Keep – Herkenning, uiterlijk, roep & leefgebied

De keep (Fringilla montifringilla) is een opvallende wintergast in Nederland. Waar veel zangvogels in de winter juist verdwijnen, arriveert de keep vanuit Noord-Europa om hier de koude maanden door te brengen. Op het eerste gezicht lijkt hij sterk op de gewone vink, maar de warme oranje borst en vooral de opvallende witte stuit verraden zijn identiteit zodra hij opvliegt. In sommige winters verschijnen kepen in grote aantallen, wat ze tot een bijzondere verschijning maakt in bossen en op akkers. In deze blog lees je alles over deze noordelijke vinkachtige.

Inhoudsopgave

Kenmerken van de keep

De keep (Fringilla montifringilla) is een kleurrijke vogel en wordt vaak omschreven als de vink van het noorden. Het is een middelgrote vink, ze bereiken een lichaamslengte van 14 tot 16 centimeter, een spanwijdte van 25 tot 26 centimeter en een gewicht van 23 tot 29 centimeter. Daarmee zijn ze qua grootte en gewicht vergelijkbaar met de vink.

Verenkleed

Kepen zijn contrastrijke vinkachtigen, met een opvallende combinatie van oranje, zwart en wit. Het verenkleed verschilt duidelijk tussen man en vrouw (seksueel dimorfisme) én tussen zomer- en winterkleed. In Nederland zien we de keep meestal in het winterkleed, omdat het met name een wintergast is die in Scandinavië en Rusland broedt.

Mannetje winterkleed

In het winterkleed oogt het mannetje minder diepzwart dan in het voorjaar, maar nog steeds opvallend contrastrijk. De belangrijkste kenmerken zijn:

  • Oranje borst en keel scherp afgetekend tegen lichte buik
  • Witte buik en onderstaartdekveren
  • Kop en nek zwart maar met lichte, bruinige randjes aan de veren waardoor de kop wat geschubd kan lijken
  • Rug donker met lichte veerranden, waardoor een gemarmerd effect ontstaat
  • Opvallend witte vleugelvlekken
  • Witte stuit (goed zichtbaar in vlucht)
  • Gevorkte staart met witte buitenste staartpennen

Dit is hoe we de meeste kepen zien in Nederland, volledig in winterkleed. Er zijn ook jaren dat er enkele kepen broeden in Nederland, maar veruit de grootste kans maak je om de keep in winterkleed te zien.

De keep is een kleurrijke wintergast
De keep is een kleurrijke wintergast, ook in winterkleed heeft deze nog een contrastrijk verenkleed

Mannetje zomerkleed

Het zomerkleed van de mannetjes kepen is nog spectaculairder dan het winterkleed. Helaas is dit in Nederland erg weinig zichtbaar, maar niet geheel onmogelijk! De belangrijkste kenmerken van het zomerkleed van de keep zijn:

  • Kop en bovenrug diep zwart
  • Sterk contrast tussen zwart, wit en fel oranje
  • Minder ‘geschubd’ uiterlijk
  • Strakker en contrastrijker silhouet
Keep in zomerkleed (Saxifraga - Joerg Mager)
Mannetje keep in zomerkleed. De diep zwarte kop en bovenrug zijn duidelijk anders dan bij het winterkleed (Saxifraga – Joerg Mager)

Verenkleed vrouwtje

Het verenkleed van het vrouwtje keep is een stuk minder contrastrijk dan dat van mannetjes. Ze zijn echter nog steeds goed herkenbaar als je weet op welke kenmerken je moet lekken. De belangrijkste kenmerken voor vrouwtje keep zijn:

  • Oranje getinte borst, vaak bleker dan bij het mannetje
  • Een witte buik
  • Kop en rug bruin tot grijsbruin, zonder diepzwart
  • Duidelijke witte vleugelvlekken
  • Witte stuit
Verenkleed vrouwtje keep (Saxifraga - Theo Verstrael)
Verenkleed vrouwtje keep (Saxifraga – Theo Verstrael)

Vrouwtjes kepen missen dus de uitgesproken zwarte koptekening die mannetjes kepen in zomerkleed hebben. De typische oranje borst is deels terug te zien bij vrouwtjes, maar een stuk minder fel en opvallend.

Juveniele kepen lijken sterk op vrouwtjes, maar zijn nog iets bruinachtiger en zijn minder contrastrijk. Ze hebben echter wel al de kenmerkende vleugelvlekken.

Vluchtbeeld

In vlucht zijn kepen ook opvallend contrastrijk en goed te herkennen. Vooral de witte stuit valt in vlucht goed op en is onderscheidend ten opzichte van de vink, die deze witte stuit niet heeft. Ook de oranje borst en oranje schouders zijn in vlucht vaak nog goed te zien. Verder valt de zwarte staart op en de typische golvende vlucht.

Snavel

Zoals bij veel vinkachtigen heeft de keep een korte, stevige en kegelvormige snavel, die uitermate geschikt is voor het eten van zaden. In de winter is de snavel vaak wat lichter (hoornkleurig) gekleurd, maar blijft de snavelpunt donker. In het broedkleed wordt de snavel van de keep donkerder, meestal donkergrijs tot zwartachtig. Bij het mannetje kan deze vrijwel zwart ogen.

Verschil keep en vink

Kepen en vinken worden nogal eens door elkaar gehaald. Er zijn echter duidelijke verschillen tussen de twee vinkachtigen op te merken:

  • De keep heeft een opvallend witte buik, bij de vink is deze roze tot roodbruin
  • De keep heeft een oranje borst en schouders, bij de vink is deze warm roodbruin
  • De keep heeft een zwarte kop (zomerkleed) of gebroken zwarte kop (winterkleed), de vink heeft een blauwgrijze kruin en nek
  • De stuit van de keep is wit, bij de vink is deze groenachtig

Op onderstaande afbeeldingen zijn de keep en vink naast elkaar te zien en zijn de verschillen duidelijk.

Logo De Natuur van hier
Nederlandse naam Keep
Wetenschappelijke naam Fringilla montifringilla
Kenmerken Mannetje zwarte kop, oranje borst en schouders en witte stuit. Vrouwtje oranje tint op borst en witte stuit, verder meer bruin
Zang Monotoon “zziiihh”, roep meer te horen in Nederland, “kè-èèhhp”
Habitat Gemengde bossen en naaldbossen, in winter ook op akkers, beukenbossen en in bosranden in grote groepen
Broeden in NL Uiterst schaars
Broedparen 0-5

Op zoek naar een ander soort uit de vinkenfamilie? Kijk dan eens op de overzichtspagina van de vinken, hier vind je alle soorten vinken die in Nederland voorkomen!

Zang en roep

In Nederland wordt de roep van de keep veel vaker gehoord dan de zang. Om een keep in Nederland te ontdekken is het dus vooral belangrijk om de roep van deze zangvogel goed te herkennen. Je hoort ze immers vaker voordat je ze ziet.

De roep van de keep is een nasaal “’tsjèèh” of “kè-èèhhp”. Het is een langgerekte, bijna licht klagende roep. Als je goed luistert hoor je dat de keep zijn eigen naam roept, dit wordt ook wel een onomatopee genoemd. De roep van de keep is vaak hoorbaar wanneer er grote groepen vinken in de winter overvliegen. Als je de roep dus herkent kun je gemakkelijk bepalen of er ook kepen tussen vliegen.

Roep keep (Xeno Canto – Lars Edenius)

De zang van de keep is veel minder vaak te horen in Nederland. De zang wordt vooral gebruikt in het broedseizoen en omdat kepen dus bijna niet broeden in Nederland is deze dus minder vaak te horen in ons land. Het beste kan de zang worden omschreven als een monotoon “zzziiihh”. Deze is een stuk minder melodieus dan veel andere vinken zoals de zang van de vink of de distelvink. De zang van de keep lijkt daarentegen wel iets op die van de groenling.

Zang keep (Xeno Canto – Ulf Elman)

Gedrag

Kepen zijn actieve en aanwezige zangvogels. Ze zijn vooral van oktober tot en maart in ons land te zien als doortrekkers en als wintergasten. Vooral het wintergedrag van deze vinkachtige is dus te zien in Nederland en in veel mindere mate het broedgedrag.

Een van de belangrijkste kenmerken van het wintergedrag van de keep is dat ze vaak in grote groepen te vinden zijn. Deze groepen bestaan uit veel verschillende soorten zangvogels, waaronder diverse soorten vinkachtigen zoals vinken, groenlingen en distelvinken. Deze groepen kunnen bestaan uit enkele tientallen individuen, maar kunnen ook gemakkelijk oplopen tot enkele honderdtallen, afhankelijk van de hoeveelheid voedsel die beschikbaar is.

De aantallen kepen die in ons land overwinteren is trouwens sterk afhankelijk van de weersomstandigheden en het voedselaanbod in het oorspronkelijke broedgebied: Scaninavië en Rusland. Daarnaast wordt dit bepaald door goede en slechte beukenjaren in de overwinteringsgebieden.

Foerageergedrag

Beukenzaden vormen namelijk een van de belangrijkste voedselbronnen voor de keep. Foerageren doen ze dan vaak op de grond in een bos. Naast beukenzaden worden ook zaden van andere bomen gegeten. Daarnaast zoeken ze ook voedsel op (speciaal ingerichte) akkers, vaak dicht tegen een bos- of natuurgebied aangelegen, waar nog zaden van granen, onkruiden en cultuurgewassen te vinden zijn. Ook voedertafels worden in de winter soms bezocht. Vooral voedertafels in tuinen die gelegen zijn in of tegen een bos aan worden bezocht. Kepen komen hier dan om zich te goed te doen aan zaden zoals zonnebloempitten.

Waarneming uit het veld

Deze grote groep met vinkachtigen zagen we in november op een niet geoogste akker, aan de rand van een natuurgebied. Het was een enorm grote groep van naar schatting 400 zangvogels, bestaande uit vinken, kepen (duidelijk te herkennen aan de witte stuit in vlucht) en distelvinken (putters). Op de akker waren nog volop zaden te vinden van granen, kruiden en cultuurgewassen, waar deze vinkachtigen dankbaar gebruik van maakte. Verderop was een torenvalk aan het jagen (boven dezelfde akker) en niet veel later dook er kort een vrouwtje blauwe kiekendief op. De aanwezigheid van de kiek zorgde voor paniek onder de zangvogels en duiven, maar na een aantal jachtvluchten vertrok de blauwe kiekendief weer. Het in groepsverband zoeken naar voedsel van de vinkachtige betaalde zich hier uit: samen zijn vinkachtigen alerter en beter beschermd tegen jagende roofvogels dan wanneer ze alleen zouden foerageren.

Een groep met verschillende soorten vinken heeft zich verzameld boven een wintervoedselakker. In deze groep vind je vinken, keepen en distelvinken (de Natuur van hier)
Een groep met verschillende soorten vinken heeft zich verzameld boven een wintervoedselakker. In deze groep vind je vinken, keepen en distelvinken (de Natuur van hier)

Leefgebied en verspreiding

Het broedgebied van de keep beslaat het Noordelijk deel van Europa: Scandinavië, en een groot deel van Rusland (Siberië). Broeden doen ze hier vooral in naaldbossen, maar ook gemengde bossen met berken worden gebruikt als broedgebied. In essentie is het dus een noordelijke bosvogel.

Overwinteren doen ze in Midden- en West-Europa, tot zelfs een stukje in Noord-Afrika en Noord-India. Naast dat ze Nederland in Europa gebruiken als overwinteringsgebied, zijn ze ook elders in Europa dan te vinden, bijvoorbeeld in België, Frankrijk en Duitsland. Meestal zijn ze van oktober tot en met maart te zien in het overwinteringsgebied. De verspreiding in het overwinteringsgebied hangt sterk samen met de voedselbeschikbaarheid in het noorden.

Kepen broeden hoofdzakelijk in Noord-Europa, maar als wintergast zijn ze regelmatig in Nederland te zien
Kepen broeden hoofdzakelijk in Noord-Europa, maar als wintergast zijn ze regelmatig in Nederland te zien

In sommige winters kan er zelfs gesproken worden over irruptiejaren of invasiejaren. Er komen dan enorme aantallen kepen, veel meer dan gemiddeld, naar ons land om te overwinteren. Deze irruptiejaren zijn vrijwel altijd gedreven door een zoektocht naar voedsel en meestal is er dan sprake van zeer slechte beukenjaren (een belangrijke voedselbron) in Scandinavië.

Een irruptiejaar of niet: in het overwinteringsgebied komen kepen vooral voor op plekken waar veel voedsel te vinden is. Ze zoeken dan naar zaden in bossen, parken, bosranden, op akkers en in tuinen met voederplaatsen. De aantallen kepen die overwinteren in ons land verschilt sterk per jaar. Op onderstaande kaart van SOVON is de verspreiding van kepen tijdens de PTT (punt transect tellingen) te zien, die worden opgenomen in de winter.

Voedsel

De keep is, net zoals veel andere vinkachtigen, hoofdzakelijk een zaadeter, maar het dieet verschilt wel per seizoen. Tijdens het broedseizoen wordt er (naast zaden) namelijk meer dierlijk voedsel, in de vorm van insecten (rupsen), gegeten. De jongen kunnen dan het eiwitrijke dierlijke voedsel goed gebruiken om te groeien, maar ook de ouders zelf eten insecten.

In de winter eten ze voornamelijk zaden van bomen (onder ander beuken en lariks) en onkruidzaden, maar wordt het menu ook verder aangevuld met bessen. Het belangrijkste voedsel in de winter zijn beukennootjes, wat ook de belangrijkste drijvende krachtis achter het trekgedrag van de kepen. In mastjaren, wanneer er veel beukennootjes zijn, blijven kepen over het algemeen noordelijker overwinteren. In jaren dat er weinig beukennootjes te vinden zijn, is de trek sterker en kunnen we meer kepen in Nederland verwachten. Hierdoor fluctueren aantallen overwinterende kepen in Nederland per jaar dus flink.

Kepen foerageren voornamelijk op de grond en vaak (in de winter) in grote groepen. Het foerageren in grote groepen zorgt ervoor dat ze minder gemakkelijk ten prooi vallen aan predatoren.

Zonnebloemzaden zijn geliefd bij overwinterende kepen
Zonnebloemzaden zijn geliefd bij overwinterende kepen

Kepen in de tuin

Kepen kunnen ook in hun zoektocht naar voedsel tuinen bezoeken. Vooral tuinen die in een bosrijke omgeving liggen zijn in trek bij overwinterende kepen. Omdat ze voornamelijk op de grond foerageren, eten ze aangeboden vogelvoer voornamelijk vanaf een voedertafel of vanaf de grond, maar kepen hangend aan voedersystemen worden desondanks ook wel eens waargenomen. Wil je vogelvoer aanbieden voor kepen, ga dan voor zaden zoals zonnebloempitten. Kies wel altijd voor biologisch vogelvoer, omdat dit vrij is van pesticiden. Dit is milieuvriendelijk geproduceerd en niet giftig voor kepen en andere vogels die erop af komen.

Voortplanting

In principe behoort Nederland niet tot het vaste broedgebied van de keep. Ze broeden hoofdzakelijk in de bossen Scandinavië en Siberië. Desondanks zijn er toch in sommige jaren enkele broedgevallen bekend in Nederland, maar het aantal is minimaal.

Kepen broeden vanaf half mei. Hoe noordelijker ze broeden, hoe later in het seizoen ze beginnen met broeden. Het broeden wordt zo getimed dat het uitkomen van de jongen uitkomt met voldoende aanbod van insecten op dat moment. Meestal hebben kepen één legsel per jaar, bij goede omstandigheden kunnen dit soms twee legsels worden.

Het nest wordt gemaakt in een boom, meestal een spar of een berk. Hier wordt op een beschutte en stevige plek een komvormig nestje gemaakt van takjes, gras, mos en veren. Na 11 tot 13 dagen broeden komen de eieren uit. Beide ouders voeren de jongen (insecten) en na nog eens 11 tot 13 dagen zijn de jongen groot genoeg om het nest te verlaten.

Veelgestelde vragen over de keep

Is de keep zeldzaam in Nederland?

Nee, de keep is niet zeldzaam, maar wel onregelmatig. In sommige winters zijn er weinig te zien, terwijl er in andere jaren plotseling grote aantallen aanwezig zijn. Dit hangt vooral samen met het voedselaanbod in Noord-Europa.

Wanneer zie je de meeste kepen?

De meeste kepen zijn in Nederland aanwezig tussen oktober en maart. In zachte winters of jaren met voldoende voedsel in Scandinavië kunnen de aantallen lager zijn.

Wat is het verschil tussen een keep en een vink?

De keep heeft een opvallend witte buik en een witte stuit, terwijl de Vink een roze buik en groenachtige stuit heeft. Ook klinkt de roep van de keep nasaler en slepender dan die van de vink.

Komt de keep ook in tuinen voor?

Ja, vooral in de winter. De keep bezoekt tuinen waar voedsel beschikbaar is, zoals zonnebloempitten of strooivoer. Meestal foerageert hij op de grond onder voederplaatsen.

Waarom zie je in sommige winters ineens veel kepen?

Dat heeft te maken met zogenaamde irruptiejaren. Wanneer er weinig beukennootjes zijn in het noorden, trekken grote aantallen kepen zuidwaarts op zoek naar voedsel. In zulke winters kunnen ze massaal aanwezig zijn.

Broedt de keep in Nederland?

Nee, de keep broedt niet standaard in Nederland. Het broedgebied ligt in Noord-Europa en Rusland, voornamelijk in uitgestrekte naald- en berkenbossen. Desondanks worden er sommige jaren enkele broedgevallen in Nederland geregistreerd.

Hoe herken je een keep in vlucht?

Let op de opvallend witte stuit en grote witte vleugelvlekken. Vooral wanneer een groep opvliegt, valt het wit sterk op.

Wat eet de keep het liefst?

In de winter eet de keep vooral zaden, met name beukennootjes. Tijdens het broedseizoen bestaat het dieet grotendeels uit insecten.

Meer vinken

Meer lezen over de familie vinkachtigen? Klik dan hieronder verder naar een specifieke soortpagina of lees in deze blog alles over de familie vinken in het algemeen.

Tot slot

Heb jij alle vinkensoorten in Nederland al gezien?! Laat het ons weten door een comment achter te laten, of laat het ons weten via Instagram (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!

Wil je meer weten over vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en vlinders in Nederland? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische natuurtuin tips en winacties!

Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

Geef een reactie

Je e-mailadres wordt niet gepubliceerd. Vereiste velden zijn gemarkeerd met *

Zoeken

Categorieën

Op de hoogte blijven?

Schrijf je in voor onze nieuwsbrief!