Groenling – Herkenning, zang, kenmerken & leefgebied

Als je denkt aan opvallende vogels in het Nederlandse landschap, denk je al snel aan de groenling. Deze opvallende vinkachtige kleurt tuinen en het landschap met zijn verenkleed in tinten groen en geel. In deze blog duiken we in de wereld van de groenling en bespreken we zijn kenmerken, zang en leefgebied. Ook ontdek je wat de groenling graag eet en hoe je deze naar je tuin kunt lokken. Lees verder en ontdek alles over deze bijzondere vogel!

Inhoudsopgave

Kenmerken van de groenling

De groenling (Chloris chloris) is een opvallende verschijning en goed te onderscheiden van de andere vinkachtigen. Groenlingen bereiken een lichaamslengte van 14,5 tot 16 centimeter en hebben een spanwijdte van 25 tot 27 centimeter. Het gewicht van volwassen groenlingen ligt meestal tussen de 25 en 35 gram.

De groenling, vooral het mannetje, is een opvallende verschijning met een verenkleed dat bestaat uit verschillende tinten groen en gele delen op de handpennen en staart.
De groenling, vooral het mannetje, is een opvallende verschijning met een verenkleed dat bestaat uit verschillende tinten groen en gele delen op de handpennen en staart.

Vooral het mannetje valt op door zijn verenkleed, dat bestaat uit verschillende tinten groen met opvallende gele delen. De randen van de handpennen zijn helder geel, net als de buitenste staartpennen. Deze gele accenten maken de groenling, zeker in vlucht, goed herkenbaar.

Het vrouwtje is minder bont gekleurd en heeft een meer bruingrijs verenkleed. Ook bij het vrouwtje zijn gele delen op de vleugels en staart zichtbaar, maar deze zijn duidelijk minder fel dan bij het mannetje.

Vluchtbeeld

In vlucht zijn groenlingen goed te herkennen aan de gele vleugelstrepen en het geel in de staart. Daarnaast hebben ze een kenmerkende golvende vlucht wanneer ze zich door het landschap verplaatsen.

Adult groenling vs. juveniel groenling

Juveniele groenlingen lijken qua verenkleed enigszins op het vrouwtje, maar zijn over het algemeen grijzer van kleur. Ze hebben bovendien een duidelijk gestreept verenkleed, wat vooral zichtbaar is aan de onderzijde. De snavel is bij juveniele vogels donkerder en nog niet zo krachtig en kegelvormig als bij volwassen groenlingen.

Snavel

De groenling heeft een krachtige, kegelvormige snavel, die uitstekend geschikt is voor het eten van harde zaden. Mannetjes hebben vaak een bleke, hoornkleurige snavel, die extra goed opvalt door het groene verenkleed. Bij vrouwtjes is de snavel doorgaans iets donkerder en minder opvallend, doordat deze minder contrasteert met het verenkleed. Juveniele dieren hebben een duidelijk donkerdere snavel, grijsbruine snavel.

Groenlingen hebben een stevige snavel, waarmee ze harde zaden gemakkelijk kunnen kraken (de Natuur van hier)
Groenlingen hebben een stevige snavel, waarmee ze harde zaden gemakkelijk kunnen kraken (de Natuur van hier)

De kleur van de snavel kan echter variëren per individu en per seizoen. Het is daarom geen sluitend determinatiekenmerk. maar wel een nuttige aanwijzing in combinatie met andere kenmerken.

Logo De Natuur van hier
Nederlandse naam Groenling
Wetenschappelijke naam Chloris chloris
Kenmerken Geelgroen verenkleed, zware snavel, geel in vleugel/staart
Zang Zware, nasale roep “tsjriep”; zang rollend en nasaler
Habitat Halfopen landschap; bosranden, bos met open plek, nabij stedelijke omgeving
Broeden in NL Zeer talrijk
Broedparen 58,000-90,000

Op zoek naar een ander soort uit de vinkenfamilie? Kijk dan eens op de overzichtspagina van de vinken, hier vind je alle soorten vinken die in Nederland voorkomen!

Zang en roep

De zang van de groenling is minder melodieus dan die van andere vinkachtigen, maar daardoor juist goed herkenbaar. Het is een raspend en schurend geluid, dat vaak wat metaalachtig aandoet. De zang bestaat uit rollende, trillende tonen die worden afgewisseld met korte fluittonen. Mannetjes kunnen deze langere tijd volhouden, vaak vanaf een hoge zangpost zoals een boomtop, struik of dakrand.

Wie de zang eenmaal kent, herkent de groenling snel. De klank kan op het eerste gehoor wat monotoon lijken, maar is zeer kenmerkend en onderscheidt zich duidelijk van de meer melodieuze zang van bijvoorbeeld de vink of distelvink.

Zang groenling (Xeno Canto – Jack Berteau)

Naast de zang laat de groenling regelmatig een korte roep horen. Deze roep klinkt scherp en wordt vaak omschreven als een “dzjèè” of “dju”. Je hoort deze roep vooral wanneer groenlingen in groepjes rondvliegen, bij contact tussen soortgenoten of bij lichte onrust.

Roep Groenling (Xeno Canto – Jordi Calvet)

De zangperiode van de groenling begint meestal al in februari en bereikt een piek in het voorjaar, van maart tot en met mei. Vooral in de vroege ochtend laten mannetjes zich dan horen. Ook buiten het broedseizoen kun je soms zang horen, maar dan minder frequent en intens.

Groenlingen zingen vaak vanaf een hoge zangpost
Groenlingen zingen vaak vanaf een hoge zangpost

Gedrag

Groenlingen zijn actieve vogels die hun voedsel zowel op de grond als laag in de vegetatie zoeken. Ze eten voornamelijk zaden, knoppen, bessen en jonge plantendelen en zijn daarbij vaak alert, maar niet bijzonder schuw. In groene tuinen, parken en halfopen landschap laten ze zich dan ook vaak goed bekijken.

Tijdens de broedperiode vertonen mannetjes territoriaal gedrag. Ze verdedigen hun territorium vooral door middel van zang, waarmee ze zowel soortgenoten op afstand houden als vrouwtjes proberen aan te trekken. Ook visueel laten mannetjes groenlingen zich zien: met wijd gespreide vleugels en staart blijven ze in de lucht hangen, waarbij het felle geel op vleugels en staart extra opvalt. Dit gedrag dient zowel om rivalen te imponeren als om vrouwtjes aan te trekken.

Buiten het broedseizoen verandert het gedrag duidelijk. Groenlingen trekken dan vaker in kleine groepen rond, soms samen met andere vinkachtigen en mezen. Dit gedrag zie je vooral in de winter, wanneer voedselplekken gedeeld worden en de korte, scherpe roepjes helpen om contact te houden binnen de groep.

Groenlingen maken dankbaar gebruik van aangeboden vogelvoer in tuinen
Groenlingen maken dankbaar gebruik van aangeboden vogelvoer in tuinen

Bij de voedertafel zijn groenlingen soms vaste gasten. Ze komen graag af op zaden zoals zwarte zonnebloempitten en kunnen richting kleinere vogels soms dominant zijn. Het gezamenlijk foerageren bij voedertafels maakt de groenling voor veel mensen een herkenbare en opvallende tuinvogel.

Waarneming uit het veld

Als wij aan groenlingen denken, dan denken we automatisch aan het voorjaar. Tijdens een van de eerste zonnige lentedagen, wanneer we door het ruige, halfopen landschap van de Grensmaas struinen, is het vaak een kwestie van tijd voordat de kenmerkende zang van een groenling klinkt. Hoog in een rozenstruik of meidoorn zit dan een mannetje te zingen, zichtbaar aanwezig en duidelijk bezig zich te tonen aan de vrouwtjes.

Wie vervolgens even onopvallend plaatsneemt achter een struik of boom, hoeft meestal niet lang te wachten. De groenling laat zich zien en toont zijn groene verenkleed, waarbij het geel op vleugels en staart extra opvalt. Op zo’n moment weet je: het voorjaar is echt begonnen!

Het halfopen landschap van de Grensmaas is een uitstekend leefgebied voor de groenling. Hier vinden ze dekking en voldoende voedsel en hebben ze tal van broedmogelijkheden (de Natuur van hier)
Het halfopen landschap van de Grensmaas is een uitstekend leefgebied voor de groenling. Hier vinden ze voldoende dekking. voedsel en talloze mogelijkheden om te broeden – precies wat de soort nodig heeft om zich thuis te voelen (de Natuur van hier)

Leefgebied en verspreiding in Nederland & België

Groenlingen houden van een halfopen landschap, waarin een mozaïek van struiken, bomen en open plekken te vinden is. Voorbeelden van geschikte leefgebieden zijn dorpsranden, groene tuinen, parken, houtwallen, rivierlandschappen en overgangszones naar bos (met een halfopen karakter).

De groenling is wijdverspreid, zowel in Nederland als in België. Regionaal is de groenling minder te vinden in het open agrarisch gebied waar geen structuur te vinden is. Op onderstaande kaart van SOVON is de verspreiding van de groenling duidelijk te zien.

In Nederland is de groenling overwegend een standvogel. In de winter vormen ze echter wel groepen en trekken ze gezamenlijk door het landschap. Sommige individuen trekken (vooral bij strengere winters) iets zuidelijker, meestal tot in Frankrijk, maar veruit de meeste blijven in ons land. in de winter krijgen we in Nederland wel bezoek van Scandinavische groenlingen, die hier overwinteren.

Leefgebied door het jaar heen

In het voorjaar en in de zomer broeden groenlingen in een struik of boom en leven dan meer in paarverband of leven dan in kleine groepjes. Gedurende het najaar en de winter zijn ze meer op voedsel vinden gericht en vormen ze grote groepen. In deze periode zoeken ze ook gezamenlijk naar voedsel op akkers of komen ze in tuinen om voedertafels te bezoeken.

Groenling in cultuurlandschap en tuinen

Aan de ene kant profiteren groenlingen van het door de mens gecreëerde landschap, maar aan de andere kant heeft het ook een negatief effect op ze. De aanleg van groene tuinen en parken heeft een positieve werking op de groenling, omdat ze hier een geschikt leefgebied vinden, waarin ze kunnen broeden en voedsel en beschutting vinden.

Daarnaast zijn ze ook kwetsbaar voor het menselijk landschap. Denk dan vooral aan de monoculturen in de landbouw, waar groenlingen simpelweg te weinig voedsel en structuur (zoals struiken en bomen) vinden. Daarnaast kunnen voederplaatsen in tuinen en parken een bron zijn van ziekteoverdracht. Het is dus belangrijk om deze altijd goed schoon te houden. Verderop in de blog vertellen we hier nog meer over.

Voedsel

De groenling is een echte zaadeter. Ze eten hoofdzakelijk zaden van kruiden en grassen. Ze zijn daarom ook vaak te vinden op plekken met ruigtes en veel zaaddragende planten. Onder andere zaden van paardenbloem, distels, weegbree en grassen worden gegeten. In het voorjaar en in de zomer worden daarnaast ook jonge plantendelen gegeten en worden er ook insecten gevangen in de broedtijd (voor de jongen). In het najaar en in de winter worden hoofdzakelijk zaden gegeten, maar ook in kleine hoeveelheden bessen. Zo komen groenlingen af op de rozenbottels in tuinen, hagen en bosschages.

Groenlingen zijn, zeker in de winter, ook graag geziene tuingasten. Ze struinen in groepjes dan de groene tuinen af en bezoeken dankbaar de voedertafels. Vooral zaden zoals zonnebloempitten zijn geliefd bij groenlingen, maar ook kwalitatief goede voedermengsels met veel oliehoudende zaden vallen in de smaak. Voer wel altijd biologisch vogelvoer, zo weet je zeker dat het niet giftig is voor de groenlingen en andere vogels die er op af komen.

Vooral in de winter komen groenlingen in groepjes af op voedertafels
Vooral in de winter komen groenlingen in groepjes af op voedertafels

Ze eten echter niet alles wat in de tuin wordt aangeboden. Vetbollen met weinig zaden laten ze links liggen en ook stukjes brood worden niet gegeten. Het zijn ook zeker geen typische insecteneters zoals bijvoorbeeld mezen dat (grotendeels) wel zijn.

Voortplanting

De broedperiode van groenlingen loopt van eind maart tot augustus. In het vroege voorjaar laten mannetjes hun baltszang veelvuldig horen, vaak vanuit een hoge zangpost zoals een struik of boom. Daarnaast toont het mannetje zijn prachtig gekleurde verenkleed aan het vrouwtje. Op basis van de zang en het gedrag van het mannetje kiest het vrouwtje een partner.

In een dichte struik of boom (bijvoorbeeld een hulst, meidoorn of conifeer) wordt goed verscholen een komvormig nestje gemaakt van takjes, grasjes, veertjes en mos. Het nest wordt gemaakt door het vrouwtje, terwijl het mannetje aandachtig de omgeving in de gaten houdt.

Meestal hebben groenlingen in een seizoen 2 legsels, soms (bij goede omstandigheden) 3. Er worden per legsel 4 tot 5 lichtblauwe tot witte eieren gelegd. Deze worden, hoofdzakelijk door het vrouwtje in 11 tot 14 dagen uitgebroed. Zodra de jongen uit het ei komen, zijn ze volledig afhankelijk van de ouders (het zijn nestblijvers en ze zijn kaal en blind bij de geboorte). Beide ouders zorgen voor voedsel voor de kleine groenlingen. Ze krijgen zachte zaden en insecten te eten. Na 13 tot 15 dagen vliegen de jongen uit. Ze worden dan nog een tijdje bijgevoerd door de ouders.

Groenlingen broeden graag in dichte struiken of bomen, zoals coniferen
Groenlingen broeden graag in dichte struiken of bomen, zoals coniferen

Achteruitgang van de groenling

De groenling was lange tijd een algemene en vertrouwde verschijning in het Nederlandse landschap en in tuinen. Sinds het begin van deze eeuw is daar echter verandering in gekomen. Vanaf ongeveer 2007 is er sprake van een sterke achteruitgang van de populatie, waarbij lokaal zelfs complete verdwijningen zijn waargenomen. De belangrijkste oorzaak hiervan is een infectieziekte die vooral groenlingen zwaar treft: trichomoniasis, ook wel bekend als geelknobbelziekte.

Deze ziekte wordt veroorzaakt door de eencellige parasiet Trichomonas gallinae, die het slijmvlies van de keel en slokdarm aantast. Besmette vogels krijgen moeite met slikken, vermageren snel en sterven vaak binnen korte tijd. Groenlingen zijn extra kwetsbaar doordat zijn van nature sociaal zijn en zich graag in groepjes ophouden, vooral bij voedselbronnen. Hierdoor kan de ziekte zich snel verspreiden, met name op plekken waar veel vogels samenkomen, zoals voedertafels en drinkplaatsen.

Het is belangrijk om te benadrukken dat het bijvoeren van vogels niet de oorzaak van de ziekte is, maar wel kan bijdragen aan de verspreiding ervan wanneer de hygiëne wordt verwaarloosd. Besmetting vindt plaats via speeksel en voedselresten, waardoor slecht schoongemaakte voedersilo’s en waterbakken een rol kunnen spelen. Ook in de natuur zelf kan de ziekte worden overgedragen, bijvoorbeeld bij natuurlijke voedselplekken of drinkpoelen.

Naast ziekte spelen mogelijk ook andere factoren een rol in de achteruitgang van de groenling, zoals verandering in het landschap en afname van zaaddragende kruiden. Toch wordt trichomoniasis gezien als de belangrijkste en meest actuele bedreiging voor de soort. Inmiddels lijkt de populatie zich voorzichtig te stabiliseren, maar het niveau van vóór 2007 is nog lang niet bereikt.

De groenling laat hiermee zien hoe kwetsbaar zelfs algemene vogelsoorten kunnen zijn wanneer ziekte en menselijk gebruik van het landschap samenkomen.

Wat kun je doen om de groenling te helpen?

Om de groenling te helpen kun je een aantal maatregelen nemen in je tuin. Uiteraard kun je in de herfst en in de winter bijvoeren, maar kies dan wel het juiste voedsel. Ga altijd voor biologisch voedsel omdat dit niet schadelijk is voor de leefomgeving én voor groenlingen. Laat goedkoop voer liever staan, dit is vaak van mindere kwaliteit en zit vaak vol met bestrijdingsmiddelen.

Net zo belangrijk is de hygiëne op de voederplekken en bij de drinkplaatsen, om te voorkomen dat de geelknobbelziekte zich onder de vogels verspreid. Maak daarom met regelmaat voederplekken, voedersilo’s, etc. grondig schoon. Ververs ook dagelijks het drinkwater. En als je een zieke vogel ziet: stop dan tijdelijk met bijvoeren zodat de ziekte zich (minder snel) verspreid.

Je tuin inrichten voor de groenling

Kijk ook eens kritisch naar de inrichting van je tuin, hier is vast ook nog wel wat verbetering aan te brengen voor de groenling en voor andere vogels. Laat bijvoorbeeld op een of meerdere plekjes wat rommelige hoekjes ontstaan en laat het hier verruigen. Laat zaaddragend planten zoals distels en paardenbloem staan. En als je gras hebt, maai dan niet alles in één keer.

Zorg daarnaast voor beschutting in je tuin. Groenlingen maken geen gebruik van nestkasten, maar wel van dichte bomen en struiken. Plant je tuin dus aan met inheemse struiken, bomen en klimplanten. Ook een inheemse, gemengde haag kan zeer interessant zijn voor groenlingen. Wij hebben bijvoorbeeld in onze natuurtuin veel klimop, sleedoorn, gele kornoelje en diverse rozen. Daarnaast is de hele tuin omzoomd door een brede gemengde haag. We zien hier dagelijks veel vogelsoorten (waaronder de groenling) gebruik van maken. Rust en beschutting is enorm belangrijk voor groenlingen.

Gebruik tot slot geen bestrijdingsmiddelen. Dit is giftig voor insecten en andere dieren die leven in je tuin. Ook vogels hebben last van het gebruik van bestrijdingsmiddelen. Laat deze middelen dus weg en geniet van de rijke biodiversiteit in je tuin! Dan volgen de groenlingen vanzelf.

De aanplant van inheemse struiken in tuinen kan de groenling helpen
De aanplant van inheemse struiken in tuinen kan de groenling helpen

Veelgestelde vragen

Hoe herken je de groenling?

De groenling is een middelgrote vink met een stevig, groen verenkleed. Mannetjes zijn opvallender gekleurd dan vrouwtjes en hebben felgele randen aan de vleugels en staart. In vlucht vallen vooral deze gele accenten en de golvende vlucht op. De krachtige, kegelvormige snavel is aangepast aan het eten van zaden.

Wat is het verschil tussen een mannetje en vrouwtje groenling?

Het mannetje groenling is helderder groen gekleurd en heeft duidelijker gele delen op vleugels en staart. Het vrouwtje is meer bruingrijs en minder contrastrijk. Ook is de snavel van het mannetje vaak iets bleker dan die van het vrouwtje, al is dit geen betrouwbaar determinatiekenmerk.

Waar leeft de groenling?

Groenlingen leven in halfopen landschappen met struiken, hagen en bomen. Ze komen voor in tuinen, parken, landbouwgebieden en natuurgebieden met ruigte. In Nederland is de groenling een standvogel, wat betekent dat hij het hele jaar door te zien is.

Wat eet een groenling?

De groenling eet vooral zaden van kruiden, grassen en bomen. Favorieten zijn onder andere zonnebloempitten, distelzaden en hennepzaad. Tijdens het broedseizoen eten groenlingen ook kleine insecten, vooral om hun jongen te voeren.

Waarom is de groenling achteruit gegaan?

Sinds het begin van deze eeuw is de groenling sterk in aantal afgenomen, vooral door de geelknobbelziekte (trichomoniasis). Deze ziekte verspreidt zich snel op plekken waar veel vogels samenkomen, zoals bij voedertafels. Slechte hygiëne kan de verspreiding versnellen.

Gebruikt de groenling een nestkast?

Nee, groenlingen maken geen gebruik van nestkasten. Ze bouwen hun nest liever in dichte struiken, hagen of klimop. Rust, beschutting en een natuurlijke tuin zijn belangrijker voor de groenling dan kunstmatige nestgelegenheid.

Meer vinken

Meer lezen over de familie vinkachtigen? Klik dan hieronder verder naar een specifieke soortpagina of lees in deze blog alles over de familie vinken in het algemeen.

Tot slot

Heb jij alle vinkensoorten in Nederland al gezien?! Laat het ons weten door een comment achter te laten, of laat het ons weten via Instagram (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!

Wil je meer weten over vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en vlinders in Nederland? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische natuurtuin tips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!