Elk jaar vertrekken miljoenen vogels uit Nederland richting Zuid-Europa of Afrika. Andere soorten trekken juist vanuit Scandinavië of het poolgebied naar ons land. Deze indrukwekkende verplaatsingen noemen we de vogeltrek.
Maar waarom nemen vogels het risico van zo’n lange reis? En welke soorten kun je in Nederland zien tijdens de trek?
Hieronder vind je een selectie van 10 trekvogels met bijzondere trekstrategieën. Dit is geen complete Nederlandse lijst, maar soorten met opvallende trekpatronen of ecologische bijzonderheden.
Wil je weten waarom vogels naar het zuiden trekken? Lees dan ook onze uitgebreide uitleg over dit bijzondere natuurfenomeen. En in deze blog leggen we uit waarom vogels in een V-vorm vliegen.
Inhoudsopgave
- Wat zijn trekvogels?
- Waarom trekken vogels?
- 1. Ooievaar – Ciconia ciconia
- 2. Grutto – Limosa limosa
- 3. Grote pijlstormvogel – Ardenna gravis
- 4. Noordse stern – Sterna paradisaea
- 5. Gierzwaluw – Apus apus
- 6. Koekoek – Cuculus canorus
- 7. Goudhaan – Regulus regulus
- 8. Kraanvogel – Grus grus
- 9. Roofvogels
- 10. Zangvogels
- Zelf trekvogels spotten in Nederland
- Verrekijkers en telescopen
- Boekentip
- Veelgestelde vragen over trekvogels
Wat zijn trekvogels?
Trekvogels zijn vogelsoorten die jaarlijks grote afstanden afleggen tussen hun broedgebied en hun overwinteringsgebied. Meestal trekken ze in het najaar naar warmere streken, waar meer voedsel te vinden is. In het voorjaar keren ze terug om hier te broeden.
Niet alle trekvogels leggen dezelfde afstand af. Er zijn:
- Langeafstandstrekkers, zoals de Noordse stern, die duizenden kilometers afleggen.
- Korteafstandstrekkers, die slechts naar Zuid-Europa trekken.
- Deeltrekkers, waarbij een deel van de populatie blijft en een ander deel vertrekt.
Sommige soorten trekken overdag, andere juist ’s nachts. Ze navigeren onder meer op basis van de zon, sterren, het aardmagnetisch veld en herkenningspunten in het landschap.
Waarom trekken vogels?
De belangrijkste reden is voedsel. In de winter zijn insecten, amfibieën en kleine zoogdieren schaars in landen zoals Nederland. Door naar het zuiden te trekken, vergroten vogels hun overlevingskansen. Zodra het voorjaar aanbreekt en het voedselaanbod weer toeneemt, keren ze terug naar hun broedgebieden.
Het terugkeren naar hun broedgebieden doen vogels om meerdere redenen:
- De dagen langer worden
- Er meer voedsel beschikbaar is voor jongen
- Concurrentie in overwinteringsgebieden toeneemt
De lente in Nederland is daardoor één groot spektakel van terugkerende trekvogels.

1. Ooievaar – Ciconia ciconia
De ooievaar is misschien wel de bekendste trekvogel van Nederland. In de jaren ’70 was deze grote, zwart-witte vogel bijna uitgestorven, maar dankzij beschermings- en herintroductieprogramma’s broedt hij weer volop in ons land.
Wat deze soort bijzonder maakt, is dat hij een deeltrekker is. Een aantal van de ooievaars trekt en het andere deel blijft.
Ongeveer 20% blijft in Nederland overwinteren, terwijl de rest naar Spanje of West-Afrika trekt. Andere vogels in Nederland die we kunnen bestempelen als deeltrekkers zijn roodborstjes, blauwe reigers en roerdompen. Deeltrekkers worden ook wel eens genoemd als twijfelaars.
Onderstaande foto hebben we gemaakt in onze achtertuin. Een grote groep ooievaars trok over tijdens de trek, gebruik makend van de thermiek.

2. Grutto – Limosa limosa
De grutto is onze nationale vogel én een icoon van het Nederlandse weidelandschap. Maar liefst 85% van de West-Europese populatie broedt in Nederland! Maar het gaat niet goed met de soort. Door voedselgebrek en verdroging in de (intensieve) landbouw nemen de aantallen af, met ongeveer 4% per jaar. Kuikens kunnen in het veranderde landschap weinig insecten vinden. Dit voedsel hebben ze nodig om op te groeien en om zich voor te bereiden op de jaarlijkse trek.
In augustus vertrekken grutto’s richting Zuid-West Europa en West-Afrika. Ze vliegen soms op hoogtes van 5 tot 6 kilometer. In februari keren ze terug, om hier te beginnen aan hun broedseizoen.

3. Grote pijlstormvogel – Ardenna gravis
Nummer drie is een bijzondere zeevogel die juist naar het noorden trekt. Hij broedt in grote kolonies op een aantal eilanden in de Zuidelijke Atlantische Oceaan en trekt van het zuidelijke naar het noordelijke halfrond, naar onder andere Canada. De trek van deze stormvogel bestaat uit meer dan 7000 kilometer!
Tijdens hun terugtocht naar het broedgebied, vliegen ze ook over de Noordzee. Hier wordt hij soms waargenomen. Er zijn in Nederland slechts enkele waarnemingen van grote pijlstormvogels bekend.

4. Noordse stern – Sterna paradisaea
De absolute kampioen onder de trekvogels. Hierboven kon je al lezen dat de grote pijlstormvogel een afstand aflegt van 7000 kilometer. Deze soort legt jaarlijks maar liefst tot 40.000 kilometer af tussen het noordelijk en zuidelijk halfrond. Ze broeden in kolonies op het noordelijk halfrond, in landen als IJsland, Schotland en ook Nederland. Nederland is wel het meest zuidelijke deel van het broedgebied, waardoor de aantallen jaarlijks schommelen.
Na de broedtijd begint de grote trektocht. Ze vliegen de Atlantische Oceaan over naar het zuidelijk halfrond, een tocht van zo’n 15.000 tot 20.000 kilometer. Voor het nieuwe broedseizoen aanbreekt, trekken ze dezelfde kilometers weer terug.
Een Nederlandse Noordse stern vestigde zelfs een record van 90.000 kilometer in één jaar. Dit is meer dan twee keer de aarde rond, in één jaar tijd!

5. Gierzwaluw – Apus apus
De gierzwaluw brengt bijna zijn hele leven vliegend door. Hij slaapt, eet en paart in de lucht. Ook deze vogel is een lange afstandstrekker. In augustus verlaat hij Nederland en vliegt tot in Centraal-Afrika. Hier wordt overwinterd, in een gebied tussen Mali en Congo.
Eind april/mei keren ze terug naar Nederland. Na een reis van ongeveer 6000 kilometer beginnen ze weer met broeden in Nederland. Gierzwaluwen keren altijd terug naar hun eerdere broedlocatie en vormen samen vaak een koppel voor het leven.

6. Koekoek – Cuculus canorus
De koekoek staat bekend als broedparasiet. Een vorm van symbiose, die we alleen zien bij insecten en vogels. Ze leggen hun eieren in het nest bij een andere vogelsoort, en laten de jongen door deze vogels opvoeden. De eieren van de koekoek zijn zelfs qua uiterlijk evolutionair aangepast op de eieren van de pleegouders, zodat zij niets in de gaten hebben. Het koekoekjong stoot de andere kuikens vervolgens uit het nest en wordt grootgebracht door de pleegouders.
De ouders trekken vaak na de eileg in juni/juli al terug naar Afrika. De jongen volgen pas in het najaar. In april keren de vogels weer terug naar de broedgebieden. Koekoeken trekken over het algemeen ’s nachts en kunnen dan tot 50 kilometer per dag afleggen.

7. Goudhaan – Regulus regulus
Met slechts 8,5 cm grootte en met een gewicht van nog geen 5 gram is dit de kleinste vogel van Europa. Toch trekt hij honderden kilometers naar Zuid-Europa. In Nederland is de goudhaan een broedvogel in voornamelijk sparrenbossen. Ze zijn vaak lastig te zien, omdat ze veel in de boomtoppen zitten. In het najaar, tijdens de trek, zijn ze beter te zien.
De goudhaan trekt ’s nachts en begint in september aan de trek. Rond maart-april keren ze weer terug naar hun broedgebied. In het najaar zijn er veel goudhaantjes te vinden op de Waddeneilanden, die vanuit de Scandinavische landen naar het zuiden trekken.

8. Kraanvogel – Grus grus
Sinds 2001 broedt de kraanvogel weer in Nederland, na jaren van afwezigheid, net zoals we bespraken bij de ooievaars. Tijdens de trek vliegen ze in kenmerkende V-formatie. Kraanvogels zijn een van de grootste vogels van Europa. Hun kenmerkende, trompetterende roep is al van grote afstand hoorbaar. Als je deze roep eenmaal hebt gehoord, zal die je altijd bijblijven.
Eind februari/begin maart keren de vogels terug uit hun overwinteringsgebied in Zuid-Europa en noordelijk Afrika. In oktober maken ze de trek weer andersom en zoeken ze warmere oorden op. Vanwege de zachtere winters door klimaatverandering zie je echter dat de overwinteringsgebieden aan het verschuiven zijn: steeds meer kraanvogels blijven in de winter in Frankrijk en Duitsland en soms zelfs in Nederland.

9. Roofvogels
Wat veel mensen niet weten, is dat veel roofvogels ook in het najaar naar het zuiden trekken. Ze zoeken in de winter de gematigde gebieden op, om dezelfde redenen als andere vogels dit doen. Roofvogels trekken overdag, want ze maken gebruik van de thermiek. Dit zijn een soort warme luchtbellen in de lucht, waarop hij kan blijven zweven. Dit kost minder energie.
De trekstrategieën lopen onder trekkende roofvogels nogal uiteen. Sommige soorten, zoals valken, trekken over het algemeen alleen. Andere soorten, arenden bijvoorbeeld, verzamelen zich en trekken in groepen.

10. Zangvogels
Veel kleine zangvogels trekken ’s nachts om predatie te vermijden. Ze verzamelen zich vaak in grote groepen om aan de trek te beginnen. Zo kun je in het najaar honderdduizenden sijzen, vinken, spreeuwen, leeuwerikken en graspiepers tegelijk te zien.
Ook sommige tuinvogels, zoals roodborstjes, merels en heggenmussen blijven niet altijd in Nederland. Van de meeste soorten overwinteren exemplaren hier, maar trekken er ook een aantal naar andere oorden, om in het voorjaar weer terug te keren. Het roodborstje die je bijvoorbeeld in de winter in je tuin ziet, is een ander exemplaar dan die je later in het voorjaar ziet. In de winter trekken vogels vanuit Scandinavië naar Nederland en ‘onze’ vogels nog zuidelijker. In het voorjaar gebeurt dat weer andersom.
Een ander voorbeeld zijn merels. De meeste merels zijn standvogels, maar er zijn er ook die naar Spanje en Portugal trekken. Dit gebeurt ’s nachts. Onder de kleine zangvogels is het gebruikelijk om ’s nachts te trekken. Hierdoor wordt de kans dat ze ten prooi vallen een stuk kleiner. Hoe de kleine vogels zich ’s nachts weten te oriënteren, is nog een groot raadsel.

Zelf trekvogels spotten in Nederland
Wil je zelf trekvogels zien? Na deze lijst van tien bijzondere trekvogels ben je vast enthousiast geraakt om zelf trekvogels te gaan spotten. Daar hebben we nog enkele tips voor.
De beste perioden om trekvogels te zien, zijn:
- Voorjaar: maart – april (van zuid naar noord)
- Najaar: september – oktober (van noord naar zuid)
De beste momenten om op zoek te gaan naar trekvogels, is tegen de avond. De zon schijnt dan minder fel en dagtrekkers landen om een rustplaats te vinden. Bij schemering kun je ook betere foto’s maken met fijner licht.
Nederland ligt op de route van een aantal migratieroutes van veel trekvogels. De locaties waar je de meeste kans hebt op trekvogels:
- Kustgebieden
- Waddeneilanden
- Met name Texel
Ga op iemand met iemand anders! Doordat je samen op pad gaat, kun je van elkaar leren en twee paar ogen zien meer dan één.
Is de trek alweer voorbij? Niet getreurd, er zijn natuurlijk ook altijd vogels in je omgeving en je tuin te spotten. Hoe natuurlijker en diervriendelijker je je tuin inricht, hoe meer vogels je zult zien.
Verrekijkers en telescopen
Een goede verrekijker is essentieel tijdens de trek. Een populair instapmodel is de Stern II 10×42 verrekijker van de Vogelbescherming, vanwege de compacte bouw en heldere beeldkwaliteit. We zijn zelf ook met dit model begonnen. Dit is een van de meest gekozen verrekijkers van Nederland.
Een ander fijn model om mee te beginnen of om een stapje hoger te gaan dan bovenstaand model, is de Buizerd II 10×42 van de Vogelbescherming.
Wat eigenlijk onmisbaar is om trekvogels te spotten, is een telescoop. Helemaal als je wil proberen om trekvogels over zee en langs de kust te zien. Een fijn model is bijvoorbeeld de Havik 65 met statief Grutto van de Vogelbescherming.
Boekentip
Wil je je verder verdiepen in trekvogels, dan is het Handboek trekvogels van Stanislas Wroza wellicht iets voor je. In dit boek worden ruim 450 soorten trekvogels besproken. Er wordt vooral aandacht besteed aan de geluiden die worden gemaakt, waardoor je sneller en meer trekvogels kunt herkennen. Ook wordt er verder ingegaan op opnameapparatuur die je zou kunnen gebruiken om trekvogels waar te nemen. Een niet te missen boek dus voor de echte trekvogelaar!
Veelgestelde vragen over trekvogels
Nederland ligt op de route van vele verschillende trekvogels. Van grote vogels zoals ooievaars en kraanvogels tot kleine zangvogeltjes en van roofvogels tot zeldzamere zeevogels.
De najaarstrek piekt in september en oktober. De voorjaarstrek piekt in maart en april. Het hangt van de soort af wanneer ze precies vertrekken en weer aankomen. Ook hangt het van de soort af of ze ’s nachts of overdag trekken.
Vogels trekken vaak ’s nachts om roofdieren te vermijden en om energie te besparen. ’s Nachts is de lucht koeler en rustiger, wat beter is voor de vlucht. Hoe warmer de lucht, hoe meer inspanning. Overdag wordt gebruikt om voedsel te zoeken en te rusten. Daarnaast worden de maan en sterren gebruikt als navigatie.
Niets meer missen? Volg ons op onze socials!








