De eerste vink die je hoort in februari, terwijl de lucht nog koud is, is het teken dat de lente voor de deur staat. Dit kleine, compacte en kenmerkende zangvogeltje is een typisch beeld voor veel Nederlanders. Het is dan ook de meeste geziene vinkachtige van Nederland. In deze blog verdiepen we ons in de herkenning, de zang en gedrag van deze vrolijke vogels. Daarnaast vind je verderop in de blog een handige kenmerkentabel. Kortom: je komt alles te weten over de vink. Dus de volgende keer dat je een vogel ziet en je blik valt op de witte vleugelstrepen, dan weet je: dit is een vink.
Omslagfoto: de Natuur van hier
Inhoudsopgave
- Kenmerken van de vink
- Zang en roep
- Gedrag
- Leefgebied en verspreiding
- Voortplanting
- Trekgedrag
- Vinken in de tuin
- Veelgestelde vragen
- Meer vinken
- Tot slot
Kenmerken van de vink
We beginnen met het beschrijven van de vink (vogel), ook wel bekend als botvink, bokvink of boekvink. De wetenschappelijke naam van de vink is Fringilla coelebs. De vink is de meest algemene vinkachtige in Nederland. Vooral het mannetje is een opvallende verschijning, zowel qua verenkleed als geluid. Vinken bereiken een lichaamslengte van ongeveer 15 centimeter en een spanwijdte van 25 tot 28 centimeter. Volwassen vogels wegen zo’n 21 gram.

Snavel
Opvallend bij de vink (en vele andere vinkensoorten) is de korte, dikke en kegelvormige snavel. Deze krachtige snavel gebruiken ze om zaden open te breken, die boordevol zitten met eiwitten, vetten, vezels en mineralen. De snavel is grijs van kleur en hoewel deze gemaakt is om zaden open te breken, is deze tijdens de broedperiode ook verrassend handig voor insecten.

Verenkleed man
Vooral de mannetjes van de vinken zijn een opvallende verschijning. Net zoals bij veel andere vinkensoorten is er bij de vink ook sprake van seksuele dimorfisme: mannetjes en vrouwtjes van dezelfde soort verschillen duidelijk van elkaar in verenkleed. Het mannetje vink herken je onder andere aan het blauw-grijsachtige petje en oranje borst en wangen. In het voorjaar, tijdens de broedperiode, is het blauwgrijze petje feller dan de rest van het jaar. Ze hebben daarnaast zwarte staartveren, behalve de opvallende buitenste staartpen, deze is wit. De rest van het lichaam is overwegend bruin gekleurd.
Verenkleed vrouw
Het vrouwtje vink ziet er dus anders uit dan het mannetje vink. Vinkenvrouwtjes hebben een veel bruiner en opvallender verenkleed dan het mannetje vink. Het belangrijkste kenmerk om een vrouwtjesvink te herkennen zijn de twee witte vleugelstrepen. Hiermee zijn ze goed te onderscheiden van andere bruine vogels. De onderzijde van het verenkleed is grijsbruin gekleurd, de bovenzijde is donkerder, meer olijfgroen van kleur.

Adult vink vs. juveniel vink
Ook tussen juveniele vinken en adulte vinken zijn er duidelijke verschillen op te merken. Zo is er een duidelijk kleurenverschil in verenkleed. Volwassen dieren zijn veel helderder en contrastrijker gekleurd. Jonge dieren hebben vaak een vaal en gestreept verenkleed, waardoor ze minder opvallen en minder gauw gezien worden door predatoren.
Daarnaast ontbreekt bij juveniele vinken de kop- en borsttekening en zijn de kenmerkende vleugelstrepen valer. Ook de snavel is bleker van kleur. Een jonge vink is daarnaast te herkennen aan het gedrag: bedelen (snel en kort met de vleugels slaan) bij de ouders om voedsel. In de overgang naar het eerste winterkleed kunnen jonge dieren sterk op vrouwtjes lijken, omdat ze dan al een deel van het volwassen kleed ontwikkeld hebben.
Vluchtbeeld
Ook in vlucht zijn er een aantal kenmerken waarop je vinken gemakkelijk kunt herkennen. Zo vallen vooral de witte vleugelstrepen in vlucht op. Daarnaast zijn de buitenste staartpennen ook wit, de rest van de staartveren zijn zwart. Door deze twee duidelijke kenmerken zie je een vink al van ver aankomen.
In onderstaande tabel vind je de belangrijkste kenmerken van de vink overzichtelijk bij elkaar.
| Nederlandse naam | Vink |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Fringilla coelebs |
| Kenmerken | Mannetje roodbruine borst en blauwgrijze kop, wit in vleugels; vrouwtje grijzer/bruiner |
| Zang | Korte, felle “pink pink” roep; zang met vaste slottriller (vinkenslag) |
| Habitat | Groene gebieden met beschutte plekken en voedsel |
| Broeden in NL | Uiterst talrijk |
| Broedparen | 400,000-500,000 |
Zang en roep
Naast het verenkleed zijn vinken (en vogels in het algemeen) natuurlijk ook te herkennen op zang en geluid. De zang van de vink is het beste te omschrijven als een zachte, energieke en aflopende strofe. De zang eindigt vrijwel altijd met de typische vinkenslag. Meestal begint de zang met een aantal snelle, rollende tonen dat vervolgens afloopt in toonhoogte. De zang eindigt met een fel en ritmisch trillertje. De zang is meestal al vanaf half februari te horen en gaat vaak door tot in juni.
De meest gebruikte roep van de vink klinkt als een metaalachtig “pink!”. De roep van de vink is vaak te horen vanuit een struik of boom in een tuin of park, of in de bosranden. In vlucht heeft de vink een iets andere roep, deze is zachter en klinkt meer als “tsjip”. Tijdens vlucht kunnen ze op deze manier met elkaar blijven communiceren. Wil je meer vogelgeluiden leren herkennen van algemene tuinvogels? Lees (en luister) dan deze blog!
Gedrag
Vinken zijn levendige en aanwezige zangvogels. Vanaf half februari zingt het mannetje volop, waarmee deze zijn territorium verdedigt. Andere mannetjes die in het territorium van een zingend mannetje terecht komen weten op deze manier dat dit territorium al bezet is. Als het tweede mannetje niet meteen zal vertrekken na het horen van de zang, dan schuwt het eerste mannetje niet om het tweede mannetje actief te verjagen.
Paargedrag en nestbouw
Met de typische zang probeert het mannetje het vrouwtje te verleiden. Daarnaast gebruikt hij zijn opvallende rode/oranje borst om het vrouwtje te verleiden. Door deze op te zetten laat het mannetje aan het vrouwtje zien hoe sterk en gezond hij is. Door subtiele lichaamstaal weet het mannetje of het vrouwtje bereid is om te paren (lees hier hoe vogels paren).
Het vrouwtje bouwt hoofdzakelijk het nest. Ze maakt een komvormig nestje met behulp van gras, kleine takjes, mos, haren van zoogdieren en veren van andere vogels. Het nest wordt gemaakt in een dichte struik of boom. Dit is ook de plek waar vinken een veilig plekje vinden om te slapen.

Foerageergedrag en voedselkeuze
Vinken foerageren veel op de grond. Hier zoeken ze, al hippend op en neer, naar zaden van planten, struiken en bomen en in tuinen naar vogelvoer. In het voorjaar eten vinken meer insecten, deze bevatten veel eiwitten en zijn daarom dus een goede energiebron voor de jongen. Ook kunnen de ouders zelf in deze drukke tijd de eiwitten goed gebruiken. In de winter eten ze vooral knoppen en zaden van planten, struiken en bomen. In tuinen komen vinken af op vogelvoer zoals zonnepitten en gemengd strooivoer.
In de winter laten vinken hun territorium los en zoeken ze elkaar op. Ze vormen dan samen met andere vinkachtigen (zoals groenlingen, sijzen, kepen en distelvinken) grote groepen. Gezamenlijk zoeken ze dan naar voedsel op akkers. Hier zijn vaak nog oogstresten te vinden, of foerageren ze op speciaal ingerichte akker (met overstaande zaden en zaadvormende kruiden). Ook in bosranden, houtwallen, parken en groene tuinen wordt gezamenlijk naar voedsel gezocht.
Het samentrekken in groepen doen vinken om verschillende redenen. In groepen zijn ze minder kwetsbaar voor roofvogels zoals kiekendieven. Ze kunnen daarnaast sneller voedsel vinden en verspillen minder energie tijdens het vinden van voedsel, doordat ze samen rusten en opvliegen.

Waarneming uit het veld
Deze grote groep met vinken zagen we in november op een niet geoogste akker, aan de rand van een natuurgebied. Het was een enorm grote groep van naar schatting 400 zangvogels, bestaande uit vinken, kepen en distelvinken (putters). Op de akker waren nog volop zaden te vinden van granen, kruiden en cultuurgewassen, waar deze vinkachtigen dankbaar gebruik van maakte. Verderop was een torenvalk aan het jagen (boven dezelfde akker) en niet veel later dook er kort een vrouwtje blauwe kiekendief op. De aanwezigheid van de kiek zorgde voor paniek onder de zangvogels en duiven, maar na een aantal jachtvluchten vertrok de blauwe kiekendief weer. Het in groepsverband zoeken naar voedsel van de vinkachtige betaalde zich hier uit: samen zijn vinkachtigen alerter en beter beschermd tegen jagende roofvogels dan wanneer ze alleen zouden foerageren.
Leefgebied en verspreiding
De vink is in Nederland een zeer algemene broedvogel. Ze komen voor in veel verschillende leefgebieden. De belangrijkste voorwaarden zijn dat er veel bomen en struiken zijn en er voldoende voedsel te vinden is. Voorbeelden van leefgebieden zijn tuinen, parken en bosranden.
Typische leefgebieden
Vinken leven dus in gebieden waar veel groen te vinden is. Veel mensen kennen de vink als tuinvogel. Belangrijke eis om een vink in je tuin te zien is wel dat dit een groene tuin is met veel struiken en het liefst ook één of meerdere bomen (lees hier hoe je een boom aanplant en hier vind je meer tips voor inheemse struiken).
Naast tuinen vind je vinken ook in parken en op landgoederen waar vaak veel oude bomen te vinden zijn. Verder houden vinken zich ook op in bossen en bosranden. Dit gaat dan hoofdzakelijk om loof- en gemengde bossen. Ook zijn vinken (soms) in het agrarisch landschap te vinden. Een vereiste is dan wel dat er voldoende houtwallen, (struweel)hagen en bomen te vinden zijn.
Tot slot zijn vinken ook in overgangszones te vinden. Denk hierbij bijvoorbeeld aan overgang van bosrand naar het open veld of van park naar grasland. Vaak is in deze overgangszones het meeste voedsel te vinden en is er voldoende dekking.
Regionale verspreiding binnen Nederland
De vink is zeer talrijk in Nederland, maar er zijn wel duidelijke regionale verschillen zichtbaar. Zo is de vink algemener in het oosten van ons land en is deze duidelijk minder aanwezig in de open polders en verstedelijkte omgevingen met te weinig groen. Op onderstaande kaart van SOVON is de verspreiding in Nederland goed zichtbaar.
Seizoensverschillen in leefgebied
Het leefgebied van de vink is daarnaast ook seizoensafhankelijk. In het voorjaar en de zomer zijn vinken territoriaal en verdedigen ze hun eigen plekje in een bosrand, park of tuin. In het najaar laten ze het territorium (tijdelijk) los en houden ze zich steeds meer op in grotere groepen met soortgenoten en andere vinkachtigen. Gezamenlijk zoeken ze dan naar voedsel in open terreinen, akkers en ruigtes.
Europese verspreiding
In Europa is de vink ook goed vertegenwoordigd. De vink komt voor in grote delen van West-Europa en tot ver in Oost-Europa. Vinken die in Noord-Europa broeden trekken in de winter (deels) naar het zuiden. Soorten die zuidelijker broeden zijn over het algemeen standvogels.
Habitatseisen
Samenvattend kunnen we dus stellen dat er een aantal habitatseisen zijn waaraan het leefgebied van een vink moet voloden:
- De aanwezigheid van voldoende bomen en struiken: om te gebruiken als zangpost, beschutting en om een nest in te maken.
- Voldoende open plekken: om te kunnen foerageren, vinken foerageren vaak op de grond.
- Rustige plekken: tijdens het broedseizoen.
Als een tuin of gebied aan deze voorwaarden voldoet dan is de kans groot dat een vink zich er zal vestigen. Op deze manier kunnen vinken dus ook profiteren van het menselijk landschap, wanneer tuinen groen worden ingericht en er in steden voldoende parken en landgoederen te vinden zijn. Ook de aanleg van landschapselementen zoals gemengde hagen kan hier een positieve bijdrage aan leveren.

Voortplanting
Vinken zijn een van de talrijkste broedvogels van ons land. Over het algemeen geldt: hoe groener de omgeving, hoe meer vinken er zullen broeden. In dit hoofdstuk bespreken we de voortplanting van de vink in Nederland.
Broedseizoen
Er wordt over het algemeen gebroed vanaf half maart tot uiterlijk half juli. De mannetjes zijn dan al vaak in februari te horen met hun bekende vinkenslag om hun territorium af te bakenen en om vrouwtjes te verleiden. Het broedseizoen van de vinken is afgestemd op het insectenaanbod. Ze weten het zo te timen dat wanneer de jongen uit het ei komen er voldoende insecten te vinden zijn om de jongen te voorzien van de nodige eiwitten.
Het nest van de vink
Als nestplaats wordt meestal een (oude) boom of stevige struik uitgekozen staande in een bosrand, park of tuin. Op een hoogte tussen de 1 en 5 meter wordt goed verscholen een compact, maar stevig nestje gemaakt.
Vaak wordt de vork (splitsing van twee takken) van een boom of struik als basis genomen. Met behulp van takjes, gras, mos, veren en haren van andere dieren maakt (hoofdzakelijk) het vrouwtje een compact nest. Door het groene mos in het nest, de compacte vorm en de bladeren aan de bomen is het nest nauwelijks zichtbaar voor mensen en predatoren (zoals bijvoorbeeld huiskatten, kraaien of eekhoorns).

Legsel, broeden en jongen
Meestal heeft een vinkenpaar 1 legsel per seizoen maar soms 2. Er worden zo’n 3 tot 5 eieren gelegd per legsel. De eieren zijn glad en licht glanzen en kunnen sterk variëren qua kleur. In 10 tot 14 dagen worden de eieren door het vrouwtje uitgebroed.
De jongen zijn nestblijvers en blijven zo’n 12 tot 15 dagen op het nest. In deze tijd worden ze vooral, door man en vrouw, rupsen gevoerd. Na het uitvliegen blijven de jongen nog weken bij de ouders.
Tijdens de broedperiode krijgen de jongen vinken hoofdzakelijk insecten zoals rupsen gevoerd. Deze zijn eiwitrijke en bevorderen de groei. Later in het seizoen zullen ze steeds meer overstappen op een dieet wat meer uit zaden bestaat.
Verstoringsgevoeligheid
Het broedseizoen is voor vogels de belangrijkste én drukste periode van het jaar. Ze moeten in deze periode niet alleen voor zichzelf zorgen, maar hebben ook een aantal jongen groot te brengen. Dit zorgt ervoor dat vinken ieder uur daglicht in deze periode dienen te benutten en verstoring kan dan ook al gauw fatale gevolgen hebben voor één of meerdere jongen.
Het is dan ook absoluut aan te raden om tijdens het broedseizoen (van half maart tot half juli) geen snoeiwerkzaamheden uit te voeren en zoveel mogelijk andere manieren van verstoring te beperken. Snoei dus geen struiken en bomen in deze periode. En weet je of er ergens vinken zitten te broeden? Vermijd deze plek dan zoveel mogelijk voor een tijdje, zodat ze in alle rust kunnen zorgen voor de jongen.

Trekgedrag
De vink is in Nederland grotendeels een standvogel. Een klein deel van de vinken trekt echter wel weg in de winter, dit verschilt dus per populatie. Vinken die broeden in Noord- en Oost-Europa zijn wel meer uitgesproken trekvogels. Een deel hiervan brengt de winter ook in Nederland door. Nederlandse vinken die trekken, trekken over het algemeen niet heel ver naar het zuiden.
Tijdens de najaarstrek kunnen in september en oktober trekkende vinken worden waargenomen. De trek gebeurt vooral in grote groepen, vaak samen met andere vinkachtigen, gorzen en soms ook lijsters.
Vinken die overwinteren in Nederland vertonen iets ander gedrag dan tijdens het broedseizoen. Territoria worden minder/niet verdedigd en individuen zoeken vaak de bescherming van grote groepen op. In deze periode wordt er ook gezamenlijk in grote groepen gefoerageerd op akkers en in bosranden.
Vanaf half februari zoeken overwinteraars weer hun territorium op en komen trekvogels langzaam weer terug (voornamelijk in maart en april). Zo raken langzaam alle territoria weer gevuld en begint er weer een nieuw broedseizoen.
Vinken in de tuin
De vink is een graag gezien tuingast, mits je tuin goed is ingericht voor vinken. Vinken houden van tuinen waarin veel groen te vinden is, het liefst gelegen aan de rand van een dorp of in de buurt van een park. Te veel versteende tuinen en omgevingen worden gemeden door vinken.
Heb je nog geen vink in je tuin, maar wil je deze wel graag zien als tuinvogel? Plant dan inheemse struiken zoals meidoorn, sleedoorn, gewone vlier of hazelaar. Of plant een inheemse boom zoals veldesdoorn of boswilg. Via Sprinklr zijn deze struiken en bomen te verkrijgen. Deze zijn biologisch gekweekt, dus vrij van pesticiden waardoor deze niet giftig zijn voor insecten (en dus ook niet voor vinken).
Zorg er daarnaast ook voor dat er voldoende inheemse planten in je tuin staan. Deze trekken insecten aan, die belangrijk zijn als voedsel voor vinken in de broedperiode. Ook een gemengde haag van inheemse soorten zorgt voor meer insecten in je tuin.
Naast aanplanten van inheemse planten, struiken en bomen is het ook belangrijk om een of meerdere open plekjes te behouden in de tuin. Vinken foerageren namelijk graag op de grond. Op deze open plek (of op een voedertafel) kun je eventueel ook vogelvoer bijvoeren. Voer biologisch vogelvoer en ga voor gemengde zaden (eventueel gemengde met zonnepitten en granen). Gemengd vogelvoer en zonnepitten zijn biologisch verkrijgbaar bij Vivara. Met je aankoop draag je ook nog eens bij aan verschillende groene projecten verspreid door heel Europa! Zorg ervoor dat voeder plekken altijd schoon zijn en vrij van schimmels!
Gedrag van vinken in de tuin
Omdat de vink een veel voorkomende tuinvogel is, kun je verschillende soorten gedrag observeren van deze vogel. Zo kun je vinken foeragerend op de grond waarnemen. In het voorjaar maak je kans op een luid zingend mannetje, vanuit een hoge zangpost in je tuin.
Ook kan een vink natuurlijk in je tuin gaan broeden. Vinken broeden niet in nestkasten maar in een dichte struik of boom. Snoei daarom niet tijdens het broedseizoen (half maart-half juli). Katten kunnen een gevaar vormen voor broedende vinken. Maak je tuin dus onaantrekkelijk voor katten. Gebruik tot slot geen pesticiden in je tuin, dit is ook giftig voor vinken en andere vogels!
Welk gedrag van vinken heb jij gezien in je tuin? Laat het ons weten onderaan deze blog in de comments, of tag ons op Facebook of Instagram. Wij zijn erg benieuwd naar jouw verhaal!
Veelgestelde vragen
Hoe herken ik een man en of vrouw van de vink?
Het mannetje heeft een roodbruine borst en een blauwgrijze kop. Het vrouwtje is grijzer en bruiner, maar heeft net als het mannetje twee witte vleugelstrepen.
Wat eet de vink het liefst?
Vinken eten vooral zaden, granen en noten. In het voorjaar schakelen ze over op insecten, die belangrijk zijn voor het grootbrengen van de jongen.
Zie je vinken ook in de winter?
Ja, veel vinken blijven ’s winters in Nederland. Ze zijn dan vaak in groepen te zien op akkers, bosranden en in tuinen.
Meer vinken
Meer lezen over de familie vinkachtigen? Klik dan hieronder verder naar een specifieke soortpagina of lees in deze blog alles over de familie vinken in het algemeen.
Vink
Algemene soort met witte vleugelstrepen en vinkenslag.
Keep
Herfst- en wintergast met oranje borst en zwarte kop.
Distelvink (Putter)
Bonte verschijning met rood masker en goudgele vleugelbaan.
Kneu
Mannetje met framboosrode borst; zang vanaf struiken.
Groenling
Groen-geel, robuust gebouwd, zachte melancholische roep.
Appelvink
Forse kop en krachtige snavel, opvallende vliegbanen.
Goudvink
Dieprode borst, zwarte kop en zachte fluitende roep.
Sijs
Groen-geel, acrobatisch in elzen en berken; trekt in groepen.
Kruisbek
Kruisende snavel, specialist in dennenkegels.
Roodmus
Zeldzame broedvogel; man met frambooskleurige kop.
Europese kanarie
Kleine gele vinkachtige met trillerende zang.
Kleine barmsijs
Klein, actief, rood petje; komt vooral in wintergroepen.
Tot slot
Heb jij alle vinkensoorten in Nederland al gezien?! Laat het ons weten door een comment achter te laten, of laat het ons weten via Instagram (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Wil je meer weten over vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en vlinders in Nederland? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische natuurtuin tips en winacties!
Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

