Waarom vliegen vogels in een v-vorm?

Vogels in vlucht, in kenmerkende v-vorm

Deze vraag wordt al eeuwenlang gesteld, als het niet al langer is. Waarom vliegen vogels in v-vorm? Dit fenomeen blijft mensen verbazen en verwonderen. Een ding zullen we alvast verklappen: het is nog niet helemaal zeker waarom sommige vogels dit doen. Wel zijn er verschillende ideeën over. In deze blog gaan we op zoek naar antwoorden.

Vogels vliegen waarschijnlijk in v-vorm om energie te besparen. Uit onderzoek blijkt dat vogels die vooraan vliegen, een hogere hartslag hebben dan de vogels die achter hen vliegen. De vogels die achter vliegen, hebben voordeel van de opwaartse druk die de vleugels van de vogels voor hen veroorzaakt.

Een groep vogels die bezig zijn om een v-formatie op te stellen
Een groep vogels die bezig zijn om een v-formatie op te stellen

Welke vogels vliegen in v-vorm?

In Nederland zul je vooral ganzen in v-vorm zien vliegen. Een iets onbekendere vogel die je dit ook kunt zien doen, is de kraanvogel. We lichten ze hieronder kort toe.

Ganzen

Ganzen zijn een uitstekend voorbeeld van vliegen in v-vorm. Dit beeld zal bij vrijwel iedereen iets bekends oproepen. Onderweg kunnen ze flink wat geluid produceren, dit doen ze om met elkaar te communiceren.

Ganzen houden elkaar ook goed in de gaten. Wanneer een gans te moe wordt of om een andere reden niet meer mee kan komen, zal een andere gans altijd met de verzwakte gans op land een rustige plek zoeken om bij te komen. De gezonde gans kan op die manier de verzwakte helpen door de omgeving in de gaten te houden. Wanneer de verzwakte gans overlijdt, voegt de andere gans zich bij een andere groep om zijn of haar reis voort te zetten.

Een groepje ganzen op weg naar andere oorden
Een groepje ganzen op weg naar andere oorden

Kraanvogels

Kraanvogels zijn een stuk zeldzamer om in Nederland te zien. De vogels die je hier kunt zien, zijn vaak op weg van Frankrijk richting Duitsland en nog verder naar boven, naar bijvoorbeeld Finland, om daar aan het broedseizoen te beginnen. Het oosten van Zuid-Limburg ligt zo op hun route. Hier had je op een van de weinige plekken in Nederland kans om deze bijzondere vogel eens te zien. De laatste jaren wordt de kraanvogel echter in veel meer delen van ons land gezien. Er zijn inmiddels zelfs kraanvogels die succesvol hebben gebroed!

Zelfs al zou je de kraanvogels niet zien, je kunt ze ook makkelijk herkennen aan hun geluid. Net als ganzen kunnen ze luidruchtig zijn. Ook dit is om met elkaar te communiceren onderweg. Soortgenoten die op land uitrusten, kunnen zo ook makkelijk weer bij een groep aansluiten om verder te vliegen. Bij kraanvogels noemen we hun geroep naar elkaar ook wel getoeter. Als je dit geluid eenmaal hebt gehoord, zul je het niet meer vergeten. Het is een kenmerkend en bijzonder geluid.


Lees ook: vogelgeluiden leren herkennen


Soms kun je wel eens een groep kraanvogels zien vliegen die er wat rommelig uitziet, in plaats van goed georganiseerd. Dit heeft te maken met thermiek (opstijgende warme luchtbellen) in de lucht. Wanneer het kan, maken kraanvogels (en andere vogels, zoals roofvogels bijvoorbeeld) hier graag gebruik van. Ze kunnen door de thermiek hoger in de lucht komen en glijvluchten maken. Met als doel om energie te besparen voor de vaak lange trekken.

Een groepje kraanvogels in vlucht
Een groepje kraanvogels in vlucht

Wil je meer trekvogels leren herkennen? Lees dan onze blog over tien trekvogels met een bijzondere trekstrategie.

Wanneer vliegen vogels in v-vorm?

Trekvogels die in v-vorm vliegen, zoals ganzen en kraanvogels, maken de trek twee keer per jaar. Hier bij ons komen veel trekvogels om te broeden. Hier is minder concurrentie voor de vogels en door onze seizoenen is er veel voedsel te vinden om de hongerige jongen te voeden. In het najaar vertrekken de vogels weer naar het zuiden om daar te overwinteren. Deze lange reizen maken ze dus vooral in de bekende v-vorm. Wil je meer weten over de vogeltrek? Hier lees je er alles over.

Vogels trekken om te broeden en te overwinteren
Vogels trekken om te broeden en te overwinteren

Waarom vliegen vogels in v-vorm?

En dan nu het uitgebreide antwoord op de hamvraag van deze blog. Bovenaan gaven we het korte antwoord al, maar natuurlijk ben je ook benieuwd naar de verdere achtergrond van het hoe en waarom.

Zoals gezegd, zijn mensen al lang nieuwsgierig naar de reden waarom vogels in deze formatie vliegen. Er zijn enkele wetenschappelijke onderzoeken uitgevoerd om een antwoord te vinden op deze vraag.


Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Meten is weten

Onderzoekers hebben bijvoorbeeld datarecorders op de ruggen van pelikanen gebonden. Met deze recorders verzamelden de onderzoekers data over vogels, waaronder hun hartslag. Het bleek dat de voorste vogel een hogere hartslag had dan de vogels achter hem. De andere vogels liftten als het ware mee op het harde werk van de voorste vogels. Door deze manier van vliegen houden ze elkaar ook uit de wind. Doordat de vogels in v-vorm vliegen, besparen ze energie. Dat is ook hard nodig, gezien de vele kilometers die ze door weer en wind moeten afleggen voordat ze veilig aankomen.

Bij een ander onderzoek is de positie en de vleugelslag gemeten bij heremiet-ibissen. Uit dit onderzoek bleek dat de vleugelslag ook een belangrijke reden is om in v-formatie te vliegen. Doordat de vleugel van de voorste vogel zorgt voor een opwaartse drukbeweging van de lucht, heeft de vogel na hem daar voordeel van, mits hij zijn vleugel op het goede moment in deze lichtgolf beweegt. Hier wordt het besparen van energie duidelijk: de achterste vogels hoeven hun vleugels minder hard te bewegen dan hun voorganger, omdat ze een zetje krijgen van de luchtbeweging.

Trekvogels komen vaak in grote groepen voorbij, op weg om te broeden of te overwinteren
Trekvogels komen vaak in grote groepen voorbij, op weg om te broeden of te overwinteren

Last verdelen

Zoals eerder ook al werd genoemd over de ganzen, denken de vogels tijdens de vlucht om elkaar. Ze communiceren met geluid, gaan met een soortgenoot mee naar beneden om hoognodig uit te rusten, maar ze verdelen ook de last tijdens het vliegen. De voorste vogel hoeft slechts een bepaald stuk voorop te vliegen. Er wordt gewisseld, de vogels verdelen zo de last van het voorop moeten vliegen.

De mens en v-vorm?

In 2019 kwam Airbus met het bericht dat ze binnen enkele jaren in v-vorm willen gaan vliegen. Net als vogels dus. Ook Airbus doet dit met het oog op energie besparen. Doordat vliegtuigen in v-vorm vliegen, hebben ze voordeel van de luchtstroom van de voorste. Dit betekent dat er minder energie nodig is om vooruit te komen. Dit heeft ook weer een positief effect op de uitstoot. En dat is hard nodig.


Lees ook: 10 bijzondere trekvogels


Tuinvogel uitgelicht: de merel

Jaar van de merel

Tijd om een tuinvogel in het zonnetje te zetten. En met wie kunnen we nu beter beginnen dan met de merel, want dit jaar is uitgeroepen tot jaar van de merel. Want met de merel, zo geliefd om zijn zang in de vroege ochtend, gaat het helemaal niet zo goed. In deze blog lees je er meer over.

Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.
Een merel is een echte vroege vogel en hoor je bij het krieken van de dag
Het is een echte vroege vogel en hoor je bij het krieken van de dag

Jaar van de merel 2022

Om maar gelijk mee te beginnen: waarom gaat het niet goed met de merel? Waarom is het nodig dat de merel tot vogel van het jaar uitgeroepen is? Vogelbescherming Nederland en Sovon Vogelonderzoek Nederland hebben 2022 uitgeroepen tot jaar van de merel, omdat de aantallen sinds 2016 hard achteruit hollen. De daling is sterk: bijna een derde van de populatie is er niet meer. De ieder zo bekende en ons meest algemene tuinvogel heeft het zwaar. Het usutu-virus heeft hier waarschijnlijk een groot aandeel in, maar er wordt ook onderzocht of er verschil zit in het aantal jongen dat de merel grootbrengt. Wanneer er steeds minder jongen grootgebracht kunnen worden, daalt het aantal volwassen merels uiteindelijk natuurlijk ook. Ook al kennen veel mensen de merel wel, toch zijn er nog veel dingen die we niet over hem weten. Meer leren over de merel is dus belangrijk, zodat we betere omstandigheden kunnen creëren. In deze blog lees je onder andere ook wat je zelf kunt doen om de merel een handje te helpen.

Merel, man (de Natuur van hier)
De zang van de merel is onmsikenbaar (de Natuur van hier)

De merel en het usutu-virus

Er werd al gevreesd dat het usutu-virus zou overslaan naar Nederland. Vanaf 2001 is het virus opgemerkt in Europa. In Oostenrijk was het eerste geval. In 2012 vielen de eerste slachtoffers in Duitsland, waarbij vele merels het leven hebben gelaten. Op sommige plekken was er zelfs geen merel meer te bekennen in tuinen en parken. Vanaf toen was het eigenlijk afwachten tot het virus ook in ons land zou toeslaan. Vanaf 2016 kwamen de eerste meldingen binnen. De oorsprong van het virus lijkt te liggen in Afrika, waar muggen het virus verspreiden. Waarschijnlijk hebben trekvogels het in hun tocht naar Europa meegenomen naar andere landen.


Lees ook: 10 bijzondere trekvogels


Herkennen van zieke merels

Het herkennen van een besmette merel met het usutu-virus is niet heel moeilijk. Het valt op dat de hij evenwichtsproblemen heeft, een verfomfaaid verenkleed heeft en mager is, ondanks dat er genoeg voedsel aanwezig lijkt te zijn. De merel maakt een ongezonde en verzwakte indruk en vaak kun je hem goed benaderen. Allemaal tekenen aan de wand dat er hier iets niet klopt. Het vliegen lukt ook niet goed meer. Na twee tot drie dagen sterft hij. Als je gebruik maakt van voederplekken, voederhangers en/of waterschalen, is het belangrijk om deze uit voorzorg regelmatig schoon te maken.

Meld dode merels

En dan? Je vindt een dode merel in de tuin en vermoedt dat hij het usutu-virus heeft (gehad). Natuurlijk kun je de merel begraven of in de container leggen, maar voor onderzoek is dit niet heel helpend. Je kunt bij Dutch Wildlife Health Centre via het meldingsformulier dode vogels aanmelden om op te komen halen voor verder onderzoek. Let op: dit is bedoeld voor merels die pas net dood zijn. DWHC onderzoekt al jaren dode vogels en houdt zich ook bezig met het vaststellen van het usutu-virus. Wanneer de vogel al wat langer dood is, kun je hiervan melding maken bij Sovon Vogelonderzoek Nederland.

Het is heel goed wanneer je dode merels aanmeldt voor verder onderzoek, zodat we steeds een beetje wijzer worden over virussen bij vogels. Let er wel op dat je dit veilig doet. Pak dode vogels alleen op met handschoenen aan bijvoorbeeld. Over het algemeen worden mensen niet ziek van het usutu-virus. Er zijn maar enkele gevallen bekend die er wel ziek van werden, zij hadden een lagere weerstand. Toch blijft het belangrijk om hier zorgvuldig mee om te gaan.

Een merelvrouwtje verscholen in het groen
Een merelvrouwtje verscholen in het groen

De merel

De merel, wie kent hem niet? De mannetjes met hun zwarte verenkleed en oranje snavel, de vrouwtjes met hun minder opvallende bruine veren en bruine snavel, dromerig fluitend op hoeken van daken of op hoekpalen van de omheining. De merel is een van de vogels die je ’s ochtends al eerste hoort.

Ooit was het een schuwe vogel die in het bos leefde (en nog steeds), maar inmiddels heeft hij zich ook aangepast aan het stadsleven. Met zoveel stedelijk geluid om je heen en een maatschappij die steeds meer 24/7 aanstaat, moet je wel vroeger gaan zingen, wil je je soortgenoten kunnen bereiken. De merel heeft zich dat eigen gemaakt. Ook zingen de merels in de stad hoger dan merels in het bos. Er is meer concurrentie, niet zozeer van andere merels, maar door mensen voortgebrachte geluiden. Daarnaast hebben de merels in de stad een kortere snavel, kortere poten en zijn ze zwaarder dan de merels in het bos. Het blijkt dat er minder genetisch materiaal wordt uitgewisseld tussen de merels in de stad en die in het bos. Hij wordt eigenlijk gedwongen om zich te evolueren door onze verstedelijking.

De merel heeft zich aangepast aan het stedelijk leven
De merel heeft zich aangepast aan het stedelijk leven

Meer merels in de tuin

Waarschijnlijk is het je wel duidelijk geworden: de merel kan wel wat hulp gebruiken. En daar kun jij uitstekend bij helpen! De merel houdt niet van tuinen vol tegels, dus mocht je zo’n soort tuin hebben, is dit een goed beginpunt voor verandering. Begin eens met het verwijderen van tegels en vervang ze door de aanplant van inheemse planten en struiken. Inheemse soorten zijn goed voor onze merel, omdat deze als het ware in hun systeem zit. Lees meer over inheemse soorten en hun belang in onze blog over onze natuurtuin in ontwikkeling.

Een merel in meidoorn
Een merel in meidoorn

Ruim je tuin niet op

Ook een goede, en misschien voor jezelf ook een fijne tip: houd je tuin lekker rommelig. Laat bladeren liggen, zorg voor rommelhoekjes en veeg niet alles altijd keurig aan en op. Sowieso hebben veel diersoorten baat bij dit soort hoekjes, maar de merel is er ook echt gek op. Lekker scharrelen door bladeren, op zoek naar voedsel. Hij lust graag slakken, kevers, torren en wormen. Deze laatste zoeken ze graag op je gazon. In de winter staan er ook bessen op het menu. Bessendragende soorten als meidoorn (Sprinklr) kun je mooi als (onderdeel van een gemengde) haag zetten en vuurdoorn staat ook mooi tegen een muur. Water mag ook niet ontbreken, om lekker in te badderen en van te drinken. Nog meer tips om vogels naar je tuin te lokken? Lees hier onze tips.

Een merel eet van een Gelderse roos
Etend van een Gelderse roos

Merels en hun jongen

Misschien heb je het geluk dat deze leuke vogel jouw tuin heeft uitgekozen om een nest te gaan maken. Bij Beleef de Lente van de Vogelbescherming is de merel al een aantal jaren aanwezig met een eigen livecam (overigens op een erg originele broedlocatie). Hier kun je een groot aantal verschillende vogels volgen tijdens het broedseizoen, en zo ook de merel. Van nestvorming tot het uitvliegen, het wordt allemaal in beeld gebracht. De merel nestelt graag in dichte struiken, maar ook klimop en andere beplanting worden gebruikt.

De eieren van de merel zijn blauwgroen van kleur en hebben lichtbruine spikkels
De eieren van de merel zijn blauwgroen van kleur en hebben lichtbruine spikkels

Het vrouwtje legt 4-5 eieren en broedt twee keer per seizoen, soms zelfs drie keer. De eieren zijn blauwgroen van kleur en hebben lichtbruine spikkels. Na 11 tot 15 dagen zijn ze uitgebroed. De ouders hebben dan een drukke tijd voor de boeg: gedurende 12 tot 15 dagen moeten de jongen flink gevoerd worden. Daarna staat vader merel er alleen voor. Terwijl moeder begint aan een nieuw legsel, blijft vader de jongen nog zo’n drie weken bijvoeren.


Lees ook: gemengde haag aanplanten


Moeder merel is druk met het voeren van haar jongen
Moeder merel is druk met het voeren van haar jongen

Hoe kun jij helpen?

Er zijn veel dingen die je kunt doen om de merel te helpen. Zorg voor groen en beschutting in je tuin, dat is al een heel mooi begin. Mocht je onverhoopt een dode merel vinden, kun je die aangeven. Op de website van DWHC worden elk kwartaal de nieuwste resultaten gedeeld over dode merels die in die tijd zijn onderzocht. Ten slotte kun je ook helpen door waarnemingen van merels en hun nesten door te geven. Denk er hierbij om dat je de nesten met rust laat en niet verstoort. Je waarnemingen kun je onder andere doorgeven op de site van Waarneming.nl.

Houd de merel in de gaten
Houd de merel in de gaten
Meer natuur in je tuin e-book
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Ekster – Kraaien in Nederland – deel III

De ekster - een opmerkelijke vogel

Iedereen kent ze wel: een kauw, zwarte en/of bonte kraai, ekster, gaai, wellicht zelfs een roek, de notenkraker of raaf. Het zijn de kraaien in Nederland. De familie kraaiachtigen (Corvidae) gaat echter verder dan onze Nederlandse bekenden, want in totaal bestaat de familie uit 128 soorten. Ze komen bijna overal op de wereld voor. Ze behoren tot de zangvogels, hoewel niet iedereen hun geroep als gezang zou kwalificeren.

Kraaien zijn intelligente wezens en daar is de ekster geen uitzondering op. Ze kunnen problemen (leren) oplossen, sommige soorten slagen voor de spiegelproef en ze communiceren met elkaar. In dit deel lichten we de ekster uit.

Wil je de hele serie ‘kraaien in Nederland’ lezen? Klik dan hier om te beginnen met deel I.

Eksters zijn intelligente vogels
Eksters zijn intelligente vogels (Saxifraga – Bart Vastenhouw)

De ekster

Eksters kunnen we in het hele land tegen komen. Deze zwart wit gekleurde kraaien bezoeken met regelmaat onze tuinen en zwerven ook over de straten.

Uiterlijk en gedrag

De ekster heeft een opvallend uiterlijk en is makkelijk te herkennen. Er zit meer achter deze zwart-witte verschijning dan je in eerste instantie denkt. Deze vogel zul je niet gauw vergeten. Het verenkleed lijkt op het eerste gezicht zwart-wit, maar met de juiste lichtval zul je zien dat er een scala aan kleuren in zitten. Van groen tot paars en blauw, in metallic-uitvoering. Wanneer je de ekster in vlucht ziet, zul je zien dat de veren in de vleugels van zwart naar wit kleuren, afgemaakt met een sierlijk zwart randje. De vleugels lijken net uitgewaaierde waaiers. 

De witte handveren zijn goed te zien in vlucht (Saxifraga - Piet Munsterman)
De witte handveren zijn goed te zien in vlucht (Saxifraga – Piet Munsterman)

Eksters zijn intelligent, zoals je hieronder zult lezen, en imiteren andere vogels hun geluiden. Eksters leven monogaam en zijn over het algemeen altijd samen. Een ‘vreemd’ mannetje versiert wel eens een al bezet vrouwtje. Dit wordt niet geduld door haar mannetje en hij zal de vreemdeling luidkeels verjagen. Jonge eksters leven tot een jaar of drie in zogenaamde ‘puberbendes’. Ze halen kattenkwaad uit en leren van elkaar, ook over het opvoeden van jonge eksters. 

Net als zwarte kraaien kunnen ze erg divers klinken. Zo hebben ze schorre en zachte klanken tot schel en krassend. Paartjes onderling maken zachte geluidjes. Je zou het bijna als zacht kirrend kunnen omschrijven. Daarnaast behoren ze niet voor niets tot de zangvogels, want ze kunnen ook zachtjes zingen. Als je dit hebt gehoord, heb je iets zeldzaams meegemaakt.

Intelligente vogel, die ekster

De spiegelproef wordt gedaan om een bepaalde intelligentie en een mate van zelfbewustzijn te meten. Ook bij eksters is deze proef gedaan.

Hoe de test werkt: de onderzoeker zet een stip op het voorhoofd van het dier, in dit geval de ekster. De onderzoeker zet de ekster in een ruimte met een spiegel. Wat gaat de ekster doen? Als je in de spiegel naar jezelf kijkt en de stip waarneemt, door hem bijvoorbeeld aan te raken of proberen weg te halen, is het bewijs er dat er sprake is van zelfbewustzijn en een mate van intelligentie die veel andere diersoorten niet hebben.

De ekster slaagt voor de spiegelproef en toont daarmee een mate van zelfbewustzijn aan
De ekster slaagt voor de spiegelproef en toont daarmee een mate van zelfbewustzijn aan

Lees ook: arenden in Nederland


De ekster heeft laten zien dat hij is geslaagd voor de spiegelproef. De test is ook gedaan bij mensapen, dolfijnen en olifanten. Ook zij lieten allemaal zien dat ze zich bewust zijn van de stip op hun eigen voorhoofd. Bij mensen zie je deze ontwikkeling rond het tweede levensjaar ontstaan.

Deze mate van zelfbewustzijn wordt als basis gezien voor ingewikkelde sociale verhoudingen. Dit zie je ook terug bij andere kraaien, zoals de kauw. In deel II van deze serie vertelden we al dat kauwen eten met elkaar delen, om zo de onderlinge relatie te versterken. Ook houden eksters (en gaaien) hun soortgenoten in de gaten als ze zelf bezig zijn met het verstoppen van voedsel. Voelen ze zich bekeken? Dan nemen ze het eten mee en zoeken ze een andere verstopplek.

Er zijn nesten van onder andere eksters bekend waar een heel verdedigingswerk van is gemaakt. Eksters gebruiken materialen als prikkeldraad en vogelwerende stekels in hun nesten om zo hun jongen te beschermen tegen roofdieren. De vogelwerende stekels worden door de vogels losgewrikt van het gebouw waar ze op geplakt zijn. Je kunt dus wel stellen dat eksters zeer intelligente vogels zijn.

Het menu van de ekster

Eksters zijn echte alleseters. Ze worden ook wel opruimers van de natuur genoemd. Nachtelijke opruimacties van aangereden dieren langs en op de wegen staan regelmatig op het programma van de ekster. Verder eten ze graag engerlingen, de larven van de langpootmug. Dus in plaats van de eksters te verjagen van je grasmat, kun je ze beter verwelkomen. Ze helpen je in feite met het onderhoud van je gras. Als je het zo kunt bekijken, zul je de ekster steeds meer kunnen waarderen. 

Eksters pikken graag naar parasieten bij onder andere schapen
Eksters pikken graag naar parasieten bij onder andere schapen

Maar ook op het menu staan bessen en zaden, wanneer die voorhanden zijn. Daarnaast pikken ze ook vuilniszakken open op zoek naar restjes. Ze eten ook jonge vogels, eieren en hagedissen. Eksters zijn zowel jagers als verzamelaars. Wanneer je ze ziet jagen in bijvoorbeeld een veld, zul je zien dat ze zijwaartse sprongen maken. Wanneer ze niet op de grond bezig zijn met het zoeken van voedsel, dan is het bovenop een schaap of koe. Op hun rug pikken ze zo naar parasieten. Ekster blij, schaap blij.

Voortplanting

Net als de ekster zelf, zul je het nest ook al gauw herkennen. Vaak wordt het gemaakt in de vork van een tak, en dan het liefst hoog in een hoge boom. Het is een groot, bolvormig nest. Het bijzondere eraan is dat de nesten van eksters een overkapping hebben. De ingang is verborgen aan de zijkant van het nest. Zo zijn de eieren en later de jongen beter beschermd tegen predatoren van bovenaf.

Een ekster is bezig met het bouwen van een nest
Een ekster is bezig met het bouwen van een nest

Tijdens de nestvorming zijn beide toekomstige ouders bezig. In december beginnen ze al een beetje te rommelen met takjes. Het vrouwtje verzamelt veelal mos en kleine takjes. Het mannetje zorgt voor de grotere stukken. Als je zo’n groot nest in de hoge, wiebelige takken ziet zitten, vraag je je af hoe stevig dat is. Eksters maken met klei en aarde het nest steviger. Ook gebruiken ze plantenwortels om de gaatjes dicht te maken. Eksters zijn best kritisch en hebben vaak meerdere nesten, waarvan er eentje tijdens het broedseizoen wordt gebruikt.

Grote nesten in hoge bomen
Grote nesten in hoge bomen

Als het nest naar tevredenheid af is, worden de eieren gelegd. Dit gebeurt meestal in de periode maart-juni, met een piek in april. Het broedsel bestaat meestal uit vijf tot zeven eieren, die in ongeveer zeventien tot vierentwintig dagen worden uitgebroed. De kleine eksters blijven daarna 22-30 dagen in het nest zitten. Na het uitvliegen zijn ze nog niet helemaal zelfstandig. Ze blijven nog een tijdje bij hun ouders in de buurt, die ze soms ook nog zullen voeren. Daarna komen de jonge eksters in groepjes met leeftijdsgenoten terecht. 

Een jonge ekster
Een jonge ekster

In de jaren 70 en 80 van de vorige eeuw werden eksters fel bejaagd. Niets werd geschuwd, van het neerschieten van de vogels tot het doorschieten van nesten en vergiftiging. Neem daarbij het veranderende landschap en dan kun je wel stellen dat de ekster het niet makkelijk heeft gehad. En dat terwijl hij vroeger zo geliefd was om het eten van engerlingen, emelten en andere larven waar de boeren zo’n hekel aan hadden. Het aantal eksters nam in deze tijd sterk af. Pas rond 2000 werd deze afname stabiel. 

Eksters zijn niet altijd geliefd en mensen zoeken op internet soms naar manieren om van eksters af te komen. Hoeveel ‘last’ je ook ervaart van een ekster, ieder dier is beschermd door de Wet natuurbescherming. Dit houdt in dat je niet zomaar zelf actie mag ondernemen, maar dat je hier ontheffing van de gemeente voor nodig hebt. Ook het verwijderen van eieren of een nest is verboden. 

Eksters tegenkomen

Waar de ekster vroeger vooral in bosrijke omgeving voorkwam, zie je hem nu op heel verschillende plekken. Toch zie je ze vooral nog bij bosranden en cultuurlandschappen. Wel in de buurt van mensen. Vooral de laatste jaren trekken ze steeds meer richting dorpen en steden. Eksters zitten en broeden het liefst in hoge, vrijstaande bomen.


Lees ook: spechten in Nederland


Tegenwoordig komt de ekster steeds minder voor in cultuurlandschappen en meer in menselijke omgeving. Het is niet helemaal duidelijk hoe dit kan, maar men denkt dat het te maken heeft met aan de ene kant de aanwezigheid van meer roofvogels, zoals de buizerd. Aan de andere kant is, door intensivering van de landbouw, de biodiversiteit op het cultuurlandschap ontzettend afgenomen. Dat heeft ervoor gezorgd dat de ekster is uitgeweken naar andere omgevingen. Meer over biodiversiteit kun je hier lezen.

De ekster kom je tegenwoordig op heel veel plekken tegen
De ekster kom je tegenwoordig op heel veel plekken tegen

Feit of fabel?

Er bestaan vele misverstanden over eksters. Hieronder lichten we er enkele toe.

Eksters stelen glimmende voorwerpen: fabel. Ekster zijn erg nieuwsgierig. Het klopt dat ze voor hen interessante voorwerpen ‘stelen’, maar niet met de bedoeling om het echt te stelen. Het is met de bedoeling om het op een rustige, veilige plek nader te onderzoeken. Zo nemen ze het bijvoorbeeld mee naar hun nest. Eksters begraven het ook, als bijvoorbeeld het moment er niet naar is om het voorwerp beter te bekijken. Later wordt het voorwerp weer opgehaald. 

Eten jonge vogels: feit. Eksters zijn alleseters en er staan soms ook jonge vogels op het menu. Dit is maar een klein deel van wat ze in totaal binnenkrijgen en het verschilt hoe vaak jonge vogels verorberd worden. 

Herkennen mensen: feit. Uit onderzoek blijkt dat eksters inderdaad mensen herkennen. En wanneer een mens een nare herinnering bij ze oproept, zullen eksters niet schuwen om die persoon uit te schelden en weg te jagen. In Zuid-Korea werden eksternesten volgens routine gecontroleerd. Het viel de onderzoekers op dat wanneer personen een nest meerdere keren onderzocht, luidkeels werd verjaagd. Eerst werd gedacht dat dit toeval was, maar na experimenten bleek dat de eksters echt in de gaten hadden wie ze wel en niet dulden. Onderzoekers die meerdere keren het nest bezochten, werden weggejaagd door de eksters. Vreemdelingen bij het nest werden niet zo belaagd. Soms vlogen de eksters zelf weg. 

De ekster is een bijzondere en interessante vogel
De ekster is een bijzondere en interessante vogel

Hopelijk ben je na het lezen van deze blog net zo overtuigd als al vele anderen en is je kijk op de ekster veranderd. Verjaag ze niet, maar verwonder je over hun bijzondere verborgen kleuren en verschillende klanken. Misschien vinden zij ons ‘gekras’ ook wel mooi.

Klik hier om verder te gaan met kraaien in Nederland deel IV. Daarin bespreken we de zwarte kraai.


Lees ook: tuinvogel uitgelicht: de merel


Kauw – Kraaien in Nederland – deel II

Iedereen kent ze wel: een kauw, zwarte en/of bonte kraai, ekster, gaai, wellicht zelfs een roek, de notenkraker of raaf. Het zijn de kraaien van Nederland. De familie kraaiachtigen (Corvidae) gaat echter verder dan onze Nederlandse bekenden, want in totaal bestaat de familie uit 128 soorten. Ze komen bijna overal op de wereld voor. Ook behoren deze vogels tot de zangvogels, hoewel niet iedereen hun ‘gekras’ kan waarderen als zang.

Kraaien zijn intelligente wezens. Ze kunnen problemen (leren) oplossen, er is bekend dat een soort kraaiachtigen hun spiegelbeeld herkent en kraaiachtigen communiceren met elkaar. In deze serie nemen we je mee in de wondere wereld der kraaien. 

De kauw

Waarschijnlijk kent iedereen deze grappige, slimme vogel wel: de kauw (Coloeus monedula). Waar in Nederland zie je hem niet? Overal is hij te vinden, te herkennen aan zijn voornamelijk zwarte verenkleed met een petje. De kauw is niet door iedereen geliefd, maar als je hem beter leert kennen, kun je niets anders dan deze opmerkelijke en grappige vogel in je hart sluiten. 

De kauw is de kleinste vogel in de familie kraaiachtigen
De kauw is de kleinste vogel in de familie kraaiachtigen

Uiterlijk

Een kauw heeft een gedrongen lijf en is een stuk kleiner dan een kraai of roek. Met een lengte van 34 tot 39 centimeter is hij zelfs een van de kleinste kraaiachtigen in Nederland. Verschillen tussen mannetjes en vrouwtjes zijn er nauwelijks. Mannetjes kunnen iets langer zijn, maar dat is in het veld vrijwel niet te zien.

Het verenkleed is een combinatie van grijs en zwart. De nek is lichtgrijs, net zoals het achterhoofd. Bovenop het kopje lijkt er een zwart petje te zitten. In tegenstelling tot de snavel van de roek is de snavel van de kauw zwart. De snavel is kort en relatief een stuk kleiner dan de snavels van de kraai en roek. 


Lees ook: arenden in Nederland


Opvallend aan het uiterlijk van de kauw zijn de ogen. De iris is opvallend licht en duidelijk te zien. Bij jonge dieren is de iris eerst nog veel blauwer. 

Uit onderzoek is gebleken dat de lichte kleur van de irissen een functie heeft in de communicatie van kauwen. Onderzoekers hingen tijdens dit onderzoek afbeeldingen op in de nestkasten van kauwen. Deze afbeelding was de kop van een kauw, echter niet met de kenmerkende lichte ogen van een kauw, maar met donkere ogen. De kauwen werden niet afgeschrikt door de kauw met de donkere ogen, maar wel door de kauw met de lichte ogen. De nestkast met afbeelding van de kauw met lichte ogen was niet meer zo aantrekkelijk. In de donkerte van een nestkast vallen de lichte ogen veel beter op dan donkere ogen, waardoor eventuele indringers gauw worden afgeschrikt.

Gedrag

Net als andere kraaiachtigen zijn kauwen intelligente vogels. Ze leven in groepen en je kunt ze overal wel vinden. Ze foerageren graag in weilanden en bermen, zowel binnen als buiten de bebouwde kom. Dit kunnen groepen van alleen kauwen zijn, maar je ziet ook wel dat een groep kauwen samen foerageert met roeken.

Wanneer je ze een tijdje bestudeert en hun gedrag bijhoudt, zul je al gauw bepaalde patronen ontdekken. Zo zie je ze vaak in het voorjaar en najaar met z’n allen in grote groepen richting de slaapplaatsen gaan in de avond. In de zomer zie je dit gedrag minder, dan wel op andere plaatsen. 

Kauwen zijn sociale vogels en kennen een sociale structuur binnen hun groepen. Er is een duidelijke pikorde te zien tussen de kauwen. Ook zijn kauwen monogaam, wat inhoudt dat ze voor altijd trouw zijn aan elkaar. Een paartje is vrijwel altijd samen te zien, ook tijdens de vlucht. Wanneer er groepen foerageren in een weiland, kun je vaak makkelijk de paartjes onderscheiden.

Wat eet een kauw?

Het menu van kauwen is gevarieerd. Kauwen eten voornamelijk ongewervelde dieren, zoals insecten, wormen en slakken. Maar ook eten ze graag granen, bessen, zaden en eieren. Wanneer kauwen zich ophouden in de omgeving van mensen en dus ook bij voedselresten van mensen, staat ook het afval van mensen op het menu. Ook karkassen van bijvoorbeeld doodgereden dieren wordt door hen opgeruimd. 

Wat niet iedereen weet, is dat kauwen ook braakballen braken. In de braakballen van kauwen zitten onverteerde zaden en insecten.

Net als bij mensen, heeft voedsel bij kauwen ook een sociaal aspect. Onder soortgenoten delen kauwen voedsel met elkaar. Het maakt hierbij niet uit of de kauwen die voedsel met elkaar delen familie van elkaar zijn of niet en ook het geslacht doet er hier niet toe. Chimpansees zijn ook dieren waarbij het delen van voedsel is bestudeerd. De manier waarop kauwen voedsel met elkaar delen, is uitgebreider dan bij veel soorten, zelfs uitgebreider dan bij chimpansees.

Waarom kauwen dit doen, is nog niet bekend. Twee mogelijke oorzaken zouden kunnen zijn: de kauw deelt als hij weet dat hij er ook van krijgt of het heeft te maken met intimidatie. Wanneer de kauw zijn eten deelt, hoopt hij met rust gelaten te worden door zijn soortgenoten. Wat een andere opvatting is, is dat de kauw zijn relatie met de andere kauw wil verstevigen en daardoor zijn voedsel met die kauw deelt. 

Voortplanting

Van zijn verdere familieleden is de kauw een beetje de rare vogel wat betreft het broeden. Waar de andere kraaiachtigen broeden op (grote) nesten gemaakt van takken, is de kauw een holenbroeder. Voor wie de afgelopen jaren de webcams van Beleef de Lente heeft gevolgd, heeft kunnen zien hoeveel moeite het de kauw kostte om zijn nest gereed te maken. Probeer maar eens allerlei takjes én jezelf door zo’n smalle nestkastopening te manoeuvreren. Tijdens de nestbouw konden kijkers regelmatig de kauwen zien passen en meten om met de takjes naar binnen te komen. Veel filmpjes zijn nog terug te kijken op de site.

Kauwen broeden tussen april en juni en hebben per jaar meestal één nest waarin tussen de drie en acht eieren in liggen. Vervolgens broedt de kauw de eieren uit in zeventien tot negentien dagen. De kleine kauwtjes blijven daarna ongeveer een maand op het nest. Na het uitvliegen worden ze ook nog ongeveer een maand gevoerd door de ouders. Je ziet de jonge kauwen dan met hun ouders op pad om voedsel te zoeken. 

Voorkomen

De kauwen die je hier in Nederland ziet, zijn vrijwel het hele jaar hier. Er komen echter in bepaalde maanden ook buitenlandse kauwen naar Nederland, om te overwinteren. Dit gaat om kauwen die uit Scandinavië en uit Oost-Europa komen. Ook zijn er soms ondersoorten van kauwen te zien, zoals de Noorse kauw en de Russische kauw. Deze lijken erg op de kauw zoals wij ze hier in Nederland kennen. Na de winter keren ze terug. 


Lees ook: waarom vliegen vogels naar het zuiden?


Maar ook bij onze eigen kauwen zien we soms afwijkingen ten opzichte van hun soortgenoten. Misschien heb je wel eens een kauw met witte vlekken in het verenkleed gezien. Dit kan te maken hebben met een periode van ondervoeding 

Deel III van de kraaiachtigen staat nu online. Lees hem snel!

Kraaien in Nederland – Deel I

Een zwarte kraai

Iedereen kent ze wel: een kauw, zwarte en/of bonte kraai, ekster, gaai, wellicht zelfs een roek, notenkraker of raaf. Het zijn de kraaien van Nederland. De familie kraaiachtigen (Corvidea) gaat echter verder dan onze Nederlandse vrienden, want in totaal bestaat de familie uit 128 soorten. Ze komen bijna overal ter wereld voor. Ze behoren ook tot de zangvogels, hoewel niet iedereen hun stemgeluid als gezang zou kwalificeren. Het gekras van de kraai is niet zo bedoeld, maar hij heeft, net als wij allen, zijn eigen geluid en is daarmee heel herkenbaar.

Kraaien zijn sociale en intelligente vogels, net als de andere kraaiachtigen dat zijn
Kraaien zijn sociale en intelligente vogels, net als de andere kraaiachtigen dat zijn

In deze serie nemen we je mee in de wereld van de kraaien. Elk deel van de serie licht een andere kraaiachtige van Nederland uit. Om de kraaiachtigen te leren kennen, vind je hier de taxonomie van deze familie zangvogels en algemene informatie over deze groep, want wat is het de moeite waard om deze vogels beter te leren kennen.

Kauw (Coloeus monedula)Zwarte kraai (Corvus corone)
Roek (Corvus frugilegus)Raaf (Corvus corax)
Ekster (Pica pica)Gaai (Garrulus glandarius)
Bonte kraai (Corvus cornix)Notenkraker (Nucifraga caryocatactes)
Kraaiachtigen in Nederland

  

De taxonomie van de kraaiachtigen in Nederland
Taxonomie kraaiachtigen in Nederland (De natuur van hier – Mickeal Kurvers)

Intrigerend

Kraaiachtigen hebben zoveel verschillende en verrassende kanten. Wat dat betreft ben je nooit uitgeleerd, want ze weten je steeds weer te verwonderen. Eigenlijk zouden we moeten zeggen: misschien verwonderen zij zich wel over ons. Want kraaiachtigen bestaan al ontzettend lang en hebben ons ontstaan meegemaakt. De oudste fossielen die in Europa gevonden zijn van het geslacht Corvidae (kraaien) dateren van 17 miljoen jaar geleden. Al die tijd zijn ze blijven evolueren, waardoor ze nu de kenmerken hebben waar ze om bekend staan.

Uiterlijk en gedrag

Meestal zijn de vogels overwegend zwart, maar er zijn uitzonderingen. Zo ziet de gaai er bijvoorbeeld kleurrijk uit. Maar in andere landen heb je ook kraaiachtigen die er heel tropisch uit zien, met felle kleuren. De lichaamslengte bedraagt tussen de 20 en 67 centimeter. In Nederland is de kauw de kleinste kraaiachtige. Van vleugelpunt tot vleugelpunt meet hij 64-73 centimeter. De raaf is hier de grootste kraaiachtige, met een spanwijdte tussen de 100-150 centimeter. En daarmee de grootste zangvogel van ons land.

Een imposante raaf, zittend op een steen
Een imposante raaf

Kraaiachtigen zijn intelligente vogels en dit zie je terug in hun gedrag. Eksters die bezig zijn met voedsel verstoppen, houden bijvoorbeeld in de gaten of iemand ziet waar ze het verstoppen. Ze nemen interessante spullen mee naar hun nest voor verder onderzoek. Kraaien en raven oefenen bepaalde klanken zachtjes voor zich uit, tot ze het zich eigen hebben gemaakt. Gaaien kunnen tot wel 5000 eikels verstoppen en brengen markeringen aan rondom de verstopplekken, zodat ze de plek onthouden.

Verder zijn veel van deze vogels monogaam. Familieleden helpen bij de opvoeding, wat je onder andere terugziet bij kraaien. De nesten zijn vaak groot, bij eksters heeft deze zelfs een dak.

Het menu van kraaiachtigen

Het voedsel van de vogels is uiteenlopend. Van dode karkassen tot menselijk afval. Door het opruimen van aangereden dieren helpen ze ziektes als botulisme uit de buurt te houden. En vroeger waren ze geliefd om het pikken van de emelten uit graslanden, terwijl dat nu vaak als overlast wordt gezien. Ook zaden, bessen, noten, wormen en insecten staan op het menu. Het zijn echte omnivoren.

Een kraai in de weer tussen menselijk afval
Een kraai in de weer tussen menselijk afval

Verspreiding

Kraaiachtigen kom je eigenlijk overal in Nederland wel tegen, maar de raaf heeft zich nog niet overal helemaal gevestigd. Hij is nog niet lang geleden geherintroduceerd en is nog bezig met zijn opmars. De meeste kraaiachtigen zijn te vinden in omgevingen met bos en cultuurlandschappen. De laatste jaren komen ze ook steeds meer richting de mens, vanwege ons afval en de dieren die aangereden worden.


Lees ook: arenden in Nederland


Een groep kraaiachtigen in vlucht
Een groep kraaiachtigen in vlucht

Wereldwijd gezien komen kraaiachtigen overal ter wereld voor. Gebieden waar je ze niet zult vinden zijn de poolgebieden, enkele Polynesische eilanden en Nieuw-Zeeland.

Serie kraaiachtigen

Hieronder kun je per deel meer lezen over de kraaien in Nederland.

Deel II: de kauw

Deel III: de ekster

Deel IV: de zwarte kraai

Deel V: de roek

Deel VI: de raaf

Deel VII: de gaai

Deel VIII: de bonte kraai

Deel IX: de notenkraker


Lees ook: spechten in Nederland


10 Tips voor meer vogels in je tuin

Voor een boomklever moet je meer moeite doen: hij is gek op oude bomen

In iedere tuin in Nederland komen vogels voor, zelfs als er alleen maar tegels liggen. Maar hoe zorg je er nou voor dat je naast de koolmees, merel en houtduif nog andere vogelsoorten in je tuin krijgt? Met deze tien tips komen er soorten naar je tuin die je niet had zien aankomen!

Banner e-book meer natuur in je tuin - kruipend zenegroen (de Natuur van hier)
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

1. Water in de tuin

Een van de effectiefste manieren om meer vogels in je tuin te krijgen is door water in je tuin aan te brengen. Dit kan op verschillende manieren. Plaats bijvoorbeeld een waterschaal in de tuin. Wij hebben zelf deze (via de link te bestellen bij bol.com). Deze bevalt erg goed omdat deze op iedere gewenste plek (aan een tak) in de tuin te hangen is en lekker diep is, waardoor deze niet snelt droog valt. Haal de waterschaal in de winter wel naar binnen. Als de vogels in de winter te nat worden kunnen de veren bevriezen, wat de vogel fataal kan worden.

Daarnaast kun je een beekloopje creëren die uitloopt op een poel of vijver. In deze blog leggen we uit hoe je het aanleggen van een poel het beste aan kunt pakken.

Plaats je waterornament op een centraal plekje in de tuin en je ziet verschillende soorten vogels hierop af komen om te drinken, of om een heerlijk bad te nemen. Zorg dat het waterornament goed zichtbaar is vanuit een raam in de woonkamer of keuken, het wassen levert vaak fotogenieke plaatjes op! 

Een kneu neemt een verfrissend bad (De Natuur van hier)
Een kneu neemt een verfrissend bad (De Natuur van hier)

2. Lok vogels met voer

Vogelvoer aanbieden is natuurlijk ook een perfecte manier om meer vogels in je tuin te krijgen. Maar het is ook zeker belangrijk om na te denken wat voor voer je aanbiedt. Als je altijd maar alleen vetbollen ophangt, weet je zeker dat je soortenrijkdom niet exponentieel toe zal nemen.

Bied verschillende soorten voer tegelijk aan, maar wissel ook af met voedsel. Varieer in vorm (los zaad, vetbollen, pindakaas potjes, etc.), maar varieer ook in soort; voer zowel plantaardig als dierlijk voer om zoveel mogelijk soorten te trekken.

Let er ook op dat je voedsel op verschillende plekken aanbiedt en dat je zowel voor kleine als voor grote vogels voerplaatsen maakt. Zo zijn er voor kleine vogels bijvoorbeeld speciale voerrekjes te krijgen waarbij grote vogels niet bij het voer kunnen. Koop je voer bij een betrouwbaar bedrijf, die het beste voor hebben met de natuur. Goedkoop voer bij grote winkelcentra ziet er aantrekkelijk uit, maar is vaak slechte kwaliteit en soms zelf schadelijk. Het beste kies je voor biologisch vogelvoer. Dit is vrij van gifstoffen en dus niet schadelijk voor vogels.

Pimpelmezen voelen zich al snel thuis in groene tuinen (De Natuur van hier)
Pimpelmezen voelen zich al snel thuis in groene tuinen (De Natuur van hier)

3. Nestkasten en nestmateriaal

Meer vogels in  je tuin? Dan mogen nestkastjes zeker niet ontbreken! Gebruik nestkastjes voor verschillende soorten, vooral de type opening en de grootte van het kastje zijn hierbij van belang.

Hang een nestkastje op voor kool- en pimpelmezen en een nestkastje voor de merels. Uiteraard kun je ook proberen een roodborstje of een kwikstaartje in je tuin te laten broeden. Een waar feest is het als het je lukt een soort naar je tuin te lokken die in kolonies broedt. Hang meerdere zwaluwnesten op en wie weet heb je binnenkort een ware kolonie vogels in je tuin! Via deze link zijn tal van nestkasten te bestellen, dus er zit altijd wel wat voor je tussen. Liever zelf aan de slag? Zoek dan op onze website op nestkasten en je vindt verschillende bouwtekeningen! Als je een dichte (gemengde) haag aanplant of een mussenhotel ophangt heb je kans dat een mussenfamilie zich in je tuin settled. 

Meer dan de standaard vogels

Heb je een grotere tuin? Dan heb je ook een goede kans om grotere vogels naar je tuin te lokken.  Als je aan een open veld woont is het wellicht een idee om een torenvalk nestkast te plaatsen. Hier vind je een bouwtekening van een nestkast voor een torenvalk. Let er op dat deze hoog genoeg staat en een vrije ingang heeft, zodat de valken makkelijk in en uit kunnen vliegen.

Woon je aan de rand van een bos of heb je zelfs een bostuin? Hang dan hoog in een boom een nestkast voor een bosuil op of een nestkast voor spechten. Wil je het echt allemaal van dichtbij meemaken? Kies dan voor een vogelhuisje met webcam en volg het proces van A-Z op de voet.


Lees ook: bouwtekening nestkast pimpelmees


Onderhoud

Vergeet niet het nestkastje één keer per jaar schoon te maken. Dit verhoogt de kans op een nieuw nestje het jaar erop. Het nestkastje schoonmaken doe je in het najaar. Sommige vogelsoorten hebben meerdere legsels per jaar waardoor het in de late zomer nog bezet kan zijn. Wacht dus lang genoeg zodat je dit legsel zeker niet verstoort.

Schoonmaken doe je met alleen heet water. Spoel heet water in het nestkastje als het oude nest er nog in zit. Oude nesten zitten vaak vol met vlooien, door er heet water over te gieten voorkom je dat de vlooien overspringen. Verwijder vervolgens het oude nest en spoel nog grondig na met heet water en schrob met een borstel. Laat het nestkastje drogen en hang het vervolgens weer op, zodat  het er weer een vol jaar tegenaan kan!

4. Aanwezigheid van bloemen en inheemse planten

De aanwezigheid van bloemen en inheemse planten is erg belangrijk. Bloeiende planten trekken insecten aan wat op hun beurt weer voedsel is voor vogels. Zorg dat je het hele jaar door bloeiende planten in je tuin hebt om hier optimaal gebruik van te maken.

Kies in het voorjaar voor bijvoorbeeld dagkoekoeksbloem, pinksterbloem en wilg. In de zomer ga je voor duizendblad, kattenstaart of zonnebloemen. Voor in de herfst plant je asters of anemonen en plant een toverhazelaar of een groep nieskruid voor bloei in de winter. Uitgebloeide bloemen bieden daarnaast uitstekend nestmateriaal voor vogels. In deze blog lichten we vijf kruidachtige planten toe voor in je tuin.

Kies bij voorkeur voor inheemse planten en biologische gekweekte planten. Inheemse planten trekken meer verschillende soorten insecten aan, wat weer meer keuze biedt aan de insectenetende vogels. Daarnaast doen inheemse planten het vaak ook beter dan exotische tuinplanten waardoor ze ook een langere periode in bloei staan. Met biologische planten weet je zeker dat er geen bestrijdingsmiddelen zijn gebruikt en insecten niet dood gaan als ze de nectar uit de bloemen eten.

Bloemen in je tuin bieden voedsel en nestmateriaal (uitgebloeide bloemen) voor vogels.
Bloemen in je tuin bieden voedsel en nestmateriaal (uitgebloeide bloemen) voor vogels

5. Beschutting

Naast zaken zoals voedsel en water is er nog een belangrijk aspect wat (kleine) vogels nodig hebben om zich op hun gemak te voelen: beschutting! Ga voor planten en struiken van verschillende hoogtes. Kies voor planten met een dichte groei zoals hulst of kardinaalsmuts. Je kunt daarnaast ook kiezen een haag aan te planten, dit biedt schuilmogelijkheden voor bijvoorbeeld een familie mussen. Kies voor beuk, liguster, meidoorn, veldesdoorn of een mix van deze soorten (gemengde haag).

Zorg er ook voor dat er een aantal wintergroene struiken in de tuin te vinden zijn. Dit geeft vogels bescherming in de winter. Denk hierbij aan; hulst, laurier, taxus of sneeuwbal.

Struiken met doorns bieden bescherming voor vogels. Klimroos, vuurdoorn en meidoorn zijn goede voorbeelden van doornstruiken en -planten die een beschermde plek in je tuin kunnen bieden aan vogels. 

6. Leg een stuk gazon aan

In een typische vogeltuin mag een stuk gazon zeker niet ontbreken. Een gazon is een bron van voedsel voor vogels, zowel dierlijk als plantaardig. Afhankelijk van hoe je je gazon onderhoudt, komen er in meer of mindere mate andere soorten beplanting in je gazon, zoals klaver, madeliefje en biggenkruid. Daarnaast zorgen mieren, wormen, emelten en engerlingen voor een gevarieerd aanbod aan dierlijk voedsel voor vogels. 

Met een stukje gazon in je tuin maak je je tuin vooral aantrekkelijk voor merels, spreeuwen en lijsters. Je zult getuige zijn van het voortplantingsgedrag van merels of je zult grote groepen lijsters en spreeuwen, driftig op zoek naar dierlijk voedsel, waarnemen. Allemaal prachtige schouwspellen om te zien!

7. Insectenhotels

Zoals al eerder aangegeven in deze blog is de aanwezigheid van insecten in je tuin van groot belang om insectenetende vogels aan te trekken. Naast dat je hiervoor (bloeiende) planten kunt aanplanten, kun je hier voor ook insectenhotels ophangen. Ook hierbij is variatie het sleutelwoord. Een insectenhotel bestaat vaak uit meerdere segmenten, waarbij ieder segment voor een andere insectensoort geschikt is. Maar naast deze ‘standaard’ insectenhotels zijn er ook nog hotels speciaal voor lieveheersbeestjes, bijen en zijn er speciale vlinderkasten.

Wees niet te gauw tevreden. Het motto ‘meer is beter’ is hier zeker van toepassing. Meer insecten betekent ook automatisch meer vogels. Daarnaast help je de insecten er ook nog een handje mee, want natuurlijk worden niet alle insecten opgegeten door de vogels. Maak zelf een insectenhotel of kies voor gemak en bestel een kant-en-klare (via deze link te bestellen bij bol.com).

Insectenhotels met meerdere segmenten vormen een perfecte plek voor een grote diversiteit aan insecten.
Insectenhotels met meerdere segmenten vormen een perfecte plek voor een grote diversiteit aan insecten

8. Plant klimplanten tegen schuttingen en muren aan

Met behulp van klimplanten krijg je zelfs de moeilijkste plekjes in je tuin groen. Klimplanten zijn er in vele soorten en maten en bieden voedsel, bescherming en zelfs een plek voor te broeden voor vogels in je tuin. Kies je een wintergroene klimplant of ga je voor een soort met een fantastische bloei?

De winterjasmijn biedt insecten voedsel op zonnige dagen in de winter/vroege voorjaar, de klimhortensia kun je in de schaduw plaatsen, kamperfoelie en klimrozen bieden bessen voor vogels en de klimop biedt het hele jaar door beschutting en is overigens een ware voedselbron voor insecten in de zomer. Er is keuze genoeg dus!

9. Plant planten en struiken met eetbare vruchten

Voedsel in je tuin is, zoals je inmiddels wel weet, belangrijk voor meer vogels in je tuin. Plant dus veel planten en struiken met eetbare vruchten. Zowel voor kleine als voor grote tuinen zijn uitstekende vruchtdragende planten en struiken te vinden.

Besdragende soorten zoals sleedoorn, meidoorn en lijsterbes bieden in het najaar bessen voor vogels. BIjkomend voordeel is dat ze ook nog allemaal eerst bloeien waar weer insecten op af komen. Deze soorten zijn ook prima in een haag of in een struweel aan te planten. Lees in deze blog hoe je dat zelf doet.

Een fruitboom of -struik is natuurlijk ook een goede keuze. Appel-, peren-, pruimen- en kersenbomen zijn prachtige bomen om  in je tuin te hebben, het fruit in de zomer trekt onwijs veel verschillende soorten vogels aan en zelf kun je ook je appel of peer plukken. Kauwen, zwarte kraaien en spreeuwen komen graag je tuin bezoeken voor een vers stukje fruit. Daarnaast zijn tegenwoordig veel fruitsoorten in van allerlei soorten en maten te krijgen, als hoogstam, laagstam, leiboom en soms zelfs in struikvorm. Voor iedere tuin is er wel iets te vinden. 


Lees ook: de beste inheemse vijverplanten


Vogels zijn ook gek op noten

Iets minder voor de hand liggend zijn bomen zoals zomereik, walnoot of hazelaar, maar ook zeker deze bomen lokken vogels naar je tuin. Een treffend voorbeeld hiervan is natuurlijk het verhaal van de eik en de gaai. Gaaien verzamelen in het najaar eikels en verstoppen deze elders om de winter door te komen. Tijdens het verzamelen kan een gaai wel tot zes eikels in één keer vervoeren. Hij slikt er dan vijf door en de zesde houdt hij in zijn bek. Een prachtig fenomeen om een gaai aan het werk te zien!

De kersen van een kersenboom worden graag genuttigd door diverse vogels. Daarnaast heeft deze boom in het voorjaar een prachtige bloei (De Natuur van hier)
De kersen van een kersenboom worden graag genuttigd door diverse vogels. Daarnaast heeft deze boom in het voorjaar een prachtige bloei (De Natuur van hier)

10. Wat vooral niet doen

De laatste tip gaat om wat je vooral niet moet doen. Veel groen betekent veel vogels in je tuin, dus beperk het gebruik van (half)verharding zoals grind, split, tegels en bakstenen in je tuin.  

Daarnaast moet je zeker niet al het groen in je tuin in één keer snoeien. Vogels vinden schuilplekken in het groen in je tuin, dus mocht je dit allemaal in één keer snoeien dan ontneem je dus al hun schuilmogelijkheden. Probeer snoeien gefaseerd uit te voeren gedurende het hele jaar. Snoei wintergroene struiken niet in de winter, knip je blauwe regen in februari, de vlinderstruik in maart of april, voorjaarsbloeiers na de bloei en (bladverliezende) bomen in de winter. Zo hebben de vogels altijd een plekje in je tuin om zich terug te trekken.

Geef vogels de ruimte in het voorjaar

Snoei daarnaast wintergroene struiken en bomen niet in het voorjaar. Het voorjaar is de tijd dat de meeste vogels broeden, dit is de tijd dat je ze zo min mogelijk moet storen. Sommige vogels broeden al vroeg in februari en andere nog tot in augustus. Meestal wordt de periode 15 maart tot 15 juli aangehouden als broedseizoen. Probeer in deze periode je snoeischaar dan ook zo veel mogelijk in de garage te laten. 

Doe vooral niet te veel!

Als allerlaatste tip kunnen we je geven dat je je tuin niet volledig moet opruimen. Een tuin winterklaar maken klinkt heel logisch, maar eigenlijk doe je hier meer fout mee dan goed. Zorg ervoor dat er altijd rommelhoekjes aanwezig zijn en er altijd in het najaar wel wat afgevallen bladeren liggen. Uitgebloeide zomerbloeiers kun je het beste ook pas snoeien in het voorjaar. Uitgebloeide takjes worden gebruikt als nestmateriaal en doen dienst als overwinteringsplek voor insecten. Rommelhoekjes zorgen ook voor meer biodiversiteit in je tuin, wat de vogels natuurlijk weer ten goede komt.

Meer natuur in je tuin e-book
Wil je stap voor stap meer natuur in je tuin? In ons e-book ontdek je hoe je verschillende inheemse planten slim combineert tot een biodiverse tuin die het hele jaar aantrekkelijk is voor vogels, bijen en vlinders.

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Spechten in Nederland

Spechten in Nederland (de Natuur van hier)

Een van de bijzonderste vogelfamilies die we in Nederland tegen kunnen komen, is wat ons betreft toch de spechtenfamilie. In totaal telt deze familie zo’n 240 soorten wereldwijd, in Nederland zijn er zes soorten spechten te vinden. In dit artikel lees je welke soorten dit zijn en lees je hoe je een specht in de natuur kunt tegenkomen en hoe je er wellicht zelfs een naar je tuin kunt lokken.

Omslagfoto: grote bonte specht – de Natuur van hier

Spechten in Nederland
Het typerende silhouet van een specht

In Nederland leven in totaal zes soorten spechten. De kleine bonte specht, middelste bonte specht, grote bonte specht, zwarte specht, groene specht en draaihals. Allen zijn het broedvogels in ons land.

Algemene kenmerken

Voordat we de soorten specifiek beschrijven, bespreken we eerst wat algemene kenmerken die alle spechten met elkaar delen. Spechten zijn kleine tot middelgrote vogels met een scherpe snavel. Deze snavel gebruiken ze om het kenmerkende gedrag van een specht uit te voeren: in een snel tempo kort achter elkaar op een boom timmeren, roffelen genoemd. Dit gedrag heeft meerdere doeleinden. Door het timmeren op boomstammen zoeken ze voedsel, maken ze een nestholte of bakenen ze hun territorium af.

Om de klappen en trillingen van het timmeren op bomen op te vangen, hebben spechten zich over de loop van tijd op een bijzondere manier geëvolueerd. Een scherpe, rechte snavel met een extra hoornlaag, zeer sterke kop- en nekspieren, weinig hersenvocht en een versterkt tongbeen wat de klap gelijkmatig verdeeld over de schedel, zorgen er gezamenlijk voor dat de specht zijn werkzaamheden dag in en dag uit kan uitvoeren. 

Spechten hebben daarnaast een lange kleverige tong waarmee ze insecten uit boomholtes weten te grissen. Ze hebben een stevige staart en scherpe klauwen waarmee ze zich goed aan een boom vast kunnen houden. Je zou denken dat alle spechten onlosmakelijk met bomen verbonden zijn, maar er zijn echter ook spechten die in boomloze habitats voorkomen. De Nederlandse soorten vind je wel voornamelijk terug in de bossen. 

Taxonomie spechten in Nederland

In onderstaande tabel zijn de zes broedende spechtensoorten van Nederland te vinden.

Kleine bonte specht (Dryobates minor)Middelste bonte specht
(Dendrocoptes medius)
Grote bonte specht (Dendrocopos major)Zwarte specht (Dryocopus martius)
Groene specht (Picus viridis)Draaihals (Jynx torquilla)

Vijf van de zes soorten behoren tot de onderfamilie echte spechten, één soort behoord tot de draaihalzen. In het verleden (tot 2015) werden de kleine-, middelste- en grote bonte specht allemaal tot hetzelfde geslacht (Dendrocopos) gerekend, maar tegenwoordig behoren ze allemaal tot een eigen geslacht.

Taxonomie spechten in Nederland (De natuur van hier)
Taxonomie spechten in Nederland (De natuur van hier)

Kleine-, middelste- en grote bonte specht

Als we het hebben over de soorten, dan kunnen we maar het beste meteen beginnen met de drie die het meest op elkaar lijken. De bonte spechten. Als beginner heb je geen idee waar je op moet letten en kom je vaak niet verder dan; ‘ik heb een bonte specht gezien’. Maar na het lezen van deze blog lukt het de volgende keer vast om die bonte specht verder op soort te determineren. Let hierbij niet alleen op het uiterlijk van de specht, de omgeving vertelt vaak ook al veel!

Kleine bonte specht (Dryobates minor)

De kleine bonte specht is, hoe kan het ook anders, de kleinste van het bont gezelschap en wordt niet groter dan 14 tot 16 centimeter met een spanwijdte van 25 tot 27 centimeter. De vrouwtjes zijn volledig zwart-wit gekleurd, de mannetjes hebben een rood petje. De kleine bonte specht is het best te onderscheiden door de grote en het ontbreken van de witte schoudervlekken. 

Kleine bonte specht - spechten in Nederland
De kleine bonte specht wordt slechts zestien centimeter groot en is daarmee ook goed te onderscheiden van de andere bonte spechten

Kleine bonte spechten zijn voor het maken van een nest vaak op zoek naar zachtere boomsoorten zoals wilg, berk en populieren. Ze komen dan ook vaak voor in loofbossen (ook wel in gemengde bossen), waarin voldoende van zulke bomen te vinden zijn. Daarnaast is het belangrijk dat er ook voldoende dood hout staat en ligt in het bos. Dit zorgt voor een hoge insectendichtheid in het bos, het hoofdvoedsel van de kleine bonte specht. Kleine bonte spechten zijn standvogels, wat betekent dat ze het jaarrond te vinden zijn in onze Nederlandse bossen.

Roep kleine bonte specht (Xeno canto – Pontus Wennesjö)
Roffel kleine bonte specht (Xeno Canto – Lars Edenius)

Middelste bonte specht (Dendropicos medius)

De middelste bonte specht is de lastigste van de drie om waar te nemen, omdat deze wat meer eisen stelt aan zijn habitat. Wil je een middelste bonte specht spotten, dan moet je op zoek naar oude bossen met bij voorkeur veel eikenbomen. De middelste bonte specht wordt zo’n 19 tot 22 centimeter groot, met een spanwijdte van 32 tot 35 centimeter. Waar de meeste mannetjes en vrouwtjes vogels van een soort uiterlijke verschillen tonen, is dit bij de middelste bonte specht eigenlijk niet zo. 

Middelste bonte specht - spechten in Nederland
De middelste bonte specht is de lastigste bonte specht om te spotten in Nederland. Ze stellen specifieke eisen aan hun leefomgeving

Om hem te kunnen onderscheiden van de grote bonte specht kun je het beste letten op de kruin, deze is rood bij de middelste en bij de grote is deze zwart. Daarnaast is deze net wat kleiner dan de grote specht. Ten opzichte van de kleine heeft de middelste bonte witte schoudervlekken en is deze aanzienlijk groter. 

Zoals gezegd houden middelste bonte spechten van oude eikenbossen. Hier zijn ze op de takken van oude bomen opzoek naar insecten. Naast insecten eten ze ook af en toe noten en bessen. Net zoals de kleine bonte is de middelste bonte een echte standvogel, wat betekent dat je in de winter ook op zoek kunt naar ze. De beste kans op een waarneming maak je in het Oosten en Zuiden van ons land.

Roep middelste bonte specht (Xeno Canto – Frederic Lionel)
Roffel middelste bonte specht (Xeno Canto – Joost van Bruggen)

Lees ook: arenden in Nederland


Grote bonte specht (Dendrocopos major)

Als laatste van de drie is er nog de grote bonte specht, de meest algemene van de drie. De grote bonte specht is iets groter dan de de middelste bonte specht, volwassen exemplaren zijn zo’n  20 tot 24 centimeter groot. De spanwijdte bedraagt zo ’n 34 tot 39 centimeter. 

De grote bonte specht is de meest algemene van de drie bonte spechten soorten in ons land (de Natuur van hier)
De grote bonte specht is de meest algemene van de drie bonte spechten soorten in ons land (de Natuur van hier)

Grote bonte spechten zijn, naast de grootte, goed te herkennen aan de grote, witte schoudervlekken. Mannetjes hebben daarnaast een rode vlek aan de achterkant van het zwarte petje, bij vrouwtjes ontbreekt deze rode vlek. Het zijn echte standvogels, die het hele jaar in Nederland verblijven.

Het hoofdvoedsel bestaat uit insecten. Maar ook noten, zaden en zelfs vogelvoer in tuinen eten ze graag. Grote bonte spechten maken daarnaast ook drinkgaatjes in bomen (Naturetoday). Dit zijn kleine gaten in de stam van de boom, die vollopen met boomsappen. Deze boomsappen zijn rijk aan suikers en mineralen en daardoor een goede toevoeging op het menu. Andere spechtensoorten profiteren mee van deze drinkgaatjes.

Roep grote bonte specht (Xeno Canto – Timo Roeke)
Roffel grote bonte specht (Xeno Canto – Peter Stronach)

Jongen grote bonte spechten

De grote bonte specht kun je tegenkomen in bossen maar ook in stadsparken en zelfs op vakantieparken. Ga je in het voorjaar op pad, dan maak je zelfs kans op jongen grote bonte spechten te treffen. De jongen zijn in de periode eind mei/begin juni zo groot geworden dat ze bijna kunnen uitvliegen. Ze zitten dan ongeduldig met hun kopje naar buiten gestoken om hun ouders te roepen voor meer voedsel. Kijk dus goed om je heen als je door het bos wandelt en houd je oren goed open, wellicht zie je dit bijzondere tafereel.

Zwarte specht (Dryocopus martius)

De zwarte specht is de grootste spechtensoort van Europa en de op een na grootste (na de poederspecht) van de wereld. Met zijn lichaamslengte van 45 tot 57 centimeter is deze specht ruim 20 centimeter groter dan de grote bonte specht. De spanwijdte is 64 tot 73 centimeter. Een imposante verschijning kun je wel zeggen. 

Zwarte specht.
De grootste specht van Nederland én Europa, is de zwarte specht

Zoals de naam wel doet vermoeden is het verenkleed van de specht overwegend zwart. Ze hebben daarnaast een rode kruin. Dit is ook het kenmerk waarmee je de mannetjes van de vrouwtjes kunt scheiden. Bij de mannetjes begint de rode tekening vaak al op het voorhoofd en loopt deze taps toe tot bijna in de nek. Bij vrouwtjes is alleen de kruin rood. 

Naast grootte en het verenkleed, is er nog een andere manier om de zwarte specht te onderscheiden van andere spechtensoorten. Ze vliegen namelijk niet in een golvende beweging, wat erg opvallend is voor andere spechtensoorten, maar meer in een rechte lijn zoals bijvoorbeeld een gaai zich voortbeweegt. 

De zwarte specht is een echte bosbewoner. In de 19e eeuw werden er in Nederland veel bossen met naaldbomen aangeplant. Dit heeft de opmars van de zwarte specht in gang gezet. Hij heeft zich toen vrij algemeen gevestigd door het land, met uitzondering van de provincies waar bos schaars is. Goede plekken om op zoek te gaan naar de zwarte specht zijn het Drents-Friese Wold, de Schinveldse bossen in Limburg of het Amerongse bos in Utrecht. Ze hebben een voorkeur voor dode eikenbomen, dus let hier goed op!

Roep zwarte specht (Xeno canto – Teet Sirotkin)
Roffel zwarte specht (Xeno Canto – Joost van Bruggen)

Lees ook: kraaien in Nederland – deel I


Groene specht (Picus viridis)

De vijfde spechtensoort in Nederland is de groene specht. Deze kleurrijke verschijning is absoluut niet te verwarren met de andere spechtensoorten. De groene specht is hoofdzakelijk olijfgroen gekleurd, met een grijsgroene buik, gele borst en staartbasis vlekken. Het gezicht bevat zwarte vlekken en rood op het kopje. De mannetjes hebben daarnaast nog een rode wangvlek. 

Door zijn overwegend groene kleur valt de specht niet op als hij op de grond in het gras zit. Op de grond? Ja, ten opzichte van de andere spechten eerder benoemd leeft de groene specht veel op de bodem. Hier is hij naarstig op zoek naar mieren, zijn hoofdvoedsel. Dit doet hij door met zijn snavel een nest open te hakken en met zijn lange, kleverige tong het nest binnen te gaan. 

Groene specht - Spechten in Nederland
Groene spechten brengen veel tijd door in het gras, op zoek naar mieren

Naast de kleur en de plek waar je een groene specht treft, heeft deze specht nog een bijzonderheid. In tegenstelling tot de andere soorten herken je deze soort niet op afstand door zijn roffel, maar door zijn roep. Deze wordt vaak aangehoord als een soort lach. Mocht je dus door de natuur lopen en lijkt het net alsof je verder weg een lach hoort, dan is er een grote kans dat je net een groene specht hoorde roepen. 

De groene specht kun je in bijna alle provincies treffen, echter is de soort in Flevoland, Friesland en Groningen schaars.

Roep groene specht (Xeno Canto – Ulf Elman)

Draaihals (Jynx torquilla)

De laatste specht die we bespreken, de draaihals, wordt gauw over het hoofd gezien als je er niet naar op zoek bent. Door zijn teruggetrokken levensstijl, onopvallende kleuren en omdat hij overwegend op de grond leeft, is dit een vogel die niet veel mensen in hun leven zullen treffen. 

Met een lichaamslengte van circa 16 centimeter en een spanwijdte van ongeveer 34 centimeter, behoort de draaihals tot de wat kleinere spechtensoorten van ons land. Zoals gezegd is het verenkleed van de draaihals onopvallend. Zwarte, grijze en bruine strepen kleuren het verenkleed en als je goed kijkt lijkt er een soort van boomschorspatroon in te zitten. Dit is ook wel te verklaren daar de draaihals veel op de grond zit en hierdoor dus bijna niet opvalt. 

Draaihals - Spechten in Nederland
De draaihals is een onopvallende vogel en door het niet geoefende oog lastig te ontdekken.

Zijn naam heeft hij te danken aan het vermogen dat hij zijn nek in allerlei verschillende standen kan draaien. Dit geeft hem het voordeel dat hij zijn omgeving goed in de gaten kan houden. Het dieet bestaat hoofdzakelijk uit mieren. De draaihals houdt van open loofbossen op voornamelijk zandgronden. Een goede kans op een waarneming maak je op de Veluwe, bijvoorbeeld in het Deelerwoud. Het is echter een erg onopvallende vogel en er zijn maar weinig broedparen in Nederland, dus je zult goed je best moeten doen om er een te vinden.

Een andere goede plek om een draaihals is waar te nemen is Texel. Maar Texel lijkt in eerste instantie niet echt een spechtenplek. Dat klopt, maar de draaihals is een trekvogel, vrij ongewoon voor een specht. Daarom worden in het voor- en najaar regelmatig draaihalzen waargenomen, op weg (of juist op weg terug) naar tropisch Afrika.

Roep draaihals (Xeno Canto – Johan Södercrantz)

Grijskopspecht (Picus canus)

Bij de draaihals schreven we dat dit de laatste specht was die we zouden bespreken, maar we hebben er nog eentje achter de hand gehouden, de grijskopspecht. De grijskopspecht is een specht die zelden wordt gezien in Nederland, een echte dwaalgast, maar algemener aanwezig is in onze buurlanden. Een keer in de zoveel jaar wordt er eens een grijskopspecht in Nederland waargenomen die hier dan een tijdje bivakkeert.

De grijskopspecht is gemakkelijk aan te zien voor een groene specht, maar is wat kleiner en heeft een grijze kop. De mannetjes hebben een rode kruin op de kop. Qua gedrag en dieet lijkt de grijskopspecht ook erg op de groene. Hij leeft ook veel op de grond waar hij op zoek is naar mieren.

De grijskopspecht is een zeldzaamheid in Nederland (Saxifrage, Mark Zekhuis)
De grijskopspecht is een zeldzaamheid in Nederland (Saxifrage, Mark Zekhuis)

Wil je eens op zoek gaan naar de grijskopspecht? Dan kunnen we je een reis naar het Teutoburgerwoud in Duitsland aanraden. We hebben het Teutoburgerwoud ontdekt middels een meerdaagse wandelvakantie. Lees hier verder als je daar meer over wil weten. Ook in de Ardennen is deze gave specht te zien. Helaas hebben we hem hier zelf niet gezien, maar hij zit er wel degelijk.

Roep grijskopspecht (Xeno Canto – Romuald Mikusek)

Spechten in de tuin

Je zou het misschien niet meteen zeggen, maar als je een wat grotere tuin hebt is het zeer goed mogelijk een specht in je tuin te krijgen. Zo komt de grote bonte specht zelfs voor in de top 20 van meest getelde tuinvogels tijdens de jaarlijkse tuinvogeltelling.

Om zelf een specht in je tuin te krijgen dan is het vooral belangrijk om te zorgen voor groen en bomen in je tuin. Heb je een volwassen boom? Kap deze dan zeker niet! Volwassen bomen bieden een verscheidenheid aan insecten wat voor veel spechten een groot percentage van het dieet is. Ook dode bomen hebben hierbij nog een belangrijke functie. Een dode boom kan een uitstekende plek zijn om een nest te maken. Daarnaast trekt het zeldzame(re) insectensoorten aan wat weer een grotere verscheidenheid van voedselaanbod biedt. En een hogere biodiversiteit zorgt nou eenmaal voor meer bijzondere soorten.

Voedsel en nestkasten voor spechten

Naast bomen aanplanten en behouden is het ook een goed idee om wat voedsel aan te bieden. Spechten zijn gek op pinda’s. Biedt deze op een rustige, beschutte plek aan in de tuin en naast spechten zou het zomaar kunnen dat er ook wat sijsen of een boomklever op af komen. Naast pinda’s kun je ook pindakaaspotjes speciaal voor spechten ophangen. Een (of meerdere) insectenhotel ergens in de tuin is ook zeker een goed idee. Het grotere aanbod insecten in je tuin zal naast spechten ook veel andere insectenetende vogels aantrekken.

Grote bonte specht (de Natuur van hier)
De grote bonte specht is een graag geziene gast in groene tuinen (de Natuur van hier)

Uiteraard kun je er ook nog voor kiezen een spechtenkast op te hangen. Zorg ervoor dat je de nest tegen een grote, wat oudere boom hangt op ongeveer drie meter hoogte. Via deze link is een nestkast voor de grote bonte specht te bestellen bij Vivara Natuurproducten. Deze ziet er natuurlijk uit waardoor hij niet opvalt. Daarnaast is deze extra lang (aangepast op het formaat van de specht) en moet de invliegopening door de specht zelf nog verder uitgehakt worden.

De spechten waarop je het meeste kans maakt

Het meeste kans maak je om de grote bonte specht te lokken. Deze wordt zelfs waargenomen in kleinere tuinen in dorpen en steden. Daarnaast is het ook goed mogelijk om de groene specht in je tuin te zien, alleen moet je hiervoor al wat landelijker en in een meer open terrein wonen. Het is echter zeer de moeite waard om je tuin aantrekkelijker maken voor spechten (of vogels in het algemeen). Het is een zeer bijzondere ervaring om een dergelijke vogel vanaf je bank te kunnen waarnemen!

Tot slot

Heb jij weleens een specht in de tuin gehad? Laat het ons weten in de comments of deel je mooiste foto’s van spechtenwaarnemingen in de natuur met ons via social media (@denatuurvanhier)! We zijn erg benieuwd!

Wil je meer tips ontvangen over vogels en andere dieren naar je tuin lokken. inspiratie over inheemse planten of andere tuintips? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische tuintips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Waarom trekken vogels naar het zuiden?

Canadese ganzen maken zich klaar om te landen

Ieder najaar vindt het weer plaats, een van de grootste natuurfenomenen der aarde. Grote groepen vogels komen samen om gezamenlijk aan hun verre reis naar het zuiden te beginnen. Het klassieke beeld van ganzen dat in een v-vorm zich door de lucht voortbeweegt kennen we allemaal wel. In het voorjaar verzamelen de vogelsoorten zich eveneens en beginnen ze aan de weg terug. Dit fenomeen noemen we de vogeltrek. Maar waarom trekken vogels? Is het niet verstandiger om in het zuiden te blijven? Zijn alle vogels trekvogels? Hoe vinden ze de weg? In deze blog vind je antwoord op al deze vragen. Dus lees snel verder!

Trekvogels, wat zijn dat?

Voordat we het gaan hebben over de vogeltrek is het wijs om wat begrippen door te nemen. Vogels hanteren nogal wat verschillende strategieën waardoor er in de loop der tijd flink wat begrippen zijn ontstaan. Om het verhaal goed te begrijpen is het raadzaam om eerst deze begrippen verder te definiëren. 

We beginnen met de meest voor de hand liggende; de trekvogel. Onder trekvogels verstaan we alle vogelsoorten waarvan alle individuen in een bepaalde periode in het jaar (ver) weg trekken naar een ander gebied en in een later stadium weer terugkeren. Meestal vindt de trek naar het Zuiden in het najaar plaats en vindt de terugkeer plaats in het voorjaar. Het tegenovergestelde van een trekvogel is een standvogel. Standvogels zijn vogels die niet naar een andere plek trekken om te overwinteren, maar het hele jaar door op dezelfde plek verblijven. 

Grauwe gans
Ganzen zijn typische trekvogels

Seizoenen

Soorten die alleen in de zomer in ons land verblijven en hier broeden noemen we zomervogels. Vogels die in de zomer in ons land verblijven, maar niet broeden noemen we een zomergast. Vogels die het hele jaar in Nederland verblijven, maar niet broeden zijn jaargasten. Wintergasten zijn vogels die hier alleen in de winter verblijven, maar niet broeden. Vaak zijn dit vogels die de zomer doorbrengen in Scandinavië of Noord-Rusland en komen overwinteren in onder andere Nederland. Dan zijn er nog de vogels die door ons land heen reizen en alleen enkele dagen aanwezig zijn om uit te rusten/aan te sterken. Deze vogels noemen we doortrekkers. Vervolgens is er nog de groep die niet duidelijk een keuze kan maken, de deeltrekkers/twijfelaars. Hiervan trekken een aantal individuen naar een ander gebied en blijft het andere deel van de soort op de plek het hele jaar door.

Langs de kust heb je kans om tijdens de trek honderdduizenden vogels tegelijk te zien
Langs de kust heb je kans om tijdens de trek honderdduizenden vogels tegelijk te zien

Zichtbaar is dat door klimaatverandering vogels van strategie veranderen en echte trekvogels van vroeger tegenwoordig als deeltrekkers geclassificeerd kunnen worden. Daarnaast kan er gesteld worden dat trekvogels vaak insecteneters zijn. In de gebieden waar ze in de zomer verblijven wordt het in de winter vaak te koud om voldoende voedsel (insecten) te vinden, waardoor ze genoodzaakt zijn naar het zuiden te trekken. 

Rare trekvogels

Dan is er nog een laatste begrip wat de moeite waard is om te benoemen: de dwaalgasten. Dit zijn soorten die hier van nature niet voorkomen maar waarvan soms toch een exemplaar wordt waargenomen. Dit exemplaar verblijft hier in het algemeen maar kort en zal spoedig terugkeren naar zijn echte leefomgeving. Reden dat dwaalgasten op vreemde plekken terecht komen zijn oriëntatieproblemen, voedselgebrek, storm of ziekte. 

Goudplevieren zijn vogels die hier het hele jaar door verblijven, maar niet broeden. Echte jaargasten dus.
Goudplevieren zijn vogels die hier het hele jaar door verblijven, maar niet broeden. Echte jaargasten dus

Het nut van trekken en de kunst ervan

Nu we weten welke soorten trekvogels we allemaal kunnen waarnemen in Nederland, is het tijd om uit te zoeken waarom vogels eigenlijk trekken. En hoe doen ze dat dan? Nemen ze altijd dezelfde route? En hoe weten ze of ze wel de juiste route vliegen? Complexe vragen waar wetenschappers al decennia lang antwoorden op proberen te vinden. 

Het nut van trekken

De grote vraag is natuurlijk: waarom beginnen vogels aan zo’n grote onderneming? Waarom riskeren ze hun leven, putten ze zichzelf helemaal uit en laten ze hun vertrouwde omgeving (tijdelijk) achter zich om ergens anders de winter door te brengen om vervolgens diezelfde gevaarlijke route nogmaals af te leggen en weer terug te keren op de plek waar ze vorig jaar gebroed hebben? Want ga maar na wat voor een gevaren er op de loer liggen. Onderweg trotseren ze windmolens en hoge gebouwen die ze niet zien. Komen ze in stormen terecht, kunnen verdwaald raken en zijn ze uitgeput een makkelijkere prooi voor roofdieren. Deze risico’s nemen ze allemaal voor een betere kans om nageslacht groot te brengen. 

In de winter verandert het weer en wordt het kouder in ons land. Dit is op zichzelf niet voornaamste de reden waarom vogels besluiten naar het warmere zuiden te trekken. Maar met de warmte die in het najaar ons land verlaat, verdwijnen ook de insecten en worden de dagen korter. Dit zorgt ervoor dat er voor de trekvogels te weinig voedsel is om zich in de winter mee te voeden en dat verklaart waarom ze hun heil tijdelijk ergens anders gaan zoeken. 

Waarom komen trekvogels weer terug?

Maar als ze in het zuiden meer voedsel kunnen vinden, is het dan niet logischer om daar in de zomermaanden ook te verblijven? Dat zou je in eerste instantie denken, maar er zijn een paar redenen aan te halen waarom het toch logischer is om weer terug te keren. De eerste is concurrentie. Als alle vogels in het zuiden zouden blijven, zou er veel te veel concurrentie onderling zijn en alsnog te weinig voedsel en broedmogelijkheden.

Daarnaast zorgen de seizoenen in het gematigd klimaat in West- en Noord-Europa voor een explosie van leven (en dus ook insecten) in het voorjaar. Voedsel in overvloed dus.

Terug trekken naar het noorden heeft nog een laatste voordeel ten opzichte van blijven in het zuiden: in het voorjaar en de zomer beginnen de dagen te lengen. Dit biedt vogels langer de tijd om opzoek te gaan naar voedsel en hun jongen groot te brengen. In het zuiden is er in de zomer relatief minder daglicht, waardoor het zoeken naar voedsel beperkt is. Deze drie factoren zorgen ervoor dat vogels in het noorden gemiddeld meer jongen kunnen grootbrengen dan wanneer ze in het zuiden zouden blijven. 

In juli en augustus starten de grutto’s aan hun trektocht langs de kust van Nederland, België, Frankrijk en Spanje om in Afrika te overwinteren.
In juli en augustus starten de grutto’s aan hun trektocht langs de kust van Nederland, België, Frankrijk en Spanje om in Afrika te overwinteren

De kunst van het trekken en de route

Hoe weten vogels nou wanneer het tijd wordt om te vertrekken? Hiervoor bestuderen ze hun omgeving. Wanneer de hoek van de zon (zon staat lager in het najaar) verandert, het kouder wordt en het voedselaanbod minder wordt dan weten vogels dat de trek nadert. Zelfs vogels die leven in gevangenschap merken dit en tonen opmerkelijk gedrag. Wetenschappers hebben bij vogels die leven in gevangenschap de gedragsveranderingen onderzocht die vogels ondergaan op het moment dat het bijna tijd is om te vertrekken. Vogels worden onrustiger en zelfs hun slaappatroon veranderd. Dit gedrag wordt omschreven (door Duitse wetenschappers) als Zugunruhe. 

Wanneer het tijd is om te vertrekken, verzamelen individuen zich vaak om samen de reis te maken. Iedere soort houdt er zijn eigen strategie op na. Sommige vliegen langs de kust, andere vliegen over het binnenland naar het zuiden. Wil je meer lezen over tien vogels met een bijzondere ‘trek-strategie’, lees dan deze blog

Deze strategieën zijn overigens niet in beton gegoten. Door klimaatverandering zijn er duidelijk wijzigingen in strategieën zichtbaar. Waar de ooievaar vroeger steevast een trekvogel was, zien we tegenwoordig steeds meer individuen kiezen om te blijven en is de ooievaar daarom voortaan een deeltrekker te noemen. 

Hulplijntjes

Om ervoor te zorgen dat ze ieder jaar weer op de juiste plek terecht komen hebben vogels een aantal hulpmiddelen. Zoals al eerder gezegd gebruiken een aantal vogelsoorten de kustlijn als navigatiepunt. Een goed voorbeeld hiervan zijn de grutto’s. Deze vliegen helemaal vanaf de kust van Nederland, via België, Frankrijk en  Spanje naar Afrika en gebruiken de kustlijn als navigatiepunt. Andere herkenningspunten in het landschap worden ook gebruikt om te navigeren.  Daarnaast oriënteren vogels zich ook met behulp van de zon en de sterren (afhankelijk van of het dag- of nachttrekkers zijn). Als laatste hulpmiddel hebben vogels het magnetisch veld. Wetenschappers hebben aangetoond dat vogels dit magnetisch veld letterlijk kunnen zien door een speciaal orgaan in hun hoofd. 

Met behulp van deze middelen kunnen vogels dus jaarlijks duizenden kilometers afleggen om op de juiste plek terecht te komen. 

Hoe trekvogels spotten?

De massale trek van vogels in het najaar is een natuurfenomeen wat iedereen een keer ervaren moet hebben. We kennen allemaal wel de beelden van ganzen of kraanvogels in hun klassieke v-vorm formatie


Lees ook: waarom vliegen vogels in een v-vorm?


Maar er zijn nog veel meer trekvogels die je kunt spotten. Hoe pak je dit het beste aan? Zoals gezegd is dit het beste waar te nemen in het najaar. Oktober is de piekmaand en vertrekken er miljoenen vogels zuidwaarts.

Zorg ervoor dat je een goede verrekijker hebt en houd websites als waarneming.nl in de gaten om te zien waar grote aantallen vogels worden gespot. Daarnaast is een vogelboekje essentieel om je waarneming snel te kunnen controleren. Zelf zijn we begonnen met de Vortex Diamontback XD met een vergroting van 8x en een lensdiameter van 32mm. Een betaalbaar instapmodel waar wij veel plezier van hebben beleeft. Bestel hem hier via bol.com. Als vogelgids gebruikten we deze (bol.com) ‘zakgids vogels Nederland en België’. Deze is compact, dus handig mee te nemen, en kleurrijk geïllustreerd.

Een goede plek om te starten is op of nabij de waddeneilanden en dan verder zuidwaarts langs de kustlijn. Ga vroeg op pad, zo zorg je ervoor dat je zoveel mogelijk soorten op een dag mee kunt nemen. 

De trek achterna

Ook in het buitenland zijn uitstekende plekken te bezoeken om trekvogels te spotten. Neem bijvoorbeeld Extremadura in Spanje. Dit is een belangrijke overwinterplek voor veel vogels, of een tijdelijke rustplek voordat ze het laatste stuk naar Afrika afleggen. In het najaar kun je hier duizenden kraanvogels, reigers, zangvogels en grutto’s treffen. 

Ieder jaar is er in oktober ook de internationale vogeltrekteldag. Dan worden er door heel Europa door duizenden vogelaars miljoenen trekvogels geteld. Hiermee wordt belangrijke informatie vervaardigd over de aantallen trekvogels en de belangrijke rustplaatsen en trekroutes van vogels om deze in de toekomst te kunnen beschermen. Zet deze datum dus jaarlijks in je agenda om ook jouw steentje bij te dragen aan het behoud en beschermen van dit natuurfenomeen. 

Verschillende strategieën kennen we bij trekvogels: er zijn dagtrekkers (ooievaars en ganzen bijvoorbeeld) en je hebt nachttrekkers (eendensoorten).
Verschillende strategieën kennen we bij trekvogels: er zijn dagtrekkers (ooievaars en ganzen bijvoorbeeld) en je hebt nachttrekkers (eendensoorten)

Lees ook: kraaiachtigen van Nederland


Veelgestelde vragen

Waar trekken vogels in het najaar naartoe?

De meeste vogels trekken in het najaar richting het zuiden. Afhankelijk van de soort kan dit Zuid-Europa zijn of Noord-Afrika. Vogels uit Scandinavië en Rusland trekken hoofdzakelijk naar de gematigde streken in West-Europa, waaronder Nederland. Er zijn ook enkele soorten die juist van het Zuiden naar het Noorden trekken, zoals de grote pijlstormvogel. 

Waarom trekken vogels naar het zuiden?

Vogels trekken naar het zuiden omdat er in de winter te weinig voedsel aanwezig is in hun huidige leefgebied. In het voorjaar trekken de vogels weer terug naar hun oorspronkelijke leefgebied omdat er dan weer genoeg voedselaanbod is en ze daar kunnen gaan broeden.

Wanneer trekvogels spotten?

De beste tijd om vogels tijdens de trek te spotten is in het najaar, met oktober als piekmaand. Er zijn echter ook al soorten die eerder vertrekken. Vanaf juli t/m november is het mogelijk vogels te spotten die naar het zuiden trekken. Afhankelijk van het weer keren de vogels in het voorjaar weer terug en zijn ze te zien vanaf eind februari tot in juni. 

Zoeken

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!