Een van de onopvallendste vinkachtigen is de goudvink. Niet vanwege zijn verenkleed, want dat is – vooral van het mannetje – juist kleurrijk en opvallend, maar vanwege zijn teruggetrokken levenswijze. Goudvinken zijn stille vogels die zich zelden laten zien. Voor de geduldige natuurliefhebber, die ook het geluid van de goudvink kent, ligt een prachtige waarneming verscholen in het struikgewas. In deze blog lees je alles over deze gedrongen vinkachtige, zodat je hem de volgende keer niet ongemerkt voorbijloopt.
Inhoudsopgave
- Kenmerken van de goudvink
- Zang en roep
- Gedrag
- Waarneming uit het veld
- Leefgebied en verspreiding
- Voedsel
- Voortplanting
- Achteruitgang en bedreigingen
- Veelgestelde vragen
- Meer vinken
- Tot slot
Kenmerken van de goudvink
De goudvink (Pyrrhula pyrrhula) is een kleurrijke vogel en goed te onderscheiden van de andere vinkachtigen. Het is een middelgrote vink met een gedrongen, ronde bouw en een korte staart. Goudvinken hebben een grote kop en een opvallende dikke, korte snavel. Ze ogen een stuk ´zwaarder´ dan andere vinken.
Ze bereiken een lichaamslengte van 14,5 tot 16 centimeter bereikt en een spanwijdte van 22 tot 29 centimeter. Het gewicht varieert van 21 tot 27 gram.

Het mannetje is een opvallende verschijning met zijn kleurrijke verenkleed. Ze hebben een oranjerode tot roze borst en buik. De kop en snavel zijn zwart en ze hebben een grijze rug. De vleugels zijn zwart met een opvallende witte vleugelstreep. Verder is de staart ook zwart en hebben ze een witte stuit, die vooral in vlucht goed opvalt. De intensiteit van de kleuren (vooral de oranjerode kleur van de borst) verschilt per individu en wordt bepaald door verschillende factoren (voeding, gezondheid, seizoen, etc.)
Bij goudvinken is er sprake van seksueel dimorfisme: mannetjes en vrouwtjes verschillen qua verenkleed duidelijk van elkaar. Het verenkleed van het vrouwtje is wat rustiger. De borst en buik zijn grijsbeige. Net zoals het mannetje heeft het vrouwtje een zwarte kopkap en zwarte vleugels met witte vleugelstreep en een. Het verenkleed is een stuk minder uitbundig als dat van het mannetje, waardoor vrouwtjes gauw over het hoofd worden gezien.

Adult goudvink vs. juveniel goudvink
Een juveniel goudvink is goed te onderscheiden van een volwassen goudvink. Het belangrijkste verschil is de kleur van de kop: deze is bij juveniele dieren nog niet zwart, maar is nog grijsbruin. De rest van het verenkleed lijkt wel op dat het van een volwassen vrouw goudvink, maar is meer grijsbruin en nog minder contrastrijk. Daarnaast hebben ze wel al de dikke, opvallende snavel.

Snavel
Opvallend bij de goudvink is de zeer krachtige, kegelvormige snavel. Bij volwassen vogels is de snavel zwart, bij juveniele dieren is deze meestal nog iets lichter en meer donkerbruin gekleurd. De snavel is perfect aangepast op het voedsel dat ze graag eten: knoppen en zaden van planten. Met behulp van de snavel weten ze zaden met gemak open te kraken en kunnen ze moeiteloos plantenknoppen eten.
Vluchtbeeld
In vlucht vallen vooral de witte vleugelstreep en de witte stuit op. Goudvinken kennen een rustige, golvende vlucht en blijven daarbij vaak opvallend laag tussen struiken en bomen. Ze verplaatsen zich meestal over korte afstanden en verdwijnen na een korte vlucht weer snel in de dekking. Hierdoor wordt de goudvink in vlucht vaak slechts kort waargenomen.
| Nederlandse naam | Goudvink |
|---|---|
| Wetenschappelijke naam | Pyrrhula pyrrhula |
| Kenmerken | Gedrongen bouw, dikke snavel, mannetje met roze tot oranjerode borst, zwarte kop |
| Zang | Zachte, melancholische fluittonen; kenmerkende zachte roep “djuu” of “piu” |
| Habitat | Bosrijk gebied; loof-, naald- en gemengd bos, struweelranden, parken en rustige, groene tuinen |
| Broeden in NL | Vrij algemeen |
| Broedparen | 25.000-40.000 |
Zang en roep
De goudvink staat niet bekend als een uitbundige zanger. Integendeel: de zang van de goudvink is zacht, ingetogen en past perfect bij zijn teruggetrokken levenswijze. Vaak hoor je een goudvink al voordat je hem ziet, maar zelfs dan blijft het geluid subtiel en gemakkelijk te missen tussen andere natuurgeluiden.
De zang bestaat uit korte, zachte fluittonen met weinig variatie. Het zijn geen lange zangreeksen zoals bij veel andere zangvogels, maar eerder losse tonen die rustig worden herhaald. De zang is vooral in het voorjaar te horen, wanneer het mannetje zijn aanwezigheid kenbaar maakt vanuit een dichte struik of een lage boom. Ook dan blijft de goudvink meestal verborgen in het struikgewas.
Minstens zo kenmerkend als de zang is de roep van de goudvink. Deze roep is een zachte, fluitende toon die vaak wordt omschreven als een kort “djuu” of “piu”. Deze contactroep wordt het hele jaar door gebruikt, zowel door mannetjes als door vrouwtjes, om onderling contact te houden. In de herfst en winter is de roep vaak het enige geluid dat een goudvink verraadt.
Voor wie de goudvink wil waarnemen, is luisteren dan ook minstens zo belangrijk als kijken. Door even stil te staan en bewust te luisteren, valt het zachte geluid soms ineens op. Pas daarna volgt vaak een korte, stille waarneming van deze bijzondere vinkachtige, voordat hij weer in de dekking verdwijnt.
Gedrag
Goudvinken zijn rustige vogels, die weinig opvallen. Dit zie je vooral terug in het gedrag. Waar andere vinken, zoals distelvinken en groenlingen, zich met hun uitbundige zang en kleurrijke verenkleed door het landschap bewegen, gedraagt de goudvink zich precies het tegenovergestelde. Met weinig geluid houdt de goudvink zich voornamelijk op in het dichte struikgewas en vliegt onopvallend van struik naar struik, op zoek naar voedsel.
Het voedsel wordt vooral gezocht in de lage tot middelhoge struiklagen. Soms gaan ze wat hoger een boom in om daar op zoek te gaan naar knoppen van bomen of bessen die alleen hier hangen, maar meestal blijven ze bij het voedsel dat ze vinden in de struiken. Ze kunnen lange tijd op één vaste plek zitten te eten, goed verscholen in het groen. In de winter kunnen goudvinken nog wel eens aangetroffen worden op de grond, maar dit zullen ze altijd op een enigszins beschutte plek doen.
Alhoewel ze in het broedseizoen een duidelijk territorium hebben, zijn goudvinken over het algemeen weinig territoriaal en niet agressief of luidruchtig . Buiten het broedseizoen leven ze in paartjes en soms in kleine groepen. Vaak zijn man en vrouw goudvink samen foeragerend te zien. In tegenstelling tot veel andere vinken zijn goudvinken zelden in grote zwermen te zien.

Trekgedrag
In het voorjaar zijn goudvinken iets actiever en zichtbaarder dan in de winter. Het zijn in Nederland geen trekvogels, al kunnen ze in de winter wel rondtrekken, op zoek naar voedsel. Wel krijgen we in de winter bezoek van meer noordelijk en oostelijk broedende individuen, al is dit ook beperkt. In sommige jaren kan er sprake zijn van een invasie van de ondersoort de Noordse goudvink (Pyrrhulla pyrrhulla pyrrhulla).
Waarneming uit het veld
Onze eerste goudvinken zagen we niet in Nederland, maar in België. En zoals het eigenlijk hoort bij de goudvink, hoorden wij ze ook eerst voordat we ze zagen. Het was op een koude winterdag tijdens een wandeling in de Ardennen. In het rustige en sobere landschap liepen we via een onverhard pad richting een typisch Ardennenbos. Het pad werd omzoomd door twee houtwallen, met dichte struiken en opgaande bomen.
Opeens hoorden we vanuit het dichte struikgewas een kort en zacht geluid, alsof de vogel die het geluid maakte zich bijna bezwaard voelde te laten horen. Meteen trok dit onze aandacht en wisten we dat we hier met een goudvink te maken hadden.
Na ons een korte tijd verdekt opgesteld te hebben, liet hij zich zien: een prachtig mannetje goudvink. En hij was niet alleen, want vrijwel direct volgde het vrouwtje. Kort lieten ze zich beide zien en gingen zelfs even op het pad zitten. Vrijwel direct verdwenen ze weer in de houtwal en lieten ze zich niet meer horen of zien. Wij vervolgden vol enthousiasme onze weg, een ervaring rijker!
Leefgebied en verspreiding
De goudvink is een bewoner van bossen. Loofbossen, naaldbossen en gemengde bossen kunnen allen een geschikt leefgebied zijn voor de goudvink. Ook zijn ze te vinden in bosranden en in overgangsgebieden naar bos. Een van de belangrijkste eisen die ze stellen aan het leefgebied is dat er voldoende ondergroei en struiken te vinden zijn. In deze struiklaag vinden ze beschutting, voedsel en kunnen ze broeden.

Daarnaast kun je goudvinken ook tegenkomen in een halfopen landschap met voldoende landschapselementen zoals heggen, houtwallen en struwelen. Het kleinschalig cultuurlandschap kan daarom ook geschikt zijn als leefgebied. Goudvinken houden niet van open, kale gebieden.
Verder zijn goudvinken ook nog aan te trekken in parken en soms in grote tuinen. Ook hier is het belang van voldoende ondergroei en dichte struiken essentieel. Daarnaast is rust een belangrijke factor, zeker bij tuinen is dit het geval. In grote, groene tuinen die in een geschikt leefgebied van de goudvink liggen kunnen (zeker in de winter) met bijvoeren van bijvoorbeeld zonnebloempitten nog weleens goudvinken worden gespot.

Verspreiding in Nederland
In Nederland tref je de goudvink voornamelijk aan in het oosten en zuiden van het land. Op onderstaande kaart van SOVON is dit goed zichtbaar. Dit is goed verklaarbaar omdat dit deel van ons land veel meer bebost is en hier een meer halfopen landschap te vinden is. In het westen en noorden van het land wordt het landschap voornamelijk gedomineerd door open landbouwgebieden en kusstreken, daar voelt de goudvink zich minder thuis. Enige uitzondering hierop zijn de duingebieden, waar meer dekking te vinden is in de vorm van struwelen en duinbossen.
Voedsel
De afgeronde snavel van de goudvink is perfect voor het eten van plantaardig voedsel. Ze eten zaden van verschillende soorten planten en knoppen en bessen van bomen. Het voedsel is bijna volledig plantaardig. Vooral in het voorjaar worden knoppen van bomen gegeten. De knoppen van esdoorns en fruitbomen zoals pruimen en kersen worden graag gegeten. Om deze reden zien fruittelers dan ook liever geen goudvinken in hun boomgaarden verschijnen.
Naast knoppen van bomen worden ook zaden en bessen gegeten. Bessen van meidoorn, liguster, kamperfoelie en andere soorten worden hoofdzakelijk in het najaar gegeten. Zaden lusten ze zowel van bomen (denk aan esdoorn en meidoorn) als van planten zoals distels, brandnetel en paardenbloemen.
Het eten wordt op een typische goudvinken manier verzameld: rustig en goed verscholen in het struikgewas of in de bomen. Vaak zitten ze dan ook redelijk laag bij de grond. Ze laten zich dan ook een stuk minder snel zien bij voedertafels in tuinen dan andere vinkachtigen.

Voortplanting
Goudvinken vormen vaak al in de herfst of in de winter een paar. Tijdens het broedseizoen blijven ze hun partner trouw en zorgen ze samen voor de jongen. Wanneer beide vogels overleven, kunnen paren meerder jaren bij elkaar blijven. Veldonderzoek heeft dit aangetoond. Dit levert de goudvink ook een voordeel op: ze kunnen al vroeg in het voorjaar starten met paren en nestbouw, terwijl veel andere soorten dan nog bezig zijn met paargedrag.
Het broedseizoen van de goudvink loopt over het algemeen van april tot en met juli. In een dichte struik of lage boom wordt goedverscholen een compact nest gebouwd. Vaak wordt het nest niet hoger dan een paar meter van de grond gemaakt. Het vrouwtje maakt het nest van takjes, gras, mos en veertjes.
Meestal hebben goudvinken 2 legsels per jaar, soms 3, dat bestaat uit 4 tot 6 lichtblauw/groenig gekleurde eieren met donkere stippen. Het vrouwtje broedt de eieren uit in meestal 13 tot 14 dagen. Het mannetje voert ondertussen voedsel aan voor het vrouwtje. Als de jongen goudvinken uit het ei zijn gekomen, krijgen ze insecten (eiwitrijk) en zachte plantendelen te eten. Na 16 tot 18 dagen zijn ze groot genoeg om uit te vliegen. Ze worden vervolgens nog 2 a 3 weken bijgevoerd door beide ouders.
Achteruitgang en bedreigingen
De goudvink is in Nederland geen uitgesproken zeldzame soort, maar de populatie kent door de jaren heen wel schommelingen. In sommige regio’s is zelfs sprake van een lichte afname. De goudvink kan lokaal minder worden door verlies van structuurrijke bosranden en heggen, maar er is geen brede landelijke achteruitgang zoals bij sommige andere soorten.
De belangrijkste oorzaak ligt in het verdwijnen van kleinschalige landschapselementen. Houtwallen, struweelranden en dicht begroeide perceelsgrenzen zijn op veel plekken verdwenen. Juist deze structuurrijke overgangen tussen bos en open terrein vormen het ideale leefgebied voor de goudvink. Zonder voldoende dekking en voedselrijke struiken wordt een gebied al snel minder geschikt.
Bij de goudvink is geen uitgesproken sterke landelijke achteruitgang te zien in Nederland (al is sinds 2019 de broedvogeltrend wel licht negatief), maar de beschikbaarheid van geschikte structuurrijke bossen blijft belangrijk voor de soort. In sommige regio’s, zoals Vlaanderen, blijkt de soort wel achteruit te gaan en staat zij op de Rode Lijst.

Veelgestelde vragen
Is de goudvink zeldzaam in Nederland?
Nee, de goudvink is geen zeldzame vogel, maar wel minder algemeen dan bijvoorbeeld de vink of groenling. In bosrijke gebieden komt hij vrij regelmatig voor, terwijl hij in open landbouwgebieden minder vaak wordt gezien. In Vlaanderen staat de goudvink wel op de Rode Lijst.
Wanneer kun je de goudvink het beste zien?
Goudvinken zijn het hele jaar aanwezig, maar in de winter zijn ze vaak iets zichtbaarder. Dan foerageren ze in kleine groepjes en zoeken ze soms parken of rustige tuinen op.
Waarom zie je goudvinken zo weinig?
Goudvinken leven teruggetrokken en houden zich graag schuil in dicht struikgewas. Vaak hoor je ze eerst – hun zachte, fluitende roep – voordat je ze daadwerkelijk ziet.
Wat eet een goudvink?
Goudvinken eten vooral knoppen van bomen en struiken, zaden en soms bessen. In het voorjaar kunnen ze knoppen van fruitbomen eten, wat hen vroeger minder populair maakte bij fruittelers.
Is de goudvink een trekvogel?
In Nederland is de goudvink voornamelijk een standvogel. Wel kunnen vogels uit noordelijker gebieden in de winter zuidwaarts trekken, waardoor het aantal goudvinken tijdelijk kan toenemen.
Zijn goudvinken monogaam?
Ja, goudvinken vormen meestal een vaste paarband. Vaak blijven koppels meerdere seizoenen bij elkaar en trekken ze ook buiten het broedseizoen samen op.
Komt de goudvink in tuinen voor?
Alleen in rustige, groene tuinen met voldoende struiken en beschutting. In dichtbebouwde of sterk opgeruimde tuinen is de kans klein dat je een goudvink ziet.
Meer vinken
Alleen in rustige, groene tuinen met voldoende struiken en beschutting. In dichtbebouwde of sterk opgeruimde tuinen is de kans klein dat je een goudvink ziet.
Vink
Algemene soort met witte vleugelstrepen en vinkenslag.
Keep
Herfst- en wintergast met oranje borst en zwarte kop.
Distelvink (Putter)
Bonte verschijning met rood masker en goudgele vleugelbaan.
Kneu
Mannetje met framboosrode borst; zang vanaf struiken.
Groenling
Groen-geel, robuust gebouwd, zachte melancholische roep.
Appelvink
Forse kop en krachtige snavel, opvallende vliegbanen.
Goudvink
Dieprode borst, zwarte kop en zachte fluitende roep.
Sijs
Groen-geel, acrobatisch in elzen en berken; trekt in groepen.
Kruisbek
Kruisende snavel, specialist in dennenkegels.
Roodmus
Zeldzame broedvogel; man met frambooskleurige kop.
Europese kanarie
Kleine gele vinkachtige met trillerende zang.
Kleine barmsijs
Klein, actief, rood petje; komt vooral in wintergroepen.
Tot slot
Heb jij alle vinkensoorten in Nederland al gezien?! Laat het ons weten door een comment achter te laten, of laat het ons weten via Instagram (@denatuurvanhier). We zijn erg benieuwd!
Wil je meer weten over vogels, zoogdieren, reptielen, amfibieën en vlinders in Nederland? Meld je dan aan voor onze nieuwsbrief. Zo blijf je op de hoogte van nieuwe blogs, praktische natuurtuin tips en winacties!
Niets meer missen? Volg ons op onze socials!

