrentie vinden we bij zeesponzen en koraal. Ze concurreren om voedsel. Als de zeespons al het voedsel zou hebben, zou dat in eerste instantie een voordeel lijken voor de soort. Maar als de zeespons al het voedsel heeft, sterft het koraal, waarmee het koraalrif verdwijnt en de zeespons ook niet zou kunnen overleven.


Lees ook: waarom houden dieren een winterslaap?


Andere vormen

Naast bovengenoemde soorten zijn er nog een paar andere vormen van symbiose. Een daarvan is mimicry. Mimicry betekent letterlijk nabootsing. De ene soort doet dus de andere soort na. Er zijn verschillende vormen van mimicry, maar dit is iets te uitgebreid om in deze blog uit te leggen. Houd de site in de gaten, hier zal binnenkort een aparte blog over verschijnen.

Zweevlieg
De geel/zwarte kleur bij zweefvliegen is een voorbeeld van mimicry in de natuur. Zweefvliegen imiteren hiermee wespen om roofdieren af te schrikken

Dan is er nog de verzorgende symbiose, zoals we eerder hebben besproken tussen de grote zoogdieren en de ossenpikkers. Dit komt bijvoorbeeld ook voor bij vogels en krokodillen en zuigvissen en haaien of shildpadden. De reden dat we dit als een aparte vorm benoemen is omdat er al decennia lang discussie is tussen wetenschappers over de voordelen hiervan. Hebben beide soorten voordeel (mutualisme)? Heeft allen de verzorgende soort voordeel (commensalisme)? Schaadt de verzorgende soort de gastheer ook (parasitisme)? Omdat wetenschappers het er nog niet over eens zijn wordt het dus soms als een aparte vorm gezien.

Voorbeelden van symbiose in Nederland

Symbiosen komen overal ter wereld voor, ook in Nederland. Een van de voorbeelden zagen we aan het begin van de blog al; korstmossen. Korstmossen zijn een mutualistische symbiose tussen schimmels en groenwieren. Vaak kunnen de twee niet zonder zonder elkaar overleven. Het groenwier zorgt door middel van fotosynthese voor suikerverbindingen, waarmee de schimmel zich voedt. De schimmel zorgt op zijn beurt voor het vasthouden van water, wat de alg gebruikt voor fotosynthese, en zuren, wat het opnemen van mineralen vergemakkelijkt.

Een ander voorbeeld vinden we in de Hollandse weilanden, tussen de koeien. Want als je gelukt hebt, zie je soms een kleine, gedrongen reiger tussen de koeien lopen. Dit is de relatief zeldzame koereiger. De koereigers worden vaak bij koeien waargenomen omdat ze een symbiotische relatie hebben. Doordat de koeien al grazend door de weilanden lopen, drijven ze insecten en andere kleine dieren uit hun schuilplaatsen. De koereiger weet dit, en door simpel de koeien te volgen hoeft deze alleen rustig te wachten totdat de insecten uit de schuilplaatsen komen. Zo weet de koereiger een makkelijke prooi te vinden zonder veel energie te verspillen.

Koereiger (Saxifraga - Henk Sierdsema)
De koereiger vinden we vaak in de buurt van koeien, waar hij gemakkelijk voedsel kan vinden

Symbiose voor menselijk gebruik

In de loop der jaren zijn we steeds meer te weten gekomen over symbiose en zijn we er ook voordeel uit gaan halen. Sommige vormen van symbiose passen we namelijk toe in bijvoorbeeld de landbouw en er is zelfs een symbiose waar we zelf onderdeel van zijn. We bespreken hier enkele voorbeelden van symbiose, waarbij we als mens voordeel bij hebben.

Landbouw

In de landbouw wordt op veel verschillende manieren symbiose toegepast. We bespreken hier enkele voorbeelden.

Stikstof

Het bekendste voorbeeld van symbiose in de landbouw is waarschijnlijk wel de symbiose tussen vlinderbloemigen en de Rhizobium bacteriën. De planten kunnen groeien in stikstofarme gronden, doordat ze een samenwerking met de bacteriën aangaan. De bacteriën vormen een soort witte knolletjes bij de wortel van de plant. Daar vindt de uitwisseling van stoffen plaats. De bacteriën voorzien de plant van voldoende stikstof, in ruil daarvoor krijgen de bacteriën voeding (in de vorm van suiker) van de plant. Er is dus sprake van een mutualistische symbiose.

In de landbouw worden stikstofarme gronden aangeplant met lupine of klaversoorten (vlinderbloemigen) om zo het stikstof gehalte omhoog te krijgen. Onderzoekers zijn de effecten verder aan het onderzoeken om in de toekomst het gebruik van kunstmest te kunnen verminderen. Stikstof is namelijk een van de meest gebruikte kunstmeststoffen in de landbouw.

Fosfaat

Bovenstaande is niet alleen toepasbaar bij de vorming van stikstof, maar ook bij de vorming van fosfaat. Alleen gaan planten hier geen symbiose aan met bacteriën, maar met schimmels. De schimmels leven, net als de Rhizobium bacteriën bij de wortels van de plant en wisselen hier ook stoffen uit. Bijna alle planten hebben zo een samenwerking met deze schimmels. Deze samenwerking vindt plaats door een verbinding (netwerk) wat we mycorrhiza noemen. De schimmels zorgen voor extra mineralen (voornamelijk fosfaat) voor de planten, en krijgen in ruil daarvoor suikers terug. Dit is ook toepasbaar in de landbouw. Wederom met als resultaat dat er minder (vervuilend) kunstmest geproduceerd en gebruikt hoeft te worden.

Eekhoorntjesbrood
Eekhoorntjesbrood is een van die schimmel soorten die mycorrhiza’s vormt met bomen

Een ander voordeel van deze symbiose is maar weinig bekend. Er wordt geschat dat er wereldwijd zo’n vijf miljard ton koolstofdioxide wordt opgeslagen in deze mycorrhiza-netwerken. Een belangrijke ecosysteemdienst dus, in het tegengaan van klimaatopwarming.


Lees ook: waarom kwaken kikkers?


Het menselijk lichaam

De laatste vorm van symbiose is een die essentieel is voor ons eigen voortbestaan. Wij als mens zijn namelijk ook onderdeel van een symbiose. We hebben het hier over darmflora. In ons (en van vele andere meercellige dieren) maag-darmkanaal bevinden zich heel veel verschillende soorten bacteriën, die zorgen voor een biologische afbraak van stoffen die niet door het systeem afgebroken kunnen worden. Er is hier spraken van een mutualistische symbiose: de bacteriën voeden zich met onze afvalstoffen en helpen ons daarmee af van de afvalstoffen waar we zelf niet voor kunnen zorgen. Waar zouden we toch zijn zonder de ingenieuze oplossingen van de natuur?

Een bevlogen jaar – Boekenreview

Boeken

In de eerste boekenreview bespreken we het boek ‘Een bevlogen jaar’ van Arjan Dwarshuis. Het boek vertelt het verhaal van een Nederlandse vogelaar die een poging gaat doen het wereldrecord vogels kijken in één jaar te verbreken. Het record stond op dat moment op naam van een Amerikaanse vogelaar. Deze wist in ’n jaar tijd maar liefst 6042 soorten waar te nemen.

Een bevlogen jaar - Arjan Dwarshuis

Een bevlogen jaar – Arjan Dwarshuis

Arjan Dwarshuis is al zijn hele leven vogelaar. Hij is vogelgids en daarom de perfecte persoon om een boek te schrijven over de zoektocht naar zoveel mogelijk vogels. Naast het feit dat Dwarshuis vogelgids is, schrijft hij ook columns voor natuurtijdschriften en heeft hij een eigen podcast over vogels. Met zijn eerste boek ‘Een bevlogen jaar’ beleefde Dwarshuis zijn doorbraak bij het grotere publiek.

Het boek is gepubliceerd in mei 2019 en het telt 384 bladzijdes. Naast het boek is er ook een documentaire gemaakt over Arjan’s avontuur; Arjan’s Big Year. Het boek is hier (via bol.com) te bestellen als paperback, of als e-book.

Samenvatting

De zoektocht van Arjan begint op 1 januari 2016 in de ochtend rond de klok van 06:00 uur in Scheveningen. De eerste soort die hij op zijn lijst mag schrijven is de merel. Vanaf dat moment zal Arjan zich een jaar lang alleen maar bezig houden met de vogels in zijn omgeving. Hij zal een jaar lang continu onderweg zijn naar de volgende plek op deze aarde om nieuwe soorten aan zijn lijst toe te voegen. Om er alles aan te doen om aan het einde van het jaar meer dan 6042 soorten vogels te kunnen noteren.


Lees ook: 10 bijzondere trekvogels


De reis

Op 1 januari stapt Arjan in het vliegtuig om pas weer in april voor het eerst terug te keren naar Nederland. Tegen die tijd moet hij 10 landen bezocht hebben en al een aardig lijstje bij elkaar waargenomen hebben. Over zijn totale reis zal Arjan meer dan 40 landen bezoeken, verdeeld over vijf verschillende continenten. Zijn reis voert hem naar de verste uithoeken in de wereld. Papoea-Nieuw-Guinea, Nieuw-Zeeland, Madagaskar, Ecuador, Costa Rica en Ghana zijn een kleine greep uit de bijzondere locaties die Arjan bezoekt.

In Papoea-Nieuw-Guinea zag Dwarshuis de sierlijke kroonduiven
In Papoea-Nieuw-Guinea zag Dwarshuis de sierlijke kroonduiven

Vogels

De bijzondere plekken zijn natuurlijk mooi, maar in dit boek draait het in principe maar om één ding: vogels. Arjan zou deze plekken niet bezocht hebben als er geen bijzondere vogels te vinden waren. En de bijzondere vogels die hij beschrijft in zijn boek zijn er te veel om op te noemen. Van de sierlijke Sclaters kroonduif in Papoea-Nieuw-Guinea, tot de witkuiftok (een neushoornvogel) in het Afrikaanse Ghana.

Op Madagaskar zag hij de endemische zangvogel sikkelvanga, een vogel met een sikkelvormige snavel. In Suriname zag hij de imposante harpij-arend en op de Filipijnen had hij een ontmoeting met de misschien nog wel indrukwekkendere apenarend. De bizarste vogel die hij gezien heeft, wat mij betreft, zag hij in Uganda. Hier zag hij de schoenbekooievaar. Deze prehistorisch-uitziende ooievaar kan tot 140 centimeter groot worden, heeft een grijs verenkleed en een grote, imposante bek die met geen andere vogel te vergelijken is.

Schoenbekooievaar
In Uganda trof Arjan de bizarre schoenbekooievaar

Lees ook: arenden in Nederland


Het reisgezelschap

Arjan heeft de volledig reis als enige gemaakt, maar is op vele stukken tijdens zijn reis vergezeld door anderen. Toen hij op 1 januari vanuit Nederland vertrok om aan zijn eerste deel naar Azië en Nieuw-Guinea te beginnen, werd hij vergezeld door een goede vogelvriend. Deze zou de eerste 2,5 maand samen met hem reizen. Hierna heeft hij gedeeltes van zijn reis alleen afgewerkt, maar ook werd hij delen vergezeld door zijn ouders, vriendin, of andere vogelvrienden. Een bijzondere gast die met hem door Suriname is getrokken is Humberto Tan. De presentator is zelf ook een fervent vogelaar (door Arjan) en bevriend met Arjan geraakt nadat ze samen een ochtend zijn gaan vogelen. Daar werd beklonken dat Humberto met Arjan mee zou reizen door de jungle van Suriname.

Zijn enthousiasme, zijn liefde voor vogels en zijn kennis zijn spectaculair. Wat een geniale vogelman! – Humberto Tan

Hoatzin
De hoatzin, een van die opmerkelijke vogelsoorten die Arjan zag op zijn reis

Conclusie

Het boek is voor de vogelaars, natuurliefhebbers en reisjunkies onder ons een absolute must-read. Er hangt een bepaalde sfeer die je aan het begin van het boek pakt en je zo mee sleurt in een reis rond de wereld. Je maakt kennis met vogels waarvan je nog nooit had gehoord. Je komt op plekken waarvan je niet wist dat ze bestonden.

Het is een meeslepend boek met een serieuze ondertoon. Want hoewel Arjans enthousiasme over de vogels duidelijk te lezen is, geeft hij ook regelmatig aan dat een groot deel van deze soorten en hun leefgebied ernstig worden bedreigd. Om preciezer te zijn; één op de zeven vogelsoorten over de hele wereld wordt bedreigd. Met dit boek en lezingen over zijn wereldreis wil Arjan bewustzijn creëren en geld inzamelen voor de bescherming van vogelsoorten wereldwijd. Met deze boodschap in het achterhoofd wordt het belang van dit boek nog maar eens onderstreept.

Het is al met al een prettig en toegankelijk boek om te lezen, wat je niet snel aan de kant legt. Het boek is hier te bestellen bij bol.com

Verder lezen

Nog niet uitgelezen? Lees dan hier onze review over het boek Uilen van het eeuwige ijs, geschreven door wildlife bioloog Jonathan Slagt. Hierin neemt hij je mee naar het onherbergzame Syberië, op zoek naar de grootste uil ter wereld.

Madeira natuurvakantie

Buiten Nederland zijn er natuurlijk ook plekken waar je kunt genieten van fantastische natuur. In de serie ‘Over de grens ‘ nemen we je mee naar andere landen om daar te genieten van prachtige natuur. In deze blog nemen we je mee naar het Portugese eiland Madeira. Als je op zoek bent naar een vakantiebestemming niet te ver van huis, maar wat wel tropisch aan doet dan is Madeira perfect.

Madeira, ook wel het bloemeneiland genoemd, is een klein eiland gelegen ten westen van Marokko in de Noordelijke Atlantische Oceaan. Door de vele natuur die het eiland rijk is, de bananen- en papaya plantages en de oceaan constant in zicht, bekruipt je het gevoel alsof je aan de andere kant van de wereld bent. Niets is minder waar. In minder dan vier uren vlieg je van Amsterdam naar de hoofdstad Funchal, gelegen aan de oostkust van Madeira. Vanuit hier heb je diverse mogelijkheden om je verblijf te plannen. Wij zijn er van overtuigd dat we een van de mooiste hebben gevonden, gelegen in Ponta del Sol!  

Madeira

Madeira is een van die pareltjes wat nog enigszins gebleven is zoals het was (in hoeverre je daarvan kunt spreken natuurlijk..). Natuurlijk is het eiland (vooral in het zuiden) flink veranderd toen het in de 15e eeuw door de Portugezen werd ontdekt, maar desalniettemin is er gelukkig nog wat van het oorspronkelijke bewaard gebleven. 

Laurierbossen op Madeira.
Laurierbossen op Madeira

Oerbossen en bloemenoceaan

Het meest bijzondere zijn dan nog wel de laurierbossen die hier bewaard zijn gebleven. Deze vind je alleen nog op Madeira, de Azoren, de Canarische eilanden en Kaapverdië. De bossen wat zich kenmerkt door de vele lauriersoorten (met laurierkers en de Canarische laurier als meest dominante soorten) is een thuis voor diverse zeldzame planten- en diersoorten waarvan er een aantal endemisch zijn voor Madeira. Een van deze endemische soorten is de trocazduif, die zich goed thuis voelt in de laurierbossen. 

Naast de laurierbossen kenmerkt het eiland zich door de prachtige rotskliffen waar rijkelijk flora groeit en bloeit. Het eiland wordt met een reden bloemeneiland genoemd. Waarom zijn er zoveel bloeiende planten te vinden in Madeira? Dat heeft verschillende redenen. Het eiland bestaat voornamelijk uit vulkanisch materiaal, wat erg vruchtbaar is. Tel daarbij op dat het een mediterraans klimaat heeft en dat er met regelmaat regen valt en je hebt het perfecte recept voor een bloemrijk landschap. 

De grote plas

Al dit groen zorgt ervoor dat het landschap ook ideaal is voor allerlei dieren. Soorten als de madeirahagedis, monarchvlinder en madeiragoudhaan floreren bij deze omstandigheden. 

Als laatste willen we graag nog die grote plas benoemen, waarin Madeira ligt. De Atlantische oceaan is de op-één-na grootste oceaan ter wereld en herbergt een schatkist aan diersoorten en koralen. Zo zijn er onder andere 28 walvissoorten, de onechte karetschildpad, diverse haai- en rogsoorten en ontelbaar veel soorten vissen te vinden in de wateren rondom Madeira. 

Atlantische oceaan
De Atlantische Oceaan herbergt een grote verscheidenheid aan zeedieren

Hidden Paradise

We verbleven op ecoglamping Canto das Fontes gelegen te Ponta del Sol. Met de taxi vanuit het vliegveld was dit ongeveer 45 minuten rijden. De glamping is gebouwd op een steile klif waar vroeger een bananenplantage was. De host Roberto heeft het stuk grond, waar zijn oma vroeger bananenplanten liet groeien, nieuw leven ingeblazen. Hij plantte nieuwe fruitbomen, kocht nabij gelegen grond op en bouwde het eerste huisje in de eerste paar jaren dat hij er aan werkte. Pas na een tijd ontstond het idee om deze plek met andere te gaan delen.  

Toen we aankwamen bij de glamping waren we meteen onder de indruk. Links van ons hadden we een wijds uitzicht over de Noordelijke Atlantische Oceaan. Rechts keken we tegen een klif omhoog waar we de bovenkanten van de tipi’s al tussen het groen zagen uit steken. Voor ons lag een steile trap van zo’n 150 treden en een bagageband.   

Na een flinke klim kwamen we bij ons verblijf. Naast onze en diverse andere tipi’s waren er nog een gemeenschappelijke tipi, een bar (met barbeque) en een prachtige poel die gevoed werd door de waterval verderop. Werkelijk een adembenemende locatie!

De 150 traptreden naar ons verblijf.
De 150 traptreden naar ons verblijf (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Dieren spotten op Madeira

Voor de natuur te beleven hoefde we dus ook niet ver te zoeken. Op weg naar onze locatie kwamen we al enkele prachtige diersoorten tegen. Zo kruiste ons pad zich regelmatig met een of twee gele kwikstaarten op weg naar ons verblijf. 

Bij het verblijf verschenen er in de vroege ochtendzon honderden madeirahagedissen die, als je rustig bewoog, helemaal niet bang voor je waren waardoor je ze perfect kon observeren. Een andere soort wat zich graag liet zien was de monarchvlinder, welke van bloem naar bloem vloog.


Lees ook: walvissen spotten op Madeira


Madeirahagedis.
Madeirahagedis

Tegen de kliffen leefde een groep rotsduiven en een paartje torenvalken (ondersoorten van Madeira) die regelmatig op enkele meters afstand langs het verblijf vlogen. In de Canarische wilg, waaraan onze schommelstoelen hingen, kwam regelmatig een madeiragoudhaantje op bezoek. 

Later op de dag vlogen boven onze tipi de vale gierzwaluwen en ‘s avonds als we net in de tipi lagen hoorde we boven ons het bizarre en lastig te omschrijven geluid van de Kuhls pijlstormvogel. Deze waren op weg naar hun nest tegen de rotswanden (waarin ze ieder jaar één ei leggen).

Overdag zag je in de rivieren in de dorpjes muskuseenden en als je ‘s avonds langs de fruitplantages liep zag je regelmatig de grijze grootoorvleermuis fladderen. 

Het water op

Zodra je dichter bij de oceaan komt, veranderen de soorten. Langs de kust (en op het water) zie je vogels als de Noordse stern, de Freira en het madeirastormvogeltje. Hier is het ook mogelijk om met een speedboot het water op te gaan en de echte spectaculaire soorten te zien; walvissen en zeeschildpadden.

Natuuractiviteiten op Madeira

Als natuurliefhebber ben je op je plek op Madeira. Alleen al een simpele wandeling over het eiland geeft je een geweldige ervaring. De meeste soorten die we in het vorige hoofdstuk benoemden, kun je al treffen tijdens zo een eenvoudige wandeling. Maar wil je een nog gavere ervaring, dan is een van onderstaande activiteiten wellicht iets voor jou.

Walvissen spotten op de oceaan

Een van de activiteiten die wij hebben gedaan tijdens ons verblijf was een walvisexcursie. Vanuit de hoofdstad Funchal of het kleine havendorpje Calheta is het mogelijk met een speedboot de oceaan op te gaan, op zoek naar de 28 soorten walvissen die in de wateren rondom Madeira voorkomen. Daarnaast maak je onderweg kans op spectaculaire zeevogels, zeeschildpadden en een verscheidenheid aan vissoorten te zien. Lees in deze blog hoe dit avontuur voor ons uitpakte en welke tips we nog voor je hebben als je je excursie vanuit Calheta boekt. 

Hiken op Madeira

Met meer dan 100 wandelroutes is Madeira dé plek om te hiken. Deze routes brengen je naar de mooiste plekken op het eiland en laten je genieten van de dichte laurierbossen, verborgen watervallen, ontelbare levadas (irrigatiekanalen) en adembenemende vergezichten. Op het moment dat je gaat hiken, kom je op afgelegen plekken waar de natuur zijn gang kan gaan en waar je dus zeldzame flora en fauna kunt waarnemen. Een must-do als je op Madeira bent!

Als je vroeg opstaat om te gaan hiken, heb je kans op adembenemende plaatjes.
Als je vroeg opstaat om te gaan hiken, heb je kans op adembenemende plaatjes

Lees ook: dome boomhut Ardennen


Snorkelen en duiken

Op het eerste gezicht zou je niet meteen denken dat Madeira de plek is om te gaan snorkelen en/of duiken vanwege het ontbreken van zandstranden, maar juist dat kan een voordeel zijn. Vanwege het ontbreken van deze zandstranden blijft het eiland/de stranden ontzien van massatoerisme waardoor je dus alle ruimte en vrijheid hebt als snorkelaar. Tel daar de aangename watertemperatuur bij op en je hebt een perfecte plek om de onderwaterwereld te beleven. 

De onderwaterwereld is daarnaast ook nog eens zeer divers. Je kunt er onder andere barracuda’s, murenen, everlipvissen, zeepaardjes, roggen en haaien spotten. Daarnaast is er zelfs de mogelijkheid om een speciale excursie te boeken om bij  dolfijnen te spotten. Genoeg te zien dus onder water!

Paragliden

Ben je op zoek naar een keer wat anders, dan is het zeker de moeite om eens te kijken naar het paragliden. Op deze manier zie je het eiland vanuit een heel ander perspectief. Op het eiland zijn diverse plekken te vinden waar deze unieke ervaring wordt aangeboden. Ga met een ervaren gids op een tandemvlucht en vlieg langs de hoge kliffen en over de Atlantische Oceaan. Deze beleving zal je de natuur van Madeira op een heel andere manier laten ervaren dan je gewend bent en zal je lang bijblijven. 

Kust van Madeira
Kust van Madeira

Conclusie

Madeira is een prachtig eiland met een stukje waanzinnige natuur die je bijna nergens anders meer vindt. Als je nou op zoek bent naar een vakantie waar je volledig tot rust komt of op zoek bent naar een  actieve vakantie, dan ben je voor beide soorten op Madeira aan het juiste adres. Respecteer tijdens je bezoek de waardevolle natuur op het eiland, zodat deze waanzinnige plek nog door generaties beleefd kan worden. 

Walvissen spotten op Madeira

Vanaf de kust van Madeira kijk je uit op de Atlantische Oceaan

Buiten Nederland zijn er natuurlijk ook plekken waar je kunt genieten van fantastische natuur. In de serie ‘Over de grens’ nemen we je mee naar andere landen om daar de prachtige natuur te beleven. In deze blog gaan we naar een van de beste plekken ter wereld om walvissen te spotten. Met een speedboot zijn we de Atlantische oceaan opgegaan om een glimp op te vangen van ’s werelds grootste zoogdieren (walvissen), een van de slimste dieren ter aarde (dolfijnen) en een van ’s werelds langst levende dieren (schildpadden). 

Walvissen spotten

Madeira is bij uitstek een geschikte locatie omdat het gelegen is in de Atlantische Oceaan. De Atlantische Oceaan is na de Grote Oceaan de grootste oceaan ter wereld, bedekt zo’n 20% van het aardoppervlak en heeft een gemiddelde diepte van bijna 4000 meter. Uitermate geschikt dus voor de grootste zoogdierengroep ter wereld: de walvissen. Het feit dat walvissen in Madeira sinds halverwege de jaren ’80 beschermd worden, maakt het een fantastische plek om ongeveer eenderde van alle soorten te kunnen spotten. 

Dit artikel gaat verder onder de afbeelding

De taxonomie van alle 28 soorten walvissen die voorkomen in de wateren rondom het eiland Madeira.
De taxonomie van alle 28 soorten walvissen die voorkomen in de wateren rondom het eiland Madeira (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Voorkomende walvis soorten

Dit komt neer op 28 soorten walvissen, die onderverdeeld zijn in de tandwalvissen en baleinwalvissen. Zoals de benamingen al doen vermoeden, worden deze van elkaar gescheiden door de kaakstructuur. Tandwalvissen hebben in hun kaken tanden, baleinwalvissen hebben baleinplaten waarmee ze voedsel uit het water kunnen filteren. Tot de tandwalvissen horen onder andere de tuimelaar, de gewone spitssnuitdolfijn en de orka. De potvis, bultrug en blauwe vinvis zijn voorbeelden van baleinwalvissen die in de wateren rondom Madeira leven. In afbeelding  1 is de volledige taxonomie van de voorkomende walvissen rondom Madeira te vinden. 


Lees ook: Madeira natuurvakantie


Beste periode om walvissen te spotten

Met zoveel voorkomende walvissoorten is het natuurlijk een peulenschil om er een paar te spotten zou je zeggen. Dit is deels waar. Soorten uit de familie dolfijnen zijn over het algemeen goed te spotten, omdat ze in (grote) groepen leven, de speedboten met toeristen opzoeken en zich dan graag tonen door krachtig uit het water te springen of met hoge snelheid onder de boot door zwemmen.  

Echter zijn er ook een aantal soorten die veel schuwer en verlegener zijn en daardoor een stuk lastiger om te spotten, zoals bijvoorbeeld de spitssnuitdolfijn van Blainville. 

Ook is niet iedere soort jaarrond te zien op Madeira. De beste periode om er op uit te gaan is tussen april en oktober. Dan zijn de wateren warmer en zijn er meer soorten in te vinden.

Toch is dit niet voor iedere soort het geval. Sommige soorten zijn juist eerder te spotten in de koudere maanden. Wil je een specifieke soort waarnemen dan doe vooraf goed onderzoek, zodat je de meeste kans maakt.

Wil je een orka zien? Dan is de kans het grootst einde winter/begin voorjaar.
Wil je een orka zien? Dan is de kans het grootst einde winter/begin voorjaar.

Voorbereiding

Om goed voorbereid op pad te gaan en zo veel mogelijk uit je walvisexcursie te halen is het goed om vooraf wat zaken te regelen en/of over na te denken. Allereerst natuurlijk de reservering. Plan je bezoek aan het begin van de vakantie. Je bent namelijk afhankelijk van het weer, bij slecht weer wordt de excursie geannuleerd en wordt deze op een latere dag ingehaald. Wel handig als je dan nog op Madeira bent.  

Excursies vertrekken vanuit Funchal, maar ook meer richting de westkust vanuit het kleine havendorpje Calheta. Wij hadden onze excursie geboekt bij Lobosonda Whale Whatching, gelegen in Calheta. We zijn erg te spreken over deze organisatie omdat ze met veel respect voor de natuur te werk gaan en ook de toeristen instrueren dat zij de gast zijn op zee en niet de walvissen. Daarnaast krijg je ook goede uitleg aan boord over de soorten die je tegenkomt. Er wordt goed om de zee gedacht, want onderweg werd het plastic uit het water gevist. De gids heeft zelf een (goede!) camera mee aan boord. Na de excursie schrijven ze een blog over de gespotte soorten en worden de foto’s erbij geplaatst. Zo hoef je je onderweg niet druk te maken of je foto wel goed gelukt is en kun je echt genieten van wat je ziet. 

Smeer je vooraf goed in met zonnebrand op zonnige dagen en zorg dat je een vestje of trui mee hebt op de wat koelere dagen. Het kan later in de middag goed afkoelen op zee. Heb je een verrekijker? Neem deze dan zeker mee. Dit zorgt ervoor dat je dieren op afstand veel sneller kunt determineren waardoor je dus meer ziet dan degene zonder verrekijker.

Camera

Foto’s maken van de walvissen die je ziet? Zorg er dan voor dat de batterij opgeladen is, je genoeg geheugen op SD-kaart vrij hebt en de camera alvast hebt ingesteld. De volgende hoofdlijnen kun je aanhouden voor je camera: neem je beste zoomlens mee, zet hem op burstmodus, gebruik een korte sluitertijd en hanteer een gemiddeld diafragma (F8 bijvoorbeeld).

Staart van een bultrug. Eén van de 28 soorten die rondom Madeira gespot worden
Staart van een bultrug. Eén van de 28 soorten die rondom Madeira gespot worden

Onze tour

Wij maakten onze walvisexcurise op een zonnige dag eind augustus. In de winkel kregen we de eerste instructies en werd al wat verteld over de walvissen. Na het uitreiken van de reddingsvesten was het tijd de boot op te gaan en voor twee uurtjes de Atlantische Oceaan op te verdwijnen. Toen we eenmaal uitgevaren waren, hoefden we niet lang te wachten op de eerste diersoorten. Nog voor we de haven uit waren hadden we al een aantal Dougalls sternen gezien en zagen we de Atlantische rotskrabben op de rotsen van de haven met tientallen bij elkaar zitten.  


Lees ook: Teutoburgerwoud wandelvakantie


Andere zeedieren

Toen we op open zee kwamen duurde het niet lang voordat we de eerste spectaculaire soort zagen. Een stukje voor onze boot sprong er plotseling een grote tonijn een stuk uit het water. Een prachtige soort om te zien, treurig om vast te stellen dat de meeste tonijnsoorten door over-bevissen met uitsterven worden bedreigd.

Niet veel later diende de volgende soort zich aan. Wederom geen walvissoort maar zeker niet minder fascinerend. In het water zwom er rustig een onechte karetschildpad voorbij. De onechte karetschildpad is een zeeschildpad, een van de oudst levende families die er tegenwoordig nog zijn. Ze bestaan al ruim 200 miljoen jaar en hebben onder andere de dinosaurussen overleeft. Later tijdens de tocht zagen we nog een jong exemplaar zwemmen. Deze is een aantal jaren geleden midden in de nacht op een strand met tientallen broertjes en zusjes tegelijk uit het ei gekropen en de weidse oceaan in gezwommen. Hier heeft hij talloze gevaren moeten overwinnen om te komen tot dit punt. 

Onechte karetschildpad.
Onechte karetschildpad

Eerste walvissoorten!

We waren inmiddels een goed half uur op de oceaan en het werd langzaam tijd om een walvissoort te spotten. Aan dit verzoek werd gehoor gegeven. Rondom onze boot werden er steeds meer schimmen zichtbaar van dolfijnen in het water. Het duurde niet lang voordat de eerste met hun rugvin of snuit boven water uit kwamen. Onze gids herkende ze meteen en vertelde ons dat er een grote familie Atlantische vlekdolfijnen om ons heen zwom. De dieren waren totaal niet schuw, zwommen met grote vaart met de boot mee en sprongen spectaculair uit het water. Na een kleine tien minuten scheiden onze wegen en gingen we op zoek naar meer actie. 

Tuimelaar.
Tuimelaar

We hadden geluk want we troffen al vrij snel een andere soort dolfijn. Een nog grotere groep dan daarnet volgde onze speedboot en dit keer waren het tuimelaars. Ook deze waren totaal niet bang en leken met ons te spelen. Prachtige dieren om te oefenen met je camera of om gewoon te genieten van het feit dat je natuurlijk gedrag van dieren van zo dichtbij kunt beleven. 

Een zeldzaamheid?

De reis over de oceaan vervolgende en het bleef een tijdje stil. Op een gegeven moment (toen we op ongeveer driekwart van de volledige excursie zaten) kreeg de gids een bericht en werd de vaart erin gezet. Een spotter (medewerkers die de oceaan afturen met hun verrekijker vanaf land) had een koppel spissnuitdolfijnen van Blainville gezien en ons daarvan op de hoogte gebracht. Toen we op de plek waren werd de boot uitgezet en was het wachten. De gids vertelde ons dat er erg weinig bekend is over de soort en dat ze een verborgen bestaan leiden. De kans dat ze zich lieten zien was dan ook klein. Helaas was het geluk niet aan onze zijde en moesten we naar verloop van tijd het uit ons hoofd zetten. We zetten koers terug naar land.


Lees ook: dome boomhut Ardennen


Afsluiter

Op de valreep werden we toch nog verrast en spotte de gids op grote afstand twee dwergpotvissen. Helaas was er geen tijd meer (of werd er uit respect voor natuur) om ze van dichterbij te bewonderen en hielden we koers aan terug naar de haven. Onderweg terug zagen we nog enkele indrukwekkende zeevogels zoals de Kuhls pijlstormvogel  en wat meeuwensoorten. 

Twee uren later stonden we weer in de winkel en zat het erop, het was werkelijk voorbij gevlogen. Een dergelijke excursie is een absolute aanrader voor iedereen die Madeira bezoekt en enige affectie heeft met natuur.

Avondzon schijnend over de oceaan.
Avondzon schijnend over de oceaan

Nadien hebben we aan de boulevard bij een heerlijk Italiaans restaurant gegeten waar ze de beste pizza’s van Madeira serveren; Manifattura Di Gelato. Wil je zeker zijn van een plekje dan raden we aan vooraf te reserveren, het zat er binnen mum van tijd vol en we waren zelf net op tijd. Mocht je nog opzoek zijn naar een bijzonder verblijf op Madeira lees dan zeker onze blog over ons verblijf in Hidden Paradise Fig Tipi in Ponta del Sol. Dit is zo een bijzondere plek dat het je zeker jaren bij zal blijven. 

Veelgestelde vragen

Wat is de beste periode om walvissen te spotten op Madeira?

De beste periode om walvissen te spotten op Madeira is tussen april en oktober. Dan maak je de meeste kans op veel soorten. Niet alle soorten zijn het beste in deze periode te spotten. Ben je dus specifiek op zoek naar een soort lees je dan verder in over deze soort. 

Welke walvissen kan ik spotten rondom Madeira?

In de wateren rondom Madeira zijn een aantal soorten vinvissen te spotten; de blauwe vinvis, gewone vinvis, dwergvinvis (en nog een aantal andere), maar ook de bultrug, potvis, noordkaper en orka zijn er onder andere te spotten. Zie afbeelding 1 in deze blog voor alle soorten. 

Welke dolfijnen kan ik spotten rondom Madeira?

Rondom Madeira zijn ondere andere de tuimelaar, gewone griend, Atlantische vlekdolfijn, grijze dolfijn en gestreepte dolfijn te zien. Daarnaast ook spitssnuitdolfijnen als de gewone spitssnuitdolfijn en de spitssnuitdolfijn van Gervais te zien. Zie voor alle soorten dolfijnen afbeelding 1 in deze blog. 

Waar kan ik op Madeira walvissen spotten?

Excursies vertrekken onder andere vanuit de hoofdstad Funchal en het meer westelijk gelegen havendorpje Calheta. Soms zijn walvissen ook goed waarneembaar vanuit land op een hoger gelegen punt met een verrekijker.

Welke andere zeedieren leven rondom Madeira?

Naast walvissen kun je ook de onechte karetschildpad zien, zeeleeuwen, barracuda’s, mantaroggen, en diverse haaiensoorten in de wateren rondom Madeira. 

Teutoburgerwoud wandelvakantie

Boomwortels en gesteente in het Teutoburger woud

Buiten Nederland zijn er natuurlijk ook plekken waar je kunt genieten van fantastische natuur. In de serie ‘over de grens’ nemen we je mee naar andere landen om daar de prachtige natuur te beleven.  In de eerste blog in deze serie nemen we je mee op onze meerdaagse wandelvakantie in het Teutoburgerwoud. Vanuit Utrecht rijd je in  ongeveer 2,5 uur naar het Teutoburgerwoud, wat gelegen is in het westen van Duitsland en zich verspreid over de provincies Nedersaksen en Noordrijn-Westfalen. Het gebied dat zich kenmerkt door enorme rotsformaties en uitgestrekte bossen leent zich uitstekend voor lange wandelingen en is een ware trekpleister voor natuurliefhebbers.  

Teutoburgerwoud – de reis

Onze driedaagse wandelvakantie boekte we via SNP natuurreizen. Deze organisatie biedt bijzondere natuurreizen aan over heel de wereld en brengt je naar plekken die je zelf misschien wel voorbij zou rijden.
De reis was inclusief twee hotelovernachtingen (in twee verschillende hotels), twee keer ontbijt, één keer diner, bagagevervoer (van het ene naar het andere hotel) en een handige app met daarin alle wandelroutes. Het vervoer naar het eerste hotel in het Teutoburgerwoud moesten we zelf voorzien.

Geschiedenis Teutoburgerwoud

We hebben tijdens onze vakantie meermaals ervaren hoeveel geschiedenis aanwezig is in de omgeving van het Teutoburgerwoud. We beginnen bij het Teutoburgerwoud en eindigen bij… dinosaurussporen. 

Je zou het niet zeggen wanneer je vandaag de dag door het Teutoburgerwoud loopt, maar hier heeft aan het begin van onze jaartelling een enorme veldslag plaatsgevonden met grote verliezen: de slag bij het Teutoburgerwoud. 

Oude vakwerkhuisjes in het Teutoburgerwoud
Oude vakwerkhuisjes in het Teutoburgerwoud (De natuur van hier – Sandra Krol)

Terug naar de Romeinen

Vlakbij Kalkriesen, in Nedersaksen, vond een van de grootste nederlagen plaats voor het Romeinse leger uit de Romeinse geschiedenis. Drie legioenen van ongeveer 18.000 Romeinen werden hier aangevallen door de Germanen. Hoewel deze veldslag inmiddels lang is geleden, heeft het zelfs nog doorgeklonken in de latere geschiedenis van Duitsland, zelfs tot in beide wereldoorlogen. 

In 1851 bracht de Britse historicus Edward Creasy (1812-1878) een inmiddels beroemd geworden boek uit: The Fifteen Decisive Battles of the World. Hierin beschreef hij de vijftien belangrijkste veldslagen uit de wereldgeschiedenis. In dit boek nam hij ook de Slag bij het Teutoburgerwoud op. Deze slag had een grote impact op de wereldgeschiedenis van dat moment. 

Vaak gaan aan zo’n grote veldslag meerdere zaken vooraf, zo ook hier. De Romeinen behaalden al jarenlang overwinningen op de Germanen. Er waren veldtochten, georganiseerd door Julius Ceasar, en er werden oude Germaanse stammen verslagen door de Romeinen. De Romeinen waren bijna continu bezig met het uitbreiden van hun grondgebied. Daarvan getuigen ook de vele archeologische vondsten, ook in Nederland. In het gebied van Kalkriesen wilden de Romeinen een permanente heerschappij vestigen. Er werden langs de rivieren de Rijn (Rhenus), de Lippe (Lippia) en de Eems (Amisia) en langs de kust van de Noordzee versterkte forten gebouwd. Ook werden er verdragen gesloten met de lokale stammen, zodat de Romeinen nog sterker stonden. 


Lees ook: dome boomhut Ardennen


Nieuw gezag

Op 1 januari in het zevende jaar voor onze jaartelling, veranderde dit. Een triomftocht van Tiberius maakte een einde aan hoe de politiek tot dit moment werd bedreven. Het was lange tijd onrustig in het gebied. Dit had enerzijds te maken met de acties van de Romeinen en anderzijds waren er ook veel opstanden die zorgden voor onrust. In het zevende jaar van onze jaartelling werd Varus benoemd als nieuwe opperbevelhebber van de Romeinse troepen langs de Rijn. 

Varus was autoritair en daardoor waren de Germanen niet meer zo meegaand als hiervoor. Varus wilde Germanië te snel hervormen en dat stuitte veel mensen tegen de borst. De nieuwe opperbevelhebber behandelde de Germanen alsof het zijn eigen onderdanen waren. Dat viel niet goed bij de Germanen. Er kwam een einde aan hun geduld. 

De reactie van de Germanen

De aanvoerder van de Germanen in deze strijd was Arminius. Er is maar weinig over hem bekend, maar enkele dingen zijn wel bekend. Arminius kende goed Latijn en hij was lange tijd, samen met zijn broer Flavus, aanwezig in het Romeinse leger. Hij diende daar als aanvoerder van Germaanse troepen. Het was Arminius die in september in het jaar 9 de hinderlaag opzette waarbij 18.000 Romeinen het leven lieten. 

De Romeinse troepen waren op de terugweg van een mars, onderweg naar hun winterkampen. Arminius leidde hen de hinderlaag in, door gebruik te maken van de landschappelijke elementen. Op het moment van de hinderlaag bevonden de legioenen zich op een smalle landstrook. Aan de ene kant bevond zich een kort stuk bos met daarachter een moeras. Aan de andere kant zaten op dat moment de Germanen verstopt, achter een lange rij heuvels. De Germanen verschuilden zich achter een aarden wal, die ze zelf hadden opgeworpen.

Doordat het er zo nauw was, konden de Romeinse soldaten zich niet in de normale opstelling opstellen. Het moeras bemoeilijkte de vlucht. Door deze positionering zaten de Romeinen als ratten in de val. Hier had Arminius een grote rol in. Hij kende het gebied ontzettend goed. Zijn plan was om de Romeinen door deze strook te leiden, met het bos en het moeras als extra moeilijkheid. Arminius pleegde hiermee hoogverraad.

De overwinning

Drie dagen lang werd er gevochten, maar al snel was duidelijk dat deze strijd niet door de Romeinen gewonnen kon worden. Toen dat eenmaal duidelijk was, pleegde de Romeinse generaal Varus zelfmoord. Er wordt geschat dat hier tussen de 16.000 en 20.000 Romeinen het leven hebben gelaten. 

De veldslag bij het Teutoburgerwoud was het beginsignaal voor een oorlog tussen de Germanen en Romeinen. Deze oorlog duurde in totaal zeven jaar. De Romeinen wilden wraak en de Germaanse gebieden heroveren. Uiteindelijk kregen de Romeinen het gebied ten oosten van de Rijn onder controle. 

Het Teutoburgerwoud
Het Teutoburgerwoud

Fossiele sporen

Naast de veldslag van de Romeinen kent het Teutoburgerwoud een nog rijkere geschiedenis waarvoor we nog verder (een héél stuk verder) terug de tijd in moeten. In de gemeente Bad Essen zijn namelijk fossiele voetsporen van diverse Dinosauriërs terug gevonden. Deze zijn perfect bewaard gebleven en brengen je 153 miljoen jaar terug in de tijd, toen de aarde gedomineerd werden door angstaanjagende vleeseters als de Allosaurus en enorme plantenetende dinosauriërs zoals de Brachiosaurus. Meer hierover aan het einde van deze blog!

Dag 1 – Aankomst in Tecklenburg en eerste wandeling

Markering Hermannsweg Teutoburgerwoud
Markering Hermannsweg Teutoburgerwoud (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Na aankomst (met auto) hebben we onze bagage gedropt en vrijwel meteen de wandelschoenen aangetrokken, de eerste wandeling stond immers al op de planning. Vanuit het hotel was het 5 minuutjes de berg aflopen naar de bushalte Bahnhof, die ons zou brengen tot bushalte Schlichterheide. Vanuit daar start de eerste, 10 kilometer lange, wandeling die je voornamelijk voert over (een stuk) van het langeafstandspad ‘de Hermannsweg’. De route loopt over een voornamelijk met beukenbos bedekte heuvelrug. Doordat je steeds over deze heuvelrug wandelt, vallen de hoogtemeters (ca. 200 meter) relatief gezien mee.

Al vrij snel op de route kom je uit bij het hoogtepunt van deze wandeling. Als je rechtsaf slaat van de route en de weg hier 200 meter volgt (staat allemaal keurig aangegeven in de app van SNP natuurreizen), kom je bij het uitkijkpunt waar je zicht hebt op de Dörenther Klippen. Deze 4 kilometer lange rotsformatie is ongeveer 140 miljoen jaar geleden ontstaan en gevormd uit zandsteen. De rotsformatie bereikt op sommige plekken wel een hoogte van 20 meter!

Dorenther klippen
Dorenther klippen

Naast de rotsformatie is er nog wat anders om naar uit te kijken, de grootste uil van Europa zou hier zomaar eens voorbij kunnen vliegen. Dit is het leefgebied van de Oehoe, een robuuste uil van zo’n 65 centimeter hoog met onmiskenbaar grote oorpluimen en grote oranje ogen. Wanneer je het geluk hebt dat er een over komt vliegen zul je hem zeker herkennen, want met een spanwijdte van circa 170 centimeter is deze zeker niet te missen!

Oude beukenbossen in het Teutoburgerwoud

Na genoten te hebben van het uitzicht op de rotsformatie vervolg je de weg over kronkelende bospaadjes door de oude beukenbossen. Tijdens onze wandeling hoorden we een luid geroep dat zich constant bleef herhalen. Dit wekte onze nieuwsgierigheid en we gingen op onderzoek uit. Na een minuutje gefocused te hebben op het geluid en de omgeving, ontdekten we een spechtenhol met daarin een jong dat bijna klaar was om uit te vliegen.

We stelde ons wat verdekt op en gebruikten onze verrekijker om het jong te bestuderen. Na wat geroep van het jong werd de roep beantwoord door de moeder, deze kwam boom voor boom dichterbij. Niet veel later vloog moeder specht naar het jong en verdwenen ze samen in het nest. Moeder specht verliet daarna snel weer het nest om weer op zoek te gaan meer voedsel voor haar jong. Een prachtig tafereel om waar te nemen in de periode eind mei/juni, vlak voordat de jonge spechten gaan uitvliegen. 

Wil je weten welke spechten je nog meer tegen kunt komen in de natuur, of wil je proberen een specht in je tuin te krijgen? Neem dan een kijkje in deze blog, daar vertellen we er alles over!

 Jonge specht wachtend op eten.
Jonge specht wachtend op eten

Lees ook: hike Noorbeek (Zuid-Limburg) 13km


Dag 2 – Van Tecklenburg naar Lienen

Op dag twee stond de langste wandeling van ons bezoek aan het Teutoburgerwoud op de planning, circa 20 kilometer waarvan 90% de Hermannsweg wordt gevolgd. 
We vertrokken vanuit ons hotel in Tecklenburg door het sprookjesachtige centrum van het dorpje. Je loopt hier bijna letterlijk de geschiedenis in, door de kasseienstraatjes vakwerkhuizen uit de 17e eeuw.

Zuidwaarts lopend verlaten we het vakwerkdorp en gaan richting de Hermannsweg. Al snel lopen we een oud beukenbos in, waar de ene beuk nog verbluffender is dan de ander. Naast de oude beuken die hoog boven je uittorenen, is het ook interessant om naar de bodemlaag te kijken. Overal om je heen zie je de gevlekte aronskelken opkomen en op sommige plekken heb je zelfs kans om het relatief zeldzame lievevrouwebedstro (familie van het beter bekende kleefkruid) te vinden.

Kruidenrijk grasland Teutoburgerwoud
Kruidenrijk grasland Teutoburgerwoud (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Gedurende de weg wisselden oude beukenbossen zich af met kruidenrijke graslanden, waar boterbloem, witte- en rode klaver, paardenbloem, margrieten en koekoeksbloemen rijkelijk bloeiden. Vlinders en libellen voelen zich enorm thuis en laten zich dan ook in grote getale zien. 

Verandering van het landschap

Halverwege de route wordt het gebied wat meer open en loop je langs de steengroeven. Hier heb je prachtige panorama’s en is de kans op roofvogels zoals de rode wouw of de oehoe erg aannemelijk. Meerdere keren hebben we een rode wouw boven ons in de lucht zien cirkelen, uitkijkend naar een prooi. We hadden zelfs het geluk dat we twee damherten naar een lager gelegen stuk vegetatie zagen afdalen!

Onderweg tref je hier bijzondere beplanting aan zoals de bergnachtorchis, muurhavikskruid en bosbingelkruid. 

De wandelroute liep regelmatig langs kruidenrijke graslanden
De wandelroute liep regelmatig langs kruidenrijke graslanden (De natuur van hier – Sandra Krol)

Dag 3 – Dinosaurussporen en wandeling in Geopark TERRA.vita

Volgens het programma van SNP zouden we eigenlijk nog een route van 15 kilometer maken, vanuit het tweede hotel gedeeltelijk over de Hermannsweg. Echter wisten we dat er nabij Bad Essen dinosaurussporen te bewonderen waren, die daar ooit zijn gevonden.

We besloten dus om naar de dinosporen te gaan en daar in de buurt een wandeling uit te zoeken. Na het parkeren van de auto kwamen we langs een routebord waarop een wandeling stond van 10 kilometer, ideaal. We keken welke bordjes we moesten volgen en vertrokken vervolgens in noordelijke richting. 

Wat meteen opviel was dat we in dit gebied veel meer op en neer gingen. De route bevatte enkele stevige klimmetjes die we de dag er na zeker in de kuiten zouden voelen. Tijdens een stevige afdaling kruisten we het pad met een vrouwtjes edelhert, die ons pas op het laatste moment in de gaten had. Na verschrikt opgekeken te hebben, verdween het dier de bossen in. 

We liepen door een gevarieerd dennen-, eiken en beukenbos, waarbij we van tijd tot tijd langs eeuwenoude kroezebomen (bomen die van oudsher op een kruising of een grens stonden) liepen. Een ander opvallend verschil met de route over de Hermannsweg was dat we vaker door productiebossen liepen. Soms waren er hele stukken gekapt en waren op andere plekken jonge bomen aangeplant voor toekomstig hout. 


Lees ook: hike Epen (Zuid-Limburg) 21km


Verdwaald?

Na een kilometer of 7-8 de bordjes te volgen, viel het ons op dat we hoofdzakelijk in dezelfde richting liepen. Dit kon niet goed zijn daar de route immers maar 10 kilometer lang zou zijn en we dus nog hetzelfde stuk terug moesten lopen. Na nog een stukje twijfelend door te hebben gelopen, besloten we toch rechtsomkeert te maken omdat we geen eten bij ons hadden en dus geen idee nog hoe lang het kon duren als we de route bleven volgen. Uiteindelijk hadden we ruim 16 kilometer gelopen (dezelfde klimmetjes op en af) en waren we blij om terug te zijn bij de auto. Gelukkig wachtten daar nog de dinosporen op ons!

Dinosporen!

Toen we het laatste heuveltje omhoog hadden bedwongen, waren we bij de dinosporen en dit was simpel gezegd indrukwekkend! We keken naar een grote, steile rotspartij met daarin tientallen dinosaurussporen van diverse soorten. De sporen zijn 153 miljoen jaar oud en stammen uit het Jura-tijdperk, het eerste dinosaurustijdperk dat gedomineerd werd door plantenetende dinosaurussen zoals de ankylosaurus en de stegosaurus en vleesetende soorten als de allosaurus.

Voetsporten van dinosaurussen in het Teutoburgerwoud (De natuur van hier – Sandra Krol)

Sauropoden

Op de rotswand waren sporen van (zowel jonge als volwassen exemplaren) te zien van dieren uit de orde sauropoden. Dit zijn de grootste dieren die ooit onze aarde hebben bewandeld en konden een grootte bereiken van maar liefst 40 meter! De Camarasaurs, Brachiosaurus en Apatosaurus zijn hiervan voorbeelden. 

De Megalosaurus!

Naast deze sporen waren er ook sporen van een vleeseter. Het bleken sporen van de Megalosaurus te zijn, een vleeseter die circa zeven meter lang werd en tot 1500 kilo kon wegen. 

Het bezichtigen van de sporen is een must als je in de buurt bent en brengt je dichter bij de dieren die miljoenen jaren onze aarde hebben gedomineerd dan je ooit had kunnen bedenken. Wil je meer weten over dinosaurussen? Lees dan zeker onze blog over dinosaurussen in Nederland!

Eindoordeel Teutoburgerwoud

Na het bezichtigen van de dinosporen zijn we terug naar de auto gewandeld en zijn we opzoek gegaan naar een lekker eettentje, waarna we onze reis naar huis hervatte met een goed gevulde maag en een voldaan gevoel. Conclusie: het Teutoburgerwould is een prachtige omgeving op korte afstand  van Nederland, waar je je even helemaal kunt terugtrekken van het dagelijkse leven en waar je volledig kunt ontstressen in de natuur. Wij zullen er zeker nog een keer terug keren om de volledige 157 kilometer van de Hermannsweg te wandelen.

Waar is biodiversiteit goed voor?

De vuurkever, wiens kleuren zijn naam eer aan doen

Waar je ook bent op onze aarde, overal kom je andere soorten organismen tegen. Ieder ecosysteem kenmerkt zich door zijn eigen soorten planten, dieren, schimmels en bacteriën. De aarde herbergt een uniek soortenrijkdom, waarvan inmiddels door wetenschappers zo’n 2,1 miljoen soorten zijn beschreven. Er wordt geschat dat er in totaal 8,7 miljoen soorten organismen op onze aarde rondlopen. Waar komen al deze soorten vandaan? Vervullen ze allemaal een rol? Hebben wij als mens baat bij zo een grote soortenrijkdom? In deze blog lees je meer over het begrip biodiversiteit en waarom het de moeite waard is deze te beschermen. 

Bever
De bever zorgt, door het bouwen van dammen, voor een verandering in het landschap, wat de biodiversiteit in een gebied vaak verhoogt

Wat is biodiversiteit?

Biodiversiteit kunnen we het beste omschrijven als de verscheidenheid aan leven in een bepaald gebied of op een bepaalde plek. Deze plek kan een kleine waterpoel zijn, jouw achtertuin, de Serengeti of de Atlantische oceaan. Alle dieren, planten, schimmels en bacteriën die daarin samenleven zien we als de biodiversiteit van dat gebied.  

Maar naast alle organismen die in een gebied leven, vallen er onder biodiversiteit nog een paar dingen. Grofweg kunnen we biodiversiteit verder onderverdelen in drie samenhangende functies:

  • Soortendiversiteit;
  • Ecosysteemdiversiteit;
  • Genetische diversiteit. 

Onder soortendiversiteit verstaan we dus alle organismen die in het gebied leven, zoals hiervoor al beschreven. Met ecosysteemdiversiteit wordt de verscheidenheid aan ecosystemen (lees hier meer over de diensten die ecosystemen ons bieden), in een bepaald gebied bedoeld. Genetische diversiteit is het verschil in genen binnen een soort. Een hoge genetische diversiteit is essentieel voor een duurzaam voortbestaan van een soort in een bepaald gebied. 

Het regenwoud kent een hoge biodiversiteit
Het regenwoud kent een hoge biodiversiteit

Deze functies zijn onderling met elkaar verweven en de toe- of afname van de ene functie heeft meteen gevolgen voor de andere twee functies. Zo geldt bijvoorbeeld: hoe hoger de ecosysteemdiversiteit, hoe meer soorten zich er thuis voelen, dus hoe hoger de soortendiversiteit. En wanneer de genetische diversiteit van een soort zo laag is (door bijvoorbeeld isolatie), kan dit tot gevolg hebben dat de soort in dit gebied uitsterft, met als gevolg dat de soortendiversiteit afneemt. 


Lees ook: waarom bouwen bevers dammen?


Profijt van biodiversiteit

Als je het nieuws een beetje volgt, dan zie je vaak berichten voorbij komen dat de biodiversiteit sterk afneemt en dat soorten massaal uitsterven. Maar waarom is dit belangrijk en waarom zien wetenschappers dit als een slecht teken? Het uitsterven van soorten is toch van alle tijden?

Dat klopt, echter de mate waarin de biodiversiteit afneemt is dusdanig dat dit zeer verontrustend is. Het probleem zit hem erin dat men zich niet realiseert wat de waarde is van een hoge biodiversiteit. Als je er iets langer over nadenkt zul je inzien dat we als mensheid gebaat zijn bij een hoge biodiversiteit. 

Neem nou bijvoorbeeld de ontwikkeling van medicijnen. Voor bijna een kwart van de hele productie van medicijnen gebruiken we plantaardige stoffen , ook wel kruidengeneeskunde genoemd. Het gewoon sneeuwklokje wordt bijvoorbeeld gebruikt bij bestrijding van alzheimer en wordt verder onderzocht  om te gebruiken tegen aids, en koriander wordt gebruikt bij maagproblemen en gewrichtspijn.

Het gewoon sneeuwklokje wordt gebruikt in de genezing van Alzheimer.
Het gewoon sneeuwklokje wordt gebruikt in de genezing van Alzheimer

Daarnaast gebruiken we ook dierlijke stoffen. Slangengif gebruiken we bijvoorbeeld om bloedverdunners uit te schakelen wanneer iemand (die bloedverdunners gebruikt) hevige bloedingen krijgt.  

Naast het vervaardigen van medicijnen, gebruiken we natuurlijke producten ook op ander manieren. We gebruiken hout voor meubels en bouwconstructies, halen vers drinkwater uit bronnen en ademen schone lucht in door de miljoenen soorten planten, bomen en struiken die zuurstof produceren. 

Bio-mimicry

Ook gebruiken we naast fysieke natuurlijke producten ook ideeën en technieken die bepaalde diersoorten toepassen. Dit fenomeen noemen we bio-mimicry.  Zo is de vorm van vliegtuigen afgeleid van vogels voor een optimale aerodynamica en zo min mogelijk luchtweerstand. Klitteband is afgeleid van de klitplant en zo wordt het schild van de stenocara-kever onderzocht om een systeem te bedenken om water uit de lucht op te vangen.

Een van de belangrijkste en bekendste voorbeelden van een gunst van biodiversiteit is toch wel de bestuiving van bloemen. Insecten, bijen in het bijzonder, zorgen ervoor dat we op grote schaal plantaardig voedsel kunnen vervaardigen. Van de 115 belangrijkste voedselgewassen die we verbouwen zijn 87 gewassen afhankelijk van de bestuiving door bijen. Naast onze voedselgewassen zou ook het merendeel van de wilden bloemen uitsterven (domino-effect). 

Naast bestuiving hebben insecten nog een andere belangrijke rol. Ze ruimen (samen met andere diersoorten) dode dieren en ontlasting op, wat de verspreiding van ziekten en plagen tegen gaat. 

Als je je dan realiseert dat eenderde van alle insectensoorten met uitsterven wordt bedreigd, dan besef je vast dat we met vuur spelen als we niet ingrijpen. 

Achteruitgang van biodiversiteit

Zoals in het vorige hoofdstuk al duidelijk werd, gaat de biodiversiteit de laatste decennia met grote stappen achteruit. Sommige wetenschappers spreken al dat we op de vooravond staan van een zesde massa-extinctie. Hierbij sterft minimaal de helft van alle levende soorten in een relatief kort tijdsbestek uit. De laatste keer dat dit plaatsvond was toen de dinosauriërs uitstierven door een meteorietinslag. Dit keer zou de mens de oorzaak zijn van de massa-extinctie. 

Maar wat doen we dan fout waardoor planten- en diersoorten zo massaal uitsterven? Een van de grootste problemen is natuurlijk dat we met zoveel zijn. We moeten overal ergens wonen en dat zorgt ervoor dat deze verstedelijking de natuur steeds verder terugdringt en versnippert. Omdat we met zoveel zijn, consumeren we natuurlijk ook heel veel. We kappen regenwouden om sojavelden aan te planten  voor het voedsel van vee en gewassen telen we op een dusdanige monocultuur dat er letterlijk geen ruimte is voor andere soorten, hectares aan één stuk. 

Ontbossing is een van de oorzaken van de desastreuze achteruitgang van biodiversiteit.
Ontbossing is een van de oorzaken van de desastreuze achteruitgang van biodiversiteit 

Onze drang om de wereld rond te gaan

Doordat we als soort constant in beweging zijn, stoten we per persoon zo’n 4,4 ton CO2 uit per jaar. Door deze CO2 uitstoot warmt de aarde op, smelten pool- en ijskappen en wordt het weer steeds extremer. Als gevolg van deze factoren zijn er steeds vaker bosbranden, verbleken volledige koraalriffen en stijgt de zeespiegel waardoor er naar verhouding steeds minder land beschikbaar is.

Het constant bewegen heeft nog een ander nadeel met zich meegebracht. In het verleden hebben we soorten gevangen en op andere plekken uitgezet (voornamelijk voor de jacht of fokkerij), hebben we zaden door middel van onze kledij verspreid en hebben we allerlei soorten zeedieren meegenomen met het ballastwater van schepen. Dit heeft ervoor gezorgd dat exotische dieren zijn ingeburgerd en hier de lokale soorten hebben weten te verdringen of ernstig bedreigen. Bekende invasieve exoten zijn de Amerikaanse rivierkreeft, Japanse duizendknoop en de Amerikaanse stierkikker. Deze vormen alle een zeer grote bedreiging voor de inheemse soorten. 

Tenslotte hebben we met onze jacht en overbevissing ervoor gezorgd dat soorten als de tijger, neushoorn en tonijn met uitsterven worden bedreigd. 


Lees ook: wat zijn invasieve exoten?


Behoud van biodiversiteit

Nu is het zaak om de dingen die we fout hebben gedaan om te draaien. Maar dat lukt niet zomaar. We zijn gewend geraakt aan het leven wat we hebben gecreëerd, waarbij er nauwelijks aandacht wordt besteed aan consumptie, afval en aan de druk die we uitoefenen op natuurgebieden. 

Dat besef lijkt er nu langzaam te komen. We gaan steeds bewuster leven (zeker de jongste generaties) en dat is een van de belangrijkste stappen die we kunnen nemen. Daarbij helpt het ook dat het steeds vaker lukt om waarde aan natuur te hangen. Dit zorgt ervoor dat beleidsmakers steeds meer de noodzaak inzien van gezonde, aaneengesloten natuurgebieden en het toepassen van groen in steden. Dit heeft als gevolg dat dieren steeds meer stepping stones in steden krijgen en corridors hebben om tussen natuurgebieden te trekken, waardoor de biodiversiteit weer toe zal nemen.

Stadsparken zijn ideale elementen om de biodiversiteit in steden te verhogen en doen uitstekend dienst als steppingstones voor soorten tussen natuurgebieden.
Stadsparken zijn ideale elementen om de biodiversiteit in steden te verhogen en doen uitstekend dienst als steppingstones voor soorten tussen natuurgebieden.

Conclusie

We weten niet welke bacterie-, schimmel, plant- en diersoorten nog belangrijk zullen zijn in de toekomst en welke soorten een uitvinding blijken te zijn om ons leven weer aangenamer te maken. Of welke soorten de natuurlijke stoffen bevatten op de nu nog ongeneesbare ziektes. Er ligt een enorme schatkist aan potentiële medicijnen en innovatie oplossingen in onze achtertuin en alleen dat al zou genoeg reden moeten zijn om het te beschermen.

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!